Waarvoor is de cursus Werken met twin ferrule fittingen bedoelt?

Twin ferrule fittingen worden gebruikt in klein leidingwerk voor het verbinden van leidingen doormiddel van knelkoppelingen. Dit klein leidingwerk wordt ook wel tubing genoemd. Er zijn verschillende merken Twin ferrule fittingen. Bekende merken zijn Gyrolok, Swagelok en Parker A-lok. De onderdelen van deze merken zijn niet altijd uitwisselbaar. Daarnaast zijn er verschillende typen en maten koppelingen die door een fitter kunnen worden gebruikt voor het verbinden van leidingen.

Het is belangrijk dat een fitter goed weet welke soorten twin ferrule fittingen er zijn en hoe deze veilig en verantwoord kunnen worden gebruikt. Daarom moeten fitters die werken met deze fittingen een goede cursus krijgen waarmee ze de basisvaardigheden aanleren die nodig zijn voor deze bevestigingssystemen. Hiervoor kan een fitter de cursus “Werken met twin ferrule fittingen” (WIF). De letters WIF staat voor het certificaat dat de deelnemers kunnen behalen: H-WIF-PC-0707. Fitters die met name op petrochemische bedrijfsterreinen werken krijgen te maken met twin ferrule fittingen en dienen daarvoor dit certificaat te behalen. De cursus die hiervoor gevolgd moet worden dient te voldoen aan de richtlijnen vanuit het VCA. Voor bedrijven die VCA gecertificeerd zijn is de cursus Werken met twin ferrule fittingen verplicht als medewerkers in de praktijk met deze fittingen moeten werken.  En daarnaast is het belangrijk dat de inhoud van de cursus voldoet aan de SSVV Opleidingen gids (SOG).

Inhoud van de cursus Werken met twin ferrule fittingen
De cursus Werken met twin ferrule fittingen kan bij verschillende gecertificeerde opleidingsinstellingen worden gevolgd. De gemiddelde cursusduur is ongeveer een dag. De cursus is opgedeeld in een theoretisch deel en een praktijk deel.

Theorie van de cursus
In de theorie van de cursus wordt onder andere aandacht besteed aan de doelstelling van de opleiding Werken met twin ferrule fittingen. Hierbij komen ook veiligheidsaspecten aan de orde. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de verschillende merken en soorten fittingen. Buisaspecten en materiaalbehandeling komen aan de orde. De wijze waarop buizen moeten worden bevestiging en de manier waarop twin ferrule fittingen moeten worden aangebracht komen in de montagevoorschriften aan de orde.

Praktijk van de cursus
Deelnemers aan de cursus Werken met twin ferrule fittingen leren aan de hand van praktijkvoorbeelden en praktijkoefeningen materialen te herkennen. Ook leren ze de verschillen tussen de diverse merken twin ferrule fittingen en welke maten gebruikt kunnen worden. Doormiddel van een werkopdracht en instructies krijgen de deelnemers een werkopdracht die ze in de praktijk moeten uitvoeren. Hierdoor leren ze de theorie toe te passen. In een montageoefening leren de deelnemers verschillende soorten fittingen te gebruiken.

Examen Werken met twin ferrule fittingen
Na afloop van het theoretische deel en het praktische deel van de cursus Werken met twin ferrule fittingen dient de deelnemer een examen af te ronden. Dit examen bestaat uit een theoretisch deel en een praktijkdeel. Als de deelnemer het examen succesvol heeft afgerond ontvangt hij of zij het certificaat: Werken aan Twin Ferrule Fittingen” H-WIF-PC-0707.

Minister Kamp vindt de grondprijzen voor windmolenparken te hoog

Minister Kamp van Economische Zaken heeft een reactie gegeven op een inventarisatie van de NOS over de prijzen die voor de grond voor windmolens moeten worden betaald. In deze reactie gaf de minister aan dat de hoge prijzen voor de grond te wijten zijn aan de marktwerking. De grondprijzen voor windmolenparken zijn bijna tien keer zo hoog als de prijzen die voor de grond wordt betaald die wordt gebruikt voor kolencentrales.

Minister Kamp vindt dat de prijzen die worden gevraagd voor de grond voor windmolens te hoog zijn. Dit is ook de conclusie die getrokken kan worden uit het rapport van de NOS. In dit rapport is aangegeven dat de pachtprijzen voor de grond die gebruikt wordt voor windmolens onevenredig hoog zijn. Minister Kamp gaf in de Tweede Kamer aan dat “kolen en wind niet te vergelijken zijn”.

Hierbij doelde hij op de locatie van kolencentrales en windmolenparken. Volgens hem staan kolencentrales op industrieterreinen. De grond op deze terreinen heeft een lagere prijs dan de grond die bij een boer wordt gepacht. De minister gaf aan dat de overheid probeert om de grondprijzen te laten dalen. Hierdoor hoopt de overheid er voor te zorgen dat ook particulieren hun pachtprijzen verlagen.

Reactie van Technisch Werken
De prijzen van groene energie moeten omlaag. In het bericht dat eerder deze dag werd gepubliceerd is aangegeven dat verschillende mensen in de Kamer er voor willen zorgen dat duurzame energie aantrekkelijker wordt voor Nederlandse consumenten. Hoge grondprijzen voor windmolens worden doorberekend in de prijs die men betaald voor windenergie. Hierdoor wordt de prijs van windenergie onnodig verhoogd. Door lagere grondprijzen te hanteren kan de windenergie goedkoper worden aangeboden aan potentiële afnemers. Dit is een belangrijke stap die genomen kan worden. Daarnaast is deze stap ook voor de toekomst belangrijk. De meeste pachtprijzen liggen in contracten van 10 tot 15 jaar vast. Een lage grondprijs of pachtprijs zorgt er voor dat de kosten voor windenergie geruime tijd laag blijven.

Windenergie is in 2014 nog onnodig duur

In Nederland is windenergie onnodig duur. Dit heeft onder andere te maken met de pachtprijzen die betaald moeten worden voor de grond waarop windparken worden aangelegd. De pachtprijzen worden doorberekend in de prijs voor windenergie. De grondprijzen voor windparken zijn gemiddeld tien keer hoger dan de grondprijzen die kolencentrales moeten betalen. Dit heeft te maken met de tarieven van het Rijksvastgoed en Ontwikkelingsbedrijf (ROVB). De NOS heeft onderzoek gedaan naar de grondprijzen voor windparken en is er achter gekomen dat een belangrijk deel van de kosten voor windenergie zijn te wijten aan de grondprijzen.

Grondprijzen voor windmolens
Windmolens die worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit worden ook wel windturbines genoemd. Deze windturbines zijn in handen van exploitanten die deze turbines op verschillende locaties in Nederland hebben geplaatst. De exploitanten van windturbines moeten aan de particuliere grondeigenaren een bedrag betalen voor het gebruiken van de grond. Dit bedrag verschilt per regio en gebied. Gemiddeld moet per windmolen 35.000 tot 50.000 euro per jaar worden betaald aan pacht. Deze prijzen zijn afgeleid van de pachtprijzen die door het Rijk worden gerekend voor het ter beschikking stellen van grond voor het plaatsen van windmolens. De ROVB geeft in een rapport uit 2013 aan dat er met marktconforme prijzen moet worden gerekend en met particuliere grondeigenaren moet worden geconcurreerd. Deze prijzen liggen vast in contracten. De pachtcontracten hebben een gemiddelde duur van vijftien tot twintig jaar.

Windenergie in de toekomst
Doordat de pachtprijzen ieder jaar moeten worden betaald kan de totale pacht die betaald moet worden voor de grond van een windmolen enorm oplopen. In het meest extreme geval kan de pacht oplopen tot 1 miljoen euro per geplaatste windmolen. Dit bedrag is veel te hoog volgens sommige Kamerleden. Hierdoor verdwijnt er veel subsidiegeld dat betaald wordt aan grondspeculanten en worden de prijzen voor windenergie onnodig hoog. Op donderdag 24 april 2014 wordt er in de Tweede Kamer gesproken over windenergie. Het kabinet wil investeren in windenergie. De komende jaren moet er drie keer zoveel windenergie worden opgewerkt door windmolens die op land staan geplaatst. Daarnaast moeten er ook grote windparken op zee worden aangelegd. Deze investeringen moeten er voor zorgen dat Nederland in 2013 ongeveer 16 procent van haar energie uit duurzame energiebronnen haalt. Op dit moment haalt Nederland nog ongeveer 4 procent van haar totale energiebehoefte uit duurzame energiebronnen.

Reactie van Technisch Werken
Windenergie moet een belangrijker aandeel krijgen in de Nederlandse energiewinning. Daarnaast moet windenergie aantrekkelijk zijn voor consumenten en bedrijven. De potentiële afnemers zullen eerder voor windenergie kiezen wanneer de prijzen van deze duurzame energie laag zijn. Daarom is het jammer dat windenergie op dit moment onnodig duur is. De grondprijzen zijn te hoog en daar moet wat aan veranderen. Het Kabinet zal hierover een besluit moeten maken. Het is natuurlijk vreemd dat de grondprijzen voor een vervuilende kolencentrale lager zijn dan de kosten voor de grond van windmolens waarmee duurzamere energie wordt opgewekt.

