Olieprijs is gestegen op vrijdag 23 januari 2015

De olieprijs van een vat Brent is op vrijdag 23 januari 2015 met ruim twee procent gestegen. Een vat Brent olie is de graadmeten voor de olieprijs uit het Midden-Oosten en Europa. Op vrijdagochtend kwam de prijs van een vat Brent op 49,65. De prijs van Amerikaanse olie is eveneens op vrijdag met twee procent gestegen en kwam daardoor op 47,23 dollar per vat. Ondanks deze prijsstijging staat het prijsniveau van olie nog steeds op ongeveer het laagste niveau sinds het begin van 2009.

Het overlijden van Abdullah de koning van Saudi-Arabië heeft invloed gehad op de olieprijzen vrijdagochtend 23 januari 2015. Sommige beleggers speculeren dat er door de dood van de koning veranderingen worden doorgevoerd binnen het beleid van de OPEC. In 2014 was Saudi-Arabië het belangrijkste land binnen de OPEC dat er voor zorgde dat de olieproductie gehandhaafd bleef ondanks de daling in de olieprijs. Door dat besluit ging in 2014 de olieprijs nog verder omlaag.

Reactie van Technisch Werken
Dat de markt grillig is blijkt uit bovenstaand bericht. Door de dood van een belangrijke persoon in de OPEC kan de olieprijs al stijgen. Uiteraard kan door een andere ontwikkeling de olieprijs weer dalen. De markt is sterk gebonden aan het gevoel en de emotie die aandeelhouders op een bepaald moment hebben. Dit speculeren zorgt er voor dat na een periode van daling er weer een stijging ontstaat in de olieprijs. Als de OPEC echter bij haar besluit van 2014 blijft en de olieproductie niet wordt verlaagd zal de olieprijs vermoedelijk binnen afzienbare tijd weer omlaag schieten.

Wat wordt bedoelt met ‘inlener’ in de uitzendbranche?

Het woord ‘inlener’ wordt in de uitzendbranche regelmatig gebruikt. Het woord wordt onder andere gebruikt in termen zoals inlenersbeloning en inlenersaansprakelijkheid. Voordat men de betekenis van deze termen gaat opzoeken is het belangrijk dat men weet wat met de ‘inlener’ of ‘inlenende partij’ wordt bedoelt. De inlener en het uitzendbureau zijn twee partijen die met elkaar tot overeenkomst zijn gekomen over het bemiddelen en te werk stellen van uitzendkrachten of gedetacheerden.

Opdrachtgevers van uitzendbureaus en detacheringsbureaus
Uitzendbureaus en detacheringsbureaus bemiddelen flexibel personeel. Dit personeel blijft gedurende de uitzendperiode of de detachering in dienst bij het uitzendbureau en detacheringsbureau. Het personeel dat deze bureaus bemiddelen is echter zelden binnen het desbetreffende bureau werkzaam. In plaats daarvan wordt het personeel uitgeleend aan andere bedrijven. Deze bedrijven worden door de uitzendbureaus en detacheringsbureaus benadert met de vraag of ze vacatures hebben voor de uitzendkrachten en het detacheringspersoneel.

Bedrijven kunnen aan uitzendbureaus en detacheringsbureaus een opdracht geven om op zoek te gaan naar tijdelijke krachten voor bepaalde vacatures. Deze tijdelijke krachten worden ook wel flexwerkers genoemd en zijn zeer geschikt om een tijdelijke piek in de productie van opdrachtgevers op te vangen. Het is echter ook mogelijk dat opdrachtgevers voor langere tijd een uitzendkracht of een detacheringskracht zoeken. In dat geval heeft een opdrachtgever vaak de keuze of hij of zij de uitzendkracht voor langere tijd inleent of een werving en selectiebedrag gaat betalen aan het uitzendbureau waarmee de desbetreffende arbeidskracht meteen bij het bedrijf in dienst kan treden. Opdrachtgevers kunnen er ook voor kiezen om zogenoemde headhuntersbureaus in te zetten. Deze bureaus werken over het algemeen op basis van werving en selectie afkoopsommen.

Als een opdrachtgever er voor kiest om uitzendkrachten of detacheringskrachten in te lenen verandert hij van opdrachtgever in inlener. Het bedrijf leent op het moment dat hij of zij de overeenkomst sluit met het uitzendbureaus of detacheringsbureau namelijk de desbetreffende flexwerker in.

Verhouding tussen inlener en uitzendbureau
De verhouding tussen de inlener en het uitzendbureau is bijzonder. Formeel is het uitzendbureau de werkgever maar in de praktijk wordt de flexkracht door de inlener aangestuurd in de uitvoer van de dagelijkse werkzaamheden. De inlener is daarom verantwoordelijk voor de begeleiding en aansturing van de werknemer. Ook een eventueel inwerktraject dient door de inlener te worden uitgevoerd in samenwerking met de desbetreffende flexkracht.

De inlener draagt echter nauwelijks risico’s. Omdat de flexkracht in dienst is bij het uitzendbureau draagt het uitzendbureau het risico met betrekking tot ziekte en arbeidsongeschiktheid. Uiteraard dient het uitzendbureau hiervoor afdoende verzekerd te zijn. Verder is het uitzendbureau eveneens verantwoordelijk voor de juiste afdrachten en het betalen van het loon.

Inlenersaansprakelijkheid
Het woord inlenersaansprakelijkheid houdt verband met het toezicht en de controle van de inlener met betrekking tot de werkzaamheden en arbeidsomstandigheden van de werknemer. De inlener is verantwoordelijk voor een veilige werkplek en dient er voor te zorgen dat de werknemer goed wordt geïnstrueerd indien deze in een omgeving gaat werken met specifieke risico’s. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan werken met machines of werken met gevaarlijke stoffen. Bedrijven dienen op de hoogte te zijn van de risico’s die op de werkplek aanwezig zijn. Deze dienen ze volgens de wet schriftelijk vast te leggen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Hieruit volgt een plan van aanpak om de risico’s te reduceren of indien mogelijk geheel te verwijderen van de werkplek.

Dat laatste is niet altijd mogelijk. Daarom dienen werknemers op de hoogte te zijn welke risico’s nog aanwezig zijn op de werkplek. Een werkgever (die tevens de inlener is) dient zowel haar eigen personeel als de flexkrachten duidelijk te instrueren over de risico’s en de manier waarop met die risico’s om gegaan dient te worden. Waarschuwingsmarkeringen en het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn hier een aantal voorbeelden van. Voor het werken met hoogwerkers en heftruck dienen werkgevers (dus ook inleners)  aan te kunnen tonen dat de werknemers voldoende zijn geïnstrueerd. Veel werkgevers kiezen er voor om de werknemers en flexkrachten hiervoor een heftruckcertificaat of een certificaat ‘veilig werken met een hoogwerker’ te laten behalen. Er zijn echter nog veel meer veiligheidscertificaten die door werkgevers/ inleners kunnen worden verstrekt aan werknemers zoals:

  • ‘veilig hijsen’ voor het veilig verplaatsen van lasten.
  • NEN 3140 voor het veilig werken in een omgeving met elektriciteit.
  • VCA voor de veiligheid van de werknemers op bouwplaatsen en andere technische werkplekken.

