Wie is aansprakelijk bij schade of een ongeval van een uitzendkracht bij opdrachtgever?

Aansprakelijkheid is een belangrijk onderwerp als er een incident plaatsvind op de werkvloer. Men stelt zich dan de vraag of de werkgever of werknemer aansprakelijk gesteld kan worden voor de schade of inkomstenderving. Als de werknemer een flexkracht betreft in de vorm van een uitzendkracht of gedetacheerde kan deze vraag wellicht complexer lijken. Er is dan immers nog een andere partij bij betrokken namelijk het uitzendbureau of detacheringsbureau. Gelukkig is ook op dit gebied veel vastgelegd en te vinden op internet en in overeenkomsten tussen uitzendorganisaties en bedrijven. Ook hieronder is een korte tekst weergegeven waarin het antwoord op de vraag duidelijk of duidelijker wordt.

Ter beschikking stellen van uitzendkrachten

Het ter beschikkingstellen van personeel verschilt wezenlijk met het aannemen van werk of het leveren van goederen. De uitzendovereenkomst tussen de uitzendkracht en de uitzendonderneming is gedefinieerd in artikel 7:690 van het Burgerlijk Wetboek. Deze definitie komt erop neer dat de uitzendovereenkomst een bijzondere arbeidsovereenkomst is tussen de uitzendonderneming en de uitzendkracht, waarbij de uitzendkracht door de uitzendonderneming ter beschikking wordt gesteld van een opdrachtgever om onder leiding en toezicht van die opdrachtgever werkzaamheden te verrichten.

Wie is formeel werkgever?

De uitzendkracht is formeel in dienst van de uitzendonderneming. Hij is echter feitelijk werkzaam bij de opdrachtgever maar er bestaat tussen hen geen (arbeids)overeenkomst. Leiding en het toezicht over het werk van de uitzendkracht liggen in de praktijk bij de opdrachtgever. De uitzendonderneming heeft hier geen invloed op. Dit brengt met zich mee dat de opdrachtgever ook verantwoordelijk is voor het werk en de veiligheid van de uitzendkracht.

Verzekering

In de Arbowet wordt dan ook gesteld dat de opdrachtgever is aan te merken als ‘werkgever’ in de zin van die wet. In het verlengde hiervan is de opdrachtgever aansprakelijk als zich schade of letsel voordoet. Uitzendorganisaties adviseren opdrachtgevers dan ook om hun eigen verzekeringspolis hierop na te zien. Dit is vastgelegd in de meeste Algemene Leveringsvoorwaarden van uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Uitzendkrachten lopen meer risico op bedrijfsongevallen in 2017?

Dinsdag 16 mei 2017 maakte inspecteur-generaal Marc Kuipers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een jaarverslag van de inspectie SZW verontrustende cijfers bekend over het aantal arbeidsongevallen dat plaats heeft gevonden bij Nederlandse bedrijven. In 2016 zijn daarbij in totaal zeventig mensen gestorven. Dit zijn negentien slachtoffers meer dan het aantal dodelijke arbeidsongevallen die werden betreurd in 2015. In totaal kwam het aantal arbeidsongevallen in 2016 op op 2.500. Dit aantal is 14 procent hoger dan in 2015.

Volgends de heer Kuipers zijn de cijfers ‘zorgelijk”. Er is duidelijk een toename te zien en daarnaast laten de cijfers slechts een deel van de daadwerkelijke misstanden zien op de werkvloer. Ongeveer de helft van de arbeidsongevallen die meldingssplichtig zijn bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid werden niet gemeld. Daardoor heeft de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid slechts zicht op een deel van de ongevallen die heeft plaatsgevonden. De inspecteur-generaal sprak van “een schandalig aantal” arbeidsongevallen dat niet gemeld werd bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid.

Oorzaken van het hoge aantal ongevallen
De bedrijven in Nederland zijn volgens de Arbowet verplicht om alles te doen om de werkplek voor hun werknemers zo veilig mogelijk te maken. Doormiddel van een arbobeleid met daarin een Risico Inventarisatie en Evaluatie moeten bedrijven de risico’s op de werkplek inventariseren en doormiddel van een plan van aanpak moeten ze deze risico’s effectief gaan bestrijden. In de praktijk blijkt winst echter boven veiligheid te gaan. Daarnaast krijgen tijdelijke krachten onvoldoende instructies met betrekking tot veiligheid. Ook komt het voor dat er arbeidskrachten worden ingezet die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen waardoor er communicatieproblemen ontstaan op de werkvloer en de veiligheid verder in het geding komt. Volgens Kuipers hebben zowel de overheid als de bedrijven de morele plicht om lering te trekken uit de dodelijke ongevallen die hebben plaatsgevonden.

