Verwachtingen arbeidsmarkt 2014 een overzicht

De arbeidsmarkt zal volgens de website Technisch Werken in 2014 stabiliseren. Een verdere verslechtering van de arbeidsmarkt is niet aannemelijk omdat de economie in 2013 over haar dieptepunt heen is geklommen. Aan het einde van 2013 merkten uitzendbureaus in de meeste sectoren een groei in het aantal uitzenduren. Ook de omzet nam hierdoor toe. Uitzendbureaus zijn een belangrijke graadmeter voor de economie. Alleen de zorgsector blijkt moeizaam uit haar dal omhoog te kunnen klimmen. Hieronder staan een aantal teksten over verschillende aspecten van de huidige arbeidsmarkt. Daarnaast is aangegeven wat de verwachtingen zijn voor de arbeidsmarkt in 2014.

Voorspellen is lastig
Natuurlijk is het lastig om een exacte prognose over de arbeidsmarkt van 2014 te geven. De meeste economische experts hebben de economische crisis niet kunnen voorspellen. De paar economische experts die de crisis toevallig wel hadden voorspeld hebben hier behoorlijk munt uit geslagen. De toekomst voorspellen is niet eenvoudig. Een belangrijk aspect voor de economie is vertrouwen. Hierbij kan gedacht worden aan consumentenvertrouwen maar ook vertrouwen van banken in bedrijven zodat kredieten kunnen worden verstrekt. Daarnaast is het belangrijk dat men vertrouwen heeft in het beleid van de Nederlandse regering. Deze regering kan een belangrijke of zelfs doorslaggevende rol spelen in het scheppen van een economisch gunstig klimaat voor werkgevers en werknemers.

Hoewel het economisch herstel nu met zeer geringe cijfers aantoonbaar is wijkt de regering nog niet van haar bezuinigingsbeleid. Of dit verstandig is zal de toekomst moeten laten blijken. Het is helaas wel zo dat de regering van Nederland niet volledig zeggenschap heeft met betrekking tot de inkomsten en uitgaven van overheidsgeld in Nederland. Europa wil meebeslissen over wat er in de Europese landen gebeurd. Strenge richtlijnen met betrekking tot het begrotingstekort zorgen er voor dat landen niet vrij zijn in hun economisch beleid.

Beïnvloeding van de arbeidsmarkt in Nederland
Nederland heeft de afgelopen jaren te maken gehad met een stijgende werkloosheid. Deze stijgende werkloosheid zorgt er voor dat de regering stijgende kosten heeft met betrekking tot het verstrekken van uitkeringen. Hoe meer uitkeringen worden verstrekt hoe meer de regering op andere kostenposten moet gaan bezuinigen. De regering zoekt naar allemaal opties om de last van de uitkeringen af te schuiven naar andere partijen. Een voorbeeld hiervan is werkgevers langer verantwoordelijk te houden voor het betalen van ziektegeld en re-integratie van werknemers. Dit is voor de regering een kostenbesparing. Voor werkgevers is dit een enorm risico dat misschien met dure verzekeringen kan worden afgedekt. Werkzoekende op de arbeidsmarkt die een medisch verleden hebben kunnen echter rekenen op terughoudendheid van bedrijven tijdens een sollicitatieprocedure. Bedrijven zullen van te voren willen weten of iemand het bedrijf veel geld gaat kosten omdat hij of zij in het verleden regelmatig ziek is geweest.

De voorstellen van de regering hebben invloed op de arbeidsmarkt. Ook het versoepelen van het ontslagrecht heeft een grote invloed op de in-, door- en uitstroom van personeel. Bedrijven zullen de kans aangrijpen om medewerkers die niet goed functioneren of regelmatig verzuimen uit het bedrijf te zetten zonder een torenhoge ontslagvergoeding. De vergoeding voor het ontslaan van een medewerker moet daarnaast volledig besteed worden aan het vergroten van de kansen op de arbeidsmarkt voor de medewerker. Een bedrijf ontslaat een medewerker echter niet voor niets. Wanneer een opleiding of training een significante bijdrage zou leveren aan het functioneren van de medewerker zou het bedrijf dit ook intern hebben kunnen doen zodat de medewerker zijn of haar plek binnen de organisatie kon behouden.

Bedrijfseconomische aspecten
Natuurlijk kunnen bedrijfseconomische aspecten een rol spelen wanneer een bedrijf besluit om afscheid te nemen van een medewerker. In dat geval heeft een opleiding of training om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten meer zin. Daarbij moet echter niet uit het oog verloren worden dat een bedrijf die een medewerker ontslaat in een bepaalde branche actief is. Het is aannemelijk dat de ontslagen medewerker het meeste kans op werk heeft in dezelfde branche. Bedrijfseconomische problemen zijn echter in de meeste gevallen branche breed. Denk hierbij aan de problemen in bouwsector. Slechts enkele bouwbedrijven draaien goed maar niet zo goed dat ze veel extra personeel kunnen gebruiken.

Omscholing en kansen op de arbeidsmarkt
Personeel dat ontslagen wordt om bedrijfseconomische redenen moet rekening houden met omscholing. Hierdoor kan het personeel ook in een andere branche aan de slag. Dit is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Het blijkt erg moeilijk om een geschikte branche te vinden waar omscholing nuttig voor is. In welke branche is veel vraag naar personeel en is weinig personeel beschikbaar? Daarnaast moet personeel geschikt gemaakt kunnen worden doormiddel van een korte omscholing. Wat de overheid of de re-integratiebureaus ook beloven, dit is een utopie. Er is vrijwel geen enkele branche in Nederland waar men met een korte omscholing volop kans op werk heeft.

In de meeste branches die een groei doormaken is voldoende personeel beschikbaar om aan de vraag te voldoen. Het heeft geen nut om de arbeidsmarkt te overspoelen met pas omgeschoolde arbeidskrachten die teleurgesteld worden omdat de beloofde kansen toch gering blijken te zijn.

Omscholing naar de technische branche
De regering en de opleidingsinstellingen schreeuwen het bijna uit dat er veel vraag is naar technisch personeel. Het is jammer dat opleidingsinstellingen hierbij een commercieel belang hebben en daardoor niet duidelijk aangeven wat nu precies de wensen zijn van de technische branche. In de techniek is inderdaad behoefte aan technisch personeel. Dit is niet personeel wat een paar jaar opleiding heeft genoten. Men zoekt specialisten die een gedegen opleiding hebben gehad en over jarenlange praktijk ervaring beschikken. Daarnaast moet technisch personeel in staat zijn om oplossingen te bedenken voor technische problemen. Onderhoud, revisie en reparatie zullen in de toekomst belangrijker worden dan assemblage en nieuwbouw van machines en werktuigen.

Het in elkaar zetten van machines en onderdelen is over het algemeen eenvoudiger dan het zoeken naar storingen in bestaande machines en het repareren daarvan. Voor storing zoeken en repareren is echter veel meer kennis nodig. Dit is niet eenvoudig en leer je niet binnen een paar jaar op school. Omscholing van iemand buiten de techniek naar de technische branche is een leuk initiatief maar op een paar uitzonderingen na compleet kansloos. Op die manier wordt de arbeidsmarkt alleen maar voorzien van meer goedbedoelde gemotiveerde werkzoekenden die een hoop teleurstellingen staan te wachten. Het zou de overheid, re-integratiebureaus en opleidingsinstituten sieren wanneer ze een eerlijk verhaal zouden houden naar hun cliënten over de techniek. In 2014 zal de technische branche vermoedelijk haar herstel voortzetten. De bouw zal echter ook in 2014 nog niet volledig hersteld zijn. Wel zal naar verwachting de ergste krimp in deze sector achter de rug zijn.

Stabilisatie is de kern voor 2014
De meeste branches zullen zich stabiliseren. Dit houdt in dat ze niet verder zullen krimpen maar ook niet een enorme stijging door zullen maken. Dit is natuurlijke een veilige voorspelling. Na een periode van een daling komt men op een gegeven moment op het diepste punt en zal men van daaruit weer langzaam naar boven moeten gaan. Het moment waarop het diepste punt is bereikt is lastig in te schatten. Toch lijken de eerste positieve tekenen van groei die uit de uitzendbranche naar voren komen hoopvol. Daarnaast is ook het CBS minder negatief dan de afgelopen jaren. Bedrijven en ook werkzoekenden geven daarnaast ook positieve signalen af. De regering is echter nog wel bezorgd over de komst van arbeidsmigranten uit Oost Europa.

Arbeidsmigranten een gevaar of niet?
Arbeidsmigranten vormen geen gevaar voor de arbeidsmarkt in Nederland wanneer ze maar eerlijk behandeld worden. Het moet in Nederland eerlijker worden op de arbeidsmarkt. Het moet niet uitmaken waar iemand vandaan komt, iedereen moet een salaris verdienen conform de cao waarin het bedrijf actief is. Wanneer bedrijven buitenlandse werknemers bewust lager betalen zijn ze goedkoper dan Nederlandse arbeidskrachten. Dit is natuurlijk een kostenbesparing voor het bedrijf. Buitenlandse werknemers krijgen soms allemaal netto vergoedingen van bedrijven om de lage loonkosten te compenseren. De doelstelling hiervan is het drukken van de kosten voor een bedrijf en het betalen van zo weinig mogelijk loonbelasting.

Deze werkwijze is de overheid een last. Daarom wil de overheid deze misstanden aanpakken door afspraken te maken met de landen waar de arbeidsmigranten vandaan komen. Dat is natuurlijk goed maar het helpt nauwelijks. Wat voor belang hebben de Oost Europese landen bij het controleren op deze werkwijze? Daarnaast kost het die landen veel te veel tijd en geld om controles uit te voeren. Veel arbeidsmigranten besteden daarnaast het salaris dat ze in Nederland hebben verdiend in hun thuisland. Dat is alleen maar goed voor de economie van dat thuisland.

De Nederlandse economie is er echter niet bij gebaat. Die loopt door vage constructies belastinggeld mis. Het zou in Nederland verplicht moeten zijn dat elke werknemer in Nederland hetzelfde salaris zou verdienen wanneer deze precies dezelfde werkzaamheden uitvoert. Hierbij moet niet gekeken worden naar achtergrond of land van herkomst. Wanneer de overheid en bedrijven deze criteria hanteren is de uitbuiting voorbij en heeft iedereen een eerlijke kans op een baan. Bedrijven zullen dan iemand beoordelen op zijn of haar kwaliteiten in plaats van de loonkosten.