Technische uitzendbureaus ondersteunen de inleners, waar ze hun uitzendkrachten aan het werk hebben, vaak met het verstrekken van cursussen en opleidingen die de veiligheid op de werkplek vergroten. De uitzendbureaus zijn echter zelf niet verantwoordelijk. Indien een uitzendbureau VCU gecertificeerd is kan van dat bureau wel worden verwacht dat ze een goede controle houdt op het naleven van de veiligheid op de werkplek.

Inlenersbeloning en equal pay
Vanaf 30 maart 2015 is de inlenersbeloning vanaf de eerste werkdag van toepassing voor uitzendkrachten die bij een inlener te werk worden gesteld. Voor vakkrachten gold deze regeling al sinds medio 2014. Een vakkracht is iemand die in een cao van de inlener als vakkracht wordt aangemerkt vanwege een bepaald opleidingsniveau of ervaringsniveau. Op 30 maart 2015 dient echter de inlenersbeloning voor elke uitzendkracht te worden ingevoerd. Deze inlenersbeloning wordt ook wel equal pay genoemd. Uitzendbureaus dienen voordat ze de uitzendkracht/ flexwerker uitlenen aan de inlener goed na te gaan onder welke cao de inlener valt.

Daarbij dienen ze de uitzendkracht op een gelijkwaardige manier te belonen als het overige personeel dat rechtstreeks bij de inlener werkzaam is. Hierdoor wordt scheefgroei voorkomen. Equal pay schept zowel verplichtingen aan het uitzendbureau als aan de inlener. Van de inlener wordt namelijk verwacht dat deze zich ook houdt aan de equal pay richtlijnen. Als de inlener misbruik vermoed dient deze dat bij de juiste instanties aan te geven. Bij zeer lage tarieven voor uitzendkrachten en andere flexwerkers dient de inlener dus actie te ondernemen en na te gaan of de inlenersbeloning wel correct is ingevoerd. Een gemakkelijke houding van de inlener wordt in 2015 niet meer getolereerd door de overheid. Uitzendbureaus die zich niet aan de equal pay houden kunnen fixe boetes verwachten en inleners ook. Door equal pay wordt de arbeidsmarkt transparanter en eerlijker aldus de overheid. De inlenersbeloning/ equal pay is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen uitzendbureau en inlener.

Equal pay 2015

Equal pay is in feite de inlenersbeloning. Deze inlenersbeloning wordt van kracht op 30 maart 2015. Dit houdt in dat vrijwel alle uitzendkrachten vanaf die datum op hun eerste werkdag minimaal dezelfde beloning dienen te ontvangen als de contractwerknemers die dezelfde werkzaamheden uitvoeren bij het bedrijf dat de uitzendkrachten inleent. Equal pay vloeit voort uit afspraken die de ABU en de bonden met elkaar hebben gemaakt in het principeakkoord dat gesloten is op 30 september 2014.

Wat is equal pay?
Equal pay is een Engelse term die in het Nederlands vertaald kan worden met ‘gelijkwaardige beloning’ of ‘gelijke beloning’. In het verleden werd deze term vaak gebruikt om duidelijk te maken dat mannen en vrouwen gelijkwaardig betaald te dienen worden als ze in dezelfde functie werkzaam zijn. Tegenwoordig wordt equal pay vooral gebruikt in wetten en voorschriften die er voor moeten zorgen dat tijdelijke werknemers of zogenoemde flexwerkers gelijkwaardig beloond dienen te worden ten opzichte van personeel dat rechtstreeks in dienst is bij het bedrijf.

Over welke beloningsonderdelen gaat equal pay?
Als men het heeft over de beloning van een werknemer kan men verschillende beloningscomponenten bedoelen. Daarom wordt er door de Wet Werk & Zekerheid duidelijkheid verschaft over welke componenten van toepassing zijn als men het heeft over equal pay. Dit zijn de volgende:

  • Het bruto loon van de werknemer.
  • Arbeidsduurverkorting (ADV) en andere bepalingen met betrekking tot de arbeidsduur indien deze rechtstreeks invloed hebben op de hoogte van het loon dat is vastgesteld.
  • Toeslagen die van toepassing zijn op het loon zoals overwerktoeslag, onregelmatigheidstoeslag en toeslag voor overuren. Ook ploegentoeslag hoort bij deze groep toeslagen.
  • Initiële loonsverhoging dienen voor flexwerkers op het zelfde moment in te gaan als bij de werknemers die rechtstreeks bij een bedrijf werken. Ook de hoogte van de loonsverhoging dient het zelfde te zijn.
  • Extra kostenvergoedingen zoals reiskosten en pensioenkosten dienen eveneens gelijkwaardig te worden betaald aan de flexkrachten. Dit is ook van toepassing op overige kosten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de functie.
  • Tot slot dienen ook de periodieken die de inlener aan haar eigen personeel toekent eveneens te worden verstrekt aan de flexwerkers. Ook hierbij dient de hoogte en het tijdstip gelijk te zijn aan het personeel dat rechtstreeks bij het bedrijf in dienst is.

Waarom is equal pay ingevoerd?
Men kan zich misschien afvragen waarom uitzendbureaus equal pay moeten invoeren. Het antwoord hierop heeft te maken met het feit dat een aantal uitzendbureaus hun uitzendkrachten minder salaris biedt dan het personeel dat rechtstreeks bij hun opdrachtgever (de inlener) op contractbasis werkt. Hierdoor ontstaat scheefgroei en in sommige gevallen is er zelfs sprake van uitbuiting. Door equal pay wil de overheid voorkomen dat flexkrachten worden uitgebuit door de uitzendbureaus en de inleners. Uitzendbureaus en de inleners dienen daarom van te voren met elkaar in overleg te gaan over de beloning van de flexkrachten. Uiteraard is de cao waaronder de inlener valt hierbij een belangrijk uitgangspunt.

Consumenten gaven in november 2014 meer geld uit dan dezelfde maand in 2013

De bestedingen van consumenten gingen in het jaar 2014 omhoog. In de maand november van dat jaar werd door consumenten 0,6 procent meer uitgegeven aan goederen en diensten dan in dezelfde maand een jaar daarvoor. Deze gegevens werden bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op donderdag 22 januari 2015. De maand november in 2014 is de tweede maand op rij waarin de bestedingen van consumenten omhoog zijn gegaan.

Waaraan besteden consumenten meer geld?
Als men kijkt naar de producten die de afgelopen maanden door consumenten worden gekocht dan valt het op dat men vooral meer geld besteed aan huishoudelijke apparaten en producten zoals meubels. Dit zijn duurzame producten die lang mee gaan. Consumenten kochten in de maand november 2014 in totaal voor 3,4 procent meer duurzame producten.

