Nederlands elektriciteitsverbruik in 2013 ten opzichte van 1950

Maandag 9 februari 2015 publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over het elektriciteitsverbruik in Nederland. Hierbij werd het elektriciteitsverbruik in 2013 vergeleken met het jaar 1950. Als men deze cijfers vergelijkt dan is het elektriciteitsverbruik in 2013 zestien keer zo hoog als in 1950. In de periode tussen 1950 en 2013 is het verbruik van elektriciteit gestegen van 7 miljard kilowattuur naar 119 miljard kilowattuur. Dit is een gemiddelde stijging in het elektriciteitsgebruik van 4,5 procent per jaar. Alleen in de jaren tachtig van de twintigste eeuw is het elektriciteitsverbruik gedaald. Dit gebeurde ten gevolge van de economische crisis waarin Nederland was beland.

Periode tot 1976
Het elektriciteitsverbruik nam tot en met het jaar 1976 meer toe dan de groeicijfers van de economie. Toen nam het verbruik van elektriciteit per jaar met gemiddeld 8,2 procent toe. De economie groeide in dezelfde periode met gemiddeld ongeveer 4,6 procent per jaar. De toename in het elektriciteitsverbruik in die periode is vooral toe te wijze aan het feit dat er steeds meer toepassingen bij bedrijven en consumenten op elektrische energie gingen werken.

Periode van 1977 tot 2013
Na 1976 groeide het verbruik van elektriciteit mee met de economische ontwikkelingen. In de periode 1977 tot en met 2013 was de groei in het elektriciteitsgebruik ongeveer 2 procent per jaar.

Verbruik van fossiele brandstoffen
Hoewel duurzame energie hoog op de agenda staat wordt in Nederland veel elektriciteit nog geproduceerd door het verbranden van fossiele brandstoffen. Dit gebeurd voornamelijk in zogenoemde kolencentrales waar kolen worden verbrand. De afgelopen jaren is het aandeel fossiele brandstoffen in de productie van elektriciteit iets gedaald. In 1998 werd nog 90 procent van de elektriciteit opgewekt uit fossiele brandstoffen. In 2013 was dit 82 procent. Dit duid op een kleine toename van andere energiebronnen in de opwekking van elektriciteit.

Wind en biomassa
In Nederland is de laatste jaren meer aandacht voor het opwekken van energie uit duurzame energiebronnen. Hierbij kan gedacht worden aan het winnen van elektrische energie uit windkracht en zonlicht. De wind en de zon zijn altijd aanwezig daarom zijn deze energiebronnen duurzaam. Naast deze energiebronnen wordt ook regelmatig energie gehaald uit biomassa. Zo wordt biomassa in de vorm van houtpallets mee gestookt in kolencentrales. Daarbij wordt echter wel nauwlettend in de gaten gehouden of het hout wel is verkregen uit duurzame bossen. Het aandeel elektrische energie dat is op gewekt uit duurzame energiebronnen groeide van ongeveer 3 procent in 1998 naar 12 procent in 2013.

Reactie van Technisch Werken
In Nederland is vanaf 1950 de mechanisatie pas echt goed ingevoerd. Daarnaast zijn verschillende fabrieken in verregaande mate geautomatiseerd. Dit houdt in dat bijna alle processen tegenwoordig in grote mate afhankelijk zijn van elektriciteit. Gelukkig worden veel processen wel energiezuiniger maar dat heeft nog onvoldoende effect op de totale energieafname en het energieverbruik in Nederland. De komende jaren zullen uitwijzen of de investeringen in duurzame energie echt rendabel zijn geweest.

Verkoop nieuwe auto’s gestegen in Duitsland in 2014

In 2013 is het aantal nieuwe autoregistraties in Duitsland toegenomen tot 3,04 miljoen wagens. Dit komt neer op een toename in het aantal autoverkopen met 3 procent. Deze ontwikkeling werd woensdag 7 januari 2015 bekend gemaakt door het Kraftfahrt-Bundesamt (KBA). Het KBA is een instantie die kan worden vergeleken met de Nederlandse RDW.

In het jaar 2013 en 2012 was er nog sprake van een daling in het aantal verkopen van nieuwe auto’s. In 2013 kwam het aantal autoverkopen van nieuwe auto’s voor het eerst beneden de 3 miljoen. Dat was voor het eerst sinds 2010. In 2014 was het automerk dat in Duitsland het meest werd verkocht het merk Volkswagen. Dit merk verkocht bijna 657.000 auto’s. Hierdoor had Volkswagen een marktaandeel van 21,6 procent van de Duitse automarkt. Na Volkswagen werd het automerk Mercedes-Benz het meest verkocht gevolgd door Audi en BMW.

Reactie van Technisch Werken
De automarkt is een belangrijke sector. Als het goed gaat met de auto-industrie hebben verschillende bedrijven daar baad bij. Er zijn namelijk talloze bedrijven die onderdelen maken voor deze industrie. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven die banden maken en remschijven. Ook bedrijven die auto elektronica maken zullen een opleving in de auto-industrie merken. De auto-industrie in Duitsland importeert onder andere onderdelen uit Polen. Maar er zijn ook andere landen waar onderdelen vandaan worden gehaald. In Duitsland is het aantal arbeidsplaatsen in 2013 toegenomen. Door de groei in de Duitse auto-industrie kunnen ook andere bedrijven in Europa in arbeidsplaatsen zijn gegroeid. De samenwerking tussen Europese landen levert zo belangrijke voordelen op.

Meer dan een kwart van de uitzendkrachten volgt scholing in 2014

Kennis wordt steeds belangrijker in Nederland. Werknemers in Nederland zullen steeds vaker omgeschoold of bijgeschoold moeten worden om van waarde te blijven op de arbeidsmarkt. De investeringen in de scholing van werknemers vindt zowel plaats bij personeel dat op contractbasis werkt als bij flexibel personeel.

Stichting opleiding & ontwikkeling flexbranche
De Stichting opleiding & ontwikkeling flexbranche (Stoof) maakte vrijdag 31 oktober 2014 de resultaten van een onderzoek bekend. Het onderzoek werd door onderzoeksbureau Panteia gehouden onder 622 uitzendkrachten. In dit onderzoek werd gekeken naar de scholing en opleidingsmogelijkheden voor flexkrachten. Met het onderzoek wil Stoof laten zien hoe flexwerkers door uitzendbureaus worden ondersteund bij hun loopbaanmogelijkheden.

Resultaten onderzoek Stoof
Uit het onderzoek van Stoof komt naar voren dat in het afgelopen jaar 27 procent van de uitzendkrachten in Nederland een bepaalde vorm van scholing heeft gevolgd. Hiervan heeft ongeveer 26 procent van de uitzendkrachten om scholing gevraagd. Ongeveer 37 procent van de uitzendkrachten vroegen om scholing bij een uitzendbureau nadat ze een loopbaangesprek hadden gehad. Bijna dertig procent van de uitzendkrachten kreeg scholing aangeboden op initiatief van het inlenende bedrijf of het uitzendbureau waar de uitzendkracht voor werkzaam is.

Scholing is populair bij uitzendkrachten
Uitzendkrachten zijn bewust van het belang van scholing op de arbeidsmarkt. Dit uit zich in de wens van veel uitzendkrachten om een opleiding te volgen. ongeveer vijfenzeventig procent van de uitzendkrachten wil in 2014 en 2015 een  opleiding of andere vorm van scholing volgen. De houding en het initiatief van uitzendkrachten speelt een grote rol bij het toekennen van opleidingsmogelijkheden door uitzendbureaus.

Waarom volgen uitzendkrachten een opleiding?
Een groot deel van de uitzendkrachten geeft aan dat ze gebruik maken van scholing om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren en hun uitzendwerk te behouden. Verder zien veel uitzendkrachten scholing als mogelijkheid om te groeien in een bepaalde functie of in een bepaald vakgebied.

Uitzendbureaus zijn belangrijke speler op gebied van opleidingen
Veel uitzendkrachten geven in het onderzoek van Stoof aan dat uitzendbureaus meer aandacht moeten besteden aan scholing. In totaal heeft 23 procent van de uitzendkrachten plezier beleeft aan het volgen van een opleiding. Daarnaast heeft het volgen van een opleiding er bij 21 procent van de uitzendkrachten voor gezorgd dat het werk interessanter werd.

Reactie Technisch Werken
Het belang van uitzendbureaus op de arbeidsmarkt wordt onderschat. Veel uitzendbureaus hebben specifieke kennis van de arbeidsmarkt en weten daardoor wat de arbeidsmarkt van werkzoekenden vraagt. Deze kennis is een waardevolle bron die kan worden gebruikt voor het vergroten van de meerwaarde van werkzoekenden op de arbeidsmarkt.  Als geschikt personeel niet op de arbeidsmarkt gevonden kan worden wordt er in de praktijk vaak voor gekozen om personeel op te leiden. Dit gebeurd regelmatig bij flexkrachten zoals uit het onderzoek van Stoof blijkt. Deze uitzendkrachten stromen dikwijls uit op een rechtstreeks dienstverband bij de inlener. Zodoende heeft een uitzendbureau de uitzendkracht net dat zetje gegeven dat ze nodig hebben om een goede betrekking te krijgen op de arbeidsmarkt. Het zou goed zijn als de overheid in Nederland de flexbranche meer zou ondersteunen.

