Cursussen kosten bedrijven gemiddeld duizend euro per werknemer in 2017

Gemiddeld betaald een bedrijf 1.000 euro per werknemer voor deelname aan een cursus. Dit kwam woensdag 27 december 2017 naar voren uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgens het CBS worden vooral veel cursussen aangeboden door bedrijven die actief zijn in het winnen van delfstoffen. Verhoudingsgewijs worden er minder cursussen aangeboden aan weknemers in de bouw. In de bouw worden overigens wel vaak cursussen aangeboden op het gebied van Basis VCA en VCA VOL maar deze cursussen kosten verhoudingsgewijs veel minder geld.

Omvang van bedrijven
Opvallend is dat er nauwelijks verschil is tussen de omvang van de bedrijven als het gaat om de gemiddelde uitgaven aan opleidingen. Bedrijven met meer dan 250 werknemers in dienst zouden per werknemer gemiddeld maar 100 euro meer besteden aan opleidingen ten opzichte van kleinere bedrijven. Van de grote bedrijven had ongeveer 96 procent een opleiding gevolgd in 2015. Bij middelgrote bedrijven was de deelname aan opleidingen onder personeel ongeveer 89 procent. Kleinere bedrijven met tien tot vijftig werknemers hadden een opleidingsdeelname onder werknemers van 72 procent.

Sectoren
Hoewel het verschil in omvang van de bedrijven nauwelijks een rol speelt in het verschil in uitgaven aan cursussen voor personeel tussen de verschillende sectoren wel heel groot. Zo wordt er in de delfstoffenwinning gemiddeld 2.800 euro aan opleidingsgeld betaald per werknemer. In de bouw komt het geld dat besteed wordt aan opleiding en training voor werknemers echter uit op 600 euro. Dit heeft misschien te maken met de kostprijs van de opleidingen. Opleidingen in de bouw kunnen goedkoper zijn zoals VCA basis en VCA Vol (die eerder benoemd zijn). Daarnaast kan ook tijd een belangrijke factor zijn. In de bouw is het heel druk wegens het personeelstekort en de grote hoeveelheid openstaande vacatures. Er is bijna geen tijd om werknemers in de bouw cursussen te laten volgen wat elke bouwvakker is nodig op het bouwproject. In de petrochemische sector is het echter veel minder druk en zou er dus ook meer tijd kunnen worden besteed aan opleidingen en traingen. Het CBS heeft het hierbij echter over cijfers van 2015 en toen lag de situatie er wel anders bij voor zowel bouwbedrijven als bedrijven in de petrochemie.

Opleidingsinstituut
De meeste bedrijven kiezen er voor om een extern opleidingsinstituut in te huren voor het aanbieden van de opleiding(en) aan het personeel. Ongeveer zeventig procent van de bedrijven hebben in 2015 deze keuze gemaakt. Ongeveer vijfentwintig procent van de bedrijven heeft haar werknemers een cursus laten volgen bij een ander bedrijf. Dit kon een toeleverancier zijn of een dochteronderneming. Een klein gedeelte van de bedrijven heeft daadwerkelijk een samenwerkingsverband met een mbo, hbo of universiteit op het gebied van opleidingen. Grote bedrijven gingen vaker een samenwerking aan met opleidingsinstituten dan kleinere bedrijven.

Subsidie voor opleidingen
Ongeveer zeventien procent van de bedrijven ontving in 2015 een bepaalde vorm van subsidie voor het aanbieden van opleidingen, cursussen en andere vormen van scholing aan personeel. Het geld komt meestal uit een soort opleidingsfonds. Met name kleine en middelgrote bedrijven halen geld uit deze fondsen om opleidingen te financieren. De grotere bedrijven in Nederland maken vaker gebruik van subsidie van de landelijke overheid of de EU.

Dertig procent WW-ers vond werk via uitzendbureau in 2016-2017

Ongeveer een derde van de mensen die een uitkering ontvangen in het kader van de Werkloosheidswet  gaat als uitzendkracht aan de slag. In 2016 waren dat meer dan 93.000 mensen die vanuit de WW een baan vonden bij een uitzendbureau. Deze cijfers werden bekend gemaakt door uitkeringsinstantie UWV.  Aan de andere kant komen ook uitzendkrachten waarvan het uitzendcontact afloopt verhoudingsgewijs vaker in de WW terecht ten opzicht van werknemers die een vast contract hebben. Deze gegevens werden donderdag 21 december 2017 bekend gemaakt door het UWV. Hoewel deze cijfers gebaseerd zijn op 2016 blijkt uit de enorme toename in het aantal uitzenduren van uitzendbureaus in 2017 dat ook dit jaar er veel werklozen aan het werk zijn gegaan via uitzendbureaus.

Uitzendbureaus en de economie
Uitzendbureaus merken vaak als eerste dat de economie aantrekt. Veel uitzendondernemingen zien het aantal vacatures voor tijdelijke functies toenemen op de arbeidsmarkt en bemiddelen daar (tijdelijk) personeel voor. Uitzendwerk is voor een steeds grotere groep werkzoekenden interessanter geworden nu de economie aantrekt. Dat komt omdat uitzendkrachten dikwijls vanuit de flexibele schil doorgroeien naar een rechtstreeks dienstverband bij de inlenende organisatie. Steeds meer bedrijven willen namelijk nu het structureel beter lijkt te gaan met de economie ook investeren in een stabiel personeelsbestand. Uitzendkrachten die tijdens hun uitzendfases hebben gewerkt bij een bedrijf kunnen steeds vaker in aanmerking komen voor een tijdelijk contract bij een de inlener maar vaste contracten worden ook vaker verstrekt.

