Hoe wordt een Flamco T stuk toegepast in de installatietechniek?

Flamco T stukken worden gebruikt in de installatietechniek. Het zijn speciale T stukken die geplaatst kunnen worden in een installatie zonder de installatie buiten werking te stellen. Ook hoeft bij de montage van Flamco T stukken de installatie niet drukloos te worden gemaakt en hoeft men de installatie niet af te tappen. Omdat de installatie niet afgetapt hoeft te worden is bijvullen en ontluchten ook niet nodig. Een Flamco T stuk zorgt daardoor voor een tijdsbesparing en zorgt er daarnaast voor dat de gebruikers van de installatie nauwelijks hinder ondervinden tijdens het montageproces. Omdat sneller kan worden gewerkt met Flamco T stukken kan een opdrachtgever tijd en montagekosten besparen.

Hoe wordt een Flamco T stuk aangebracht?
Installateurs werken in de praktijk aan verschillende installatiesystemen. Tijdens de uitvoering van werkzaamheden aan bestaande installatiesystemen kan het voorkomen dat er een aftakking moet worden gemaakt op een bestaande leiding. Wanneer men daarvoor een gewoon T stuk gebruikt zal men er voor moeten zorgen dat de leiding waarop de aftakking wordt gemaakt tijdelijk niet in gebruik is. Wanneer men dit niet doet stroomt het water uit de leiding zodra men de leiding opent. De waterdruk moet daarom van de leiding af worden gehaald. Daarnaast moet de leiding worden afgetapt. Dit neemt tijd in beslag.

Een Flamco T stuk kan men echter op een leiding aanbrengen die nog in gebruik is. Dit doet men door het T stuk over de leiding heen aan te brengen. Vervolgens moeten vier bouten kruislings worden vastgedraaid. Hierbij moet worden gelet op het aanhaalmoment dat op de gebruiksaanwijzing is vermeld. Na het vastdraaien van de bouten kan de aftakking worden aangesloten. Deze kan worden vastgedraaid in de opening. Daarvoor moet er wel draad worden gesneden op de buis van de aftakking. Het is belangrijk dat tijdens het activeren van de Flamco T-plus geen vloeistof in de aftakking zit. Nadat de aftakking goed is vastgezet in het T stuk kan men doormiddel van een hamerslag de slagpen inslaan. De slagpen zorgt er voor dat een lading wordt ontstoken. Hierdoor wordt de plunjer voortgedreven. Deze plunjer snijd door deze druk een klein stukje van de buis af waarop de aftakking wordt aangesloten. Vanwege de lading die ontstoken wordt is het belangrijk dat er niet in een omgeving wordt gewerkt met ontvlambare stoffen.

Waar worden Flamco T stukken gebruikt?
Flamco T stukken worden gebruikt in verschillende installaties. Voorbeelden van installaties waar dit T stuk wordt toegepast zijn centrale verwarmingsinstallaties, brandblusinstallaties, persluchtinstallaties, aardgasleidingen en sanitaire installaties.

Werkzaamheden van een pijpfitter als voorbewerker voor laswerkzaamheden

Leidingen kunnen op verschillende manieren aan elkaar worden verbonden. In de praktijk wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen een lasser en een fitter. Een fitter legt vaak het leidingtraject aan de hand van tekeningen en instructies. De fitter kan leidingen doormiddel van flenzen aan elkaar verbinden of gebruik maken van andere koppelingen wanneer het leidingen met een kleine doorsnee betreft. De doorsnee van leidingen wordt meestal aangegeven in het aantal duims. Één duim is net zo groot als een Engelse duim, dit komt neer op 25,4 mm. In de olie en gas wordt vaak gebruik gemaakt van leidingen met een grote diameter. Diameters van 48 duims en 56 duims komen voor. Deze leidingen zijn door hun grote omvang ook nog zwaar. Een fitter gebruikt in de olie en gasindustrie speciale klemmen en andere middelen op de leidingen goed aan elkaar te kunnen verbinden. Een fitter verricht het voorwerk voor een lasser.

Klemmen die fitters gebruiken
Leidingen met een grote diameter van bijvoorbeeld 48 duims zijn moeilijk aan elkaar te verbinden. De leidingen moeten op de juiste hoogte worden gelegd en er moet sprake zijn van een kleine vooropening in de V-naad zodat de lasser de leidingen uitstekend aan elkaar kan lassen.

