Wat verstaat men onder bouwrijp maken van bouwgrond?

Bouwrijp maken is een term die wordt gebruikt voor het bewerken van het maaiveld voordat men start met het daadwerkelijk bouwen van een gebouw. Het maaiveld wordt ook wel aangeduid met de afkorting ‘mv’ en is de hoogte van het grondoppervlak. Het bouwrijp maken van een kavel wordt gedaan voordat men een nieuwe woonwijk of utiliteitscomplex gaat bouwen. Ook voor het aanleggen van wegen wordt de grond bouwrijp gemaakt.

Werkzaamheden tijdens bouwrijp maken
Voordat een grond bouwrijp is worden er vaak verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Zo kan men eerst de grond ophogen. Ook kan men de grond verbeteren en begroeiing verwijderen. Oude bouwwerken en fundamenten worden gesloopt. Ook betonresten, stenen en andere ongewenste elementen kunnen indien nodig uit de bodem verwijdert worden.

Verder kan men tijdens het bouwrijp maken watergangen en waterpartijen graven en aanleggen. Men graaft ook stroken voor kabels en leidingen. Daarnaast worden er sleuven gegraven voor  rioleringssystemen. Nadat dit is gebeurd worden de rioleringen ook daadwerkelijk aangelegd.

Er worden cunetten  uitgegraven voor wegen. Een cunet is een uitgegraven stook in een grondlaag die niet voldoende draagkrachtig is. In een cunet wordt materiaal aangebracht dat voor voldoende draagkracht zorgt. Meestal kiest men hiervoor zand of een combinatie van zand en puin. Hier kan men indien nodig stelconplaten of grote metalen platen overheen leggen zodat een tijdelijke bouwweg ontstaat.

Voorbelasten van grond
Als grond onvoldoende draagkracht heeft kan men de grond voorbelasten. Dit wordt vaak ook geëist omdat zettingen door de toekomstige bovenbelastingen zo klein mogelijk moeten zijn. Voorbelasten wordt onder andere gedaan door op de bouwgrond veel zand of grond te plaatsen. Dit zorgt voor veel druk op de bouwgrond. De bouwgrond wordt in elkaar gedrukt en zal daardoor verdichten. De grootste grondzakkingen hebben dan voor de bouw plaatsgevonden. Dit zorgt er voor dat na de bouw minder grondzakkingen optreden. Voorbelasten is daardoor een belangrijk onderdeel van het bouwrijp maken van bouwgrond.

Leidingen en kabels in de grond
Het bouwrijp maken van grond bestaat voor een groot deel uit graafwerk. Ook voor leidingen en kabels wordt veel graafwerk verricht. Deze leidingen worden in cunetten gelegd. Deze cunetten worden over het algemeen voorzien van een stevige laag zand zodat de leidingen stevig op hun plaats blijven en niet of nauwelijks gaan verzakken. De leidingen en kabels worden aangelegd voor nutsvoorzieningen en voor riolering. Doordat men leidingen en kabels aanlegt in de bouwrijpfase hoeft men in een later bouwstadium niet veel graafwerk meer te verrichten. De grond kan dan mooi op zijn plek blijven en dit komt de stevigheid van de bouwgrond ten goede.

Opleiding veilig werken in H2S gebieden en H2S – NOGEPA 0.8

H2S is waterstofsulfide en wordt ook wel zwavelwaterstof genoemd. Dit is een zeer giftig gas dat in een geringe concentratie 0,1 ppm tot 5,0 ppm een geur heeft die op de lucht van rotte eieren lijkt. Naarmate de concentratie van H2S groter wordt kan men het giftige gas minder goed waarnemen door het reukorgaan. De fysieke klachten nemen dan echter toe. Deze kunnen zeer ernstig zijn. De ernst van de fysieke schade die men oploopt neemt toe naarmate men aan hogere concentraties wordt blootgesteld of naarmate de duur van de blootstelling toeneemt.

H2S ontstaat uit een rottingsproces van zwavelhoudende organische stoffen. Deze stoffen kunnen voorkomen in aardgas. Daarnaast kan H2S ook voorkomen in rioleringssystemen en installaties die gebruikt worden voor afvalwater. H2S is gevaarlijk voor mensen daarom moeten werknemers in een omgeving waar H2S kan voorkomen hier voldoende tegen beschermd worden. Hiervoor is kennis vereist. Niet alleen kennis van H2S, ook kennis van beschermingsmiddelen en opsporingsapparatuur voor H2S is belangrijk en kan zelfs van levensbelang zijn. Deze kennis kunnen werknemers leren op een specifieke cursus voor H2S.

De H2S NOGEPA 0.8 is een veiligheidstraining die verplicht is voor mensen die op gaswinninginstallaties en oliewinninginstallaties kunnen komen waar zich mogelijk H2S kan bevinden. Dit kunnen zowel installaties zijn  aan de vaste wal als in de offshore. H2S kan naast olie- en gasinstallaties ook voorkomen in afvalverwerking, mestverwerking, rioolzuiveringsinstallaties en riolering. Dit komt doordat H2S ontstaat door rottingsprocessen. Doordat H2S ook in de hiervoor genoemde systemen aanwezig kan zijn volgen werknemers die met deze installaties werken ook een veiligheidstraining op het gebied van H2S. Dit kan bijvoorbeeld de cursus veilig werken in H2S gebieden zijn of de H2S – NOGEPA 0.8. Voor olie- en gaswinninginstallaties is het belangrijk dat het certificaat is erkend door de Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie (NOGEPA). Deze organisatie vertegenwoordigt de gas en olieproducerende maatschappijen in Nederland.