Loopbaanperspectief en uitzendwerk
Uitzendwerk biedt daarom de afgelopen jaren meer loopbaanperspectieven dan de periode van de economische crisis. Geen wonder dat steeds meer mensen vanuit de WW kiezen voor uitzendwerk. Werken bij een uitzendbureau kan laagdrempelig zijn maar dat hoeft niet. Er zijn ook veel specialistische uitzendbureaus met uitdagende vacatures bij diverse opdrachtgevers. Denk hierbij aan een technisch uitzendbureau of een VCU uitzendbureau. Er zijn ook uitzendbureaus die speciaal gericht zijn op de transport of er zijn bouwuitzendbureaus.

Specialistische uitzendbureaus
Gespecialiseerde uitzendbureaus kunnen vaker werkzoekenden met een specifieke achtergrond in een bepaalde sector aan een baan helpen. Uitzendbureaus worden tegenwoordig steeds meer loopbaanbureaus omdat ze ook werkzoekenden helpen met een keuze voor een bepaalde richting of sector. Daarnaast geven uitzendbureaus ook steeds vaker een opleiding aan uitzendkrachten. Daardoor worden uitzendkrachten daadwerkelijk geholpen om structureel aan het werk te blijven en niet meer in de WW terecht te komen.

Technische uitzendbureaus en bouw uitzendbureaus
Met name uitzendbureaus in de techniek en bouw merken dat er steeds meer werk is voor uitzendkrachten. Er zijn veel vacatures in de bouw voor timmermannen, installatiemonteurs en elektromonteurs. Werkzoekenden met een bouwtechnische en metaaltechnische achtergrond zijn nauwelijks nog beschikbaar op de arbeidsmarkt. Dat komt omdat veel van deze personeelsleden zijn uitgestroomd uit de bouw en techniek tijdens de economische crisis en zijn omgeschoold of met pensioen zijn gegaan. Er ontstaat een spreekwoordelijk gat op de arbeidsmarkt dat opgevuld moet worden met nieuwe technische arbeidskrachten. Daarom worden door Technische uitzendbureaus en VCU uitzendbureaus steeds meer opleidingen aangeboden. In de economische crisis waren BBL trajecten nog nauwelijks aan de orde, tegenwoordig is dat heel anders en worden dergelijke opleidingstrajecten veel vaker door uitzendbureaus aangeboden.

Uitzendkrachten lopen meer risico op bedrijfsongevallen in 2017?

Dinsdag 16 mei 2017 maakte inspecteur-generaal Marc Kuipers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een jaarverslag van de inspectie SZW verontrustende cijfers bekend over het aantal arbeidsongevallen dat plaats heeft gevonden bij Nederlandse bedrijven. In 2016 zijn daarbij in totaal zeventig mensen gestorven. Dit zijn negentien slachtoffers meer dan het aantal dodelijke arbeidsongevallen die werden betreurd in 2015. In totaal kwam het aantal arbeidsongevallen in 2016 op op 2.500. Dit aantal is 14 procent hoger dan in 2015.

Volgends de heer Kuipers zijn de cijfers ‘zorgelijk”. Er is duidelijk een toename te zien en daarnaast laten de cijfers slechts een deel van de daadwerkelijke misstanden zien op de werkvloer. Ongeveer de helft van de arbeidsongevallen die meldingssplichtig zijn bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid werden niet gemeld. Daardoor heeft de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid slechts zicht op een deel van de ongevallen die heeft plaatsgevonden. De inspecteur-generaal sprak van “een schandalig aantal” arbeidsongevallen dat niet gemeld werd bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid.

Oorzaken van het hoge aantal ongevallen
De bedrijven in Nederland zijn volgens de Arbowet verplicht om alles te doen om de werkplek voor hun werknemers zo veilig mogelijk te maken. Doormiddel van een arbobeleid met daarin een Risico Inventarisatie en Evaluatie moeten bedrijven de risico’s op de werkplek inventariseren en doormiddel van een plan van aanpak moeten ze deze risico’s effectief gaan bestrijden. In de praktijk blijkt winst echter boven veiligheid te gaan. Daarnaast krijgen tijdelijke krachten onvoldoende instructies met betrekking tot veiligheid. Ook komt het voor dat er arbeidskrachten worden ingezet die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen waardoor er communicatieproblemen ontstaan op de werkvloer en de veiligheid verder in het geding komt. Volgens Kuipers hebben zowel de overheid als de bedrijven de morele plicht om lering te trekken uit de dodelijke ongevallen die hebben plaatsgevonden.

Uitzendkrachten en ongevallen
In het jaarverslag wordt ook expliciet genoemd dat uitzendkrachten meer risico lopen op ongevallen dan vaste krachten. Bij flexibele krachten zoals uitzendkrachten is de kans op eden ongeval ongeveer twee keer zo hoog als de kans op een ongeval bij vaste krachten. De inspectie gaf aan dat dit ook uit een eerder onderzoek naar voren is gekomen. De inlenende bedrijven zijn officieel verantwoordelijk voor het duidelijk instrueren van uitzendkrachten. Daarbij kunnen ze de hulp van uitzendbureaus inschakelen door aan uitzendbureaus gegevens te verstrekken omtrent de veiligheid en de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen.

Omdat uitzendbureaus niet feitelijk belast zijn met het dagelijkse toezicht op de uitzendkrachten ligt hier een belangrijke verantwoordelijkheid voor inlenende bedrijven. Die dienen er voor te zorgen dat uitzendkrachten de veiligheidsregels naleven. Tijdens OOG rondes (Observatie Onbewust Gedrag / Observatie Onveilig /gedrag) kunnen leidinggevenden zowel het vaste personeel als het inleenpersoneel zoals uitzendkrachten aanpreken op onveilige handelingen. OOG rondes en toolboxmeetings kunnen de veiligheid bevorderen door mensen bewust te maken van de gevolgen van onveilige situaties en onveilige handelingen. Uitzendbureaus dienen ook hun verantwoordelijkheid te nemen door werkplekinspecties te houden en van te voren met hun opdrachtgevers goed de specifieke veiligheidsaspecten te bespreken. Deze informatie dient ook aan de uitzendkracht te worden verstrekt. Dit kan het beste schriftelijk gebeuren door een personeelsinstructieformulier met daarop veiligheidsaspecten, risico’s, verwachte risico’s en de verplichte beheersmaatregelen zoals het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s). Er dient bovendien met de opdrachtgever duidelijk te worden besproken wie de persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekt. In de praktijk is de opdrachtgever daarvoor verantwoordelijk maar vaak komt het voor dat die hier geen rekening mee houdt. Dit kan voor veiligheidsrisico’s zorgen en dient daarom te worden ondervangen door duidelijke afspraken tussen uitzendbureau en opdrachtgever.