Binnenklem
Om de leidingen goed aan elkaar te bevestigen kan gebruik worden gemaakt van een binnenklem. Deze binnenklem wordt in de leiding gereden die al aan het leidingtraject vast zit. De verrijdbare binnenklem is pneumatisch en wordt aan de vaste leiding verbonden doormiddel van stempels.

Sideboom
Een sideboom brengt de leiding die aan de vaste leiding gekoppeld moet worden naar zijn plaats. Een sideboom is een speciale kraan die langs het leidingtraject kan rijden en een hijssysteem heeft aan de zijkant van het voertuig. Met dit systeem worden de leidingen aan speciale hijsbanden opgetild en naar de leiding vervoerd waaraan deze gekoppeld moet worden. Hierbij wordt gekeken naar de highlow.

Highlow
De leidingen moeten perfect voor elkaar worden geplaatst. Daarbij wordt gekeken naar de hoogte (high) en de onderkant (low). Dit op elkaar aanpassen van de hoogte en laagte van een leiding wordt in de praktijk wel highlow genoemd.

Leidinglassen
Wanneer de leidingen eenmaal op het juiste niveau zijn gebracht en de openingen  precies voor elkaar liggen wordt het gedeelte van de binnenklem dat in die nieuw aangebrachte leiding is geplaatst uitgezet doormiddel van stempels. De stempels uit de binnenklem zorgen er voor dat de aangebrachte leiding goed klem wordt gezet. Daarna kan de lasser de leidingen doormiddel van elektrode lassen aan elkaar verbinden. Na het lassen zitten de leidingen aan elkaar vast en kan de binnenklem naar het eindpunt worden gereden van de leiding die net is aangebracht. Dan begint het proces weer opnieuw.

Buitenklem
Een andere methode om de leidingen aan elkaar te klemmen is het gebruik maken van een buitenklem. Deze klem is niet verrijdbaar en wordt aan de buitenkant van de leidingen aangebracht. De buitenklem wordt om de leiding gevouwen. Aan de buitenkant van de buitenklem zitten allemaal bouten. Met deze bouten kan de leiding op de juiste hoogte worden gesteld. Doormiddel van dit stellen wordt de eerder genoemde highlow er uit gehaald en komen de leidingen op de juiste hoogte voor elkaar te liggen. Daarna kan de lasser de leidingen aflassen.

Veiligheid en nauwkeurigheid staan bij pijpfitten voorop
Het aan elkaar verbinden van transportleidingen voor gas en olie is zeer nauwkeurig werk ondanks de omvang van de leidingen. De leidingen mogen niet lekken of knappen. Wanneer dit namelijk gebeurd kan een zeer gevaarlijke situatie ontstaan en wordt het milieu in de directe omgeving van de kapotte leiding ernstig vervuild. Naast nauwkeurigheid moet ook gelet worden op de veiligheidsaspecten. Er wordt gewerkt met zwaar materiaal in de buitenlucht. Hierbij is altijd de kans op (grote) ongelukken aanwezig. Pijpfitters krijgen van te voren duidelijke veiligheidsinstructies waarbinnen de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Deze veiligheidsrichtlijnen moeten zeer nauwkeurig worden opgevolgd.

Wat doet een instrumentatiefitter en wat is instrumentatiefitten?

Een instrumentatiefitter werkt vaak in de olie- en gasindustrie (petrochemie) of in de procesindustrie. De functie is vergelijkbaar met de functie pijpfitter. Toch zijn er een aantal verschillen. Een pijpfitter fit vaak een pijpleidingtraject aan elkaar vast doormiddel van flenzen. Hierbij kiest de pijpfitter de juiste flenzen en plaatst deze het voorgeschreven pakkingmateriaal. Een instrumentatiefitter kan meer dan alleen pijpfitten, hij of zij kan de instrumentatie die aan het proces verbonden is ook fitten. Hieronder is informatie weergegeven over de werkzaamheden van een instrumentatiefitter en de verantwoordelijkheden die daar bij horen.

