Welke flexibele arbeidscontracten zijn er in Nederland?

In Nederland kunnen verschillende arbeidscontracten worden gesloten tussen werkgevers en werknemers. Men kan contacten indelen op basis van flexibele arbeidscontracten en een vast contract. Onder flexibele arbeidscontracten vallen alle arbeidscontracten die afwijken van de standaard arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In onderstaande alinea’s zijn een aantal arbeidscontracten nader omschreven. Het gaat hierbij om de volgende:

  • Oproepcontracten (nul-urencontract, afroepcontract, invalcontract etc.)
  • Deeltijdcontracten
  • Freelance contracten
  • Tijdelijke contracten

Oproepcontracten (nul-urencontract, afroepcontract, invalcontract etc.)

MUP: Arbeidsovereenkomst Met Uitgestelde Prestatieplicht (wel arbeidsovereenkomst). Hieronder staan een aantal eigenschappen van de MUP:

  • Werknemers verrichten arbeid en verschijnen op werk verschijnen na een oproep van de werkgever
  • De werkgever betaalt loon na gedane arbeid
  • Het contract is voor nul uren of een minimum aantal uren (voor een periode van maximaal zes maand)
  • Doet niet mee aan ketensysteem: er is één doorlopende arbeidsovereenkomst, dus de werkgever kan eindeloos oproepen binnen contractduur.
  • Minimumaanspraak per oproep: bij <15 uur arbeid per week en bij geen rooster: minimaal 3 uur uitbetaling.
  • Weerlegbaar rechtsvermoeden: zodra iemand gedurende 3 maanden meer werkt dan afgesproken aantal uur, werknemer kan aanvechten dat arbeidsrelatie veranderd is en werkgever moet dit proberen te weerleggen.

Voorovereenkomst (geen arbeidsovereenkomst)

  • Na een oproep wordt er een tijdelijke arbeidsovereenkomst gesloten;
  • Geen verplichting om aan oproep gehoor te geven
  • Werkgever is niet verplicht oproep te doen
  • Opeenvolging van tijdelijke contracten = meedoen met ketensysteem: na 4de contract, arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Deeltijdcontracten

  • Men spreekt van deeltijdcontracten wanneer arbeidsomvang korter is dan 36, 38 of 40 uur per week.
  • Kenmerken zijn een klein aantal uur per week. Er kan sprake zijn van vaste werktijden en variabele werktijden. Ook een min-maxcontract  waarbij het minimaal uur per week vast staat. Extra uren kunnen vaak op afroep worden gewerkt met een afgesproken maximum aantal uren.
  • Weerlegbaar rechtsvermoeden: zodra een werknemer gedurende 3 maanden meer werkt dan het afgesproken aantal uur kan de werknemer gaan aanvechten dat arbeidsrelatie veranderd is en de werkgever moet dit proberen te weerleggen. Als de werkgever hier niet in slaagt kan de werknemer eisen dat de contract van de werknemer wordt gewijzigd zodat er een hoger aantal uren wordt vastgelegd in een contract.

Freelance contracten

Een freelance contract is een contract waarbij de ene partij, de freelancer, tegen een vooraf bepaalde beloning een bepaalde arbeidsprestatie verricht voor de andere partij, de opdrachtgever. Freelance contracten hebben de volgende eigenschappen:

  • Freelance contracten zijn gebaseerd op overeenkomst van opdracht
  • Een freelancecontract is geen arbeidsovereenkomst
  • Deze contracten worden vaak gebruikt door ZZP-ers

In het verleden moesten zzp’ers hiervoor een VAR, Verklaring ArbeidsRelatie, in leveren bij de Belastingdienst. Deze verklaring moest inzicht geven dat de persoon niet in loondienst maar op basis van een overeenkomst opdracht zijn of haar werkzaamheden zou verrichten. De VAR is echter vervallen per 1 mei 2016. Daarvoor is de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA) ingevoerd. Deze schrijft voor dat zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) een modelovereenkomst moeten leveren aan de Belastingdienst om helderheid te verschaffen over de arbeidsrelatie met de opdrachtgever. Deze modelovereenkomst moet door de Belastingdienst worden goedgekeurd.

Tijdelijke contracten
Op de arbeidsmarkt worden ook veel tijdelijke arbeidscontracten afgesloten. Dit zijn geen contracten voor onbepaalde tijd maar juist voor bepaalde tijd. Hieronder staan een aantal eigenschappen van tijdelijke contracten.

