Nederlandse arbeidsongevallen lager dan Europees gemiddelde in 2015

Op maandag 19 december 2016 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers bekend gemaakt over het aantal ongevallen van werknemers in Nederland. Hieruit kwam naar voren dat in 2015 gemiddeld  1,4 procent van de Nederlandse werknemers ten minste één dag vrij had genomen om te herstellen van een ongeval dat had plaatsgevonden op het werk. Bij zwaardere ongevallen waarbij werknemers langer dan vier dagen verzuim hebben scoort Nederland beter dan het gemiddelde in de Europese Unie. Dit soort ongevallen komen in verhouding tot andere Europese landen minder vaak voor.

Ongevallen
In 2014 kwamen in Nederland ongeveer 1.400 ongevallen per 100.000 werknemers voor. Dat behoorlijk lager dan het Europese gemiddelde dat staat op  1.600 ongevallen per 100.000 werknemers. De aard of gevolgen van de ongelukken zijn divers. Zo heeft men het bij kleine ongevallen over verstuikingen, ontwrichtingen, verrekkingen en kleine oppervlakkige verwondingen die relatief goed te genezen zijn.

De Bouw
In de bouwsector kwamen in 2015 de meeste ongevallen voor in verhouding tot andere sectoren. In deze sector kwam het percentage ziekteverzuim naar aanleiding van een ongeval op 2,8 procent te liggen. Hierbij gaat men uit van een ziekteverzuim van minimaal één dag ten gevolge van een ongeval dat op de werklocatie is ontstaan. Naast de bouw is ook de industrie een sector met verhoudingsgewijs een hoog ongevallen percentage. In deze sector kwam het percentage op twee procent uit. Verder zijn de horecasector en de vervoer en opslag risicovolle sectoren als het gaat om verzuim ten gevolge van een ongeval.

Duizenden banen bij Amerikaanse oliebedrijven geschrapt in 2015

De enorme olieproductie in 2015 en 2016 heeft grote gevolgen gehad voor de olieprijs. De olieprijs is wereldwijd enorm gezakt. Daardoor is het voor veel bedrijven niet meer interessant om nieuwe boringen naar olie te verrichten. Ook andere investeringen blijven uit. Dit heeft gevolgen voor het personeel dat bij oliebedrijven werkzaam is. In de Verenigde Staten hebben olie- en gasbedrijven inde afgelopen twee jaar flink moeten bezuinigen. Dit had gevolgen voor honderdduizend arbeidsplaatsen.

Lage olieprijs zorgt voor ontslagen
De lage olieprijs zorgt er indirect voor dan mensen worden ontslagen. Volgens het financieel persbureau Bloomberg zijn er tussen 2014 en 2016 wereldwijd meer dan 265.000 banen verdwenen bij bedrijven in de olie- en gassector. Dit maakte het persbureau dinsdag 15 maart 2016 bekend. De gegevens over de ontslagen komen naar voren uit een onderzoek dat door het persbureau Bloomberg zelf in de olie- en gassector is verricht.

Veel oliebedrijven waren genoodzaakt om hard te snijden in de kosten en de investeringen uit te stellen tot de olieprijs weer op een gewenst niveau is beland. Hierdoor zijn veel banen verloren gegaan in deze sector. Ook toeleveranciers voor de petrochemische sector merkten de gevolgen. Verschillende toeleveranciers kwamen in de problemen door de terugloop in de investeringen. Hierbij kan men denken aan constructiebedrijven die producten maken voor de offshore zoals grote kranen, pijpen en instrumentatie. Bij deze constructiebedrijven werden ook personeelsleden zoals lassers en constructiebankwerkers ontslagen. De gevolgen van de lage olieprijs zijn dus veel groter dan alleen de effecten die ze hebben op de grote olieproducenten.

Reactie van Technisch Werken
De lage olieprijs is gunstig voor bedrijven die olie verwerken tot nieuwe producten. Deze bedrijven kunnen hun belangrijkste grondstof tegen zeer lage prijzen inkopen. Er zijn echter ook veel bedrijven gebaad bij een hoge prijs voor olie. Hierbij kan men denken aan de bedrijven die olie uit de aardbodem halen om deze te verkopen. Dit proces van oliewinnen kost zeer veel geld en inspanning. Daarnaast dient men ook aan strenge veiligheidseisen en milieueisen te voldoen. Dat kost veel geld en de nodige politieke strijd. Als men vervolgens nauwelijks de investeringen kan terugverdienen vanwege de lage olieprijs dan wordt het gehele proces niet rendabel. Bedrijven zien er daarom vanaf om nieuwe investeringen te doen met alle gevolgen van dien.

Bestuur Volkswagen wist al langer van sjoemelsoftware

De Duitse krant Bild am Sonntag schrijft in de edite van zondag 6 maart 2015 dat het bestuur en de raad van commissarissen van Volkswagen al veel langer op de hoogte waren van de misleidende software die in een aantal Volkswagenmodellen werd geïnstalleerd.

Volgens de krant zou de top van Volkswagen al twee weken voordat de Duitse automaker het bericht officieel bekend maakte al op de hoogte zijn van de sjoemelsoftware. Het bestuur zou zijn ingelicht door de reeds vertrokken bestuursvoorzitter Martin Winterkorn. Volgens de krant was ook de huidige topman Matthias Muller bij de vergadering aanwezig. Tien dagen nadat de bewuste vergadering had plaatsgevonden nam Winterkorn ontslag.

Volgens beleggers had autofabrikant Volkswagen de financiële markten niet goed op de hoogte gebracht tot de sjoemelsoftware aan het licht kwam. Bovendien gaf Volkswagen meerdere keren aan dat het bedrijf had gehandeld volgens de wet en de regels die daaruit voortvloeien. Ook in de nasleep van het dieselschandaal gaf Volkswagen regelmatig aan dat het bedrijv volledig volgens de wet had gehandeld. Dit zorgde voor verwarring bij consumenten en beleggers.

