Zelfrijdende auto van Google nog niet perfect in 2016

Google is al jaren bezig om zelfrijdende auto’s te ontwikkelen.  Dat is niet eenvoudig.  Het vereist veel technische kennis om oplossingen te vinden voor de technische problemen die je tegenkomt als je zelfrijdende auto’s ontwikkeld.

In februari 2016 is een zelfrijdende testauto van Google in botsing gekomen met een bus. Dit gebeurde in de Amerikaanse staat Californië. fit is natuurlijk vervelend voor Google maar er is niemand gewond geraakt. Het is incident is vermoedelijk de eerste keer dat een zelfrijdende auto in botsing is gekomen mer een ander voertuig.

De botsing tussen de zelfrijdende goole auto en de gemeentelijke bus vond volgens Google plaats op 14 februari in Mountain View. Dit maakte Google bekend in een rapport dat het bedrijf indiende bij de toezichthouders in de staat Californië. Het voertuig van Google was een zelfrijdende LexusRX450h.

Tijdens een testrit probeerde men de auto in een brede laan om enkele zandzakken te laten rijden. Tijdens de testrit was er een bestuurder in het voertuig, dit was de testrijder. Hij verklaarde ”dachten dat de bus vaart zou minderen of het Google-voertuig langs zou laten”. Ongeveer drie seconden later reed de testauto in het midden van de laan reed raakte deze de zijkant van de bus. Het was geen harde klap. De testauto schampte de bus. Er was alleen schade aan de carrosserie van het voertuig. Het linker voorspatbord, een voorwiel en een sensor raakten door de botsing beschadigd. Niemand raakte door de botsing gewond.

Reactie van Technisch Werken

Het is niet eenvoudig om een zelfrijdend voertuig te maken omdat er een hoop sensortechniek voor nodig is. Doormiddel van sensoren of voelers krijgt een voertuig of machine informatie binnen. Op basis van deze informatie en een goed softwareprogramma kan een voertuig beslissingen nemen. Onverwachte situaties maken het in de praktijk vaak moeilijk om ongelukken te voorkomen. Dit blijkt nu ook met dit incident.

Grootste stijging uitzenduren in vijf jaar in 2016

Het gaat goed met uitzendbureaus in Nederland. In het laatste kwartaal van 2015 nam het aantal uitzenduren in Nederland aanzienlijk toe ten opzichte van het kwartaal ervoor. In totaal was de stijging in het aantal uitzenduren 3,6 procent. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is dit is de sterkste stijging van uitzenduren in vijf jaar. Dit maakte het CBS maandag 29 februari 2016 bekend.

Lange en korte uitzendprojecten
Het aantal uitzenduren nam zowel toe bij langlopende als korte contracten als men kijkt naar het laatste kwartaal van 2015. In het kwartaal daarvoor werden volgens het statistiekbureau zowel bij langdurige als bij korte tewerkstellingen van uitzendkrachten minder uitzenduren gemaakt.

Langlopende contracten
Als men het heeft over langlopende contracten in de uitzendwereld en detachering dan doelt men over het algemeen op detacheringscontracten en contracten die worden verstrekt in het kader van payrolling. Voor deze langlopende contracten steeg het aantal uitzenduren met 4,1 procent. Dit was een kwartaal daarvoor een stijging van 3,4 procent. Voor het aantal uitzenduren voor kortlopende contracten kwam de stijging uit op 2,7 procent ten opzichte van het kwartaal daarvoor.

Jaarcijfers 2015 uitzendbranche
Naast het vierde kwartaal van vorig jaar heeft het CBS ook de jaarcijfers kunnen berekenen over 2015. Hieruit komt een aanzienlijke stijging naar voren in het aantal uitzenduren en de hoogte van de omzet in de uitzendbranche. In totaal steeg het aantal uitzenduren met negen proces. De omzet in de uitzendbranche nam toe met 10 procent. In 2014 nam het aantal uitzenduren nog toe met 6,6 procent en de omzet nam in dat jaar met 5,5 procent toe ten opzichte van 2013.

Reactie van Technisch Werken
Uitzendbureaus maken een behoorlijke groei door in uitzenduren en omzet. Dat is niet verwonderlijk want uitzendbureaus worden ook wel de graadmeter voor de economie genoemd. Dit houdt in dat het meestal met uitzendbureaus beter gaat als de economie aantrekt. En de economie trekt nu aan. Het herstel van de economie in Nederland zet door in 2016. Flexwerkers vinden weer sneller een baan dan de jaren daarvoor. Langzaam maar zeker neemt het aantal uitzenduren toe. Dat is goed voor uitzendbureaus maar ook voor uitzendkrachten.

