Cursussen kosten bedrijven gemiddeld duizend euro per werknemer in 2017

Gemiddeld betaald een bedrijf 1.000 euro per werknemer voor deelname aan een cursus. Dit kwam woensdag 27 december 2017 naar voren uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgens het CBS worden vooral veel cursussen aangeboden door bedrijven die actief zijn in het winnen van delfstoffen. Verhoudingsgewijs worden er minder cursussen aangeboden aan weknemers in de bouw. In de bouw worden overigens wel vaak cursussen aangeboden op het gebied van Basis VCA en VCA VOL maar deze cursussen kosten verhoudingsgewijs veel minder geld.

Omvang van bedrijven
Opvallend is dat er nauwelijks verschil is tussen de omvang van de bedrijven als het gaat om de gemiddelde uitgaven aan opleidingen. Bedrijven met meer dan 250 werknemers in dienst zouden per werknemer gemiddeld maar 100 euro meer besteden aan opleidingen ten opzichte van kleinere bedrijven. Van de grote bedrijven had ongeveer 96 procent een opleiding gevolgd in 2015. Bij middelgrote bedrijven was de deelname aan opleidingen onder personeel ongeveer 89 procent. Kleinere bedrijven met tien tot vijftig werknemers hadden een opleidingsdeelname onder werknemers van 72 procent.

Sectoren
Hoewel het verschil in omvang van de bedrijven nauwelijks een rol speelt in het verschil in uitgaven aan cursussen voor personeel tussen de verschillende sectoren wel heel groot. Zo wordt er in de delfstoffenwinning gemiddeld 2.800 euro aan opleidingsgeld betaald per werknemer. In de bouw komt het geld dat besteed wordt aan opleiding en training voor werknemers echter uit op 600 euro. Dit heeft misschien te maken met de kostprijs van de opleidingen. Opleidingen in de bouw kunnen goedkoper zijn zoals VCA basis en VCA Vol (die eerder benoemd zijn). Daarnaast kan ook tijd een belangrijke factor zijn. In de bouw is het heel druk wegens het personeelstekort en de grote hoeveelheid openstaande vacatures. Er is bijna geen tijd om werknemers in de bouw cursussen te laten volgen wat elke bouwvakker is nodig op het bouwproject. In de petrochemische sector is het echter veel minder druk en zou er dus ook meer tijd kunnen worden besteed aan opleidingen en traingen. Het CBS heeft het hierbij echter over cijfers van 2015 en toen lag de situatie er wel anders bij voor zowel bouwbedrijven als bedrijven in de petrochemie.

Opleidingsinstituut
De meeste bedrijven kiezen er voor om een extern opleidingsinstituut in te huren voor het aanbieden van de opleiding(en) aan het personeel. Ongeveer zeventig procent van de bedrijven hebben in 2015 deze keuze gemaakt. Ongeveer vijfentwintig procent van de bedrijven heeft haar werknemers een cursus laten volgen bij een ander bedrijf. Dit kon een toeleverancier zijn of een dochteronderneming. Een klein gedeelte van de bedrijven heeft daadwerkelijk een samenwerkingsverband met een mbo, hbo of universiteit op het gebied van opleidingen. Grote bedrijven gingen vaker een samenwerking aan met opleidingsinstituten dan kleinere bedrijven.

Subsidie voor opleidingen
Ongeveer zeventien procent van de bedrijven ontving in 2015 een bepaalde vorm van subsidie voor het aanbieden van opleidingen, cursussen en andere vormen van scholing aan personeel. Het geld komt meestal uit een soort opleidingsfonds. Met name kleine en middelgrote bedrijven halen geld uit deze fondsen om opleidingen te financieren. De grotere bedrijven in Nederland maken vaker gebruik van subsidie van de landelijke overheid of de EU.

Investeringen in fintech fors lager in 2016

Fintech is een woord dat bestaat uit samentrekking van de financial en technology. Men zou echter ook kunnen zeggen dat de Nederlandse woorden financieel en technologie zijn samengetrokken in het woord fintech. Het is een woord dat je steeds vaker hoort in de financiële sector. Grote bedrijven blijken vaak te log en te bureaucratisch om innovatieve technologische oplossingen te bedenken en door te voeren. Daarom is fintech vooral een onderwerp waar startups mee bezig zijn.

In 2016 zijn de wereldwijde investeringen in technologische innovatie in de financiële sector  behoorlijk afgenomen ten opzichte van de investeringen in fintech in 2015. De totale  fintech-investeringen in 2016 droegen een gezamelijke waarde van 24,7 miljard dollar. Dit is omgerekend ruim 23,4 miljard euro. Deze cijfers komen naar voren uit een onderzoek van accountants- en adviesfirma KPMG dat dinsdag 21 februari 2017 haar uitkomsten publiceerde. Hieruit kwam naar voren dat de investeringen op fintech gebied in 2015 nog 46,7 miljard dollar waren.

Wereldwijd namen de investeringen in fintech dus flink af. Ook in Europa was deze ontwikkeling goed merkbaar. In Europa werd in 2015 nog voor een bedrag van 10,9 miljard dollar in fintech geïnvesteerd. Afgelopen jaar was dit bedrag fors gedaald en kwam uit op slechts 2,2 miljard. De hoogte van de investeringen die op fintech gebied werd gedaan steeg gemiddeld wel van 2 miljoen dollar in 2015 naar 2,7 in 2016. Een verklaring voor dit verschil in fintech investeringen tussen 2015 en 2016 werd niet direct gegeven. Het verschil in investeringen op dit gebied is wel opmerkelijk vooral omdat de economie juist aan het herstellen is, ook in Europa.

Machine-industrie goed voor Nederlandse export in 2015

Het expoteren van machineonderdelen leverde Nederland in 2015 veel geld op. Het ging hierbij bijvoorbeeld om de export van machineonderdelen waarmee chipmachines gemaakt kunnen worden ook voor de voedingsmiddelenindustrie werden in 2015 veel machineonderdelen verkocht. In totaal was het aandeel van de machine-industrie in de export in 2015 goed voor bijna 13 miljard euro. Voor de Nederlandse economie was daardoor de machinebouw het meest winstgevend. Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend op basis van een eerste onderzoek naar de belangrijkste exportgoederen. Na de machinebouw bleek ook de export van aardgas en bloemen het goed te doen in 2015. De export van aardgas kwam op de tweede plaats en de export van bloemen op de derde plaats.