Meer dan 300.000 Nederlanders hebben werk door Duitsland

De Nederlandse economie en de Duitse economie zijn nauw aan elkaar verbonden. Dit is onder andere te merken in de export. De Rotterdamse haven is een belangrijke haven die als doorvoerhaven wordt gebruikt voor Duitslang. Daardoor hebben veel Nederlanders werk dankzij hun oosterburen. Verder maken verschillende Nederlandse bedrijven halffabricaten voor Duitse bedrijven. Dit zorgt ook voor een toename in de werkgelegenheid in Nederland.

Prognos AG heeft een rapport opgemaakt in opdracht van Vereinigung der Bayerischen Wirtschaft. Dit rapport is nog niet gepubliceerd maar de Duitse krant de Frankfurter Allgemeine mocht het rapport al inzien. In het rapport staat onder andere dat 300.000 Nederlanders werk hebben door Duitsland.

Verder wordt in het rapport aangegeven dat de Duitse economie ook belangrijk is voor de economie van andere landen. In heel Europa zou de economie van Duitsland verantwoordelijk zijn voor werkgelegenheid. Het totale aantal banen in Europa wat aan Duitsland te danken is wordt door het rapport geraamd op 3,5 miljoen.

Duitsland en Europa
In het rapport van Prognos AG komt duidelijk naar voren dat de Duitse economie nauw verbonden is met andere economieën in Europa. Duitsland importeert voor ongeveer 300 miljard euro aan toeleveringsmaterialen en producten voor hun eigen bedrijven en industrie. Dit zijn voornamelijk grondstoffen die worden gebruikt in de chemische industrie. Daarnaast worden ook grondstoffen voor de metaalindustrie van Duitsland uit andere landen geïmporteerd.

Auto-industrie
De auto-industrie is erg belangrijk voor Duitsland. In Duitsland staan verschillende grote autofabrieken. Deze fabrieken maken lang niet alle auto-onderdelen zelf. Verschillende bedrijven in Europa leveren onderdelen aan de Duitse autofabrikanten. Remschijven die worden gebruikt voor auto’s komen meestal uit Tsjechië. Deze remschijven worden naar de Duitse autofabrikanten getransporteerd en vervolgens in de Duitse fabrieken gemonteerd. Dit zorgt er voor dat bedrijven in Tsjechië werk hebben en dat ook transportbedrijven werk hebben. Dit is slechts één voorbeeld van de manier waarop de Duitse industrie is verweven met de industrie en werkgelegenheid van andere landen.

Reactie van Technisch Werken
Duitsland is de belangrijkste motor van de Europese economie. Met de economie in Duitsland gaat het verhoudingsgewijs goed. Hierdoor kunnen verschillende andere landen meeprofiteren. Nederland heeft hierdoor meer werkgelegenheid. De onderlinge samenwerking tussen landen in Europa moet worden bevorderd. Hierdoor is een tijd geleden ook de euro als gezamenlijke munt ingevoerd. De samenwerkingsverbanden maken Europa sterk maar ook zwak. Als een land als Duitsland economisch zwakker wordt zullen andere landen de gevolgen daarvan ook merken. Een economische crisis veroorzaakt hierdoor een kettingreactie. Gelukkig is er nu duidelijk een groei te merken en het is positief dat Nederland ook mee kan liften op de successen van Duitsland.

Wat zijn ventilatoren en waar worden deze toegepast in de techniek?

Ventilatoren zijn machines die worden gebruikt voor het in beweging brengen van lucht of gassen. Een belangrijk kenmerk van ventilatoren is dat ze lucht aanzuigen en direct verplaatsen. Ventilatoren worden voor verschillende doeleinden gebruikt. Een ruimte kan worden voorzien van verse lucht doordat een ventilator lucht van buiten in een vertrek plaatst.

Daarnaast kunnen ventilatoren worden gebruikt om de reeds aanwezige lucht in een vertrek in beweging te brengen. Hierdoor komt er beweging in de lucht waardoor een verkoelend effect tot stand wordt gebracht. Ventilatoren kunnen dus worden gebruikt om een ruimte koeler of aangenamer te maken voor de gebruikers van de ruimte.

Verder kunnen ventilatoren ook worden gebruikt om verschillende producten af te koelen door er verse koude lucht overheen te blazen. Een ventilator bestaat onder andere uit een rotor, dit is het ronddraaiende deel van het geheel. De rotor wordt aangedreven door een motor zodat deze in beweging wordt gebracht. De meeste ventilatoren worden aangedreven doormiddel van een condensatormotor.

Gebruik van ventilatoren in techniek
In de techniek worden ventilatoren op verschillende manieren toegepast. Hieronder is een kort overzicht geplaatst van de toepassing van ventilatoren.

Ventilatoren in woningen
In woningen worden bijvoorbeeld ventilatoren gebruikt als men verkoeling wenst. Deze ventilatoren kunnen op een tafel of bureau worden geplaatst. In dat geval spreekt men van een tafelventilator. Er zijn ook ventilatoren die op een standaard op de grond worden gezet. Verder worden er in woningen ook wel ventilatoren aan een plafond bevestigd. Deze ventilatoren worden plafondventilatoren genoemd.

Ventilatoren in koelsystemen
In koelsystemen past men ook ventilatoren toe. Dit gebeurd bijvoorbeeld in computerkasten waar voedingsventilatoren worden gebruikt om het voedingsblok van de computer te koelen. Daarnaast worden processorkoelers gebruikt om de processor van computers te koelen.

Koelventilatoren vinden ook een uitgebreide toepassing in de procesindustrie. In de procesindustrie zijn verschillende installaties aanwezig die worden gebruikt om delen van het proces te koelen.

Ventilatoren in motoren
Verder worden ventilatoren in motoren toegepast. Hierbij worden deze ventilatoren gebruikt voor het koelen van het motorblok. Ook de vloeistof van het koelsysteem wordt doormiddel van ventilatoren gekoeld.

Ventilatoren in luchtbehandeling
In de luchtbehandeling zoals bijvoorbeeld airco installaties en luchtbehandelingskasten worden ook ventilatoren geplaatst. Deze ventilatoren trekken meestal frisse lucht van buiten af om deze vervolgens te ‘behandelen’ in een luchtbehandelingssysteem. De lucht wordt tijdens deze luchtbehandeling verwarmd of gekoeld. Vervolgens wordt de lucht naar de vertrekken van een gebouw getransporteerd. Het aantrekken en wegstoten van lucht gebeurd doormiddel van ventilatoren.

Wat is een condensor en waar wordt deze voor gebruikt?

Een condensor is een systeem dat wordt gebruikt voor het condenseren van stoom en andere gasvormige stoffen. Tijdens het condenseren worden stoffen vanuit een gasvormige toestand naar een vloeibare toestand gebracht. Dit gebeurd door de warmte weg te nemen. Door bijvoorbeeld stoom af te koelen ontstaan waterdruppels. Als deze waterdruppels worden opgevangen kan men het water transporteren naar een hittebron zodat het water weer opnieuw omgezet kan worden in stoom. Dit gebeurd bijvoorbeeld bij elektriciteitscentrales. Daarnaast worden condensors onder andere gebruikt in luchtbehandeling of airconditioning. Verder worden condensors gebruikt in koelkasten.

Hoe werkt een condensor?
Condensors zijn een soort warmtewisselaars. In tegenstelling tot gewone warmtewisselaars vindt er bij condensors een faseovergang plaats. Deze faseovergang is van een gasvormige fase naar een vloeibare fase. Warmtewisselaars zijn er in verschillende vormen en maten. Condensors kunnen ook op verschillende manieren worden geconstrueerd. De eenvoudigste variant van een condensor is een lange buis. Door deze buis stroomt het gas dat gecondenseerd moet worden. Dit gas is warmer dan de wand van de buis. Hierdoor geeft het gas warmte af via de wand aan de rest van de omgeving. Door deze warmteafgifte ontstaat condensaat. Het condensaat wordt vervolgens aan het einde van de buis opgevangen. Indien gewenst wordt dit condensaat vervolgens getransporteerd naar een hittebron zodat het condensaat weer in gasvormige toestand kan worden gebracht.

Waar worden condensors toegepast?
In koelkasten en luchtbehandelingssystemen zoals airconditioning worden kleine condensoren toegepast. Voor het verbeteren van de doelmatigheid van de luchtkoeling wordt meestal een ventilator gebruikt. Deze zorgt er voor dat lucht in beweging wordt gebracht. Een ventilator wordt meestal aangedreven door een condensatormotor. Deze motor is de veelvoorkomende eenfase-inductiemotor. Hoewel ook in het woord ‘condensatormotor’ het woord ‘condens’ is verwerkt heeft deze motor niets te maken met condenseren. De condensatormotor is afgeleid van de condensators en houdt vooral verband met de elektrotechniek en elektronica.