Verder kochten consumenten ook meer fietsen dan in 2013. Dit hangt volgens het CBS samen met de fiscale voordelen die nog van toepassing waren in 2014. In 2014 kon men namelijk nog een voordelige fiets van de zaak aanschaffen.  Verder waren de uitgaven voor de voedingsmiddelen en genotsmiddelen gestegen met 2,7 procent. Aan overige goederen zoals brandstoffen en gas werd minder geld uitgegeven.

Reactie van Technisch Werken
Consumenten geven meer geld uit maar zijn in hun uitgavepatroon wel selectief. Dit houdt in dat consumenten wel duidelijke keuzes maken als ze hun geld moeten uitgeven. Investeringen die worden gedaan in duurzame producten maken duidelijk dat consumenten voorzichtig zijn en alleen geld uitgeven aan goederen die nut hebben en niet snel slijten.

Imtech voert een grote opdracht uit voor Volkswagen

Het bedrijf Imtech is door autofabrikant Volkswagen ingehuurd om nieuwe technologieën te installeren in de nieuwe Volkswagenfabriek in Polen. Dit nieuws werd bekend gemaakt door Imtech. Het bedrijf maakte bij dit nieuws geen financiële details bekend.

Welke technologie gaat Imtech aanbrengen?
Imtech zal in de Volkswagenfabriek verschillende installaties aanbrengen. Ze worden door dit bedrijf onder andere de ventilatiesystemen aangebracht. Verder worden er installaties voor de koeltechniek/ koudetechniek geïnstalleerd.  Ook de verwarmingsinstallatie wordt door Imtech in de fabriek geplaatst. Door deze verschillende installaties wordt de installatie van de complete klimaatbeheersing van de Volkswagenfabriek aan Imtech overgelaten. Naast de klimaatbeheersing worden ook persluchtsystemen aangebracht en externe en interne installaties voor brandkranen.

Imtech is dankbaar
Het bedrijf Imtech is dankbaar en blij met het contract dat gesloten is met Volkswagen. Dit contract biedt Imtech volgens CEO Gerard van de Aast de mogelijkheid om hun dienstverlening voort te zetten met een grote klant in de auto-industrie. Imtech waardeert het vertrouwen dat door Volkswagen in het bedrijf wordt gesteld. Voor Imtech is de auto-industrie een belangrijke markt aldus de CEO.

Reactie van Technisch Werken
Imtech kan goed nieuwe grote opdrachten gebruiken. Dit is van groot belang voor de continuïteit voor het bedrijf. Verder is het ook goed nieuws dat Imtech een opdracht mag uitvoeren voor een toonaangevend automerk. Dit zorgt voor veel positieve reclame. Deze reclame is uitermate gunstig en misschien ook wel noodzakelijk in een markt die nog steeds niet hersteld is van de economische crisis.

CBS: kinderen uit uitkeringsgezinnen zijn later ook vaak afhankelijk van een uitkering

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) publiceerde woensdag 21 januari 2015 cijfers over de achtergrond die de meeste mensen hebben die in een uitkeringspositie zitten. Hieruit blijkt dat kinderen die opgroeien in een gezin met uitkering vaak later ook gebruik maken van een uitkering. Daarbij speelt het opleidingsniveau geen rol.

Verder valt op dat de meeste personen die uit een uitkeringsgezin komen rond hun dertigste wel een lager opleidingsniveau hebben dan andere personen in dezelfde leeftijdscategorie. Het CBS noemde verschillende oorzaken voor deze onderzoeksresultaten. Volgens het bureau kunnen onder andere erfelijke aanleg en een verschil in normen en waarden in de opvoeding een rol spelen bij te kans of iemand later in een uitkering terecht gaat komen of niet.

Kinderen die zijn opgegroeid in een gezin met twee werkende ouders hebben over het algemeen het hoogste opleidingsniveau en hebben, ten opzichte van kinderen met een andere achtergrond, veelal betaald werk.

Reactie van Technisch Werken
De conclusie uit het rapport van het CBS is duidelijk en enigszins voorspelbaar. Opvoeding en thuissituatie heeft een grote invloed op de ontwikkeling van kinderen. Het arbeidsethos wordt niet alleen op school en in het werk ontwikkelt. Ook thuis krijgen kinderen een beeld van de arbeidsmarkt door hun ouders juist wel of juist niet als voorbeeld te nemen.

Chipmachinefabrikant ASML haalde recordomzet in 2014

Chipmachinefabrikant ASML deed het goed in 2014. In dat jaar is de omzet gestegen van 5,25 miljard naar 5,85 miljard euro. Als men deze groei in een percentage weergeeft komt men uit op een groeipercentage van bijna 12 procent. De winst van de fabrikant is eveneens gestegen. De winststijging liep van 1,02 miljard naar 1,2 miljard euro. Dit komt overeen met een groeipercentage van 18 procent.

Laatste kwartaal 2014
Het laatste kwartaal van 2014 verliep uitstekend voor ASML. In dat kwartaal steef  de omzet met 13 procent. Hierdoor kwam de omzet uit op anderhalf miljard euro. Peter Wennink de bestuursvoorzitter van ASML schrijft deze stijging toe aan de groeiende vraag in de markt naar geheugenchips voor smartphones en tablets.

Wat doet ASML
ASML is een bedrijf dat gevestigd is in de Nederlandse plaats Veldhoven en is wereldmarktleider op het gebied van de ontwikkeling en productie van geheugenchips. Door deze marktpositie levert het bedrijf producten aan bedrijven zoals Intel en Samsung. De chips voor deze bedrijven worden door ASML geproduceerd in geavanceerde machines.

Chips van ASML kunnen in verschillende producten zitten zoals computers, tablets en smartphones. Hierdoor heeft bijna elke consument in Nederland wel een product waar een chip in zit die ontwikkelt is en geproduceerd is door ASML. Het bedrijf is wereldwijd erg omvangrijk en heeft in totaal wel 14.000 werknemers in dienst. Van dit aantal werknemers werkt de helft in Nederland.

ASML en export
Doordat ASML aan veel bedrijven in de wereld producten levert is het bedrijf belangrijk voor de export in Nederland. Net zoals andere bedrijven in de maakindustrie zoals IHC Merwede levert ook ASML een belangrijk deel van de totale export in Nederland naar het buitenland. Door deze en andere bedrijven in de maakindustrie kreeg de export in de eerste helft van 2014 een grote impuls.

Verwachting ASML voor 2015
ASML is positief over 2015 en verwacht ook dit jaar een groei door te maken. In het eerste kwartaal van 2015 zal de groei van het laatste kwartaal van 2014 doorzetten. ASML heeft een verwachte omzet uitgesproken van 1,6 miljard euro. Daarnaast denkt het bedrijf 260 miljoen euro te investeren. Dit bedrag zal ten goede komen aan het doen van onderzoek en het ontwikkelen van nieuwe machines.