Iets wat veel bedrijven als positief punt ervaren van arbeidsmigranten is hun arbeidsethos. Veel arbeidsmigranten uit bijvoorbeeld Polen en Hongarije werken hard. Ze maken zonder klachten overuren. Dat is voor veel bedrijven wel een belangrijke extra factor die meespeelt bovenop de lage loonkosten. Werknemers in Nederland kunnen in sommige gevallen veel leren van de werkhouding van arbeidsmigranten.

Het beste arbeidsethos voor 2014
Een goed arbeidsethos vergoot je kansen op de arbeidsmarkt. Het vinden van werk is natuurlijk van meer factoren afhankelijk zoals loopbaan, opleidingen, vervoer en de plek waar je woont. Toch heeft ook het arbeidsethos een belangrijke invloed op het vinden van werk. Motivatie staat hierin centraal. Wanneer een werkzoekende een aantal teleurstellingen te verwerken heeft gehad moet dat er niet voor zorgen dat er vermindert gezocht wordt naar werk. Werkzoekenden moeten hun eigen kansen goed inschatten en hard werken om hun kansen te verbeteren. Dit kan doormiddel van sociale media, persoonlijke netwerken, schrijven van sollicitatiebrieven en het inschrijven bij een uitzendbureau. Onderscheiden van andere werkzoekenden is moeilijk. Een gerichte sollicitatie zorgt er al voor dat je veel sollicitanten die solliciteren uit verplichting achter je laat.

Iemand die in bezit is van een baan zal zich flexibel moeten opstellen. Bedrijven moeten namelijk ook flexibel inspelen op de vraag van hun klanten. Dit vereist een flexibele bedrijfsvoering. Personeel dient zich daaraan aan te kunnen passen. Bedrijven willen daarom graag dat werknemers open staan voor veranderingen. Personeel kan doormiddel van een verbreding van een takenpakket in een bedrijf op verschillende posities ingezet worden. Daardoor kunnen bedrijven makkelijker schakelen tussen de producten en diensten die geleverd worden aan klanten.

Naast flexibiliteit is ook leergierigheid een belangrijk onderdeel voor het beste arbeidsethos voor 2014. Werknemers zullen zich moeten blijven ontwikkelen. Dit is niet alleen in de techniek belangrijk. De opkomende economieën in de wereld zorgen voor een stevige concurrentie die alleen met hoogwaardige kwaliteit kan worden tegengegaan. De producten en diensten in Nederland moeten beter zijn dan die in het buitenland. Op het gebied van productiekosten kan Nederland de slag bijna niet winnen. De automatisering van productieprocessen zorgen er weliswaar voor dat de productiekosten omlaag gaan maar lageloonlanden kunnen in de meeste gevallen zo goedkoop produceren dat zelfs de transportkosten worden terugverdient. Een leergierige houding die vindingrijk is en open staat voor nieuwe processen en producten is van groot belang voor 2014 en de periode daarna.

Wat is een ambacht en welke soorten ambachten zijn er?

In de meeste definities wordt het woord ambacht omschreven als handwerk of werkzaamheden waarbij een product wordt vervaardigd door een ambachtsman. Bij ambacht staan de vaardigheden van de ambachtsman centraal. Ambacht is het geheel aan vaardigheden dat wordt aangeleerd om een bepaald beroep uit te kunnen oefenen. In het verre verleden leerde men een ambacht bij een gildemeester. Deze gildemeester leerde de leerling hoe bepaalde werkzaamheden uitgevoerd moesten worden. Hierbij werden grondstoffen verwerkt tot eindproducten.

Ambacht verandert
Ook vandaag de dag worden grondstoffen verwerkt tot eindproducten. De industrie heeft echter veel ambachten overgenomen. Daardoor zijn veel oude beroepen verdwenen. Zo wordt houtbewerking en metaalbewerking grotendeels machinaal gedaan. In het ambacht van tegenwoordig wordt ook gebruik gemaakt van mechanisering en automatisering. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan elektrische gereedschappen die worden gebruikt bij de vervaardiging van bepaalde producten. Zo kan een schoenmaker gebruik maken van een machine om een zool vast te naaien. Ambachten veranderen en de vaardigheden van de ambachtsman veranderen ook.

Ambacht en industrie
Doormiddel van ambacht en industrie worden producten vervaardigd en geproduceerd.  Ambacht verschilt echter van de industrie. In de industrie worden producten in grote series gemaakt. veel productieprocessen zijn volledig geautomatiseerd. Hierdoor komt er nauwelijks ambacht meer aan de orde. Het fabrieksmatig produceren van producten wordt geen ambacht genoemd. Een belangrijk kenmerk van ambacht is namelijk het handwerk.

Onderverdeling van ambachten
Ambachten kunnen worden onderverdeeld. Hierbij wordt vooral gekeken naar de historie van de ambachten en de toepasbaarheid van ambachten in de tegenwoordige tijd. De onderverdeling bestaat daarom uit: museale ambachten en hedendaagse ambachten. Hieronder zijn een aantal voorbeelden gegeven waarmee deze onderverdeling wordt verhelderd.

Museale ambachten
Museale ambachten zijn ambachten die nauwelijks worden gebruikt voor de productie van goederen in Nederland. Voorbeelden hiervan zijn mandenvlechter, zeepmaker, touwslager, klompenmaker of bezembinder. Door de verregaande mechanisatie en automatisering van productieprocessen zijn deze ambachten in Nederland vrijwel geheel verdwenen. Af en toe worden deze ambachten nog wel getoond in museums of bij speciale evenementen.

Hedendaagse ambachten
Hedendaagse ambachten zijn bijvoorbeeld timmerman, smid, schoenmaker, metselaar, slager en bakker. Deze ambachten worden vandaag de dag nog uitgeoefend. Een bijzonder voorbeeld hiervan is het beroep molenaar. Nederland heeft nog verschillende molens die in gebruik zijn. Een korenmolenaar leert hoe hij of zij deze molens kan onderhouden en hoe bijvoorbeeld koren tot meel kan worden gemalen. Dit malen van meel is een voorbeeld van een ambacht waarbij een molen wordt gebruikt. De wieken van de molen draaien door de wind. Deze beweging wordt overgebracht op een molensteen waardoor deze gaat draaien en het koren vermaalt tot meel. In feite is deze ambacht een oude toepassing van windenergie.

Wat is de definitie van beroep in de context van de arbeidsmarkt?

Het woord beroep wordt vaak in de maatschappij genoemd. Dit begint al op school waarin leerlingen zich oriënteren op verschillende beroepen die ze later zouden kunnen uitvoeren. De maatschappij heeft de afgelopen eeuwen een enorme diversiteit aan beroepen gekregen. Dit heeft onder andere te maken met de maatschappelijke ontwikkelingen. Ook de technische ontwikkelingen zorgen er voor dat het aantal verschillende beroepen in Nederland en andere landen is gegroeid. Zo zorgde bijvoorbeeld de invoering van computers er voor dat er softwareontwikkelaars nodig zijn om software te ontwikkelen. Ook zijn er netwerkbeheerders nodig om computernetwerken te beheren. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van nieuwe beroepen die zijn ontstaan door de invoering van computers. Er zijn nog veel meer (technische) systemen ingevoerd waarvoor specialisten nodig zijn. De beroepskeuze voor leerlingen en studenten is er daardoor niet eenvoudiger op geworden.

Het woord beroep definiëren
Het geven van een definitie voor het woord beroep is niet eenvoudig. Een beroep is een algemeen woord. Bijna iedereen weet wel een voorbeeld van een beroep te noemen. Het woord beroep definiëren is lastiger. De volgende definitie kan voor een beroep worden gehanteerd:

Een beroep is het geheel van samenhangende taken binnen een specifiek vakgebied waarin iemand werkzaam is.

Dit is de definitie die door de website Technisch Werken wordt gebruikt. Er is, zoals eerder genoemd, een grote verscheidenheid aan beroepen op de arbeidsmarkt. Een groot aantal van de uitvoerende technische beroepen spreken tot de verbeelding: zoals lasser, timmerman, metselaar en automonteur. Andere beroepen zijn abstracter en richten zich bijvoorbeeld op management, software en administratieve processen. Een beroep is mede bepalend voor de positie die iemand inneemt in de sociale structuur. Hieronder is het woord beroep vergeleken met een aantal andere termen die gebruikt worden op de arbeidsmarkt. Het verschil tussen deze termen komt naar voren in onderstaande alinea’s.

Beroep en functie
Een beroep is niet precies hetzelfde als een functie. Functies en functieprofielen worden door organisaties bepaald. Meestal is uit een functie of een functieprofiel wel herleidbaar welk beroep iemand uitoefent. Zo kan iemand bijvoorbeeld conciërge zijn maar op zijn of haar functieprofiel staat gebouwbeheerder of schoolbeheerder. Een ander voorbeeld is de functie intercedent op een uitzendbureau. Deze functie wordt bij sommige uitzendbureaus ‘commercieel medewerker’ genoemd en weer andere uitzendbureaus prefereren de functienaam ‘consultant’. Doordat veel bedrijven werken met eigen specifieke functiebenamingen is het aantal functies in een hoog tempo toegenomen.

Beroep en arbeid
Er is ook een verschil tussen de woorden beroep en arbeid. Iemand kan een beroep hebben zonder dat hij of zij arbeid verricht. Daarnaast is het mogelijk dat iemand arbeid verricht zonder daadwerkelijk een beroep te hebben. Ditzelfde is van toepassing op het woord werk.  Iemand kan werken zonder een specifiek beroep te hebben. Ook kan iemand een beroep hebben zonder dat de persoon werk heeft.

Wat is loonheffingskorting en waarom moet je een loonbelastingverklaring invullen?

Na een succesvolle sollicitatieprocedure moet de nieuwe werknemer meestal een aantal formulieren invullen alvorens hij of zij daadwerkelijk in dienst kan treden bij de nieuwe werkgever. Een formulier wat meestal voor het in dienst treden moet worden ingevuld en ondertekend is de loonbelastingverklaring. Een loonbelastingverklaring moet worden ingevuld voor de belastingdienst. In de loonbelastingverklaring wordt door de (toekomstig) werknemer aangegeven of hij of zijn in aanmerking wil komen voor loonheffingskorting. Hieronder zijn een aantal begrippen toegelicht die aan de orde kunnen komen bij het invullen van een loonbelastingverklaring.