Doorstroom uitkeringsgerechtigden vanuit WW naar bijstand in 2013

De meeste mensen die een baan verliezen hebben recht op een WW uitkering. De lengte van deze uitkering is afhankelijk van de periode dat de desbetreffende persoon betaald werk heeft gehad. De afgelopen vijf jaar is het aantal mensen dat vanuit een WW-uitkering uitstroomde in de bijstand toegenomen. Toen de economische crisis in 2008 begin stroomden ongeveer 14.000 mensen van de WW-uitkering naar een bijstandsuitkering. Vijf jaar later, in 2013, gebeurde dit met bijna 31.000 mensen.

Uitstroom in de bijstand
Het absolute aantal mensen dat vanuit een WW-uitkering uitstroomde naar een bijstandsuitkering is in 5 jaar verdubbeld. Het percentage mensen dat vanuit de WW naar de bijstand uitstroomde is echter gelijk gebleven. Dit komt omdat ook het aantal WW-uitkeringen ruim verdubbelde in deze vijf jaar. Van alle mensen die in de WW terecht is gekomen komt 1 op de 6 na het behalen van de maximale WW- uitkeringsduur in de bijstand terecht. Over het algemeen komen verhoudingsgewijs veel laagopgeleiden en 55-plussers in de bijstand terecht. Voor deze groepen is het moeilijk om werk te vinden.

Reactie van Technisch Werken
Voor bepaalde groepen op de arbeidsmarkt is het moeilijk om werk te vinden. Deze groepen moeten door de overheid worden ondersteund bij het vinden van passend werk. Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Laagopgeleide werknemers hebben het moeilijk op de arbeidsmarkt omdat veel eenvoudig werk door machines en automatisering wordt overgenomen. De belangrijkste oplossing voor deze groep werkzoekenden is omscholing of bijscholing.

Voor vijftigplussers zijn al verschillende oplossingen ingevoerd zoals premiekorting voor de werkgevers wanneer ze deze werknemers in dienst nemen. Daarnaast zijn ook voor deze groep verschillende omscholingstrajecten en bijscholingsprogramma’s. De komende jaren zal moeten blijken of deze oplossingen daadwerkelijk effect hebben.

Een op vijftien werknemers kreeg arbeidsongeval in 2013

In 2013 kregen meer dan 485 duizend mensen tijdens het werk te maken met geestelijk letsel of lichamelijk letsel tijdens het werk. Deze informatie werd dinsdag 22 juli 2014 naar buiten gebracht door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Gemiddeld heeft in 2013 ongeveer één op de vijftien werknemers te maken gekregen met een arbeidsongeval. Door de ongevallen bleef ongeveer de helft van de medewerkers een dag of langer dan een dag thuis. Het aantal arbeidsongevallen verschilt per sector. Verhoudingsgewijs ontstonden de meeste arbeidsongevallen in de horecasector.

Letsel door arbeidsongevallen
Van de werknemers die een arbeidsongeval hebben meegemaakt had zeventig procent lichamelijk letsel. Bij lichamelijk letsel kan gedacht worden aan een botbreuk, snijwond, kneuzing of brandwond. Meer dan twintig procent van de mensen die te maken hadden met een arbeidsongeval ondervond hierdoor geestelijke schade. Geestelijke schade is meestal moeilijker vast te stellen dan lichamelijke schade. Onder geestelijke schade vallen psychische problemen zoals angststoornissen en trauma’s ten gevolge van agressief gedrag of hevige stressvolle momenten.

Verschil tussen Mannen en vrouwen
Als men de arbeidsongevallen nader bestudeerd kan men hieruit concluderen dat over het algemeen meer mannen dan vrouwen te maken krijgen met arbeidsongevallen. In 2013 kreeg 7,6 procent van de mannen te maken met een ongeval van de vrouwen was dat 5,3 procent. Volgens het CBS wordt het verhoudingsgewijs hoge percentage van mannen die een arbeidsongeval krijgen verklaard doordat mannen over het algemeen gevaarlijker werk doen dan vrouwen.

Leeftijdsverschil
Er blijkt ook een duidelijk verschil te zijn in de leeftijdscategorieën van werknemers die een arbeidsongeval kregen tijdens hun werk. In de categorie jongere werknemers, dit zijn werknemers tot 25 jaar, blijken in de praktijk de meeste ongevallen plaats te vinden. In deze leeftijdscategorie kreeg 8,2 procent van de werknemers een arbeidsongeval met letsel tot gevolg.  Dit percentage ligt bijna anderhalf keer zo hoog als bij oudere werknemers.

Reactie van Technisch Werken
Veiligheid is van groot belang op de werkplek. Het voorkomen van ongevallen is van groot belang voor de fysieke en mentale gesteldheid van het personeelsbestand. De arbeidsinspectie ziet er onder andere op toe dat er zo veilig mogelijk gewerkt wordt bij bedrijven in Nederland. Een belangrijk aspect van de veiligheid is de houding en het gedrag van de werknemer. Meestal zijn er op de werkplek wel voorzieningen zoals persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig maar de werknemers en werkneemsters dienen deze zorgvuldig en consequent te gebruiken.

Werkgevers dienen aan de arbeidsinspectie te kunnen aantonen dat ze werknemers goed hebben geïnstrueerd omtrent veiligheid. Daarnaast dienen werknemers goed op de hoogte te zijn van de voorschriften die bijvoorbeeld gelden bij het bedienen van machines. Om die redenen geven bedrijven hun personeelsleden op voor veiligheidscertificaten voor werkzaamheden op de bouw of aan elektrische voorzieningen zoals VCA en NEN 3140. Daarnaast zijn er ook veiligheidscertificaten die gericht zijn op het bedienen van machines en voertuigen zoals: veilig werken met een hoogwerker, heftruckcertificaat en veilig hijsen. Verder zijn er ook certificaten die gericht zijn op het herkennen van bepaalde stoffen zoals h2s en alle veiligheidsvoorschriften die daar bij horen.

Als werknemers goed getraind zijn en de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen krijgen kan de kans op ongelukken aanzienlijk worden verkleind.

In 2014 minder faillissementen dan in 2013

Dinsdag 1 juli 2014 publiceerde de Kamer van Koophandel (KvK) cijfers over het aantal bedrijven in Nederland. Hieruit kwam naar voren dat er in het eerste half jaar van 2014 in verhouding tot dezelfde periode in 2013 veel nieuwe bedrijven zijn opgestart. Daarnaast is het aantal faillissementen in deze periode ook gedaald ten opzichte van 2013. De daling van het aantal faillissementen in de eerste twee kwartalen van 2014 is een kwart in vergelijking tot dezelfde periode in 2013.

In het eerste half jaar van 2014 zijn er totaal 94.000 nieuwe bedrijven opgestart. Dit aantal is bijna 1200 hoger dan het aantal bedrijven dat in het eerste half jaar van 2013 was opgestart. In de provincie Noord-Holland zijn vooral veel nieuwe bedrijven opgestart en daarnaast heeft deze provincie ook in verhouding tot andere provincies weinig faillissementen. De provincie Zeeland heeft aan het begin van 2014 de kleinste bedrijvengroei doorgemaakt. Hier groeide het aantal bedrijven slechts met één procent ten opzichte van de eerste zes maanden van 2013.

Reactie van Technisch Werken
Veel van de gestarte ondernemingen zijn kleine bedrijven en zzp’ers. De werkgelegenheid zal door de gestarte ondernemingen niet met grote sprongen vooruit gaan. Toch is het een positief teken dat mensen een eigen onderneming durven te starten. Het geeft onder andere aan dat mensen vertrouwen krijgen in de economie. De economie trekt langzaam maar zeker aan. De werkloosheid is echter nog wel een probleem. Daar zullen structurele effectieve oplossingen voor geboden moeten worden. Een deel van de mensen die werkloos zijn kunnen en willen een eigen onderneming oprichten. Hoe groot het aandeel van hen is onder de nieuwe opgestarte bedrijven wordt niet door de KvK duidelijk gemaakt.

Technische hbo’ers doen het goed op de arbeidsmarkt in 2014

Hoogopgeleide werkzoekenden vinden in Nederland verhoudingsgewijs snel een baan. In 2012 vond 67 procent van de studenten die een voltijd hbo-studie hadden afgerond direct een baan. Daarnaast had meer dan 80 procent van de afgestudeerde hbo’ers binnen drie maanden een baan gevonden. Deze informatie werd dinsdag 1 juli 2014 door de Vereniging Hogescholen vermeld.

De informatie van de Vereniging Hogescholen is gebaseerd op de resultaten van een onderzoek.  In dit onderzoek werd in 2013 een groep van 20.000 hbo’ers benaderd die in 2012 waren afgestudeerd. Inmiddels hadden deze hbo’ers anderhalf jaar geleden hun opleiding afgerond. Tijdens het onderzoek werden vragen gesteld over hun arbeidssituatie. De arbeidsmarkt voor deze groep zag er positief uit. Er was verhoudingsgewijs weinig werkeloosheid onder de afgestudeerden. Over het algemeen vinden hbo’ers ook tegenwoordig nog snel een baan.

Reactie van Technisch Werken
Opleidingen worden steeds belangrijker op de arbeidsmarkt. De kenniseconomie vereist een hoger opleidingsniveau van werkzoekenden. Het is daarom verstandig om langer door te leren als iemand daar de kans voor heeft. Daarnaast is het belangrijk dat men een opleiding volgt in de juiste richting. Met name technische opleidingen met zogenoemde bètavakken zijn zeer interessant voor het bedrijfsleven. In veel technische opleidingen  wordt aandacht besteed aan deze vakken zoals wiskunde en natuurkunde. Deze vakken vormen de basis voor veel opleidingen in de techniek.