Reactie van Technisch Werken
Bedrijven zoals ASML zijn niet alleen belangrijk voor de export van Nederland. Dit soort bedrijven zijn eveneens van groot belang voor Nederland als kenniseconomie omdat deze bedrijven voortdurend nieuwe producten ontwikkelen die voldoen aan de veranderende wens van consumenten. Nederland zou er alles aan moeten doen om bedrijven zoals ASML binnen de landsgrenzen te houden. Verder zal Nederland er goed aan doen om meer initiatieven te stimuleren vanuit het bedrijfsleven. Innovatie moet steeds belangrijker worden voor Nederland daarnaast moet de maakindustrie een nieuwe impuls krijgen.

 

Wat is een fillet weld en waar wordt deze toegepast?

Een ‘fillet weld’ is een Engelse aanduiding die meestal wordt vertaald met een hoeklas. Door de ASME wordt deze letter gehanteerd als aanduiding voor hoeklassen. Deze hoeklassen worden op een lascertificaat, lasmethodebeschrijving of welding procedure specification aangeduid met de letter ‘F’.

Wat is een hoeklas?
Men spreekt van een hoeklas als twee metalen vlakken loodrecht op elkaar worden verbonden doormiddel van een las. Hierbij kan ook sprake zijn van een zogenoemde T-verbinding. In dat geval worden meestal twee hoeklassen aangebracht. Dit dient zorgvuldig te gebeuren omdat een te grote warmte inbreng aan een bepaalde zijde van de T-verbinding er voor zorgt dat er aan de enen kant een scherpe hoek ontstaat en aan de andere kant juist een stompe hoek, kortom het materiaal trekt krom. Er zijn echter meerdere aandachtspunten waaraan gedacht moet worden voordat men een hoeklas gaat maken.

Aandachtspunten voor hoeklassen
Een las is een onuitneembare verbinding waarbij het basismateriaal doormiddel van een hoge temperatuur gesmolten wordt en er eventueel gebruik wordt gemaakt van toevoegmateriaal. Na uitharding van het zogenoemde smeltbad ontstaat een stevige verbinding. Als een hoeklas verkeerd wordt aangebracht zal deze met geweld uit elkaar moeten worden gehaald. Dit kan doormiddel van bijvoorbeeld gutsen, slijpen, zagen of slijpen. Dit vergt allemaal heel veel werk en daarnaast wordt het materiaal van het werkstuk meestal ernstig beschadigd. Daarom is het belangrijk dat een lasser een hoeklas op de juiste manier maakt met conform de welding procedure specification of de lasmethodebeschrijving.

Soorten hoeklassen
Er zijn verschillende soorten hoeklassen. Zo is er bijvoorbeeld ook een hoeklas uit de zij, deze wordt in het Engels aangeduid met side fillet welds. Bij hoeklassen heeft men het ook over binnenhoeklassen als de las aan de binnenzijde van de hoek wordt gelast. Een hoeklas kan ook worden gestapeld. Hierbij wordt een las in opgaande beweging omhoog aangebracht. Bij het maken van een hoeklas wordt naast de specifieke positie ook gekeken naar het lasproces zelf. Dit kan bijvoorbeeld MIG/Mag, TIG of met beklede elektrode (BMBE) lassen zijn.

Lastoevoegmateriaal
Verder is ook het toevoegmateriaal van belang. Dit toevoegmateriaal is gerelateerd aan het lasproces en het materiaal waaruit het werkstuk bestaat. Als met al deze factoren goed rekening wordt gehouden wordt een goede hoeklas of fillet weld gemaakt.

Lage olieprijs zorgt er voor dat men nadenkt over duurzame energie?

Maandagavond 19 januari was er een debatavond van Haagsch College. Hierbij kwam onder andere Jan Peter Balkenende aan het woord. In zijn betoog gaf hij aan dat de huidige lage olieprijs er voor zorgt dat men gaat nadenken over andere energiebronnen dan fossiele brandstoffen. Volgens hem zorgen de lage olieprijzen er ook voor dat men energiezuinige methoden gaat overwegen. Balkenende is een oud-premier van Nederland en is op dit moment partner bij accountantsorganisatie EY. Volgens hem zijn er duidelijk ontwikkelingen zichtbaar in het bedrijfsleven die gericht zijn op duurzaamheid.

Balkenende benoemde twee kanten van de lage olieprijs. Dit kan namelijk ook een risico zijn voor duurzaamheid omdat olie minder duur is zal men bijvoorbeeld niet snel overgaan tot investeringen in duurzame energie. Aan de andere kant kan de lage olieprijs een stimulans zijn. Hierbij verwees Balkenende naar de oliecrisis in de jaren zeventig . In die crisis ging men ook nadenken over andere energiebronnen en energiezuinige methoden aldus Balkende.

Reactie van Technisch Werken
Natuurlijk willen veel mensen in de maatschappij dat bedrijven duurzaam ondernemen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel bedrijven reclame maken voor hun duurzaamheid. Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) staat bij veel bedrijven hoog op de agenda. Echter, duurzaamheid is niet altijd de goedkoopste oplossing. Voor veel bedrijven ontstaat er een spanningsveld tussen wat de maatschappij wenst en wat voor een bedrijf het meest rendabel is.

Als olie goedkoop is zal men de afweging gaan maken of al die investeringen in duurzame energie wel noodzakelijk zijn en of het niet veel meer rendement oplevert om olie als grondstof of brandstof te gaan gebruiken. Het betoog van Balkenende is op zich nobel maar het is nog maar de vraag of het in de praktijk ook zo werkt. De jaren 70 van vorige eeuw zijn al ruim 40 jaar gelden en de tijd is veranderd. De techniek is ook verandert en zal ook de komende tijd veranderen. Duurzame innovatieve oplossingen moeten vooral winstgevend en kostenbesparend zijn. Als dit het geval is zullen veel bedrijven duurzamer worden.

Wat betekent BW of Butt welding?

Butt welding is een lastechniek die wordt gebruikt om onderdelen van een werkstuk parallel aan elkaar te verbinden zonder dat er sprake is van een overlap in de lasnaad. Butt Welding kan doormiddel van een machine worden uitgevoerd in een continu proces. Butt-Welding is een voordelige en betrouwbare methode om een lasproces uit te voeren. Er zijn geen aanvullende componenten bij dit lasproces nodig. Butt welding wordt op lascertificaten meestal afgekort met de letters ‘bw’.

Butt welding, stuiklassen of stomplassen
In het Nederlands wordt ‘butt welding’ ook wel vertaald met stuiklassen of stomplassen. De laatste term wordt vooral gebruikt in het maken van een lasverbinding tussen twee kunststofbuizen (PP-H leidingen) in elkaars verlengde. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan doormiddel van spiegellassen waarbij de twee uiteinden van de buizen tegen een warme plaat worden aangedrukt zodat deze gaan smelten. Vervolgens worden gesmolten uiteinden tegen elkaar aangedrukt waardoor na uitharding een lasverbinding ontstaat.