China ontslaat werknemers in de kool- en staalindustrie in 2016

De Chinese industrie heeft een overcapaciteit. Dit houdt in dat er in China meer wordt geproduceerd dan de vraag in de markt. De industriële overcapaciteit moet terug worden gedrongen om de markt weer in balans te krijgen. Dit werd maandag 29 februari 2016 bekend gemaakt door het Chinese Ministerie van Personeelsbeleid en Sociale Zekerheid.

Volgens minister Yin Weimin maakte bekend dat het aanpakken van de overcapaciteit van de Chinese productie ook gevolgen zal hebben voor de werkgelegenheid in China. In 2016 zullen er veel ontslagen vallen bij Chinese bedrijven in de kolenindustrie en in staalindustrie. Het exacte aantal ontslagen kon de minister niet duidelijk aangeven.

Europese Kamer van Koophandel
Vorige week zei een woordvoerder van de Europese Kamer van Koophandel (EUCham) dat China de overcapaciteit in de Chinese industrie moet aanpakken. Als China dat niet doet ontstaat er een handelsconflict tussen China en Europa. Als Peking niet zou ingrijpen in de overcapaciteit van de Chinese productie dan kan China de status van markteconomie mislopen. Dat werd gemeld door Het Financieele Dagblad (FD).

China heeft zich 15 jaar geleden aangesloten bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Toen is afgesproken dat China eind 2016 de status markteconomie kan krijgen. Door die status kan China zich in de wereldeconomie nog beter bewegen. Het wordt dan namelijk voor andere landen moeilijk om drempels op te werpen tegen Chinese producten die tegen zeer lage prijzen op de markt worden gebracht. Europa is bang dat hun eigen industrie zal lijden onder de dumping van goedkope Chinese producten. Europa kan moeilijk wat tegen het verstrekken van de status markteconomie aan China doen. Het enige middel om de verstrekking van deze status te voorkomen is het leveren van onomstotelijk bewijs dat China producten onder de kostprijs op de wereldmarkt aanbiedt. De bewijslast tegen China haar marktbenadering is nu nog onvoldoende.

Reactie van Technisch Werken
China is een sterke economie geworden de afgelopen jaren. Men kan nu eigenlijk niet meer spreken van een opkomende economie. China krijgt nu echter steeds meer te maken met ontwikkelingen die horen bij een gezonde stabiele economie. Hierbij kan men denken aan vrije markt en meer rechten voor werknemers. Het bieden van staatssteun aan bedrijven hoort hier niet meer bij. Bedrijven moeten financieel op eigen benen kunnen staan. Als ze dat niet kunnen moeten ze hun bedrijfsvoering aanpassen zodat ze meer rendement krijgen. China houdt sommige bedrijven met staatssteun nog overeind. Dit houdt op een gegeven moment op. De kosten moeten worden terugverdient door reële prijzen te vragen voor producten. Als Chinese bedrijven dat doen kan China haar status als markteconomie verkrijgen. 

Windturbines wekken meer energie op in 2016

Het belang van windmolens of windturbines voor het opwekken van elektrische energie wordt steeds groter. In 2015 werd 20 procent meer elektrische energie opgewekt doormiddel van windmolens ten opzichte van 2014. Het aantal windmolens neemt toe, zowel op land als op zee. Door de bouw van nieuwe windmolens neemt ook het aandeel van windenergie toe. De helft van de hernieuwbare energie wordt inmiddels opgewekt door windmolens. Dit is maandag 29 februari 2016 gebleken uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Rendement hernieuwbare energiebronnen
In 2015 werd ongeveer  13 miljard kilowattuur aan elektriciteit geproduceerd uit zogenoemde hernieuwbare bronnen. Dit aantal kilowattuur is ongeveer 11 procent van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland. De stijging komt 1 procentpunt hoger uit dan vorig jaar.

Windmolens
In 2015 heeft men in Nederland 7 miljard kilowattuur aan elektriciteit opgewekt doormiddel van windmolens. Vooral windmolens op zee produceren veel elektriciteit. Daarnaast neemt ook de hoeveelheid aan elektriciteit die op land wordt opgewekt toe. De toename aan elektrische energie die wordt opgewekt houdt verband met de toename in de capaciteit. In 2015 kwam de capaciteit uit op 3.400 megawatt. De elektriciteit die op land wordt opgewekt steeg van 380 megawatt in 2014 naar 3.400 megawatt in 2015. Ook op zee nam de capaciteit toe. Daar steeg de capaciteit van 130 megawatt in 2014 naar 360 megawatt in 2015.