Reactie van Technisch Werken

Volkswagen heeft veel schade opgelopen door een probleem dat ze zelf heeft veroorzaakt.  Het plaatsen van sjoemelsoftware in auto’s om beter door de milietesten heen te komen kan op weinig begrip rekenen in de maatschappij.  In plaats daarvan is de afkeuring voor deze daad maatschappelijk breed gedragen. Als het bedrijf er bovendien voor kiest om niet snel openheid van zaken te geven maar bewust verkeerde informatie aan de pers geeft is er van geloofwaardigheid weinig sprake meer. En juist geloofwaardigheid en betrouwbaarheid is van groot belang voor een merk en merkbeleving.

 

 

Aantal zzp’ers met een VAR-wuo nam toe vanaf 2014

Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde zaterdag 5 maart dat een op de vijf zelfstandigen zonder personeel (zzp’er) in 2014 een Verklaring Arbeidsrelatie winst uit onderneming (VAR-wuo) had. Een zzp’er is een opdrachtnemer hij of zij voert namelijk werkzaamheden in opdracht van een opdrachtgever uit. Een opdrachtgever kan een bedrijf of organisatie zijn. Ook overheidsinstellingen kunnen opdrachten geven aan zzp’ers.

VAR-wuo

Opdrachtnemers die in bezit zij  van een VAR-wuo worden door de Belastingdienst in Nederland gezien als ondernemer. Bedrijven worden in dat geval niet aangeslagen voor loonheffing. Een zzp’er met een VAR-wuo verklaring kan gebruikmaken van speciale aftrekposten. Een voorbeeld van deze bijzondere aftrekposten is de zogenoemde zelfstandigenaftrek.

VAR-wuo in de bouw en overige sectoren

Een groot deel van de zzp’ers die een VAR-wuo verklaring heeft is werkzaam in de bouwsector. Ook in de ICT en de zakelijke dienstverlening zijn veel zzp’ers werkzaam met een VAR-wuo verklaring. Beide groepen vertegenwoordigen ruim een derde van het aantal VAR-wuo verklaringen

Volgens het CBS neemt het aantal personen met een VAR-wuo verklaring toe van 17 procent in 2011 tot 20 procent in 2014. Dit betekent dat 278.000 mensen van wie het zzp-schap de belangrijkste inkomstenbron is op dit moment een VAR-wuo verklaring heeft.

Reactie van Technisch Werken

Als een groot deel van de zzp’ers met een VAR-wuo verklaring werkt in de bouw dan kan het aantal VAR-wuo verklaringen de komende tijd verder toenemen.  De bouwsector draait steeds beter in Nederland.  Het aantal bouwprojecten is toegenomen sinds 2014. Vooral de woningbouw is een sterk groeiende bouwsector. Dit betekent dst er steeds meer werkgelegenheid ontstaat in de nouw. Dat is goed voor alle bouwbedrijven ook voor zzp’ers.

 

 

Staalfabriek Tata Steel IJmuiden behaalde 350 miljoen euro winst in 2014

Staalfabriek Tata Steel in IJmuiden heeft in 2014 een winst geboekt van ongeveer 350 miljoen euro. Dit werd maandag 25 mei 2015 gemeld door het Financieele Dagblad. Dit dagblad publiceerde de informatie op basis van interne documenten van Tata Steel. Het Indiase moederbedrijf Tata Steel heeft volgens het artikel in 2014 verlies geleden.

Winstuitkering
Een groot deel van de winst van Tata Steel zal bij de personeelsleden van de fabriek terecht komen. De werknemers die bij het bedrijf werken zien een winstuitkering tegemoet van 9,19 procent volgens RTV Noord-Holland. Het bedrijf Tata Steel IJmuiden heeft meer dan negenduizend werknemers in dienst.

Hogere winst
De redenen en oorzaken die er toe hebben geleid dat Tata Steel meer winst maakt zijn divers. Een belangrijke oorzaak van de hogere winst ligt in de kostenbesparingen die het bedrijf heeft doorgevoerd. Verder heeft Tata Steel nieuwe investeringen gedaan. Zo heeft het bedrijf in de periode van de economische crisis bijna 700 miljoen euro in de fabriek geïnvesteerd. Daarnaast zijn er echter ook banen geschrapt vanaf 2009. Vanaf dat jaar zijn er duizenden banen verdwenen bij Tata Steel IJmuiden. Dit leverde een grote kostenbesparing op maar was voor de werkgelegenheid in die regio zeer ongunstig.

Reactie van Technisch Werken
De economische crisis is voor veel bedrijven het moment geweest om veranderingen door te voeren. Bedrijven die de mogelijkheid hadden om zich aan te passen aan de nieuwe situatie deden dat. Andere bedrijven probeerden zo lang mogelijk ‘het hooft boven water te houden’. De economische crisis heeft bij Tata Steel ook sporen nagelaten. Dat er duizenden banen zijn verdwenen doet natuurlijk pijn. Toch is het noodzakelijk geweest voor het voortbestaan van het bedrijf. In 2014 werd er zoals hierboven is beschreven een behoorlijke winst gemaakt. Er wordt in het artikel echter niet gesproken over een aanzienlijke toename in de vraag naar staal. Juist die toenemende vraag is van groot belang voor de structurele opleving van de economie in de staalsector.

BMW haalde in 2014 opnieuw een recordwinst

BMW is een bekend Duits autoconcern die voornamelijk luxe personenauto’s maakt. Het bedrijf is wereldwijd bekend en heeft daardoor een groot afzetgebied. De afgelopen vijf jaar heeft BMW ieder jaar een recordwinst weten te behalen. Ook in 2014 was er sprake van een recordwinst. Dit nieuws werd donderdag 12 maart 2015 door het Duitse autoconcern naar buiten gebracht.

Groei in omzet en winst
In totaal nam de nettowinst voor BMW met ruim negen procent toe. Hierdoor kwam de winst op een totaalbedrag van 5,8 miljard euro. De omzet nam eveneens toe met bijna zes procent. Hierdoor kwam de omzet uit op een totaalbedrag van 80,4 miljard euro. Deze omzet is het resultaat van de verkoop van 2 miljoen voertuigen.