Wat is loonheffing?
De loonheffing is een algemene naam voor verschillende wettelijk verplichte afdrachten die op het inkomen worden ingehouden. Dit zijn de loonbelasting, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Het is mogelijk dat door de belastingplichtige te veel loonheffing is betaald. In dat geval kan hij of zij in aanmerking komen voor belastingteruggave. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een persoon meerdere bijbanen heeft gehad. Op de website van de Belastingdienst is hier meer informatie over te vinden.

Waarover moet loonheffing worden betaald?
Een loonbelastingverklaring heeft te maken met loonheffing. De loonheffing is een heffing die moet worden betaald over alle vormen van beloning die een werknemer op basis van zijn of haar dienstverband ontvangt. De belangrijkste beloning die een werknemer ontvangt is meestal het salaris. Daar overheen kan echter ook provisie of een winstuitkering worden betaald. Ook vakantiegeld en financiële beloning voor overwerk behoren tot de beloning die een werkgever aan een werknemer kan betalen. De belastingdienst heft over deze vormen van beloning een heffing, de loonheffing.

Wat is loonheffingskorting?
Werknemers die belasting behoren betalen zijn belastingplichtigen. Een werkgever zorgt er voor dat de afdrachten aan de belastingdienst op het salaris worden ingehouden. Een werknemer moet bij de werkgever waar hij of zij werkzaam is aangeven of de loonheffingskorting moet worden toegepast of niet. Belastingplichtigen hebben recht op deze heffingskorting maar kunnen deze korting maar bij één werkgever toepassen. Wanneer iemand meerdere banen heeft kan hij of zij bij één werkgever de loonheffingskorting toepassen. De werkgever die de heffingskorting moet toepassen verrekent deze korting over het algemeen bij het berekenen van het bruto salaris naar het netto salaris.

De loonheffingskorting is een algemene heffingskorting die bestaat uit zes verschillende heffingskortingen. Dit zijn de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de alleenstaande-ouderenkorting, de jonggehandicaptenkorting, de levensloopverlofkorting en de ouderenkorting. De werkgever moet rekening houden met deze heffingskortingen wanneer de loonbelasting op het salaris moet worden ingehouden en de premies van de volksverzekeringen met het salaris verrekent moeten worden.

Waarom moet een loonbelastingverklaring worden ingevuld?
Een werkgever moet weten of de loonheffingskorting moet worden toegepast voor een werknemer of niet. Daarom ontvangt een werknemer voor zijn of haar dienstverband van de werkgever een loonbelastingverklaring. Deze verklaring wordt ook wel LB-verklaring genoemd. De werknemer moet dit formulier naar waarheid invullen en ondertekenen. Vervolgens overhandigd de werknemer de loonbelastingverklaring aan de werkgever. De werkgever weet aan de hand van deze verklaring welke heffing en welke heffingskortingen moeten worden toegepast op het salaris. Daarnaast dient de werkgever de loonbelastingverklaringen van de werknemers te bewaren. Bedrijven die minder dan tien personeelsleden in dienst hebben moeten de loonbelastingverklaringen opsturen. Een loonbelastingverklaring dient door de werknemer naar waarheid te zijn ingevuld. Wanneer er echter toch te veel loonheffing op het salaris van de werknemer wordt ingehouden kan hij of zij dit via de belastingaangifte weer terug krijgen. Het spreekt voor zich dat de belastingaangifte ook naar waarheid moet worden ingevuld. De informatie op de jaaropgave is hierbij van groot belang.

Wat is tribologie en wat doet dit vakgebied binnen de werktuigbouwkunde?

Tribologie wordt ook wel wrijvingskunde genoemd. Het is een specifieke tak binnen de werktuigbouwkunde. In het woord tribologie zit het Griekse woord ‘tribe’ dat wrijving betekend. Tribologie is het vakgebied waarin onderzoek wordt gedaan naar wrijvingsverschijnselen en slijtageverschijnselen die kunnen ontstaan op contactvlakken van materialen. Deze slijtage kan onder andere ontstaan door wrijving daarom wordt tribologie ook wel wrijvingskunde genoemd. Er wordt gekeken naar het effect van wrijving onder verschillende omstandigheden. Zo wordt er gekeken naar het effect van wrijving onder droge omstandigheden en natte omstandigheden. Daarnaast wordt gekeken naar het effect van wrijving bij verschillende temperaturen. Hieronder is in een aantal alinea’s weergegeven waar het vakgebied tribologie mee verbonden is.

Ruwheid van materiaal
Binnen tribologie worden daarnaast verschillende materialen onderzocht. Er wordt gekeken naar de materialen die veel wrijving veroorzaken wanneer ze met elkaar in contact komen en naar materialen die bij contact weinig wrijven. Een glad oppervlak zorgt voor minder wrijving dan een ruw oppervlak. De ruwheid van materialen wordt binnen de tribologie weergegeven in micrometers en verschillende waarden zoals ‘Ra, Rx, Rh’.

Levensduur van machineonderdelen
Wrijving en slijtage moeten in de werktuigbouwkunde zoveel mogelijk worden beperkt. Dit bevordert namelijk de levensduur van de machineonderdelen. Onderdelen van machines die onderhevig kunnen zijn aan slijtage en wrijving zijn bijvoorbeeld lagers, remmen en loopvlakken van machineonderdelen. Het is belangrijk dat deze machineonderdelen zo lang mogelijk meegaan. Wanneer deze onderdelen vaak vervangen moeten worden staan machines stil en zijn de onderhoudskosten hoog. Daarom is één van de belangrijkste doelstellingen van tribologie het beperken van slijtage en wrijving.

Levensduur van lagers
Binnen de tribologie kan bijvoorbeeld specifiek onderzoek worden gedaan naar de levensduur van lagers. Deze levensduuranalyse kan worden gedaan voordat machines daadwerkelijk een bepaald type lager gaan gebruiken. De keuze van de juiste lager is van groot belang voor de ontwikkeling van machines. Wanneer in machines verkeerde lagers worden toegepast kan dit er voor zorgen dat de machines in de praktijk niet effectief kunnen worden gebruikt. Daarnaast zullen de onderhoudskosten omhoog gaan omdat de lagers regelmatig vervangen moeten worden. Na de toepassing van lagers in een machine kan ook worden onderzocht waarom bepaalde lagers veel wrijving veroorzaken of juist niet. Dit is over het algemeen minder verstandig omdat de lagers dan reeds zijn toegepast. Naast lagers worden ook andere machineonderdelen die in contact komen met elkaar onderzocht op de effecten van de wrijving.

Tribologie en metallurgie
De materialen zoals metalen en metaallegeringen waaruit machineonderdelen bestaan moeten naast slijtvastheid ook aan andere eisen voldoen. De mechanische eigenschappen van materialen zijn erg belangrijk. Een metallurg stelt bijvoorbeeld bepaalde eisen aan de sterkte en corrosievastheid van metalen die toegepast worden in een constructie. Ook de manier waarop een metaal verwerkt en vervormd kan worden en de prijs van metaal is van invloed. Soms moeten metalen worden toegepast die minder slijtvast zijn maar toch over andere goede mechanische eigenschappen beschikken.

Tribologie en de toepassing van smering
Een oplossing waarmee de wrijving zoveel mogelijk tegen kan worden gegaan is het gebruik van smeermiddelen. Smeermiddelen zorgen voor smering tussen machineonderdelen. Binnen tribologie wordt aandacht besteed aan de juiste smeermiddelen die de wrijving tussen de machineonderdelen kunnen beperken. Er zijn zeer veel verschillende smeermiddelen die specifieke eigenschappen hebben. Smeermiddelen worden meestal in drie hoofdgroepen ingedeeld: vaste smeermiddelen, vloeibare smeermiddelen en plastische smeermiddelen zoals smeervetten. Daarnaast is het mogelijk om smeermiddelen in te delen in grondstoffen. Zo worden sommige smeermiddelen vervaardigd uit dierlijke en plantaardige vetten. Dit worden ook wel bio-smeermiddelen genoemd omdat ze biologisch goed afbreekbaar zijn. Veel olie die toegepast wordt is echter minerale olie. Deze olie is biologisch moeilijk afbreekbaar maar wordt wel veel gebruikt vanwege de gunstige smeereigenschappen. Met name de viscositeit is van groot belang bij de beoordeling van smeermiddelen. De viscositeit is een term waarmee de stroperigheid of traag vloeibaarheid van een stof wordt aangeduid. Door de smeermiddelen met de juiste viscositeit toe te passen kan de slijtage aan machineonderdelen worden beperkt. De wrijving treed dan op in het smeermiddel zelf en minder tussen de machineonderdelen.

Gasunie transporteert in 2013 een recordhoeveelheid gas

De Gasunie heeft in 2013 een enorme hoeveelheid gas getransporteerd. Nog voor het einde van 2013 bereikte het transport van gas al een recordniveau van 113 miljard kubieke meter. De netbeheerder bracht deze informatie naar buiten op dinsdag 24 december 2013. Deze hoeveelheid zorgde er voor dat het oude record van 2010 gebroken werd. Ten opzichte van 2010 werd in 2013 in totaal 2 miljard kuub meer gas getransporteerd.

De oorzaak van de grote stijging in het gastransport wordt vooral toegeschreven aan de koude wintermaanden aan het begin van 2013. In maart was de gemiddelde temperatuur in Nederland ongeveer 0,6 graden Celsius onder nul. Deze koude periode zorgde er voor dat Nederland en andere West-Europese landen een grotere vraag hadden naar aardgas. In het eerste kwartaal werd door de Gasunie meer gas door de leidingen rondgepompt.

Deze hoeveelheid is nog nooit zo hoog geweest. Uiteindelijk werd in het eerste kwartaal van 2013 ongeveer 36,1 miljard kuub gas door de leidingen getransporteerd. Dit is ongeveer 0,3 miljard kuub meer dan het laatste kwartaalrecord. Dat record stond in 1996. Gemiddeld wordt in het eerste kwartaal van een jaar veel minder gas getransporteerd. Het gemiddelde aantal kuub wat in de eerste drie maanden wordt getransporteerd is 30 miljard.

De hoeveelheid gas die de Gasunie transporteert is niet alleen bestemd voor het gebruik binnen de grenzen van Nederland. De Gasunie vormt de laatste jaren ook een internationaal knooppunt met betrekking tot de distributie van gas. Tien jaar geleden transporteerde de Gasunie bijna 50 procent van al het gas voor het buitenland. In 2013 was dit percentage gestegen naar 60 procent.