De bouwsector
Naast de constatering over het hoge aantal slachtoffers onder uitzendkrachten werd ook opgemerkt dat de bouw een sector is met een verhoogd risico op arbeidsongevallen. Als jaren worden volgens de inspectie SZW op de bouw de meeste dodelijke slachtoffers geregistreerd. In 2016 overleden zestien slachtoffers en in 2015 waren er negen dodelijke slachtoffers op de bouw gevallen. In 2014 waren dat er twintig en in 2013 waren dat er zelfs 25. Dit zijn cijfers die zo snel mogelijk naar beneden moeten anders zal 2017 ook een jaar worden met veel dodelijke slachtoffers. Zowel bedrijven, uitzendbureaus en overheden dienen er op toe te zien dat het aantal onveilige situaties en het aantal onveilige handelingen op de bouw afneemt. Bewustwording is de eerste stap maar nu moet men tot actie overgaan.

Energieverbruik in 2016 toegenomen in Nederland

In Nederland was het verbruik van energie toegenomen in 2016. Deze toename is opmerkelijk omdat er in 2015 juist sprake was van een daling in het energieverbruik. Uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) komt naar voren dat Nederlanders vooral veel meer aardgas verstookten in 2015. In totaal werd er 2 procent meer verbruikt dan in 2015.

Volgens het CBS hadden huishoudens en de industrie in Nederland meer gas nodig omdat het in 2016 gemiddeld iets kouder was dan in 2015. Doordat er minder kolen werden verstookt in elektriciteitscentrales werd aardgas vaker ingezet om elektriciteit te produceren. Op die manier werd de afname van de elektriciteitsproductie uit steenkool gecompenseerd. De sluiting van drie oude kolencentrales zorgde er voor dat er ongeveer tien procent minder steenkool nodig voor de elektriciteitsproductie dan in 2015.

Werkloze 55-plussers vinden in 2017 minder snel werk dan jongere werklozen

In Nederland komen werkloze 55-plussers nog steeds moeilijk aan het werk ten opzichte van andere leeftijdscategorieën waarin mensen werkzoekend zijn. Jongere werkzoekenden komen veel sneller aan het werk. In 2016  had 7 procent van de werklozen in de leeftijdscategorie 55-plus binnen een kwartaal werk gevonden. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag 17 maart 2017 bekend gemaakt. Het feit dat 7 procent van de vijftigplussers binnen een kwartaal werk had gevonden in 2016 is een positieve ontwikkeling. Ondanks dat loopt het aandeel 55-plussers achter in de totale groep werkzoekenden die na een periode van drie maanden een baan heeft gevonden.

In de leeftijdscategorie vijftien tot vijfendertig jaar vinden de werkzoekenden over het algemeen het snelste een baan binnen drie maanden. Het percentage van deze groep die dit lukt is ongeveer dertig procent oftewel 1 op de 3. Daarnaast valt het op dat verhoudingsgewijs ook veel werknemers hun baan verliezen in deze groep. In de leeftijd van vijfendertig tot vijfenvijftig vond ongeveer twintig procent van de werkzoekenden binnen drie maanden een baan.

In 2016 was zeventig procent van de werkloze 55-plussers langer dan een jaar werkloos. In de leeftijdsgroep vijftien en vijfendertig jaar waren slechts twee op de tien werklozen langer dan een jaar werkloos. Ten opzichte van het totale aantal werklozen is het aantal 55 plussers toegenomen. Het aantal werkloze 55 plussers is in ongeveer tien jaar tijd ongeveer verdubbeld. In 2006 was meer dan 10 procent van de werklozen boven de 55 jaar. In 2016 lag het percentage werkloze 55 plussers op 22 procent.

Werkloosheid is gedaald in februari 2017 aldus CBS

Het gaat steeds beter met de werkgelegenheid in Nederland. Ook in de maand februari is de werkloosheid verder teruggelopen. In februari waren volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in totaal 473.000 werklozen geregistreerde werklozen in Nederland. Dat aantal lag in totaal zevenduizend personen lager dan een maand eerder. Op donderdag 16 maart 2017 werden door het CBS cijfers bekend gemaakt over de werkloosheid in Nederland.

Als men de werkloosheidscijfers afzet tegen de totale beroepsbevolking dan bleef de werkloosheid in februari wel gelijk ten opzichte van de maand januari namelijk 5,3 procent. Gemiddeld nam het aantal werklozen met negenduizend per maand af in de afgelopen drie maanden. Daarnaast nam het aantal werkenden gemiddeld met dertienduizend toe per maand.  

Uitzendbureaus
Intermediairs zoals uitzendbureaus bemiddelen personeel op de arbeidsmarkt. Daardoor hebben deze bureaus een goed beeld van de ontwikkelingen op het gebied van werkgelegenheid. Het aantal vacatures neemt toe. Men name in de techniek zijn er veel vacatures op de arbeidsmarkt gepubliceerd. Deze vacatures zijn uitgezet op vacaturebanken maar ook op websites van technische ondernemingen zelf. Verder zetten ook uitzendbureaus veel vacatures online. Hierdoor zijn er vaak dubbele vacatures op vacaturebanken te vinden.

