Wat is arbeidsdeling?

Arbeidsdeling is een woord dat wordt gebruikt voor het verdelen van werkzaamheden. Dit begrip kan breed worden opgevat. Men kan globaal de opdeling maken tussen technische arbeidsverdeling en technische arbeidsdeling.

Technische arbeidsdeling
Bij technische arbeidsdeling wordt vooral gekeken naar mensen en middelen. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden van personeelsleden om bepaalde werkzaamheden binnen een bepaald tijdsbestek uit te voeren. Bijvoorbeeld hoeveel producten kan men maken binnen een bepaalde dag of hoeveel mensen heb je nodig om een product of machine te maken. In 1776 gepubliceerde The Wealth of Nations van Smith. Hierin ging hij niet in op technische arbeidsdeling maar hij benoemde wel een voorbeeld van een speldenfabriek. Volgens hem zou één man niet in staat zijn om 20 spelden te maken maar kunnen tien mannen wel 48.000 spelden maken in een dag als ze de takken efficiënt verdelen. Dit zorgt echter voor een zeer hoge lokale afzet. Deze afzet kan wellicht te hoog zijn waardoor men genoodzaakt is om de producten over een grotere afstand te distribueren.

Maatschappelijke arbeidsdeling
In een maatschappij is altijd wel een bepaalde mate van verdeling van arbeid aanwezig. In een samenleving neemt de arbeidsdeling toe naarmate de samenleving complexer wordt. In een primitieve samenleving zijn er over het algemeen weinig werkzaamheden en is er nauwelijks sprake van hiërarchie.  De verdeling van arbeid is in die eenvoudige samenlevingen gering. Toch vind er wel degelijk arbeidsverdeling plaats. Er zijn bijvoorbeeld jagers die op jacht gaan naar voedsel. Daarnaast zijn er mensen die het gevangen voedsel gaan bereiden voor consumptie. Weer andere personen maken de wapens van de jacht en verwerken huiden en botten tot gebruiksvoorwerpen. Bij arbeidsdeling probeert men rekening te houden met de vaardigheden en competenties van de mensen of werknemers.

Wat is een intermediair in de uitzendmarkt

Intermediair is een woord dat op verschillende manieren wordt gebruikt. Men kan bijvoorbeeld een persoon een intermediair noemen maar ook een bedrijf. Ondanks die verschillende aanduidingen bedoelt men met het woord intermediair over het algemeen een partij, persoon of bedrijf die als een tussenpartij of tussenpersoon wordt ingeschakeld tussen twee andere partijen. Een voorbeeld van een intermediair is een verzekeringsagent maar ook een makelaar in assurantiën wordt een intermediair genoemd. Een intermediair is een persoon of bedrijf welke behoort tot de financiële dienstverlening. Deze treed op als bemiddelaar om bijvoorbeeld vraag en aanbod bij elkaar te brengen. De producten van een intermediair zijn meestal niet stoffelijk van aard. Dit houdt in dat er producten worden ‘verkocht’ zoals hypotheken, spaarrekeningen, betaalrekeningen, leningen en beleggingen.

Een uitzendbureau als intermediair
Ook een uitzendbureau is een intermediair. Uitzendbureaus zijn actief op de arbeidsmarkt en zoeken voor opdrachtgevers kandidaten die (tijdelijke) werkzaamheden kunnen uitvoeren. Een uitzendbureau stelt personeel aan deze opdrachtgevers beschikbaar. Voordat een uitzendbureau dat kan doen zal het bureau de ‘juiste’ kandidaten moeten vinden. Uitzendbureaus zorgen voor een groot netwerk waarin zowel bedrijven als (potentiële) kandidaten actief zijn. Uit dit netwerk haalt een uitzendbureau opdrachten en nieuwe uitzendkrachten.

Met de kandidaten die gevonden worden voor een bepaalde vacature zal een uitzendbureau een intakegesprek houden waarmee de wensen en capaciteiten van de desbetreffende kandidaten in kaart worden gebracht. Vervolgens zal het uitzendbureau trachten de kandidaten voor te stellen op de openstaande vacatures. Als dat lukt is er sprake van overeenstemming, dit wordt ook wel een ‘match’ genoemd. Het kan echter ook zijn dat de kandidaat niet geschikt wordt bevonden. Dan kan het uitzendbureau er voor kiezen om de kandidaat vrijblijvend voor te stellen bij andere opdrachtgevers.

Als een uitzendkracht eenmaal geplaatst is zal de opdrachtgever van het uitzendbureau veranderen in een ‘inlener’.  Het bedrijf leent namelijk de uitzendkracht in. Daarvoor betaald de inlener een bepaald uurtarief waarin het uurloon en bepaalde reserveringen voor verzuim, vakantie en vakantiegeld zijn verwerkt. Soms zitten in het tarief ook reiskosten en geld voor kleding en scholing verwerkt. Dit verschilt per uitzendbureau en per marktsegment. Een technische uitzendkracht zal bijvoorbeeld een vergoeding kunnen krijgen voor het gebruiken van gereedschap zodat het gereedschap vervangen kan worden als het kapot of versleten is.