Machines en machineonderdelen zijn voor Nederland altijd belangrijk geweest als het gaat om de export. In 1995 en 2005 bleek deze werktuigbouwkundige sector ook een belangrijk aandeel te hebben in de export en werd er het meeste aan deze producten verdient. De afgelopen jaren neemt het aandeel van de machinebouw in de export weer langzamerhand toe. In het jaar 1995 vormden machines bijna 9 procent van de totale opbrengsten uit de export. In 2015 was dit echter 11,5 procent geworden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek geeft aan dat de toename vooral te maken heeft met de opbrengsten voor machines die computerchips maken. Dit blijkt een zeer lucratieve tak te zijn van de machinebouw. Nederland exporteert machines waarmee chips gemaakt kunnen worden over de gehele wereld.

In 2015 zijn minder mensen ontslagen door UWV of de kantonrechter dan in 2014

In 2015 zijn in totaal meer dan 23.000 werknemers ontslagen via een procedure met behulp van het UWV of de kantonrechter. Dit aantal ligt ongeveer 25 procent lager dan in 2014. Ook in 2013 lag het aantal ontslagen via deze procedures hoger. Ten opzichte van 2013 is het aantal ontslagen via het UWV en de kantonrechter met ongeveer de helft gedaald. Dit werd bekend gemaakt op maandag 6 februari 2017 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het UWV.

Tussen de jaren 2013 en 2015 daalde het aantal ontslagen via de kantonrechter van 10.100 in 2013 naar 5.600 in 2015. Men heeft het hierbij alleen over werknemers met een vast contract die werden ontslagen. Ook het aantal ontslagen via het UWV nam af. In 2013 was er sprake van een piek van 35.600 ontslagen via het UWV. Dit aantal daalde naar 17.800 ontslagen in 2015. Zeventig procent van de ontslagen in 2013 vond plaats op basis van een faillissement. Deze ontslagen vinden plaats zonder dat er een kantonrechter of het UWV aan te pas komt. Het CBS heeft geen recentere cijfers gepubliceerd over de faillissementsontslagen.

Wet werk en zekerheid 2015
Op 1 juli 2015 is in Nederland de Wet werk en zekerheid (Wwz) van kracht is geworden. Hierdoor gelden er nieuwe ontslagregels. De reden van het ontslag is nu bepalend geworden of een ontslagprocedure via de kantonrechter of via het UWV zal geschieden. Voor de invoering van de Wet werk en zekerheid konden bedrijven vaak zelf kiezen of ze het ontslag via de kantonrechter wilden afwikkelen of via het UWV. De Wet werk en zekerheid zorgt er echter ook voor dat vast werk nog vaster wordt en flexwerk nog flexibeler.

In de praktijk worden daardoor nog meer werknemers op flexibele basis ingezet in plaats van op vaste basis. Vaste contracten worden minder verstrekt en tijdelijke contracten juist meer. Bovendien worden er door bedrijven ook veel uitzendkrachten ingezet om de pieken in de productie op te vangen. Bedrijven kunnen in de praktijk makkelijker afscheid nemen van uitzendkrachten en andere flexwerkers. Daardoor hoeven ze minder vaak een ontslagprocedure in gang te zetten.

CBS Migrantenmonitor gepubliceerd op vrijdag 3 februari 2017

Op vrijdag 3 februari 2017 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Migrantenmonitor gepubliceerd. De monitor is een overzicht van alle arbeidsmigranten uit de EU die in een bepaalde periode werkzaam zijn geweest in Nederland. uit de migrantenmonitor komt naar voren dat het aantal arbeidsmigranten in Nederland is gestegen in de periode tussen 2013 en 2015. In die periode nam het aantal arbeidsmigranten in Nederland met totaal 40.000 toe.

Totale aantal arbeidsmigranten
Het totale aantal arbeidsmigranten dat in Nederland werkzaam was in 2015 wordt geraamd op 855.000. Hiervan zijn 622.000 personen afkomstig uit één van de 27 EU-landen geweest. Een grote groep van deze Arbeidsmigranten komt uit zogenaamde MOE-landen. Deze MOE-landen zijn landen in Midden en Oost-Europa. Daar liggen de lonen lager dan in West-Europese landen zoals Nederland. Voor arbeidsmigranten uit MOE-landen is het daarom lucratief om naar Nederland te vertrekken om daar arbeid te verrichten tegen een hoger loon. In Nederland werken verhoudingsgewijs veel Poolse arbeidsmigranten. Volgens het CBS is het huidige aantal arbeidsmigranten uit Polen ongeveer 156.000. In Nederland zouden echter 205.000 Polen woonachtig zijn. Niet alle arbeidsmigranten uit Polen hebben dus (geregistreerd) werk. Naast Poolse arbeidsmigranten zijn er ook steeds meer Hongaarse, Bulgaarse en Roemeense arbeidsmigranten werkzaam.

Arbeidsmigranten uit andere landen
In totaal kwamen 193.000 arbeidsmigranten uit kandidaat-lidstaten voor de Europese Unie. Van deze groep is het grootste deel afkomstig uit Turkije, hier kwamen 191.000 personen vandaan om in Nederland te werken. De aantallen die door het CBS zijn genoemd maken duidelijk dat een grote groep arbeidsmigranten in Nederland werkzaam is. Toch is het exacte aantal arbeidsmigranten niet duidelijk in kaart gebracht. Zo weet het CBS niet hoeveel arbeidsmigranten zich zonder werk in Nederland bevinden. Daarnaast zijn er ook arbeidsmigranten die niet geregistreerd zijn en illegaal werk doen voor Nederlandse bedrijven. hoe groot deze groep is weet men niet precies. De daadwerkelijke aantallen arbeidsmigranten die zich in Nederland bevinden liggen waarschijnlijk hoger dan de aantallen die door het CBS in de Migrantenmonitor zijn weergegeven.