Uitzendkrachten en ongevallen
In het jaarverslag wordt ook expliciet genoemd dat uitzendkrachten meer risico lopen op ongevallen dan vaste krachten. Bij flexibele krachten zoals uitzendkrachten is de kans op eden ongeval ongeveer twee keer zo hoog als de kans op een ongeval bij vaste krachten. De inspectie gaf aan dat dit ook uit een eerder onderzoek naar voren is gekomen. De inlenende bedrijven zijn officieel verantwoordelijk voor het duidelijk instrueren van uitzendkrachten. Daarbij kunnen ze de hulp van uitzendbureaus inschakelen door aan uitzendbureaus gegevens te verstrekken omtrent de veiligheid en de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen.

Omdat uitzendbureaus niet feitelijk belast zijn met het dagelijkse toezicht op de uitzendkrachten ligt hier een belangrijke verantwoordelijkheid voor inlenende bedrijven. Die dienen er voor te zorgen dat uitzendkrachten de veiligheidsregels naleven. Tijdens OOG rondes (Observatie Onbewust Gedrag / Observatie Onveilig /gedrag) kunnen leidinggevenden zowel het vaste personeel als het inleenpersoneel zoals uitzendkrachten aanpreken op onveilige handelingen. OOG rondes en toolboxmeetings kunnen de veiligheid bevorderen door mensen bewust te maken van de gevolgen van onveilige situaties en onveilige handelingen. Uitzendbureaus dienen ook hun verantwoordelijkheid te nemen door werkplekinspecties te houden en van te voren met hun opdrachtgevers goed de specifieke veiligheidsaspecten te bespreken. Deze informatie dient ook aan de uitzendkracht te worden verstrekt. Dit kan het beste schriftelijk gebeuren door een personeelsinstructieformulier met daarop veiligheidsaspecten, risico’s, verwachte risico’s en de verplichte beheersmaatregelen zoals het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s). Er dient bovendien met de opdrachtgever duidelijk te worden besproken wie de persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekt. In de praktijk is de opdrachtgever daarvoor verantwoordelijk maar vaak komt het voor dat die hier geen rekening mee houdt. Dit kan voor veiligheidsrisico’s zorgen en dient daarom te worden ondervangen door duidelijke afspraken tussen uitzendbureau en opdrachtgever.

De bouwsector
Naast de constatering over het hoge aantal slachtoffers onder uitzendkrachten werd ook opgemerkt dat de bouw een sector is met een verhoogd risico op arbeidsongevallen. Als jaren worden volgens de inspectie SZW op de bouw de meeste dodelijke slachtoffers geregistreerd. In 2016 overleden zestien slachtoffers en in 2015 waren er negen dodelijke slachtoffers op de bouw gevallen. In 2014 waren dat er twintig en in 2013 waren dat er zelfs 25. Dit zijn cijfers die zo snel mogelijk naar beneden moeten anders zal 2017 ook een jaar worden met veel dodelijke slachtoffers. Zowel bedrijven, uitzendbureaus en overheden dienen er op toe te zien dat het aantal onveilige situaties en het aantal onveilige handelingen op de bouw afneemt. Bewustwording is de eerste stap maar nu moet men tot actie overgaan.

Wat is een ongevallenonderzoek?

Werkgevers dienen er alles aan te doen om de werkplek zo veilig en gezond mogelijk te maken voor werknemers, bezoekers en het milieu. Dit zijn werkgevers vanuit de Arbowet verplicht. Ondanks deze duidelijke richtlijn kunnen niet alle risico’s worden weggenomen omdat bij sommige bedrijven het dan niet meer mogelijk is om hun bedrijfsvoering te ontplooien. Bedrijven dienen daarom doormiddel van een Risico Inventarisatie & Evaluatie hun risico’s in kaart te brengen en doormiddel van een plan van aanpak aan te geven hoe ze de geconstateerde risico’s gaan aanpakken. Daarbij dienen zowel leidinggevenden als uitvoerende personeelsleden betrokken te worden. Vooral onveilige situaties kunnen in de praktijk dikwijls effectief worden aangepakt. Desondanks is het mogelijk dat er een ongeval plaatsvind. Als er sprake is van een ernstig ongeval dan dient een bedrijf dit te melden bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid. Deze overheidsinspectiedienst kan dan besluiten om een ongevallenonderzoek uit e laten voeren.