Meerdere vacatures kunnen gericht zijn op dezelfde functie bij hetzelfde bedrijf. Uitzendbureaus plaatsen steeds meer personeel en zien hun uitzenduren toenemen waardoor deze bureaus steeds meer omzet en marge draaien. Het herstel op de arbeidsmarkt is daardoor goed voor uitzendbureaus en ook voor uitzendkrachten die een grote kans hebben op werk. Dit is echter wel afhankelijk van de werkervaring en opleidingsachtergrond van de uitzendkracht. Uitzendkrachten die een achtergrond in de techniek of bouw hebben maken een grote kans op werk via een uitzendbureau.

Prijs ruwe olie omlaag donderdag 9 maart 2017

De prijs van een vat ruwe Amerikaanse olie is op donderdag 9 maart 2017 weer omlaag gegaan. Het is voor het eerst sinds de maand december 2016 dat de prijs van een vat ruwe olie weer onder de 50 euro is gedaald. De prijs van Amerikaanse olie zakte aan het begin van de middag met 1,7 procent en kwam daardoor uit op 49,45 dollar per vat. Naast de prijs van een vat Amerikaanse olie is ook de prijs voor een vat Brentolie gedaald. Brentolie werd 1,5 procent minder waard en kwam daardoor uit op 52,30 dollar per vat. Brentolie is maatgevend voor olie uit het Midden-Oosten en Europa.

Het lijkt er op dat de maatregelen die de leden van de OPEC hebben genomen nauwelijks effect hebben. De OPEC is een kartel van een aantal grote olie-exporterende landen en heeft daardoor een grote invloed op de oliemarkt en daardoor op de olieprijs. Samen met Rusland, ook een grote olieproducent, hebben de leden van de OPEC afspraken gemaakt om het productieoverschot van olie te laten dalen. Daarmee hoopt de OPEC de daling in de olieprijzen te stoppen.

Op woensdag werd echter duidelijk dat de olievoorraden in de Verenigde Staten naar recordniveau zijn gestegen. De afspraken van de OPEC en Rusland hebben daardoor nauwelijks effect. In Amerika neemt de olieproductie toe uit de zogenaamde schalielagen. Deze olie wordt ook wel schalie-olie genoemd.

Steeds meer Nederlanders werken buiten kantooruren in 2017

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek komt naar voren dat veertig procent van de werknemers in Nederland in 2015 regelmatig ging werken buiten kantooruren. Dit houdt in dat deze werknemers in de avond werkzaamheden verrichten of zelfs ‘s nachts. Ook in het weekend blijken veel werknemers werkzaamheden uit te voeren ten behoeve van hun werkgever. Het werken buiten kantooruren blijkt veel vaker voor te komen en men vindt dit ook veel normaler.

Op basis van de cijfers op dit gebied die door het CBS zijn gepubliceerd over 2016 wordt ook duidelijk dat Nederlandse werknemers ten opzichte van andere landen verhoudingsgewijs veel in de avond werken. Volgens het CBS komt dit omdat er in Nederland in verhouding tot andere EU-landen veel zelfstandigen werkzaam zijn. Nederland heeft veel zelfstandigen zonder personeel. Dit worden ook wel zzp’ers genoemd.

In de cijfers van het CBS komt naar voren dat meer dan 3,6 miljoen mensen regelmatig aan het werk zijn in de avond of nacht. Dit zijn uren die gewerkt worden tussen zeven uur ‘s avonds en zes uur in de ochtend. Ook werken veel mensen van deze groep regelmatig in het weekend. Ongeveer 1,9 miljoen werknemers, zelfstandigen en andere mensen in het arbeidsproces werken af en toe op de eerder genoemde tijden. In totaal gaat het om 5,5 miljoen personen. Dit is 65 procent van alle werkende personen in Nederland.

Er is een kleine toename merkbaar in het werken buiten kantooruren in de afgelopen twee jaar. Het meeste gebeurt dit op zaterdagen of in de avonden. Ongeveer de helft van de werkenden gaat ‘s avonds nog werkzaamheden uitvoeren, de groep die dit doet is 52 procent. Daarnaast voert 51 van de werkenden op zaterdag werkzaamheden uit. Ongeveer dertig procent voert regelmatig werkzaamheden uit op zondag. Ongeveer 1 op de 7 werkzaamheden doet werk in de nacht.

Uitzendbureau Adecco had omzetgroei in laatste kwartaal 2016

Uitzendbureaus hebben aan het einde van 2016 te maken gehad met een opleving in de uitzendmarkt. Ook uitzendconcern Adecco heeft haar omzet in het laatste kwartaal van 2016 zien toenemen. De uitzendorganisatie geeft in een verklaring aan dat de groei in de omzet vooral het gevolg is van de positieve ontwikkelingen in Duitsland, Frankrijk en Italië. Adecco had haar cijfers op donderdag 2 maart 2017 bekend gemaakt. In heel 2016 steeg de omzet van Adecco met vier procent. De omzet kwam daardoor uit op 22,7 miljard euro. De nettowinst over 2016 kwam uit op 723 miljoen euro.

Resultaten laatste kwartaal 2016
In de laatste drie maanden van 2016 werden door Adecco aanzienlijk meer uitzenduren geboekt. Het uitzendconcern behaalde 5,9 miljard euro aan omzet. Dit was een stijging van zes procent ten opzichte van de laatste drie maanden van 2015. De omzetstijging leverde Adecco ook een nettowinst van 216 miljoen euro op. Deze winst lag bijna twintig procent hoger ten opzichte van de laatste drie maanden van 2015. Ook in de eerste twee maanden van dit 2017 liet de uitzendorganisatie een stijgende lijn zien van vier tot vijf procent.

Omzet in verschillende regio’s
In vrijwel alle regio’s waar Adecco actief is liet de uitzendorganisatie een groei zien, alleen Japan bleef op dit gebied achter. Daar stagneerden de opbrengsten. In de Benelux liet het uitzendconcern een plus zien van 4 procent. In Italië nam de omzet met bijna een kwart toe. In Frankrijk had Adecco een stijging van 9 procent in de omzet. Spanje en Portugal lieten beide een groei zien in dubbele cijfers.