Reactie van Technisch Werken
De Gasunie heeft een belangrijke positie voor Nederland en het buitenland met betrekking tot de distributie van gas. De Gasunie is zich van deze positie bewust en zorgt er voor dat verschillende nieuwe gebiedstechnici worden opgeleid om werkzaamheden op gasdistributiestations te coördineren en te controleren. Wanneer enorme hoeveelheden gas worden getransporteerd is het belangrijk dat er veel aandacht wordt besteed aan veiligheid. De veiligheidsregels binnen de Gasunie zijn zeer streng. Dit zorgt er voor dat ondanks de grote hoeveelheden gas die getransporteerd worden toch de veiligheid niet uit het oog verloren wordt.

Het einde van 2013 verloopt zonder lage temperaturen. Desondanks is de hoeveelheid gas die in dat jaar getransporteerd is op een recordniveau. Omdat de Gasunie ook meer dan de helft van het gas transporteert voor het buitenland is het moeilijk om de klimaatontwikkelingen van Nederland geheel te koppelen aan de stijging in het gastransport.

Omzet uitzendbranche stijgt

Dinsdag 24 december 2013 maakte brancheorganisatie ABU cijfers bekend over de uitzendbranche. Hieruit kwam naar voren dat de omzet van uitzendbureaus is toegenomen. De ABU vergeleek de omzetcijfers van 2013 met de omzetcijfers van 2012 voor de maand november. Hieruit kwam een omzetstijging naar voren van twee procent. Daarnaast nam ook het aantal uren dat uitzendkrachten hebben gewerkt toe. Deze toename was 1 procent.

Volgens de ABU nam de omzetstijging het sterkste toe in de administratieve sector. In deze sector werd een omzetgroei gerealiseerd van vijf procent. Daarnaast nam het aantal gewekte uren van uitzendkrachten in deze sector toe met vier procent. Ook de omzet van uitzendbureaus die uitzendkrachten bemiddelen in de industrie nam toe. In de industriële sector nam de omzet van uitzendbureaus toe met twee procent. Het aantal uitzenduren nam in deze branche nauwelijks toe. De uitzendbureaus in de technische sector maakte een kleine krimp door. In deze sector nam het aantal uitzenduren af met één procent. Ook de omzet nam in deze sector af met één procent. De medische sector kreeg te maken met de sterkste daling in het aantal uitzenduren. In deze sector nam het aantal uitzenduren af met dertig procent. De omzet van uitzendbureaus in de medische sector daalde met zevenentwintig procent.

Reactie van Technisch Werken
Goed nieuws dat de omzet en de uitzenduren in de uitzendbranche stijgen. Er zijn echter grote verschillen in de sectoren zichtbaar. Dit zorgt er voor dat sommige uitzendbureaus een zeer moeizaam jaar achter de rug hebben. De verwachtingen voor 2014 zijn gunstig. Het beeld van de economie over komend jaar is positief. In het meest ongunstige geval zal 2014 gelijk zijn aan 2013. Vermoedelijk wordt 2014 beter omdat verschillende bedrijven profiteren van het herstelde consumentenvertrouwen. De regering moet er voor zorgen dat in Nederland een gunstig klimaat wordt gecreëerd voor consumenten. De bezuinigingen moeten niet een zwaardere last leggen op de schouders van de bevolking.

Pas wanneer de regering de economie laat herstellen kunnen bedrijven in Nederland weer op adem komen. Het prille herstel moet niet wegbezuinigd worden maar moet juist nieuwe impulsen krijgen om de groei door te zetten. Het investeringsklimaat voor bedrijven moet verbeteren. Banken moeten bedrijven de kans geven om een lening af te sluiten wanneer een bedrijf wil investeren in nieuwe markten en nieuwe technologieën.

Wanneer er niet wordt geïnvesteerd in technologie en innovatie zullen de producten van Nederlandse bedrijven veroudert worden en niet meer voldoen aan de vraag uit de markt. De industrie en de techniek zijn branches waar de focus op moet komen te liggen. Uitzendbureaus die zich richten op deze segmenten zullen in 2014 hopelijk een groei doormaken in omzet en uitzenduren.

Wat is Suva 134a®, R134a, R134 en 1,1,1,2-tetrafluoroethaan en waarvoor worden deze stoffen gebruikt?

Suva 134a®is een stof die in koelinstallaties word gebruikt. Deze stof is ook bekend onder de aanduiding R134 of de aanduiding R134a. De stof Suva 134a® wordt gebruikt ter vervanging van de stof Freon 12®, die ook wel bekend staat onder de aanduiding R-12 of Freon-12. De reden waarom Suva 134a® de stof Freon-12  vervangt heeft te maken met de schade die Freon-12 aan de ozonlaag toebrengt wanneer deze stof in de hogere atmosfeer terecht komt. De chemische formule van Freon-12 is CCl2F2 en de bijbehorende chemische stof is dichloordifluormethaan. Deze stof zorgt voor de schade aan de ozonlaag.

Is R-134a schadelijk voor het milieu?
Suva 134a® oftewel R134a bevat een fluorkoolwaterstof. De chemische formule die hierbij hoort is CH2FCF3. Hieraan is de chemische naam 1,1,1,2-tetrafluoroethaan verbonden. Deze stof brengt de ozonlaag geen schade toe maar zorgt er wel voor dat de aarde meer wordt opgewarmd als de stof in de atmosfeer terecht komt. Het aardopwarmingsvermogen van CH2FCF3 is 1300 maal hoger dan de schadelijke CO2. De stof CH2FCF3 kan men daardoor niet milieuvriendelijk noemen.

Uitleg van de verschillende aanduidingen voor R134a
Voor de duidelijkheid worden de termen en afkortingen in bovenstaande tekst hieronder kort toegelicht:

  • Suva 134a® wordt gebruikt ter vervanging van Freon-12.
  • Suva 134a®, R134 en R134a zijn namen voor dezelfde stof.
  • De chemische naam voor bovenstaande stoffen is 1,1,1,2-tetrafluoroethaan.
  • De bijbehorende chemische formule is CH2FCF3

Voor de duidelijk wordt in het verdere verloop van de tekst de aanduiding R134a gehanteerd. In de alinea hieronder is aangegeven waar R134a voor wordt gebruikt.

Waar wordt R134a voor gebruikt?
R134a wordt op verschillende manieren toegepast. Hieronder staan een aantal toepassingen van deze stof:

  • R134a wordt gebruikt te vervanging van Freon-12 in koelsystemen. De stof is geschikt voor koeling boven de 0 °C. Door deze eigenschap wordt R134 toegepast in koelkasten als koelmiddel.
  • R134a is onder andere toegepast in aircosystemen van onder andere auto’s.
  • Het wordt gebruikt als drijfgas in aerosols  (spuitbussen).
  • Het wordt toegepast als expansiegas voor geëxtrudeerd polystyreenschuim.

Wat is Freon en waarom mag Freon tegenwoordig niet meer worden gebruikt?

Freon is een algemene naam die werd gebruikt speciale gassen die in spuitbussen en koelsystemen werden toegepast. De firma DuPont heeft de naam Freon als merknaam op de markt gebracht. Voor de ontdekking van Freon werden gevaarlijker stoffen toegepast in koelsystemen. De stoffen die voor de toepassing van Freon werden gebruikt waren de stoffen methylchloride (CH3Cl), ammoniak (NH3) en zwaveldioxide (SO2). In tegenstelling tot deze stoffen was Freon een veiliger gas. Dit heeft te maken met het feit dat Freon niet giftig is en ook niet brandbaar is. In sommige gevallen werd Freon zelfs gebruikt voor het blussen van branden. Tegenwoordig mag Freon echter niet meer worden gebruikt. Dit heeft te maken met het feit dat Freon de ozonlaag aantast. Hieronder is beschreven waarom Freon schadelijk is voor de ozonlaag.

Waarom is Freon schadelijk?
Onder Freon vallen diverse chloorfluorkoolstofverbindingen (cfk’s). Meestal wordt Freon 12® bedoelt wanneer men het over Freon heeft. Freon 12® is ook wel bekend onder der naam R-12 of freon-12. Dit was een populaire koelvloeistof die werd toegepast totdat het gebruik van deze koelvloeistof werd verboden. De chemische formule voor deze koelvloeistof is CCl2F2. Dichloordifluormethaan is de chemische benaming van deze stof. Deze stof is niet giftig en kleurloos. Daarnaast is dichloordifluormethaan onbrandbaar en is het gas vloeibaar gemaakt. Het is een inert gas dat zwaarder is dan lucht. Tot 1987 werd deze stof gebruikt als koelmiddel en werd het toegepast als drijfgas in aerosols. In 1987 werd het gebruik van dichloordifluormethaan door het internationale Montréal-protocol verboden.

De reden hiervoor is dat dichloordifluormethaan de ozonlaag beschadigt wanneer deze stoffen in de hogere atmosfeer komen. De ozonlaag is belangrijk voor de aarde omdat deze er voor zorgt dat schadelijke straling van de zon wordt tegengehouden. Het gaat hierbij met name om het schadelijkste deel van ultraviolette straling. Vanaf 1 oktober 2000 mogen geen chloorfluorkoolstofverbindingen (cfk’s) meer worden verkocht in de Europese Unie. Sinds 31 december 2000 mogen geen cfk’s meer worden gebruikt in bestaande installaties. Voor koeltechnische installaties gebruikt men tegenwoordig andere gassen. Het ozononvriendelijke Freon is vervangen door het ozonvriendelijke 1,1,1,2-tetrafluorethaan.

Er zijn meer elektrische auto’s verkocht in 2013 aldus RAI

Dinsdag 24 december 2013 melde de NOS dat de verkoop van elektrische auto’s is toegenomen. Deze conclusie werd getrokken op basis van de cijfers die de RAI vereniging heeft bekend gemaakt. Uit deze cijfers kwam naar voren dat er in 2013 tot op heden al 18.000 elektrische auto’s zijn verkocht. In 2012 werden in totaal 5.100 elektrische auto’s verkocht.

De reden van de stijging in de verkoop van elektrische auto’s is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de fiscale bijtelling. Wanneer een elektrische auto in 2013 wordt aangeschaft is de fiscale bijtelling nog 0 procent. Dit bijtellingspercentage is dan geldig voor de komende vijf jaar. Vanaf 1 januari 2014 komt hier verandering in. Dan wordt de fiscale bijtelling van elektrische auto’s 4 procent. Dit is van toepassing op de elektrische auto’s die na 1 januari 2014 worden aangeschaft.

