Wat is het verschil tussen pijp en buis?

In de techniek maakt men gebruik van zowel pijp als buis. Over het algemeen zijn pijpen en buizen onderdelen van installaties of machines. Kortom het zijn slechts gedeeltes van een werktuigen of installaties. Zowel een pijp als een buis is een hol onderdeel met een cilindrische vorm. Buizen en pijpen worden gemaakt van verschillende metalen en metaallegeringen en kunnen op het gebied van afmetingen en wanddikte verschillen. Daarnaast bestaat en er ook nog verschillen tussen pijp en buis op algemeen gebied. Deze verschillen worden in de alinea’s hieronder duidelijk gemaakt.

Wat is pijp precies?
Een pijp is iets anders dan een buis. Veel leken weten dit niet maar monteurs in de installatietechniek en pijpfitters weten het verschil vaak wel. Allereerst is er het verschil in de maatvoering. De maat van een pijp is gebaseerd op de binnendiameter. Dit wordt ook wel de inwendige diameter genoemd en afgekort met de letters ID. Men zegt ook wel dat een pijp aan de binnenzijde is getolereerd.

De maatvoering van een pijp wordt over het algemeen nog aangegeven in Engelse inches. Deze maatvoering wordt ook wel Engelse duim genoemd en is precies 25,4 mm. Naast de maatvoering of maataanduiding is ook de buitenkant van de pijp minder nauwkeurig afgewerkt dan een buis. Vaak voelt een pijp ruw aan en als er sprake is van pijp van koolstofstaal dan is het goed mogelijk dat er wat vliegroest op aanwezig is. De buitenkant van een pijp kan een kleine afwijking vertonen op het gebied van rondheid en daarnaast kan ook de wanddikte (WD) een beetje afwijken. De binnenkant van een pijp is over het algemeen wel goed glad afgewerkt.

Er zijn verschillende soorten pijpen. Bekende soorten zijn stoompijp, vlampijp en gaspijp. Deze pijpen worden door pijpfitters en dikwandige installatiemonteurs gebruikt. Pijpen kunnen op verschillende manieren aan elkaar bevestigd worden. Men kan on-uitneembare verbindingen maken doormiddel van smeltlasverbindingen. Het TIG-lasproces en het autogeen lasproces worden nog regelmatig gebruikt voor deze verbindingen op de bouwlocatie. Men kan echter ook flenzen aanlassen zodat leidingen met flensverbindingen kunnen worden gemonteerd op locatie.

Een andere mogelijkheid is het snijden van schroefdraad op pijp. Hierdoor kunnen pijpen doormiddel van schroefdraadkoppelingen aan elkaar bevestigd of gefit worden. het snijden van schroefdraad gebeurd doorgaans op pijpen met een diameter tot drie inch.

Wat is een buis precies?
Een buis verschilt van een pijp. Allereerst is de wanddikte van een buis veel dunner dan de wanddikte van een pijp. Daardoor kun je op buis geen schroefdraad snijden. De buitenzijde van een buis is glad evenals de binnenkant. Een buis is een jonger product dan een pijp en de maatvoering is ook minder traditioneel. Men geeft de maat van een buis aan in millimeters. Daarbij meet men de buitenzijde (UD = uitwendige diameter) van de buis en hanteert deze als maatvoering, men zegt ook wel dat een buis aan de buitenzijde is getolereerd.

Verder is een buis in tegenstelling tot een pijp wel perfect rond. Pijpen worden met een andere methode aan elkaar bevestigd dan buizen. Bij buizen schuift men fittingen over de buis heen. Deze fittingen worden ook wel buisfittingen genoemd en zijn er in verschillende vormen en maten. Er kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van knelkoppelingen en knelverbindingen.