Wanneer een ongevallenonderzoek?
Ongevallen dienen in ieder geval bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid  wanneer:

  • De betrokkene wordt opgenomen in het ziekenhuis
  • Wanneer iemand is overleden bij het ongeval
  • Wanneer er blijvend letsel wordt opgelopen ten gevolge van het ongeval

In sommige gevallen zal een ongeval ook gemeld moeten worden bij de politie. Bij ernstige ongevallen bijvoorbeeld ongevallen met dodelijke afloop mag de werkplek niet worden gewijzigd of opgeruimd zodat de onderzoekers precies kunnen nagaan wat er heeft plaatsgevonden en wat de mogelijke oorzaken daarvan zijn geweest.

Waarom een ongevallenonderzoek?
De overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid kan een ongevallenonderzoek doen om de oorzaak van het ongeval te achterhalen. Daarbij kan worden verduidelijkt wat de toedracht is geweest van het ongeval en wie daarvoor verantwoordelijk is of verantwoordelijk zijn. Het belangrijkste aspect waarom een ongevallenonderzoek wordt gedaan is het voorkomen dat een dergelijk ongeval weer plaats gaat vinden. Door de oorzaken van het ongeval te achterhalen kan men ook nagaan welke aspecten men moet aanpakken om een herhaling in de toekomst te voorkomen.

Waaruit bestaat een ongevallenonderzoek?
Een ongevallenonderzoek bevat een aantal delen of elementen, dit zijn de volgende:

  • Onderzoek op plaats van het ongeval. Er wordt onderzoek gedaan op de plek waar het ongeval plaats heeft gevonden. Daarbij wordt gekeken naar de materialen, machines, producten en andere objecten die op de plaats van het ongeval aanwezig zijn. Daarom is het belangrijk dat men deze na het ongeval niet gaat veranderen. Een ongevallenonderzoek dient zo snel mogelijk na het ongeval plaats te vinden zodat de plaats van het ongeval niet verandert is. De onderzoekers kunnen gebruik maken van foto’s en schetsen om duidelijk te maken hoe de situatie er uit ziet. Ook kan de onderzoeker bekijken of de benodigde waarschuwingssignalen aanwezig zijn op de werkplek.
  • Interview. Onderzoekers leggen vast wie er wordt geïnterviewd naar aanleiding van het ongeval. De slachtoffers en de getuigen zullen indien mogelijk worden betrokken bij het onderzoek. De personeelsleden en omstanders die het ongeval hebben gezien zullen aan het onderzoek mee moeten werken als dat aan hen wordt gevraagd. Meestal gebeurd dat in een interview waarbij vragen aan de getuige worden gesteld om de oorzaken van het ongeval te achterhalen. Als iemand gevraagd wordt om te getuigen in een onderzoek dan is hij of zij verplicht om daaraan mee te werken. De onderzoeker kan vragen of de werknemers op de hoogte zijn van de risico’s op de werkplek. Ook kan de onderzoeker navragen of de persoon die het ongeval veroorzaakte onveilig heeft gehandeld en de voorschriften naast zich neerlegde of niet. De getuigenverklaringen worden vastgelegd en teruggekoppeld naar de getuigen.
  • Analyse. De onderzoeksresultaten worden geanalyseerd en er wordt gekeken naar verbanden tussen de informatie die uit de vorige stappen naar voren is gekomen. Daarbij kijkt men ook naar de manier waarop leidinggevenden en personeelsleden hebben gehandeld vlak voor het ongeval. Ook kijkt men of de gereedschappen en machines wel veilig genoeg waren of onjuist gebruikt werden (onveilig handelen). De onderzoekers analyseren de getuigenverklaringen. Ook wordt er verband gelegd tussen de directe en indirecte oorzaken van het ongeval.
  • Eindrapport. Tot slot wordt er een eindrapport opgesteld over het ongeval en de oorzaken daarvan. Ook worden aanbevelingen gedaan waarmee dergelijke ongevallen in de toekomst voorkomen zouden moeten worden.

