Wat is Opleidingsbedrijf InstallatieWerk Nederland en wat doet deze instantie?

Opleidingsbedrijf InstallatieWerk is een samenwerkingsverband tussen installatiebedrijven. Deze instantie is gericht op het zoeken van technisch personeel. Daarnaast richt het Opleidingsbedrijf InstallatieWerk zich ook op het opleiden van personeel zodat er voldoende gediplomeerd personeel beschikbaar is voor installatiebedrijven. VEV werft technisch talent vanuit VMBO-opleidingen en Havo-opleidingen.

Wat doet Opleidingsbedrijf InstallatieWerk
Deze technische talenten kunnen een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) volgen op verschillende niveaus. Opleidingsbedrijf InstallatieWerk zorgt er met alle partijen in hun netwerk voor dat geschikt personeel bij bedrijven wordt geplaatst. Bedrijven krijgen door de bemiddeling van Opleidingsbedrijf InstallatieWerk gemotiveerd technisch personeel en deelnemers aan een technische opleiding krijgen een geschikte leerwerkplek waar ze hun opleiding kunnen volgen en afronden.

Werkgelegenheid
Ook de overheid is gebaat bij de activiteiten van Opleidingsbedrijf InstallatieWerk. Dit samenwerkingsverband zorgt er namelijk ook voor dat deelnemers aan opleidingenvoldoende aansluiting hebben met de bedrijfswereld. Dit voorkomt uitval tijdens opleidingen en werkloosheid na het afronden van een opleiding. De werkzaamheden van Opleidingsbedrijf InstallatieWerk zijn dus goed voor de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid.

Omvangrijk netwerk
Opleidingsbedrijf InstallatieWerk  heeft meer dan 3.500 leerlingen en bevat ongeveer 2.000 aangesloten bedrijven. Door dit omvangrijke netwerk is dit samenwerkingsverband de grootste opleider in de installatiebranche. Hiervan profiteren de deelnemers die een opleiding volgen en de bedrijven die de deelnemers in dienst hebben. Ook de Regionale Opleidingsinstituten hebben baad bij de coördinerende rol van Opleidingsbedrijf InstallatieWerk omdat ze hierdoor nieuwe deelnemers aan opleidingen krijgen.

Doel van Opleidingsbedrijf InstallatieWerk
Doormiddel van een breed scala aan activiteiten tracht Opleidingsbedrijf InstallatieWerk de arbeidsmarkt te voorzien van gediplomeerd en ervaren personeel op elektrotechnisch gebied en op het gebied van installatietechniek.

Leerarbeidsovereenkomst
Opleidingsbedrijf InstallatieWerk werkt samen met Regionale Opleidingsinstituten, de zogenoemde ROC’s. De opleidingen van het Opleidingsbedrijf Installatiewerk worden uitgevoerd in het kader van de Beroepsbegeleidende Leerwerg (bbl). De deelnemers aan de opleiding werken en leren, daarom wordt dit opleidingssysteem ook wel ‘werken en leren’ genoemd.

Dit houdt ook in dat de deelnemers een leer-arbeidsovereenkomst sluiten. Deze overeenkomst wordt gesloten met het Opleidingsbedrijf Installatiewerk. Deze instantie is hierdoor de werkgever voor de deelnemer en zorgt er voor dat de deelnemer wordt geplaatst bij een erkend leerbedrijf.  Het Opleidingsbedrijf Installatiewerk ondersteund daarna de deelnemer met de praktijkopdrachten, de beroepsopdrachten en de beroepspraktijkvorming. Het ROI betaald het salaris of de stagevergoeding aan de werknemer uit. Op dit opleidingsinstituut volgt de deelnemer ook het theoretische deel van de opleiding.

Wat is een VEV-opleiding of een VEV-erkend leerbedrijf?