Waarvoor is butt welding geschikt?
Butt welding wordt in de praktijk vaak gebruikt in de prefabricage van leidingdelen en speciale hulpstukken. Naast het eerder genoemde spiegellassen van kunststofleidingen wordt dit lasproces ook gebruikt bij metalen onderdelen. Hierbij wordt meestal gebruik gemaakt van het MIG lasproces. Als men metalen delen aan elkaar verbind doormiddel van butt welding noemt men dit in het Nederlands meestal stuiklassen.

Dit wordt ook vaak met de hand gedaan door lassers. Als men in de staalconstructie voor bijvoorbeeld de offshore gebruik maakt van het stuiklassen zal men daarvoor certificaten moeten behalen. Meestal is dat onder de Amerikaanse normering. Dit wordt op het certificaat aangeduid met de afkorting AWS. Stuiklassen worden ook toegepast in de scheepsbouw en machinebouw. Bij dik materiaal zal men eerst de delen van het werkstuk, die aan elkaar verbonden moeten worden, voorverwarmen tot de juiste temperatuur om een goede lasverbinding te maken. Als men dat niet doet kunnen door de warmteinbreng tijdens het lasproces scheuren ontstaan in het materiaal van het werkstuk.

LMB en WPS
Butt welding is een proces dat in verschillende vormen kan worden uitgevoerd daarom is het van belang dat de lasser van te voren zich goed in de lasmethodemethodebeschrijving verdiept. In de lasmethodebeschrijving (LMB) of Welding Procedure Specification (WPS) is beschreven aan welke richtlijnen de lasser zich moet houden. Het kan een vereiste zijn dat de lasser een geldig lascertificaat moet hebben om aan het desbetreffende werkstuk te mogen lassen. In dat geval moet de lasser gecertificeerd zijn. De lascertificering moet gebeuren onder toezicht van een daartoe bevoegd instituut. Een lasser dient onder toezicht van een ‘getuige’ de las te conform de lasmethode te maken en de las wordt vervolgens gekeurd in een testlaboratorium.

Conclusie over butt welding
Butt welding, stuiklassen of stomplassen zijn allemaal namen die worden gebruikt voor het verbinden van werkstukonderdelen in elkaars verlengde. Dit kan met verschillende materialen gebeuren zoals kunststoffen en metalen. Bij metalen heeft men nog de onderverdeling tussen ferro-metalen en non-ferro metalen.

Luchtvaart profiteert in 2015 van de lage olieprijs

Een lage olieprijs heeft een groot effect op de economie. Olieproducerende landen merken dat hun olie in de olie-export minder geldt oplevert. Dit heeft gevolgen voor de inkomsten van deze landen met name in het Midden-Oosten. Landen als Algerije willen liever dat er minder olie geproduceerd wordt zodat de olieprijs kunstmatig omhoog gehouden worden. De OPEC, Amerika en Rusland doen echter het tegenovergestelde en gaan juist door met het handhaven van de olieproductie. Hierdoor zal de olieprijs in 2015 vermoedelijk nog verder dalen. Dit is voor bepaalde sectoren een zeer gunstige ontwikkeling.

Luchtvaart en de lage olieprijs
De luchtvaartsector is één van die sectoren die baad heeft bij een stevige daling van de olieprijs. Doordat de brandstof voor vliegtuigen goedkoper wordt blijft er meer winst over voor de luchtvaartbedrijven. Dit werd eveneens benoemd door de kredietbeoordelaar Moody’s in een rapport waarin voorspellingen zijn beschreven over de economische ontwikkelingen in de internationale luchtvaartsector.

In deze sector verwacht Moody’s operationele winstmarges van circa 12 tot 14 procent in de periode tussen 2015 en 2016. Dit is een behoorlijke stijging ten opzichte van de geschatte 8,5 à 9,5 procent vorig jaar.

Herstel van de economie
Wereldwijd lijkt de economie zich langzamerhand te herstellen. Ook hier profiteren luchtvaartmaatschappijen van. Er is in sommige landen sprake van groeiende inkomens. Dit is vooral het geval bij opkomende markten en opkomende economieën. In deze landen neemt de reislust toe en wordt meer gebruik gemaakt van het vliegtuig als vervoersmiddel.

Amerikaanse vliegmaatschappijen
De dalende olieprijs is volgens Moody’s vooral gunstig voor Amerikaanse maatschappijen. De Amerikaanse vliegmaatschappijen zien hun brandstofkosten aanzienlijk dalen. Er wordt door Moody’s zelfs gesproken over een daling van 15 miljard dollar dit komt overeen met  een bedrag van13 miljard euro. Luchtvaartmaatschappijen buiten de Verenigde Staten zullen ook profiteren van de lage brandstofkosten volgens het ratingbureau. Echter deze vliegmaatschappijen zullen het wel minder merken dan de Amerikaanse maatschappijen.

Reactie van Technisch Werken
De daling in de brandstofkosten zijn vooral gunstig voor de vliegmaatschappijen. Vooralsnog lijkt de daling geen gunstige gevolgen te hebben voor de klanten van de vliegmaatschappijen. De tarieven of beter gezegd de vliegtickets blijven even duur. Dit is jammer want goedkopere vliegtickets zouden voor veel mensen met vakantieplannen een gunstige ontwikkeling zijn.

OPEC verwacht in 2015 een sterkere daling in de vraag naar olie

De Organisatie van Olie-Exporterende Landen (OPEC) is een belangrijk samenwerkingsverband dat invloed heeft op de productie van olie en de olieprijzen. In totaal bestaat de organisatie van de OPEC uit 12 landen en levert ze 40 procent van de wereldwijde oliebehoefte. Niet alle olieproducerende landen in de wereld behoren tot de OPEC. Landen zoals Rusland en Amerika behoren bijvoorbeeld niet tot de OPEC maar produceren wel (veel) olie. De OPEC geeft regelmatig berichten over de productie en prijsontwikkeling van olie. Dit doet deze organisatie maandelijks door het uitbrengen van een rapport. Uit het rapport dat donderdag 15 januari 2015 werd gepubliceerd door het oliekartel blijkt dat de OPEC verwacht dat de vraag naar olie in 2015 minder sterk zal zijn dan eerder werd aangenomen.

Verwachte vraag naar olie in 2015
De dagelijkse vraag naar olie zal volgens de OPEC dalen in 2015. Gemiddeld zal de vraag naar OPEC-olie in dit jaar 28,8 miljoen vaten (van 159 liter) bedragen. Dit is een vermindering van 100.000 vaten per dag ten opzichte van de voorspelling die men een maand geleden had uitgesproken. Door de sterk dalende olieprijzen zal ook de groei van het Amerikaanse olieaanbod in 2015 verder onder druk komen te staan aldus de OPEC. Door deze tragere groei in de olie-industrie en de lage prijzen zullen minder bedrijven in Amerika investeren in boringen naar olie. Ook het aantal actieve boorplatformen in Noord-Amerika zal afnemen.