Werving en selectie
Ook voor werving en selectietrajecten worden uitzendbureaus ingezet. Uitzendbureaus gaan in dit geval ook op zoek naar kandidaten maar nemen deze niet zelf in dienst. Ze werven en selecteren kandidaten voor hun opdrachtgever die daarvoor een bepaalde vergoeding betaald. Deze vergoeding wordt ook wel de werving en selectiefee genoemd. Dit is meestal een bepaald percentage van het jaarsalaris van de desbetreffende kandidaat of een aantal maandsalarissen. Deze vergoeding hebben uitzendbureaus nodig voor hun inspanningen. Voor sommige bedrijven lijkt de vergoeding behoorlijk hoog. Het is echter wel zo dat een uitzendbureau pas betaald krijgt als ze een geschikte kandidaat heeft gevonden. Als dat niet is gelukt krijgt het uitzendbureau helemaal geen vergoeding. Dat zorgt er voor dat het uitzendbureau wel een kostendekkende vergoeding in rekening moet brengen. Er zijn naast uitzendbureaus ook headhuntersbureaus en werving en selectiebureaus die gespecialiseerd zijn in werven en selecteren van kandidaten.

Wat wordt met een ‘flexibele schil’ bedoelt?

De ‘flexibele schil’ van een organisatie wordt regelmatig benoemt als men het heeft over de personeelsbezetting en het aantal fulltime functies. Bij veel organisaties wordt onderscheid gemaakt tussen flexibel personeel en vast personeel. Vast personeel is personeel dat een rechtstreeks dienstverband heeft bij de organisatie voor onbepaalde tijd. Flexibel personeel is personeel dat op tijdelijke basis bij een organisatie wordt ingezet. Dit kunnen personeelsleden zijn met tijdelijke contracten maar ook oproepkrachten en mensen met een nul-urencontract. Tot de flexibele schil van een organisatie behoren ook de uitzendkrachten en detacheringskrachten.

Flexibele schil in het personeelsbeleid
Deze krachten vormen over het algemeen de buitenste ‘schil’ van de organisatie. Hiermee wordt bedoelt dat de flexibele krachten om de kern van vaste krachten heen zijn geplaatst. De flexibele schil vormt de buitenkant van de personeelsbezetting en reageert het sterkst op de ontwikkelingen in de organisatie. Als het bijvoorbeeld (tijdelijk) drukker wordt vanwege een hogere productie bij de organisatie, zal men de flexibele schil gaan vergroten. Dit houdt in dat er meer flexibele arbeidskrachten worden aangenomen. Als het rustiger wordt bij een organisatie zal men er voor kunnen kiezen om personeelsleden uit de flexibele schil te laten vertrekken.

Intern en extern flexibel personeel?
Personeel in de flexibele schil kan op verschillende manieren worden te werk gesteld door een organisatie en onder verschillende voorwaarden.  Er kan onderscheid worden gemaakt tussen personeel dat rechtstreeks op flexibele basis werkt zoals oproepkrachten en medewerkers die werken met tijdelijke contracten. Er zijn echter ook mogelijkheden voor een organisatie om flexibel personeel in te lenen via een tussenpartij oftewel een intermediair. Dit zijn bijvoorbeeld de uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Deze bureaus zijn de feitelijke werkgevers van de uitzendkrachten en het detacheringspersoneel.  De klant wordt in deze arbeidsverhouding de inlener genoemd, deze leent de uitzendkrachten in van de uitzendonderneming of het detacheringsbureau. Deze bureaus regelen de verloning en zijn in de meeste gevallen ook verantwoordelijk voor de uitbetaling van ziektegeld en vakantiegeld en vakantie-uren. Uitzendbureaus en detacheringsbureaus vormen voor bedrijven belangrijke adviseurs op het gebied van de flexibele schil van de organisatie.

Wat is arbeidsongeschiktheid en wanneer ben je arbeidsongeschikt?

Arbeidsongeschikt is een aanduiding die wordt gebruikt om duidelijk te maken dat iemand niet geschikt is om arbeid te verrichten met een erkende economische meerwaarde. Dit houdt in dat iemand die arbeidsongeschikt is niet in staat is om werk te verrichten dat echt bijdraagt aan het bedrijfsproces. Arbeidsongeschiktheid is een gevolg van verschillende ziekten, lichamelijke en geestelijke beperkingen.

Wanneer ben je arbeidsongeschikt?
Arbeidsongeschiktheid kan verschillende oorzaken hebben daarom zijn personen die arbeidsongeschikt zijn vaak moeilijk met elkaar te vergelijken. Zo kan de ene persoon bijvoorbeeld psychische beperkingen hebben terwijl een andere persoon juist lichamelijke klachten heeft. Het is voor een buitenstaander of leek vaak moeilijk om in te schatten in welke mate een persoon in staat is om bepaalde werkzaamheden te verrichten. De beoordeling of iemand arbeidsongeschikt is of niet moet men aan een ter zake kundige arts of bedrijfsarts overlaten. Een bedrijfsarts kan aan de hand van verschillende gesprekken en onderzoeken bepalen of iemand arbeidsongeschikt is en in welke mate hij of zij arbeidsongeschikt is. Dit wordt nauwkeurig vastgelegd in rapporten die desgewenst (gedeeltelijk) voor een werkgever inzichtelijk gemaakt kunnen worden.