Nederlandse arbeidsongevallen lager dan Europees gemiddelde in 2015

Op maandag 19 december 2016 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers bekend gemaakt over het aantal ongevallen van werknemers in Nederland. Hieruit kwam naar voren dat in 2015 gemiddeld  1,4 procent van de Nederlandse werknemers ten minste één dag vrij had genomen om te herstellen van een ongeval dat had plaatsgevonden op het werk. Bij zwaardere ongevallen waarbij werknemers langer dan vier dagen verzuim hebben scoort Nederland beter dan het gemiddelde in de Europese Unie. Dit soort ongevallen komen in verhouding tot andere Europese landen minder vaak voor.

Ongevallen
In 2014 kwamen in Nederland ongeveer 1.400 ongevallen per 100.000 werknemers voor. Dat behoorlijk lager dan het Europese gemiddelde dat staat op  1.600 ongevallen per 100.000 werknemers. De aard of gevolgen van de ongelukken zijn divers. Zo heeft men het bij kleine ongevallen over verstuikingen, ontwrichtingen, verrekkingen en kleine oppervlakkige verwondingen die relatief goed te genezen zijn.

De Bouw
In de bouwsector kwamen in 2015 de meeste ongevallen voor in verhouding tot andere sectoren. In deze sector kwam het percentage ziekteverzuim naar aanleiding van een ongeval op 2,8 procent te liggen. Hierbij gaat men uit van een ziekteverzuim van minimaal één dag ten gevolge van een ongeval dat op de werklocatie is ontstaan. Naast de bouw is ook de industrie een sector met verhoudingsgewijs een hoog ongevallen percentage. In deze sector kwam het percentage op twee procent uit. Verder zijn de horecasector en de vervoer en opslag risicovolle sectoren als het gaat om verzuim ten gevolge van een ongeval.

CO2 uitstoot gestegen in Nederland in 2015

Nederland wil werk maken van duurzaamheid. Langzaam maar zeker raakt de overheid en het bedrijfsleven er van doordrongen dat de klimaatdoelstellingen niet vanzelf worden gehaald. Men zal zich moeten inzetten en investeringen moeten doen. Dat kost geld en tijd. Daarnaast zijn innovaties nodig op het gebied van hernieuwbare energie. Kolencentrales zouden gesloten moeten worden maar dan moeten er wel effectieve oplossingen worden geboden in de Nederlandse energievoorziening. De druk wordt steeds groter en de tijd om de aanpassingen door te voeren wordt steeds korter.

CO2 uitstoot gestegen
In 2015 is de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met vijf procent gestegen ten opzichte van 2014. Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend. Volgens het CBS komt de stijging in de CO2 emissie vooral doordat elektriciteitscentrales in 2015 meer steenkool en meer aardgas hebben verstookt voor het opwekken van elektriciteit. Daarnaast is er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek ook meer aardgas verbrand voor het verwarmen van woningen en utiliteit in Nederland. Ten opzichte van 1990 is de uitstoot van CO2 echter wel twaalf procent lager.

Doelstelling
De Nederlandse Staat moet in 2020 haar CO2 uitstoot met minimaal 25 procent hebben gereduceerd. Daarbij wordt de CO2 uitstoot van 1990 als uitgangspunt gehanteerd. Het kabinet wil zich inzetten om deze doelstelling te behalen. Daarbij ontkomt de Nederlandse regering niet aan radicale maatregelen. De overheid overweegt zelfs om twee nieuwe kolencentrales in Nederland te sluiten. Minister Kamp is hier vooralsnog op tegen. Hij noemt deze gang van zaken kapitaalvernietiging.

Reactie van Technisch Werken
Het sluiten van kolencentrales is niet de ware oplossing van het probleem. Als je niet uitkijkt worden in Nederland energievoorzieningen gesloten om er vervolgens achter te komen dat men te weinig energie in eigen land opwekt om aan de energiebehoefte te voldoen van de Nederlandse bevolking en bedrijfsleven. De kern is innovatie op het gebied van energievoorziening. Men moet leren op een andere manier energie op te wekken.

Bovendien zal men ook minder energie moeten gebruiken en verbruiken. Heel veel instanties, organisaties maar ook huishoudens verbruiken onnodig veel energie. Ze isoleren hun woningen en utiliteit aan de ene kant maar blijven ruimtes en kamers verwarmen terwijl deze niet gebruikt worden. Dit is slechts een voorbeeld  maar er zijn meer voorbeelden te bedenken. De energiebehoefte moet omlaag.

Als de energiebehoefte niet lager wordt en de opwekking van hernieuwbare energie niet beter gaat verlopen dan zal Nederland de kolencentrales open moeten houden of energie moeten kopen uit het buitenland. Uiteraard moet dat natuurlijk wel zogenaamde “groene energie” zijn, maar welke garanties geeft dat? Verder overweegt men nog om gasgestookte elektriciteitscentrales te gebruiken voor het opwekken van elektriciteit. Deze gasgestookte centrales zouden minder CO2 uitstoten. Echter ben je ook bij deze elektriciteitscentrales afhankelijk van fossiele brandstoffen en de vraag is of je dat nog moet willen. Er moeten effectievere oplossingen worden gevonden op het gebied van hernieuwbare energie.

Wapenexport Duitsland is verdubbeld in 2015

In 2015 is de Duitse wapenexport bijna verdubbeld ten opzichte van het jaar 2014. Dit bericht werd bekend gemaakt door de Duitse media op zondag 3 juli 2016. In 2015 werd door Duitse wapenfabrikanten voor 7,86 miljard euro aan wapentuig verkocht aan buitenlandse afnemers. Het jaar daarvoor, in 2014, werd nog voor 3,97 miljard euro aan wapens verkocht door Duitsland aan het buitenland.

Politiek gevoelige wapenverkopen

De verkoop van wapens ligt politiek vaak gevoelig.  Daarom moet de Duitse overheid vaak instemmen met een verkooptransactie tussen Duitse wapenfabrikanten en buitenlandse afnemers. De overheid van Duitsland kan er toe besluiten dat een wapentransactie niet door gaat als de beoogde afnemer als niet betrouwbaar of politiek gevaarlijk kan worden beschouwd. In totaal heeft de Duitse in 2015 ongeveer 100 geplande wapentransacties tegengehouden.  Er werd echter toestemming gegeven voor 12.687 transacties.