IJsbergtheorie en ongevallendriehoek in ongevallenbestrijding

Er zijn verschillende ijsbergtheorieën ontwikkeld waarmee men tracht situaties, eigenschappen en andere aspecten inzichtelijk te maken. Ook in het bestrijden van ongevallen kan men gebruik maken van een zogenaamde ijsbergtheorie. Men gebruikt hierbij een ijsberg als metafoor, men zou echter beter het woord piramide of driehoek kunnen gebruiken omdat een ijsberg in de meest letterlijke vorm er niet driehoekig uit ziet maar verschillende vormen heeft. De IJsbergtheorie wordt gebruikt om een verband te illustreren tussen het aantal (ernstige) ongevallen, het aantal bijna ongevallen en het aantal onveilige situaties op de werkvloer. Daar valt ook het aantal geregistreerde meldingen onder dat werknemers onveilig werken. Hieronder is meer informatie weergegeven over de IJsbergtheorie.

Benaming IJsbergtheorie
Als men een ijsberg in de zee aantreft dan zal slechts een klein deel boven het water zichtbaar zijn het overige deel bevind zich onder het wateroppervlak. Deze situatie koppelt men in de ijsbergtheorie aan ongevallen en onveilige situaties op de werkvloer. Vaak zijn alleen de (ernstige) ongevallen zichtbaar maar vinden daarnaast ook een groter aantal bijna ongevallen en onveilige handelingen plaats. In de Verenigde Staten heeft men onderzoek gedaan naar het verband tussen de ernstige ongevallen, minder ernstige ongevallen, bijna ongevallen en het aantal onveilige handelingen (onveilig werken) op de werkvloer. Daarbij zijn in totaal ongeveer twee miljoen ongevallen onderzocht. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat er een verband bestaat tussen het aantal bijna ongevallen op de werkvloer en het aantal daadwerkelijke ongevallen dat plaats vond. De onderzoeken hebben er voor gezorgd dat de IJsbergtheorie tot stand kwam.

Verband tussen ongevallen volgens IJsbergtheorie
In de IJsbergtheorie gaat men uit van een verband tussen bijna ongevallen en het aantal ongevallen dat daadwerkelijk plaatsvind. Als we de gegevens volgend deze theorie in kaar brengen dan kan men de ijsberg opbouwen in verschillende lagen. In de top is het aantal dodelijke ongevallen weergegeven. Vanaf die top worden verschillende lagen naar beneden gebouwd waarbij de ernst en gevolgen van de situatie steeds geringer worden en de ijsberg steeds breder wordt. Zo ontstaat een driehoek of piramide.

Zoals eerder genoemd wordt het aantal dodelijke ongevallen in de top neergezet. Dit zijn de ernstigste ongevallen die plaats kunnen vinden binnen bedrijven. In de praktijk vinden er (gelukkig) bij de meeste bedrijven nauwelijks dodelijke ongevallen plaats. Als men voor de verduidelijking het aantal dodelijke ongevallen op 1 zou neerzetten dan is die top heel duidelijk zichtbaar voor het bedrijf. Echter zouden er 30.000 risico’s plaatsvinden op de werkvloer ten gevolge van onveilig werken of onveilige situaties op de werkvloer. Dit verband legt men in de IJsbergtheorie. Daarnaast zouden er ongeveer 3000 bijna ongevallen voorkomen waarbij men hooguit gering letsel oploopt waarbij men nauwelijks of geen verzuim heeft. In deze verhouding zouden er 300 ongevallen plaatsvinden waarbij wel sprake is van werkverzuim. Bij 30 gevallen zou er sprake zijn van ernstig letsel met (langdurig) verzuim of arbeidsongeschiktheid tot gevolg.

Ongevallendriehoek
Bovenstaande cijfers kan men visualiseren in een piramide. Dit resulteert in een piramide die opgebouwd is uit de volgende lagen:

  • 1 dodelijk ongeval
  • 30 ongevallen met ernstig letsel en langdurig verzuim
  • 300 ongevallen met letsel waarbij verzuim noodzakelijk is voor het herstel
  • 3000 ongevallen of bijna ongevallen waarbij er sprake is van gering letsel
  • 30.000 onveilig situaties of onveilige handelingen van werknemers op de werkvloer

De bovengenoemde cijfers en lagen zorgen voor een piramidevorm. Deze noemt men ook wel ongevallendriehoek omdat hiermee het verband tussen ongevallen en onveilige situaties wordt geïllustreerd. De ongevallendriehoek maakt bedrijven bewust van het verband tussen de soorten ongevallen en de onveiligheid op de werkvloer. Niet elk bedrijf heeft (gelukkig) te maken met dodelijke incidenten. Daarom is de piek niet bij elk bedrijf van toepassing. Wel zijn de andere lagen bij veel bedrijven in bijvoorbeeld de bouw of techniek van toepassing. De ongevallendriehoek kan daarom een belangrijke illustratie of visualisatie vormen in het kader van de bewustwording en bestrijding van ongevallen en onveiligheid op de werkvloer.