Arbeidsongeschiktheid vanuit verschillende invalshoeken
Arbeidsongeschiktheid is een woord waarnaar men op verschillende manieren kan kijken. Een werkgever kan bijvoorbeeld een werknemer arbeidsongeschikt beschouwen wanneer deze op de werkvloer meer kost dat hij of zij oplevert. Een werknemer kan hier echter een hele andere mening over hebben en vindt het bijvoorbeeld belangrijk om een bijdrage te leveren aan het arbeidsproces en productieproces van het bedrijf. Het kan maatschappelijk een meerwaarde hebben om een arbeidsongeschikt persoon aan het werk te houden.

Deze persoon hoeft geen of slechts gedeeltelijk een uitkering te ontvangen en blijft in het werkproces. Dit laatste is in een aantal gevallen van arbeidsongeschiktheid een belangrijk aspect om er voor te zorgen dat iemand weer kan re-integreren. Ondanks het maatschappelijke aspect zijn economische motieven vaak erg belangrijk en regelmatig doorslaggevend om iemand arbeidsongeschikt te noemen. De overheid probeert echter te stimuleren dat werkgevers ook werknemers inzetten met een handicap of beperking. Een aantal bedrijven geeft hieraan gehoor maar meestal moeten dan wel speciale voorzieningen worden gecreëerd.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
Als een werknemer in Nederland door een bedrijfsarts is afgekeurd voor het uitvoeren van werkzaamheden dan kan hij of zij in aanmerking komen voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Deze wet behoort tot de werknemersverzekeringen en zorgt er voor dat arbeidsongeschikten een uitkering kunnen ontvangen. Ook zelfstandige ondernemers kunnen in Nederland er voor kiezen om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten.

Waar staat fte voor als men het heeft over personeelsbezetting?

De afkorting fte staat voor fulltime-equivalent. Dit zijn twee woorden waarbij het word fulltime vertaald kan worden met voltijd en equivalent slaat op gelijkwaardig. Fulltime-equivalent wordt gebruikt om aan te duiden hoeveel mensen fulltime binnen een bedrijf kunnen worden ingezet en worden ingezet. Kortom het gaat om het aantal beschikbare arbeidsplaatsen als men het heeft over de personeelsbezetting.

Wie zijn geïnteresseerd in fte’s?
Managers, werkgevers en personeelsfunctionarissen hebben het regelmatig met elkaar over de planning en de personeelsbezetting in bedrijven. Daarbij wordt het aantal personeelsleden vergeleken met het aantal beschikbare arbeidsplaatsen en de te verwachten productie. Er wordt hierbij gestreefd naar een goede balans tussen zowel het personeel als de arbeidsplaatsen en de te verwachten werkzaamheden. Daaruit komt een aantal fte’s. Men kan kijken hoeveel fte’s een bedrijf op een bepaald moment heeft vervuld en hoeveel personeel men eventueel zou kunnen aannemen om op het gewenste aantal fte’s te komen. Over het algemeen hebben werkgevers en personeelsfunctionarissen het over fte’s.

Wat is fulltime werk?
In de eerste alinea is aangegeven dat fte staat voor fulltime-equivalent. Het woord fulltime is hierbij belangrijk omdat men bij het bepalen van het aantal fte’s terugrekend naar fulltime functies. Iemand heeft in Nederland een fulltime functie wanneer de desbetreffende werknemer of werkneemster tussen de 36 uur en 40 uur per week werkzaam is bij een werkgever. Het gaat hierbij om betaald werk.

Wanneer men minder dan 36 uur werkzaam is voor een bedrijf (en meer dan 12 uur) dan spreekt men van deeltijd werk. Dit wordt ook wel parttime werk genoemd. Men rekent parttimers ook mee in de fte berekening. Als men bij een bedrijf een fulltime werkweek heeft van 38 uur dan rekent men bij een functie van 0,6 fte als volgt: 0,6 x 38 = 22,8 uur per week werk. In dit geval is men dus parttime aan het werk. Werknemers die parttime werken worden ook wel parttimers genoemd en mensen die fulltime werken worden fulltimers genoemd. 

Wat is een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst?

In verschillende markten is sprake van concurrentie. Werkgevers willen voorkomen dat werknemers de kennis, innovaties, ideeën en klantenkring van het bedrijf na het verlaten van het bedrijf gaan gebruiken bij een andere werkgever om daar hun voordeel mee te doen. Om te voorkomen dat een werkgever wordt beconcurreerd door voormalige werknemers wordt er vaak een concurrentiebeding opgenomen in een arbeidsovereenkomst.

Wat is een concurrentiebeding?
Een concurrentiebeding is een bepaling in een arbeidsovereenkomst die tussen een werkgever en werknemer worden gesloten. De wijze waarop het concurrentiebeding wordt omschreven kan verschillen. Meestal gaat het om een verbod voor de werknemer om binnen een bepaalde periode na het verlaten van de organisatie werkzaamheden bij een andere werkgever te verrichten die als concurrerend kunnen worden beschouwd door de huidige werkgever.