CBS: uitzendbureaus hadden omzetstijging in vierde kwartaal 2016

Uitzendbureaus en andere intermediairs op de arbeidsmarkt zoals arbeidsbemiddelaars, detacheringsbedrijven en payrollbedrijven behaalden een omzetstijging in het vierde kwartaal van 2016. De stijging in de omzet kwam uit op 3,5 procent ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag 28 februari 2016 bekend.

Door het CBS werd ook aangegeven dat het aantal uitzenduren ook is toegenomen in het vierde kwartaal van vorig jaar. Meestal houdt de omzetstijging verband met een toename in het aantal uitzenduren. De omzetstijging van 3,5 procent in het vierde kwartaal van 2016 is bovendien de sterkste toename in omzet voor uitzendondernemingen in heel 2016 aldus het CBS.

Jaarcijfers uitzendbranche
Doordat de cijfers van het vierde kwartaal van 2016 bekend waren kon het CBS ook de jaarcijfers berekenen voor de uitzendbranche. Hieruit komt een positief beeld naar voren. In de hele uitzendbranche werd 7,6 procent meer omzet behaald in 2016 ten opzichte van 2015. In totaal lag het aantal uitzenduren in 2016 ongeveer 6,9 procent hoger als het jaar daarvoor. Dit betekend dat niet alleen het aantal uitzenduren toenam maar ook het uurtarief van uitzendkrachten is gestegen.

Uitzenduren
In het vierde kwartaal van 2016 steeg het aantal uitzenduren met 2,8 procent ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Het CBS gaf aan dat de uitzenduren van zowel de kortlopende plaatsingen als de langlopende plaatsingen waren toegenomen. Het aantal uitzenduren voor langlopende contracten zoals detachering e payroll nam toe met 3,9 procent. Dit is de sterkste stijging in dit segment in de afgelopen tweeënhalf jaar . Voor kortlopende uitzendcontracten nam het aantal uitzenduren toe met 1,7 procent. Deze stijging blijkt lager uit te vallen dan de stijging in uitzenduren voor kortlopende uitzendcontracten in het derde kwartaal van 2016.

Technisch uitzendbureau
Veel technische uitzendbureaus merkten dat het aantal vacatures toenam in de techniek. Daardoor werden meer technische uitzendkrachten geplaatst. In de techniek nam het aantal uitzenduren toe maar er waren ook sectoren waar de toename in uitzenduren beperkt bleef. Technische uitzendbureaus zijn in ieder geval hoopvol over de uitzenduren, omzet en marge voor 2017.

Vacatures MKB op 90.000 in laatste kwartaal 2016

In het laatste kwartaal van 2016 stonden er bij ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf (MKB) in Nederland in totaal ongeveer negentigduizend vacatures open. Het aantal vacatures in dit bedrijfssegment is toegenomen met 22 procent ten opzichte van een jaar geleden. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag 24 februari 2017 bekend gemaakt. Het CBS had eerder al melding gemaakt dat er eind 2016 in totaal 160.000 vacatures open stonden in Nederland.

Vacatures bij bedrijven
Bedrijven met minder dan vijftig werknemers worden ook wel kleinbedrijven genoemd. Bij deze bedrijven stonden aan het einde van kwartaal vier van 2016 gezamenlijk totaal 60.000 vacatures open. Van deze vacatures stonden 32.000 vacatures open bij ondernemingen die zelf maximaal tien werknemers in dienst hadden. Bedrijven met minder dan tien werknemers worden ook wel microbedrijven genoemd. Bij deze microbedrijven nam het aantal vacatures toe met 13 procent ten opzichte van het einde van 2015.

In de overige bedrijven die behoren tot het kleinbedrijf stond het aantal vacatures aan het einde van 2016 op 28.000. Dit  aantal ligt bijna 28 procent hoger dan het aantal vacatures in 2015. Ook bij middenbedrijven nam het aantal vacatures toe. Middenbedrijven hebben 50 tot 250 werknemers op de loonlijst staan. Aan het einde van 2016 stonden in dit segment 30.000 vacatures open. Dit is ook een stijging van 28 procent in het vacatureaanbod ten opzichte van het einde van 2015.

Fugro verwacht geen herstel petrochemische sector in eerste helft 2017

Het gaat nog niet goed met de sector waar olie en gas worden gewonnen, gekraakt en verwerkt in producten. Deze petrochemische sector zal volgens bodemonderzoeker Fugro in de eerste helft van 2017 een moeizame periode doormaken. Fugro verwacht dat de marktomstandigheden in de offshore-olie- en – gassector eerder zullen verslechteren dan verbeteren. Door deze moeizame marktomstandigheden zal ook Fugro een daling laten zien in haar omzet. De omzet zal echter minder sterk dalen dan vorig jaar. Wel is er sprake van een voortdurende margedruk.

Kosten besparen
De tweede helft van 2017 zal volgens het bedrijf iets beter gaan verlopen. Er wordt nog geen stijging verwacht in de omzet maar het bedrijf verwacht wel dat de daling in de omzet iets zal afnemen. Dit maakte Fugro bekend op vrijdag 24 februari 2017 tijdens de publicatie van de jaarcijfers. Fugro maakte bekend dat de omzet van het bedrijf in 2016 was gezakt naar ongeveer 1,8 miljard euro. Dat is een aanzienlijke daling want in 2015 werd nog een omzet van ruim 2,3 miljard euro behaald door het bedrijf. Fugro heeft veel arbeidsplaatsen moeten wegbezuinigen om kosten te besparen.