Reactie van Technisch Werken
Eerder maakte het Duitse automerk Audi bekend dat ze een enorme winst had geboekt. Audi wil het autoconcern BMW graag inhalen in de verkoop van luxe auto’s. Deze ambitie is niet eenvoudig te verwezenlijken want het gaat nog steeds heel goed met BMW. Ook 2015 zou zo maar weer eens een topjaar voor BMW kunnen worden.

Hoeveel energie werd er in 2014 in Nederland opgewekt met zonnepanelen?

Zonne-energie is in Nederland erg in trek. Doormiddel van subsidies en andere tegemoetkomingen is het voor veel Nederlandse bedrijven en particulieren de afgelopen jaren aantrekkelijk geworden om zonnepanelen te plaatsen. Het is echter onduidelijk hoeveel zonnepanelen er in Nederland zijn  volgens onafhankelijk onderzoeker Peter Segaar. Volgens deze onderzoeker geven veel bedrijven en particulieren wel door dat ze zonnepanelen hebben maar worden daarbij regelmatig de verkeerde gegevens ingevuld. Doordat men niet precies weet hoeveel zonnepanelen in Nederland gebruikt worden is het ook onduidelijk hoeveel zonne-energie in Nederland wordt opgewekt.

Onderzoek naar zonnepanelen
De netbeheerders brachten aan het begin van februari 2015 gegevens naar buiten over het elektrische vermogen dat doormiddel van zonnepanelen wordt opgewekt in Nederland. Volgens de netbeheerders is er sprake van een toename van 50 procent. Dit klinkt hoopgevend maar onderzoeker Segaar is verbaast over dit percentage. Hij geeft aan dat er onder andere zonnepanelen zijn geregistreerd op locaties waar het niet mogelijk is om zonnepanelen te plaatsen. Hij noemde een voorbeeld van twee nieuwbouwwijken in Almelo waar totaal 135 huizen zijn gebouw en daarnaast een weiland en een zwembad in de buurt liggen. Hier zou volgens de netbeheerders vijf megawatt zonne-energie wordt opgewekt. Dat kan volgens onderzoeker Segaar nooit kloppen.

Reactie van Technisch Werken
Zonne-energie is populair in Nederland maar het rendement van zonnepanelen moet niet overdreven worden. Men moet ondanks de positieve verwachtingen proberen zo objectief mogelijk te kijken naar de technieken die worden gebruikt om energie op te wekken uit zonlicht en wind. Uiteraard dienen in verslagen en rapportages feiten te worden genoemd. Zonder feitelijke informatie kan men geen duidelijke koers uitstippelen voor bepaalde energiebronnen in de toekomst. Men zal in Nederland de focus op duurzame energie moeten blijven houden en daarbij voortdurend op zoek moeten gaan naar nieuwe innovaties die nog meer rendement halen uit de energie die de natuur biedt.

CBS: windenergie in 2014 belangrijkste energiebron voor duurzame elektriciteit

Dinsdag 24 februari 2015 maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat wind in 2014 de belangrijkste energiebron is geweest voor het opwekken van duurzame elektriciteit. De elektriciteitsproductie uit wind was in 2014 ongeveer 8 procent hoger dan in het jaar 2013. Dit is een aanzienlijke groei. De productie van duurzame energie uit biomassa viel echter 16 procent lager uit in 2014 dan het jaar daar voor.

Waarom nam de elektriciteitswinning uit wind toe?
Voor het winnen van energie uit de windkracht heeft men windturbines nodig, deze worden in de volksmond ook wel windmolens genoemd. Omdat men steeds meer investeert in windmolens en nieuwe windmolenparken aanlegt, neemt de capaciteit van deze windmolens toe. In Nederland steeg de capaciteit van windmolens in 2014 met ongeveer 150 megawatt tot ongeveer 2.850 megawatt. Dit kwam doordat er in Nederland verschillende kleine en middelgrote windmolenparken in gebruik werden genomen.

Reactie van Technisch Werken
Windmolens krijgen de afgelopen jaren steeds meer aandacht in het nieuws. Men denkt dat het winnen energie uit wind één van de belangrijkste stappen is om duurzamer te worden. Voordat men echter energie kan winnen uit wind moet men echter grote investeringen doen. Windmolens kosten veel geld en moeten daarnaast ook gefabriceerd worden wat milieubelastend is. Doormiddel van subsidies worden de kosten van windmolens en windmolenparken kunstmatig laag gehouden. Uiteraard zorgt een toename van het aantal windmolens in Nederland voor een toename in de elektriciteit die uit wind wordt gewonnen. Men moet zich echter niet alleen op windenergie blindstaren. Er zullen ook verschillende andere bronnen en technieken moeten worden aangeboord om energie te besparen. De innovatie op dit gebied moet doorgaan.

Flexwerkers pleegden meer fraude in 2014?

Het Financieele Dagblad meldde woensdag 18 februari 2015 dat de flexibele arbeidsmarkt leidt tot een toename van fraude bij bedrijven waar de flexwerkers werkzaam zijn. Dit komt volgens het artikel omdat flexwerkers minder loyaal zijn aan de werkgevers waar ze worden ingeleend. Het Financieele Dagblad baseert haar conclusies op het jaarlijkse overzicht bedrijfscriminaliteit van de Hoff­mann Bedrijfsrecherche. Het bedrijf Hoffmann behoort tot de grootste onderzoeks- en adviesbureaus van West-Europa op het gebied van beveiliging.

Richard Franken is de directeur van Hoffmann. In een interview met het dagblad gaf hij aan dat er een toenemende onzekerheid is over de verlenging van contracten. Als flexwerkers in de gaten krijgen dat de kans op een contractverlenging gericht is, zijn ze eerder geneigd tot een misstap. Dit is vooral het geval bij de jeugdigen onder de flexwerkers.