Door bijvoorbeeld in dienst te treden bij een directe concurrent van de werkgever kan de werknemer in strijd met het concurrentiebeding handelen. Meestal is een concurrentiebeding aan een bepaalde tijdslimiet gekoppeld. Dit kan bijvoorbeeld een jaar zijn. Het concurrentiebeding  is dan een jaar na het verlaten van de organisatie van toepassing. Ook kan een geografische limiet worden vastgelegd. Dit kan bijvoorbeeld een bepaalde straal rondom het bedrijf zijn, een bepaalde provincie of andere afgebakende regio. Werknemers die de organisatie verlaten mogen dan meestal niet bij een concurrerend bedrijf werken binnen de straal die in het concurrentiebeding is opgenomen.

Beperkingen voor de werknemer door concurrentiebeding
Een concurrentiebeding zorgt voor beperkingen van de werknemer op de arbeidsmarkt indien hij of zij de organisatie gaat verlaten waar de arbeidsovereenkomst met het concurrentiebeding mee gesloten is. Een concurrentiebeding is een beperking omdat een werknemer door het ondertekenen van dit beding niet met elke organisatie een arbeidsovereenkomst kan sluiten binnen bepaalde periode en/ of straal als zijn of haar dienstverband om wat voor reden dan ook ten einde komt.

Een concurrentiebeding wordt in de praktijk vaak gecombineerd verschillende andere bedingen die beperkend zijn voor de werknemers. Hieronder staan een aantal voorbeelden van de beperkende bedingen die tussen werkgever en werknemer overeengekomen kunnen worden.

  • Relatiebeding: door het ondertekenen van een relatiebeding zijn de werkgever en werknemer schriftelijk overeengekomen dat de voormalig werknemer na het verlaten van de organisatie geen zakenpartners van de vorige werkgever mag benaderen.
  • Non-sollicitatiebeding: met het ondertekenen van een non-sollicitatiebeding legt een werknemer vast dat hij of zij geen voormalige collega’s gaat benaderen om bij het te solliciteren.
  • Geheimhoudingsbeding: een geheimhoudingsbeding kan eveneens in een arbeidsovereenkomst worden opgenomen. Als het geheimhoudingsbeding door de werknemer is ondertekend mag deze geen vertrouwelijke informatie openbaar maken.

Concurrentiebeding en boetes
Een concurrentiebeding is een beperking van de werknemer. Om er voor te zorgen dat werknemers zich aan het concurrentiebeding gaan houden wordt er meestal een bepaalde boete genoemd in het beding. Deze boete dient de werknemer te betalen indien hij of zij de richtlijnen van het concurrentiebeding niet naleeft. Hierdoor wordt de positie van de werkgever ten opzichte van de werknemer nog verder verstevigd.

Boete concurrentiebeding ter discussie
De schade die een werkgever lijdt doordat de werknemer het concurrentiebeding overtreed is meestal moeilijk te bepalen. Ondanks dat kan de rechter meestal de boete wel aan de werknemer opleggen indien hij of zij daadwerkelijk het genoemde beding heeft overtreden. Daarvoor moet het concurrentiebeding echter wel ondertekend zijn door de werknemer. Een werkgever moet dan wel kunnen aantonen dat de voormalig werknemer het concurrentiebeding daadwerkelijk heeft overtreden. Een werkgever hoeft de schade van de overtreding niet beslist aan te tonen omdat dit erg lastig is.

Concurrentiebeding vanaf 1 januari 2015
Vanaf 1 januari 2015 veranderen er een aantal dingen op de arbeidsmarkt. Het concurrentiebeding is één van de aspecten van de arbeidsmarkt die gaat veranderen. Vanaf 1 januari 2015 mogen werkgevers geen concurrentiebeding meer opnemen in tijdelijke contracten tenzij daarvoor aantoonbaar dringende redenen zijn. De dringende redenen dienen verband te houden met het bedrijfsbelang of het dienstbelang.

Een werkgever zal bij tijdelijke contracten een schriftelijke motivering moeten verstrekken indien hij of zij een concurrentiebeding in het contract heeft opgenomen. Deze schriftelijke motivering moet de noodzaak van het concurrentiebeding in het contract aantonen. Bij een onvoldoende motivering kan de rechter alsnog het concurrentiebeding ‘nietig’ verklaren. In het geval van een nietigverklaring is er in feite geen sprake van een rechtsgeldig concurrentiebeding en kan de (voormalig)  werknemer dus ook niet aan het concurrentiebeding gehouden worden.

In België is het overigens voor werkgevers niet toegestaan om een concurrentiebeding met werknemers overeen te komen als een werknemer een salaris heeft onder een bepaald bedrag.

Wat zijn verschoven diensten, verschoven werktijd en verschoven uren?

In arbeidsrelaties kan er sprake zijn van verschillende soorten diensten. Veel bedrijven werken gewoon in dagdienst terwijl andere bedrijven in ploegendiensten werken. Sommige bedrijven werken echter ook met verschoven werktijd. Verschoven werktijd kan worden onderverdeeld in verschoven diensten en verschoven uren. Deze diensten vormen over het algemeen een uitzondering op het standaard rooster van de werknemer. Hieronder is beschreven wat men bedoelt met verschoven diensten en verschoven uren.