In de bouw worden ook condensoren gebruikt om bijvoorbeeld ruimtes te ontvochtigen. Een voorbeeld hiervan is de bouwdroger.

Grote condensoren worden toegepast bij onder andere de opwekking van elektriciteit. Naast elektriciteitscentrales worden ook bij grote chemische bedrijven gebruikt gemaakt van grote condensoren. Deze condensoren maken vooral in de herfst en winter gebruik van rivierwater of zeewater. In de zomermaanden wordt vooral gebruik gemaakt van koeltorens. Dit heeft te maken met het feit dat bepaalde dieren en plantendeeltjes in het water niet te warm mogen worden.

Omdat condensors veel in contact komen met water en daarnaast ook te maken hebben met temperatuurswisselingen moeten condensors sterk zijn en een goede weerstand bieden tegen corrosie. Daarom worden condensors van corrosievaste materialen gemaakt zoals cunifer.

Wat is een warmtewisselaar en waar wordt deze voor gebruikt?

Warmtewisselaars zijn apparaten die worden gebruikt om de warmte van een bepaalde vloeistof of gas gescheiden over te brengen op een andere vloeistof of gas. De afgewerkte lucht die uit een gebouw wordt getransporteerd is in de vertrekken van het gebouw opgewarmd. Hierdoor heeft de afgewerkte lucht een bepaalde energiewaarde. De warmte uit de afgewerkte lucht wordt onttrokken en gebruikt om verse lucht die in het gebouw wordt gebracht op te warmen. Hiermee wordt als het ware warmte teruggewonnen. Daarom noemt men dit systeem warmteterugwinning. Door gebruik te maken van een warmtewisselaar kan men energie besparen.

Ketels
Een Cv-ketel is ook een soort warmtewisselaar. Een Cv-ketel brengt namelijk de warmte van het verbrandingsgas over op het water dat door de leidingen van een Cv-installatie heen stroomt.  In een combiketel zit ook een warmtewisselaar. Deze wordt bijvoorbeeld gebruikt om heet Cv-water in warm tapwater om te zetten. Grote bedrijven in de industrie maken gebruik van omvangrijke stoomketels. Deze kunnen het bedrijf van energie voorzien. Hierbij wordt stoom gebruikt. Stoom is in feite heet verdampt water en lucht. Stoom kan echter ook weer worden afgekoeld zodat de stoom gaat condenseren.

Condensors en warmtewisselaars
Voor het verhitten en verwarmen van vloeistoffen wordt een warmtewissel gebruikt en voor het afkoelen van stoom zijn condensors nodig. Deze warmtewisselaars en condensors moeten goed bestand zijn tegen vocht daarom worden ze gemaakt van corrosievaste materialen zoals cunifer. Een warmtewisselaar brengt warmte over op een vloeistof of een gas en een condensor zorgt er voor dat de warmte juist wordt afgevoerd zodat de vloeistof of gas juist wordt afgekoeld en gaat condenseren.

De ideale warmtewisselaar
Een warmtewisselaar werkt optimaal wanneer de warmtewisselaar de eerste vloeistof of gas afkoelt tot de temperatuur waarmee de tweede vloeistof of gas instroomt. Het is ook mogelijk dat de tweede vloeistof of gas door de warmtewisselaar tot een lagere temperatuur wordt afgekoeld. Om dan veel rendement te krijgen is het belangrijk dat een verhoudingsgewijs grote hoeveelheid gas of vloeistof wordt afgekoeld. Men maakt gebruik van een tegenstroomprincipe bij warmtewisselaars. Dit tegenstoomprincipe zorgt er voor dat twee vloeistoffen of gassen tegen elkaar instromen en zo warmte en koude aan elkaar overdragen.

Energieakkoord 2013 onder druk vanwege bijstookhout

Het Financieel Dagblad (FD) heeft dinsdag 22 april 2014 gepubliceerd dat milieugroepen en energiebedrijven het niet eens zijn over de uitwerking van het energieakkoord dat in 2013 is gesloten. In dit energieakkoord staan duidelijke afspraken over het bijstoken van hout in kolencentrales. Aan de duurzaamheid van dit hout zijn hoge eisen gesteld. Deze eisen zijn volgens sommige stroomproducenten te hoog. Daardoor hebben een aantal stroomproducenten spijt dat ze het energieakkoord hebben ondertekend.

Duurzaamheid bijstookhout
De eisen die in het Energieakkoord aan bijstookhout worden gesteld zijn vergelijkbaar met de strenge FSC-standaarden. Dit houdt in dat het bijstookhout afkomstig moet zijn van bossen die gericht zijn op duurzame bosbouw. Verschillende energiebedrijven halen hun hout echter uit bossen die minder gericht zijn op duurzaamheid. Dit is bijvoorbeeld het geval met hout dat afkomstig is van Amerikaanse en Canadese bossen. Daar worden de strenge normen met betrekking tot duurzaam hout minder gebruikt.

Het energieakkoord
In 2013 werd het Energieakkoord gesloten. Dit gebeurde toen onder leiding van de Sociaal-Economische Raad (SER). De eisen in dit akkoord zijn zeer streng. Daarom waren milieuorganisaties toen al verbaasd dat de elektriciteitsbedrijven akkoord zijn gegaan met de strenge eisen met betrekking tot het bijstoken van biomassa. Deze biomassa is over het algemeen hout. De milieuorganisaties zijn echter niet van plan om de afspraken die in het Energieakkoord staan te herzien. De afspraken worden wel verder uitgewerkt maar niet herzien volgens een woordvoerder van een milieuorganisatie.

Reactie van Technisch Werken
De meeste elektriciteitscentrales zijn kolencentrales. Door het verstoken van kolen komt er veel CO2 in de lucht. Er wordt bij het opwekken van elektriciteit ook steeds meer biomassa verbrand. Dit wordt gezien als een meer CO2 neutrale oplossing gezien. De eisen die aan het hout worden gesteld zijn wel streng. Hout moet uit duurzame bossen komen. Dat is logisch want de belangrijkste reden waarom een Energieakkoord wordt gesloten is het bevorderen van duurzaamheid en het besparen van het milieu. Daarom is het niet verwonderlijk dat de milieuorganisaties vasthouden aan de strenge eisen uit het Energieakkoord. Voor veel kolencentrales wordt het echter wel moeilijk om te blijven bestaan. Nederland kan niet zonder kolencentrales.

Zonne-energie en andere duurzame energievormen zoals winenergie leveren nog te weinig energie op om een land als Nederland in haar energiebehoefte te voorzien. Er ontstaan nog te veel black-outs als de duurzame energiebronnen zoals windmolens  te weinig energie opwekken. Duurzame energiebronnen zijn namelijk afhankelijk van de weersomstandigheden. De energie die opgewekt wordt in kolencentrales is veel constanter omdat deze wordt gewonnen uit het verbranden van kolen en biomassa. Zolang er voldoende brandstof aanwezig is kan men energie opwekken. De aard van deze brandstoffen is van groot belang als men de duurzaamheid van de kolencentrales wil beoordelen.

Grote technische bedrijven maken onderling afspraken over personeel

De Amerikaanse krant The Wall Street Journal heeft documenten onder ogen gezien over een mededingingszaak die is aangespannen tegen technologiereuzen. De technologiereuzen zijn zeer grote wereldwijd opererende bedrijven die voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van technologie. Technologiereuzen ontwikkelen technologieën en hebben daarvoor goed opgeleid personeel nodig. Dit personeel levert een belangrijke bijdrage voor de bedrijven op het gebied van het bedenken en implementeren van nieuwe technologieën.

Naarmate een personeelslid langer als ontwikkelaar bij een technologiereus werkzaam is wordt zijn of haar meerwaarde op de arbeidsmarkt groter. Dit zorgt er voor dat andere bedrijven via bijvoorbeeld headhunters of bureaus die gericht zijn op technisch recruitment proberen de medewerkers over te halen om over te stappen naar hun bedrijf.

Afspraken tussen technologiebedrijven
Technologiebedrijven zijn hierdoor bang dat de kennis van hun bedrijf wegvloeit naar andere bedrijven. Om dit te voorkomen zouden afspraken zijn gemaakt. Het gaat hierbij volgens The Wall Street Journal om bedrijven zoals Google, Appel, Intel en Adobe. Deze bedrijven zouden volgens de documenten die de krant onder ogen heeft gezien jarenlang onderlinge afspraken hebben gemaakt om een strijd over goed personeel te voorkomen. Een aantal topmannen zouden bij deze onderlinge personeelsafspraken betrokken zijn geweest. De namen die worden genoemd zijn onder andere Steve Jobs van Apple en Sergey Brin en Eric Schmidt van Google.