De afkorting VEV staat voor Vereniging tot bevordering van Elektrotechnisch Vakonderwijs, het wordt ook wel kortweg vertaald met Vereniging Elektrotechnisch Vakonderwijs. Dit is een vereniging die al meer dan negentig jaar een belangrijke positie inneemt op het gebied van onderwijs in de elektrotechniek. De VEV richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van opleidingen in de elektrotechniek. De instantie ontwikkelt hiervoor vakopleidingen. Daarnaast ontwikkelt en verzorgt de VEV lesmaterialen, cursussen en examens.

VEV zorgt voor afstemming van belangen
De VEV wil dat opleidingen in de elektrotechniek goed aansluiten op de praktijk. Daarom werk de VEV veel samen met werkgeverorganisaties. Daarnaast werkt de vereniging ook samen met werknemersorganisaties en onderwijsinstellingen. Deze verschillende organisaties en belangengroepen bekijken de elektrotechniek van verschillende kanten. Werkgevers hebben belang bij goed personeel maar letten ook op de kosten. Personeel wil graag over voldoende kennis beschikken maar heeft wel de ruimte nodig van bedrijven om te leren en te werken.

Bedrijven zullen dus moeten investeren in personeel. Personeel zal zich moeten inzetten op het opleidingsinstituut en zal daarnaast ook effectief en professioneel moeten werken in het bedrijf. Opleidingsinstellingen willen professionele opleidingen aanbieden maar letten tegenwoordig ook veel op de kosten die verbonden zijn aan onderwijs. Ook moeten opleidingsinstellingen regelmatig hun opleidingsinhoud aanpassen op de nieuwe technieken en methodes die in de praktijk worden toegepast.

VEV-erkenning
Bedrijven die actief zijn in de elektrotechniek kunnen bij VEV een verzoek indienen om een erkend leerbedrijf te worden. VEV kan bedrijven als erkend leerbedrijf. Dit doet de vereniging op basis van de werkzaamheden die het bedrijf uitvoert en begeleiding die het bedrijf aan leerlingen kan bieden. Op basis hiervan stelt de VEV samen met het bedrijf een lijst op van opleidingen die bij het bedrijf gevolgd kunnen worden met VEV-erkenning. Voor onderstaande BBL en BOL opleidingen kan een bedrijf worden aangemerkt als ‘VEV-erkend Leerbedrijf’.

  • AMSI – Assistent Monteur Sterkstroom Installaties
  • MSI – Monteur Sterkstroom Installaties
  • Elektromonteur
  • MBI – Monteur elektrische Bedrijfs Installaties
  • EMSI – Eerste Monteur Sterkstroom Installaties
  • EMBI – Eerste Monteur elektrische Bedrijfs Installaties
  • TSI – Technicus Sterkstroom Installaties
  • MK-EIT – MiddenKaderfunct. Elektrotechn. Installatie Techniek
  • Elektromonteur differentiatie industriële installaties
  • Alg. vaardigheden Middenkaderfunc. Elektrotechniek
  • Installeren elektrotechnische installaties

Wanneer moet een uitzendbureau de inlenersbeloning toepassen?

De inlenersbeloning is een veelbesproken onderwerp bij uitzendbureaus. Tot januari hadden uitzendbureaus de mogelijkheid om uitzendkrachten de eerste 26 gewerkte weken conform de ABU-cao te belonen. Uitzendkrachten moesten na 26 werkweken bij dezelfde klant beloond worden conform de cao van de klant. Wanneer een uitzendkracht echter kan worden aangemerkt als vakkracht zal hij of zij vanaf zijn eerste werkdag conform de beloningsmethodiek van de inlener moeten worden beloond.

Vakkrachten en vakkrachtenregeling?
Een uitzendkracht kan als vakkracht worden aangemerkt wanneer hij of zij onder de vakkrachtenregeling valt. Deze regeling is opgenomen in artikel 20 van de CAO-ABU en artikel 37/ bijlage 10 van de NBBU cao. In dit artikel is omschreven aan welke voorwaarden een uitzendkracht moet voldoen als hij of zij als vakkracht moet worden aangemerkt. Daarbij is ook aangegeven wat dit betekent voor de beloning van de uitzendkracht.