Verschoven uren
Men spreekt van verschoven uren als men buiten de normale werktijden uren gaat werken zonder dat de vastgelegde contracturen per week worden overschreden. De maximale contracturen per week zijn 40 uur. Dit wordt ook wel fulltime genoemd. Over het algemeen werkt een fulltime werknemer 8 uur per dag. Het kan echter voorkomen dat een werknemer op een bepaalde dag minder werk heeft waardoor de werknemer minder uren maakt of hoeft te maken. Op andere dagen kan echter meer drukte worden verwacht. Men kan er dan voor kiezen om de uren van een rustige dag te verschuiven naar een dag waarop meer werkzaamheden worden verwacht. In dat geval spreekt men van verschoven uren. Een voorbeeld:

Om donderdag heeft de werknemer weinig te doen en kan hij zijn werkzaamheden afronden in 7 uur. Op vrijdag wordt er meer werk verwacht en kan de werknemer 9 uur werken. Het uur van donderdag wordt dan verschoven naar de vrijdag. Dit is een verschoven uur en wordt niet beschouwd als een overwerkuur.

Door uren effectief te verschuiven kan een werknemer uiteindelijk toch de contracturen werken bij zijn of haar werkgever. De werkgever kan de inzet van de werknemer aanpassen aan de hoeveelheid werkzaamheden. Over het algemeen zijn aan werken met verschoven uren wel richtlijnen verbonden. Werknemers die met verschoven uren werken zullen tijdig op de hoogte moeten worden gebracht dat er uren gaan verschuiven. Hierover worden door de werkgever en de werknemers afspraken gemaakt. Deze worden meestal schriftelijk vastgelegd in een cao. Hierin kunnen ook vergoedingen staan die van toepassing zijn op verschoven uren.

Verschoven diensten
Als men gebruik maakt van verschoven uren verandert er over het algemeen niet veel voor de werknemer. Hij of zij zal een dag of een paar dagen meer of minder werken. Dit is anders wanneer men met verschoven diensten werkt. Hierbij wordt een complete dienst verschoven. Een werknemer die bijvoorbeeld op een bepaalde dag dienst heeft kan op die dag vrij zijn omdat zijn of haar dienst door de werkgever is verschoven naar een andere dag waarop de werknemer volgens het rooster vrij zou hebben. Werknemers die te maken kunnen krijgen met verschoven diensten moeten zeer flexibel ingesteld zijn.

Over het algemeen worden dit soort diensten toegepast in bedrijven en organisaties die sterk aan veranderingen onderhevig zijn. Een voorbeeld hiervan is de zorgsector op afdelingen waarin het de ene dag heel druk is en de andere dag minder druk. Voor verschoven diensten zijn ook afspraken vastgelegd in de cao van het bedrijf of de bedrijvensector. Hierin staan ook richtlijnen voor de minimale vergoeding die aan de werknemer moet worden verstrekt wanneer zijn of haar dienst wordt verschoven of wanneer de werknemer gedurende een bepaalde periode regelmatig in verschoven diensten werkt

Wat is arbeidsrecht en wat is hierin vastgelegd?

Arbeidsrecht is een onderdeel van het recht dat gericht is op de arbeidsrelaties tussen werkgevers en werknemers. Iemand is een werknemer of werkneemster wanneer hij of zij zich of haar doormiddel van een arbeidsovereenkomst verbindt aan een werkgever, om onder zijn of haar gezag werkzaamheden te verrichten in ruil voor een beloning. Arbeidsrecht is een integraal onderdeel van het sociaal recht en kan worden opgedeeld in individueel en het collectief arbeidsrecht.

Waarom arbeidsrecht?
Aan het begin van de twintigste eeuw was de positie van de werknemer zwak ten opzichte van de werkgever. De contractpartijen konden in die tijd onderling de contractvoorwaarden bepalen. Dit betekende in de praktijk vaak dat de werkgevers de voorwaarden bepaalden waaronder de werknemers de werkzaamheden moesten verrichten.  Dit zorgde voor mistanden op de arbeidsmarkt. Grote industriële bedrijven gebruikten hun invloed om werknemers tegen zo weinig mogelijk loon aan het werk te zetten. Vanuit de werknemers ontstond kritiek en de werknemers gingen zich met elkaar verenigen in vakbonden. De vakbonden kregen meer invloed en zorgden en probeerden meer rechten voor werknemers vast te leggen in de wet. De wetgeving zorgde er in Nederland voor dat de werkgevers zich aan richtlijnen moesten houden. Het arbeidsrecht kreeg door de jaren heen een steeds duidelijker vorm.

In de 21ste eeuw is er maar weinig contractvrijheid. De werknemers krijgen veel bescherming door het arbeidsrecht. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan sociale zekerheid, arbeidsongevallenverzekering en ontslagbescherming.

Wat staat er in het arbeidsrecht?
Iedereen die in Nederland een arbeidsovereenkomst heeft gesloten krijgt te maken met rechten en plichten. Deze rechten en plichten zijn vastgelegd in het arbeidsrecht. Ambtenaren en uitzendkrachten krijgen eveneens te maken met aspecten die uit het arbeidsrecht naar voren komen.

De kern van het arbeidsrecht is boek 7 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek betreffende Bijzondere overeenkomsten, onder titel 10 de Arbeidsovereenkomst. Onder deze titel staan in afdeling 11 een aantal bijzondere bepalingen die betrekking hebben tot de uitzendovereenkomst.