Technische opleidingen zijn belangrijk omdat bedrijven voortdurend nieuwe producten moeten ontwikkelen om de wereldwijde concurrentie voor te blijven. In het verleden concurreerden bedrijven voornamelijk binnen de grenzen van hun land of contingent. Tegenwoordig is de concurrentie veel groter en concurreren bedrijven met andere landen in de wereld. Hierdoor ervaren bedrijven nog meer concurrentiedruk. Er moeten slimmere en effectievere producten worden ontworpen en geproduceerd. Hiervoor zijn hoogopgeleide personeelsleden zoals engineers en constructeurs nodig.

Deze vraag naar hoog opgeleide technici zorgt er voor dat veel bedrijven via verschillende kanalen naar geschikte (technische) hbo’ers zoeken. Daarvoor schakelen ze ook uitzendbureaus in en bureaus die gericht zijn op technisch recruitment. Ook via social media proberen bedrijven geschikte kandidaten te vinden voor hoge technische functies. Daarnaast proberen bedrijven dit personeel ook te binden door loopbaanperspectieven te bieden. In 2014 en daarna zal de vraag naar hoog opgeleid personeel alleen maar toenemen. Het is wel belangrijk dat studenten goed voorgelicht worden over hun loopbaanperspectieven met betrekking tot een bepaalde opleiding. Een goede opleidingskeuze is een belangrijke basis voor de toekomst van de student na het afronden van de opleiding. Daarom moeten decanen en studiekeuzevoorlichters een eerlijk beeld schetsen van de arbeidsmarkt en loopbaanmogelijkheden.

Nederlands bedrijfsleven investeerde in 2013 flink in duurzame energie

In 2013 heeft het bedrijfsleven van Nederland behoorlijk geïnvesteerd in duurzame energie en de energiebesparende technieken. Door de gunstige belastingkorting van de overheid hebben bedrijven in 2013 in totaal 1,8 miljard euro geïnvesteerd. Ten opzichte van 2012 waren de investeringen bijna anderhalf keer zoveel. Deze informatie komt naar voren uit het jaarrapport over de Energie- en Investeringsaftrek. Dit rapport is opgesteld in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

CO2-reductie
De investeringen die door het Nederlandse bedrijfsleven in 2013 zijn gedaan hebben een gunstig effect op het beperken van de CO2-uitstoot. De totale CO2-reductie zou ongeveer 1530 kiloton per jaar zijn. Dit is een aanzienlijke verlaging van de emissie. 1530 Kiloton CO2-uitstoot is vergelijkbaar met het jaarlijkse energieverbruik van 540.000 huishoudens.

De investeringen in duurzame energie werden door verschillende bedrijven in Nederland gedaan. Met name energieproducenten investeerden veel. Ook bedrijven in de industrie hebben in 2013 veel geld geïnvesteerd in duurzame energie. Verder was zonne-energie bij veel bedrijven populair. In de landbouwsector en tuinbouwsector heeft men verhoudingsgewijs veel in zonne-energie geïnvesteerd.

Energie- en Investeringsaftrek
Met de gunstige belastingkorting wordt de Energie- en Investeringsaftrek bedoelt. Deze aftrekpost bestaat al sinds 1997. Met deze aftrekpost hoopt de Nederlandse overheid bedrijven aan te sporen om meer te investeren in duurzame energiebronnen zodat het energieverbruik en de CO2 emissie worden verlaagd. De afspraken met betrekking tot duurzame energie staat in een Energieakkoord. Dit akkoord is in 2013 opgesteld en ondertekenend door verschillende partijen.

Voor veel bedrijven speelt geld een belangrijke rol bij een beslissing om te investeren in duurzame energie. De economische crisis heeft er voor gezorgd dat bedrijven keuzes moeten maken. Toch is sinds de economische crisis van 2009 het aantal aanvragen voor Energie- en Investeringsaftrek in Nederland bijna verdubbeld. In 2009 was het aantal aanvragen voor deze regeling nog 11.500 in 2013 was het aantal aanvragen gestegen naar 19.500. In 2013 hebben veel ondernemers daardoor geprofiteerd van een belastingkorting. Deze belastingkorting komt totaal naar schatting uit op 140 miljoen euro.

Reactie van Technisch Werken
Duurzame energiebronnen zijn er wel. Zonnepanelen en windturbines worden steeds efficiënter gebouwd en daarnaast wordt het rendement van deze energieopwekkers vergroot. Geen wonder dat veel bedrijven overwegen om te investeren in duurzame energiebronnen. De prijs van gas is voor Europa een onzekere factor omdat we afhankelijk zijn van Rusland. Dat land heeft al een tijd gespannen politieke verhoudingen met Oekraïne. Omdat het Europese gas door Oekraïne wordt getransporteerd kunnen veel Europese landen de gevolgen merken van het conflict tussen de twee landen. Dit zorgt voor onzekerheid. De prijzen van gas kunnen op korte termijn omhoog schieten. Het is ook mogelijk dat de prijzen van gas juist gelijk blijven.

Voor bedrijven is onzekerheid niet prettig. Een stabiele energievoorziening zorgt voor veel rust en zekerheid. Als men voor een deel energie zelf kan opwekken door gebruik te maken van zon- en windenergie is men minder afhankelijk van andere partijen. Een investering in duurzame energie kan voor bedrijven daardoor niet alleen financieel aantrekkelijk zijn, het kan ook meer stabiliteit en zekerheid opleveren. Dat is in een economisch moeizame tijd geen overbodige luxe.

Vermogen van Nederlandse huishoudens is gedaald tussen 2008 en 2012

De economische crisis heeft er voor gezorgd dat veel huishoudens in Nederland minder bestedingsruimte hadden. In de periode van 2008 tot 2012 was het vermogen per huishouden in Nederland met bijna vijftig procent gekrompen. In 2008 had een gemiddeld huishouden nog een vermogen van eenenvijftigduizend euro. In 2012 was dit bedrag geslonken naar zevenentwintigduizend euro. Een groot deel van de daling van het vermogen is te wijten aan de ontwikkelingen op de huizenmarkt. Veel huizenprijzen zijn in de periode van 2008 tot 2012 gedaald. Omdat een groot deel van het vermogen van huishoudens is geïnvesteerd in een woning heeft een daling van de huizenprijzen invloed op het totale vermogen van de huishoudens.

Daling huizenprijzen
Het Centraal Bureau voor de Statistiek melde maandag twee juni 2014 de uitkomst van het rapport over  het welvaartsniveau in Nederland. De gemiddelde waarde van de woningen is in de periode van 2008 tot 2012 aanzienlijk gekrompen. In 2012 was de prijs van een gemiddelde woning in Nederland nog 256 duizend euro in 2012 was dit bedrag gedaald naar 231 duizend euro.

Hypotheken
De hypotheekschulden van woningeigenaren nam in deze vier jaar toe. In 2008 was de gemiddelde hypotheekschuld 143 duizend euro en in 2012 was de gemiddelde hypotheekschuld 163 duizend euro. Aan het begin van 2013 hadden ongeveer 1,4 miljoen van de 4,3 miljoen huishoudens een hogere hypotheek dan de actuele waarde van hun woning. Dit komt neer op een percentage van 34 procent van de woningbezitters die een hogere hypotheek hadden dan de verkoopwaarde van hun huis. Dat percentage is drie keer zo hoog als het percentage aan het begin van 2008.

Schulden
Het aantal huishoudens met hoge schulden nam in de periode van 2008 tot 2012 ook toe ten gevolge van de economische crisis. In totaal waren er in 2012 ongeveer 830 duizend huishoudens met hogere schulden dan de waarde van de bezittingen. Dit aantal was tweeënhalf keer zo hoog als het aantal in 2008.

Reactie van Technisch Werken
Voor de economische crisis stegen de prijzen van woningen voortdurend. Er leek bijna geen einde te komen aan de stijging van de huizenprijzen. Dit zorgde er voor dat mensen zo snel mogelijk een woning kochten. De prijzen zouden alleen maar hoger worden en daardoor was een woning een nuttige investering voor de lange termijn. De ontgoocheling door de crisis was echter groot. Huizenprijzen konden wel degelijk zakken. En dat ging met een percentage van wel twintig procent in sommige gevallen. Hierdoor ging het vermogen van veel mensen op in niets. Met name mensen met een aflossingsvrije hypotheek hadden en hebben reden tot zorgen wanneer ze met een restschuld blijven zitten als ze hun woning gedwongen moeten verkopen. Het is daarom goed dat de banken aarzelen bij het verstrekken van hoge hypotheken. De banken en andere hypotheekverstrekkers moeten de zorgplicht belangrijker achten dan winst. Soms zullen ze mensen teleur moeten stellen maar daarmee worden wel huishoudens van de financiële ondergang gered.

De keerzijde van de situatie is echter wel dat er minder huizen verkocht worden. Hierdoor is de bouw stil komen te staan. Door die situatie wordt een sector getroffen die in beginsel niet verantwoordelijk is geweest voor de economische crisis. De economische crisis is ontstaan als een schuldencrisis oftewel de kredietcrisis. De banken zijn grotendeels gered en de bouw kan maar moeilijk overleven. Daar kan het kabinet misschien oplossingen bieden. Al blijkt het kabinet niet bereid om extra te investeren in de bouw. De regering van Nederland heeft over het algemeen altijd meer binding gehad met de financiële sector dan met de techniek en de bouw. Daar mag wel eens verandering in komen. Een aantal huishoudens waar financiële problemen zijn ontstaan hebben of hadden een kostwinnaar die actief is in de bouwsector. Daar zijn veel ontslagen gevallen met alle gevolgen van dien.