Reactie van Technisch Werken
Elektrische auto’s blijken voornamelijk populair vanwege de fiscale voordelen die verbonden zijn aan de aanschaf en het gebruik van deze auto’s. In 2014 zal blijken of elektrische auto’s daadwerkelijk in trek zijn bij automobilisten. Het is niet ondenkbaar dat de verkoop van elektrische auto’s in 2014 scherp zal dalen. Autofabrikanten zullen er alles aan moeten doen om de populariteit van elektrische auto’s te stimuleren. Alleen het milieuaspect is in tijden van economische crisis niet doorslaggevend. Zuinigheid en gemak zullen belangrijke factoren zijn waar automobilisten op zullen letten bij de aanschaf van een auto. Er zal daarnaast geïnvesteerd moeten worden in oplaadpunten door heel het land.

Wat houdt het begrip kenniseconomie in en wat is het verband tussen kennis en innovatie?

Kennis is belangrijk voor een beschaving. Nadat God de aarde en mens had gecreëerd, had de mens de mogelijkheid om de aarde en de daarop aanwezige grondstoffen te benutten. De mens begon zelf met het creëren van eenvoudige werktuigen en gebruiksvoorwerpen. De menselijke beschaving heeft door de eeuwen heen een enorme groei doorgemaakt. Er zijn verschillende beschavingen geweest op aarde die voorop liepen ten opzichte van andere beschavingen in dezelfde periode. De reden waarom bepaalde beschavingen hoger waren dan andere beschavingen had soms te maken met een gunstige ligging, bijvoorbeeld bij vruchtbare grond of een gebied met veel belangrijke grondstoffen. Toch is het belangrijkste onderscheid tussen beschavingen het verschil in techniek en technologie. Door technisch beter ontwikkelt te zijn dan omringende bevolkingsgroepen konden beschavingen invloed uitoefenen in een grote regio. Kennis en macht zijn nauw aan elkaar verbonden. Dat is tot op de dag van vandaag nog steeds het geval.

Kennis en economie zijn aan elkaar verbonden
Belangrijke levensmiddelen en grondstoffen vormden in het prille begin van de mensheid op aarde de belangrijkste ruilmiddelen. Na verloop van tijd werden grondstoffen zoals goud, zilver, brons en andere metalen verwerkt in muntstukken. Geld werd een nieuw ruilmiddel en economieën ontstonden. Edelmetalen zoals goud en zilver waren het meest waardevast omdat deze metalen nauwelijks corroderen. Goud en zilver kon echter niet overal gevonden worden. Om goud en zilver te bemachtigen moest men er voor zorgen dat er producten en werktuigen werden geproduceerd die zo gewenst waren dat men bereid was om er goud en zilver voor te betalen.

Er ontstonden verschillende ambachten. De ambachten gingen na verloop van tijd in Europa samenwerking in gilden. Toen de industrialisatie begon door de uitvinding van de stoommachine werden verschillende productieprocessen gemechaniseerd. Machines namen de taken van mensen over. Landen die gebruik maakten van gemechaniseerde productieprocessen konden veel producten leveren zonder dat er veel arbeidskrachten betaald hoefden te worden. Deze landen hadden technologisch een voorsprong omdat ze de juiste kennis hadden om productieprocessen effectiever te laten verlopen. Door dit hogere kennisniveau konden de landen meer geld verdienen en draaiden hun economieën over het algemeen beter dan landen die een lager kennisniveau hadden. Kennis en economie zijn tot op de dag van vandaag nauw aan elkaar verbonden.

Verband tussen kennis en innovatie
Doordat kennis wordt toegepast kan innovatie worden gerealiseerd. Innovatie houdt verband met het ontwikkelen en implementeren van nieuwe producten en processen. Innovatie is een proces en wordt ook wel innovatieproces genoemd. Het moet voortdurend worden verbetert om een goede concurrentiepositie te behouden. Daarom moet worden geïnvesteerd in kennis. Dit was het grote probleem bij gilden in de middeleeuwen. Mensen die tot een gilde behoorden moesten de producten precies zo maken als de andere leden van het gilde deden. Een gildemeester zorgde er voor dat leerlingen de producten precies zo maakten als in het gilde gebruikelijk was. Ruimte om compleet afwijkende producten te maken was en niet of nauwelijks. Kennis werd doorgegeven maar werd bijna niet verrijkt. Daardoor ontstond bij veel gildes niet of nauwelijks innovatie. Dat was over het algemeen ook niet erg want andere leden van het gilde maakten precies dezelfde producten waardoor concurrentie onderling nauwelijks aanwezig was. Daarnaast hadden gilden bijna of geheel een monopolypositie met betrekking het leveren van bepaalde producten en diensten. Tegenwoordig is dat anders. Binnen de grenzen van een land heerst concurrentie. Ook buiten de grenzen van landen vind concurrentie plaats. Bedrijven zijn niet verzekerd van omzet en afzet. De sterk verbeterde transportmogelijkheden zorgen er voor dat het relatief eenvoudig is om goederen van het ene land naar een ander land te transporteren. Daarom moeten landen er voor zorgen dat ze voldoende kennis hebben voor de ontwikkeling van innovaties. Wanneer dit niet gebeurd wordt de concurrentiepositie na verloop van tijd steeds zwakker.

Innovatie op opleidingsinstituten in Nederland
Nederland is een land van regels en wetten. Dat is natuurlijk goed maar men moet uitkijken voor de vergissingen die in het verleden zijn gemaakt. Het is belangrijk om kennis over te dragen maar er moet ruimte blijven voor innovaties. Door zeer strenge kwaliteitseisen te stellen aan producten en duidelijk voor te schrijven hoe producten er uit dienen te zien bestaat de kans dat innovatie geen ruimte meer krijgt.

Dit kan gebeuren op opleidingsinstituten waar leerlingen en studenten wordt gevraagd om een bepaalde oplossing te bedenken voor een technisch probleem. Docenten die in minder ruime kaders denken zullen de theorie zeer nauwgezet naast de werkstukken van leerlingen leggen. Hierdoor zullen leerlingen geneigd zijn om datgene te produceren wat al eerder beproeft is. Dit is de veilige weg naar een goede beoordeling. Deze leermethode schaad echter het creatief denken van leerlingen en studenten. In het bedrijfsleven wacht hen een enorme uitdaging om buiten de kaders nieuwe producten te ontwikkelen waarmee ze hun bedrijf op een hoger niveau kunnen brengen ten opzichte van de concurrentie.

Verschillende technische opleidingsinstituten begrijpen dat lesstof ruimte moet bieden aan innovaties. Daarom wordt meer vanuit een opdracht of casus gewerkt. Bij de beoordeling van het resultaat wordt gekeken naar technische aspecten en veiligheidsaspecten. Ook de gebruiksvriendelijkheid van nieuwe producten is belangrijk. Studenten en leerlingen krijgen meer ruimte om werkstukken te maken die aan deze algemene eisen voldoen. Dit is van groot belang voor de technologische innovaties die Nederland in de toekomst nodig heeft.

Kenniseconomie en de regering
De regering van Nederland heeft de uitdaging om opleidingsinstituten voldoende te ondersteunen bij het creëren van een uitdagende leeromgeving van studenten en leerlingen. Daarnaast moet de regering ook de wet en regelgeving goed bekijken. Welke wet en regelgeving is noodzakelijk voor een land met betrekking tot het ontwikkelen van innovaties en welke wetten en regels staan een innovatieproces in de weg? Dit zijn vragen die niet alleen van belang zijn voor opleidingsinstituten, ook het bedrijfsleven wil hierop graag antwoorden zien. Bedrijven in opkomende economieën hebben meestal te maken met minder wet en regelgeving waardoor in die landen meer ruimte is voor pionieren, innoveren en uitvinden. In Nederland zou ook een klimaat moeten worden gecreëerd waarin ruimte is voor deze processen. Dan wordt het kennisniveau in Nederland groter en krijgt het land een sterke positie als kenniseconomie.

Wat is de betekenis van het woord industrie en waarom is industrie belangrijk voor een economie?

In een economie zijn verschillende elementen aanwezig die er voor zorgen dat geld wordt verdiend. Een land heeft verschillende sectoren waarmee het zich kan onderscheiden ten opzichte van andere landen. Men spreekt van een sterke concurrentiepositie wanneer een land producten produceert waar veel vraag naar is en weinig andere landen concurrerende producten produceren. Een land met vooruitstrevende technologische ontwikkelingen zal goed in staat zijn om producten te produceren die voorzien in de behoeften van consumenten en bedrijven. Daarom is het belangrijk dat een overheid investeert in de industrie. De industrie is een belangrijk onderdeel van de economie.

Wat is industrie?
Producten kunnen op verschillende manieren worden vervaardigd. Men kan producten ambachtelijk maken in een kleine werkplaats of men kan er voor kiezen om producten seriematig te produceren in fabrieken. In het laatste geval spreekt men over het algemeen van industrie vooral wanneer het productieproces wordt gekenmerkt door robotisering en automatisering. In een industrie draait het om het leveren van producten, materialen en artikelen. Het leveren van diensten hoort tot de dienstverlenende sector. Binnen de industrie kunnen echter wel mensen werkzaam zijn die dienstverlenende werkzaamheden verrichten.

De kern van de industrie is gericht op bedrijven die doormiddel van machines producten maken uit grondstoffen. Het woord industrie is afgeleid van het Latijnse woord  Industria, wat staat voor bedrijvigheid en ijverig. Men spreek van industrialisatie wanner men onderdelen van een productieproces of een compleet productieproces gaat mechaniseren. Hierbij kan gedacht worden aan het invoeren van een fabriekssysteem in een bedrijf. De industrie bestaat uit verschillende branches en industrietakken. Elke branche levert draagt een specifiek gedeelte bij aan de economische productie van een land. Voorbeelden van industrieën zijn farmaceutische industrie, metaalindustrie, procesindustrie, petrochemische industrie en kledingindustrie.