Een aantal belangrijke antwoorden met betrekking tot vragen over het arbeidsrecht kunnen in boek 7 van het BW worden gevonden. Voorbeelden van deze vragen zijn:

  • Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?
  • Wanneer is de proeftijd van toepassing?
  • Wat zijn de verplichtingen van de werknemer?
  • Wat zijn de verplichtingen van de werkgever?
  • Welke verplichtingen heeft een werkgever met betrekking tot de loonbetaling?
  • Welke regels zijn er met betrekking tot verlof?
  • Wat is er vastgelegd over gelijke behandeling van werknemers?
  • Hoe kan een arbeidsovereenkomst worden beëindigd?
  • Wat zijn de-integratieverplichtingen van de werknemer?

Wat is een nulurencontract?

Een nulurencontract is een arbeidsovereenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen een werkgever en een werknemer. Kenmerkend voor een nulurencontract is dat er geen vast aantal uren in het contract is opgenomen voor de werknemer. Daarnaast is er in een nulurencontract ook geen minimaal aantal uren werk gegarandeerd voor de werknemer. Een werknemer kan gedurende de contractduur door de werkgever opgeroepen worden. Dit vereist van de werknemer maximale flexibiliteit. De werkgever beperkt doormiddel van een nulurencontract het risico dat hij de werknemer moet doorbetalen wanneer er weinig werk is. Als de werknemer wordt opgeroepen dient hij of zij onder de voorwaarden en het loon van het nulurencontract arbeid te verrichten. Een nulurencontract kan voor bepaalde en onbepaalde tijd zijn. Een werknemer die op basis van een nulurencontract werkt is een flexibele arbeidskracht en wordt ook wel een flexwerker genoemd. Er zijn echter meerdere varianten van flexwerk en flexibele arbeid. Hieronder is meer informatie weergegeven over nulurencontracten.

Aandachtspunten bij nulurencontracten
Nulurencontracten zijn geschikt voor organisaties die een grote mate van flexibiliteit eisen van het personeel. Dit kunnen organisaties zijn die te maken hebben met grote pieken en dalen in de productie. Als er een piek in de productie is kunnen bedrijven medewerkers met een nulurencontract oproepen. Als er een dal volgt in de productie kunnen ze de medewerkers thuis laten zitten. Voor werknemers is een nulurencontract een onzekere arbeidsrelatie.

Werknemers met een nulurencontract hebben weliswaar een contract maar de hoeveelheid werk die ze verrichten is onzeker. Daardoor zijn de inkomsten van deze werknemers vaak ook onzeker terwijl ze wel werkloosheidsstatistieken verdwijnen.

Geen werk is geen loon?
De Nederlandse overheid wil misbruik van nulurencontracten tegengaan. Daarom heeft de overheid een maximale periode in de wet vastgelegd waarbinnen een medewerker kan werken onder de conditie: geen werk is geen loon’. Deze periode is maximaal zes maanden en dient schriftelijk in het nulurencontract te worden vastgelegd. Na afloop van deze zes maanden moet de werkgever het loon doorbetalen indien de werknemer onder het nulurencontract werkzaam blijft bij het bedrijf. De doorbetaling is ook van toepassing als er voor de werknemer niet of nauwelijks werk is gedurende de contractduur. De hoogte van de doorbetalingsplicht van de werkgever is afhankelijk van het gemiddelde aantal uren en het gemiddelde inkomen dat de werknemer de laatste drie maanden heeft genoten. De exacte regels zijn afhankelijk van de afspraken die zijn opgenomen in de cao waaronder het bedrijf valt.

Wat is een draaideurconstructie en waarom is deze verboden?

Een draaideurconstructie is een term die ook wel op de arbeidsmarkt wordt gebruikt en in het arbeidsrecht. Dit is een juridische constructie en heeft daardoor niets te maken met draaideuren in de zin van een toegangsmogelijkheid tot gebouwen. De draaideurconstructie werd en wordt soms door werkgevers gebruikt als middel om werknemers in dienst te houden en de ontslagbescherming van de werknemer te beperken of te omzeilen. De term draaideurconstructie is een feite een metafoor voor de handelswijze van de werkgever. Omdat de draaideurconstructie wordt gebruikt om de rechten van een werknemer te beperken en de ontslagbescherming te omzeilen is het gebruik de draaideurconstructie in de meeste gevallen verboden.

3 x 3 Regel
Een werkgever is tot en met 2014 verplicht om de werknemer na drie tijdelijke contracten in drie jaar een vast contract te bieden. Dit is vastgelegd in art. 7:668a lid 1 BW en wordt ook wel de 3 x 3 regel genoemd. Een werkgever mag volgens deze regel een medewerker ook geen tijdelijk contract aanbieden met een contractduur van langer dan 3 jaar. Na verloop van drie tijdelijke contracten of een totale arbeidsduur van 3 jaar aaneengesloten zal een bedrijf een beslissing moeten nemen: de werknemer een vast contract aanbieden of de medewerker de organisatie te laten verlaten.