Concurrentie in de petrochemische sector
Veel bedrijven in de petrochemische sector zitten in de zelfde situatie als Fugro. Door de lage olieprijzen hebben veel petrochemische bedrijven besloten om minder te investeren in het winnen van olie en gas. Dit zorgt er voor dat veel projecten worden uitgesteld of zelfs afgezegd. Bedrijven zoals Fugro merken daar direct de gevolgen van. De paar projecten die over blijven zorgen voor een behoorlijke concurrentiestrijd. Bedrijven zien hun winst verdampen om maar zo goedkoop mogelijk op projecten in te schrijven.  De winstmarge verslechterde daardoor ook voor Fugro. In 2016 behaalde het bedrijf een winstmarge van 0,5 procent. In 2015 was nog sprake van een winstmarge van 4,8 procent.

Bouwsector behaalde in 2016 ruim 6 procent meer omzet dan 2015

Het ging in 2016 beter met de bouwsector dan in 2015. In totaal nam de omzet in de bouwsector met 6,3 toe ten opzichte van het jaar daar voor. Hoewel het goed gaat met de bouwsector kan men nog niet zeggen dat deze sector zich volledig heeft ontworsteld van de economische crisis. Ten opzichte van de periode vlak voor economische crisis lig het niveau van de omzet nog altijd 8 procent lager. Dit houdt in dat de omzet nog 8 procent moet groeien ten opzicht om op het niveau van voor de economische crisis uit te komen. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag 23 februari 2017 bekend gemaakt.

Woningbouw en utiliteitsbouw
Met name bouwbedrijven die actief zijn in de bouw van nieuwe woningen en utiliteitsbouw merkten een stijging in het aantal bouwprojecten in 2016. Daardoor nam hun omzet ook toe. De toename in het aantal bouwprojecten was een gevolg van het grote aantal goedgekeurde bouwaanvragen in 2015. Gemiddeld duurt het ongeveer zes maanden voordat een bouwproject start na het goedkeuren van een bouwplan. Daardoor zorgde het grote aantal goedgekeurde bouwplannen in 2015 er voor dat er in 2016 sprake was van een flinke opleving in de bouw. Veel ondernemers in de bouwsector verwachten dat in 2017 de omzet verder zal toenemen.

Meer personeel nodig in de bouw
De toename in het aantal bouwprojecten zorgde ook voor een toenemende vraag naar personeel in de bouw. Er worden meer timmermannen gevraagd en metselaars. Naast hoofdaannemers krijgen ook onderaannemers het drukker. Dit houdt in dat ook installatiebedrijven en andere onderaannemers meer projecten krijgen. Vacatures voor installatiemonteurs en elektromonteurs worden volop geplaatst op internet en vacaturebanken. Ervaren bouwpersoneel kan rekenen op een groot werkaanbod.

Technische uitzendbureaus
De opleving in de bouwsector heeft verstrekkende positieve gevolgen. Door de groei in het aantal projecten stijgt de omzet van architecten, bouwbedrijven en installateurs. Deze bedrijven ervaren meer drukte en kunnen die drukte lang niet altijd opvangen met het personeel dat bij hun op de loonlijst staat. Daarom moeten ze meer gaan investeren in hun flexibele schil. Dat is weer goed voor technische uitzendbureaus. Deze uitzendbureaus doen hun uiterste best om technische uitzendkrachten te vinden en zoeken deze in hun eigen systemen en op vacaturebanken. De omzet in de uitzendbranche neemt toe vanwege de toename in het aantal uitzenduren. De opleving in de bouw is dus ook goed voor uitzendbureaus en technische uitzendkrachten.

Tesla draaide 121 miljoen dollar verlies in vierde kwartaal 2016

Tesla is wereldwijd bekend vanwege de ontwikkeling en productie van elektrische auto’s. De autoproducent loopt hierin voorop ten opzichte van de meeste concurrenten. Elektrisch rijden krijgt steeds meer aandacht en de populariteit van elektrische auto’s neemt toe. Desondanks heeft Tesla een slecht vierde kwartaal gedraaid in 2016. Het bedrijf is dat kwartaal opnieuw in de rode cijfers terecht gekomen. In kwartaal drie beleef het bedrijf nog uit de rode cijfers. Ondanks het verlies in het vierde kwartaal wist het bedrijf wel haar omzet aanzienlijk te vergroten ten opzichte van dezelfde periode in 2015. Dat kwam omdat er door dit bedrijf meer elektrische wagens werden verkocht.

Cijfers van Tesla
Het verlies van Tesla was meer dan 121 miljoen dollar, dit is omgerekend 115 miljoen euro. dit verlies is fors maar het is wel een lager verlies dan het verlies dat het bedrijf heeft geleden in de laatste drie maanden van 2015. In die periode kwam het verlies van het bedrijf nog uit op 320 miljoen dollar. Tesla is een bedrijf die regelmatig grote investeringen doet. Daardoor heeft het bedrijf vaak te maken met flinke verliezen. Door de investeringen gaat de omzet van het bedrijf wel omhoog. In het afgelopen kwartaal steeg de omzet met ongeveer  71 procent en kwam daardoor uit o[p ruim 1,7 miljard dollar.

Verwachtingen voor Tesla
In 2017 verwacht Tesla denkt in de eerste helft van het jaar opnieuw zo’n vijftigduizend wagens te kunnen verkopen. In de loop van 2017 hoopt Tesla haar nieuwe goedkopere Model 3 te kunnen introduceren op de markt. Niet alle marktkenners denken dat deze doelstelling haalbaar is. Ondanks dat gaat Tesla door met haar ambities. Het bedrijf legt bijvoorbeeld sterk de nadruk op duurzaamheid.

Investeringen in fintech fors lager in 2016

Fintech is een woord dat bestaat uit samentrekking van de financial en technology. Men zou echter ook kunnen zeggen dat de Nederlandse woorden financieel en technologie zijn samengetrokken in het woord fintech. Het is een woord dat je steeds vaker hoort in de financiële sector. Grote bedrijven blijken vaak te log en te bureaucratisch om innovatieve technologische oplossingen te bedenken en door te voeren. Daarom is fintech vooral een onderwerp waar startups mee bezig zijn.