Hieronder volgt een citaat van de: ‘cao voor uitzendkrachten 2012-2017, november 2012’.

Artikel 20 Vakkrachten

1. De CAO van de opdrachtgever kan specifieke bepalingen bevatten met betrekking tot de belo­ning van vakkrachten.

2. Partijen betrokken bij de CAO van de opdrachtgever kunnen aan de Beloningscommissie bij deze CAO verzoeken die bepalingen omtrent vakkrachten vanaf de aanvang van de verblijfsduur van de uitzendkracht bij de inlenende onderneming van toepassing te verklaren op uitzend­overeenkomsten. Deze bepalingen treden pas in werking na goedkeuring en publicatie door de Beloningscommissie.

3. De Beloningscommissie toetst of:

a. vakkrachten zijn gedefinieerd in termen van het behalen van een diploma en/of voor de functie relevante vakkennis en/of vakervaring in een sector;

b. de beloning voor vakkrachten is samengesteld uit niet meer dan de zes beloningselementen van de inlenersbeloning zoals bedoeld in artikel 19 lid 5 onder b. van de CAO;

c. de elementen van de aangemelde bepalingen omtrent vakkrachten tezamen dusdanig hoger in waarde zijn dan de elementen van de beloningsregeling van onderhavige CAO dat zij in redelijkheid moeten worden toegepast.

4. Indien de Beloningscommissie overweegt om de aangemelde bepalingen omtrent vakkrachten niet te accepteren zal zij in overleg treden met de partijen die de bepalingen hebben aangemeld.

5. De commissie neemt binnen zes weken een schriftelijk gemotiveerd besluit over het ingediende verzoek, behoudens de situatie zoals genoemd in lid 4. In dit artikel wordt onder schriftelijk verstaan: ‘per brief of per e-mail verzonden’.

6. Nadat de Beloningscommissie de vakkrachtenmelding heeft goedgekeurd, zal de vakkrachten­melding worden gepubliceerd op www.sncu.nl.

7. Na publicatie is de vakkrachtenmelding direct van toepassing op nieuwe en lopende terbeschik­kingstellingen. Het besluit van de Beloningscommissie heeft geen terugwerkende kracht.

8. De Beloningscommissie is paritair samengesteld en bestaat uit drie vertegenwoordigers van werknemerszijde en drie vertegenwoordigers van werkgeverszijde en stelt haar eigen reglement vast. De Beloningscommissie heeft als opdracht te oordelen over zaken aangaande de leden 1 en 2 van dit artikel.

Welke uitzendkrachten zijn vakkrachten?
Elk cao-partij kan in de praktijk een vakkrachtenmelding doen. Deze vakkrachtenmeldingen kunnen worden gedaan bij de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU). Deze stichting publiceert de vakkrachtenmelding op hun website zodat alle werkgevers de vakkrachtenmelding kunnen lezen. Bedrijven en uitzendbureaus doen er verstandig aan om regelmatig de website van de SNCU te bekijken of er nieuwe relevante vakkrachtenmeldingen zijn gedaan. In deze vakkrachtenmelding staat aan welke eisen de werknemer moet voldoen indien hij als vakkracht aangemerkt moet worden. Deze eisen zijn gericht op relevante werkervaring, opleidingsrichting en opleidingsniveau.

De vakkrachtenmelding is opgenomen in een cao. De cao’s zijn gekoppeld aan bedrijven of bedrijfstakken. De medewerkers die in de ene cao als vakkrachten worden aangemerkt kunnen mogelijk in een andere cao niet als vakkracht worden aangemerkt. Een vakkracht heeft namelijk relevante werkervaring en een relevante opleiding nodig die gericht is op het desbetreffende bedrijf of bedrijfstak.