Waarom een draaideurconstructie?
Een vast contract biedt een medewerker meer zekerheid en een betere bescherming tegen ontslag. Bedrijven zullen meer moeite moeten doen om een medewerker te ontslaan die een vast contract heeft. Daarom willen bedrijven medewerkers in de praktijk vaak zo lang mogelijk met tijdelijke en flexibele arbeidscontracten aan het werk houden. Hiervoor gebruiken ze onder andere uitzendbureaus. Door een uitzendbureau te schakelen proberen bedrijven soms medewerkers langer in dienst te houden en een vast contract te vermijden. In de volgende alinea is uitgelegd hoe bedrijven dit soms proberen. De draaideurconstructie is echter vrijwel altijd verboden volgens de wet.

Hoe werkt de draaideurconstructie?
De werking van de draaideurconstructie is eenvoudig. De draaideurconstructie wordt soms door bedrijven aangewend zodra de werknemer zijn derde tijdelijke contract bij een bedrijf heeft uitgediend of in een periode van 3 jaar aaneengesloten tijdelijke contracten heeft gehad bij hetzelfde bedrijf. Het bedrijf moet de medewerker dan na het ontslag 3 maanden uit dienst houden alvorens de medewerker een nieuw contract krijgt. Deze periode wordt door sommige bedrijven wel opgevuld met een uitzendbureau. Het uitzendbureau neemt dan de medewerker die ontslagen is in dienst en plaatst deze vervolgens bij hetzelfde bedrijf waar de werknemer eerder ook werkzaam was. Zo kan de medewerker nog steeds dezelfde functie uitoefenen en vermijd het bedrijf een vast contract door gebruik te maken van een uitzendbureau.

Wet Werk en Zekerheid vanaf 2015
De Wet Werk en Zekerheid gaat in 2015 in. Bedrijven moeten vanaf januari 2015 medewerker al na 2 jaar een vast contract bieden. Indien ze dat niet doen zullen ze 6 maanden moeten wachten alvorens ze de voormalig medewerker een nieuw contract aanbieden. Er zullen bedrijven zijn die graag uitzendbureaus willen inzetten om de tussenliggende 6 maanden te overbruggen. Echter dit is juridisch in de meeste gevallen verboden. De Wet Werk en Zekerheid zal in de toekomst de positie van de werknemers meer beschermen en zal er naar streven dat zoveel mogelijk medewerkers een vast dienstverband hebben.

Wat doet een intercedent voor een werkzoekende in de techniek?

Uitzendbureaus worden ook wel de graadmeter genoemd voor de economie. Dit komt er in het kort op neer dat uitzendbureaus over het algemeen de eerste bedrijven zijn waar veranderingen in de economie worden opgemerkt. Als de economie verbetert worden meer uitzendkrachten gevraagd door opdrachtgevers en als de economie verslechtert worden er juist uitzendkrachten opgezegd. Door deze ontwikkelingen in kaart te brengen kunnen uitzendbureaus patronen zien op de arbeidsmarkt. Er zijn echter verschillende uitzendbureaus.

Uitzendbureaus in verschillende sectoren
Sommige uitzendbureaus richten zich op verschillende markten tegelijk terwijl andere uitzendbureaus zich juist specifiek op een bepaalde sector richten zoals financiële dienstverlening, zorg of de techniek. Met name de sector techniek is de laatste jaren interessant. De overheid en het bedrijfsleven zijn overtuigd van het nut van de technische sector voor het voorbestaan van de Nederlandse economie. Daarom wordt er in deze sector geïnvesteerd. Met name specialisatie is belangrijk. Specialistische technici kunnen innovatieve producten ontwikkelen waarmee de concurrentiepositie van Nederland kan worden verbetert. Uitzendbureaus in de techniek spelen in op de ontwikkelingen in de techniek.

Wat doen technische uitzendbureaus?
Technische uitzendbureaus vervullen een belangrijke positie in de technische arbeidsmarkt. Bij deze uitzendbureaus komen diverse aanvragen voor personeel binnen. Hierdoor kunnen deze uitzendbureaus goed aangeven aan welk technisch personeel behoefte is. Deze behoefte verschilt regelmatig. Het is goed mogelijk dat men aan het begin van het jaar behoefte heeft aan elektromonteurs en installatiemonteurs terwijl aan het einde van het jaar de nadruk wordt gelegd op vacatures voor lassers en samenstellers. Uitzendbureaus in de techniek brengen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samen. De kwaliteit van deze dienstverlening is niet alleen afhankelijk van het uitzendbureau. Met name de intercedent op het uitzendbureau heeft een belangrijke invloed op de dienstverlening.

Wat doet een intercedent voor een technische werkzoekende?
Een ervaren intercedent op een technisch uitzendbureau zal in eerste instantie met de werkzoekende in gesprek treden. Deze gesprekken noemt men intakegesprekken en worden meestal op de vestiging van het uitzendbureau gehouden. Soms is het voor werkzoekenden mogelijk om zich digitaal in te schrijven terwijl andere uitzendbureaus een schriftelijke inschrijving prefereren.

Tijdens het intakegesprek zal de intercedent samen met de werkzoekende in kaart brengen wat de wensen van de werkzoekende zijn. Hierbij kan gedacht worden aan gewenste functies, type bedrijven en primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. Deze aspecten zijn van groot belang voor het zoeken van een passende functie voor de werkzoekende. Minstens zo belangrijk is het vermogen van de intercedent om de juiste inschatting te maken van de competenties, het kennisniveau en de vaardigheden van de werkzoekende in de techniek. Een intercedent van een technisch uitzendbureau moet goed weten welke vaardigheden de werkzoekende heeft omdat deze vaardigheden belangrijk zijn voor het maken van een match met de vacatures van bedrijven.