In 2016 zijn de wereldwijde investeringen in technologische innovatie in de financiële sector  behoorlijk afgenomen ten opzichte van de investeringen in fintech in 2015. De totale  fintech-investeringen in 2016 droegen een gezamelijke waarde van 24,7 miljard dollar. Dit is omgerekend ruim 23,4 miljard euro. Deze cijfers komen naar voren uit een onderzoek van accountants- en adviesfirma KPMG dat dinsdag 21 februari 2017 haar uitkomsten publiceerde. Hieruit kwam naar voren dat de investeringen op fintech gebied in 2015 nog 46,7 miljard dollar waren.

Wereldwijd namen de investeringen in fintech dus flink af. Ook in Europa was deze ontwikkeling goed merkbaar. In Europa werd in 2015 nog voor een bedrag van 10,9 miljard dollar in fintech geïnvesteerd. Afgelopen jaar was dit bedrag fors gedaald en kwam uit op slechts 2,2 miljard. De hoogte van de investeringen die op fintech gebied werd gedaan steeg gemiddeld wel van 2 miljoen dollar in 2015 naar 2,7 in 2016. Een verklaring voor dit verschil in fintech investeringen tussen 2015 en 2016 werd niet direct gegeven. Het verschil in investeringen op dit gebied is wel opmerkelijk vooral omdat de economie juist aan het herstellen is, ook in Europa.

Lamborghini roept auto’s terug in 2017 vanwege brandgevaar

Lamborghini is een Italiaanse autobouwer van supersnelle sportauto’s. Het merk behoort tot de exclusieve automerken van de wereld en maar weinig mensen kun een dergelijke luxe auto veroorloven. Het spreekt voor zich dat een automerk van deze kwaliteit er alles aan moet doen om haar naam hoog te houden. Lamborghini is dan ook bijna nooit negatief in het nieuws. Op dit moment ontkomt het merk er echter niet aan.

Brandgevaar

Lamborghini roept namelijk duizenden wagens terug vanwege brandgevaar. Dit is een voorzorgsmaatregel. Alleen in uitzonderlijke situaties kan benzine in de uitlaat van de auto’s terechtkomen en daar vlam vatten. Een woordvoerder van Lamborghini maakte dit bericht in Nederland bekend, Het automerk produceert exclusieve auto’s en daarom worden er niet veel van gemaakt. Dit zorgt er ook voor dat de terugroepactie niet omvangrijk is.

6000

Wereldwijd worden een kleine zesduizend auto’s van Lamborghini onderzocht, daarvoor worden ze teruggeroepen naar de garage. Het grootste deel van de wagens die worden teruggeroepen zijn van het type Aventador. Daarnaast worden er ook een aantal Lamborghini Venenos teruggeroepen. Deze Lamborghini’s zijn zeer zeldzaam en kosten zo’n 4 miljoen euro. Het defect is bekend maar er zijn nog geen meldingen gemaakt van ongelukken ten gevolge van het defect.

Nederland

Lamborghini-rijders zullen hun sportwagen een dag of twee beschikbaar moeten stellen voor een onderzoek naar het brandstofsysteem. In Nederland zullen in totaal ongeveer twintig sportwagens naar de garage moeten. Het gaat om auto’s die tussen 2012 en dit jaar geproduceerd zijn.

NAM heeft in 2016 minder gas gewonnen in Nederland

In 2016 heeft de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) weer iets minder aardgas uit de aardbodem gehaald ten opzichte van het jaar daarvoor. Er is een daling gemeten in de gasproductie in 2016, deze daling is 3,24 procent ten opzichte van 2015. In 2016 was de totale productie van aardgas ongeveer 35,8 miljard kubieke meter. Dit heeft de NAM woensdag 15 februari 2017 bekend gemaakt. In 2015 had de NAM nog 37 miljard kubieke meter gas uit de bodem gehaald. Verreweg de meeste aardgas van de NAM wordt uit de aardbodem van Groningen naar boven gehaald. Hier is in 2016 in totaal 27,6 miljard kubieke meter aardgas naar boven gepompt. Verder werd nog voor 5,5 miljard kuub aardgas uit kleinere aardgasvelden op land gehaald. Uit de kleinere aardgasvelden op zee werd nog 2,7 miljard kuub aardgas gehaald door de NAM.

Het is logisch dat de productie van aardgas in Nederland daalt. Met name in Groningen neemt het winnen van aardgas af. Dat komt omdat de Groningse bevolking te maken heeft gehad met ernstige bodemdalingen die er voor zorgden dat er aardbevingen ontstonden. De aardbeving heeft voor veel schade aan gebouwen gezorgd. Het risico op aardbevingen moest worden verminderd en daarom moest de gasproductie omlaag. Minister Henk Kamp van Economische Zaken heeft voor het Groningse gasveld een productieplafond ingesteld om het risico op aardbevingen te verminderen.

Dit productieplafond wordt niet per kalenderjaar vastgesteld en gemeten. In plaats daarvan hanteert men een gasjaar. Een gasjaar duurt van 1 oktober tot en met 30 september. In het huidige gasjaar mag bijvoorbeeld maximaal 24 miljard kuub aardgas worden gewonnen. Veel inwoners van Groningen willen echter dat er minder gas wordt gewonnen in de Groningse bodem. Dit is zelfs een belangrijk onderwerp van een politieke discussie geworden.

Tata Motors heeft waardedaling Britse pond gemerkt eind 2016

Het bedrijf Tata Motors heeft in de laatste drie maanden van 2016 haar winst zien dalen. Tata Motors is een Indiase autofabrikant die door de waardedaling van de pond vooral de belangstelling voor haar luxemerken zag afnemen. De belangstelling voor auto’s van het merk Jaguar Land Rover nam af onder het publiek. In deze zogenaamde luxedivisie was ook sprake van een dalende marge. Doordat de Britse pond in waarde was gedaald leverde het Engelse dochterbedrijf ook een kleinere bijdrage aan de totale omzet van het Indiase concern.