Deze topmannen hebben jarenlang geprobeerd om de vrede tussen de bedrijven te bewaren door afspraken te maken over personeel. Hierdoor hebben ze er voor gezorgd dat personeel niet eenvoudig kon overstappen naar een ander bedrijf. Daarnaast hebben deze grote technologiebedrijven er volgens de krant voor gezorgd dat grote loonstijgingen voor personeel werden voorkomen. Personeelsleden van de technologiereuzen voelen zich door deze afspraken benadeeld. Daarom hebben een aantal personeelsleden een rechtszaak aangespannen tegen hun werkgevers. In totaal eisen de werknemers 3 miljard dollar schadevergoeding. Het aantal personeelsleden dat een rechtszaak heeft aangespannen is 64.000. Verwacht wordt dat de zaak met een schikking zal worden afgerond. Hierdoor zal de situatie niet uitlopen op een rechtszaak. Een schikking zorgt er voor dat de grote bedrijven minder imagoschade oplopen. Als de situatie alsnog uitloopt op een rechtszaak zal de schade voor de grote bedrijven vermoedelijk hoger uitvallen dan de drie miljard euro die nu door de werknemers wordt geëist.

Reactie van Technisch Werken
Technologie is zeer  belangrijk voor een bedrijf. Het is daarom niet verwonderlijk dat technologiereuzen er voor willen zorgen dat hun technologie niet wegvloeit naar andere organisaties. Het maken van onderlinge geheime afspraken is echter juridisch niet juist. Een concurrentiebeding is in de meeste gevallen het enige wat bedrijven kunnen doen. Daarnaast moeten bedrijven er voor zorgen dat het personeel voldoende verdient en voldoende waardering krijgt. Door goede arbeidsvoorwaarden te bieden en het personeel uitdaging te geven kunnen bedrijven personeelsleden behouden.

Steeds meer zonnepanelen in Nederland in 2013 en 2014

In 2013 is het aantal zonnepanelen in Nederland verdubbeld. De vraag naar zonnepanelen groeide explosief. Dit zorgde er voor dat er problemen ontstonden met betrekking tot de levering van zogenoemde zwarte zonnepanelen.  Niet alleen particulieren kopen zonnepanelen voor hun eigen huizen. Ook steeds meer bedrijven kiezen er voor om zonnepanelen te plaatsen. Peter Segaar voorziet het Centraal Bureau voor de Statistiek van cijfers over de verkoop van zonnepanelen. Hij merkt op dat bedrijven zonnepanelen hebben ontdekt en dat een toenemend aantal bedrijven bereid is om in zonnepanelen te investeren. Volgens Segaar is de grootste toename van klanten die zonnepanelen aanschaffen te vinden in de bevolkingscategorie met een modaal inkomen. Dit zijn de mensen met een huishouding.

Scholen en zonnepanelen
Een andere ontwikkeling op het gebied van duurzame energie is te vinden bij scholen in Nederland. Rolf Heynen van het bedrijf SolarSolutions merkt dat scholen ook steeds vaker zonnepanelen aanschaffen. Dit is volgens Heynen zeer interessant voor scholen. Allereerst wordt energie bespaard maar daarnaast is het plaatsen van zonnepanelen ook educatief voor leerlingen en studenten. Verder wordt natuurlijk met zonnepanelen een goed voorbeeld gegeven door scholen. Het maakt leerlingen en ouders bewust van hun verantwoordelijkheid voor het milieu.

Zonnepanelen in verschillende kleuren
Zonnepanelen kunnen tegenwoordig in verschillende kleuren gemaakt worden. Zonnepanelen hoeven daardoor niet meer zwart of donkerblauw te zijn maar kunnen een kleur krijgen die past bij de rest van de omgeving waarin het paneel wordt geplaatst. Daken met rode dakpannen kunnen bijvoorbeeld rode zonnepanelen krijgen waardoor het zonnepaneel opgaat in de rest van het dak. De nieuwste ontwikkeling op dit gebied is het dakpan-paneel. Dit zonnepaneel heeft de vorm van een dakpan. Het laten integreren van een zonnepaneel in een dak wordt steeds vaker toegepast. Toch vind iedereen dit niet noodzakelijk. Sommige bedrijven en projectontwikkelaars vinden het juist belangrijk dat mensen kunnen zien dat er zonnepanelen op gebouwen zijn geplaatst. Een zonnepaneel zorgt over het algemeen voor een positief imago. Bedrijven met zonnepanelen op hun daken tonen daarmee aan dat ze een bijdrage leveren aan milieuverantwoord ondernemen.

Zonnepanelen leveren werk op
Een groot deel van de zonnepanelen komt uit China. In China worden de afgelopen jaren veel zonnepanelen gemaakt met een verschillende kwaliteit. Nederlandse bedrijven verdienen vooral met het maken van onderdelen volgens Segaar. Volgens hem zijn er behoorlijk wat bedrijven in Nederland actief in de verkoop en het plaatsen van zonnepanelen. In de zonne-energie zitten volgens hem 1200 bedrijven in Nederland. Daardoor vormen zonnepanelen en zonne-energie een belangrijke rol op de arbeidsmarkt. Deze sector levert werkgelegenheid vaan veel mensen. Op dit moment werken er in Nederland 10.000 mensen in de zonne-energie. Dit zullen er volgens Segaar in de toekomst alleen maar meer worden. Vooral bouwbedrijven kunnen volgens hem meeprofiteren van deze groei. De officiële cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek komen aan het einde van de maand mei. Volgens Segaar is er een redelijke kans dat de officiële telling van het aantal zonnepanelen nog hoger uit zal vallen dan de telling die hijzelf heeft gedaan.

Reactie van Technisch Werken
De rol van zonnepanelen in de Nederlandse energievoorziening neemt toe. Zonnepanelen worden massaal gekocht alleen is de kwaliteit van zonnepanelen zeer verschillend. Hierdoor kan een goedkoop zonnepaneel achteraf toch een onverstandige aanschaf blijken te zijn. bij de aanschaf van zonnepanelen wordt gekeken naar het rendement. Dit rendement verschilt en het is belangrijk dat klanten een goede voorlichting over het terugverdienmodel krijgen van zonnepanelen. Zonnepanelen hebben een bepaalde levensduur. Op een gegeven moment wordt het rendement van een zonnepaneel zo laag dat deze beter vervangen kan worden door een nieuw zonnepaneel met een hoger rendement.

De vraag blijft dan staan: wat doen we met de verouderde zonnepanelen? Kunnen zonnepanelen eenvoudig worden aangepast naar een modernere variant? Het reviseren of retrofitten van zonnepanelen zal wel niet eenvoudig zijn. Daarbij moeten de zonnecellen worden vervangen. Net als bij andere producten bestaat de kans dat oude zonnepanelen gewoon op een afvalbult komen en geheel moeten worden gerecycled. Dat kost een hoop energie. Over een aantal jaren zal men echter wel met het vervangen van zonnepanelen aan de slag moeten. Bedrijven die daar een effectieve, milieubesparende oplossing voor bieden hebben een waardevolle rol in de toekomst van zonne-energie in Nederland.

Wat is industrialisatie en welke invloed heeft dit op de maatschappij?

Industrialisatie kan worden vertaald als een ontwikkeling die plaatsvind in productieprocessen. Productieprocessen worden door industrialisatie gemechaniseerd, hierdoor verandert de organisatie waar de productie wordt uitgevoerd. Een organisatie waarin industrialisatie wordt ingevoerd veranderen in een fabriekssysteem. Hierdoor verandert de technologie binnen een bedrijf. Productieprocessen die eerst handmatig door productiemedewerkers werden uitgevoerd worden door de mechanisatie, die met industrialisatie gepaard gaat, overgenomen door machines. Hierdoor zorgt industrialisatie voor sociale veranderingen binnen een bedrijf.

Industrie
De industriële revolutie begon in 1750. Deze revolutie zorgde er voor dat kleine werkplaatsen waar producten ambachtelijk werden gemaakt veranderden in fabrieken. Aan het begin van de negentiende eeuw werden ook in andere delen van Europa fabriekssystemen ingevoerd. De industrialisatie zorgde er voor dat bedrijven veranderden in fabrieken. Hierdoor ontstond grootschalige industrie. De grote fabrieken in de industrie zorgden voor een massale productie van uiteenlopende goederen. Deze massaproductie deed het aanbod van bepaalde producten aanzienlijk stijgen op de markt. Kleine ambachtslieden konden niet meer concurreren tegen grote industriële fabrieken. Daardoor verdwenen steeds meer kleine bedrijven en nam het aantal grote fabrieken in landen toe. Ambachtslieden moesten vaak noodgedwongen in de geïndustrialiseerde omgeving van een fabriek werken.

De mechanisering van veel productieprocessen draaide met name om de invoering van een lopende band systeem. Deze lopende banden worden ook wel transportbanden genoemd. In een sterk geïndustrialiseerde organisatie waarin de productieprocessen in grote mate zijn gemechaniseerd  wordt veel gebruik gemaakt van transportbanden. Op deze transportbanden worden grondstoffen, halffabricaten en producten door de organisatie getransporteerd.