  • De duur van een tijdelijk contract is vastgelegd in kalenderdata
  • Ook een projectovereenkomst is mogelijk waarin de duur van bepaald werk of een project  bepalend is voor de duur van de arbeidsovereenkomst.
  • Duur contract op basis van de afwezigheid andere werknemer (bijvoorbeeld om dat de werknemer ziek is of in het kader van zwangerschap
  • Regels ontslagrecht & opzegverboden zijn niet van toepassing en er is geen ontslagvergunning nodig na afloop van het contract.
  • Een aanzegtermijn is echter wel van toepassing als de werkgever en de werknemer een tijdelijk contract van 6 maanden of langer hebben gesloten. Dan moet er een aanzegtermijn van 1 maand worden gehanteerd. Dit houdt in dat de werkgever minimaal 1 maand van te voren moet aangeven of het contract van de werknemer verlengd gaat worden of niet.
  • Als een werknemer twee jaar aangesloten heeft gewerkt bij een werkgever op basis van bepaalde tijd zal hij of zij een zogenaamde transitievergoeding moeten ontvangen indien het tijdelijke contract niet wordt omgezet in een contract voor bepaalde tijd.

Uitzendbureaus die zzp’ers bemiddelen op basis van de Wet DBA

In de praktijk komt het regelmatig voor dat zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) samenwerken met uitzendbureaus. Deze samenwerking is niet onlogisch want zzp’ers werken vaak op projectbasis en uitzendbureaus krijgen meestal projecten en kortstondige opdrachten binnen via hun opdrachtgevers. Als uitzendbureaus of andere intermediairs zelf onvoldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar hebben dan is een zzp’er dikwijls een uitkomst. Zzp’ers kunnen in samenwerking met uitzendbureaus vaak snel nieuwe projecten vinden.

Wat is er veranderd?
Tot 1 mei 2016 werkte men in Nederland met de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Na die datum trad de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) in werking. De Wet DBA schrijft voor de opdrachtgevers en zzp’ers een modelovereenkomst moeten tekenen om duidelijkheid te verschaffen over de arbeidsrelatie. Deze modelovereenkomsten kunnen gevonden worden op de website van de Belastingdienst.

Uiteraard dient men de modelovereenkomst wel aan te passen aan de specifieke situatie. Nadat men de modelovereenkomst heeft aangepast zal deze getoetst kunnen worden door de Belastingdienst. Deze toetsing is belangrijk maar niet verplicht. Pas na de toetsing is er sprake van een status als modelovereenkomst. Men dient zich uiteraard in de praktijk wel te houden aan de inhoud van deze modelovereenkomst anders kan men later alsnog worden geconfronteerd met naheffingen.

Twee verschillende manieren
Uitzendbureaus en andere intermediairs kunnen zzp’ers conform de Wet DBA op twee verschillende manieren te werk stellen. Hierbij is de intermediair dienstverlenend naar zowel de opdrachtgevers als naar de zzp’ers. De twee verschillende vormen van tewerkstelling zijn als volgt:

Optie 1. Hierbij is er sprake van een juridische tussenkomst en gaat de intermediair een overeenkomst van opdracht aan met de zelfstandige zonder personeel. Hierdoor is de intermediair de juridische opdrachtgever voor de zzp’er geworden. Daardoor is de intermediair een schakel in een juridische keten van werkgeverschap. De NBBU heeft hiervoor als brancheorganisatie voor uitzendbureaus een Modelovereenkomst tussenkomst zzp-intermediair gemaakt. Deze kan men vinden op de website van de NBBU.

Optie 2. Een intermediair kan ook rechtstreeks een overeenkomst van opdracht aangaan met de opdrachtgever. In deze constructie biedt de intermediair haar dienstverlening aan zowel de opdrachtgever als aan de zzp’er. Voor deze vorm van bemiddeling door intermediairs heeft de NBBU ook een modelovereenkomst opgesteld. Deze is eveneens te vinden op de website van de NBBU.

Waarom was de VAR niet praktisch?

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) is op 1 mei 2016 vervangen door de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA). De Wet DBA is ingevoerd omdat de VAR niet een waterdicht middel is gebleken tegen zogenoemde schijnconstructies. Met schijnconstructies bedoelt men constructies waarbij een opdrachtgever op papier een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) heeft ingehuurd terwijl hij deze feitelijk als een werknemer inzet en als dusdanig beschouwd. Er waren tot mei 2016 verschillende VAR verklaringen waaronder de VAR-wuo (Winst Uit Onderneming).