Wat moet een uitzendbureau met de vakkrachtenmelding doen?
Uitzendbureaus moeten bij de inlener navragen onder welke cao het bedrijf valt. Vervolgens moet het uitzendbureau in de desbetreffende cao nagaan of er een vakkrachtenmelding is opgenomen. Dit kan ook worden bekeken op de website van de SNCU. Als een uitzendbureau uitzendkrachten bemiddelt bij een inlener die onder een cao valt met een vakkrachtenmelding, dient het uitzendbureau goed na te gaan of de uitzendkrachten die het uitzendbureau bemiddelt als vakkrachten kunnen worden aangemerkt. Als dat wel het geval is zullen de uitzendkrachten conform de beloningsmethodiek van de inlener beloond moeten worden. De inlenersbeloning dient te worden toegepast ten gunste van de uitzendkracht. Als de uitzendkracht bijvoorbeeld een contract voor bepaalde tijd heeft via het uitzendbureau kan hij of zij niet meer in salaris worden teruggezet.

Let op vanaf 1 januari 2015 moeten alle uitzendkrachten vanaf de eerste werkdag op basis van inlenersbeloning worden beloond.

Wat is een vakdiploma en wat kun je er mee?

Een vakdiploma heeft meerwaarde op de arbeidsmarkt. Doormiddel van een vakdiploma kan een werknemer of sollicitant aantonen dat hij of zij over een bepaald opleidingsniveau beschikt in een specifieke opleidingsrichting. Een vakdiploma is gekoppeld aan een bepaald beroep of beroepsgroep. Met een vakdiploma kan een werkzoekende of uitzendkracht aanspraak maken op een vakkrachtenregeling in een cao. Daarover hieronder meer.

Vakkrachtenregeling
De overheid van Nederland wil dat werknemers die hetzelfde werk doen ook hetzelfde worden beloond. De vakkrachtenregeling is een middel om deze gelijkheid te bewerkstelligen. In verschillende cao’s is een artikel opgenomen met betrekking tot vakkrachten. In de ABU-cao is dit bijvoorbeeld artikel 20. Ook in de NBBU cao artikel 37/ bijlage 10 is het onderwerp vakkrachten beschreven.

Verder is in sommige cao’s beschreven welke werknemers onder de vakkrachtenregeling vallen. De aanmerking van een bepaalde groep werknemers als vakkracht heeft gevolgen voor de bedrijven die de vakkrachten tewerk stellen. Daarnaast zullen ook uitzendbureaus zich moeten houden aan de richtlijnen met betrekking tot vakkrachten wanneer ze deze bij bedrijven voorstellen die in hun cao speciale richtlijnen omtrent deze groep arbeidskrachten hebben opgenomen. Uitzendbureaus dienen bijvoorbeeld uitzendkrachten die behoren tot de vakkrachten vanaf de eerste dag conform de inlenersbeloning te belonen. De vakkrachten krijgen daardoor dezelfde beloning als personeel dat rechtstreeks bij de organisatie werkzaam is.

De Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) ziet toe op het naleven van onder andere de vakkrachtenregeling. Daarnaast kunnen cao-partijen bij de SNCU een vakkrachtenmelding indienen. Dit is een schriftelijke omschrijving van wat een bepaalde beroepsgroep onder vakkrachten verstaat. Deze vakkrachtenmeldingen worden op de website van de SNCU gepubliceerd. Het is verstandig dat uitzendbureaus regelmatig de website van de SNCU bekijken zodat ze weten welke werknemers onder vakkrachten vallen en welke werknemers de eerste 26 weken conform de ABU-cao kunnen worden beloond. Na 1 januari 2015 dient elke uitzendkracht op de eerste werkdag en daarna conform de inlenersbeloning te worden beloond.