Instrumentatiefitten
Een instrumentatiefitter doet nauwkeuriger werk aan de meet en regelapparatuur die verbonden is aan de leidingen en apparaten die aanwezig zijn in de procesindustrie en olie en gasindustrie. Deze meet en regelapparatuur heeft onder andere te maken met de temperatuur, de flow, het niveau en de druk die in leidingen en aanverwante apparatuur aanwezig is. Deze meet en regelapparatuur wordt gebruikt om de hiervoor genoemde aspecten van het proces te meten en te regelen. Dit moet nauwkeurig gebeuren omdat de gevolgen van een verkeerde meting zeer ernstig kunnen zijn in de olie en gasindustrie. Instrumentatiefitten is niet een beroep dat zich alleen richt op mechanische werkzaamheden. Veel van de meetsystemen en regelsystemen zijn elektronisch. Daar moet bij instrumentatiefitten rekening mee gehouden worden. Een ervaren instrumentatiefitter heeft daarom ook verstand van elektronica.

Fitten van leidingen
Daarnaast moeten leidingen aan de meet en regelsystemen worden gekoppeld. Hierbij komt ook fitwerk aan de orde. Dit zijn echter vaak kleinere leidingen dan de grotere transportleidingen die een pijpfitter aan elkaar bevestigd.  De kleinere leidingen moeten zeer nauwkeurig in de juiste bocht gebogen worden. Het is belangrijk dat de instrumentatiefitter de bocht in het juiste aantal graden maakt. De bocht kan vaak achteraf niet worden rechtgetrokken omdat de leidingen daarvoor te dun zijn. Het rechttrekken kan vaak wel gebeuren bij het grovere werk van een pijpfitter als het een kleine afwijking betreft.

Een instrumentatiefitter voert nauwkeurige werkzaamheden uit. En moet zelfstandig aan de hand van tekeningen een leidingwerk aanleggen en hierin de voorgeschreven koppelingen maken. Daarnaast moet een instrumentatiefitter in staat zijn om zijn eigen werk te controleren op fouten. Wanneer er fouten of problemen ontstaan moet een instrumentatiefitter in staat zijn deze volgens de voorschriften veilig op te lossen. Een instrumentatiefitter kan zelfstandig werken maar kan ook in teamverband worden ingezet.

Veiligheid in de petrochemie en gasindustrie
Instrumentatiefitters in de petrochemie en gasindustrie krijgen te maken met zeer brandbare en explosiegevoelige stoffen. Daarnaast staan de leidingen vaak onder hoge druk. Een instrumentatiefitter moet zijn of haar werkzaamheden zeer nauwkeurig uitvoeren en er voor zorgen dat er geen veiligheidsrisico’s ontstaan. Daarom krijgen instrumentatiefitters regelmatig nieuwe veiligheidsinstructies en veiligheidstrainingen. Een instrumentatiefitter moet in zijn of haar dagelijkse werkzaamheden de veiligheidsinstructies nauwgezet opvolgen.

Wat doet een pijpfitter?

Pijpfitters onderhouden en installeren pijpleidingen en sluiten deze aan op apparaten. Een pijpfitter kan te maken krijgen met pijpen van verschillende diameters en wanddiktes. De diameter en wanddikte van een pijpleiding is van een aantal factoren afhankelijk. Deze worden bepaald door onder andere de vloeistoffen of de gassen die er doorheen worden getransporteerd. De druk die op de leiding staat en de hoeveelheid gas of vloeistof die moet worden getransporteerd in een bepaalde tijd is ook van belang bij het bepalen van de doorsnede en de wanddikte van de leiding. Daarnaast hebben vloeistoffen en gassen invloed op de leiding en moeten leidingen in de(petro)chemische sector van hoogwaardig metaal worden vervaardigd om corrosie en oxidevorming tegen te gaan. Ook aan de manier waarop pijpen aan elkaar worden gefit zijn eisen gesteld. Een pijpfitter moet goed weten hoe hij leidingen aan elkaar bevestigt en welke veiligheidsaspecten daarbij aan de orde komen.

Werkzaamheden van een pijpfitter
Een pijpfitter voert werkzaamheden uit aan pijpen en pijpsystemen. De pijpfitter last pijpen aan elkaar vast of soldeert deze. Ook kan een pijpfitter flenzen aan de pijpen lassen zodat er flensverbindingen tot stand kunnen worden gebracht. Tussen de flenzen wordt vaak pakkingmateriaal aangebracht zodat een optimale dichting ontstaat tussen de twee flenzen.