Andere ontwikkelingen op het gebied van bedrijfscriminaliteit
Volgens Hoffmann neemt ook het aantal vrouwelijke werknemers toe dat zich schuldig maakt aan frauduleus gedrag. Vanaf maart 2007 is het aandeel van vrouwen die zich schuldig maken aan bedrijfscriminaliteit gestegen van 11 procent naar bijna 30 procent.

Wat is onderzocht door Hoffman?
Het bureau Hoffmann heeft de conclusies gebaseerd op een onderzoek waarbij 2.200 verdachten werden onderzocht. Elk van deze verdachten zou minimaal 10.000 euro aan geld en/of informatie hebben weten te ontvreemden van hun werknemer. Het ging bij het onderzoek dus niet om het onderzoeken van kleinschalige fraude door werknemers. De Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) bood ook ondersteuning doormiddel van een onderzoek. Hoffman deed verder 1500 bedrijfsonderzoeken en trok daarbij nog de conclusie dat in 2014 met name bij grote bedrijven van 100 medewerkers of meer veel fraude werd gepleegd. Het ging hierbij vooral om het lekken van ‘gevoelige’ informatie waar.

Cybercriminaliteit komt veel voor
Fraude op de werkvloer kan op verschillende manieren voorkomen. Het valt op dat cybercriminaliteit verhoudingsgewijs veel voorkomt. Hierbij kan gedacht worden aan het bewust verkeerd registeren van uren zodat de werkgever wordt benadeeld. Ook het versturen van valse facturen en het indienden van vervalste declaraties behoort tot frauduleus gedrag dat regelmatig voorkomt. Het stelen van concurrentiegevoelige gegevens voor eigen doeleinden of voor de verkoop aan andere belanghebbenden komt eveneens voor.

Reactie van Technisch Werken
Het is jammer dat er nog zoveel fraude plaatsvind. De conclusie dat er ook een toename in fraude te merken is onder flexwerkers is erg vervelend. De flexmarkt staat de laatste jaren onder druk. De nieuwe wet en regelgeving van 2015 moet er juist voor zorgen dat flexwerkers eerlijker worden behandelt. Hierbij wordt met name gekeken naar equal pay oftewel de inlenersbeloning. Flexwerkers zouden door de nieuwe wet en regelgeving meer zekerheden moeten krijgen en een betere en eerlijker positie moeten krijgen op de arbeidsmarkt. Deze verbeterde waardering zal er uiteindelijk voor moeten zorgen dat flexwerkers zich meer betrokken voelen bij hun werk en werkgever. Over een jaar of twee zou dan juist minder fraude gepleegd moeten worden door de flexwerkers in Nederland.

Woningverkoop januari 2015 laat kleine stijging zien

In januari 2015 is het aantal woningen dat in Nederland verkocht is gestegen ten opzichte van de maand januari in 2014. De stijging komt neer op een percentage van zes procent. Dit bericht werd bekend gemaakt door het Kadaster op dinsdag 17 februari 2015. In totaal werden in de maand januari 9.437 woningen in Nederland verkocht. De meeste woningtypen maakten een behoorlijke verkoopgroei door alleen de twee-onder-een-kapwoningen bleven in de groei achter. Vooral appartementen maakten een flinke verkoopstijging door. In januari 2015 werd bijna 13 procent meer verkocht ten opzichte van januari 2014 in het woningsegment appartementen.

Er waren ook grote verschillen in de woningverkoop tussen de provincies. Een provincie die het in januari 2015 goed deed was Flevoland. In deze provincie werden maar liefst 29 procent meer woningen verkocht dan in dezelfde maand in 2014. Provincies die het minder goed deden in de woningverkoop waren de provincies Zeeland, Drenthe en Overijssel. In deze provincies daalde de verkoop in januari. De daling per provincie is verschillend, de provincie Zeeland maakte de grootste daling door met ruim 14 procent.

Daling ten opzichte van december 2014
Als men de woningverkopen van december 2014 vergelijkt de met woningverkopen van januari 2015 dan is er sprake van een flinke daling. De daling in het aantal woningverkopen tussen deze twee maanden komt op 63 procent. Het Kadaster geeft aan dat dit verschil duidelijk uitgelegd kan worden vanwege het feit dat met name in de laatste maand van het jaar de meeste akten worden aangeboden. Verder was de tijdelijke verhoging van de schenkingsvrijstelling tot 100.000 euro een belangrijke factor. Deze schenkingsvrijstelling diende te worden gebruikt voor de aanschaf of verbouwing van een woning. Omdat deze schenkingsvrijstelling niet meer van toepassing zou zijn in 2015 kozen veel mensen er voor om aan het einde van 2014 nog een investering te doen in een woning.

Reactie van Technisch Werken
De huizenprijzen zijn van zeer veel verschillende factoren afhankelijk. Het einde van 2014 was bijzonder positief voor de woningmarkt maar dat had ook duidelijke oorzaken. Nu 2015 begonnen is wordt de normale lijn weer opgepakt van de woningverkoop. Hierdoor is een enorme stijging niet meer aan de orde. Wel is er nog een positieve lijn zichtbaar in het aantal woningverkopen ten opzichte van 2014. Het is maar net waarmee de cijfers worden vergeleken. Als je positief naar de verkoopcijfers kijkt zie je dat een stijgende lijn wordt voortgezet. Iemand die negatief naar de cijfers kijkt ziet dat er wel sprake is van ‘kunstgrepen’ om de woningmarkt op pijl te houden.

Werkloosheid daalde eind 2014 in geïndustrialiseerde landen

In de rijkere geïndustrialiseerde landen is de werkloosheid in 2014 gedaald. In de maand december daalde de werkloosheid in de rijkere landen zelfs tot het laagste niveau sinds januari 2009. Dit bericht werd dinsdag 10 februari 2015 bekend gemaakt door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso). Bij de 34 rijkere landen in de wereld daalde de werkloosheid in de laatste maand van 2014 gemiddeld naar 7,1 procent van de beroepsbevolking.