Vakdiploma en vakkrachtenregeling
De vakkrachtenregeling is een regeling ten gunste van de arbeidskracht die als vakkracht kan worden aangemerkt. Hij of zij kan door de vakkrachtenregeling een gelijkwaardige beloning krijgen als andere werknemers die conform de cao van de inlener worden beloond. Bij een nadere bestudering van de vakkrachtenmeldingen blijkt in veel gevallen een bepaald diploma vereist te zijn. Dit is meestal een diploma in een specifieke beroepsrichting zoals: schilderen, timmeren en installatietechniek.

Beoordeling vakkracht
Het behalen van een vakdiploma is daarom van groot belang voor de ‘waarde’ van een arbeidskracht op de arbeidsmarkt. Een vakdiploma is echter niet het enige aspect waarop wordt beoordeeld of een arbeidskracht een vakkracht is of niet. In sommige cao’s zoals de cao voor Bouwnijverheid wordt een arbeidskracht ook beoordeeld op relevante werkervaring in een bepaalde sector in dit geval de bouw. Ook het volgen van een vakopleiding kan in sommige gevallen al voldoende zijn om iemand aan te merken als vakkracht.

Wat zijn vakkrachten en wat is de vakkrachtenregeling?

Voor het vaststellen van de beloning van werknemers is het onder andere van belang om te weten of de desbetreffende werknemer een vakkracht is of niet. Dit is onder andere van belang voor uitzendbureaus die werknemers conform de inlenersbeloning moeten inschalen. Uitzendbureaus dienen vanaf de eerste werkdag uitzendkrachten die onder de categorie vakkrachten vallen te belonen conform de cao van het bedrijf waar de uitzendkracht tewerk wordt gesteld. Uitzendbureaus dienen na 1 januari 2015 alle uitzendkrachten op de eerste werkdag en daarna conform de beloningsmethodieken  van de inlener te belonen. Voor vakkrachten is dient dit dus al te gebeuren voor 1 januari 2015.

Doel vakkrachtenregeling
De doelstelling van deze vakkrachtenregeling is dat uitzendkrachten die onder de categorie vakkrachten vallen op dezelfde wijze worden beloond als de werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de inlener. Over deze vakkrachtenregeling is een artikel opgenomen in de ABU-cao dit is artikel 20. Ook in  artikel 37/ bijlage 10 NBBU cao wordt naar de vakkrachtenregel gerefereerd.

Vakkrachtenregeling voor verschillende sectoren
In de vakkrachtenregeling zijn duidelijke voorwaarden beschreven waaraan een uitzendkracht moet voldoen om als een vakkracht te kunnen worden aangemerkt. Daarnaast is ook aangegeven wat de aanmerking vakkracht betekend voor de beloning van de uitzendkracht. De aanmerking vakkracht is niet alleen van toepassing in de bouw. Ook in andere sectoren wordt de aanduiding vakkracht gebruikt voor personeel. Het is voor een cao-partij mogelijk om een vakkrachtenmelding te doen. Deze melding wordt gedaan bij SNCU.

SNCU
De SNCU is een afkorting die voluit als volgt wordt geschreven: Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten. Deze stichting is gericht op het geven van voorlichting over de inhoud van collectieve arbeidsovereenkomsten. Daarnaast bevordert de SNCU het naleven van de arbeidsovereenkomsten. Hierbij is de SNCU met name gericht op de uitzendbranche. De SNCU is een stichting waar ook duidelijk informatie kan worden ingewonnen over vakkrachtenmeldingen.

Vakkrachtenmelding
De SNCU meld op haar website in welke cao’s vakkrachtenmeldingen zijn opgenomen. Deze meldingen geven duidelijk aan wanneer een uitzendkracht onder een vakkracht kan worden aangemerkt en aan welke voorwaarden de uitzendkracht dan moet voldoen. Deze voorwaarden houden over het algemeen verband met het opleidingsniveau en de opleidingsrichting. Op de website staan verschillende vakkrachtenmeldingen die van toepassing zijn op verschillende sectoren. Het uitzendbureau waarvoor de vakkracht als uitzendkracht aan het werk is dient de beloningsmethodiek van de opdrachtgever/inlener  toe te passen.