Inhoud van H2S veiligheidstrainingen
Hoewel er verschillende trainingen op het gebied van H2S worden gehouden is de inhoud van deze veiligheidstrainingen min of meer gelijk. H2S veiligheidstrainingen bestaan meestal uit een theoretisch deel en een deel dat gericht is op de praktijk. In het theoretische deel leren de deelnemers in de cursus de wet en regelgeving die verbonden is aan H2S en daarnaast de Arbo-regelingen die bij de werkzaamheden aan de orde kunnen komen. Ook de eigenschappen van H2S worden behandeld en de gevaren die daaraan verbonden zijn. Mensen die op een H2S-locatie aanwezig zijn moeten zich houden aan strenge veiligheidsvoorschriften. Daarbij moeten ze gebruik maken van specifieke persoonlijke beschermingsmiddelen die de persoon moet beschermen tegen de schadelijke effecten van H2S wanneer dit aanwezig is op de locatie. Deelnemers leren tijdens een H2S veiligheidstraining de persoonlijke beschermingsmiddelen goed te gebruiken. Daarnaast oefenen deelnemers ook met persoonlijke detectieapparatuur en alarmapparatuur. Ook vluchtprocedures komen aan de orde. Ondanks de veiligheidsvoorschriften kunnen mensen op een H2S locatie alsnog slachtoffer worden van H2S. Het is belangrijk dat werknemers in de buurt dan weten wat ze moeten doen. Daarom wordt tijdens de H2S ook aandacht besteed aan het bieden van eerste hulp aan slachtoffers van H2S.

Certificaat H2S – NOGEPA 0.8
Wanneer men een cursus H2S – NOGEPA 0.8 volgt moet de deelnemer er zeker van zijn dat de Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie (NOGEPA) garant staat voor de kwaliteit van de opleiding en bijbehorend certificaat. Nadat de deelnemer zowel het theoretische deel als het praktijk deel heeft gevolgd vind er een examinering plaats. Wanneer men deze examinering goed doorstaat ontvangt men een certificaat. Dit is het certificaat H2S Nogepa 0.8 en is vier jaar geldig.

Wat is een geografisch informatiesysteem GIS datasysteem en waar wordt het voor gebruikt?

GIS is een afkorting die staat voor geografisch informatiesysteem. Dit is een systeem waarin informatie wordt opgeslagen over objecten die geografisch aan een locatie gebonden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan diverse reële objecten zoals woningen, utiliteit, wegen en leidingen. Daarnaast kunnen ook virtuele objecten in een GIS datasysteem worden ingevoerd zoals eigendomsverhoudingen en bestuurlijke gebiedsindeling. Ook de procedures die aan deze informatie verbonden zijn kunnen tot het GIS worden gerekend. Evenals het personeel, de organisatie en de bijbehorende data die nodig is voor het toepassen van het geografisch informatiesysteem.

Waarvoor wordt GIS gebruikt?
GIS is breed, er kan zeer veel informatie in worden opgeslagen. Geografische informatie wordt ook wel geo-informatie genoemd en kan in GIS worden bewerkt en beheert. Ook kan het GIS worden gebruikt om informatie te analyseren, te integreren en gegevens te presenteren. Dit beheren en bewerken van een geografisch informatiesysteem wordt binnen een organisatie meestal door een GIS-afdeling uitgevoerd. Deze afdeling is binnen de organisatie verantwoordelijk voor het verstrekken van de juiste geo-informatie. Op basis van deze informatie kunnen organisaties bepalen welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd op een specifieke locatie. Bij de aanleg van infra kunnen echter meerdere organisaties betrokken zijn. Daarom is het belangrijk dat geo- informatie gedeeld kan worden tussen organisaties. Dit kan via een geo-portaal. Dit is een GIS dat op webservices is gebaseerd. In een geo-portaal wordt via geo-services informatie gecombineerd die afkomstig is van verschillende organisaties.

Wie maken gebruik van GIS?
De informatie die in GIS kan worden verwerkt kan door verschillende instanties en organisaties worden aangeleverd. Hierbij kan gedacht worden aan universiteiten, overheidsinstellingen en nutsbedrijven. Deze instanties kunnen informatie verschaffen over de locatie van riolering, drinkwaterleidingen, gasleidingen, elektriciteitsleidingen en glasvezelnetwerken. Er kan in de praktijk gebruik worden gemaakt van een driedimensionaal GIS. In dit 3D geografisch informatiesysteem kan de locatie, hoogte en diepte van bepaalde geografische objecten worden bepaald. Het GIS wordt naast overheidsinstanties en nutsbedrijven ook gebruikt door bouwbedrijven en infrabedrijven. Ook telecombedrijven maken gebruik van GIS. Het geografisch informatiesysteem wordt zowel door de profit als de non-profit sector gebruikt.