Tot slot is het belangrijk om te weten dat er in de praktijk nogal wat verwarring kan optreden met betrekking tot de afmetingen van een pijp of buis. Daarom is het belangrijk dat men bijvoorbeeld bij een aanvraag of bestelling duidelijk aangeeft wat voor afmetingen men wenst. Dan kan men het hebben over de binnendiameter, buitendiameter, wanddikte en een omschrijving geven van de zoals kwaliteit, finish etc. Ook de normen (EN en ASME) zijn van belang.

Wat is autogeen lassen en waar wordt autogeen lassen toegepast?

Autogeen lassen is een lasproces waarbij gelast wordt met een zeer hete vlam. Voor het creëren van deze hete vlam wordt meestal gebruik gemaakt van acetyleen in combinatie met zuivere zuurstof. Door deze combinatie wordt autogeen lassen ook wel zuurstof-acetyleenlassen of gassmeltlassen genoemd. Er wordt gebruik gemaakt van een speciale brander. De brander wordt bij het autogeen lassen met één hand vast gehouden. Met  de andere hand wordt vulmiddel aangebracht.

Het is erg belangrijk dat de lasvlam goed wordt afgeregeld. Wanneer er teveel zuurstof wordt toegevoegd kan het werkstuk worden beschadigd. Daarnaast kan een overschot aan acetyleen niet tijdig worden verband en geeft daardoor nauwelijks hitte. De vlam kan tijdens autogeen lassen op drie verschillende manieren worden geregeld. Dit heeft te maken met de toevoeging van acetyleen en zuurstof.

Neutrale lasvlam
Er kan gelast worden met een neutrale lasvlam. In deze vlam wordt alle toegevoegde zuurstof gebonden aan acetyleen. Hierdoor blijft er in de lasvlam geen zuurstof over zodat het werkstuk niet kan worden verbrand. Een neutrale lasvlam heeft geen pluim maar een zo groot mogelijke kegel. Aan het uiteinde van de kegel zit een afgeronde punt.

Carburerende lasvlam
Een andere soort lasvlam is de carburerende lasvlam. Deze vlam bevat teveel acetyleen ten opzichte van de toegevoegde zuurtstof. De lasvlam heeft hierdoor een lange gele pluim in plaats van een scherpe kegel.

Oxiderende lasvlam
Naast de hiervoor genoemde lasvlammen kan ook een oxiderende lasvlam ontstaan bij autogeen lassen. Deze lasvlam ontstaat wanneer er weinig acetyleen is toegevoegd. Dit zorgt voor een vlam in de vorm van een kleine kegel. De kegel bevat een scherpe punt. Er is in de vlam teveel zuurstof aanwezig ten opzichte van acetyleen. Door het overschot aan zuurstof wordt het smeltbad gedurende het lasproces beschadigd. Gedeeltes van het smeltbad worden door de lasvlam verbrand.

Stekende en slepende lasmethode
Bij autogeen lassen kan gebruik worden gemaakt van twee verschillende lastechnieken. De eerste techniek is de stekende lasmethode. Deze methode wordt gebruikt bij wanddiktes tot maximaal 4 millimeter. Stekend lassen wordt ook wel duwend lassen genoemd. Hierbij wordt de lasbrander naar voren gebracht terwijl het lastoevoegmateriaal  door de lasvlam heen in het smeltbad wordt aangebracht.

De andere lasmethode die bij autogeen lassen wordt toegepast is de slepende lasmethode. Deze methode wordt ook wel trekkend lassen genoemd en wordt toegepast bij materialen met een wanddikte van 6 millimeter of meer. Hierbij wordt de lasvlam tegen het smeltbad in gehouden. De lasvlam brand hierbij tegen het smeltbad aan en de toorts wordt steeds verder naar achteren getrokken. Het lastoevoegmateriaal wordt met draaiende bewegingen in het smeltbad aangebracht. Door het wegtrekken van de lastoorts stolt het smeltbad en ontstaat de lasverbinding.