Sociale veranderingen door industrialisatie
De industrialisatie bracht positieve en negatieve ontwikkelingen met zich mee. Het positieve van industrialisatie is dat producten massaal aan consumenten werden aangeboden. Hierdoor werd de prijs van producten lager en konden meer mensen bepaalde producten aanschaffen. Een voorbeeld hiervan zijn auto’s. Toen auto’s massaal werden geproduceerd konden meer mensen een auto aanschaffen. Daarnaast werd de kwaliteit van producten door de mechanisatie van productieprocessen ook constanter.

De industrialisatie bracht echter ook een hoop nadelen met zich mee. Kleine bedrijven konden niet meer concurreren tegen grote fabrieken. Hierdoor verdwenen veel ambachtelijke bedrijven waar vakmanschap werd uitgeoefend. Door het verdwijnen van veel kleine bedrijven nam de macht van grote industriële fabrieken toe. De opbrengsten van de industrie werden voor een samenleving in toenemende mate belangrijker. Een maatschappij werd daardoor ook steeds afhankelijker van de industrie. De opbrengsten van de industriële productie nam toe ten opzichte van de opbrengsten van de landbouw. Ook in de landbouw werd echter gemechaniseerd. Gemotoriseerde tracktors namen de rol over van lastdieren en de spierkracht van de mens. Dit zorgde evenals de mechanisering van productieprocessen voor lagere prijzen. Dit was weliswaar positief maar veel boerenbedrijven, die niet in staat waren om moderne mechanische middelen aan te schaffen, konden de concurrentie niet aan en verdwenen.

Zowel de industrialisatie van productieprocessen en de mechanisering van de landbouwsector zorgde er voor dat veel banen verdwenen. De werkloosheid nam toe en mensen die een ambachtelijk vak hadden geleerd werden gedwongen om tegen lage lonen te werken in fabrieken. De prijzen van producten ging omlaag maar door de werkloosheid en de lage lonen konden minder mensen producten aanschaffen. Eigenaren van grote industriële bedrijven kregen te veel macht. De positie van de arbeider kwam onder druk te staan. Hierdoor ontstonden veel spanningen in de maatschappij en probeerden de arbeiders zich te verenigen in vakbonden om een tegengewicht te vormen tegen de machtige leidinggevenden. De maatschappij is door de industrialisering structureel veranderd.

Op dit moment worden productieprocessen nog verder geautomatiseerd. De rol van computers wordt belangrijker. Steeds meer machines worden doormiddel van computersystemen aangestuurd. Hierbij nemen PLC systemen en SCADA een belangrijke rol van de mensen op de werkvloer over. Dit zorgt er voor dat er in de toekomst in fabrieken en de overige procesindustrie nog meer banen kunnen verdwijnen.

Woningverkopen gestegen in de maand maart 2014

In de maand maart van 2014 is het aantal woningverkopen gestegen. Volgens het Kadaster zijn er in maart 10.028 woningen verkocht in Nederland. In het Kadaster wordt het aantal woningverkopen geregistreerd. Daarom is het Kadaster een betrouwbare bron die geraadpleegd kan worden als men de ontwikkelingen in de woningmarkt wil beoordelen. In 2013 werden er in de maand maart minder woningen verkocht volgens het Kadaster. Toen kwam het aantal woningverkopen op 8933. In de maand maart van 2014 werden verhoudingsgewijs evenveel woningen verkocht als de maand daarvoor. Vooral tussenwoningen zijn populair bij de woningverkopen. Ten opzichte van 2013 werden er in 2014 ruim 19 procent meer tussenwoningen verkocht.

Woningverkoop per regio
De verkoop van woningen verschilt per regio. In sommige regio’s was de verkoop van woningen behoorlijk gestegen. Dit was het geval bij de provincie Friesland. In deze provincie nam de woningverkoop toe met 25 procent. In de provincie Gelderland was de stijging in de woningverkoop verhoudingsgewijs klein. Hier steeg de woningverkoop slechts 7,3 procent. Er was ook een provincie waar de woningverkoop ten opzichte van 2013 daalde. Dit was het geval bij de provincie Limburg. In deze provincie daalde de woningverkoop met 10 procent. Naast het Kadaster merkt ook de makelaarsvereniging NVM dat de woningmarkt in Nederland aan het herstellen is.

Reactie van Technisch Werken
De positieve berichten over de woningmarkt nemen aan het begin van 2014 toe. De woningmarkt is nog niet op het niveau van voor de crisis. Daarvoor moet nog een hoop gebeuren. Het consumentenvertrouwen neemt toe. Er zijn meer bezichtigingen van woningen die te koop staan door potentiële kopers. Het duurt vaak wel even voordat een woning wordt verkocht maar er is overduidelijk een toename in belangstelling voor koopwoningen merkbaar op de woningmarkt.

De bouwsector merkt langzamerhand en herstel. Er is een toenemende vraag naar flexibel technisch personeel op de bouw. Met name elektromonteurs en installatiemonteurs worden op de bouw gevraagd. Deze medewerkers worden bemiddeld door technische uitzendbureaus. Uitzendbureaus in de techniek doen het aan het begin van 2014 erg goed ten opzichte van uitzendbureaus in andere sectoren.

Wat is een sprinklerinstallatie en hoe werkt deze installatie?

Sprinklerinstallaties zijn brandblusinstallaties die permanent in een gebouw zijn aangebracht. Een sprinklerinstallatie wordt gebruikt voor het detecteren van een brand in het gebouw. Daarnaast wordt dit systeem gebruikt om een brand te beheersen en te blussen. De term sprinklerinstallatie is afgeleid van de sproeikoppen die aan deze installatie verbonden zijn. Deze sproeikoppen worden ook wel sprinklers genoemd en zijn bevestigd direct onder het plafond of onder het dak van een gebouw. Wanneer de temperatuur in de ruimte van de sprinklerinstallatie oploopt door een brand treed de sprinklerinstallatie in werking.

Sprinklerinstallaties treden over het algemeen al in werking bij een beginnende brand. Hierdoor wordt de brand in een gebouw over het algemeen goed onder controle gehouden. Een sprinklerinstallatie treed meestal per ruimte inwerking. Dit zorgt er voor dat de waterschade die veroorzaakt wordt door het bluswater meestal beperkt is.

Hoe werkt een sprinklerinstallatie?
Een sprinklerinstallatie is een systeem dat bestaat een leidingen. Dit stelsel van leidingen is onder het plafond aangebracht met beugels en andere bevestigingssystemen. Aan de leidingen zijn sprinklers gemonteerd. Deze sprinklers hebben een smeltzekering. Deze smeltzekering is gemaakt van glas of soldeer. Er zijn verschillende sprinklers die onder andere met een kleurencode zijn gemerkt. Deze kleurencode geeft aan tot welke temperaturen de zekering bestand is.

Bij een bepaalde hoge temperatuur springt deze smeltzekering uit elkaar. Door het springen van de zekering stroomt het water uit de leiding op een spreiplaat. Deze spreiplaat zorgt er voor dat het water vanaf het plafond over hele ruimte wordt verspreid. Dit is zeer effectief omdat hete gassen en rook zich onder het plafond verzamelen. Warme lucht stijgt namelijk op. Door een sprinklerinstallatie wordt niet alleen de brand geblust maar worden ook de hete gassen afgekoeld. De ruimte wordt door deze effectieve brandbestrijding aanzienlijk snel veiliger.

Door het inwerking treden van de sprinklerinstallatie wordt er water door de leidingen getransporteerd. Dit zorgt er voor dat er ook water aan het begin van het leidingnet stroomt. Het stromend water wordt gedetecteerd door een stromingsschakelaar of alarmklep die aangeeft dat er water stroomt door de sprinklerinstallatieleidingen.

Hierdoor signaleert het systeem dat er ergens brand moet zijn. Dit gebeurd door een alarmbel die door water wordt aangedreven of via een SprinklerMeldCentrale brandmeldcentrale. Deze brandmeldcentrale is in het gebouw aanwezig en waarschuwt de mensen die in het gebouw aanwezig zijn dat er brand is. Daarnaast staat deze installatie ook in verbinding met een ontruimingsinstallatie en is het systeem verbinden met een particuliere alarmcentrale (PAC) en meestal ook aan een regionale brandweeralarmcentrale (RBAC).

Opleidingen voor installeren van sprinklerinstallaties
Het aanleggen van een sprinklerinstallatie moet zeer nauwkeurig gebeuren. Daarom moet een sprinklermonteur over gedegen theoretische kennis en praktijkkennis beschikken. Deze kennis kan een monteur niet alleen in de praktijk eigen maken. Daarom kan een monteur in de sprinklerinstallaties de opleiding Leidinggevende Monteur Sprinklertechniek volgen. Deze opleiding werd vroeger ook wel VSI A genoemd. Deelnemers aan deze cursus moeten ervaring hebben in het monteren en installeren van sprinklersystemen. Deze ervaring wordt in de opleiding Leidinggevende Monteur Sprinklertechniek verder uitgebouwd. Na het afronden van deze opleiding kunnen monteurs ook verder leren. De opleiding opleiding Aankomend technicus Sprinklertechniek is dan de meest voor de hand liggende keuze. Na het afronden van die opleiding kan de persoon doorleren tot Technicus Sprinkler doormiddel van het volgen van de gelijknamige opleiding.