Waarom is de industriële sector belangrijk voor een economie?
Wanneer een land niets produceert zal een land op andere manieren geld moeten verdienen. Vaak moet een land dan eerst producten van andere landen importeren en vervolgens weer transporteren naar een ander land. Een land vormt dan een doorvoerhaven voor producten. Als doorvoerhaven is de positie van een land niet erg stevig. Wanneer een land echter zelfstandig producten produceert zal het land moeten concurreren met de producten van andere landen. Lage loonlanden hebben concurrentievoordeel met betrekking tot lage loonkosten. Westerse landen proberen loonkosten te besparen door verregaande industrialisatie in te voeren in fabrieken. Veel productieprocessen worden daardoor gemechaniseerd. Het is belangrijk dat producten gewild zijn op de markt. De vraag naar producten verandert. De behoeften en wensen van consumenten veranderen ook. Daarom is het belangrijk dat landen investeren in nieuwe technieken, technologieën en oplossingen bedenken waarmee ingespeeld wordt op de behoeften van eventuele afnemers. Dit vergt echter veel kennis en marktinzicht. Een belangrijk deel van een economie draait om kennis. De woorden economie en kennis worden ook wel aan elkaar verbonden. Hierdoor ontstaat het begrip kenniseconomie. De industrie en industrialisatie zijn sterk verbonden aan de kenniseconomie van een land. Veel landen en regeringen verwerken het woord kenniseconomie in beleidsdocumenten waarmee ze duidelijk willen maken dat ze de economie willen stimuleren door de focus te leggen op kennis.

Wat zijn constructieprincipes in de werktuigbouwkunde en waarom zijn constructieprincipes belangrijk?

Constructieprincipes zijn verbonden aan vakgebieden. Elk vakgebied heeft bepaalde basisprincipes waar constructies aan moeten voldoen om technisch en constructief stevig genoeg te zijn voor het doel waarvoor de constructie is ontworpen. Constructeurs houden met het ontwerp van constructies rekening met de constructieprincipes. Constructeurs die constructies ontwerpen voor de bouw hebben meestal te maken met andere constructieprincipes dan de werktuigbouwkunde. Dit heeft voor een deel te maken met het verschil in de materialen die worden gebruikt. Daarnaast hebben constructieprincipes ook te maken met de krachten die invloed uitoefenen op de constructie. Constructieprincipes vormen belangrijke wetenswaardigheden voor het ontwerp en het bouwen van constructies. Deze wetenswaardigheden zijn door de jaren heen geleerd.

Constructieprincipes in de werktuigbouwkunde
In de werktuigbouwkunde wordt veel gebruik gemaakt van verschillende metalen. En veel toegepast metaal is staal. Wanneer staal niet behandeld is tegen roesten kan een stalen constructie door corrosie op den duur verzwakken. Daarom moet aandacht worden besteed aan het beschermen van een constructie en de verschillende elementen van een constructie tegen corrosie.

Ook de vorm van een constructie is belangrijk. Binnen de werktuigbouwkunde worden verschillende methodes toegepast om staal harder te maken. Naast het thermisch harden worden ook andere methodes toegepast. Zo worden metalen bijvoorbeeld in een bepaalde vorm gebracht, hierdoor ontstaat profielstaal. Voorbeelden hiervan zijn H-balken en T-balken. Deze profielen geven een constructie stevigheid. Naast het gebruik van profielen moet men ook aandacht besteden aan het ontwerp van een constructie. In veel bruggen en andere constructies zijn driehoekverbindingen verwerkt. Een driehoek is een stabiele vorm en wordt daardoor als constructieprincipe gebruikt. Daarnaast kan men voor de toepassing van cilindrische vormen en bogen ook gebruik maken van constructieprincipes. Verschillende schrijvers hebben boeken geschreven over constructieprincipes en de toepassing daarvan in de werktuigbouwkunde en andere constructies. In technische opleidingen bijvoorbeeld op het gebied van werktuigbouwkunde en bouwkunde wordt aandacht besteed aan deze theorie.

Waarom zijn constructieprincipes belangrijk?
Door de eeuwen heen heeft de menselijke beschaving verschillende gebouwen en constructies bedacht en gemaakt. de materialen en technieken die daarvoor zijn gebruikt zijn zeer divers. Elk materiaal heeft specifieke eigenschappen die het materiaal geschikt of ongeschikt maken voor een bepaalde toepassing. Dit is ook zo met constructies en verbindingen. Door schade en schande is de mensheid op het gebied van constructies wijzer geworden. Het is onverstandig om deze lessen uit het verleden ter zijde te schuiven wanneer men een constructie ontwerpt. De kans bestaat dan op herhaling van fouten uit het verleden. Daarom moeten constructeurs, tekenaars en andere ontwerpers van constructies de informatie uit het verleden verwerken in nieuwe constructies. Hierdoor wordt de kwaliteit en veiligheid van constructies verbeterd. Daarnaast is het zo dat men ook spaarzamer met materiaal om kan gaan. Bepaalde holle constructies en holle profielen zijn net zo stevig of zelfs steviger dan massieve staven en massieve constructies. Constructieprincipes vormen een belangrijke bron van informatie die een constructeur veel tijd kan besparen. Hij of zij kan de ervaring van anderen gebruiken en daar een voordeel mee doen.

Welke meetinstrumenten worden gebruikt in de elektrotechniek om grootheden te meten?

In de elektrotechniek krijgen elektromonteurs te maken met verschillende grootheden. Deze grootheden zijn stroomsterkte, spanning, vermogen en weerstand. De sterkte van elektrische stroom wordt aangegeven in Ampère.  Elektrische spanning wordt aangeduid in Volt en het vermogen wordt aangegeven in Watt. De weerstand wordt aangegeven in Ohm. Een elektromonteur die aan elektrische installaties werkt moet goed op de hoogte zijn van de spanning, stroomsterkte, vermogen en weerstand van de installatie. Wanneer een elektromonteur deze gegevens helder voor ogen heeft weet hij of zij welke eigenschappen de installatie heeft. Dit is belangrijk omdat deze eigenschappen duidelijk maken hoeveel kracht de installatie heeft en welke stroomverbruikers er op aangesloten kunnen worden. Voor het meten van de weerstand, stroomsterkte, vermogen en spanning van een installatie wordt gebruik gemaakt van verschillende speciale meetinstrumenten.

Meetinstrumenten in de elektrotechniek
In de elektrotechniek wordt gebruik gemaakt van verschillende meters om de eigenschappen van elektrische installatie te meten. Er zijn specifieke meters die gericht zijn op het meten van een bepaalde grootheid. Hieronder zijn een aantal belangrijke voorbeelden genoemd van specifieke meters in de elektrotechniek.

  • Ampèremeter zijn stroommeters.  Deze meetinstrumenten worden gebruikt om elektrische stroom te meten. Omdat de sterkte van elektrische stroom wordt uitgedrukt in ampère noemt men deze meters over het algemeen  ampèremeters.
  • Ohmmeters worden gebruikt om de elektrische weerstand te meten van een bepaalde stof of elektrische component. Deze weerstand wordt uitgedrukt in ohm vandaar de naam ohmmeter.
  • Voltmeters worden ook wel spanningsmeters genoemd. Deze meetinstrumenten worden gebruikt om de elektrische spanning in een installatie te meten. Deze elektrische spanning wordt aangeduid in volt daarom worden deze meetinstrumenten ook wel voltmeters genoemd.
  • Wattmeters worden gebruikt om elektrisch vermogen te meten van elektrisch vermogen. Deze meters worden ook wel vermogensmeters genoemd of elektrodynamische meters. Omdat het vermogen wordt uitgedrukt in watt worden deze meters over het algemeen wattmeters genoemd.

Naast specifieke meetinstrumenten kan in de elektrotechniek ook gebruik gemaakt worden van meters die meerdere grootheden kunnen meten. Dit zijn zogenoemde multimeters of universeelmeters. In de volgende alinea is meer informatie te vinden over deze meters.

Universeelmeters en multimeters
Multimeters en universeelmeters worden door elektromonteurs en installateurs gebruikt om elektrische installaties te meten op een aantal grootheden. Met een multimeter kunnen onder andere stroomsterkte, spanning en weerstand worden gemeten. Het is belangrijk dat de multimeter goed is ingesteld voordat men de meter gebruikt om een bepaalde grootheid te meten. Een multimeter wordt ook wel een VOM (Volt-Ohm meter) genoemd. Universeelmeters kunnen worden gebruikt om meerdere grootheden te meten. Naast de stoomsterkte, weerstand en spanning kunnen universeelmeters ook zo uitgebreid zijn dat ze frequentie, capaciteit, temperatuur en zelfinductie kunnen meten. Daarnaast kunnen uitgebreide universeelmeters ook worden gebruikt om de doorlaatspanning te meten van een diode en de stroomversterkingsfactor van een transistor. De meeste multimeters zijn tegenwoordig voorzien van een digitale uitlezing met een lcd scherm.

Wat is inductie en hoe werkt inductie?

Inductie is een natuurkundig verschijnsel. Dit verschijnsel ontstaat wanneer elektrische spanning over een geleider wordt opgewekt. Degeleider moet zich daarbij bevinden in een veranderend magnetisch veld of moet zich in een magnetisch veld bewegen. In het verleden werd het woord inductie ook welk gebruikt voor magnetische fluxdichtheid. Generatoren en transformatoren zijn voornamelijk gebaseerd op het principe van inductie. Elektriciteitsgeneratoren werken op het principe van inductie. De ontdekking van inductie wordt toegekend aan Michael Faraday. Hij onderzocht in het jaar 1831 de werking van een elektromagneet. Stroom kan een magneetveld opwekken. Faraday probeerde dit proces om te keren. Hij probeerde met een magneetveld stoom op te wekken. Hierdoor ontstond de wet van Faraday. Deze wet houdt kwalitatief in dat een veranderend magneetveld elektriciteit kan opwekken.

Koken met een inductiekookplaat
Tegenwoordig is het woord inductie vooral bekend van inductie koken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een inductiekookplaat. Deze kookplaat is gebaseerd op inductieverhitting. De pannen die hiervoor gebruikt worden moeten magnetisch zijn of er moet magnetiseerbaar materiaal in zijn verwerkt. De elektrische spoelen in een inductiekookplaat genereren onder de magnetische pan een magnetisch veld. Dit magnetisch veld heeft een tussen de 25 en 100 kilohertz. Dit zorgt voor een wervelstroom die door de bodem van de pan loopt. De weerstand va de bodem van de pan zorgt er voor dat de elektrische wervelstroom wordt omgezet in hitte. De pan wordt door deze inductie rechtstreeks verhit. Hierdoor wordt energieverlies zoveel mogelijk beperkt. Bij andere kooksystemen zoals een gasfornuis zorgt de gaspit er voor dat er ook warmte wordt afgegeven aan de omgeving van de pan. Dit is verloren warmte. Een inductiekookplaat heeft meestal krachtstroom nodig om voldoende elektriciteit in warmte om te kunnen zetten. Een erkend installateur kan er voor zorgen dat er krachtstroom geleverd kan worden aan de inductiekookplaat.