Waar wordt autogeen lassen toegepast?
Autogeen lassen wordt tegenwoordig voornamelijk toegepast bij dikwandig installatiewerk. Hierbij wordt autogeen lassen gebruikt voor het aan elkaar lassen van onderdelen van dikwandige installaties ten behoeve van centrale verwarming. Deze dikwandige installaties worden vaak aangelegd in grote utiliteit en industriële gebouwen. De leidingen die daar aan elkaar gelast worden zijn dikwandig. Dit houdt in dat wanddikte van leidingen dikker is dan 3 millimeter. Het autogeen lasproces wordt gebruikt voor het aan elkaar lassen van deze leidingen.  Tegenwoordig wordt autogeen lassen ook wel vervangen door TIG lassen. Autogeen kan ook worden gebruikt om leidingen en buizen te snijden.  Hierbij wordt gebruik gemaakt van een oxiderende lasvlam. Dit wordt ook wel snijbranden genoemd.

Wat is utiliteit en utiliteitsbouw?

Utiliteit is een term die regelmatig voorkomt op de bouw. De term wordt algemeen gebruikt maar zelden uitgelegd. De term utiliteit is afgeleid van het Engelse woord ‘utility’, dat ‘nut’ betekend. Hiermee wordt de kern aangegeven van utiliteitsbouw. De gebouwen die onder utiliteit vallen hebben een bepaald nut. Utiliteitsgebouwen kunnen door verschillende mensen worden gebruikt. Gebouwen die onder de Utiliteit vallen zijn vaak groot omdat ze door meerdere mensen tegelijk gebruikt kunnen worden.

Voorbeelden van utiliteitsbouw
Er zijn verschillende voorbeelden van gebouwen die onder utiliteit vallen. Een kantoor is een bekend voorbeeld, maar ook overheidsgebouwen zoals een gemeentehuis vallen onder utiliteit. Daarnaast worden  grote zorginstellingen en ziekenhuizen ook tot de utiliteit gerekend. Scholen en opleidingsinstituten vallen eveneens onder utiliteit. Fabrieken en andere bedrijven waar producten worden vervaardigd horen ook bij gebouwen die een bepaald nut hebben, daarom vallen ze ook onder dit type bouw. In beginsel hebben utiliteitsgebouwen geen woonbestemming.

Kenmerken van utiliteitsbouw
Utiliteit is vaak grootschaliger dan woningbouw. Daarnaast zijn op een utiliteitsproject vaak verschillende onderaannemers aanwezig. Dit vergt veel onderling overleg en planning. UTA personeel vervult hierin een belangrijke sleutelpositie. Daarnaast moet ook tussen de bouwvakkers onderling regelmatig overleg gepleegd worden. Bepaalde werkzaamheden moeten goed op elkaar worden afgestemd zodat men later niet meer gedeeltes van de bouw moet afbreken om bij bepaalde technische installaties te komen. Een voorbeeld van een functie die men voornamelijk in de utiliteitsbouw aantreft zijn dikwandig cv monteurs. De ketels en installatie van utiliteit is meestal dikwandig.

Utiliteit belangrijk voor de bouw
Wanneer de woningbouwprojecten verminderen schrijven meer bouwbedrijven op utiliteitsprojecten. Deze projecten zijn normaal weggelegd voor grote bouwbedrijven. Een economische crisis kan er echter voor zorgen dat ook kleinere bouwbedrijven in aanmerking willen komen voor utiliteit. Wanneer een bouwbedrijf eenmaal een groot utiliteitsproject heeft ‘binnengehaald’ betekent dit dat het bouwbedrijf voor een bepaalde periode haar personeel aan het werk kan houden. Een utiliteitsproject kan er voor zorgen dat een bouwbedrijf verzekerd is van werk. Veel bouwbedrijven vinden deze zekerheid aantrekkelijk en daarom vindt er vaak een behoorlijke concurrentiestrijd plaats tussen bouwbedrijven wanneer deze zich inschrijven op een utiliteitsproject.