Verder dienen monteurs die werken in de sprinklertechniek ook over een certificaat NEN-EN 12845+A2+NEN 1073 (NL) te beschikken. Deze norm is de vervanger van de VAS oftewel het Voorschrift Automatische Sprinklerinstallaties. Het certificaat NEN-EN 12845+A2+NEN 1073 (NL) kan een monteur bemachtigen door het volgen van een opleiding en het succesvol afronden van bijbehorend examen.

Welke opleidingen zijn er in de sprinklertechniek en sprinklerinstallaties?

Sprinklerinstallaties worden aangebracht onder plafonds en daken van gebouwen. Deze installatie worden gebruikt voor het blussen van branden. Daarnaast zorgden sprinklerinstallaties er voor dat branden tijdig opgemerkt worden en dat de brand beheersbaar blijft. Een sprinklerinstallatie bestaat in de basis uit leidingen en sproeikoppen. Deze sproeikoppen worden ook wel sprinklers genoemd. De sprinkler treed in werking als de smeltzekering door de hitte in een ruimte gaat springen. Een sprinklerinstallatie vormt een belangrijk onderdeel van de brandpreventie. Daarom moeten deze installaties vakkundig worden aangelegd door een goed opgeleide sprinklermonteur. Bij sprinklerinstallaties kunnen verschillende opleiding aan de orde komen. Hieronder volgt een kort overzicht.

Leidinggevende Monteur Sprinklertechniek
De cursus Leidinggevende Monteur Sprinklertechniek werd in het verleden ook wel VSI A genoemd. Deze cursus is bestemd voor werknemers die werken aan automatische sprinklerinstallaties. Voor deze opleiding is een vooropleiding niet verplicht. Wel is werkervaring verplicht, deelnemers aan de cursus moeten ervaring hebben in het monteren en installeren van sprinklerinstallaties. Deze ervaring moet dusdanig zijn dat de monteur zelfstandig kan werken aan sprinklerinstallaties.

Aankomend technicus Sprinklertechniek
Een leidinggevend sprinklermonteur kan doorleren in de sprinklertechniek doormiddel van het volgen van de opleiding Aankomend technicus Sprinklertechniek. Deze opleiding werd in het verleden ook wel VSI-B of Sprinkler I genoemd. Deze opleiding is bestemd voor technisch personeel dat zich bezighoudt met het ontwerpen van sprinklerinstallaties, ook preventisten volgen deze opleiding zodat ze kunnen adviseren op het gebied van de aanleg van deze installaties. In de opleiding Aankomend technicus Sprinklertechniek leert de deelnemer eenvoudige sprinklersystemen te ontwerpen.

Technicus Sprinkler
Na het behalen van de opleiding  Aankomend technicus Sprinklertechniek kan een deelnemer doorstromen naar de opleiding Technicus Sprinkler. Deze opleiding werd vroeger ook wel VSI-C of Sprinkler II genoemd. Deze opleiding is gericht op werknemers die zich beroepsmatig bezig houden met het ontwerp van sprinklerinstallaties en al ruime ervaring hebben met het ontwerpen van eenvoudige installaties. De opleiding Technicus Sprinkler draait met name om het hydraulisch ontwerp van sprinklerinstallaties.

NEN-EN 12845/NEN 1073
Daarnaast is er ook nog de cursus NEN-EN 12845/NEN 1073. Deze cursus is ontwikkelt op basis van de norm NEN-EN 12845+A2+NEN 1073 (NL) die van kracht is sinds 1 oktober 2010. Deze norm vervangt het Voorschrift Automatische Sprinklerinstallaties (VAS) en heeft een groot deel van de behorende Memoranda overgenomen.

De NEN-EN 12845+A2+NEN 1073 (NL) is van toepassing op Nederlandse Vaste brandblusinstallaties en op Automatische sprinklerinstallaties. De norm is zowel gericht op het ontwerpen als installeren van brandblusinstallaties en sprinklerinstallaties. Daarnaast is de norm ook gericht op het onderhouden van deze installaties.

Deze NEN-cursus is op het niveau VSI-B of Sprinkler I en bestemd voor technici en projectleiders die werkzaam zijn in de sprinklertechniek. Als iemand in aanmerking wil komen voor de cursus NEN-EN 12845/NEN 1073 moet hij of zij in bezit zijn van een diploma VSI-B of Sprinklertechniek I.

Wat is een roetmeting en viergasmeting tijdens een APK?

De Algemene Periodieke Keuring voor voertuigen is in Nederland vooral bekend als afkorting APK. Deze keuring is vanuit Europa als verplichting opgelegd. De verplichte APK moet de verkeersveiligheid bevorderen en daarnaast moeten de voertuigen doormiddel van deze keuring gecontroleerd worden op een aantal milieutechnische aspecten.

De APK wordt gedaan door een keuringsbedrijf dat door de RDW erkend is. Deze bedrijven hebben een bord met daarop RDW erkend. De eisen aan auto’s worden steeds strenger. Dit heeft onder andere te maken met de strengere eisen die worden gesteld aan de verkeersveiligheid. Ook het milieu is wereldwijd een belangrijk aandachtspunt.

De CO2 uitstoot van auto’s moet zoveel mogelijk worden beperkt. Daarom worden ook de milieueisen die aan de orde komen bij de APK steeds strenger. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan de roetmeting en de viergasmeting. Daarover is hieronder in twee alinea’s informatie weergegeven.

Wat is de roetmeting?
De roetmeting is sinds 1 januari 1997 ingevoerd. Deze meting wordt gedaan bij auto’s die een dieselmotor hebben en daarnaast een bouwjaar hebben van 1980 of later. Tijdens de roetmeting wordt door een APK-keurmeester de hoeveelheid roet gecontroleerd die een auto uitstoot. Hierbij wordt de motor van de auto aangezet en laat men de motor eerst onbelast draaien en vervolgens volgas. Tijdens de roetmeting meet men optisch de hoeveelheid roet die wordt uitgestoten. De roetmeting duurt maar een paar seconden. Desondanks moet de roetmeting wel goed worden uitgevoerd. Er zijn motoren die een Comprexlader bevatten deze motoren zijn uitgesloten van de roetmeting.

Veel auto’s hebben tegenwoordig een OBD. Deze afkorting staat voor On-Board Diagnostics. Dit is een systeem in de auto-elektronica en vormt het voertuigmanagementsysteem van de auto. Daarnaast vormen de On-Board Diagnostics een interface die gebruikt kan worden voor het uitlezen van verschillende technische aspecten van het voertuig. De OBD is ingevoerd in de jaren tachtig. De hoeveelheid informatie die in een OBD kan worden opgevraagd is sinds de invoering toegenomen. De nieuwste variant van OBD is OBD II. Een roetmeting hoeft niet te worden uitgevoerd wanneer een OBD de hoeveelheid roetuitstoot aangeeft. Als een OBD echter een foutmelding heeft moet de roetmeting alsnog worden gedaan.

Wat is een viergasmeting?
Auto’s met een bouwjaar van 1993 of later die zijn uitgerust met een benzinemotor of LPG-motor met een ‘geregelde’ katalysator moeten sinds 1 januari 1998 een zogenoemde viergasmeting ondergaan tijdens de APK. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een viergastester. Met behulp van dit instrument wordt door de APK keurmeester gecontroleerd of de uitlaatgassen niet de wettelijk vastgestelde percentages overschrijden. Als de viergastester aangeeft dat de percentages van bepaalde gassen worden overschreden kan de oorzaak daarvan liggen in een defecte katalysator. De katalysator van een voertuig zet namelijk de meeste schadelijke stoffen om die door de motor worden uitgestoten.

Met de viergasmeting worden vier verschillende gassen die uit de uitlaat komen gemeten. Dit zijn de gassen:

  • Koolmonoxide, dit wordt aangegeven met CO
  • Kooldioxide, dit wordt aangegeven met CO2
  • Koolwaterstoffen, dit wordt aangegeven met HC
  • Zuurstof, dit wordt aangegeven met O2

Door deze gassen te meten kan de APK keurmeester tevens controleren of de werking van de  lambdasonde, de katalysator en het regelsysteem goed is. In de huidige eisen voor de APK is een maximaal toelaatbaar CO2-gehalte vastgelegd dat gemeten wordt in het uitlaatgas. Dit CO2 gehalte wordt gemeten achter de katalysator. Daarnaast heeft men het bij de APK ook over een lambdawaarde. De lambdawaarde kan worden gepaald door het meten van meerdere uitlaatgascomponenten. Daarom is de APK keurmeester verplicht om een 4-gastester te gebruiken.

Waaruit bestaat een APK oftewel een Algemene Periodieke Keuring?

