Wat is faillissement?

Faillissement is een situatie waarin beslag wordt gelegd op het totale vermogen van de failliet verklaarde schuldenaar (rechtspersoon of natuurlijk persoon) door de gezamenlijke schuldeisers wanneer de schuldenaar niet in staat is om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Ook wanneer een schuldenaar wel in staat is om zijn of haar schulden af te lossen maar dit bewust niet doet kan een faillissement worden aangevraagd. Dat betekend dat een faillissementsprocedure kan worden ingezet voor een rechtspersoon of natuurlijk persoon die zijn of haar schulden niet kán betalen of niet wíl betalen.

Faillissement uitspreken
Een faillissement wordt door een rechtbank uitgesproken. Zo als in de eerste alinea is aangegeven kunnen zowel natuurlijke personen als rechtspersonen failliet worden verklaard door een rechtbank. Een rechtbank zal tijdens de faillissementsprocedure een curator aanstellen. De curator zal er voor moeten zorgen dat het bezit van de schuldenaar wordt verkocht zodat de gezamenlijke schuldeisers (een deel) van hun geld terug kunnen krijgen. Door een faillissement wordt in feite beslag gelegd op het gehele vermogen van de schuldenaar ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers.

Rechtspersoon of natuurlijk persoon
Bij het uitspreken van een faillissement maakt het uit of het om een rechtspersoon gaat of een natuurlijk persoon. Een natuurlijk persoon is bijvoorbeeld de eigenaar van een eenmanszaak. Denk hierbij aan een zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Een Vennootschap onder Firma of een maatschap vallen echter ook onder organisaties waarbij de natuurlijke personen in het faillissement mede aansprakelijk worden gesteld voor de schulden. Als bijvoorbeeld een eenmanszaak failliet wordt verklaard zal de eigenaar dus failliet worden verklaard. Bij een VOF worden de vennoten failliet verklaard en bij een maatschap de maten. Dat betekend dat ook het privévermogen van de natuurlijke personen kan worden aangesproken bij een faillissement.

Het is ook mogelijk dat een onderneming in de vorm van een rechtspersoon failliet wordt verklaard. Een rechtspersoon is een juridische constructie waardoor organisatie beschouwd wordt als een volwaardig en handelingsbekwaam persoon. Hierbij kun je denken aan een besloten vennootschap (BV) of een naamloos vennootschap (NV). Als een rechtspersoon failliet wordt verklaard zal het privévermogen van de eigenaren van het bedrijf (meestal) niet worden aangesproken. Alleen wanneer er sprake is van aantoonbaar wanbeleid zal ook het privévermogen van de bestuurder kunnen worden aangesproken voor het betalen van de schulden van de BV.

Faillissement of bankroet
Het woord faillissement is afkomstig van het Franse woord ‘faillir’, dat ‘mislukken’ of ‘falen’ betekent. In feite faalt de eigenaar van het bedrijf omdat hij of zij niet in staat is om aan de financiële verplichtingen van de schuldeisers te voldoen.

Een faillissement wordt ook wel een bankroet genoemd. Het woord bankroet is afkomstig van het Italiaanse ‘banca rotta’ dat betekend ‘de bank is gebroken’. Dat stamt nog uit de tijd dat handelaren nog vanaf een tafel of toonbank hun handel bedreven. Deze bank werd stukgeslagen wanneer de handelaar niet in staat was om zijn schulden te betalen. Handelaren deden zaken aan een soort tafel of toonbank (van waaruit via metonymie de benaming “bank” voor een financiële instelling is ontstaan), die stukgeslagen werd wanneer de handelaar zijn schulden niet meer kon betalen.

Wie kan een faillissement aanvragen?
Het aanvragen van een faillissement kan door verschillende partijen worden gedaan. In totaal zijn er vier partijen die een faillissement kunnen aanvragen wanneer
Er zijn vier partijen die een faillissement kunnen aanvragen.

  • De schuldenaar kan zelf faillissement aanvragen
  • De schuldeiser(s) kunnen faillissement aanvragen wanneer er sprake is van minimaal twee opeisbare vorderingen.
  • Het Openbaar Ministerie kan faillissement aanvragen om redenen van openbaar belang
  • De rechtbank kan faillissement aanvragen op basis van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Wat is transitievergoeding en wanneer kom je daarvoor in aanmerking?

De arbeidsmarkt verandert voortdurend. Daardoor verandert de wet en regelgeving over de arbeidsmarkt ook regelmatig. Aan het overleg over de veranderingen op de arbeidsmarkt nemen verschillende partijen deel. Dit zijn de werkgeversverenigingen en de vakbonden. Uiteraard is de overheid ook betrokken omdat deze er voor zorgt dat er nieuwe wet en regelgeving wordt opgesteld en geïmplementeerd. Als de partijen tot overeenstemming met elkaar komen over de wijzigingen ontstaat er een zogenoemd ‘sociaal akkoord’.

In dit sociaal akkoord staande afspraken waaraan de werkgevers en de werknemers zich in de toekomst op de arbeidsmarkt moeten houden. Het kabinet ze de afspraken om in de wetgeving. Hierdoor is wettelijk vastgelegd waaraan de deelnemers op de arbeidsmarkt moeten voldoen. De wet bepaald wat wel of niet geoorloofd is in arbeidsgeschillen.

Kantonrechtersformule als ontslagvergoeding
Er kan veel door een sociaal akkoord veranderen. De ontslagvergoeding van werknemers die door een bedrijf ontslagen worden is veranderd. In het verleden kreeg men een ontslagvergoeding op basis van de kantonrechtersformule. Hierin was vastgelegd dat de medewerkers bij een, niet aan de medewerker verwijtbaar, ontslag van een bedrijf een bepaalde vergoeding meekregen op basis van het aantal dienstjaren dat ze bij het bedrijf hadden gewerkt. In de regel kreeg een medewerker bij zijn of haar ontslag een maandsalaris per gewerkt jaar als vergoeding mee van de werkgever die de ontslagprocedure in werking zette. Deze regeling is echter door het sociaal akkoord geschrapt. In plaats daarvan wordt in de toekomst de transitievergoeding gebruikt.