Garantieregeling scheepsbouw in 2013 en 2014 nauwelijks gebruikt

De scheepsbouw is een belangrijke sector in de Nederlandse economie. Er zijn in Nederland verschillende toonaangevende scheepsbouwers gevestigd. De bedrijven leveren schepen over de hele wereld. Aan de scheepsbouw zijn echter financiële risico’s verbonden. Er moet veel materiaal worden ingekocht en daarnaast moeten veel arbeidsuren worden geïnvesteerd voordat een schip of jacht daadwerkelijk is  afgebouwd. Een scheepsbouwer krijgt de kosten van de bouw door hun klanten betaald in termijnen. Het komt echter in de economische crisis helaas regelmatig voor dat de klanten van de scheepsbouwers in financiële moeilijkheden raken. Dit heeft tot gevolg dat scheepsbouwers langer op hun geld moeten wachten. Het personeel van de scheepsbouwers kan echter niet stilzitten want dat kost nog meer geld. Door de betalingsproblemen van hun klanten raken scheepsbouwers zelf vaak ook in financiële problemen.

Garantieregeling Scheepsnieuwbouw Financiering (GSF)
De Nederlandse regering heeft een garantieregeling ingevoerd voor de scheepsbouwers in 2013. Deze garantieregeling draagt de naam ‘Garantieregeling Scheepsnieuwbouw Financiering (GSF)’ en moet de risico’s voor deze scheepsbouwsector zoveel mogelijk beperken. De totale investering in de garantieregeling is 1 miljard euro en is bestemd om de financiering van nieuwe scheepsbouworders mogelijk te maken. De garantieregeling wordt echter nauwelijks gebruikt door scheepsbouwwerven in Nederland. Het Financieele Dagblad melde maandag 2 juni 2014 dat scheepsbouwers juist geen gehoor vinden bij banken als ze problemen hebben met hun financiering.

In juni 2014 is de garantieregeling voor de scheepsbouw in totaal 15 maanden van kracht. De regeling is bedoelt voor werven die schepen bouwen in de hogere prijsklasse. Dit zijn werven die schepen bouwen met een prijs de 3 miljoen en 100 miljoen euro. De beschikbaarheid van kapitaal moet door de garantieregeling gegarandeerd zijn.

De Garantieregeling Scheepsnieuwbouw Financiering (GSF) is tot op heden niet gebruikt. Dit schept verbazing bij de politieke partij het CDA. Deze partij gaat opheldering vragen bij Henk Kamp de minister van Economische Zaken.

Reactie van Technisch Werken
Het is bijzonder dat de Garantieregeling Scheepsnieuwbouw Financiering (GSF) tot nu toe niet is gebruikt. De scheepsbouwsector is een sector die de afgelopen jaren een zware tijd heeft gehad. Verschillende grote scheepsbouwers zijn in moeilijkheden gekomen door klanten die niet betalen of die betalingsproblemen hadden.

De voorwaarden die aan de regeling zijn verbonden zullen er misschien voor hebben gezorgd dat veel scheepsbouwers niet in aanmerking kunnen komen voor de regeling. Het is terecht dat het CDA hierover opheldering wil. De Garantieregeling Scheepsnieuwbouw Financiering (GSF) klinkt mooi maar de regeling moet natuurlijk wel effectief zijn. Anders heeft het geen zin om 1 miljard euro te investeren in een regeling voor een sector in een moeilijke tijd. Als men de scheepsbouw wil helpen zal men echt concrete plannen en oplossingen moeten invoeren die daadwerkelijk nu hebben voor deze unieke sector. Daarbij moet men rekening houden met de specifieke factoren die een rol spelen in deze sector. Daar moet men de voorwaarden van de garantieregeling op aanpassen.

Gebruik duurzame energie was in 2013 gering

In Nederland lijkt veel aandacht voor duurzame energie aanwezig te zijn. In verschillende kranten en tijdschriften wordt volop beweert dat in Nederland meer geïnvesteerd wordt in duurzame energie. Ook de noodzaak van deze investering wordt door verschillende informatiebronnen onderstreept. Toch blijkt uit cijfers van het CBS dat er in 2013 verhoudingsgewijs weinig gebruik is gemaakt van duurzame energiebronnen. In dat jaar kwam slechts 4,5 procent van het totale Nederlandse energieverbruik uit duurzame energiebronnen.

Dit percentage is laag ten opzichte van het gehele energieverbruik. Daarnaast toont het percentage ook aan dat er vrijwel geen groei is geweest in het gebruiken van duurzame energie. Het percentage is namelijk gelijk aan het percentage van 2012. Europa wil dat landen meer investeren in duurzame energie zodat in de toekomst meer energie gehaald kan worden uit duurzame energiebronnen. Hiervoor zijn nieuwe technieken en technologieën nodig. Verder dienen ook investeringen te worden gedaan in de vorm van bijvoorbeeld windmolenparken en velden met zonnepanelen. In de Europese afspraken is vastgelegd dat in 2020 tenminste 14 procent van de Nederlandse energie duurzaam moet zijn.

Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen die er voor zorgen dat Nederland bijna geen groei doormaakt op het gebied van duurzame energie. De subsidies vormen een belangrijke reden. Subsidies zorgen er voor dat de kosten van duurzame energie omlaag kunnen worden gebracht. Volgens het CBS is de subsidie in 2013 verlaagt voor elektriciteitscentrales die biomassa meestoken. Dit meestoken van biomassa zorgt er voor dat er minder kolen hoeven te worden verbrand.  Het meestoken van biomassa is daarnaast ook lastig omdat de herkomst van het hout achterhaald moet worden. het hout dat mee gestookt wordt moet uit duurzame bossen komen.

Reactie van Technisch Werken
Duurzame energie gaat gepaard met flinke investeringen. Veel mensen zijn bereid om duurzame energie te gebruiken maar schrikken terug door de hoge kosten die duurzame energie met zich meebrengt. Windmolenparken kosten bijvoorbeeld veel geld. Dit heeft niet alleen te maken met de aanleg, ook het beheer brengt kosten met zich mee. Een deel van het geld zit in de pacht van de grond die voor deze parken gebruikt moet worden. Deze kosten bleken volgens een onderzoek van de NOS onnodig hoog te zijn omdat het Rijksvastgoed en Ontwikkelingsbedrijf (ROVB) hoge tarieven hanteert.

Duurzame energie kan goedkoper. De overheid zal daarop moeten sturen. Als dat gebeurd zal het aandeel duurzame energie toenemen ten opzichte van het totale energieverbruik. Daarnaast dient ook de technologie te worden verbetert. Zonnepanelen moeten meer rendement hebben om rendabeler te worden voor de particulieren en bedrijven die ze aanschaffen. Het terugverdienmodel is nog niet optimaal. Dit biedt uitdaging voor technici zoals engineers, constructeurs en productontwikkelaars. Deze mensen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de energiezuinige toekomst van Nederland.

Hoger opgeleiden namen vaker een lagere baan aan in 2013

Volgens uitkeringsinstantie UWV nemen hoger opgeleiden steeds vaker een lagere baan. Dit komt door het ruime aanbod van werkzoekenden op de arbeidsmarkt. Bedrijven zijn over het algemeen geneigd om de sollicitanten aan te nemen die over het hoogste opleidingsniveau beschikken. Hierdoor worden werkzoekenden met een lagere opleiding op de arbeidsmarkt steeds vaker verdrongen door mensen die werk zoeken terwijl ze in bezit zijn van een HBO of WO opleiding.

Het UWV had in 2013 in totaal 111.000 vacatures voor ongeschoold personeel. Met ongeschoold personeel wordt personeel bedoelt die niet in bezit is van een middelbareschooldiploma. Van het hiervoor genoemde aantal vacatures werden in de praktijk 20.000 ingevuld door werkzoekenden die ongeschoold zijn. Het grootste deel van de vacatures werd ingevuld door werkzoekenden die hoger opgeleid zijn. Het ging hierbij om 91.000 hoger opgeleiden die een baan hebben aangenomen in 2013 die voor lager opgeleid personeel geschikt is.

Er is verschil in de sectoren waar hoger opgeleiden de lager opgeleide werkzoekenden verdringen bij het solliciteren naar een baan. Met name in de agrarische sector, de detailhandel en de horeca werden lager opgeleiden verdrongen door hoger opgeleide werkzoekenden.

Een toename van het aantal zzp’ers
In 2013 hebben meer bedrijven gebruik gemaakt van zelfstandigen zonder personeel. In 2011 had 16 procent van de bedrijven zzp’ers in dienst. In 2013 was dat aantal gestegen naar 31 procent. Zzp’ers werden in 2013 meer ingezet dan uitzendkrachten. Met name grote bedrijven maakten gebruik van zelfstandigen zonder personeel. Bedrijven die zzp’ers inzetten doen dat meestal vanwege de flexibiliteit. Als er bijvoorbeeld een piek is in de productie dan kunnen zzp’ers deze piek net zoals uitzendkrachten prima opvangen. Dit gebeurd vooral in de agrarische sector. De overheid zet vooral zzp’ers in vanwege de kennis en ervaring die zzp’ers hebben op bepaalde gebieden zoals wet en regelgeving of arbeidsbemiddeling.

Reactie van Technisch Werken
Bedrijven kunnen er voor kiezen om overgekwalificeerd personeel aan te nemen maar dat is niet altijd verstandig. De verslechterde arbeidsmarkt kan verbeteren en de kans bestaat dat hoog opgeleid personeel op een gegeven moment op zoek gaat naar een baan die beter bij het opleidingsniveau en de ambities van de persoon past. Hierdoor kunnen bedrijven ervaren personeel kwijt raken tenzij ze het hoger opgeleide personeel intern voldoende uitdaging kunnen bieden.