Reactie van Technisch Werken
Ten opzichte van de piek in de olieprijs in 2014 is de waarde van olie met 60 procent gedaald. Dit komt onder andere doordat de OPEC heeft besloten om de productie van olie niet te verlagen. Hierdoor blijft het aanbod van olie op de oliemarkt onverminderd groot terwijl de vraag afneemt. Volgens het IMF heeft de lage olieprijs nog onvoldoende effect op de wereldeconomie. De lage olieprijs zorgt er namelijk nog niet voor dat andere landen een economisch herstel laten zien.

Daarnaast zorgt de lage olieprijs voor bijzondere politieke verhoudingen tussen het Westen en het Midden-Oosten. Westerse landen kunnen olie van Amerika en Rusland kopen en zijn daardoor minder afhankelijk van het Midden-Oosten. De politieke spanningen tussen Rusland en Oekraïne hebben echter wel gevolgen voor de wereldmarkt. Rusland boycot verschillende producten en het Westen doet hetzelfde. Dit zorgt er voor dat veel bedrijven nadelige effecten ondervinden van dit politieke conflict. De politieke spanningen zorgen er dus voor dat de economie in de wereld nog onvoldoende hersteld.

Recordaantal octrooiaanvragen in Europa in 2014

In Europa wordt innovatie hoog op de politieke agenda gezet. Landen moeten nieuwe producten ontwikkelen om te kunnen concurreren met andere economieën in de wereld. Als men een nieuw product heeft ontwikkeld kan men een octrooi aanvragen. Dit kan bij het Europees Octrooibureau (EOB). Doordat hier octrooien worden aangevraagd heeft dit bureau een goed beeld van de innovatie in Europa. Het jaar 2014 was een goed jaar op het gebied van innovatie in Europa.

In dat jaar werden meer dan 273.000 octrooiaanvragen door het EOB ontvangen.  Dit is een recordaantal ten opzichte van de jaren daarvoor. In 2014 was het aantal octrooiaanvragen met drie procent gestegen ten opzichte van 2013 en dat jaar was ook al een record op het gebied van octrooiaanvragen. Deze cijfers tonen volgens Benoît Battistelli, de president van het octrooibureau, dat Europa een aanhoudende kracht ontwikkelt op het gebied van innovatie.

Andere landen in de wereld
Europa is echter niet het enige contingent waar innovatie een belangrijk speerpunt is. Ook in de Verenigde Staten wordt het belang van innovatie goed onder ogen gezien. In de VS nam het aantal octrooiaanvragen daarom ook toe. Hier was de toename 6,7 procent. Ook in een opkomende economie als China is innovatie van groot belang. In dat land werden maar liefst 16,8 procent meer octrooiaanvragen gedaan in 2014 ten opzichte van 2013. Zuid-Korea liet slechts een beperkte groei zien in het aantal octrooiaanvragen en Japan toonde zelfs een daling op dit gebied van min 3,8 procent.

Reactie van Technisch Werken
Europa zal moeten blijven vechten om haar positie in de wereldeconomie te behouden. De lonen liggen in Europa in verhouding tot landen als China en Brazilië hoog, daarom moeten hoogwaardige innovatieve producten worden ontwikkelt waarmee Europa de concurrentiestrijd aan kan gaan met andere landen en economieën. Innovatie is daarbij van groot belang.

Deze innovatie kan alleen plaatsvinden als daarvoor een gunstig innovatieklimaat wordt gecreëerd door  landen. Dit houdt in dat bedrijven de mogelijkheid en de middelen moeten krijgen om nieuwe producten en ontwikkelingen te bedenken en te produceren. Hiervoor zijn financiële middelen nodig maar ook kennis. Opleidingsinstituten moeten gericht zijn op de ontwikkeling van leerlingen als belangrijke toekomstige menselijke factoren in de kenniseconomie. Het kennisniveau van leerlingen en studenten moet omhoog. Echter met kennis alleen kom je er niet, het hangt er namelijk ook van af wat je met de kennis doet. In boeken en op internet is veel kennis te vinden maar daarmee moet ook geëxperimenteerd worden. Leerlingen en studenten moeten daar ook de ruimte voor krijgen.

Goedkope olie is niet genoeg om de wereldeconomie in 2015 te laten groeien

De goedkope olieprijzen hebben een grote invloed op de economie. Ondanks dat is een lage olieprijs niet voldoende om de economische zwakte van veel landen in de wereld de compenseren. Directeur Christine Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gaf dit donderdag 15 januari 2015 aan en liep daarmee vooruit op de ‘World Economic Outlook’ die volgende week door het IMF wordt gepresenteerd. Lagarde gaf aan dat er in de Verenigde Staten wel sprake is van een economisch herstel maar dat andere landen in de wereld door nog onvoldoende van kunnen meeprofiteren.

Toekomstperspectief van de wereldeconomie
De Directeur van het IMF was verder redelijk somber gesteld over de ontwikkelingen in de wereld. Er zijn volgens haar nog tal van bedreigingen die er voor zorgen dat mensen nog niet optimistisch zijn over de vooruitzichten voor de wereldeconomie. Een aantal belangrijke bedreigingen die ze noemde zijn de hoge staatschulden van landen en de hoge werkloosheid die er in veel landen heerst. Er moeten volgens Lagarde ‘moediger stappen’ worden ondernomen om de wereldeconomie een groei door te laten maken.

Reactie van Technisch Werken
De wereld bestaat uit een enorme diversiteit aan landen. Amerika maakt nu op dit moment een mooie groei door maar dat houdt niet in dat andere landen eveneens een positief effect zullen meemaken in de economie. Amerika delft en verkoopt schaliegas en dat zorgt er voor dat Amerika veel inkomsten krijgt. Daarnaast is Amerika ook minder afhankelijk van het Midden-Oosten voor de olievoorraden. Dit zorgt voor andere politieke verhoudingen. De landen in het Midden-Oosten die afhankelijk zijn van de olieopbrengsten zien hun inkomensbron in waarde afnemen. Dit heeft grote effecten voor hun ‘schatkist’. Een goedkope olieprijs is dus niet voor elk land gunstig. Toch hebben een groot aantal landen die tot de OPEC behoren besloten om de olieproductie niet te verlagen. Ook Amerika en Rusland (die niet tot de OPEC behoren) gaan door met hetzelfde productieniveau waardoor olie alleen maar goedkoper zal worden.