Werkstress een beroepsziekte die voorkomen moet worden!

Minister Lodewijk Asscher heeft in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat werkstress de beroepsziekte is die het meest voorkomt in Nederland. Bijna dertig procent van al het ziekteverzuim dat in Nederland wordt geregistreerd wordt veroorzaakt door psychische klachten die aan het werk gerelateerd zijn. De oorzaken van deze psychische klachten zijn divers. Zo kan een verkeerde balans tussen werk en privé de oorzaak zijn van werk gerelateerde psychische klachten. Ook werkdruk en agressie of gewelddadige situaties op het werk kunnen leiden tot psychische klachten die werk gerelateerd zijn. In economisch moeizame tijden komt daarbij ook de angst om een baan te verliezen bij. Een baan vormt voor de meeste mensen de belangrijkste inkomstenbron. Door het verliezen van een baan kunnen verschillende andere problemen ontstaan of juist groter worden.

Volgens minister Asscher is werkstress bij veel bedrijven nog onvoldoende bespreekbaar. Hij wil vier jaar lang extra aandacht aan dit onderwerp besteden samen met werkgevers. Ook wil de minister een maatschappelijk dialoog over werkstress op gang brengen. De Inspectie SZW zal tijdens controles extra aandacht besteden symptomen van werkstress. Minister Asscher is van plan om eerst de grootste risico’s aan te pakken. Dit zijn volgens hem agressie, werkdruk, intimidatie en geweld.

Reactie Technisch Werken
Het is goed dat de minister zijn best doet om plannen te ontwikkelen die er toe leiden dat werkstress vermindert op de werkvloer. Hij noemt hierbij niet specifiek verminderen van de angst om een baan te verliezen. Dit is vermoedelijk de grootste angst die er bij mensen speelt. Wanneer werknemers te maken krijgen met agressie en ander ongewenst gedrag op het werk zullen veel werknemers in een economische crisis geneigd zijn om alles in het werk te stellen om de baan te behouden. Werknemers zullen minder snel klachten indienen over werkdruk of stress wanneer ze de kans lopen om hun baan te verliezen. Als er volop werk is in een economie zullen mensen echter sneller van baan verwisselen wanneer de werkdruk te hoog blijkt te zijn. Bij een gebrek aan banen op de arbeidsmarkt is dit echter niet mogelijk of niet verstandig.

Lodewijk Asscher zet zich in op symptoombestrijding. Veel agressie en stress heeft juist een oorzaak in de onzekerheid van werknemers op de werkvloer. Spanningen worden doormiddel van agressie en verbaal geweld op elkaar afgereageerd. Dit leid tot een geweldspiraal waarmee de werksituatie structureel verslechtert. De minister zou er verstandig aan doen om de arbeidsmarkt en het werkklimaat van Nederland te verbeteren. Er moeten meer banen komen zodat werknemers zich vrijer op de arbeidsmarkt kunnen bewegen. Bedrijven met een slecht werkklimaat zullen dan spoedig hun werknemers verliezen aan andere bedrijven die zich wel inzetten voor het welzijn van hun medewerkers. Dit is een natuurlijk selectieproces dat de overheid zou moeten stimuleren.

Heeft solliciteren bij een uitzendbureau zin?

Iemand die werkloos is heeft verschillende mogelijkheden om naar een baan te zoeken. Wanneer de persoon een uitkering heeft zal de overheid hem of haar verplicht stellen om er alles voor te doen om zo spoedig mogelijk een baan te vinden. Deze druk wordt door veel werkzoekenden als onprettig ervaren. Toch is het goed te begrijpen dat de overheid zo snel mogelijk mensen vanuit de uitkeringspositie naar een baan wil laten uitstromen. Hierdoor kan de overheid de enorme financiële kostenpost aan WW uitkeringen en andere uitkeringen beperken. De overheid faciliteert mensen nauwelijks bij het zoeken naar een baan. Daarvoor neemt de overheid over het algemeen instanties in de arm die sollicitatietrainingen bieden en daarnaast opleidingen verstrekken om de kans op werk voor mensen in een uitkering te vergroten. Deze instanties worden uiteraard door de overheid betaald. De overheid meestal een lokale gemeente biedt langdurige werklozen aan bij een reïntegratiebureau. Dit bureau is dan vervolgens verantwoordelijk voor het begeleiden van de werklozen naar een baan. Reïntegratiebureaus werken hierbij vaak samen met uitzendbureaus. Gezamenlijk hebben ze hetzelfde belang namelijk het zo snel mogelijk vinden van een baan voor iemand die afhankelijk is van een uitkering.

Hoe je niet moet solliciteren bij een uitzendbureau?
Veel werkzoekenden krijgen via het UWV of het reïntegratiebureau te horen dat ze moeten solliciteren. Daarbij worden ze gewezen op het feit dat inschrijven bij een uitzendbureau ook een sollicitatie is. Het is jammer dat een aantal werkzoekenden sceptisch is over de mogelijkheden om via een uitzendbureau een baan te vinden. Deze sceptische houding is over het algemeen de oorzaak van een moeizame bemiddeling via een uitzendbureau. Iemand die met een sceptische houding solliciteert bij een uitzendbureau komt over het algemeen ongemotiveerd over. Deze sollicitanten hebben een uitstraling dat het toch allemaal geen zin heeft. Ze zijn negatief over hun kansen op de arbeidsmarkt. Een uitzendbureau bemiddelt over het algemeen mensen die juist een goede kans maken op werk. Uitzendbureaus hebben een commercieel belang en zullen daarom een selectie maken tussen goed bemiddelbare uitzendkrachten en uitzendkrachten waarvoor minder snel een baan gevonden kan worden.

Verplichte sollicitanten nemen vaak hun cv en diploma’s niet eens mee naar het uitzendbureau. Ze vullen een inschrijfkaart in om aan hun sollicitatieverplichting te voldoen en verwachten verder niets. Deze groep mensen is er ook altijd op gebrand om een visitekaartje mee te krijgen van de intercedent. Ze zijn niet van plan om de intercedent ook maar één keer serieus op te bellen over de stand van zaken met betrekking tot de sollicitatie. Dit heeft tot gevolg dat de intercedent de sollicitant weinig aandacht geeft en zijn of haar inschrijfkaart ter zijde legt zodra de sollicitant het pand heeft verlaten. Intercedenten die meerdere malen geconfronteerd zijn met verplichte sollicitaties zullen zelfs weigeren om een visitekaartje mee te geven wanneer een sollicitant ongemotiveerd overkomt.

Hoe moet je wel solliciteren bij een uitzendbureau?
Sollicitatie draait om motivatie. In de vorige alinea is overduidelijk naar voren gekomen hoe men niet dient te solliciteren bij een uitzendbureau of bij elke andere werkgever. Ook bij een sollicitatie bij uitzendbureau is het belangrijk dat men zich goed voorbereid. Er zijn verschillende uitzendbureaus in Nederland en België. Deze uitzendbureau kunnen algemeen zijn en verschillende doelgroepen en functies bemiddelen. Er zijn ook uitzendbureaus die zich juist richten op één of enkele doelgroepen en functiegroepen. Voordat iemand zich gaat laten inschrijven bij een uitzendbureau moet hij of zij de doelgroep goed voor ogen hebben. Een sollicitant moet goed nagaan of hij of zij past in de functies die over het algemeen worden aangeboden bij het uitzendbureau. Het heeft geen zin om je te laten inschrijven bij een technisch uitzendbureau wanneer je totaal geen opleiding of werkervaring hebt gehad in de richting van techniek. Iemand met een aantoonbare technische kennis doormiddel van hobby’s zoals het sleutelen aan auto’s en machines vormt daar een uitzondering op.

Naarmate de arbeidsmarkt minder vacatureaanbod biedt zullen bedrijven kritischer kijken naar iemand zijn of haar cv en werkervaring. Dit doen uitzendbureaus ook. Met een passend cv en relevante werkervaring is het altijd verstandig om je te laten inschrijven bij een uitzendbureau die zich richt op de doelgroep waar jij toe behoort.

Wanneer je overtuigd bent dat je jezelf laat inschrijven bij een geschikt uitzendbureau zal je dat vertrouwen over het algemeen ook uitstralen naar de intercedent die jouw inschrijving behandelt. Dit is een belangrijk voordeel. Zorg er daarnaast voor dat je alle relevante diploma’s en certificaten meeneemt. Uiteraard dien je bij een sollicitatie bij een uitzendbureau ook je cv te overhandigen. Daarnaast wordt vaak ook een kopie gemaakt van je identiteitskaart of je paspoort.  Deze documenten dien je daarom altijd mee te nemen naar het uitzendbureau. Zorg dat je van te voren ook een aantal referenties paraat hebt die benadert kunnen worden door het uitzendbureau. Met deze voorbereiding maak je een goede kans om de juiste indruk te wekken bij het uitzendbureau.

Het is ook belangrijk dat je tijdens het intakegesprek positief bent over je mogelijkheden om werk te vinden. Uitzendbureaus hebben een commercieel belang bij het plaatsen van uitzendkrachten. Ze zullen daarom altijd gericht zijn op uitzendkrachten die een goede kans hebben op het vinden van een baan. Wanneer je zelf positief bent over je mogelijkheden zal je een intercedent ook kunnen motiveren om zijn of haar best te doen voor jou.

Daarnaast zal een intercedent graag in contact willen blijven met gemotiveerde arbeidskrachten die passen bij de doelgroep van het uitzendbureau. Intercedenten zullen aan gemotiveerde arbeidskrachten zeker een visitekaartje verstrekken en verwachten dat de ingeschreven sollicitant ook daadwerkelijk contact onderhoud met het uitzendbureau.

Heeft  solliciteren bij een uitzendbureau zin?
Hiervoor is in twee alinea’s beschreven wat iemand moet doen wanneer hij of zij zich gaat laten inschrijven bij een uitzendbureau. Nu rest ons nog antwoord te geven op de vraag of solliciteren bij een uitzendbureau zin heeft of niet. Het antwoord ligt niet bij het uitzendbureau maar bij de werkzoekende. Wanneer iemand serieus solliciteert bij een uitzendbureau en een geschikt uitzendbureau uitkiest heeft de sollicitatie zeker zin. De sollicitant moet van te voren goed nagaan of het uitzendbureau vacatures aanbied waar de sollicitant doorgaans voor in aanmerking zou kunnen komen.