In de maand december werden in totaal 43 miljoen werklozen geteld. Dit waren 6,7 miljoen minder werklozen dan het aantal werklozen dat werd geteld op de piek van de werkloosheid in april 2010. Ondanks de daling is er nog altijd sprake van een groot aantal werklozen. Ten opzichte van juli 2008, de periode voor de escalatie van de financiële crisis, is het aantal werklozen 8,6 miljoen hoger.

In de eurozone daalde de werkloosheid een beetje in december 2014. Ook in Japan en de Verenigde Staten was er sprake van een daling in de werkloosheid. In Canada was er nauwelijks sprake van een verschil in de arbeidsmarkt en bleef de werkloosheid nagenoeg gelijk. In Zuid-Korea was er een toename in de werkloosheid.

Reactie van Technisch Werken
De werkgelegenheid neemt iets toe bij de rijkere landen in de wereld. Dit komt omdat de economie opleeft. Ondanks dat zijn veel rijke landen onderling sterk van elkaar afhankelijk. Westerse landen zijn afhankelijk van landen in het Midden-Oosten voor de levering van olie. Nu Amerika ook olie uit schalievelden op de markt gaat brengen is de verhouding in de wereld tussen Oost en West aan het veranderen. De wereld wordt politiek complexer. Verschillende landen zoeken de samenwerking met elkaar op terwijl andere landen juist worden geblokkeerd op het gebied van handel. Dit heeft allemaal gevolgen voor de werkgelegenheid.

Nederlands elektriciteitsverbruik in 2013 ten opzichte van 1950

Maandag 9 februari 2015 publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over het elektriciteitsverbruik in Nederland. Hierbij werd het elektriciteitsverbruik in 2013 vergeleken met het jaar 1950. Als men deze cijfers vergelijkt dan is het elektriciteitsverbruik in 2013 zestien keer zo hoog als in 1950. In de periode tussen 1950 en 2013 is het verbruik van elektriciteit gestegen van 7 miljard kilowattuur naar 119 miljard kilowattuur. Dit is een gemiddelde stijging in het elektriciteitsgebruik van 4,5 procent per jaar. Alleen in de jaren tachtig van de twintigste eeuw is het elektriciteitsverbruik gedaald. Dit gebeurde ten gevolge van de economische crisis waarin Nederland was beland.

Periode tot 1976
Het elektriciteitsverbruik nam tot en met het jaar 1976 meer toe dan de groeicijfers van de economie. Toen nam het verbruik van elektriciteit per jaar met gemiddeld 8,2 procent toe. De economie groeide in dezelfde periode met gemiddeld ongeveer 4,6 procent per jaar. De toename in het elektriciteitsverbruik in die periode is vooral toe te wijze aan het feit dat er steeds meer toepassingen bij bedrijven en consumenten op elektrische energie gingen werken.

Periode van 1977 tot 2013
Na 1976 groeide het verbruik van elektriciteit mee met de economische ontwikkelingen. In de periode 1977 tot en met 2013 was de groei in het elektriciteitsgebruik ongeveer 2 procent per jaar.

Verbruik van fossiele brandstoffen
Hoewel duurzame energie hoog op de agenda staat wordt in Nederland veel elektriciteit nog geproduceerd door het verbranden van fossiele brandstoffen. Dit gebeurd voornamelijk in zogenoemde kolencentrales waar kolen worden verbrand. De afgelopen jaren is het aandeel fossiele brandstoffen in de productie van elektriciteit iets gedaald. In 1998 werd nog 90 procent van de elektriciteit opgewekt uit fossiele brandstoffen. In 2013 was dit 82 procent. Dit duid op een kleine toename van andere energiebronnen in de opwekking van elektriciteit.

Wind en biomassa
In Nederland is de laatste jaren meer aandacht voor het opwekken van energie uit duurzame energiebronnen. Hierbij kan gedacht worden aan het winnen van elektrische energie uit windkracht en zonlicht. De wind en de zon zijn altijd aanwezig daarom zijn deze energiebronnen duurzaam. Naast deze energiebronnen wordt ook regelmatig energie gehaald uit biomassa. Zo wordt biomassa in de vorm van houtpallets mee gestookt in kolencentrales. Daarbij wordt echter wel nauwlettend in de gaten gehouden of het hout wel is verkregen uit duurzame bossen. Het aandeel elektrische energie dat is op gewekt uit duurzame energiebronnen groeide van ongeveer 3 procent in 1998 naar 12 procent in 2013.

Reactie van Technisch Werken
In Nederland is vanaf 1950 de mechanisatie pas echt goed ingevoerd. Daarnaast zijn verschillende fabrieken in verregaande mate geautomatiseerd. Dit houdt in dat bijna alle processen tegenwoordig in grote mate afhankelijk zijn van elektriciteit. Gelukkig worden veel processen wel energiezuiniger maar dat heeft nog onvoldoende effect op de totale energieafname en het energieverbruik in Nederland. De komende jaren zullen uitwijzen of de investeringen in duurzame energie echt rendabel zijn geweest.

In 2014 minder schoolverlaters een positieve tendens in 2015

Het aantal jongeren dat een opleiding afrond met een diploma neemt toe. In 2014 nam het aantal jongeren dat in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs de opleiding voortijdig beëindigde met bijna 2000 af. Het aantal voortijdige uitvaller neemt vooral af op mbo-scholen volgens minister Bussemaker. Doordat meer jongeren een opleiding afronden met een diploma wordt de positie van jongeren op de arbeidsmarkt verbeterd. Volgens de minister is dat “pure winst” voor zowel de jongeren als de samenleving.

Wat zijn voortijdige schoolverlaters
Als men het over voortijdige schoolverlaters heeft bedoelt men over het algemeen jongeren die van school gaan zonder een diploma op het niveau van mbo 2, havo of vwo. Voortijdige schoolverlaters bezitten een dergelijk diploma niet en zijn dus nauwelijks geschoold. Men heeft het ook wel over een startkwalificatie. Waarmee een jonge werkzoekende met een diploma zich kwalificeert op de arbeidsmarkt. Zonder startkwalificatie is de positie van een jonge werkzoekende zwak op de arbeidsmarkt. De overheid doet er daarom alles aan om te voorkomen dat jongeren zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt terecht komen. Uiteraard ligt hierbij ook een belangrijke verantwoordelijkheid bij de desbetreffende deelnemer/ of leerling van de opleiding.