Aantal faillissementen zal in 2015 minder sterk dalen

Het economisch bureau van de ING sprak vrijdag 16 januari 2015 haar verwachtingen uit over 2015. Hierbij werd ook gekeken naar het aantal faillissementen in 2014. In dat jaar was het aantal faillissementen gedaald met een vijfde gedaald. Dit is een goede ontwikkeling omdat er minder bedrijven kapot gaan en er dus ook meer werkgelegenheid blijft. Ondanks de positieve ontwikkeling in 2014 verwacht het economisch bureau van de ING dat in 2015 een minder sterke daling in het aantal faillissementen zal optreden.

Faillissementen in 2014
In het jaar 2014 kwam het aantal faillissementen van Nederlandse bedrijven op 7.600. Dit was een forse daling ten opzichte van 2013. In dat jaar was er sprake van een recordaantal van ruim 9.400 ondernemingen die failliet gingen. In 2014 was er vooral in de bouwsector en in de detailhandel een positieven tendens zichtbaar. In deze sectoren van het bedrijfsleven gingen minder bedrijven failliet in 2014 dan in 2013. De daling was voor de bouwsector 42 procent en in de detailhandel 25 procent.

Verwachte faillissementen in 2015
Het economisch bureau van de ING verwacht wel dat het aantal faillissementen in 2015 zal dalen, echter deze daling zal minder sterk zijn dan vorig jaar aldus het onderzoeksbureau. Men verwacht dat er een daling zal plaatsvinden van 3 procent ten opzichte van 2014. Hierdoor zal het aantal faillissementen in 2015 uitkomen op ongeveer 7.400. Verwacht wordt dat met name in de zakelijke dienstverlening minder faillissementen zullen worden uitgesproken.

Reactie van Technisch Werken
Het aantal faillissementen van een land zegt wat over de economische ontwikkelingen die daar plaatsvinden. De bouwsector heeft het in 2013 en 2014 behoorlijk zwaar gehad. Verschillende bedrijven moesten noodgedwongen hun deuren sluiten. Sommige bedrijven gingen failliet terwijl andere bedrijven zijn gestopt zonder dat er een faillissement is uitgesproken. De bouwsector had het op basis van het aantal uitgesproken faillissementen minder zwaar in 2014 dan in 2013. Aan het begin van 2015 spreekt men zelfs van een enorme opleving van de woningmarkt. Dit kan zeer gunstige gevolgen hebben voor de bouwsector in Nederland. Misschien wordt 2015 wel een belangrijk jaar op het gebied van economisch herstel in Nederland.

Wat is een aquaduct en waar wordt deze voor gebruikt?

Aquaducten zijn bruggen die worden gebruikt voor het transporteren van water. Kenmerkend voor deze bouwwerken is dat het transport van het water kunstmatig door mensen wordt gestuurd. Een aquaduct kan een waterleiding, kanaal of rivier van koers laten veranderen. Andere verkeersstromen zoals het wegverkeer worden onder het aquaduct geleid. Het is echter ook mogelijk dat er waterverkeer onder het aquaduct wordt geleid.

Geschiedenis van aquaducten
Aquaducten werden al ruim voor het begin van de jaartelling door onder andere de Romeinen gebruikt. In eerste instantie werden aquaducten toegepast als irrigatiesystemen. Doormiddel van een aquaduct kon men water transporteren naar stukken grond die niet in de buurt lagen van een waterbron. Door irrigatie kon men dus ook gebieden die verder bij rivieren en meren vandaan lagen voorzien van water.

De term aquaduct is afkomstig uit het Romeins. Het woord ‘aqua’ staat voor water en het woord ‘ducere’ staat voor het leiden. De aquaducten die door de Romeinen werden aangelegd werden ook gebruikt voor de drinkwatervoorziening van grote steden.  Grote aquaducten konden ongeveer 190.000 m3 water per dag overbrengen. In de stad Rome worden een aantal Romeinse aquaducten zelfs heden nog gebruikt voor watertransport. In Nederland werden vroeger ook wel aquaducten gebruikt maar op veel kleinere schaal.

Aquaducten of kanaalbruggen
Tegenwoordig worden aquaducten vooral toegepast in de vorm van kanaalburggen. Dit zijn in feite waterwegen die door mensen vervaardigd zijn om een kruising tussen wegverkeer en scheepsverkeer mogelijk te maken. Hierbij loopt het wegverkeer onder de kanaalbrug door. In de civiele techniek spreekt men van kanaalbruggen en niet van aquaducten omdat men bij aquaducten vooral denkt aan het transporteren van water. Dit is niet de hoofdoelstelling van een kanaalbrug omdat deze brug vooral wordt gebruikt voor het mogelijk maken van transport over water. Bij de toepassing van kanaalbruggen om waterwegen met elkaar te laten kruisen is ten minste een van beide waterwegen een kunstmatig aangelegde weg bijvoorbeeld in de vorm van een kanaalbrug.

Wat is een kanaalbrug in de civiele techniek?

Kanaalbruggen zijn door mensen vervaardigde bouwwerken die zijn ontworpen om een kanaal te dragen en ongelijkvloers bovenlangs te laten kruisen met een verkeersweg, een vallei of een andere waterweg. Een kanaalbrug wordt in de civiele techniek ook wel een kunstwerk genoemd omdat het kunstmatig door mensen is aangelegd. Daarnaast gebruikt men ook de term aquaduct. Echter zorgt de term aquaduct er voor dat er verwarring kan ontstaan.

Oorspronkelijk werden aquaducten gebruik voor de watertoevoer van steden. Aquaducten werden bijvoorbeeld door de Romeinse beschaving gebruikt  om water te transporteren. Een kanaalbrug wordt niet gebruikt om water te transporteren. In plaats daarvan kan het kanaal meer worden beschouwd als een ‘waterweg’ waarover transport kan plaatsvinden doormiddel van bijvoorbeeld vrachtschepen.

Vijftig procent meer hypotheekaanvragen in 2014

Bij het Hypotheken Data Netwerk (HDN) zijn in 2014 bijna vijftig procent meer hypotheken aangevraagd dan in de periode daarvoor. Het Hypotheken Data Netwerk is een elektronisch platform en registreert ongeveer vijfenzeventig procent van alle hypotheekaanvragen in Nederland. Bijna alle grote hypotheekverstrekkers zijn bij de HDN aangesloten, alleen de Rabobank niet.

Vooral in de maand december zijn verhoudingsgewijs veel hypotheken aangevraagd in 2014. In deze maand zijn er in totaal 28.938 hypotheken aangevraagd. Dit is een stijging van meer dan vijftig procent ten opzichte van dezelfde maand in 2013. Ook ten opzichte van de maand november 2014 was de stijging groot. In totaal werden er in december 2014 ongeveer drieëntwintig procent meer hypotheekaanvragen gedaan.  Het aantal hypotheeklaanvragen van 2014 kwam op een totaal van 225.804.

