Wat doet een machinebrander?

Een machinebrander is een functiebenaming voor een machinebankwerker die werkt met een brandsnijmachine. Met een brandsnijmachine worden machinaal vormen aangebracht in metaal of andere materialen. Deze machine wordt echter bedient door een operator oftewel een machinebankwerker die ook wel een machinebrander of machinesnijbrander wordt genoemd. Iemand in deze functie kan in de praktijk met verschillende machines werken. Een machine die veel gebruikt wordt voor het snijden van metaal is een plasmasnijmachine maar er worden ook autogeensnijmachines gebruikt.

Taken van een machinebrander
Deze metaalbewerker stelt zelf de machine in en voert tijdens het snijproces controles uit of de machine datgene doet waarvoor deze wordt ingezet en geprogrammeerd. Daarnaast doet de machinebrander ook de eindcontrole van het proces. Verder kan een machinebrander ook verantwoordelijk worden gehouden voor de aanvoer en afvoer van materialen.

Machinaal of handmatig snijbranden
Naast machinaal snijbranden kan men ook met de hand snijbranden. Daarvoor wordt een snijbrander gebruikt in de vorm van bijvoorbeeld een autogeen toestel. Het nadeel van snijbranden met ‘de hand’ is de snelheid en de tijdsduur. Met de hand snijdbranden kost meer tijd omdat de metaalsnijder zelf het snijtoestel moet bedienen in plaats van een machine instellen. De plaatsbepaling en het sturen van het snijbranden moet dan handmatig worden uitgevoerd. Dat vergroot bovendien de kans op fouten. Bij machinaal snijbranden is de kans op fouten kleiner mits de machine goed is ingesteld.

Wat is een snijbrander en waar wordt snijbranden toegepast?

Snijbranden is een proces waarbij objecten doormiddel van verbranding worden doorgesneden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een snijbrander. Een snijbrander verbrand het materiaal waarop de snijbrander is aangebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een brandbaar gas dat gecombineerd wordt met zuurstof. Het materiaal dat weggebrand moet worden wordt tijdens het snijbranden eerst verhit. Het zuurstof zorgt er daarna voor dat de verbranding van het materiaal continue door blijft gaan. Snijbranden is in feite een chemisch oxidatieproces. Dit proces is veel sneller dan snijden met behulp van een slijptol die voorzien is van een speciale schijf. Daarnaast kost snijbranden minder energie en maakt het minder lawaai dan een slijptol.

Waarvoor is snijbranden geschikt?
Snijbranden kan worden gebruikt om leidingen door te branden of plaatwerk te snijden. Het is geschikt voor laaggelegeerd en ongelegeerd staal. Snijbranden is geschikt om zeer diep te snijden en kan gebruikt worden voor materiaaldiktes van 1 millimeter tot 1000 milimeter. Het is belangrijk dat het materiaal dat gesneden moet worden over voldoende verbrandingswarmte kan beschikken. De verbrandingswarmte wordt namelijk in combinatie met de toevoeging van een overschot aan zuurstof gebruikt om het proces van snijbranden in gang te houden. Snijbranden is daarom uitermate geschikt voor het snijden van metalen. Echter staalsoorten die een hoog koolstofgehalte bevatten kunnen niet doormiddel van snijbranden worden doorgesneden. Het smeltpunt van deze metalen ligt te hoog. De slak die ontstaat tijdens het snijbranden kan hierdoor niet goed worden weggeblazen. Daarnaast is snijbranden niet geschikt voor roestvast staal en aluminium.

Snijbranden wordt veel toegepast binnen de werktuigbouwkunde en binnen dikwandig installatiewerk. Het proces lijkt veel op autogeen lassen. Bij autogeen lassen wordt er juist voor gezorgd dat er niet te veel zuurstof wordt toegevoerd. Wanneer dit wel gebeurd wordt het werkstuk aangetast. Bij snijbranden is het juist de bedoeling dat het werkstuk gecontroleerd wordt aangetast.

Wat is een snijbrander
Er zijn twee verschillende snijbranders: de gelijke druk brander en de injectorbrander. Snijbranders lijken veel op de branders die bij autogeen lassen worden gebruikt. Een snijbrander bevat een extra knop om juist meer zuurstof toe te voeren. Dit gebeurd onder een hoge druk. Hierdoor kan het materiaal wat onder de snijbrander is geplaatst nog beter verbranden en wordt het tevens weggeblazen. De kop van een snijbrander staat onder een hoek van 90 graden ten opzichte van het handvat. De zuurstoftoevoer is centraal. Daar omheen zijn mondstukken aanwezig waardoor brandstof wordt toegevoerd. De brandstoffen die gebruikt worden voor een snijbrander verschillen. Daarom zijn er ook verschillende mondstukken die rondom de zuurstoftoevoer kunnen worden geplaatst. Hierbij wordt rekening gehouden met de eigenschappen van de brandstoffen.

Snijgassen die bij snijbranden worden gebruikt
Naast zuurstof moet er bij snijbranden ook gebruik worden gemaakt van een brandbaar gas. Voor een verbranding is er namelijk naast zuurstof ook brandstof nodig. Er zijn verschillende brandbare gassen die kunnen worden gebruikt bij snijbranden. Een veel gebruikt gas is acetyleen, daarnaast wordt ook wel gebruik gemaakt van propaan, Map S Gas, propyleen en aardgas. Acetyleen wordt in de praktijk veel gebruikt omdat hiermee een hoge vlamtemperatuur kan worden bereikt en een sterk gerichte vlam ontstaat. Hieronder wordt een uitleg gegeven over snijbranden met autogeen.