Reactie van Technisch Werken
Het voortijdig verlaten van een opleiding zonder diploma is voor niemand gunstig:

  • Het opleidingsinstituut houdt deze gegevens bij en het pleit niet voor het imago van de opleiding als er voortijdige schoolverlaters zijn.
  • De schoolverlater heeft geen opleiding en heeft daarnaast tijd verloren door een opleiding te volgen die niet is afgerond.
  • De maatschappij zal vermoedelijk de nadelen ondervinden omdat werkzoekenden zonder startkwalificatie moeilijk aan het werk kunnen komen.
  • De overheid zal indien nodig een uitkering moeten verstrekken.

Kortom het voortijdig afbreken van een opleiding is nooit goed. Later moeten schoolverlaters zonder diploma vaak alsnog een opleiding volgen. Men ontkomt in Nederland niet aan het feit dat kennis nodig is voor de economie.

Een goede voorlichting voor potentiële deelnemers, leerlingen en studenten is echter wel belangrijk. Voordat men aan de opleiding begint zal men een eerlijk beeld moeten krijgen van de opleiding. Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar de inhoud van de opleiding, ook de kansen op de arbeidsmarkt dienen besproken te worden.

Verder dient de begeleiding van de leerlingen, deelnemers en studenten goed te zijn. Veel leerlingen ondervinden dat ze nauwelijks begeleiding krijgen tijdens de opleiding en hebben het vermoeden dat de opleidingen vooral gericht zijn op geld in plaats van de leerling. Dit gevoel moet worden getoetst aan de werkelijkheid. De opleiding is voor een groot deel ook beleving en de kwaliteit van een opleiding kan niet alleen in kaart worden gebracht door een slagingspercentage.

Op Linkedin staan 3 miljoen vacatures online in 2014

Linkedin is een website die behoort tot de zogenoemde social media. Dit houdt in dat deze website er op gericht is om mensen en bedrijven met elkaar in contact te brengen. Aanmelden bij Linkedin is over het algemeen gratis daardoor bevat deze website zeer veel gebruikers. In het laatst kwartaal van 2014 bevatte deze website maar liefst 347 miljoen gebruikers. Dit aantal is vijftien miljoen hoger dan het kwartaal daarvoor.

Linkedin deed het in het laatste kwartaal van 2014 redelijk goed. De omzet nam met 44 procent toe alleen de winst was 25 procent lager dan in 2013. Over heel 2014 was er sprake van een nettoverlies van 16 miljoen dollar en een omzet van 2,2 miljard dollar.

Vacatures op Linkedin
Op Linkedin staan meer dan 3 miljoen vacatures online. Dat is tien keer zoveel als in 2013. Hieruit blijkt dat veel bedrijven er tegenwoordig voor kiezen om hun vacatures via social media te verspreiden. Door het plaatsen van vacatures op Linkedin kunnen bedrijven een groot netwerk van potentiële kandidaten bereiken. In tegenstelling tot vacaturewebsites worden ook kandidaten bereikt die niet actief op zoek zijn naar werk en gewoon open staan voor een nieuwe uitdaging.

Reactie van Technisch Werken
Linkedin is een populaire netwerksite die in Nederland onder werkgevers en werknemers goed bekend is. In tegenstelling tot Facebook heeft Linkedin vooral een professionele uitstraling die gericht is op werk. Facebook is meer gericht op de privésfeer van haar deelnemers. Daarom is Linkedin bij uitstek geschikt om vacatures te verspreiden.

S&P: Nederlandse huizenmarkt trekt vanaf 2015 aan

Standard & Poor’s is een kredietbeoordelaar die regelmatig verwachtingen uitspreekt over de markt. Donderdag 5 februari 2015 maakte het ratingbureau haar kwartaalrapport over de Europese huizenmarkt bekend. Hierin worden ook verwachtingen uitgesproken over de Nederlandse huizenmarkt. Volgens S&P zijn de berichten over de huizenmarkt in Nederland positief.

Hierdoor zal in de komende tijd een groei plaatsvinden in de huizenmarkt. Door de verbeterde  economische situatie van veel huishoudens in Nederland zal er meer vertrouwen in de woningmarkt komen. De verbeteringen op de arbeidsmarkt zoals de vermindering van de werkloosheid zijn ook belangrijke elementen van de economie die voor een opleving van de woningmarkt kunnen gaan zorgen. Woningen worden daarnaast betaalbaarder voor veel mensen. Dit komt onder andere door de lage rente die consumenten moeten betalen voor een hypotheek.

In 2014 zijn de woningprijzen in Nederland met 0,9 procent gestegen. In dit jaar nam de woningverkoop toe met 39 procent tot een totaal van 153.000 verkochte woningen. Dit kwam onder andere door het economisch herstel. In 2015 verwacht Standard & Poor’s een prijsstijging van gemiddeld 1,5 procent voor woningen in Nederland. In 2016 verwacht dit bureau een stijging van de woningprijzen van 2,5 procent.

Reactie van Technisch Werken
Het gaat aardig goed met de woningmarkt in Nederland. Toch is het nu nog te vroeg om van een structureel herstel te spreken. Veel mensen ervaren nog niet de economische zekerheid waarover door S&P wordt gesproken. De arbeidsmarkt trekt wel aan maar dit is niet voor alle functies en branches het geval. Grote fabrieken en bouwbedrijven hebben het nog moeilijk en nemen nauwelijks personeel aan. In plaats daarvan worden er nog regelmatig personeelsleden in de bouwsector ontslagen. De economie is nog onvoldoende hersteld. De onzekerheid in de eurozone zorgt er voor dat veel mensen de ‘kat uit de boom kijken’ met betrekking tot hun eigen economische situatie.