Minder lenen in 2015
Men vermoed dat veel consumenten een woning hebben gekocht in december 2014 omdat in januari 2015 de nieuwe regels met betrekking tot het afsluiten van hypotheken zijn ingegaan. In 2015 kunnen mensen minder geld lenen voor een woning omdat er strengere eisen worden gesteld. Zo kan men een minder hoge hypotheek afsluiten ten opzichte van het inkomen in 2015. Daarom was het voor veel huizenzoekers interessant om in 2014 nog een woning aan te schaffen.

Verder was de maand december interessant voor huizenzoekers omdat men nog gebruik kon maken van de verruimde schenkingsvrijstelling. Dit was de laatste maand waarin men deze vrijstelling nog kon gebruiken voor de aanschaf van een woning. Ondanks dat is het effect van deze vrijstellingsregeling moeilijk terug te zien in de woningmarkt. De Rabobank benoemde dat veel kopers ook zonder gift de woning hadden gekocht. Echter notarissen noemden de schenkingsvrijstelling een groot succes.

Reactie van Technisch Werken
Het ging goed met de woningverkoop in 2014. Toch is er wel sprake van een vertekenend beeld omdat de regels omtrent de hypotheekverstrekking zijn verandert in 2015. Daarom werden in december 2014 nog veel woningen verkocht. In 2015 zal de woningmarkt misschien aantrekken maar dat is nog niet zeker. De strengere hypotheekregels kunnen een belemmering vormen voor consumenten die een woning willen kopen. Hierdoor kunnen strengere regels een averechts effect uitoefenen op de woningmarkt. Dit is jammer want de woningmarkt moet juist gestimuleerd worden.

Wat is sonderen of sondering in de grondmechanica?

Sonderen is een werkwoord dat uit de grondmechanica komt. Doormiddel van sonderen bepaald men het draagvermogen van de bodem of grond. De sondering word uitgevoerd door een staaf met kegelvormige punt met een tophoek van 60 in de bodem te drukken. Deze kegelvormige staaf wordt ook wel de sondeerconus genoemd en meet de mechanische weerstand van de grond tijdens de sondering.

Waarom wordt sondering toegepast?
Voordat men gaat bouwen wil men de eigenschappen van de bodem weten. Hierbij onderzoekt men de grond. Als de grond bijvoorbeeld nauwelijks verdicht is en bijna geen draagkracht heeft zal men de grond moeten verbeteren en bouwrijp moeten maken. Een nauwelijks draagkrachtige grond kan daarnaast hogere eisen stellen aan de funderingen die moeten worden aangelegd voor de bouwwerken die op de grond moeten worden geplaatst. Naast het meten van het draagvermogen van de grond wordt bij de meeste sonderingen ook de kleef gemeten. De resultaten van sonderingen worden onder andere gebruikt voor het maken van een funderingsadvies. Verder worden sonderingen ook uitgevoerd voor milieukundig bodemonderzoek.

Verschillende conussen voor sondering
De conussen die gebruikt worden voor sonderingen zijn verschillend. Zo zijn er door de jaren heen diverse conussen ontwikkelt waarmee bijvoorbeeld de geleidbaarheid en temperatuur gemeten kunnen worden. Verder zijn er conussen die het grondwater kunnen meten. Voor milieukundig bodemonderzoek worden ook wel conussen gebruikt die verontreinigingen van de bodem kunnen meten. Door een combinatie van de metingen kan men een goed beeld schetsen van de bodemopbouw en de eventuele bodemverontreiniging. Dit is van belang voordat men aan de slag gaan met de daadwerkelijke bouw van funderingen en dergelijke.

Verder bestaan er zogenoemde piëzoconussen. Hiermee kan men de waterspanning rondom de conus meten. Door het meten van deze waterspanning kan men grondlagen die slecht water doorlaten detecteren.

Hoe worden sonderingen uitgevoerd?
Voor het uitvoeren van sonderingen wordt gebruik gemaakt van een sondeerwagen. Een sondeerwagen is een zwaar voertuig meestal een 6×6 vrachtwagen of een voertuig op rupsbanden. In een sondeerwagen is een wagen met een hydraulische pers deze pers wordt gebruikt om de sondeerstaven in de grond te drukken. Hierbij levert het gewicht van de sondeerwagen de reactiekracht. De oliedruk van de hydraulische pers is een maat voor de conusweerstand. Tegenwoordig zijn er ook moderne elektronische uitvoeringen die ter plekke de kleef en de conusweerstand kunnen bepalen in de grond. De sondeerconus wordt met een constante snelheid van 2 centimeter per seconde de grond in gedrukt. Door grondlagen zoals veen of klei gaat een conus over het algemeen zonder veel moeite naar beneden. Door zand heeft een conus meer kracht nodig. Daarom heeft (verdicht)  zand een hoge re conusweerstand dan veen of klei.

De resultaten van sondering worden genoteerd in een zogenoemde sondeerstaat. In de sondeerstaat staat de conusweerstand, de kleef en de waterspanning. Ook het wrijvingsgetal kan hierop genoteerd worden. De gegevens zijn uitgezet tegen de diepte.

Belastingdienst en de Inspectie SZW doen in januari 2015 onderzoek naar fraude bij uitzendbureaus

In januari 2015 doen de Belastingdienst en de Inspectie SZW onderzoek naar een miljoenenfraude die mogelijk gepleegd wordt bij drie uitzendbureaus. Daarnaast worden ook zeven schoonmaakbedrijven en acht hotels bij deze fraudezaak onderzocht. Volgens de Belastingdienst en de Inspectie SZW zou het bedrag dat met de fraude gemoeid gaat oplopen tot vermoedelijk 5 miljoen euro.

Controles bij uitzendbureaus
In onder andere Haarlem en Amsterdam zijn op 6 en 7 januari controles gehouden door de Belastingdienst en de Inspectie SZW bij verschillende uitzendbureaus. Daarnaast zijn ook een aantal schoonmaakbedrijven en hotels onderzocht. Verder zijn er nog een aantal opdrachtgevers van uitzendbureaus tijdens het onderzoek gecontroleerd.

Uit het vooronderzoek van de instanties is gebleken dat de schoonmaakbedrijven en de uitzendbureaus vermoedelijk verschillende soorten fraude pleegden. Voorbeelden van deze fraude zijn het niet verantwoorden van alle gewerkte uren in de boekhouding. Verder zouden er verschillende arbeidswetten en fiscale wetten worden overtreden. Ook uitkeringsfraude werd hierbij genoemd. Eveneens werd gekeken naar het uitbuiten van medewerkers. Daarbij zijn drie vreemdelingen in verzekering gesteld.

Reactie van Technisch Werken
Fraude bij uitzendbureaus werd in 2014 ook onderzocht. Minister Lodewijk Asscher wil malafide uitzendbureaus keihard aanpakken. Daarvoor heb je instanties als de Belastingdienst en de inspectie SZW nodig. Het nadeel van fraude is dat dit vaak op doortrapte wijze gebeurd en moeilijk aan het licht te brengen is. De betrokken instanties zullen veel tijd in het onderzoek moeten investeren om de ware omvang onder de aandacht te brengen.