Transitievergoeding als ontslagvergoeding
De transitievergoeding is over het algemeen beduidend lager dan de kantonrechtersformule. Het bedrag dat de ontslagen werknemer meekrijgt bestaat uit een derde van een maandsalaris per gewerkt jaar als de werknemer een dienstverband heeft tot tien jaar bij dezelfde werkgever. Als een werknemer langer dan tien jaar bij een bedrijf heeft gewerkt zal hij of zij over de overige jaren een half maandsalaris per gewerkt jaar ontvangen. Aan de transitievergoeding is ook een maximum verbonden. Dit maximum is vastgesteld op € 75.000. Een werknemer met een inkomen boven de € 75.000 kan maximaal een jaarsalaris meekrijgen bij zijn of haar ontslag. Afwijken van deze regels mag alleen als de werkgever of de werknemer zeer verwijtbaar zijn met betrekking tot het ontslag.

Transitievergoeding na 2 jaar dienstverband
De transitievergoeding zal volgens het sociaal akkoord ook aan werknemers moeten worden toegekend die twee jaar in dienst zijn bij een bedrijf. Het maakt daarbij niet uit of de werknemer een vast contract had of niet. Ook bij tijdelijke contracten zal de werknemer een transitievergoeding krijgen wanneer zijn of haar dienstverband niet wordt verlengd door de huidige werkgever. Deze vergoeding is uitsluitend bedoelt voor het zo spoedig mogelijk vinden van een passende baan. De vergoeding moet alleen worden besteed aan opleidingen, omscholing, bijscholing, trainingen en andere middelen die de kans op werk vergroten.

Geen transitievergoeding
Er zijn ook gevallen waarin een werkgever niet verplicht is om een transitievergoeding te betalen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan werknemers die door ernstig verwijtbaar  of nalatig handelen worden ontslagen. Dit dient echter wel aangetoond te worden. Verder is een bedrijf niet verplicht om een transitievergoeding te betalen als de medewerker jonger is dan achttien jaar en niet meer dan twaalf uur per dag heeft gewerkt. Werknemers die op de pensioengerechtigde leeftijd zijn tijdens hun ontslag hoeven ook geen transitievergoeding van het bedrijf te ontvangen. Ook bij een faillissement van het bedrijf, of surseance van betaling zal in veel gevallen het bedrijf niet verplicht worden om de transitievergoeding te betalen. Dit geld ook voor bedrijven die in de schuldsanering zitten.

Faillissementen nemen toe

De laatste maanden wordt er in het nieuws volop gesproken over een opleving van de economie. Bedrijven doen het weer wat beter en het aantal mensen dat uit een WW-positie werk vindt neemt toe. Ook banken zoals de ABN Amro verwachten dat het komende jaar een gunstig jaar zal worden voor Nederland. Er zou in tegenstelling tot 2013 weer een kleine economische groei zichtbaar worden. Daarom zouden banken de voorwaarden om kredieten te verstrekken aan bedrijven en particulieren versoepelen.

Het Centaal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte maandag 11 november 2013 bekend dat het positieve nieuws over de economie voor een aantal bedrijven te laat is gekomen. In de maand oktober van 2013 is het aantal faillissementen bij bedrijven weer toegenomen. Ten opzichte van de maand september nam het aantal faillissementen met 147 toe. Het totaal aantal aan faillissementen in oktober was 743. In dit aantal heeft het CBS het aantal faillissementen van eenmansbedrijven niet meegerekend.

Het aantal faillissementen was in september 2013 op het laagste niveau van het hele jaar. Het totaal aantal faillissementen stond toen op 595 bedrijven en instellingen. Volgens het CBS is de opmerkelijke stijging van het aantal faillissementen in oktober voor een deel te wijten aan een extra zittingsdag waardoor meer faillissementen konden worden uitgesproken.

Het aantal bedrijven dat in 2013 het faillissement moest aanvragen ligt hoger dan in 2012. In de eerste tien maanden van 2013 werden nog 7097 faillissementen uitgesproken over instellingen en bedrijven. Wanneer dit wordt vergeleken met dezelfde periode in 2012 dan komt daar een stijgingspercentage uit voort van 14 procent. Veel bedrijven die onder de faillissementen vallen waren actief in de bouwsector, de handel en de overige zakelijke dienstverlening.

Reactie Technisch Werken
Het is altijd jammer om tussen de positieve berichten over de economie  te worden geconfronteerd met de feiten van een onderzoeksbureau die een andere tendens laten zien. De bouw is een sector die moeite heeft om uit het economische dal te klimmen waar veel bedrijven in zijn geraakt sinds de economische crisis. De bouw is sterk afhankelijk van de koopkracht van consumenten op het gebied van grote uitgaven. De aanschaf van woningen en bedrijfspanden zijn hoge investeringen voor zowel particulieren als bedrijven. Deze investeringen worden vaak uitgesteld wanneer de economie nog niet voldoende aantrekt. De onzekerheid over de eigen financiële positie speelt hierbij een grote rol. Om echt een goed draaiende economie te krijgen is vertrouwen nodig van de burger. Dit vertrouwen moet niet alleen gericht zijn op de eigen inkomsten maar ook op de bankensector en de overheid. Wanneer de overheid en de banksector laten blijken dat ze dit vertrouwen waard zijn zal de economie weer een steuntje in de rug krijgen.