Voor het inschatten van de vaardigheden van technici is echter technische kennis nodig. De technisch intercedent moet daarom over voldoende technische kennis beschikken. Met deze technische kennis kan de intercedent inschatten in welke mate een werkzoekende bepaalde vaardigheden zoals mig/mag lassen beheerst. Als de intercedent deze vaardigheden goed in kaart heeft kan hij of zij deze in een computersysteem verwerken.

Vervolgens zoekt de intercedent werk voor de technisch werkzoekende. Voor sommige werkzoekenden zal binnen afzienbare tijd werk gevonden kunnen worden terwijl voor andere werkzoekenden in de techniek moeilijker werk gevonden kan worden. Hoe groter het netwerk van het uitzendbureau is hoe meer kans er bestaat op het vinden van een passende vacature. De economie en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt hebben een belangrijke invloed op de effectiviteit van de dienstverlening van de intercedent op een technisch uitzendbureau.

Deze intercedenten kunnen de arbeidsmarkt niet veranderen. Ze kunnen echter wel een belangrijke ondersteuning bieden bij het vinden van passend werk. Daarnaast kunnen ervaren intercedenten in de techniek aan werkzoekenden ook waardevolle tips geven voor het vergroten van de kans op het vinden van passend werk. Hierbij kan gedacht worden aan tips over scholing. Opleidingen kunnen soms ook bij technische uitzendbureaus worden gevolgd bijvoorbeeld in BBL-vorm. Dit is echter afhankelijk van de financiën van het uitzendbureau.

Wat is de definitie van beroep in de context van de arbeidsmarkt?

Het woord beroep wordt vaak in de maatschappij genoemd. Dit begint al op school waarin leerlingen zich oriënteren op verschillende beroepen die ze later zouden kunnen uitvoeren. De maatschappij heeft de afgelopen eeuwen een enorme diversiteit aan beroepen gekregen. Dit heeft onder andere te maken met de maatschappelijke ontwikkelingen. Ook de technische ontwikkelingen zorgen er voor dat het aantal verschillende beroepen in Nederland en andere landen is gegroeid. Zo zorgde bijvoorbeeld de invoering van computers er voor dat er softwareontwikkelaars nodig zijn om software te ontwikkelen. Ook zijn er netwerkbeheerders nodig om computernetwerken te beheren. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van nieuwe beroepen die zijn ontstaan door de invoering van computers. Er zijn nog veel meer (technische) systemen ingevoerd waarvoor specialisten nodig zijn. De beroepskeuze voor leerlingen en studenten is er daardoor niet eenvoudiger op geworden.

Het woord beroep definiëren
Het geven van een definitie voor het woord beroep is niet eenvoudig. Een beroep is een algemeen woord. Bijna iedereen weet wel een voorbeeld van een beroep te noemen. Het woord beroep definiëren is lastiger. De volgende definitie kan voor een beroep worden gehanteerd:

Een beroep is het geheel van samenhangende taken binnen een specifiek vakgebied waarin iemand werkzaam is.

Dit is de definitie die door de website Technisch Werken wordt gebruikt. Er is, zoals eerder genoemd, een grote verscheidenheid aan beroepen op de arbeidsmarkt. Een groot aantal van de uitvoerende technische beroepen spreken tot de verbeelding: zoals lasser, timmerman, metselaar en automonteur. Andere beroepen zijn abstracter en richten zich bijvoorbeeld op management, software en administratieve processen. Een beroep is mede bepalend voor de positie die iemand inneemt in de sociale structuur. Hieronder is het woord beroep vergeleken met een aantal andere termen die gebruikt worden op de arbeidsmarkt. Het verschil tussen deze termen komt naar voren in onderstaande alinea’s.

Beroep en functie
Een beroep is niet precies hetzelfde als een functie. Functies en functieprofielen worden door organisaties bepaald. Meestal is uit een functie of een functieprofiel wel herleidbaar welk beroep iemand uitoefent. Zo kan iemand bijvoorbeeld conciërge zijn maar op zijn of haar functieprofiel staat gebouwbeheerder of schoolbeheerder. Een ander voorbeeld is de functie intercedent op een uitzendbureau. Deze functie wordt bij sommige uitzendbureaus ‘commercieel medewerker’ genoemd en weer andere uitzendbureaus prefereren de functienaam ‘consultant’. Doordat veel bedrijven werken met eigen specifieke functiebenamingen is het aantal functies in een hoog tempo toegenomen.

Beroep en arbeid
Er is ook een verschil tussen de woorden beroep en arbeid. Iemand kan een beroep hebben zonder dat hij of zij arbeid verricht. Daarnaast is het mogelijk dat iemand arbeid verricht zonder daadwerkelijk een beroep te hebben. Ditzelfde is van toepassing op het woord werk.  Iemand kan werken zonder een specifiek beroep te hebben. Ook kan iemand een beroep hebben zonder dat de persoon werk heeft.