De totale verkopen van Jaguar Land Rover kwamen uit op 6,5 miljard pond. Dit bedrag is omgerekend 7,6 miljard euro. Hierdoor is er nog wel sprake van een groei van 13 procent op jaarbasis. Als men het bedrag echter om gaat rekenen in Indiase roepies ziet men echter wel een afname. Daarnaast viel ook de operationele winst van het bedrijf terug met meer dan vijfentwintig procent. De operationele winst kwam daardoor uit op 611 miljoen pond. Deze daling heeft onder andere te maken met de afnemende populariteit van de Land Rover Discovery.

Het bedrijf Tata Motors had haar totale opbrengsten in het derde kwartaal van het gebroken boekjaar zien dalen met ruim 4 procent. De totale opbrengsten komen daardoor uit op omgerekend zo’n 9,5 miljard euro. Dit is 675 miljard Indiase roepie. In totaal daalde de nettowinst met meer dan 96 procent en kwam daardoor uit op bijna 16 miljoen euro. Hierdoor was de winst bij Jaguar Land Rover nog net hoog genoeg om de verliezen van het eigen merk te compenseren.

Tata Steel
Tata Motors is een zusteronderneming van Tata Steel. Onder Tata Steel valt ook het vroegere Hoogovens in IJmuiden. Binnen het moederconcern Tata Group is in de top nogal wat onrust. Er heerst momenteel een ruzie in het bestuur. Deze ruzie liep zo hoog op dat topman Cyrus Mistry ging opstappen. Deze man werd verantwoordelijk gehouden voor de slechte financiële resultaten van het bedrijf. Na het vertrek Cyrus Mistry nam oud-topman Rata Tata de positie weer over.

Uitzendbureaus zien omzet toenemen in laatste kwartaal 2016

Het gaat goed met de uitzendbranche in Nederland. In het laatste kwartaal van 2016 merkten veel uitzendbureaus een stijging in het aantal uitzenduren en daardoor een stijging in hun omzet. Uitzendbureau Randstad heeft bijvoorbeeld haar omzet ook zien groeien. Voor dit uitzendconcern vielen de eerste maanden van 2016 wel iets tegen ten opzichte van de eerste maanden van 2015. Aan het einde van 2016 werd de achterstand echter ingelopen. Het uitzendbureau verwacht dat ook in 2017 de groei in de omzet zal doorzetten.

Vierde kwartaal
In het vierde kwartaal van 2016 had uitzendbureau Randstad een omzet geboekt van 5,5 miljard euro. Dit maakte het uitzendbureau dinsdag 14 februari 2017 bekend. De omzet lag 11 procent hoger dan de omzet van het laatste kwartaal van 2015. De vergelijkbare groei per werkdag kwam uit op 7 procent. Ook in de maand januari is er sprake van een toename van ongeveer 5 tot 6 procent. De ontwikkelingen in februari lijken in eerste instantie in ongeveer de zelfde lijn te worden voortgezet.

Europese markt
Het uitzendbureau geeft aan dat de Europese markt de afgelopen maanden een behoorlijke groei heeft doorgemaakt. Met name in de landen Duitsland en Frankrijk werd veel vooruitgang geboekt. In die landen nam de omzet per werkdag met ongeveer 10 procent toe. In Spanje en Italië was ook sprake van een behoorlijke omzetgroei.  In Nederland viel die groei iets tegen, daar werd een stijging van 2 procent gemeten. In de Verenigde Staten bleven de opbrengsten ongeveer stabiel. De winst van Randstad viel lager uit vanwege de kosten voor de integratie van de bedrijven die het uitzendconcern onlangs heeft overgenomen. Ook andere eenmalige posten drukten de winst.

Nettowinst
De nettowinst van uitzendbureau Randstad kwam in het laatste kwartaal van 2016 uit op 152,6 miljoen euro. Dit bedrag ligt 13 procent lager dan in de laatste drie maanden van 2015. In heel 2016 steeg de winst van het uitzendconcern met 13 procent en kwam daardoor uit op 588 miljoen euro. De totale omzet van Randstad over 2016 was 21 miljard euro, dit is 8 procent hoger dan de omzet die werd behaald in 2015.

Nederland investeerde 27,5 miljard in windenergie in 2016

Het afgelopen jaar heeft Nederland veel geld gestoken in windenergie. Er werden nieuwe windmolenparken aangelegd in de zee waardoor er nog meer elektriciteit uit windenergie kan worden gewonnen. In totaal werd een bedrag van  27,5 miljard euro geïnvesteerd. In een persbericht heeft Giles Dickson de directeur van WindEurope aangegeven van windenergie in heel Europa in opmars is. Windenergie wordt een belangrijk onderdeel van het totale aanbod aan elektriciteit in Europa. In totaal neemt door de bouw en installatie van windmolens ook de werkgelegenheid toe in de windenergie. Er zullen in deze duurzame energiesector naar verwachting 330.000 banen ontstaan. Uiteraard zijn daarbij ook de vele onderhoudsmonteurs voor windmolens inbegrepen.

In 2016 werden in Nederland zoveel windmolens aangesloten op het energienet dat men 822 megawatt extra kan opwekken uit windkracht. Er zijn verschillende windmolenparken in Nederland en voor de Nederlandse kust geplaatst. Vooral windmolenparken op zee leveren een grote bijdrage aan de totale windenergie die in Nederland wordt opgewekt. Windpark Gemini is bijvoorbeeld een windmolenpark dat op zee dat geplaatst is op 50 kilometer boven de kust van Schiermonnikoog en kan bijvoorbeeld 600 megawatt aan elektrische energie opwekken.