Een grote wapentransactie was bestemd voor Qatar. Met deze transactie was een bedrag van 1,6 miljard euro gemoeid.  De wapenleveranties aan Qatar zijn echtet wel omstreden. Qatar is een oliestaat welke volgens critici radicale islamisten steunt. Daardoor steunt Qatar indirect het terrorisme van Islamitische strijders. Hoewel de Duitse regering de wapentransactie niet heeft geblokkeerd is de oppositie in het Duitse parlement fel gekant tegen deze dubieuze wapenleveranties.

Reactie van Technisch Werken

Economie en politiek zijn vaak onlosmakelijk met elkaar verbonden.  Den maar aan de economische sancties die in het verleden zijn opgelegd aan oliestaat Iran. Ook de economische sancties tussen Rusland en een aantal Westerse landen is een duidelijk voorbeeld waarbij de politiek bepaald met welke landen als handelspartners mogen worden beschouwd en welke niet. Bedrijven hebben meestal louter economische belangen.  Ze willen zoveel mogelijk winst en omzet behalen. Ethiek staat daarbij dikwijls op een lagere plaats. Duitsland verkocht in 2015 het meeste wapen tot nog toe van deze eeuw. Toch is dit een vertekend beeld want ook de verkoop van vier tankvliegtuigen voor 1,1 miljard euro aan Groot-Brittannië werd tot de resultaten van 2015 gerekend terwijl die al in 2008 zijn geleverd.

In 2015 is een record aan goederen vervoerd in Nederland

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte donderdag 23 juni 2016 bekend dat in 2015 een record aantal goederen is vervoerd in Nederland. In totaal nam de omvang van alle transporten toe tot 1,64 miljard ton. Zowel binnen de landsgrenzen van Nederland als over de landsgrenzen werden meer goederen getransporteerd over wegen en over wateren. De totale toename van transport kwam op 1,3 procent. Het CBS merkte daarbij op dat met name de aan- en afvoer van goederen via zeeschepen was toegenomen in Nederland en vanuit Nederland.

Het overgrote deel van het goederenvervoer dat in Nederland plaatsvind komt uit het buitenland of gaan naar het buitenland. Nederland blijf daardoor vooral een doorvoerland. Het doorvoertransport is in Nederland sinds het jaar 2000 toegenomen met dertig procent. Het overgrote deel van dit internationale transport vind plaats per transportschip. Van het binnenlandse transport vind het overgrote deel plaats over de wegen met vrachtwagens.

Reactie van Technisch Werken
Transport en de transportsector zijn vaak onlosmakelijk verbonden met de economische ontwikkelingen in een land. Als er sprake is van een economische groei worden meer goederen geproduceerd, geïmporteerd en geëxporteerd. Deze invoer, doorvoer en uitvoer zorgen bovendien voor meer werkgelegenheid in de transportsector. Ook bedrijven die transportmiddelen assembleren, repareren en moderniseren zien hun opdrachten groeien en hun omzet toenemen wanneer het drukker wordt in de transportsector. Nederland blijft voor Europa nog steeds een belangrijk doorvoerland. Die positie moet Nederland ook in de toekomst trachten te behouden. Dat is niet eenvoudig want verschillende landen willen graag de positie van Nederland op dit gebied overnemen. De haven van Rotterdam moet daarom nog steeds tot de beste en meest innovatieve havens van de wereld blijven behoren.

Ruim een kwart minder aardgas uit Nederlandse bodem gehaald in 2015

In 2015 is er behoorlijk wat minder gas uit de Nederlandse aardbodem gehaald dan de jaren daarvoor. Er werd in 2015 in totaal 51 miljard kubieke meter aardgas gewonnen in Nederland. Dit aantal kubieke meters is ongeveer vijfentwintig procent lager dan in 2014. Verhoudingsgewijs worden er nog veel kubieke meters gas uit de gasvelden van Groningen gehaald. Van de 51 miljard kubieke meter gas die in 2015 werd gewonnen uit de Nederlandse bodem was ongeveer 29 miljard kuub afkomstig uit het Groningse gasveld.

Dat is meer dan 56 procent van de totale gasproductie. In Groningen is echter een productieplafond ingesteld vanaf 2014. Dit productieplafond moet er voor zorgen dat er niet te veel aardgas uit de Groningse bodem wordt gehaald zodat de aardbodem daar niet verder gaat verzakken en er minder aardbevingen ontstaan. Doordat er minder aardgas uit de Nederlandse aardbodem wordt gehaald heeft Nederland een te kort aan aardgas voor het verbruik van aardgas binnen de landsgrenzen. Dit te kort wordt gecompenseerd door een hogere invoer van aardgas uit landen zoals Noorwegen en Rusland. Dit werd dinsdag 19 april 2016 bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2015 werd in totaal 36 miljard kubieke meter aardgas geïmporteerd uit andere landen. De import van aardgas uit Groningen is 50 procent toegenomen in de periode van 2010 en 2015. In die periode is de invoer van aardgas uit Rusland zelfs verdubbeld. De invoer van aardgas uit het Verenigd Koninkrijk en Denemarken is juist beperkt tussen 2010 en 2015. Het aardgasverbruik is in 2015 ongeveer gelijk gebleven aan het verbruik van 2014. Dit verbruik kwam uit op 38 miljard kubieke meter.

Liquified natural gas (LNG)
LNG staat voor liquified natural gas. Dit is aardgas dat in vloeibare toestand is gebracht. Ook voor LNG nam de invoer toe voor Nederland. In 2015 werd de invoer van LNG verdubbeld tot 2,3 miljard kubieke meter.  In 2014 was de invoer van liquified natural gas nog 1 miljard kuub. LNG wordt niet doormiddel van pijpleidingen getransporteerd zoals bij aardgas het geval is. In plaats daarvan wordt LNG in een tanker vervoerd.

Reactie van Technisch Werken
De gasproductie in Groningen moest wel dalen anders werd de situatie in de bevingsgebieden nog riskanter. Wij in Nederland weten vaak heel goed wat andere landen moeten doen met de grondstoffen die door de natuur gegeven zijn. We zijn tegen het kappen van regenwouden en het verbanden van bossen voor vruchtbare grond. Maar hoe gaat Nederland met de eigen grondstoffen om? Afgelopen jaren liet Nederland duidelijk zien dat men vooral gericht is op het verdienen van geld in plaats van het verantwoord en duurzaam omgaan met de grondstoffen in onze aardbodem.