Wat kun je met de ongevallendriehoek of IJsbergtheorie?
In de praktijk kunnen veiligheidsmedewerkers de ongevallendriehoek of IJsbergtheorie gebruiken om de veiligheid en bewustwording op dit gebied te bevorderen binnen het bedrijf. De basisredenering is dat men het aantal ernstige incidenten op de werkplek kan verminderen door het aantal minder ernstige incidenten te reduceren. Kortom door werknemers veiliger te laten werken vinden er minder onveilige situaties plaats. Daardoor vinden er ook minder bijna ongevallen plaats en uiteindelijk ook minder ernstige ongevallen. Op die manier kunnen de ongevallendriehoek en de IJsbergtheorie worden ingezet om een veiligheidsbeleid of een Risico Inventarisatie & Evaluatie te ondersteunen. Deze theorie is echter alleen ter ondersteuning van de Risico Inventarisatie & Evaluatie men kan de cijfers niet als exacte waarheden beschouwen. In de volgende alinea kan men de kanttekening lezen die hoort bij de ongevallendriehoek en IJsbergtheorie.

Kanttekening bij ongevallendriehoek en IJsbergtheorie
Net zoals alle theorieën is ook de IJsbergtheorie iets waarmee men een bepaalde mate van waarschijnlijkheid wil illustreren of aanduiden. In dit geval gaat het om het waarschijnlijke verband tussen ernstige ongevallen, minder ernstige ongevallen en onveilig werken op de werkvloer. Men kan de ongevallendriehoek echter niet overal in exacte cijfers hanteren. Als men kijkt naar bedrijven in de offshore dan is daar vaak een hoger risico op dodelijke ongevallen (op bijvoorbeeld een boorplatvorm) dan wanneer men bedrijven in de financiële dienstverlening beoordeeld op het gebied van veiligheid. Ook zal het aantal onveilige handelingen in de offshore dikwijls grotere gevolgen hebben en een grotere kans op ernstig letsel hebben dan wanneer men werkzaamheden doet binnen de muren van een kantoor. Dit zorgt er voor dat een kanttekening zeker op zijn plaats is als men de ongevallendriehoek of de IJsbergtheorie wil hanteren in een Risico Inventarisatie & Evaluatie of een veiligheidsbeleid van een organisatie.

Begrippen ongeval en bijna-ongeval op de werkplek

Als men het heeft over de veiligheid op de werkplek dan kan men kijken naar het aantal ongevallen dat op de werkplek hebben plaatsgevonden in een bepaalde periode. Als men het heeft over ongevallen dan beoordeelt men de waarschijnlijkheid dat een ongeval zal plaats kunnen vinden op de werkplek. Ook beoordeeld men schadelijke effecten van het ongeval. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie omschrijft een werkgever of laat een werkgever omschrijven welke risico’s op de werkplek aanwezig zijn en hoe deze risico’s kunnen worden weggenomen of hoe de ongewenste effecten daarvan kunnen worden beperkt. Men heeft het over risicobestrijding en ongevallenbeheersing. Omdat bij deze planmatige aanpak de begrippen ongeval en bijna-ongeval een belangrijke rol spelen zijn deze begrippen hieronder nader omschreven.

Wat is een ongeval?
Een ongeval is een ongewenst schadelijk (materiële of immateriële schade/ letselschade) gevolg van een gebeurtenis die bewust of onbewust is veroorzaakt. Ongevallen zijn niet altijd het gevolg van onveilig handelen op de werkvloer. Er kan namelijk ook sprake zijn van materialen en machines die wel correct worden gebruikt door werknemers maar op basis van elektrotechnisch of mechanisch defect toch voor een ongeval zorgen. De kans op een ongeval kan wel worden verkleind door de veiligheidsregels in acht te nemen en de persoonlijke beschermingsmiddelen die vereist zijn goed te gebruiken. Ongevallen worden door verschillende factoren veroorzaakt:

  • Menselijke fouten, dit omvat ook het niet naleven van de veiligheidsregels en onveilig handelen op de werkplek.
  • Organisatorische fouten. Leidinggevenden die verkeerde beslissingen maken met betrekking tot het inzetten van mensen, machines en werktuigen.
  • Gebreken aan machines, werktuigen, constructies en voertuigen.
  • Fouten in systemen en automatisering.