Als bedrijven voor korte duur mensen nodig hebben kunnen ze op verschillende manieren in hun personeelsbehoefte voorzien. Er zijn verschillende detacheringsbureaus die personeelsleden kunnen detacheren bij bedrijven. Gedetacheerd personeel brengt voor bedrijven minder risico’s met zich mee. Na afloop van de opdracht kan het gedetacheerde personeel over het algemeen door het detacheringsbureau weer bij andere opdrachtgevers worden geplaatst. De opdrachtgevers zijn daardoor niet verplicht om gedetacheerd personeel aan het werk te houden.

Ook uitzendkrachten kunnen een prima oplossing vormen voor het wegwerken van piekproductie bij bedrijven. Uitzendkrachten worden over het algemeen op kortere klussen ingezet dan gedetacheerd personeel maar dat hoeft niet. Ook hebben veel mensen de indruk dat gedetacheerd personeel hoger opgeleid is dan uitzendkrachten. Dit hoeft in de praktijk lang niet altijd het geval te zijn.

Zelfstandigen zonder personeel moeten er meestal zelf voor zorgen dat ze aan het werk blijven. Soms doen ze dit in samenwerking met andere zzp’ers of arbeidsbemiddelingsbureaus zoals uitzendbureaus. Zzp’ers moeten veel risico’s echter zelf afdekken en dat is niet altijd makkelijk en bovendien kostbaar. Hoewel veel bedrijven er in 2013 voor hebben gekozen om zzp’ers in te zetten, zijn er ook verschillende zzp’ers die weer als uitzendkracht of gedetacheerde aan de slag zijn gegaan. Met name in de bouw was het in 2012 en 2013 erg moeilijk om aan het werk te komen.

Ondernemers in Europa geven mening over de economische opleving in 2014

Het incassobedrijf Intrum Justitia heeft onderzoek gedaan naar het economisch herstel. Tijdens dit onderzoek heeft het bedrijf 10.000 bedrijven benaderd in 31 landen. Hieruit kwam naar voren dat 72 procent van de bedrijven nog geen tekenen ziet van economisch herstel. Een groot deel van de bedrijven in Europa ziet nog onvoldoende opleving van de economie. Er zijn grote verschillen tussen de beleving van bedrijven in de diverse landen.

Beleving van economisch herstel
Ook tussen landen zijn de verschillen groot. In IJsland geeft slechts één procent van de ondernemers aan dat er tekenen zijn van een economische opleving. In Hongarije en Zweden is men eveneens negatief over de economische ontwikkelingen. In deze landen gaf slechts twee procent van de bedrijven aan dat er tekenen zijn van economische opleving.

In Nederland, Duitsland en Spanje hebben ondernemers een positiever beeld van de economie. In Duitsland zijn bedrijven het meest positief over de economische opleving, in dit land geeft 37 procent van de bedrijven aan dat ze wel tekenen zien die duiden op een herstel van de economie. In Nederland geeft 36 procent van de bedrijven aan dat er tekenen zijn van een economisch herstel. In Spanje doet 30 procent van de bedrijven dat.

Betalingsachterstanden zorgen voor problemen
Betalingsachterstanden komen tegenwoordig nog veel voor bij bedrijven en hun klanten. Dit zorgt er voor dat bedrijven in financiële problemen kunnen raken. Sommige bedrijven raken door betalingsproblemen van hun klanten failliet. Dit zorgt er voor dat banen verdwijnen en dat is slecht voor de werkgelegenheid. Ongeveer 55 procent van de bedrijven die tijdens het onderzoek zijn benaderd geven aan dat ze zeer ernstige nadelen ondervinden van het te laat of niet betalen van hun facturen.

Reactie van Technisch Werken
Betalingsproblemen kunnen er voor zorgen dat een bedrijf het gevoel heeft dat er nauwelijks verbetering is in de economie. Het is echter te kort door de bocht om de economische ontwikkelingen in een land enkel en alleen te koppelen aan betalingen. Ook opdrachten van klanten vormen een belangrijk element van een positieve tendens in de economie. Bedrijven in Nederland merken over het algemeen een behoorlijke stijging in het aantal aanvragen van klanten. Dit blijkt onder andere uit het aantal offertes die bedrijven uitschrijven voor potentiële klanten. Het is in de praktijk echter wel een strijd voor veel bedrijven om daadwerkelijk opdrachten binnen te halen.

Energieakkoord 2013 onder druk vanwege bijstookhout

Het Financieel Dagblad (FD) heeft dinsdag 22 april 2014 gepubliceerd dat milieugroepen en energiebedrijven het niet eens zijn over de uitwerking van het energieakkoord dat in 2013 is gesloten. In dit energieakkoord staan duidelijke afspraken over het bijstoken van hout in kolencentrales. Aan de duurzaamheid van dit hout zijn hoge eisen gesteld. Deze eisen zijn volgens sommige stroomproducenten te hoog. Daardoor hebben een aantal stroomproducenten spijt dat ze het energieakkoord hebben ondertekend.

Duurzaamheid bijstookhout
De eisen die in het Energieakkoord aan bijstookhout worden gesteld zijn vergelijkbaar met de strenge FSC-standaarden. Dit houdt in dat het bijstookhout afkomstig moet zijn van bossen die gericht zijn op duurzame bosbouw. Verschillende energiebedrijven halen hun hout echter uit bossen die minder gericht zijn op duurzaamheid. Dit is bijvoorbeeld het geval met hout dat afkomstig is van Amerikaanse en Canadese bossen. Daar worden de strenge normen met betrekking tot duurzaam hout minder gebruikt.

Het energieakkoord
In 2013 werd het Energieakkoord gesloten. Dit gebeurde toen onder leiding van de Sociaal-Economische Raad (SER). De eisen in dit akkoord zijn zeer streng. Daarom waren milieuorganisaties toen al verbaasd dat de elektriciteitsbedrijven akkoord zijn gegaan met de strenge eisen met betrekking tot het bijstoken van biomassa. Deze biomassa is over het algemeen hout. De milieuorganisaties zijn echter niet van plan om de afspraken die in het Energieakkoord staan te herzien. De afspraken worden wel verder uitgewerkt maar niet herzien volgens een woordvoerder van een milieuorganisatie.

Reactie van Technisch Werken
De meeste elektriciteitscentrales zijn kolencentrales. Door het verstoken van kolen komt er veel CO2 in de lucht. Er wordt bij het opwekken van elektriciteit ook steeds meer biomassa verbrand. Dit wordt gezien als een meer CO2 neutrale oplossing gezien. De eisen die aan het hout worden gesteld zijn wel streng. Hout moet uit duurzame bossen komen. Dat is logisch want de belangrijkste reden waarom een Energieakkoord wordt gesloten is het bevorderen van duurzaamheid en het besparen van het milieu. Daarom is het niet verwonderlijk dat de milieuorganisaties vasthouden aan de strenge eisen uit het Energieakkoord. Voor veel kolencentrales wordt het echter wel moeilijk om te blijven bestaan. Nederland kan niet zonder kolencentrales.

Zonne-energie en andere duurzame energievormen zoals winenergie leveren nog te weinig energie op om een land als Nederland in haar energiebehoefte te voorzien. Er ontstaan nog te veel black-outs als de duurzame energiebronnen zoals windmolens  te weinig energie opwekken. Duurzame energiebronnen zijn namelijk afhankelijk van de weersomstandigheden. De energie die opgewekt wordt in kolencentrales is veel constanter omdat deze wordt gewonnen uit het verbranden van kolen en biomassa. Zolang er voldoende brandstof aanwezig is kan men energie opwekken. De aard van deze brandstoffen is van groot belang als men de duurzaamheid van de kolencentrales wil beoordelen.

Steeds meer zonnepanelen in Nederland in 2013 en 2014

In 2013 is het aantal zonnepanelen in Nederland verdubbeld. De vraag naar zonnepanelen groeide explosief. Dit zorgde er voor dat er problemen ontstonden met betrekking tot de levering van zogenoemde zwarte zonnepanelen.  Niet alleen particulieren kopen zonnepanelen voor hun eigen huizen. Ook steeds meer bedrijven kiezen er voor om zonnepanelen te plaatsen. Peter Segaar voorziet het Centraal Bureau voor de Statistiek van cijfers over de verkoop van zonnepanelen. Hij merkt op dat bedrijven zonnepanelen hebben ontdekt en dat een toenemend aantal bedrijven bereid is om in zonnepanelen te investeren. Volgens Segaar is de grootste toename van klanten die zonnepanelen aanschaffen te vinden in de bevolkingscategorie met een modaal inkomen. Dit zijn de mensen met een huishouding.

Scholen en zonnepanelen
Een andere ontwikkeling op het gebied van duurzame energie is te vinden bij scholen in Nederland. Rolf Heynen van het bedrijf SolarSolutions merkt dat scholen ook steeds vaker zonnepanelen aanschaffen. Dit is volgens Heynen zeer interessant voor scholen. Allereerst wordt energie bespaard maar daarnaast is het plaatsen van zonnepanelen ook educatief voor leerlingen en studenten. Verder wordt natuurlijk met zonnepanelen een goed voorbeeld gegeven door scholen. Het maakt leerlingen en ouders bewust van hun verantwoordelijkheid voor het milieu.