Deze denkwijze moest grondig worden aangepast door de schade die is ontstaan door de aardbevingen in Groningen. Pas toen deze gevolgen duidelijk werden gemaakt door de Groningse bevolking en de schade aan de woningen heeft de overheid haar beleid aangepast. De overheid kon niet anders want als de overheid de gaswinning niet zou aanpassen zou ze de veiligheid van haar eigen bevolking in gevaar brengen. De Nederlandse overheid is door deze houding niet veel beter dan de overheden van andere landen die onvoorzichtig omgaan met hun energiebronnen en grondstoffen.

Faillissementsfraude wordt harder aangepakt vanaf juli 2016

Afgelopen dinsdag 5 april 2016 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met twee wetsvoorstellen waarmee het frauderen bij faillissementen harder moet worden aangepakt. Tot heden is het vaak mogelijk dat een persoon die gefraudeerd heeft met een faillissement gewoon weer een bedrijf op start met de kans dat de malafide praktijken weer worden herhaald. Dit moet worden voorkomen volgens de Eerste en de Tweede Kamer. De twee wetsvoorstellen moeten er voor zorgen dat bestuurders die de fout in zijn gegaan niet snel weer een nieuwe bestuursfunctie kunnen uitvoeren.

Geen bestuursfunctie meer
De wet zorgt er voor dat een bestuurder die veroordeeld is vanwege faillissementsfraude vijf jaar na de veroordeling geen commissariaat of bestuursfunctie meer mag bekleden. De wet gaat vermoedelijk 1 juli 2016 in. Verder wordt het strafbaar gemaakt als de bedrijfsadministratie niet meer achterhaald kan worden. Verschillende oplichters houden er bewust een slordige administratie op na om er zo voor te zorgen dat er weinig bewijslast is om hen te veroordelen. Dit moet worden voorkomen. De overheid moet onderzoek kunnen doen naar de administratie en daarom is een aparte strafbaarstelling ingevoerd voor overtreding van de administratieplicht.

Reactie van Technisch Werken
Fraude bij faillissementen komt nogal eens voor in Nederland. Als je het nieuws volgt of consumentenprogramma’s bekijkt op televisie dan zie je regelmatig dat consumenten en andere bedrijven worden opgelicht bij fraude met betrekking tot faillissementen. De mensen of bedrijven die geld hebben geleend aan het bedrijf dat failliet is gegaan kunnen vaak moeilijk een deel van hun geld terug krijgen. Daardoor komen die mensen en bedrijven vaak ook in moeilijkheden. Het is daarom goed dat faillissementsfraude keihard wordt aangepakt.

Opkomende economieën kopen minder Westerse bedrijven

Uit onderzoek van KPMG is gebleken dat opkomende economieën minder interesse hebben in Westerse ondernemingen. Onder opkomende economieën worden landen zoals China, India,  Rusland en Brazilië gerekend. Deze landen keken een paar jaar terug nog regelmatig naar Westerse bedrijven met betrekking tot overnames en fusies. Dit is nu minder het geval. Het blijkt dat veel bedrijven uit opkomende landen in het laatste half jaar van 2015 vooral interesse hadden in ondernemingen uit andere opkomende economieën.

Het aantal overnames van Westerse bedrijven door bedrijven uit opkomende economieën bleef in het laatste half jaar van 2015 gelijk. In plaats daarvan werd wel een toename gemeten in de overnames tussen bedrijven van opkomende economieën onderling. Deze toename kwam uit op 25 procent in het laatst half jaar van 2015.

Westerse ondernemingen namen in de genoemde periode ook minder bedrijven over uit opkomende markten. In de eerste zes maanden van 2015 werden er nog 560 bedrijven uit opkomende economieën overgenomen door Westerse ondernemingen. In de tweede helft van dat jaar kwam het aantal overnames van Westerse bedrijven uit op 541. KPMG geeft aan dat de verminderde economische groei in China een belangrijke veroorzaker is van de terugloop in het aantal overnames.

Reactie van Technisch Werken
Doormiddel van overnames hebben landen als China veel technische kennis kunnen kopen van Westerse ondernemingen. Dat is voor de Chinese industrie een verstandige strategische keuze geweest. Voor het Westen zijn de overnames door het buitenland lang niet altijd gunstig geweest. Er werden regelmatig werknemers ontslagen vanwege overnames. Daarnaast moeten Westerse bedrijven er ook voor zorgen dat ze voldoende technologie binnen hun landsgrenzen houden zodat ze ook in de toekomst een bijdrage kunnen leveren aan de kenniseconomie.

In Westerse landen liggen de lonen vaak hoger dan in landen van opkomende economieën. Als opkomende economieën ook nog technologisch voorop lopen wordt de concurrentiepositie van Westerse bedrijven wel erg lastig.

Bouwbedrijf Dura Vermeer draait weer groen in 2015

Het gaat weer beter met bouwonderneming Dura Vermeer. In 2014 had het bouwbedrijf nog een verlies van 7,5 miljoen euro als resultaat behaald maar dat verlies werd in 2015 weer goed gemaakt. Vorig jaar behaalde het bedrijf een winst van 3,6 miljoen euro. In 2014 had het resultaat van Dura Vermeer vooral te lijden onder reorganisatiekosten en afschrijvingen. Deze factoren hadden een schadelijke invloed op het bedrijfsresultaat. In 2015 ging de omzet van Dura Vermeer een beetje omhoog en kwam deze uit op meer dan 1 miljard euro.

Herstel in de bouwsector
In 2015 merkte Dura Vermeer dat er een herstel plaatsvond in de bouw- en vastgoedactiviteiten. Verder was er sprake van hogere marge in de woningbouw. Dit herstel komt voort uit een flinke groei in de woningbouw ten opzichte van de jaren van de economische crisis. Gemiddeld nam de omzet uit de bouwactiviteiten en vastgoedactiviteiten toe met tien procent. Daarnaast werden ook meer woningen verkocht uit projecten van Dura Vermeer. In 2014 werden nog 510 woningen verkocht maar dat aantal steeg naar 1262 woningen in 2015.