APK staat voor Algemene Periodieke Keuring. Deze keuring is in Europa verplicht voor auto’s. De APK is bedoelt om de verkeersveiligheid te bevorderen en het milieu te beschermen. Er wordt onderheid gemaakt tussen een APK voor lichte voertuigen en een APK voor zware voertuigen. Een APK is een keuring die moet worden uitgevoerd door een erkend APK-bedrijf. Deze erkenning wordt gedaan door de RDW.

RDW
De afkorting RDW staat voor RijksDienst voor het Wegverkeer. Deze instantie is een zelfstandig bestuursorgaan welke onder andere verantwoordelijk is voor het toezicht en het controleren van de technische deugdelijkheid van gemotoriseerde voertuigen. Deze controle wordt onder andere gedaan doormiddel van de APK.

RDW erkend
Autobedrijven die in Nederland een APK mogen uitvoeren hebben een erkenningsschild met daarop ‘RDW erkend’. Daarnaast staat er een sticker op het bord met de tekst ‘APK lichte voertuigen’ of ‘APK zware voertuigen’.  Hierdoor weet een automobilist dat een bedrijf door de RDW erkend is om een APK uit te voeren.

Wat is het doel van een APK?
Het belangrijkste doel van de APK is het controleren of de auto technisch in orde is en dat de bestuurder met de auto veilig kan rijden zonder zichzelf en andere weggebruikers in gevaar te brengen. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan milieuaspecten. Een auto moet niet onnodig vervuilend zijn en het lekken van olie en andere schadelijke stoffen zoals koelvloeistoffen moet zoveel mogelijk worden voorkomen.

Ondanks de doelstelling en de frequentie van een APK blijft deze keuring slechts een momentopname. Een APK is daardoor geen garantie dat het voertuig ook daadwerkelijk een jaar lang technisch in orde blijft. Daar zijn namelijk verschillende factoren van afhankelijk. Verder is een APK voor de auto eigenaar geen reden om de auto niet te onderhouden. Ook na het verstrekken van een nieuw positief APK keuringsrapport zal de auto goed onderhouden moeten worden en zal onder andere de bandenspanning, de koelvloeistof en het oliepeil regelmatig door de bestuurder moeten worden gecontroleerd.

Waar wordt op gelet tijdens een APK?
De APK wordt gedaan door een APK keurmeester. Dit is een automonteur of een autotechnicus die een opleiding heeft gevolgd voor het uitvoeren van algemene periodieke keuringen aan voertuigen. Een APK keurmeester is bevoegd om deze keuringen uit te voeren. Deze keurmeesters werken bij een RDW erkend bedrijf. Tijdens de APK wordt op een aantal aspecten gelet.

Verkeersveiligheid
Allereerst let men op de verkeersveiligheid. Tijdens dit onderdeel van de APK wordt gelet op de volgende technische aspecten van het voertuig:

  • Remmen
  • Wielophanging
  • Schokdempers
  • Banden
  • Stuurinrichting
  • Verlichting
  • Carrosserie

Milieu
Naast verkeersveiligheid is ook het milieu een belangrijk aspect. Tijdens dit onderdeel van de keuring wordt gekeken of de auto niet onnodig milieubelastend is. Hierbij komen de volgende keuringsonderdelen aan de orde:

  • Uitlaatgassen
  • Roetmeting  bij dieselmotoren.
  • Viergasmeting bij benzinemotoren

Voertuig
Tijdens de APK wordt naast de verkeersveiligheid en de milieutechnische staat van de auto ook gekeken naar de algemene aspecten met betrekking tot het voertuig. Hierbij wordt onder andere gekeken naar het voertuigidentificatienummer en het kentekenbewijs deel I. Ook de gebruikte brandstof wordt beoordeeld. Een voertuig moet over de juiste kentekenplaten beschikken.

Wat is construeren en wat is een constructie?

Construeren is een werkwoord dat verband houdt met het bedenken, ontwerpen en maken van constructies. Hierbij komt onder andere constructieleer aan de orde. Constructieleer is een wetenschap die gericht is op het maken van constructies. Constructleer wordt toegepast bij het ontwerpen van verschillende constructies zoals bruggen, wolkenkrabbers en woningen. In de bouwkunde, civiele techniek, werktuigbouwkunde en mechanica is de constructieleer een onderdeel van de functie en het takenpakket van een constructeur. De hoofdtaak van een constructeur is construeren.

Wat is construeren?
Een ontwerp van een constructie ontstaat uit construeren. Het construeren wordt in eerste instantie gedaan door een constructeur. Deze persoon bedenkt hoe een constructie er uit moet zien. Hierbij komen verschillende zaken aan de orde. Allereerst moet de constructeur rekening houden met de eigenschappen die een constructie moet hebben. Hierbij maakt de constructeur onder andere gebruik van constructieprincipes. Deze constructieprincipes zijn vastgestelde feiten met betrekking tot constructies. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan de verbindingen en profielen die gebruikt kunnen worden voor een constructie.

Daarnaast houdt een constructeur ook rekening met het materiaal gebruik. Een constructie bestaat uit één of meerdere materialen. Aan deze materialen worden eisen gesteld. Zo worden metalen onder andere beoordeeld op hun treksterkte en hun corrosievastheid. Een constructeur maakt berekeningen over de sterkte van de verschillende onderdelen van een constructie. Het maken van berekeningen en het uitwerken van formules is een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van een constructeur.

Verder moet een constructeur ook vaak rekening houden met esthetische aspecten. Tijdens het construeren moet de constructeur er voor zorgen dat de constructie er mooi uit ziet. Meestal heeft de klant duidelijke wensen met betrekking tot de vormgeving van een constructie. De constructeur moet echter gaan toetsen of de gewenste vormen technisch wel haalbaar zijn. In de bouw zal een constructeur ook regelmatig een bouwbesluit of een bestemmingsplan moeten raadplegen tijdens het construeren. Het ontwerp van een constructie moet namelijk wel volgens de regels worden vormgegeven en gemaakt.

Construeren wordt in Nederland op verschillende manieren gebruikt. hiervoor werd construeren vooral omschreven als het bedenken en ontwerpen van een constructie. Construeren kan echter ook worden omschreven als het daadwerkelijk samenvoegen van onderdelen van een constructie. Hierdoor is construeren in soort synoniem van bouwen.

Wat is een constructie?
Een constructie is in feite het product dat door construeren is ontstaan. Een montagemedewerker, constructiemedewerker of bouwvakker kan een constructie bouwen. Dit kan deze persoon doen aan de hand van tekeningen die door de constructeur of tekenaar zijn gemaakt. De constructie wordt in de bouwkunde in belangrijke mate bepaald door de dragers die worden gebruikt in een bouwwerk. Deze constructieonderdelen geven een gebouw of bouwwerk stevigheid en zorgen er voor dat het gebouw stabiel is. De dragers kunnen van verschillende materialen worden gemaakt. In de staalbouw maakt men vaak gebruik van stalen H-profielen en T-profielen. In de bouwkunde voor woningen en utiliteit maakt men onder andere gebruik van betonelementen en houten balken.

Er wordt in de bouwkunde onderscheid gemaakt tussen dragende constructiedelen en de inbouw. Een binnenwand kan een dragend constructieonderdeel zijn en is daardoor constructief. Een kozijn is geen dragend deel en is daardoor niet constructief.

Daling werkloosheid maand maart 2014

In de maand maart van 2014 is de werkloosheid in Nederland gedaald. Ondanks dit positieve bericht is het optimisme op de arbeidsmarkt nog ver te zoeken. Dit komt omdat de daling in de werkloosheid voor een belangrijk deel ontstaat vanwege de ontwikkeling dat minder mensen zich als werkzoekend aanmelden terwijl ze in feite geen werk hebben.  De daling in de werkloosheid wordt dus niet zozeer veroorzaakt omdat significant meer mensen aan het werk worden geholpen. Een toenemend aantal werkzoekenden keert de arbeidsmarkt de rug toe.

Aantal werklozen in maart 2014
In totaal waren er in Nederland 684.000 werklozen volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit komt neer op ongeveer 8,7 procent van de beroepsbevolking. Het aantal geregistreerde werklozen was 7000 minder dan het aantal werklozen in de maand februari. In 2013 daalde het aantal werklozen een aantal maanden achter elkaar. Ook hierbij speelde de afname van het aantal ingeschreven werkzoekenden een rol.

Aantal WW-uitkeringen daalt
Doordat minder mensen zich daadwerkelijk gaan registeren als werkzoekende neemt ook het aantal uitkeringsgerechtigden af. Werkzoekenden moeten zich namelijk registeren als ze in aanmerking willen komen voor een WW. Het aantal werkzoekenden met een WW-uitkering is gedaald naar 454.000. het aantal 55-plussers met een WW-uitkering nam toe en het aantal jongeren onder de 25 met een WW-uitkering nam af. Dit heeft voor een deel te maken met het feit dat jongeren minder WW-rechten hebben opgebouwd. Hierdoor verliezen jongeren ook sneller hun uitkering. Ouderen hebben verhoudingsgewijs wel veel WW-rechten en behouden hun uitkering daardoor langer. Hierdoor blijven er verhoudingsgewijs veel ouderen in de WW.