Zonnepanelen in verschillende kleuren
Zonnepanelen kunnen tegenwoordig in verschillende kleuren gemaakt worden. Zonnepanelen hoeven daardoor niet meer zwart of donkerblauw te zijn maar kunnen een kleur krijgen die past bij de rest van de omgeving waarin het paneel wordt geplaatst. Daken met rode dakpannen kunnen bijvoorbeeld rode zonnepanelen krijgen waardoor het zonnepaneel opgaat in de rest van het dak. De nieuwste ontwikkeling op dit gebied is het dakpan-paneel. Dit zonnepaneel heeft de vorm van een dakpan. Het laten integreren van een zonnepaneel in een dak wordt steeds vaker toegepast. Toch vind iedereen dit niet noodzakelijk. Sommige bedrijven en projectontwikkelaars vinden het juist belangrijk dat mensen kunnen zien dat er zonnepanelen op gebouwen zijn geplaatst. Een zonnepaneel zorgt over het algemeen voor een positief imago. Bedrijven met zonnepanelen op hun daken tonen daarmee aan dat ze een bijdrage leveren aan milieuverantwoord ondernemen.

Zonnepanelen leveren werk op
Een groot deel van de zonnepanelen komt uit China. In China worden de afgelopen jaren veel zonnepanelen gemaakt met een verschillende kwaliteit. Nederlandse bedrijven verdienen vooral met het maken van onderdelen volgens Segaar. Volgens hem zijn er behoorlijk wat bedrijven in Nederland actief in de verkoop en het plaatsen van zonnepanelen. In de zonne-energie zitten volgens hem 1200 bedrijven in Nederland. Daardoor vormen zonnepanelen en zonne-energie een belangrijke rol op de arbeidsmarkt. Deze sector levert werkgelegenheid vaan veel mensen. Op dit moment werken er in Nederland 10.000 mensen in de zonne-energie. Dit zullen er volgens Segaar in de toekomst alleen maar meer worden. Vooral bouwbedrijven kunnen volgens hem meeprofiteren van deze groei. De officiële cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek komen aan het einde van de maand mei. Volgens Segaar is er een redelijke kans dat de officiële telling van het aantal zonnepanelen nog hoger uit zal vallen dan de telling die hijzelf heeft gedaan.

Reactie van Technisch Werken
De rol van zonnepanelen in de Nederlandse energievoorziening neemt toe. Zonnepanelen worden massaal gekocht alleen is de kwaliteit van zonnepanelen zeer verschillend. Hierdoor kan een goedkoop zonnepaneel achteraf toch een onverstandige aanschaf blijken te zijn. bij de aanschaf van zonnepanelen wordt gekeken naar het rendement. Dit rendement verschilt en het is belangrijk dat klanten een goede voorlichting over het terugverdienmodel krijgen van zonnepanelen. Zonnepanelen hebben een bepaalde levensduur. Op een gegeven moment wordt het rendement van een zonnepaneel zo laag dat deze beter vervangen kan worden door een nieuw zonnepaneel met een hoger rendement.

De vraag blijft dan staan: wat doen we met de verouderde zonnepanelen? Kunnen zonnepanelen eenvoudig worden aangepast naar een modernere variant? Het reviseren of retrofitten van zonnepanelen zal wel niet eenvoudig zijn. Daarbij moeten de zonnecellen worden vervangen. Net als bij andere producten bestaat de kans dat oude zonnepanelen gewoon op een afvalbult komen en geheel moeten worden gerecycled. Dat kost een hoop energie. Over een aantal jaren zal men echter wel met het vervangen van zonnepanelen aan de slag moeten. Bedrijven die daar een effectieve, milieubesparende oplossing voor bieden hebben een waardevolle rol in de toekomst van zonne-energie in Nederland.

Lonen in Nederland gemiddeld zes procent gedaald in 2013

De salarissen van Nederlandse werknemers zijn gedaald. In 2013 lagen de salarissen van Nederlandse werknemers gemiddeld zes procent lager dan de salarissen in 2012. Deze cijfers komen naar voren uit een onderzoek dat is uitgevoerd door de vacaturesite Monsterboard en Stichting Loonwijzer. Bij dit onderzoek werd door de twee organisaties het gemiddelde bruto uurloon gepeild van 185.000 Nederlandse werknemers. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat het gemiddelde bruto uurloon in 2013 voor een Nederlandse werknemer 14,60 euro was. In 2012 was het gemiddelde uurloon voor een Nederlandse werknemer nog 15,50 euro.

De daling in de salarissen verschild per sector. Met name in de IT sector en de financiële sector gingen de salarissen omlaag. Het uurloon van een medewerker in de IT sector daalde gemiddeld met 8,5 procent. In de financiële sector daalde her uurloon met 7,9 procent. De agrarische sector toonde ook een daling van de uurlonen van medewerkers. De daling in het uurloon was in die sector 6,6 procent. Er waren in 2013 ook sectoren waarin medewerkers verhoudingsgewijs weinig salaris inleverden. De sectoren die de kleinste loondaling toonden waren de toeristische sector en de horeca. In deze sectoren daalde het uurloon slechts met één procent. Daar staat tegenover dat in deze sectoren het salaris verhoudingsgewijs laag is. In de horeca en de toeristische sector lag het salaris gemiddeld op 10,40 euro per uur. In het onderwijs en de productie lag het salaris verhoudingsgewijs hoog. In deze sectoren lag het gemiddelde uurloon op 17,30 euro.

Loonsverhoging of niet
Bijna vijftig procent van de deelnemers die aan het onderzoek van vacaturesite Monsterboard en Stichting Loonwijzer deelnemen verwacht dat er in 2014 een loonsverhoging zal worden verstrekt door het bedrijf waar ze werken. De medewerkers in de IT branche zijn hierover nog het meest positief gestemd. Van deze medewerkers verwacht vijfenzestig procent een hoger salaris in 2014.

Vacaturesite Monsterboard en Stichting Loonwijzer hebben in hun rapport ook de baantevredenheid van werknemers in Nederland in beeld gebracht. De tevredenheid van Nederlandse werknemers is iets gedaald. Ten opzichte van het jaar 2013 is de tevredenheid over een baan door een werknemer gedaald van 64 procent naar 60 procent. Ook hierin zijn grote verschillen tussen de sectoren. In de transportsector is de tevredenheid over een baan het sterkste afgenomen. In de productiesector en de zorgsector zijn verhoudingsgewijs veel mensen positief over hun functie.

Reactie van Technisch Werken
De daling van salarissen is in belangrijke mate te wijten aan de economische ontwikkelingen van een land. De economische crisis heeft er voor gezorgd dat bedrijven kritischer naar loonkosten moeten kijken. De loonkosten vormen voor bedrijven meestal de grootste kostenpost. Bedrijven zoeken naar verschillende methodes om het salaris van medewerkers zo laag mogelijk te houden. Sommige bedrijven voelen zich zelfs genoodzaakt om goedkopere buitenlandse medewerkers in te zetten of de productie zelfs geheel naar het buitenland te verhuizen. Minister Asscher wil dat de loonkosten voor bedrijven omlaag gaan zonder daarbij de daadwerkelijke salarissen van medewerkers naar beneden worden bijgesteld. Op dit moment wordt onderzocht of er iets in de ‘fiscale sfeer’ geregeld kan worden om de loonkosten voor bedrijven te verlagen.

Aantal gedwongen huizenverkopen steeg in 2013

De laatste tijd is er veel positief nieuws over de huizenmarkt. De huizenverkoop is in het laatste kwartaal van 2013 behoorlijk gestegen. De Stichting Waarborgfonds Eigen Woning (WEW) maakte donderdag 16 januari 2014 echter bekend dat daar ook veel gedwongen woningverkopen bij zitten. De Stichting Waarborgfonds Eigen Woning is de instantie die de NHG verstrekt. Deze instantie maakte bekend dat in 2013 in totaal 4522 huishoudens een beroep moesten doen op de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) bij de verkoop van hun woning. Dit aantal is een toename van 27 procent ten opzichte van 2012.

Volgens de Stichting Waarborgfonds Eigen Woning is de toename van het aantal mensen dat een beroep doet op de NHG garantie te wijten aan de daling in de woningprijzen. Daarnaast zorgt ook de stijgende werkloosheid en een toename van het aantal echtscheidingen er voor dat woningen verkocht moeten worden. Dat hierbij de woningen beneden de aanschafwaarde worden verkocht is een nadelig gevolg. Het verlies dat bij de woningverkoop werd geleden is verschillend. Gemiddeld was het verlies op een woning ongeveer 11 procent. Als men het verlies zou moeten uitdrukken in een bedrag dan is het verlies dat per woning wordt geleden gemiddeld veertigduizend euro.

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woning verstrekt binnen bepaalde voorwaarden aan nieuwe huizenbezitters een hypotheekgarantie. Deze garantie zorgt er voor dat (een deel) van de restschuld  van een huis bij een gedwongen woningverkoop wordt vergoed vanuit het waarborgfonds. In 2013 kreeg 79 procent van de voormalige huizenbezitters hun restschuld kwijtgescholden. Dit was in 2012 nog 75 procent.

Reactie van Technisch Werken
De woningmarkt is nog niet volledig hersteld. Het herstel zal moeten voortduren. Toch is aan elke gedwongen woningverkoop ook weer een koper verbonden die de woning tegen een redelijk gunstige prijs kan bemachtigen. Er kan daardoor wel een doorstroom plaatsvinden en de kansen voor starters op de woningmarkt zijn ook beter. Meestal liggen aan gedwongen woningverkoop financiële redenen ten grondslag. Dat is natuurlijk geen positief teken voor de economie.