Infra
In de infra had Dura Vermeer het moeilijk. Net als andere bouwbedrijven merkte ook Dura Vermeer dat er sprake is van overcapaciteit op de markt. Dit had tot gevolg dat de prijzen voor projecten in de infrastructuur onder druk staan. Bij publieke opdrachtgevers namen de budgetten voor infra af. Daarnaast was er sprake van uitgestelde aanbestedingen in deze sector. Er werd in de infra daarom weinig verdient. De omzet daalde in de infrasector en Dura Vermeer werd selectiever in het aannemen van projecten. Ondanks de matige resultaten van die infrasector in 2015 is er in 2016 al een klein herstel zichtbaar in deze sector.

Reactie van Technisch Werken
De meeste bouwbedrijven merkten in 2015 een verbetering op de markt. Het aantal bouwprojecten nam toe. Vooral in de woningbouw werden meer projecten uitgevoerd en werd er bovendien meer verdient. In 2016 lijkt deze positieve ontwikkeling te worden voortgezet. Er worden nog steeds veel woningen gebouwd omdat er in bepaalde gebieden een te kort is aan woningen. Geen wonder dat de huizenmarkt ook goed draait in 2016. De economie draait over het algemeen beter. Alleen de buitengewoon lage rente is iets wat mensen bezorgd kan maken. Een beetje inflatie is niet verkeer voor de economie. Maar met een zeer lage rente is inflatie niet een logisch gevolg.

UWV: werkgevers nemen meer Wajongers in dienst sinds 2015

Volgens het UWV zijn steeds meer werkgevers in Nederland bereid om werknemers met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Over het algemeen worden afspraken gemaakt over het in dienst nemen van werkzoekenden met een Wajong uitkering. Met verschillende oplossingen wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om iemand uit de Wajong aan een baan te helpen.

Mensen met een Wajong uitkering zijn jonge volwassenen met een arbeidsbeperking. Deze groep wordt ook wel Wajongers genoemd en hebben dikwijls moeite om zelfstandig een baan te vinden op de arbeidsmarkt. De uitkeringsinstantie UWV biedt ondersteuning aan Wajongers om een passende baan te vinden.  Daarvoor zijn vaak maatwerk afspraken nodig tussen werkgevers en Wajongers. Elke arbeidsbeperking is weer anders en daarom moet elke persoon in de Wajong aandacht krijgen om duidelijk inzicht te krijgen in wat iemand wel of juist niet kan uitvoeren op de arbeidsmarkt.

Het UWV merkt dat een toenemend aantal bedrijven bereid is om mensen met een Wajong uitkering in dienst te nemen. Volgens UWV-bestuursvoorzitter Bruno Bruins zijn er steeds meer bedrijven die de samenwerking met het UWV opzoeken en jonggehandicapten een werkplek willen geven. In 2015 werden onder meer afspraken gemaakt met Albert Heijn, facilitair dienstverlener Vebego en het ministerie van Defensie. Volgens de UWV-bestuursvoorzitter Bruno Bruins kan iemand met een arbeidsbeperking prima functioneren op de arbeidsmarkt.

In 2014 werden samen met het UWV achtduizend Wajongers aan een baan geholpen. In 2015 nam dit aantal aanzienlijk toe aldus het UWV. Het exacte aantal Wajongers dat in 2015 aan een baan is geholpen via het UWV is nog niet bekend gemaakt. Later deze week volgt daarover meer duidelijkheid bij de publicatie van het jaarverslag.

Reactie van Technisch Werken

Een aantal Wajongers hebben een ijzersterke motivatie.  Ze zijn jong en willen een bijdrage leveren aan de maatschappij.  Het is goed dat werkgevers en de overheid hierbij kijken naar oplossingen in plaats van naar problemen.  Zo worden hindernissen overwonnen en kan iedereen zijn of haar steentje bijdragen aan de arbeidsmarkt. Werken is op zich al een remedie voor veel mensen.  Je ontwikkelt jezelf en leert een vak. Dat vergroot je zelfvertrouwen en eigenwaarde.  Nu gaan we er alles aan doen om 2016 nog succesvoller te maken dan 2015 voor zowel Wajongers als andere werkzoekenden.

Verkoop van E-bikes steeg enorm in 2015

De verkoop van E-bikes is in 2015 enorm gestegen. In heel vorig jaar zijn er in totaal 276.000 nieuwe e-bikes verkocht in Nederland. Dit is een toename van 23,6 procent ten opzichte van 2014. Het aantal normale fietsen dat werd verkocht is juist gedaald. Dit percentage kwam juist 6,4 procent lager uit dan in 2014. Deze gegevens werden maandag 4 april 2016 bekend gemaakt door brancheorganisaties BOVAG en de RAI vereniging.

In heel 2015 werden er in totaal 983.000 nieuwe fietsen verkocht in Nederland. Door deze verkoop is de omzet uit fietsverkoop in Nederland gestegen met 1,4 procent. De totale omzet uit de verkoop van fietsen kwam daardoor op ruim 899 miljoen euro. Gemiddeld betaalde een consument in 2015 ongeveer 914 euro voor een fiets. Dit bedrag was in 2014 nog 844 euro. Van de tien fietsen die werden verkocht kwamen er gemiddeld zeven van de fietsenvakhandel.

Als men kijkt naar de ontwikkelingen in de fietsenverkoop dan is gemiddeld één op de drie fietsen die verkocht wordt in Nederland een elektrische fiets oftewel een E-bike. De brancheorganisaties beweren dat er steeds meer verschillende soorten e-bikes op de markt komen. Er zijn inmiddels ook racefietsen en vouwfietsen in een e-bike variant op de markt.

Reactie van Technisch Werken
Hoewel de verkoop van niet-elektrische fietsen niet stijgt blijkt de verkoop van e-bikes enorm toe te nemen. De verkoop van fietsen totaal maakt duidelijk dat Nederland nog steeds een populair land is als het gaat om de fietsverkoop. Ook de gemiddelde prijs die men betaald voor een fiets is omhoog gegaan. Dat is niet verwonderlijk want fietsen met een elektrische aandrijving zijn gemiddeld ook duurder dan een fiets zonder elektrische aandrijving. Een elektrische fiets is minder ‘groen’ dan een normale fiets maar toch het blijft een relatief duurzaam vervoersmiddel ten opzichte van een brommer of scooter die met een verbrandingsmotor is uitgerust.