Verschillende opdrachtgevers
In deze VAR verklaring was onder andere opgenomen dat de zzp’er in een jaar tijd ten minst drie verschillende opdrachtgevers zou moeten hebben. Ook moest er duidelijkheid worden verschaft of er sprake was van winst of een winstuitkering uit de onderneming, daarom heet deze verklaring ook VAR-wuo. Deze en andere bepalingen moesten er bij de Belastingdienst en bij de opdrachtgever voor zorgen dat er duidelijkheid was over de  arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer. Maar die duidelijkheid was er in de praktijk vaak niet.

Aanpak schijnconstructies
De Belastingdienst heeft geconcludeerd dat er regelmatig in Nederland zogenoemde schijnconstructies werden toegepast. In plaats van het inlenen van zzp’ers hadden verschillende opdrachtgevers in Nederland feitelijk werknemers in dienst op zzp-basis. Dat zorgde er voor dat deze zzp-werknemers op flexibele basis bij opdrachtgevers aan de slag gingen en als werknemer goedkoop werden ingezet. De opdrachtgevers probeerden met de VAR-wuo te voorkomen dat ze loonheffingen en andere afdrachten hoefden te betalen.

Schijnzekerheid
De constructie met de VAR zorgde voor een schijnzekerheid in Nederland. Verschillende voorwaarden die in de VAR zijn genoteerd kan men op papier wel vastleggen maar zal men in de praktijk moeten uitvoeren. Daardoor was het heel goed mogelijk dat mensen in de praktijk niet conform de VAR handelden. De constructie was dus voor de schijn toegepast en biedt dus ook een schijnzekerheid. Als men zich in de praktijk niet aan de bepalingen in de praktijk hield dan kon je VAR worden ingetrokken. De financiële gevolgen daarvan kwamen voor de rekening van de zzp’er.

Wet DBA in 2016
De toepassing van de VAR is afgeschaft per 1 mei 2016. In plaats daarvan heeft de overheid de Wet Deregulering Arbeidsrelaties (Wet DBA)  ingevoerd. Hierbij wordt gewerkt met zogenoemde modelovereenkomsten. Dit zijn overeenkomsten die de arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en de zelfstandige zonder personeel moeten verduidelijken. De modelovereenkomst is een overeenkomst die moet bestaan uit vaste onderdelen. Daarom kan men deze overeenkomsten vinden op de website van de Belastingdienst. Men zal echter de modelovereenkomst wel  moeten aanpassen naar de unieke situatie. Bepaalde delen van de modelovereenkomst kunnen echter niet worden aangepast omdat daarmee de juridische verhoudingen veranderen tussen de werkgever en de zzp’er.

Nadat men de modelovereenkomst heeft aangepast heeft men de mogelijkheid om deze te toetsen. Dit kan men doen bij  de belastingdienst maar is niet verplicht. Het is wel verstandig om een toetsing te doen omdat men anders in een later stadium geconfronteerd kan worden met fouten in de overeenkomst waardoor er feitelijk geen sprake is van een opdrachtgever en een zzp-er maar een opdrachtgever en een werknemer. In dat laatste geval zal een werkgever alsnog de heffingen en afdrachten voor de werknemer moeten afdragen. Dat kan grote financiële gevolgen hebben.

Invoering van de Wet DBA in 2016

De Wet deregulering arbeidsrelaties is ingevoerd op 1 mei 2016. Het is een Nederlandse wet die met name duidelijkheid verschaft over de arbeidsrelatie tussen een opdrachtgever en een zelfstandige zonder personeel. De Wet deregulering arbeidsrelaties wordt in de praktijk vaak de Wet DBA genoemd. De Wet DBA vervangt de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) die zzp’ers in Nederland tot 1 mei 2016 gebruikten om hun arbeidsrelatie aan te duiden met hun opdrachtgever.

Arbeidsrelatie
Men kan zich natuurlijk afvragen waarom het zo belangrijk is om duidelijkheid te krijgen over de arbeidsrelatie tussen de zzp’er en de opdrachtgever(s). Dat is een logische vraag. De overheid wil dat zelfstandigen zonder personeel echt op projectbasis worden ingezet en niet als werknemer. Als men formeel als zzp’er te werk wordt gesteld maar in de praktijk als werknemer wordt beschouwd dan spreekt men ook wel van een schijnconstructie.