Een ongeval en een ongeluk worden in de praktijk vaak als synoniemen gebruikt maar dat is niet geheel juist. Een ongeluk is een veel breder begrip. Een ongeluk is in feite een ongelukkige of ongunstige situatie die het gevolg is van bepaalde oorzaken. Deze oorzaken hoeven geen letsel of materiële schade tot gevolg te hebben. Bij een ongeval is er wel een schade van een bepaalde aard.

Wat is een bijna-ongeval?
Het antwoord op bovenstaande vraag klinkt heel eenvoudig: als er sprake is van een bijna-ongeval is er net geen schade of letsel opgetreden maar scheelde het weinig. Een bijna-ongeval heeft daardoor gelukkig geen schadelijke gevolgen maar procedurele gevolgen dienen er wel te zijn. Een bijna-ongeval kan door een werknemer of door een bedrijf als een soort waarschuwing worden beschouwd. Een situatie is maar nét goed gegaan maar had ook anders af kunnen lopen. Daarom dienen bedrijven ook bijna-ongevallen te registreren en er actief een oplossing voor te vinden. Bedrijven moeten bijna ongevallen serieus nemen. Werknemers dienen daarom ook bijna-ongevallen bij hun leidinggevenden te melden. De leidinggevenden kunnen met veiligheidsspecialisten oplossingen bedenken waardoor de oorzaak van het bijna-ongeval wordt weggenomen. Ook een bijna-ongeval vormt daardoor een belangrijke situatie die in de ongevallenpreventie en ongevallenbestrijding van een bedrijf effectief zal moeten worden aangepakt.

Wat is een kreukelzone en waarvoor dienen kreukelzones?

Een kreukelzone is een bufferzone in een constructie of de carrosserie van een auto. De kreukelzone aangebracht voor het opvangen van krachten die uit een bepaalde richting komen. Dit deel van een constructie of carrosserie is bestemt voor het opvangen van de impact van krachten die door een externe factor wordt toegebracht. Bij voertuigen is de kreukelzone vooral bedoelt voor het beschermen van de inzittenden van bijvoorbeeld een auto, bus of trein. Door het opvangen van de impact door de kreukelzone wordt een groot deel van de energie weggenomen en komt de klap, van bijvoorbeeld een botsing, minder hard aan op het compartiment waar de passagiers zitten.

Passieve veiligheid
Na een aanrijding kan een auto behoorlijk zijn beschadigd. Een auto met een kreukelzone kan voor een groot deel worden ingedeukt terwijl de passagiers vrijwel geen of weinig verwondingen hebben. Men kan dan op basis van het autowrak de conclusie trekken dat het een zeer zware aanrijding betrof. Toch hoeft dat niet altijd het geval te zijn. Een kreukelzone is bedoelt om in elkaar te drukken of te kreukelen bij een aanrijding. Hierdoor worden de krachten opgevangen die gepaard gaan bij een aanrijding. Doormiddel van de kreukelzone wordt duidelijk dat niet het behoud van het voertuig maar juist de veiligheid en gezondheid van de inzittenden voorop staat. Omdat de gevolgen van een ongeval worden beperkt noemt men de kreukelzone een vorm van passieve veiligheid. Actieve veiligheid is daarentegen gericht op het voorkomen van ongevallen.

Geschiedenis en toekomst van de kreukelzone
De kreukelzone is als concept bedacht door de ontwerper Béla Barényi. Deze een Oostenrijkse auto-ontwerper kreeg in 1952 een octrooi voor zijn concept en kan worden gezien als grondlegger van de passieve veiligheid. Het duurde nog een paar jaar voordat kreukelzones werden ingebouwd in auto’s. De eerste auto die met kreukelzones was uitgerust was de Mercedes-Benz W111 uit 1959. Sinds die tijd zijn er steeds meer auto’s uitgerust met kreukelzones. Tegenwoordig worden kreukelzones niet alleen meer toegepast in auto-ontwerpen, ook raceboten, vliegtuigen en railvoertuigen hebben kreukelzones die de kans op letsel voor inzittenden zoveel mogelijk moeten beperken. De kreukelzones worden steeds verder verbetert zodat de veiligheid voor de inzittenden van diverse voertuigen en vaartuigen wordt geoptimaliseerd. Door gebruik te maken van kunststoffen en nieuwe verbindingstechnieken blijft de passieve veiligheid van voertuigen in ontwikkeling.