Olieproducent Lukoil heeft last van lage olieprijs in 2015 en 2016

Olieproducent Lukoil is de nummer twee van Rusland als het gaat om de olieproductie. Het bedrijf heeft net als andere bedrijven in de oliebranche last van de sterke prijsdaling in de olie-industrie. Op maandag 4 april 2016 maakte het bedrijf bekend dat de winst in 2015 in totaal 26 procent lager is uitgevallen dan in 2014. De enorme terugval is niet alleen toe te schrijven aan de prijsdaling in van de olie. Er is ook sprake van een andere vorm van de cijferrapportage waardoor het percentage extra laag uit is gevallen.

Lukoil behaalde in 2015 een nettowinst van 291 miljard roebel, dit is omgerekend 3,8 miljard euro. Vanaf 2014 gaat het slecht met de olieprijs in de wereld. De olieproducerende landen in de wereld proberen hun marktaandeel te verdedigen door zoveel mogelijk olie op de markt te brengen. Ook de landen van oliekartel OPEC werken hier hard aan mee. Het gevolg van deze ontwikkeling is dat er een enorm overschot aan olie is ontstaan in de wereld. Daardoor is de olieprijs alleen maar verder gezakt.

Landen die voor hun inkomsten afhankelijk zijn van de verkoop van olie merken de effecten van een lage olieprijs goed. Rusland is één van deze landen en maakt zich ernstige zorgen. Een tijdje geleden had de Russische marktleider op het gebied van olie Rosneft al gemeld dat de kwartaalwinst was teruggelopen. Gazprom Neft schreef had het zelfs over rode cijfers op kwartaalbasis.

Reactie van Technisch Werken
De olieproductie is wereldwijd een probleem geworden. De olievoorraden nemen toe en er zijn zelfs vrachtschepen met olie die wachten met aanmeren in havens tot er een hogere olieprijs wordt betaald. De Amerikaanse olievoorraad is op recordhoogte gekomen. Inmiddels zijn er verschillende landen die met elkaar in overleg zijn om een productieplafond af te spreken voor de olie-industrie. Rusland had onlangs nog een recordproductie bereikt. De vraag is of de landen zich aan de afspraken gaan houden.

Meer werkgelegenheid eind 2015

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is de Nederlandse economie in 2015 iets harder gegroeid dan het statistiekbureau  vorige maand heeft berekend. Het verschil is niet groot. In de eerste raming groeide de economie volgens het CBS nog 1,9 procent, in feite blijkt de groei nu op 2 procent uit te komen. Ook met de toename in de werkgelegenheid zat het CBS aan de veilige kant met haar raming. In de eerste raming berekende het CBS dat er in het laatste kwartaal van 2015 ongeveer 48.000 extra werknemers en zelfstandigen werk hadden gevonden. In werkgelijkheid blijken er in het vierde kwartaal 60.000 extra mensen aan het werk te zijn gegaan.

Reactie van Technisch Werken
In 2015 maakten alle sectoren in Nederland een groei door. De bouwsector groeide zelfs aanzienlijk ten opzichte van afgelopen crisisjaren. Geen wonder dat ook de werkgelegenheid weer begon aan te trekken aan het einde van 2015. Steeds meer mensen vonden een baan. Vooral uitzendbureaus wisten meer mensen aan het werk te helpen. Dit komt omdat veel bedrijven eerst kiezen voor flexkrachten voordat ze besluiten om personeel rechtstreeks in dienst te nemen.

De Wet werk en zekerheid heeft de positie van flexkrachten op de arbeidsmarkt nog niet verbetert. Daarom blijven veel mensen langer in een flexbaan werken. Toch zal ook dit veranderen als de economische ontwikkelingen positief blijven. Uiteindelijk zullen veel bedrijven er namelijk voor kiezen om een bepaalde balans te hebben tussen de “flexibele schil” en het personeel dat rechtstreeks in dienst is bij het bedrijf. Om deze balans goed te handhaven zal een deel van het personeel een contract krijgen rechtstreeks bij het inlenende bedrijf. De Wet werk en zekerheid heeft hier niet of nauwelijks invloed op uiteindelijk hangt alles af van de economie.

Rabobank: bouwsector grootste groeisector in 2015

Dinsdag 22 maart 2016 publiceerde de Rabobank een sectorprognose waarin de economische ontwikkelingen van verschillende sectoren van het Nederlandse bedrijfsleven worden geïllustreerd. Hieruit kwam naar voren dat de Nederlandse bouwsector het in 2015 zeer goed deed ten opzichte van andere sectoren in Nederland. In deze sector werd in 2015 nog een groei gerealiseerd van 8,2 procent. Deze enorme groei wordt dit jaar waarschijnlijk niet behaald voor deze sector. De Rabobank verwacht dat de bouwsector in 2016 een groei van 4 procent zal realiseren.

Woningbouw
De bouwsector profiteert vooral van de stijgende vraag naar woningen in Nederland. Er worden niet alleen meer huizen verkocht, de prijzen van huizen stijgen ook ten opzichte van 2015. Men kan weer wat geld verdienen in de woningbouw. Daardoor investeren projectontwikkelaars weer in woningbouwprojecten. Vooral in de Randstad wordt veel gebouwd. Daarnaast neemt ook het aantal woningbouwprojecten in veel steden in Nederland toe. Dit zorgt er voor dat bouwbedrijven het drukker krijgen. Daarnaast krijgen ook onderaannemers zoals elektrotechnische bedrijven en installateurs het drukker.

Uitzendbureaus in de bouw
Uitzendbureaus die flexibel personeel bemiddelen in de bouw krijgen meer aanvragen voor timmermannen, metselaars en installatiepersoneel. Dit personeel wordt schaars op de arbeidsmarkt. Dit is een goede ontwikkeling want er zitten straks minder technici in de ww. Er is echter ook een keerzijde. Er wordt namelijk om ervaren krachten gevraagd. Dit zijn meestal de wat oudere bouwvakkers. Jongere bouwvakkers zijn er bijna niet omdat veel jongeren een andere opleidingsrichting hebben gevolgd dan de bouwsector.