Deze schijnconstructies zijn illegaal omdat de opdrachtgever dan geen loonheffingen gaat inhouden terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. Ook de premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zorgverzekeringswet zouden moeten worden betaald als de zzp’er in feite als werknemer werkzaam is voor een opdrachtgever. De manier waarop een werknemer of zelfstandige door een werkgever wordt ingezet en financieel behandelt heeft te maken met de arbeidsrelatie.

Verklaring arbeidsrelatie (VAR)
Toen de verklaring arbeidsrelatie werd gebruikt was de arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en zzp’er vaak in de praktijk anders dan men in deze verklaring had aangegeven. De Belastingdienst liep door de schijnconstructies geld mis. De afdracht voor de premies voor werknemersverzekeringen en de loonheffingen zijn echter noodzakelijk voor het sociale zekerheidsstelsel van Nederland. Hoe meer geld de overheid binnenkrijgt via deze heffingen en afdrachten hoe beter het sociale zekerheidstelsel in stand kan worden gehouden.

Mensen die uit het werk raken kunnen, indien ze aan de voorgeschreven voorwaarden voldoen, aanspraak maken op geld uit de werknemersverzekeringen. Als er minder geld in deze verzekeringen opgespaard wordt krijgt men op een gegeven moment een probleem met het uitbetalen van uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden. Daarom moet de spreekwoordelijke “pot” gevuld blijven. De verklaring arbeidsrelatie bleek hierbij geen effectief middel, daarom heeft de overheid gezocht naar een ander systeem en dit is het de Wet deregulering arbeidsrelaties geworden.

Wet deregulering arbeidsrelaties
De Wet deregulering arbeidsrelaties of Wet DBA schrijft voor dat opdrachtgevers een modelovereenkomst moeten sluiten met de ZZP-er of andere opdrachtnemer. Op de website van de Belastingdienst staan modelovereenkomsten die door opdrachtgevers kunnen worden aanpast. Bepaalde onderdelen van deze modelovereenkomsten kan men echter niet aanpassen. De opdrachtgever kan de modelovereenkomst, nadat deze is aangepast op de specifieke situatie, laten toetsen door de belastingdienst. Dit is echter niet verplicht maar het is wel verstandig om dit te doen.

Na afloop van de opdracht of tewerkstelling zal de Belastingdienst gaan controleren of de opdrachtgever en opdrachtnemer zich hebben gehouden aan de inhoud van de modelovereenkomst en er geen sprake was van een werknemer-werkgever arbeidsrelatie. Op basis hiervan zal de Belastingdienst concluderen of de werkgever/ opdrachtgever al dan niet de loonheffingen had moeten inhouden. Deze werkwijze is volgens de overheid betrouwbaarder en effectiever tegen schijnconstructies dan de VAR. Bedrijven in Nederland lopen grote financiële en juridische risico’s als ze toch een schijnconstructie trachten door te voeren en zich niet aan de modelovereenkomst houden. Dan moeten bedrijven namelijk de premies en afdrachten alsnog betalen voor de zzp’er die toch volgens de Belastingdienst als werknemer is ingezet.

Wat is de Wet DBA?

De Wet DBA is sinds 1 mei 2016 van kracht in Nederland. De Wet DBA, voluit de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties, is een vervanger van de Verklaring Arbeidsrelatie, VAR of VAR-verklaring. De Wet DBA schrijft voor dat opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) een modelovereenkomst moeten gebruiken om zekerheid en duidelijkheid te bieden over de voorgenomen arbeidsrelatie. De modelovereenkomsten die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn te vinden op de website van de Belastingdienst. Deze modelovereenkomsten kunnen naar de specifieke situatie worden aangepast maar bevatten ook bepalingen en gedeeltes die niet aangepast of gewijzigd kunnen worden. Als een bedrijf een overeenkomst heeft aangepast kan deze worden getoetst door de belastingdienst.

Het toetsen van een overeenkomst is niet verplicht maar wel verstandig. Door de toetsing kan een overeenkomst kan deze worden bestempeld als een modelovereenkomst. Doormiddel van de modelovereenkomst wordt duidelijk gemaakt dat er bij de tewerkstelling geen sprake is van loondienst. Voor opdrachtgevers is dan duidelijk dat ze geen loonheffingen hoeven in te houden en te betalen.