Een pijpfitter maakt daarnaast pijpen op maat door ze de snijden of te zagen. Ook het buigen van bochten kan aan de orde komen. Hierbij moet de pijpfitter de bochten in de juiste graden buigen en daar komt vakmanschap bij kijken. Het maken van bochten en T-stukken wordt meestal op een speciaal daarvoor ingerichte werkplaats gedaan. Wanneer deze speciale vormen van te voren worden gefabriceerd spreekt men van prefab. Prefabricage heeft als voordeel dat men op het traject sneller kan fitten. Wanneer prefab niet mogelijk is moeten bochten tijdens het daadwerkelijke fitproces worden gemaakt. Dit kost meer tijd maar zorgt er meestal wel voor dat dat de bochten meteen in de juiste graden zijn gemaakt.

De juiste materialen om deze werkzaamheden uit te voeren moeten door de pijpfitter worden verzameld en hij moet weten hoe hij de gereedschappen correct moet gebruiken.  Een pijpfitter werkt vaak samen met een lasser. Hierbij zet de pijpfitter het traject uit van de leidingen en last de lasser de leidingen vervolgens aan elkaar vast.

Pijpfitters worden ook wel ingezet voor het beugelen van leidingen of het aanbrengen van een andere draagconstructie die er voor moet zorgen dat de leiding op de juiste plaats blijft zitten. In die positie is een pijpfitter een constructiebankwerker die ook moet boren, schroeven, lassen, verzekeren enzovoort. Veel pijpfitters hebben daarom in de basis verstand van de algemene metaalbewerkingstechnieken.

Pijpfitters zijn niet alleen aan het werk bij het aanleggen van nieuwe leidingen. Ook bestaande leidingen kunnen door ervaren pijpfitters op deugdelijkheid worden gecontroleerd. Pijpfitters zijn in die positie meer aan het werk als onderhoudsmonteurs. Hierbij kan gedacht worden aan het vervangen van leidingen het verhelpen van lekkage of het opnieuw aanbrengen van pakkingmateriaal.

Soorten leidingen die worden gefit
Er kunnen verschillende leidingen door een fitter aan elkaar worden verbonden. Dit is afhankelijk van het toepassingsgebied van de leidingen. Zo bestaan er leidingen die worden aangelegd voor pneumatische circuits. Pneumatische leidingen werken op luchtdruk. Hydraulische leidingen kunnen ook worden aangelegd, deze werken op oliedruk. Naast deze leidingen worden ook leidingen voor verwarming, stoom, water en koeltechniek aangelegd.

Flensverbindingen
Grote leidingen voor bijvoorbeeld de petrochemische sector worden aan elkaar bevestigd doormiddel van niet uitneembare verbindingen zoals lassen. Wanneer verbindingen wel uitneembaar moeten zijn spreekt men in de gasindustrie en petrochemische sector vaak over het koppelen van flenzen. Deze flenzen worden aan leidingen gelast. Omdat bij grote leidingen vaak met flenzen wordt gewerkt noemt men degenen die deze koppelingen leggen flensmonteurs. Flensmonteurs kunnen ook kleppen monteren zoals vlinderkleppen en keerkleppen in grote leidingen.

Wat is leiding fitten, pijpfitten en flensmontage?

Binnen de techniek worden de term fitten, fitting, pijpfitten en piping regelmatig gebruikt. Fitten houdt in dat pijpen, buizen of leidingen op elkaar worden aangesloten. De manier waarop gefit wordt is van een aantal factoren afhankelijk. Het materiaal waarmee de fitting tot stand wordt gebracht moet in bepaalde mate vervormd kunnen worden. Daarom zijn fittingen vaak gemaakt van messing, koper of temperijzer. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van pakkingmateriaal om de fitting waterdicht of luchtdicht te maken.

De diameter van de leiding en het gas of vloeistof die er doorheen wordt getransporteerd zijn tevens van invloed op de eisen die aan de fitting worden gesteld. Met name bij gasleidingen kan een grote druk in de leiding aanwezig zijn. Deze druk zorgt er voor dat de leidingen van voldoende wanddikte moeten worden vervaardigd. Ook aan de fittingen en het pakkingmateriaal van leidingen die onder druk staan zijn hoge eisen gesteld.