Snijbranden met een autogeen lastoestel
Met een autogeen lastoestel kan men ook snijbranden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een oxiderende lasvlam. Bij deze lasvlam wordt weinig brandbaar gas toegevoegd. Meestal is dit gas bij een autogeentoestel acetyleen. Wanneer er weinig acetyleen aanwezig is ontstaat er een overschot aan zuurstof. Er ontstaat een vlam met een kleine kegel. Het teveel aan zuurstof zorgt er voor dat het werkstuk, op de plaats waar de lasvlam wordt gehouden, verbrand en daardoor doorbrand. Autogeen snijden wordt veel toegepast omdat de apparatuur niet veel geld kost en daarnaast ook gebruikt kan worden voor lassen en gutsen.

Wat is autogeen lassen en waar wordt autogeen lassen toegepast?

Autogeen lassen is een lasproces waarbij gelast wordt met een zeer hete vlam. Voor het creëren van deze hete vlam wordt meestal gebruik gemaakt van acetyleen in combinatie met zuivere zuurstof. Door deze combinatie wordt autogeen lassen ook wel zuurstof-acetyleenlassen of gassmeltlassen genoemd. Er wordt gebruik gemaakt van een speciale brander. De brander wordt bij het autogeen lassen met één hand vast gehouden. Met  de andere hand wordt vulmiddel aangebracht.

Het is erg belangrijk dat de lasvlam goed wordt afgeregeld. Wanneer er teveel zuurstof wordt toegevoegd kan het werkstuk worden beschadigd. Daarnaast kan een overschot aan acetyleen niet tijdig worden verband en geeft daardoor nauwelijks hitte. De vlam kan tijdens autogeen lassen op drie verschillende manieren worden geregeld. Dit heeft te maken met de toevoeging van acetyleen en zuurstof.

Neutrale lasvlam
Er kan gelast worden met een neutrale lasvlam. In deze vlam wordt alle toegevoegde zuurstof gebonden aan acetyleen. Hierdoor blijft er in de lasvlam geen zuurstof over zodat het werkstuk niet kan worden verbrand. Een neutrale lasvlam heeft geen pluim maar een zo groot mogelijke kegel. Aan het uiteinde van de kegel zit een afgeronde punt.

Carburerende lasvlam
Een andere soort lasvlam is de carburerende lasvlam. Deze vlam bevat teveel acetyleen ten opzichte van de toegevoegde zuurtstof. De lasvlam heeft hierdoor een lange gele pluim in plaats van een scherpe kegel.

Oxiderende lasvlam
Naast de hiervoor genoemde lasvlammen kan ook een oxiderende lasvlam ontstaan bij autogeen lassen. Deze lasvlam ontstaat wanneer er weinig acetyleen is toegevoegd. Dit zorgt voor een vlam in de vorm van een kleine kegel. De kegel bevat een scherpe punt. Er is in de vlam teveel zuurstof aanwezig ten opzichte van acetyleen. Door het overschot aan zuurstof wordt het smeltbad gedurende het lasproces beschadigd. Gedeeltes van het smeltbad worden door de lasvlam verbrand.

Stekende en slepende lasmethode
Bij autogeen lassen kan gebruik worden gemaakt van twee verschillende lastechnieken. De eerste techniek is de stekende lasmethode. Deze methode wordt gebruikt bij wanddiktes tot maximaal 4 millimeter. Stekend lassen wordt ook wel duwend lassen genoemd. Hierbij wordt de lasbrander naar voren gebracht terwijl het lastoevoegmateriaal  door de lasvlam heen in het smeltbad wordt aangebracht.

De andere lasmethode die bij autogeen lassen wordt toegepast is de slepende lasmethode. Deze methode wordt ook wel trekkend lassen genoemd en wordt toegepast bij materialen met een wanddikte van 6 millimeter of meer. Hierbij wordt de lasvlam tegen het smeltbad in gehouden. De lasvlam brand hierbij tegen het smeltbad aan en de toorts wordt steeds verder naar achteren getrokken. Het lastoevoegmateriaal wordt met draaiende bewegingen in het smeltbad aangebracht. Door het wegtrekken van de lastoorts stolt het smeltbad en ontstaat de lasverbinding.

Waar wordt autogeen lassen toegepast?
Autogeen lassen wordt tegenwoordig voornamelijk toegepast bij dikwandig installatiewerk. Hierbij wordt autogeen lassen gebruikt voor het aan elkaar lassen van onderdelen van dikwandige installaties ten behoeve van centrale verwarming. Deze dikwandige installaties worden vaak aangelegd in grote utiliteit en industriële gebouwen. De leidingen die daar aan elkaar gelast worden zijn dikwandig. Dit houdt in dat wanddikte van leidingen dikker is dan 3 millimeter. Het autogeen lasproces wordt gebruikt voor het aan elkaar lassen van deze leidingen.  Tegenwoordig wordt autogeen lassen ook wel vervangen door TIG lassen. Autogeen kan ook worden gebruikt om leidingen en buizen te snijden.  Hierbij wordt gebruik gemaakt van een oxiderende lasvlam. Dit wordt ook wel snijbranden genoemd.