Modelovereenkomst is niet vrijblijvend
De opdrachtgevers van zzp’ers moeten zich echter wel houden aan de modelovereenkomst. Als men in de praktijk anders handelt dan men heeft vastgelegd in de modelovereenkomst dan kan een opdrachtgever van een zzp’er later alsnog worden geconfronteerd met naheffingen. De Belastingdienst zal dan trachten misgelopen loonheffingen alsnog te verhalen op de opdrachtgever. Dat kan enorme financiële en juridische gevolgen hebben voor een bedrijf. Als er namelijk sprake is van een werkgever-werknemer arbeidsrelatie dan zal de werkgever ook nog gehouden kunnen worden aan de juiste cao-toepassing en de faseopbouw voor contracten. Ook loondoorbetaling bij ziekte kan dan aan de orde zijn.

Wet DBA ter vervanging van de VAR
De VAR werd tot 1 mei 2016 gebruikt als een verklaring waarmee zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) konden aantonen dat ze geen dienstbetrekking onderhielden met een opdrachtgever. Ze konden daardoor bij opdrachtgevers werken als zelfstandigen.

Het kwam echter regelmatig voor dat men een schijnconstructie in stand hield. Over de zzp’er werden namelijk geen sociale premies afgedragen door de opdrachtgever. Dit was gunstig voor de opdrachtgevers die  flexibele arbeidskrachten in dienst hadden tegen verhoudingsgewijs lage kosten. Een zzp’er werd daarnaast vaak voor langere tijd ingeleend door een opdrachtgever en was daardoor zeker van zijn of haar geld en een constante inkomensstroom. Bovendien kon een zzp’er met deze constructie vaak een behoorlijke verdienste overhouden.

Aanpak van schijnzekerheid
Als een opdrachtgever een zzp’er voor langere tijd in dienst heeft en deze feitelijk als werknemer functioneerde spreekt men ook wel van schijnzelfstandigheid. Een schijnzelfstandigheid is in feite een schijnconstructie waarbij een persoon formeel een zzp’er is maar in de praktijk als werknemer wordt ingezet. De overheid liep door deze schijnconstructies geld (loonheffingen) mis en daarom is de Wet DBA vanaf 1 mei 2016 van kracht gegaan in Nederland. 

Wat is een VAR-wuo verklaring?

In Nederland zijn veel bedrijven actief. Naast kleine, middelgrote en grote bedrijven zijn er in het Nederlandse bedrijfsleven ook steeds meer zelfstandigen zonder personeel actief. Deze mensen worden ook wel freelancers of zzp’ers genoemd. De belastingdienst wil echter weten welke arbeidsrelatie iemand is aangegaan met een bedrijf. Daarom moet een zzp’er een VAR-verklaring invullen en versturen naar de belastingdienst. De letters ‘VAR’ staan voor Verklaring Arbeidsrelatie. Met deze verklaring wordt dus de arbeidsrelatie inzichtelijk gemaakt die de zzp’er heeft met het bedrijf dat hem of haar inleent. Er zijn echter verschillende soorten arbeidsrelaties. Daarom zijn er ook verschillende VAR-verklaringen zoals de VAR-loon, VAR-dga, VAR-row en de VAR-wuo. Over de VAR-wuo gaat het in onderstaande alinea.

Wanneer ontvang je een VAR-wuo verklaring?
Een VAR-wuo verklaring krijgt iemand als zijn of haar inkomsten door de belastingdienst worden beschouwd als winst uit een onderneming. Verschillende zelfstandigen zien zichzelf als ondernemer maar de belastingdienst beoordeeld wie daadwerkelijk als ondernemer kan worden beschouwd. De belastingdienst baseert haar beoordeling op een aantal aspecten.

De belastingdienst wil bijvoorbeeld weten of iemand winst maakt en wat de hoogte van deze winst is. Daarnaast wil de belastingdienst inzichtelijk hebben of de onderneming wel zelfstandig is of dat deze ergens onderdeel van vormt. Verder wil de belastingdienst weten of de zzp’er beschikt over kapitaal in de vorm van geld. De hoeveelheid tijd die onderneming wordt gestoken wordt eveneens in het oordeel meegenomen evenals de hoeveelheid tijd die de persoon daadwerkelijk besteed aan werkzaamheden voor de onderneming.