Voor leidingen die worden aangelegd in woningen zijn weer andere richtlijnen dan voor grote transportleidingen die onder de grond of op de zeebodem worden aangebracht. Dit heeft te maken met de uitwerking van externe factoren op de leidingen. Daarom worden leidingen die onder invloed staan van water, warmte, kou, erosie vaak van een beschermde mantel voorzien. In verschillende beroepen binnen de techniek kan fitten aan de orde komen. Hieronder staan een aantal voorbeelden van technische sectoren en industrieën waarbij fitten en piping aan de orde kunnen komen.

Fitten in de installatietechniek
In de installatietechniek kan fitten aan de orde komen bij het aanleggen van leidingen voor de centrale verwarming, of bij gasleidingen en waterleidingen in een woning of bedrijfspand. Hierbij wordt verschil gemaakt tussen dikwandige leidingen en dunwandige leidingen. Dikwandige leidingen treft men met name aan in de utiliteit en industrie. Deze leidingen hebben een grotere wanddikte die 3,5 mm of meer bedraagt. Vandaar dat men spreekt over dikwandige leidingen.

Dunwandige leidingen hebben een wanddikte tot maximaal 3,5 mm en worden ook wel precisiebuizen genoemd. Deze buizen zijn gemaakt van zink of RVS en worden doormiddel van knelkoppelingen aan elkaar vast gefit. Daarnaast wordt nog gebruik gemaakt van draadpijp. Op draadpijp wordt schroefdraad gesneden. Doormiddel van een schroefdraadverbinding en pakkingmateriaal in de vorm van teflon tape, hennep of fitterskit worden draadpijpen aan elkaar gefit. Het is belangrijk dat de fittingen goed zijn aangebracht en gasdicht en waterdicht zijn omdat anders lekkage kan ontstaan met alle gevolgen van dien.

Naast draadpijpen zijn er nog de vlampijpen. Hierop wordt geen draad gesneden. Een vlampijp wordt aan elkaar gelast. De lassen zorgen er voor dat deze verbinding niet uitneembaar is en daardoor bestand is tegen hoge druk. Het lassen van vlampijpen gebeurd onder andere doormiddel van het autogeen lasproces. Dit lasproces wordt tegenwoordig steeds meer vervangen door het TIG lasproces.

Fitten in de procesindustrie
De procesindustrie is een omvangrijke technische branche die ook wel de maakindustrie wordt genoemd. Binnen de procesindustrie worden verschillende grondstoffen verwerkt tot een eindproduct. Dit kunnen zowel voedsel, brandstof als uiteenlopende consumentenproducten zijn zoals medicijnen, verzorgingsproducten en parfums. De veelzijdigheid in processen die plaatsvinden in de procesindustrie zorgen er voor dat er verschillende soorten leidingen en vormen van leidingfitten aan de orde komen. Van klein tot groot leidingwerk is te vinden in de procesindustrie. Een aantal werkzaamheden komen overeen met de fitwerkzaamheden die een installatiemonteur uitvoert.

Fitten in de zuivelindustrie
De procesindustrie, die zich richt op het produceren van zuivel en andere food, stelt specifieke eisen aan de verbindingen die tussen leidingen tot stand worden gebracht. In deze verbindingen mogen geen voedselresten achter blijven omdat daarin bacteriën kunnen ontstaan die de rest van het voedsel kunnen besmetten en daarmee de houdbaarheid van het product ernstig kunnen verstoren. Daarom wordt bij het fitten van zuivelleidingen gebruik gemaakt van speciale zuivelkoppelingen. Deze koppelingen zorgen voor een vrijwel naadloze verbinding en worden aan de leidingen vastgelast die met elkaar verbonden moeten worden. De aangelaste zuivelkoppelingen kunnen vervolgens aan elkaar gefit worden. Zo ontstaat naast een hygiënisch verantwoorde verbinding die ook nog sterk is.

De leidingen die in de zuivelindustrie worden aangelegd zijn meestal gemaakt van roestvaststaal omdat dit vrijwel niet zichtbaar oxideert,  oxide heeft een slechte invloed op de hygiëne. De oxide die wel bij roestvaststaal aanwezig is ontstaat uit het in RVS aanwezige chroom. Dit zorgt voor een beschermende oxidehuid die niet schadelijk is voor mensen. Daarom worden naast leidingen in de foodsector ook verschillende gereedschappen, silo’s, apparaten en machines van roestvaststaal legeringen gemaakt.