Sollicitanten die zich niet goed voorbereiden op hun sollicitatie bij een uitzendbureau doen er verstandig aan om geheel niet bij uitzendbureaus te solliciteren. Een verplichte sollicitant wordt door een intercedent snel herkend. In het ergste geval kan een verplichte sollicitatie de irritatie opwekken van de intercedent waardoor hij of zij de sollicitant zonder al te veel tijdverspilling de deur uitstuurt. De sollicitant die dit overkomt zal nog meer verbitterd worden en tijdens de volgende sollicitatie bij een uitzendbureau nog minder goed zijn of haar best doen. Een nutteloze vicieuze  cirkel van irritatie en zinloosheid.

Solliciteren bij een uitzendbureau heeft zin als men zich goed voorbereid. Weet voor welke functies en beroepenvelden je in aanmerking wilt komen. Onderscheid je van andere sollicitanten door een portfolio te maken. Hierin kun je bijvoorbeeld foto’s opnemen van werkstukken die je hebt gemaakt. Denk in mogelijkheden dan zal een intercedent ook in mogelijkheden denken. Als je een flexibele houding aanneemt met betrekking tot reisafstanden en vergoedingen zullen uitzendbureau vanuit hun kant ook flexibel zijn. Door dit wederzijds aanpassingsvermogen ontstaat een samenwerking tussen de intercedent en de sollicitant. Een dergelijke sollicitatieprocedure bij een uitzendbureau heeft zeker zin. De kans om werk te vinden bij een gerichte sollicitatie bij een uitzendbureau is doorgaans groter dan het rechtstreeks zoeken naar werk bij andere bedrijven. Uitzendbureaus weten welke bedrijven het druk hebben of druk gaan krijgen. Daar kan een uitzendkracht van meeprofiteren. Mocht je werk zoeken en nog niet ingeschreven zijn bij een uitzendbureau dan heb je een mooie kans late liggen. Het is echter nog niet te laat. Zoek één of enkele uitzendbureaus op via internet en kijk naar de functies die deze uitzendbureaus open hebben staan. Mochten deze functies aansluiten op je cv dan kun je met de tips uit deze tekst aan de slag.

Wat is een leerarbeidsovereenkomst en is deze overeenkomst een arbeidsovereenkomst?

Naast een leerovereenkomst (LOK) worden in de praktijk aan beginnende beroepsbeoefenaars ook leerarbeidsovereenkomsten geboden. Doormiddel van leerarbeidsovereenkomsten wordt werk gecombineerd met leren. Deze overeenkomsten worden veel toegepast in de zorg en de bouw. Op de werkvloer krijgen leerlingen doormiddel van een leerarbeidsovereenkomst de gelegenheid om een bepaald vak te leren. Leerlingen voeren op de werkvloer werkzaamheden uit. Daardoor kan de vraag naar boven komen of een leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst is of dat er in feite toch sprake is van een leerarbeidsovereenkomst. Deze vraag is onder andere belangrijk bij de ketenopbouw van contracten. Bedrijven kunnen aan werknemers over het algemeen drie bepaalde tijdscontracten bieden. Moet een leerarbeidsovereenkomst worden beschouwd als een bepaalde tijdscontract die in de ketenopbouw moet worden meegenomen?

Is een leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst of niet?
Hierover zijn verschillende juridische uitspraken (jurisprudentie) genoemd. Deze uitspraken zijn te vinden op internet en zijn uitgesproken in diverse rechtszaken. Wat opvalt is dat er verschillende antwoorden op zijn geformuleerd. In sommige gevallen wordt door de rechter de uitspraak gedaan dat een leerarbeidsovereenkomst in feite een arbeidsovereenkomst is. In andere gevallen is door de rechter aangegeven dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. De rechter beoordeeld de leerarbeidsovereenkomst tijdens een rechtszitting op verschillende punten. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de inhoud van de leerarbeidsovereenkomst.

Wanneer in deze overeenkomst het leren en het opdoen van praktijkkennis door de leerling centraal staat wordt de leerarbeidsovereenkomst doorgaans niet als arbeidsovereenkomst beschouwd. Wanneer echter de arbeid of de werkzaamheden centraal staan in deze overeenkomst kan de rechter beslissen dat het wel degelijk gaat om een arbeidsovereenkomst. Daarnaast wordt door de rechter gekeken naar het doel waarmee de overeenkomst werd gesloten en wat de partijen voor ogen hadden toen ze de overeenkomst opstelden en ondertekenden.  

Tot slot kijkt de rechter ook naar andere omstandigheden. Zo wordt er gekeken naar de manier waarop feitelijk invulling is gegeven aan de invulling van de overeenkomst. Welke werkzaamheden en verantwoordelijkheden heeft de leerling daadwerkelijk op de werkvloer gehad? Heeft de werkzaamheden tijdens deze werkzaamheden meer verantwoordelijkheid gedragen dan kan worden verwacht van een leerling? Dit zijn vragen die de rechter graag beantwoord wil zien. Hierbij kan namelijk het organisatiebelang voorop staan in plaats van het belang van de leerling. Wanneer dat het geval is kan de rechter alsnog oordelen dat de leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst is. Bij het opstellen en invulling geven aan een leerarbeidsovereenkomst moeten het bedrijf en de leerling goed nagaan wat ze met de overeenkomst van elkaar verwachten. Door goed aandacht te besteden aan de overeenkomst kunnen misverstanden tijdens de contractduur worden voorkomen.

Wat is een leerovereenkomst en welke afspraken staan er in een leerovereenkomst?

Een leerovereenkomst, wordt ook wel afgekort met LOK, is een schriftelijke overeenkomst die wordt gesloten tussen een leerling of zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger en een werkgever. Daarnaast is bij het opstellen van een leerovereenkomst een opleidingsinstelling betrokken. In totaal zijn er bij het opstellen van een leerovereenkomst drie partijen betrokken. Een leerling kan doormiddel van een leerovereenkomst bij een werkgever werken en daarnaast scholing volgen via een opleidingsinstituut. Door het werk bij een werkgever krijgt een leerling praktijkkennis. Het volgen van een opleiding zorgt er voor dat de leerling ook theoretische kennis krijgt. Hierdoor kan een leerling zich goed voorbereiden op zijn of haar toekomst in een bepaald beroep. Het leren en de ontwikkeling van de leerling staat hierbij centraal. Voorheen noemde men deze samenwerking tussen leerling, bedrijf en opleidingsinstantie het mbo leerlingwezen. Sinds 1997 noemt men dit beroepspraktijkvorming BPV of beroepsbegeleidende leerweg BBL.  

Doel van de leerovereenkomst
Een belangrijk doel van leerovereenkomsten is het schriftelijk vastleggen van afspraken tussen werkgever met betrekking tot de praktijkontwikkeling van een leerling. Een jongere die niet meer leerplichtig is krijgt doormiddel van een leerovereenkomst een kans om zichzelf doormiddel van een beroepsopleiding te ontwikkelen in een specifiek beroep of beroepenveld.

Wat staat er in een leerovereenkomst?
In een leerovereenkomst worden verschillende afspraken vastgelegd. Zo wordt er in deze overeenkomst vastgelegd dat een leerling in de praktijk wordt opgeleid in een specifiek beroep of beroepenveld. Daarnaast is in deze overeenkomst vastgelegd dat de leerling onderwijs volgt aan een opleidingsinstantie die aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet. Deze opleidingsinstantie wordt met naam genoemd. Daarbij is duidelijk aangegeven welke opleiding door de opleidingsinstantie wordt geboden en welk opleidingsniveau daaraan verbonden is. In een leerovereenkomst kunnen afspraken over eventuele vergoedingen schriftelijk worden vastgelegd. Daarnaast kunnen ook afspraken worden genoteerd over het gebruik van leermiddelen zoals boeken, schrijfmateriaal en andere materialen die nodig zijn voor het voltooien van de opleiding. Uiteraard is ook de duur van de overeenkomst aangegeven in de leerovereenkomst. Tot slot wordt in de leerovereenkomst aangegeven hoe de overeenkomst kan worden beëindigd en op welke gronden dat kan gebeuren.

Leerovereenkomst is geen arbeidsovereenkomst
De kern van leerovereenkomst is de ontwikkeling van een beginnend beroepsbeoefenaar. Daarom noemt men deze overeenkomst een leerovereenkomst. Het leren dient centraal te staan. Toch komt het in de praktijk soms voor dat de arbeid en de werkzaamheden centraal staan. In dat geval wordt een leerovereenkomst meer gebruikt als een arbeidsovereenkomst.

Wat is spiegellassen en waarvoor wordt dit lasproces gebruikt?

Spiegellassen wordt in het Engels mirror welding genoemd. Het is een vormgeefproces dat veel wordt toegepast bij het aan elkaar verbinden van thermoplastische materialen. Thermoplasten zijn kunststoffen die bij verhitting gaan smelten. Doormiddel van spiegellassen worden twee gesmolten thermoplasten aan elkaar verbonden. De contactvlakken van de kunststoffen worden door verhitting plastisch-vloeibaar en vervolgens tegen elkaar gedrukt. Hierdoor versmelten de contactvlakken samen en ontstaat na afkoeling een stevige verbinding. Bij spiegellassen wordt geen lastoevoegmateriaal gebruikt.

Waarom heet dit proces spiegellassen?
De uiteinden van de thermoplastische kunststoffen moeten worden verwarmd. Hiervoor wordt een verwarmingselement gebruikt. Dit verwarmingselement wordt een spiegel genoemd. De uiteinden van thermoplastische pijpen worden aan beide kanten tegen de spiegel aangedrukt. Na verloop van tijd zorgt de hete spiegel er voor dat de uiteinden zacht worden. Van een vaste kunststof veranderen de uiteinden in een plastisch-vloeibare toestand. Vervolgens wordt de spiegel tussen de twee pijpen verwijdert en worden de pijpen tegen elkaar aangedrukt. De twee pijpen smelten zo aan elkaar vast. Dit samensmelten moet goed en nauwkeurig gebeuren omdat eventuele gaten niet kunnen worden opgevuld. Er wordt namelijk bij spiegellassen geen gebruik gemaakt van lastoevoegmateriaal. Op de plaats waar de ‘las’ is gemaakt stulpt het materiaal iets uit en ontstaat een kleine rand. Spiegellassen wordt vooral gebruikt voor afvoerleidingen en waterleidingen in de installatietechniek. Omdat de leidingen gemaakt zijn van thermoplasten kan er geen warme vloeistof doorheen worden getransporteerd.