Het aantal opdrachtgevers voor het bedrijf speelt ook een rol. Verder is de uitstraling die de onderneming naar zijn publiek en opdrachtgevers heeft van belang. Ondernemers lopen ondernemersrisico, de belastingdienst wil weten of de zzp’er een zogenoemd ondernemingsrisico loopt. Ook voor de schulden van de onderneming is een ondernemer aansprakelijk. Als de belastingdienst beoordeeld dat de zzp’er inkomsten in de vorm van winst heeft dan zal de belastingdienst de VAR-wuo verklaring verstrekken.

Wat kun je met een VAR-wuo verklaring?
Als iemand een VAR-wuo verklaring heeft hoeven zijn of haar opdrachtgevers geen loonheffingen in te houden en te betalen. Daarbij dienden de opdrachtgevers zich wel te houden aan een aantal voorwaarden. De omschrijving van het werk dat is benoemd in de VAR moet overeenkomen met het werk dat de persoon voor de opdrachtgevers daadwerkelijk uitvoert. Het werk moet worden uitgevoerd binnen de geldigheidsduur waarover de VAR is verstrekt. De opdrachtgever dient de identiteit vast te hebben gesteld van de persoon die de VAR-wuo verklaring heeft. Daarnaast dienen de opdrachtgevers een kopie van de VAR-wuo verklaring in hun eigen administratie op te nemen evenals een kopie van een geldig identiteitsbewijs (paspoort of ID-kaart).

Wat is een VAR-verklaring en hoe kun je deze aanvragen?

VAR-verklaringen zijn van toepassing op arbeidsrelaties die freelancers, zzp’ers, interim-managers en andere zelfstandigen aangaan met hun opdrachtgever. Doormiddel van een VAR-verklaring wordt duidelijkheid verschaft over afdrachten en loonheffingen die de opdrachtgever moet inhouden op de inkomsten van deze ingeleende zelfstandigen. De afkorting VAR staat voor Verklaring arbeidsrelatie. De VAR is dus een verklaring. Deze verklaring dient te worden ingevuld en wordt verstrekt aan de Belastingdienst. De Belastingdienst beoordeelt vervolgens of de opdrachtgever van de freelancer (of zzp’er) verplicht is om sociale premies en loonbelasting te betalen over de werkzaamheden die door de ingeleende zelfstandigen worden uitgevoerd.

Welke soorten VAR zijn er?
Als de VAR goed is ingevuld en aan de Belastingdienst is verstrekt neemt de Belastingdienst het document in behandeling. Het duurt gemiddeld ongeveer acht weken voordat de Belastingdienst duidelijkheid heeft verschaft over het type VAR dat van toepassing is. De volgende soorten VAR zijn er:

  • VAR-wuo: winst uit onderneming
  • VAR-loon: loon uit dienstbetrekking
  • VAR-dga: inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico van uw vennootschap
  • VAR-row: resultaat uit overige werkzaamheden

Hoe vraag ik een VAR aan?
Een VAR kan worden aangevraagd bij de Belastingdienst. Dit kan online via de website van de Belastingdienst. Dit zorgt voor veel gemak omdat zzp’ers en freelancers hierdoor de VAR aanvraag vanuit huis kunnen sturen. Het is echter ook mogelijk om een VAR formulier te downloaden via de website van de Belastingdienst. Dan kan het VAR formulier worden uitgeprint en met een pen worden ingevuld en retour gezonden naar de Belastingdienst. De Belastingdienst beoordeelt het VAR formulier op een aantal punten. Zo wordt er gekeken of de zzp’er of freelancer:

  • vervangbaar is door een andere arbeidskracht;
  • financieel risico loopt;
  • vrijheid heeft om zelf te bepalen hoe de opdracht mag worden uitgevoerd.

Al deze aspecten hebben invloed op de VAR verklaring die aan de zzp’er of freelancer wordt verstrekt.

Hoe lang is een VAR geldig?
Nadat een VAR aanvraag is goedgekeurd door de belastingdienst wordt deze verstrekt aan de desbetreffende zzp’er of freelancer. De geldigheidsduur van de VAR verklaring is één kalenderjaar. De geldigheidsduur kan echter langer zijn als de opdracht van de zzp’er of freelancer langer doorloopt dan 1 januari van het daarop volgende kalenderjaar. Het is mogelijk om vanaf 1 september een aanvraag te doen voor het volgende kalenderjaar.