Verwachtingen arbeidsmarkt 2014 een overzicht

De arbeidsmarkt zal volgens de website Technisch Werken in 2014 stabiliseren. Een verdere verslechtering van de arbeidsmarkt is niet aannemelijk omdat de economie in 2013 over haar dieptepunt heen is geklommen. Aan het einde van 2013 merkten uitzendbureaus in de meeste sectoren een groei in het aantal uitzenduren. Ook de omzet nam hierdoor toe. Uitzendbureaus zijn een belangrijke graadmeter voor de economie. Alleen de zorgsector blijkt moeizaam uit haar dal omhoog te kunnen klimmen. Hieronder staan een aantal teksten over verschillende aspecten van de huidige arbeidsmarkt. Daarnaast is aangegeven wat de verwachtingen zijn voor de arbeidsmarkt in 2014.

Voorspellen is lastig
Natuurlijk is het lastig om een exacte prognose over de arbeidsmarkt van 2014 te geven. De meeste economische experts hebben de economische crisis niet kunnen voorspellen. De paar economische experts die de crisis toevallig wel hadden voorspeld hebben hier behoorlijk munt uit geslagen. De toekomst voorspellen is niet eenvoudig. Een belangrijk aspect voor de economie is vertrouwen. Hierbij kan gedacht worden aan consumentenvertrouwen maar ook vertrouwen van banken in bedrijven zodat kredieten kunnen worden verstrekt. Daarnaast is het belangrijk dat men vertrouwen heeft in het beleid van de Nederlandse regering. Deze regering kan een belangrijke of zelfs doorslaggevende rol spelen in het scheppen van een economisch gunstig klimaat voor werkgevers en werknemers.

Hoewel het economisch herstel nu met zeer geringe cijfers aantoonbaar is wijkt de regering nog niet van haar bezuinigingsbeleid. Of dit verstandig is zal de toekomst moeten laten blijken. Het is helaas wel zo dat de regering van Nederland niet volledig zeggenschap heeft met betrekking tot de inkomsten en uitgaven van overheidsgeld in Nederland. Europa wil meebeslissen over wat er in de Europese landen gebeurd. Strenge richtlijnen met betrekking tot het begrotingstekort zorgen er voor dat landen niet vrij zijn in hun economisch beleid.

Beïnvloeding van de arbeidsmarkt in Nederland
Nederland heeft de afgelopen jaren te maken gehad met een stijgende werkloosheid. Deze stijgende werkloosheid zorgt er voor dat de regering stijgende kosten heeft met betrekking tot het verstrekken van uitkeringen. Hoe meer uitkeringen worden verstrekt hoe meer de regering op andere kostenposten moet gaan bezuinigen. De regering zoekt naar allemaal opties om de last van de uitkeringen af te schuiven naar andere partijen. Een voorbeeld hiervan is werkgevers langer verantwoordelijk te houden voor het betalen van ziektegeld en re-integratie van werknemers. Dit is voor de regering een kostenbesparing. Voor werkgevers is dit een enorm risico dat misschien met dure verzekeringen kan worden afgedekt. Werkzoekende op de arbeidsmarkt die een medisch verleden hebben kunnen echter rekenen op terughoudendheid van bedrijven tijdens een sollicitatieprocedure. Bedrijven zullen van te voren willen weten of iemand het bedrijf veel geld gaat kosten omdat hij of zij in het verleden regelmatig ziek is geweest.

De voorstellen van de regering hebben invloed op de arbeidsmarkt. Ook het versoepelen van het ontslagrecht heeft een grote invloed op de in-, door- en uitstroom van personeel. Bedrijven zullen de kans aangrijpen om medewerkers die niet goed functioneren of regelmatig verzuimen uit het bedrijf te zetten zonder een torenhoge ontslagvergoeding. De vergoeding voor het ontslaan van een medewerker moet daarnaast volledig besteed worden aan het vergroten van de kansen op de arbeidsmarkt voor de medewerker. Een bedrijf ontslaat een medewerker echter niet voor niets. Wanneer een opleiding of training een significante bijdrage zou leveren aan het functioneren van de medewerker zou het bedrijf dit ook intern hebben kunnen doen zodat de medewerker zijn of haar plek binnen de organisatie kon behouden.

Bedrijfseconomische aspecten
Natuurlijk kunnen bedrijfseconomische aspecten een rol spelen wanneer een bedrijf besluit om afscheid te nemen van een medewerker. In dat geval heeft een opleiding of training om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten meer zin. Daarbij moet echter niet uit het oog verloren worden dat een bedrijf die een medewerker ontslaat in een bepaalde branche actief is. Het is aannemelijk dat de ontslagen medewerker het meeste kans op werk heeft in dezelfde branche. Bedrijfseconomische problemen zijn echter in de meeste gevallen branche breed. Denk hierbij aan de problemen in bouwsector. Slechts enkele bouwbedrijven draaien goed maar niet zo goed dat ze veel extra personeel kunnen gebruiken.

Omscholing en kansen op de arbeidsmarkt
Personeel dat ontslagen wordt om bedrijfseconomische redenen moet rekening houden met omscholing. Hierdoor kan het personeel ook in een andere branche aan de slag. Dit is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Het blijkt erg moeilijk om een geschikte branche te vinden waar omscholing nuttig voor is. In welke branche is veel vraag naar personeel en is weinig personeel beschikbaar? Daarnaast moet personeel geschikt gemaakt kunnen worden doormiddel van een korte omscholing. Wat de overheid of de re-integratiebureaus ook beloven, dit is een utopie. Er is vrijwel geen enkele branche in Nederland waar men met een korte omscholing volop kans op werk heeft.

In de meeste branches die een groei doormaken is voldoende personeel beschikbaar om aan de vraag te voldoen. Het heeft geen nut om de arbeidsmarkt te overspoelen met pas omgeschoolde arbeidskrachten die teleurgesteld worden omdat de beloofde kansen toch gering blijken te zijn.

Omscholing naar de technische branche
De regering en de opleidingsinstellingen schreeuwen het bijna uit dat er veel vraag is naar technisch personeel. Het is jammer dat opleidingsinstellingen hierbij een commercieel belang hebben en daardoor niet duidelijk aangeven wat nu precies de wensen zijn van de technische branche. In de techniek is inderdaad behoefte aan technisch personeel. Dit is niet personeel wat een paar jaar opleiding heeft genoten. Men zoekt specialisten die een gedegen opleiding hebben gehad en over jarenlange praktijk ervaring beschikken. Daarnaast moet technisch personeel in staat zijn om oplossingen te bedenken voor technische problemen. Onderhoud, revisie en reparatie zullen in de toekomst belangrijker worden dan assemblage en nieuwbouw van machines en werktuigen.

Het in elkaar zetten van machines en onderdelen is over het algemeen eenvoudiger dan het zoeken naar storingen in bestaande machines en het repareren daarvan. Voor storing zoeken en repareren is echter veel meer kennis nodig. Dit is niet eenvoudig en leer je niet binnen een paar jaar op school. Omscholing van iemand buiten de techniek naar de technische branche is een leuk initiatief maar op een paar uitzonderingen na compleet kansloos. Op die manier wordt de arbeidsmarkt alleen maar voorzien van meer goedbedoelde gemotiveerde werkzoekenden die een hoop teleurstellingen staan te wachten. Het zou de overheid, re-integratiebureaus en opleidingsinstituten sieren wanneer ze een eerlijk verhaal zouden houden naar hun cliënten over de techniek. In 2014 zal de technische branche vermoedelijk haar herstel voortzetten. De bouw zal echter ook in 2014 nog niet volledig hersteld zijn. Wel zal naar verwachting de ergste krimp in deze sector achter de rug zijn.

Stabilisatie is de kern voor 2014
De meeste branches zullen zich stabiliseren. Dit houdt in dat ze niet verder zullen krimpen maar ook niet een enorme stijging door zullen maken. Dit is natuurlijke een veilige voorspelling. Na een periode van een daling komt men op een gegeven moment op het diepste punt en zal men van daaruit weer langzaam naar boven moeten gaan. Het moment waarop het diepste punt is bereikt is lastig in te schatten. Toch lijken de eerste positieve tekenen van groei die uit de uitzendbranche naar voren komen hoopvol. Daarnaast is ook het CBS minder negatief dan de afgelopen jaren. Bedrijven en ook werkzoekenden geven daarnaast ook positieve signalen af. De regering is echter nog wel bezorgd over de komst van arbeidsmigranten uit Oost Europa.

Arbeidsmigranten een gevaar of niet?
Arbeidsmigranten vormen geen gevaar voor de arbeidsmarkt in Nederland wanneer ze maar eerlijk behandeld worden. Het moet in Nederland eerlijker worden op de arbeidsmarkt. Het moet niet uitmaken waar iemand vandaan komt, iedereen moet een salaris verdienen conform de cao waarin het bedrijf actief is. Wanneer bedrijven buitenlandse werknemers bewust lager betalen zijn ze goedkoper dan Nederlandse arbeidskrachten. Dit is natuurlijk een kostenbesparing voor het bedrijf. Buitenlandse werknemers krijgen soms allemaal netto vergoedingen van bedrijven om de lage loonkosten te compenseren. De doelstelling hiervan is het drukken van de kosten voor een bedrijf en het betalen van zo weinig mogelijk loonbelasting.

Deze werkwijze is de overheid een last. Daarom wil de overheid deze misstanden aanpakken door afspraken te maken met de landen waar de arbeidsmigranten vandaan komen. Dat is natuurlijk goed maar het helpt nauwelijks. Wat voor belang hebben de Oost Europese landen bij het controleren op deze werkwijze? Daarnaast kost het die landen veel te veel tijd en geld om controles uit te voeren. Veel arbeidsmigranten besteden daarnaast het salaris dat ze in Nederland hebben verdiend in hun thuisland. Dat is alleen maar goed voor de economie van dat thuisland.