Autoverkopen in 2014 voor het eerst toegenomen sinds crisis

De brancheorganisatie ACEA maakte donderdag 5 februari 2015 bekend dat de autoverkopen in Europa in 2014 voor het eerst zijn toegenomen sinds het jaar 2007. In 2014 steeg de verkoop van personenauto’s met 5,7 procent ten opzichte van 2013. In 2014 werden in totaal 12,7 miljoen auto’s in Europa op een nieuw kenteken gezet. In de maand december werden meer auto’s verkocht dan in de maand november. Dit was al de zestiende maand waarin er sprake was van een stijging in het aantal autoverkopen.

Elektrische wagens
Opvallend was dat in 2014 meer elektrische auto’s werden verkocht. Ten opzichte van 2013 nam de verkoop van elektrische auto’s met 37 procent toe. Hierdoor kwam het totaal op 55.142 auto’s. Het totale aandeel van elektrische auto’s op de automarkt komt daardoor op 0,6 procent.

Groeiverwachting autobranche 2015
De positieve berichten over 2014 zorgen er nog niet voor dat de ACEA een positief beeld heeft over 2015. De ACEA is voorzichtig met haar groeiverwachting over de autoverkoop in 2015. Volgens de brancheorganisatie zal de groei aanhouden maar zal de groei in het aantal autoverkopen wel lager zijn. Dit beeld werd benadrukt door ACEA-president Carlos Ghosn. In het jaar 2015 zal volgens de ACEA het totaal aantal verkochte auto’s op 13 miljoen komen.

Reactie van Technisch Werken
De autobranche is van veel verschillende sectoren en ontwikkelingen afhankelijk. Denk hierbij aan het belastingvoordeel voor extra zuinige auto’s. Ook het eventueel verhogen van de accijns op bijvoorbeeld diesel heeft invloed op de autoverkoop. Daarnaast is ook de arbeidsmarkt een belangrijke factor. Mensen die geen werk hebben vanwege ontslag zullen er regelmatig voor kiezen om hun auto te verkopen om kosten te besparen. Auto’s kosten namelijk nog steeds veel geld in Nederland. De ACEA kijkt echter ook naar andere Europese landen. Daar kunnen de kosten van de aanschaf en het bezit van een auto gunstiger zijn.

Consumenten gaven in november 2014 meer geld uit dan dezelfde maand in 2013

De bestedingen van consumenten gingen in het jaar 2014 omhoog. In de maand november van dat jaar werd door consumenten 0,6 procent meer uitgegeven aan goederen en diensten dan in dezelfde maand een jaar daarvoor. Deze gegevens werden bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op donderdag 22 januari 2015. De maand november in 2014 is de tweede maand op rij waarin de bestedingen van consumenten omhoog zijn gegaan.

Waaraan besteden consumenten meer geld?
Als men kijkt naar de producten die de afgelopen maanden door consumenten worden gekocht dan valt het op dat men vooral meer geld besteed aan huishoudelijke apparaten en producten zoals meubels. Dit zijn duurzame producten die lang mee gaan. Consumenten kochten in de maand november 2014 in totaal voor 3,4 procent meer duurzame producten.

Verder kochten consumenten ook meer fietsen dan in 2013. Dit hangt volgens het CBS samen met de fiscale voordelen die nog van toepassing waren in 2014. In 2014 kon men namelijk nog een voordelige fiets van de zaak aanschaffen.  Verder waren de uitgaven voor de voedingsmiddelen en genotsmiddelen gestegen met 2,7 procent. Aan overige goederen zoals brandstoffen en gas werd minder geld uitgegeven.

Reactie van Technisch Werken
Consumenten geven meer geld uit maar zijn in hun uitgavepatroon wel selectief. Dit houdt in dat consumenten wel duidelijke keuzes maken als ze hun geld moeten uitgeven. Investeringen die worden gedaan in duurzame producten maken duidelijk dat consumenten voorzichtig zijn en alleen geld uitgeven aan goederen die nut hebben en niet snel slijten.

Recordaantal octrooiaanvragen in Europa in 2014

In Europa wordt innovatie hoog op de politieke agenda gezet. Landen moeten nieuwe producten ontwikkelen om te kunnen concurreren met andere economieën in de wereld. Als men een nieuw product heeft ontwikkeld kan men een octrooi aanvragen. Dit kan bij het Europees Octrooibureau (EOB). Doordat hier octrooien worden aangevraagd heeft dit bureau een goed beeld van de innovatie in Europa. Het jaar 2014 was een goed jaar op het gebied van innovatie in Europa.

In dat jaar werden meer dan 273.000 octrooiaanvragen door het EOB ontvangen.  Dit is een recordaantal ten opzichte van de jaren daarvoor. In 2014 was het aantal octrooiaanvragen met drie procent gestegen ten opzichte van 2013 en dat jaar was ook al een record op het gebied van octrooiaanvragen. Deze cijfers tonen volgens Benoît Battistelli, de president van het octrooibureau, dat Europa een aanhoudende kracht ontwikkelt op het gebied van innovatie.

Andere landen in de wereld
Europa is echter niet het enige contingent waar innovatie een belangrijk speerpunt is. Ook in de Verenigde Staten wordt het belang van innovatie goed onder ogen gezien. In de VS nam het aantal octrooiaanvragen daarom ook toe. Hier was de toename 6,7 procent. Ook in een opkomende economie als China is innovatie van groot belang. In dat land werden maar liefst 16,8 procent meer octrooiaanvragen gedaan in 2014 ten opzichte van 2013. Zuid-Korea liet slechts een beperkte groei zien in het aantal octrooiaanvragen en Japan toonde zelfs een daling op dit gebied van min 3,8 procent.

Reactie van Technisch Werken
Europa zal moeten blijven vechten om haar positie in de wereldeconomie te behouden. De lonen liggen in Europa in verhouding tot landen als China en Brazilië hoog, daarom moeten hoogwaardige innovatieve producten worden ontwikkelt waarmee Europa de concurrentiestrijd aan kan gaan met andere landen en economieën. Innovatie is daarbij van groot belang.