De lassen die zijn aangebracht in zuivelleidingen moeten voorzien zijn van een perfecte doorlas zodat geen randje ontstaat aan de binnenkant van de leiding waarachter bacteriën zich kunnen nestelen. Dit wordt doormiddel van het zogenoemde ‘wikken’ gedaan waarbij een TIG lastoestel wordt gehanteerd en geen gebruik wordt gemaakt van toevoegmateriaal om de las zo dun mogelijk te krijgen.

Overigens wordt bij de zuivelindustrie vooral over een fitter gesproken wanneer deze kan inmeten. Dit houdt in dat de fitter het parcours van een leiding moet kunnen bepalen en rekening moet houden met verschillende ruimtelijke aspecten die daarbij aan de orde komen. Er wordt in de zuivel meer gelast dan gefit doormiddel van zuivelkoppelingen. Een fitter heeft daarom vaak een lasser bij zich die achter hem of haar aan de leidingen aan elkaar vast last wanneer het traject is ingemeten.

De petrochemische en gas sector
De petrochemische sector houdt zich bezig met het op verschillende temperaturen kraken en verwerken van aardolie tot verschillende chemische producten zoals brandstoffen en smeermiddelen. Binnen deze sector zijn verschillende diameters leidingen aanwezig met verschillende wanddiktes. Dit geld ook voor de gasindustrie. Bij gasleidingen van bijvoorbeeld transportlocaties wordt gebruik gemaakt van pijpleidingen die vervaardigd zijn van speciaal staal omdat in deze leidingen gas vaak onder grote druk wordt getransporteerd. De leidingen worden meestal aan elkaar gelast. Een goede las is een stevige verbinding die niet uitneembaar is. Wanneer uitneembare verbindingen moeten worden aangebracht, wordt gebruik gemaakt van grote flensen die aan de leidingen vastgelast worden. Daarnaast wordt speciaal pakkingmateriaal tussen de flenzen aangebracht zodat de verbinding na het hydraulisch aandraaien van de bouten geheel afgesloten wordt.

Het aandraaien van de bouten in de flenzen gebeurd meestal doormiddel van een hydraulische momentsleutel. Hierdoor kunnen bouten niet te ver of te weinig worden aangedraaid. Flenzen kunnen ook met een gewone sleutel worden aangedraaid. De manier waarop de flenzen moeten worden aangedraaid ligt in de petrochemische sector vaak vast in speciale beschrijvingen. Flensmonteurs krijgen naast training in de uitvoering van werkzaamheden vaak ook speciale veiligheidstrainingen en instructiefilmpjes te zien. Hiermee wordt getracht zo veilig mogelijk te werken en het aantal ongelukken op de werkplek te reduceren tot nul. Ongelukken met gasleidingen die onder druk staan kunnen namelijk fataal zijn.

De diameters van gasleidingen en olieleidingen verschillen. De diameter van een leiding is afhankelijk van de plek waar de leiding gebruikt wordt en de hoeveelheid gas en olie die getransporteerd moet worden binnen een bepaalde tijd. Er zijn in de gasindustrie leidingen met een doorsnee van 20 centimeter tot meer dan een meter. De buizen worden vaak voorzien van een beschermende mantel om ze te beschermen tegen invloeden van buitenaf.

Tot slot
In deze tekst zijn een aantal voorbeelden weergegeven van technische sectoren waarin fitten aan de orde kan komen. Er zijn uiteraard nog verschillende andere sectoren in de techniek te bedenken waarbij het koppelen van leidingen wordt toegepast. Fitten en piping  is specialistisch werk waarbij iedere sector specifieke eisen stelt aan de manier waarop moet worden gefit of pijpen doormiddel van flensen aan elkaar moeten worden verbonden. Een fitter blijft daarom meestal werkzaam in de sector waar hij ervaring in heeft. Zo blijven installatiemonteurs meestal fitten in woningen en utiliteit en komen ze niet in aanmerking voor de petrochemische sector tenzij ze daarvoor aanvullende opleidingen en trainingen hebben gevolgd.