Aantal werknemers daalt
De totale beroepsbevolking is gekrompen. De beroepsbevolking is een verzamelnaam voor alle werknemers in Nederland die betaalde arbeid verrichten. Dit aantal werknemers is afgenomen de afgelopen maanden. Gemiddeld daalt het aantal mensen met betaald werk in Nederland met 13.000 per maand.

Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt
Volgens het CBS zijn veel werkzoekenden ontmoedigd. Dit heeft te maken met het geringe aantal beschikbare vacatures. Het grote aanbod beschikbare werkzoekenden zorgt er voor dat veel sollicitanten weinig positieve verwachtingen hebben met betrekking tot een sollicitatieprocedure. Onder de mensen die de arbeidsmarkt de rug toe keren zijn voornamelijk veel jongere werkzoekenden. In het afgelopen half jaar stopten 35.000 jongeren hun zoektocht naar werk. Jongeren kiezen er ook steeds vaker voor om een opleiding of studie te volgen. Hierdoor vergroten ze hun meerwaarde op de arbeidsmarkt. In de afgelopen zes maanden hebben verhoudingsgewijs ook veel vrouwen hun zoektocht gestaakt. Het totale aantal vrouwen dat hun zoektocht naar werk heeft gestaakt was 28.000. Dit aantal is 2,5 keer zo hoog als het aantal mannen dat is gestopt met zoeken naar werk.

Werkloosheid onder vrouwen
Het CBS geeft aan dat bij veel vrouwen deeltijd werk is vervallen. Door dit verlies van werk kunnen de vrouwen in sommige gevallen terugvallen op het salaris van hun partner. Hierdoor zou de noodzaak om werk te zoeken wat minder groot zijn. Onder vrouwen in de leeftijd van 25 jaar en ouder is het banenverlies verhoudingsgewijs groot. Deze vrouwen werden vooral ontslagen in de zorgsector en de handelssector.

Reactie van Technisch Werken
De werkgelegenheid in Nederland moet worden verbeterd. Op dit moment verdwijnen er veel banen in Nederland doordat bedrijven failliet gaan of gaan fuseren. Daarnaast vertrekken ook steeds meer bedrijven naar het buitenland waar goedkoper kan worden geproduceerd omdat de lonen in verschillende landen lager liggen dan in Nederland. Nederland moet zijn uiterste best doen om deze ontwikkelingen tegen te gaan. De lonen van Nederlandse werknemers moeten voor bedrijven lager worden. Hierbij moet niet daadwerkelijk het netto loon van de medewerker omlaag.

Het is beter om de loonbelastingen te verlagen. Verder moet het ontslagrecht in Nederland veranderen. Bedrijven kunnen tegenwoordig ernstig in de problemen raken wanneer ze geen ‘afscheid’ kunnen nemen van werknemers die niet naar behoren functioneren. De enorme dossieropbouw schrikt veel bedrijven af. Ook de loondoorbetalingsverplichting aan zieke werknemers zorgt er voor dat bedrijven erg aarzelen voordat ze werknemers aannemen. Het kabinet zal nog flink moeten hervormen anders blijft de arbeidsmarkt in de problemen.

Inschrijven bij universiteiten voor 1 mei 2014

Jongeren moeten zich zo snel mogelijk inschrijven voor een studie aan een universiteit. Dit bericht maakte de Vereniging van Universiteiten (VSNU) bekend. In 2014 moeten studenten zich voor het eerst voor 1 mei inschrijven. In 2013 konden studenten zich nog voor 1 september inschrijven. Op dit moment ligt het aantal inschrijvingen voor een universitaire studie nog ver achter op het aantal inschrijvingen van 2013. Het aantal inschrijvingen is medio april 2014 totaal ongeveer 42.000.

Beperkt aantal inschrijvingen
Voor 1 september 2013 was het aantal inschrijvingen voor een universitaire studie 63.000. De Vereniging van Universiteiten maakt zich zorgen over het beperkte aantal inschrijvingen. Daarom roept deze vereniging studenten op om tijdig een DigiD aan te vragen. Daarnaast benadrukt de vereniging dat de deadline voor de inschrijvingen serieus genomen moet worden door jongeren. Universiteiten en hogescholen hebben namelijk de mogelijkheid om inschrijvingen die na 1 mei 2014 worden gedaan niet meer te behandelen.

De studiekeuzecheck
De reden voor de vervroeging van deadline heeft te maken met de invoering van de zogenoemde studiekeuzecheck. De studiekeuzecheck wordt gebruikt als een toetsingsmiddel voor de studiekeuze van de (aankomend) student. De verwachtingen van de student worden naast de inhoud van de opleiding gelegd. Vervolgens wordt gekeken of het verwachtingspatroon een match heeft met de lesstof die op de opleiding wordt aangeboden. De studiekeuzecheck wordt gebruikt om studenten een bewustere keuze te laten maken voor een opleiding. Deze bewuste studiekeuze moet er voor zorgen dat de uitval op universitaire opleidingen wordt beperkt.

Reactie van Technisch Werken
Er moet minder uitval van studenten op universiteiten en hogescholen komen. Deze uitval wil men aanpakken door studenten een bewuste keuze te laten maken voordat ze met de opleiding beginnen. Dit is een verstandige ontwikkeling. Daarbij moet uiteraard ook gekeken worden naar de mogelijkheden om een beroep uit te oefenen als iemand een bepaalde opleiding heeft afgerond.

Niet alleen de wensen van de studenten moet centraal staan. Er moet ook gekeken worden naar de personeelsbehoefte van bedrijven. Studenten die een universitaire opleiding hebben afgerond waar geen behoefte aan is op de arbeidsmarkt hebben een diploma van weinig waarde op zak. Daarom moet goed gekeken worden naar wat bedrijven wensen. In Nederland blijken de meeste bedrijven behoefte te hebben aan personeel dat nieuwe innovatieve oplossingen kan bedenken voor de continue veranderende wensen van consumenten. Daarom is er behoefte aan hoogopgeleid technisch personeel.

Technische uitzendbureaus en detacheringsbureaus hebben krijgen van hun opdrachtgevers regelmatig aanvragen waarbij ze technisch recruitment of recruitment in de techniek moeten gebruiken als middel om in de aanvraag te voorzien. Dit recruitment start meestal al op universitaire opleidingen.

Wat is cunifer en waar wordt deze legering voor gebruikt?

Cunifer is een metaallegering die bestaat uit drie hoofdbestanddelen. De samenstelling van cunifer bestaat uit Cu (Koper) Ni (Nikkel) en Fe (IJzer). Deze samenstelling wordt ook wel aangeduid met CuNiFer. De naam cunifer is in feite een opsomming van de Latijnse naam van de verschillende bestandsdelen van de metaallegering:

  • Cuprum is het Latijnse woord voor koper. Het scheikundige symbool van dit element is Cu. Koper heeft een goede corrosiebestendigheid en is makkelijk verwerkbaar. Daarnaast heeft dit metaal een goede elektrische geleidbaarheid.
  • Nickel is het Latijnse woord voor nikkel. Dit elementen heeft als scheikundig symbool de letters Ni. Dit metaal is goed bestand tegen corrosie en heeft goede eigenschappen bij hoge temperaturen. Daarnaast zet nikkel bij hoge temperaturen nauwelijks uit en is het materiaal goed lasbaar.
  • Ferrum is het Latijnse woord voor ijzer. Dit materiaal is minder goed tegen corrosie bestand dan de hiervoor genoemde metalen. Door de toevoeging van een klein percentage koolstof ontstaat staal. Staal is zeer sterk en daarnaast goedkoop. Dit maakt het materiaal zeer geschikt voor constructies en werktuigen.

De onderlinge verhouding tussen de metalen waar cunifer uit bestaat verschilt.  De meest gebruikelijke verhouding tussen koper en nikkel in deze legering zijn Cu/Ni 90/10 of Cu/Ni 70/30. De onderlinge verhouding van de elementen waaruit de legering bestaat zorgt er voor dat cunifer over een unieke combinatie van zowel sterkte als corrosievastheid beschikt. Tot zover de beschrijving van de bestandsdelen van cunifer. Hieronder is in een alinea vermeld waar cunifer voor wordt gebruikt.

Waar wordt cunifer voor gebruikt?
Cunifer is door de samenstelling van de metaallegering goed bestand tegen corrosie. Zelfs na het lassen van cunifer is het materiaal goed bestand tegen corrosie. Deze corrosievastheid zorgt er voor dat cunifer wordt toegepast in een omgeving waar gemakkelijk corrosie kan ontstaan. Een voorbeeld van een corrosiegevoelige omgeving is een omgeving die blootgesteld is aan zeewater. Daarom wordt cunifer vaak toegepast in de maritieme sector bijvoorbeeld voor leidingsystemen en flenzen aan boord van schepen en jachten. Cunifer wordt ook gebruikt voor appendages, koelwatersystemen en brandblusinstallaties. Daarnaast wordt cunifer ook gebruikt voor warmtewisselaars en condensors.