Dat zorgt er voor dat er sprake is van vergrijzing in de bouw. Deze vergrijzing zal in de toekomst waarschijnlijk opgevangen worden met arbeidsmigranten. Het is de vraag of dit de bedoeling is van de overheid. Er zijn al technische uitzendbureaus in de bouw die inspelen op deze ontwikkeling door arbeidsmigranten uit bijvoorbeeld Polen aan het werk te zetten als uitzendkracht op Nederlandse bouwprojecten.

Reactie van Technisch Werken
De bouwsector draait goed omdat er in Nederland meer vraag naar woningen ontstaat. In de jaren van de economische crisis zijn veel mensen terughoudend geweest als het gaat om het doen van grote uitgaven. Nu durven veel mensen meer geld uit te geven omdat de arbeidsmarkt aantrekt en de werkgelegenheid toeneemt. Bovendien is de hypotheekrente in 2015 en 2016 bijzonder gunstig voor mensen die een woning willen kopen.

Door de lage hypotheek rente wordt het voor veel mensen betaalbaar en aantrekkelijk om een woning te kopen. Deze factoren jagen de woningmarkt en daarmee de bouwsector aan. Nu de rente in maar wederom verlaagd is gaat de hypotheekrente naar verwachting nog verder naar beneden waardoor de positieve tendens op de woningmarkt waarschijnlijk zal aanhouden.

Minister Kamp over Wind Monitor op Land 2015

Economische Zaken heeft onlangs de Wind Monitor op Land gepubliceerd. In deze monitor is beschreven dat Nederland achter loopt op het gebied van het plaatsen van windmolens op land. Minister Henk Kamp is verantwoordelijk voor Economische Zaken. In zijn reactie op de Wind Monitor op Land 2015 zegt hij dat er in 2015 veel verschillende nieuwe windparken zijn gerealiseerd in Nederland. Volgens de minister moet er ook nog veel gebeuren in Nederland om de doelstellingen van het Energieakkoord te behalen.

Toename van Windvermogen

Het windvermogen is het afgelopen jaar toegenomen in Nederland. Dat blijkt ook uit de resultaten die zijn weergegeven in de Wind Monitor op Land. Maar de toename van het windvermogen is onvoldoende om de doelstellingen van het Energieakkoord in 2020 te halen. De minister is echter overtuigd dat het aantal windmolens in Nederland zal toenemen de komende jaren. Minister Henk Kamp van Economische Zaken beweerd dat het aantal windmolenprojecten gestegen in Nederland. Deze projecten moeten volgens Economische Zaken vrijwel zeker voor 2020 gereed zijn.

Reactie van Technische Werken

De minister zal er voor moeten zorgen dat hij het vertrouwen van de burgers wint voor zijn plannen.  Burgers zijn bezorgd over hun leefomgeving. Daar weet de minister inmiddels alles van als hij aan de provincie Groningen denkt. Daar hebben de burgers met zoveel nadelige gevolgen te maken gehad van de gaswinning dat de  minister weet hoe belangrijk een draagvlak onder de bevolking is.

Veel mensen willen geen windmolens in de buurt van hun woning omdat ze dat horizonvervuiling vinden. De baten van windmolens worden door veel mensen niet ingezien.  De minister moet voor een goede balans zorgen tussen de kosten en baten van windmolens voor de bevolking. Als hij de bevolking bij de plannen voor nieuwe windmolenparken betrekt kan hij trachten ern draagvlak te creëren. Dit draagvlak is de basis voor elk slagvaardig plan op het gebied van windmolenparken.

Uitzendbureau Olympia Nederland wordt overgenomen in 2016

Uitzendonderneming Olympia Nederland wordt overgenomen. De huidige eigenaar, de Haagse bank NIBC verkoopt het uitzendbureau aan franchiseondernemer Dimitri Yocarini en investeringsfirma Avedon Capital Partners. Vrijdag 18 maart 2016 werd bekend gemaakt dat de franchiseondernemers met de transactie akkoord zijn gegaan.

Tussen het NIBC werden eerder al verschillende gesprekken gevoerd. Daaruit was al een overeenkomst voortgevloeid. Deze overeenkomst moest echter door de toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM) worden goedgekeurd. Er werden geen financiële details bekend gemaakt over de deal. De ACM heeft nu goedkeuring gegeven voor de overname.

Olympia uitzendbureau
Het uitzendbureau Olympia werd opgericht in 1969. Vanaf dat jaar is de uitzendorganisatie gegroeid naar negentig reguliere vestigingen in Nederland. Naast deze reguliere vestigingen zijn er ook vijftig zogenoemde ‘inhouse’ vestigingen gevestigd in Nederland. Deze inhouse vestigingen zijn uitzendbureaus die onder gebracht zijn bij grote bedrijven. De inhouse uitzendbureaus huren een klein deel van bijvoorbeeld een groot productiebedrijf om dicht bij de uitzendkrachten te werken zodat ze makkelijker bereikbaar zijn voor vragen van het bedrijf en van de uitzendmedewerkers. Het uitzendbureau Olympia geeft aan dat ze tot de top van de uitzendbureaus in Nederland behoren als men kijkt naar haar omzet.

Dimitri Yocarini
Franchiseondernemer Dimitri Yocarini is oorspronkelijk bij Olympia als intercedent begonnen ongeveer 15 jaar gelden. Hij werd de eigenaar van de de vestigingen in Amersfoort en Utrecht. Sinds 2010 heeft hij ook de filialen in Amsterdam.

Reactie van Technisch Werken
Het gaat goed met de uitzendbranche in Nederland. Dit betekend dat bedrijven weer strategische keuzes gaan maken. Sommige bedrijven willen investeren in uitzendbureaus omdat de ingezette groei in 2016 nog verder kan doorzetten. Uiteraard heeft de wetgeving zoals de Wet werk en zekerheid een grote invloed op de flexmarkt. Als deze wet gewijzigd wordt heeft dat gevolgen voor de uitzendbureaus op de arbeidsmarkt.  Voor uitzendbedrijven kunnen de wetswijzigingen verstrekkende gevolgen hebben.