Deze innovatie kan alleen plaatsvinden als daarvoor een gunstig innovatieklimaat wordt gecreëerd door  landen. Dit houdt in dat bedrijven de mogelijkheid en de middelen moeten krijgen om nieuwe producten en ontwikkelingen te bedenken en te produceren. Hiervoor zijn financiële middelen nodig maar ook kennis. Opleidingsinstituten moeten gericht zijn op de ontwikkeling van leerlingen als belangrijke toekomstige menselijke factoren in de kenniseconomie. Het kennisniveau van leerlingen en studenten moet omhoog. Echter met kennis alleen kom je er niet, het hangt er namelijk ook van af wat je met de kennis doet. In boeken en op internet is veel kennis te vinden maar daarmee moet ook geëxperimenteerd worden. Leerlingen en studenten moeten daar ook de ruimte voor krijgen.

Aantal faillissementen zal in 2015 minder sterk dalen

Het economisch bureau van de ING sprak vrijdag 16 januari 2015 haar verwachtingen uit over 2015. Hierbij werd ook gekeken naar het aantal faillissementen in 2014. In dat jaar was het aantal faillissementen gedaald met een vijfde gedaald. Dit is een goede ontwikkeling omdat er minder bedrijven kapot gaan en er dus ook meer werkgelegenheid blijft. Ondanks de positieve ontwikkeling in 2014 verwacht het economisch bureau van de ING dat in 2015 een minder sterke daling in het aantal faillissementen zal optreden.

Faillissementen in 2014
In het jaar 2014 kwam het aantal faillissementen van Nederlandse bedrijven op 7.600. Dit was een forse daling ten opzichte van 2013. In dat jaar was er sprake van een recordaantal van ruim 9.400 ondernemingen die failliet gingen. In 2014 was er vooral in de bouwsector en in de detailhandel een positieven tendens zichtbaar. In deze sectoren van het bedrijfsleven gingen minder bedrijven failliet in 2014 dan in 2013. De daling was voor de bouwsector 42 procent en in de detailhandel 25 procent.

Verwachte faillissementen in 2015
Het economisch bureau van de ING verwacht wel dat het aantal faillissementen in 2015 zal dalen, echter deze daling zal minder sterk zijn dan vorig jaar aldus het onderzoeksbureau. Men verwacht dat er een daling zal plaatsvinden van 3 procent ten opzichte van 2014. Hierdoor zal het aantal faillissementen in 2015 uitkomen op ongeveer 7.400. Verwacht wordt dat met name in de zakelijke dienstverlening minder faillissementen zullen worden uitgesproken.

Reactie van Technisch Werken
Het aantal faillissementen van een land zegt wat over de economische ontwikkelingen die daar plaatsvinden. De bouwsector heeft het in 2013 en 2014 behoorlijk zwaar gehad. Verschillende bedrijven moesten noodgedwongen hun deuren sluiten. Sommige bedrijven gingen failliet terwijl andere bedrijven zijn gestopt zonder dat er een faillissement is uitgesproken. De bouwsector had het op basis van het aantal uitgesproken faillissementen minder zwaar in 2014 dan in 2013. Aan het begin van 2015 spreekt men zelfs van een enorme opleving van de woningmarkt. Dit kan zeer gunstige gevolgen hebben voor de bouwsector in Nederland. Misschien wordt 2015 wel een belangrijk jaar op het gebied van economisch herstel in Nederland.

Vijftig procent meer hypotheekaanvragen in 2014

Bij het Hypotheken Data Netwerk (HDN) zijn in 2014 bijna vijftig procent meer hypotheken aangevraagd dan in de periode daarvoor. Het Hypotheken Data Netwerk is een elektronisch platform en registreert ongeveer vijfenzeventig procent van alle hypotheekaanvragen in Nederland. Bijna alle grote hypotheekverstrekkers zijn bij de HDN aangesloten, alleen de Rabobank niet.

Vooral in de maand december zijn verhoudingsgewijs veel hypotheken aangevraagd in 2014. In deze maand zijn er in totaal 28.938 hypotheken aangevraagd. Dit is een stijging van meer dan vijftig procent ten opzichte van dezelfde maand in 2013. Ook ten opzichte van de maand november 2014 was de stijging groot. In totaal werden er in december 2014 ongeveer drieëntwintig procent meer hypotheekaanvragen gedaan.  Het aantal hypotheeklaanvragen van 2014 kwam op een totaal van 225.804.

Minder lenen in 2015
Men vermoed dat veel consumenten een woning hebben gekocht in december 2014 omdat in januari 2015 de nieuwe regels met betrekking tot het afsluiten van hypotheken zijn ingegaan. In 2015 kunnen mensen minder geld lenen voor een woning omdat er strengere eisen worden gesteld. Zo kan men een minder hoge hypotheek afsluiten ten opzichte van het inkomen in 2015. Daarom was het voor veel huizenzoekers interessant om in 2014 nog een woning aan te schaffen.

Verder was de maand december interessant voor huizenzoekers omdat men nog gebruik kon maken van de verruimde schenkingsvrijstelling. Dit was de laatste maand waarin men deze vrijstelling nog kon gebruiken voor de aanschaf van een woning. Ondanks dat is het effect van deze vrijstellingsregeling moeilijk terug te zien in de woningmarkt. De Rabobank benoemde dat veel kopers ook zonder gift de woning hadden gekocht. Echter notarissen noemden de schenkingsvrijstelling een groot succes.

Reactie van Technisch Werken
Het ging goed met de woningverkoop in 2014. Toch is er wel sprake van een vertekenend beeld omdat de regels omtrent de hypotheekverstrekking zijn verandert in 2015. Daarom werden in december 2014 nog veel woningen verkocht. In 2015 zal de woningmarkt misschien aantrekken maar dat is nog niet zeker. De strengere hypotheekregels kunnen een belemmering vormen voor consumenten die een woning willen kopen. Hierdoor kunnen strengere regels een averechts effect uitoefenen op de woningmarkt. Dit is jammer want de woningmarkt moet juist gestimuleerd worden.