De Nederlandse economie is er echter niet bij gebaat. Die loopt door vage constructies belastinggeld mis. Het zou in Nederland verplicht moeten zijn dat elke werknemer in Nederland hetzelfde salaris zou verdienen wanneer deze precies dezelfde werkzaamheden uitvoert. Hierbij moet niet gekeken worden naar achtergrond of land van herkomst. Wanneer de overheid en bedrijven deze criteria hanteren is de uitbuiting voorbij en heeft iedereen een eerlijke kans op een baan. Bedrijven zullen dan iemand beoordelen op zijn of haar kwaliteiten in plaats van de loonkosten.

Iets wat veel bedrijven als positief punt ervaren van arbeidsmigranten is hun arbeidsethos. Veel arbeidsmigranten uit bijvoorbeeld Polen en Hongarije werken hard. Ze maken zonder klachten overuren. Dat is voor veel bedrijven wel een belangrijke extra factor die meespeelt bovenop de lage loonkosten. Werknemers in Nederland kunnen in sommige gevallen veel leren van de werkhouding van arbeidsmigranten.

Het beste arbeidsethos voor 2014
Een goed arbeidsethos vergoot je kansen op de arbeidsmarkt. Het vinden van werk is natuurlijk van meer factoren afhankelijk zoals loopbaan, opleidingen, vervoer en de plek waar je woont. Toch heeft ook het arbeidsethos een belangrijke invloed op het vinden van werk. Motivatie staat hierin centraal. Wanneer een werkzoekende een aantal teleurstellingen te verwerken heeft gehad moet dat er niet voor zorgen dat er vermindert gezocht wordt naar werk. Werkzoekenden moeten hun eigen kansen goed inschatten en hard werken om hun kansen te verbeteren. Dit kan doormiddel van sociale media, persoonlijke netwerken, schrijven van sollicitatiebrieven en het inschrijven bij een uitzendbureau. Onderscheiden van andere werkzoekenden is moeilijk. Een gerichte sollicitatie zorgt er al voor dat je veel sollicitanten die solliciteren uit verplichting achter je laat.

Iemand die in bezit is van een baan zal zich flexibel moeten opstellen. Bedrijven moeten namelijk ook flexibel inspelen op de vraag van hun klanten. Dit vereist een flexibele bedrijfsvoering. Personeel dient zich daaraan aan te kunnen passen. Bedrijven willen daarom graag dat werknemers open staan voor veranderingen. Personeel kan doormiddel van een verbreding van een takenpakket in een bedrijf op verschillende posities ingezet worden. Daardoor kunnen bedrijven makkelijker schakelen tussen de producten en diensten die geleverd worden aan klanten.

Naast flexibiliteit is ook leergierigheid een belangrijk onderdeel voor het beste arbeidsethos voor 2014. Werknemers zullen zich moeten blijven ontwikkelen. Dit is niet alleen in de techniek belangrijk. De opkomende economieën in de wereld zorgen voor een stevige concurrentie die alleen met hoogwaardige kwaliteit kan worden tegengegaan. De producten en diensten in Nederland moeten beter zijn dan die in het buitenland. Op het gebied van productiekosten kan Nederland de slag bijna niet winnen. De automatisering van productieprocessen zorgen er weliswaar voor dat de productiekosten omlaag gaan maar lageloonlanden kunnen in de meeste gevallen zo goedkoop produceren dat zelfs de transportkosten worden terugverdient. Een leergierige houding die vindingrijk is en open staat voor nieuwe processen en producten is van groot belang voor 2014 en de periode daarna.

Gasunie transporteert in 2013 een recordhoeveelheid gas

De Gasunie heeft in 2013 een enorme hoeveelheid gas getransporteerd. Nog voor het einde van 2013 bereikte het transport van gas al een recordniveau van 113 miljard kubieke meter. De netbeheerder bracht deze informatie naar buiten op dinsdag 24 december 2013. Deze hoeveelheid zorgde er voor dat het oude record van 2010 gebroken werd. Ten opzichte van 2010 werd in 2013 in totaal 2 miljard kuub meer gas getransporteerd.

De oorzaak van de grote stijging in het gastransport wordt vooral toegeschreven aan de koude wintermaanden aan het begin van 2013. In maart was de gemiddelde temperatuur in Nederland ongeveer 0,6 graden Celsius onder nul. Deze koude periode zorgde er voor dat Nederland en andere West-Europese landen een grotere vraag hadden naar aardgas. In het eerste kwartaal werd door de Gasunie meer gas door de leidingen rondgepompt.

Deze hoeveelheid is nog nooit zo hoog geweest. Uiteindelijk werd in het eerste kwartaal van 2013 ongeveer 36,1 miljard kuub gas door de leidingen getransporteerd. Dit is ongeveer 0,3 miljard kuub meer dan het laatste kwartaalrecord. Dat record stond in 1996. Gemiddeld wordt in het eerste kwartaal van een jaar veel minder gas getransporteerd. Het gemiddelde aantal kuub wat in de eerste drie maanden wordt getransporteerd is 30 miljard.

De hoeveelheid gas die de Gasunie transporteert is niet alleen bestemd voor het gebruik binnen de grenzen van Nederland. De Gasunie vormt de laatste jaren ook een internationaal knooppunt met betrekking tot de distributie van gas. Tien jaar geleden transporteerde de Gasunie bijna 50 procent van al het gas voor het buitenland. In 2013 was dit percentage gestegen naar 60 procent.

Reactie van Technisch Werken
De Gasunie heeft een belangrijke positie voor Nederland en het buitenland met betrekking tot de distributie van gas. De Gasunie is zich van deze positie bewust en zorgt er voor dat verschillende nieuwe gebiedstechnici worden opgeleid om werkzaamheden op gasdistributiestations te coördineren en te controleren. Wanneer enorme hoeveelheden gas worden getransporteerd is het belangrijk dat er veel aandacht wordt besteed aan veiligheid. De veiligheidsregels binnen de Gasunie zijn zeer streng. Dit zorgt er voor dat ondanks de grote hoeveelheden gas die getransporteerd worden toch de veiligheid niet uit het oog verloren wordt.

Het einde van 2013 verloopt zonder lage temperaturen. Desondanks is de hoeveelheid gas die in dat jaar getransporteerd is op een recordniveau. Omdat de Gasunie ook meer dan de helft van het gas transporteert voor het buitenland is het moeilijk om de klimaatontwikkelingen van Nederland geheel te koppelen aan de stijging in het gastransport.

Omzet uitzendbranche stijgt

Dinsdag 24 december 2013 maakte brancheorganisatie ABU cijfers bekend over de uitzendbranche. Hieruit kwam naar voren dat de omzet van uitzendbureaus is toegenomen. De ABU vergeleek de omzetcijfers van 2013 met de omzetcijfers van 2012 voor de maand november. Hieruit kwam een omzetstijging naar voren van twee procent. Daarnaast nam ook het aantal uren dat uitzendkrachten hebben gewerkt toe. Deze toename was 1 procent.

Volgens de ABU nam de omzetstijging het sterkste toe in de administratieve sector. In deze sector werd een omzetgroei gerealiseerd van vijf procent. Daarnaast nam het aantal gewekte uren van uitzendkrachten in deze sector toe met vier procent. Ook de omzet van uitzendbureaus die uitzendkrachten bemiddelen in de industrie nam toe. In de industriële sector nam de omzet van uitzendbureaus toe met twee procent. Het aantal uitzenduren nam in deze branche nauwelijks toe. De uitzendbureaus in de technische sector maakte een kleine krimp door. In deze sector nam het aantal uitzenduren af met één procent. Ook de omzet nam in deze sector af met één procent. De medische sector kreeg te maken met de sterkste daling in het aantal uitzenduren. In deze sector nam het aantal uitzenduren af met dertig procent. De omzet van uitzendbureaus in de medische sector daalde met zevenentwintig procent.

Reactie van Technisch Werken
Goed nieuws dat de omzet en de uitzenduren in de uitzendbranche stijgen. Er zijn echter grote verschillen in de sectoren zichtbaar. Dit zorgt er voor dat sommige uitzendbureaus een zeer moeizaam jaar achter de rug hebben. De verwachtingen voor 2014 zijn gunstig. Het beeld van de economie over komend jaar is positief. In het meest ongunstige geval zal 2014 gelijk zijn aan 2013. Vermoedelijk wordt 2014 beter omdat verschillende bedrijven profiteren van het herstelde consumentenvertrouwen. De regering moet er voor zorgen dat in Nederland een gunstig klimaat wordt gecreëerd voor consumenten. De bezuinigingen moeten niet een zwaardere last leggen op de schouders van de bevolking.

Pas wanneer de regering de economie laat herstellen kunnen bedrijven in Nederland weer op adem komen. Het prille herstel moet niet wegbezuinigd worden maar moet juist nieuwe impulsen krijgen om de groei door te zetten. Het investeringsklimaat voor bedrijven moet verbeteren. Banken moeten bedrijven de kans geven om een lening af te sluiten wanneer een bedrijf wil investeren in nieuwe markten en nieuwe technologieën.

Wanneer er niet wordt geïnvesteerd in technologie en innovatie zullen de producten van Nederlandse bedrijven veroudert worden en niet meer voldoen aan de vraag uit de markt. De industrie en de techniek zijn branches waar de focus op moet komen te liggen. Uitzendbureaus die zich richten op deze segmenten zullen in 2014 hopelijk een groei doormaken in omzet en uitzenduren.