Overige duurzame energiebronnen
Niet alleen de elektriciteitsproductie van windmolens nam toe in 2015. Ook werd er in dat jaar meer energie gewonnen uit waterkracht en zonnepanelen. Het winnen van elektrische energie uit zonnepanelen bleef in 2015 ongeveer gelijk aan 2014.

Reactie van Technisch Werken
Duurzaamheid wordt een belangrijker onderwerp in Nederland. De richtlijnen van Europa zijn duidelijk, Nederland moet meer doen aan het beperken van de CO2 uitstoot. De kolencentrales moeten eigenlijk sluiten maar dan moeten er goede alternatieven worden geboden. Windmolens zijn een alternatief maar daarmee ben je wel afhankelijk van windkracht. Als het windstil is kunnen black-outs ontstaan in het elektriciteitsnetwerk. Daar moet men effectieve oplossingen voor bedenken. Op dit moment worden er wel steeds meer windmolenparken aangelegd in Nederland. Daardoor zal in 2016 nog meer elektrische energie worden opgewekt door windmolens.

Duurzaam ondernemen een must of een keuze?

Duurzaamheid is een begrip geworden. Met zou het wel een containerbegrip kunnen noemen. Onder duurzaamheid kan men veel aspecten plaatsen. Men kan bij duurzaamheid denken aan de levensduur van producten maar ook aan energieverbruik en het gebruik van grondstoffen zoals fossiele brandstoffen die op kunnen raken. Duurzaam ondernemen lijkt een keuze, een keuze voor ondernemers en voor particulieren,  maar langzamerhand komen we er achter dat het streven naar duurzaamheid al lang geen keuze meer is. Duurzaam ondernemen is een must.

Duurzaam ondernemen een kwestie van moeten

Ondernemers moeten tegenwoordig wel duurzaam ondernemen. Men noemt dit ook wel maatschappelijk verantwoord ondernemen, oftewel MVO. Klanten willen tegenwoordig met een goed gevoel de winkel uitlopen als het gast om de milieuvriendelijkheid van een product. Bovendien zijn veel potentiële kopers bereid om meer te betalen voor producten met een gunstige uitslag op het energielabel. Dat geldt niet alleen voor elektrische producten en auto’s.  Ook woningen zijn al geruime tijd voorzien van een verplicht definitief energielabel.

Mensen die een woning verkopen of verhuren moeten verplicht een definitief energielabel aanvragen bij de Rijksoverheid. Ook bouwbedrijven moeten voldoen aan strenge richtlijnen op het gebied van de energiezuinigheid van woningen. Ingenieurs, constructeurs en andere hoogopgeleide technici bedenken voortdurend verbeteringen op het gebied van het winnen van duurzame energie uit zonlicht, windkracht en aardwarmte. Zelfs uit mestvergisting haalt men energie en er zullen vast nog meer creatieve ideeën komen. Men moet wel, de Europese richtlijnen op het gebied van CO2 reductie zijn streng. Het broeikaseffect moet worden aangepakt om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Men kiest niet meer voor verduurzamen men doet het uit plichtsbesef voor zichzelf en de komende generaties.

 

Wat is een fitting tussen pijpen?

Een fitting is een uitneembare verbinding tussen twee onderdelen door bijvoorbeeld gebruik te maken van schroefdraad. Een fitting is een ruim begrip dat onder andere in de elektrotechniek wordt gebruikt voor het bevestigen van een lamp. Het gedeelte waar de lampvoet in bevestigd wordt is de fitting. Het woord ‘fitting’ wordt echter ook gebruikt in de onderhoudstechniek, installatietechniek en leidingbouw. In dat geval gebruikt men het wordt fitting als verbinding tussen pijpen. Daarom noemt men die verbindingen ook wel pijpfittingen. Iemand die pijpfittingen aanbrengt wordt ook wel een pijpfitter genoemd. Voordat men weet wat een pijpfitting precies is moet men weten wat een pijp is. Hierover gaat de volgende alinea.

Wat is een pijp?
Men gebruikt in de praktijk regelmatig de termen buis en pijp regelmatig door elkaar. Er is echter een wezenlijk verschil tussen een pijp en buis. Dit heeft te maken met de maatvoering. De maat van een pijp wordt aangegeven op basis van de binnendiameter, met andere woorden een pijp is aan de binnenzijde getolereerd (DN).

Over het algemeen geeft men de maatvoering van pijp aan in inches. De buitenkant van pijp ruw en de wanddikte en de rondheid kunnen in geringe mate afwijkingen vertonen.

Bekende soorten pijp zijn gaspijp, stoompijp en vlampijp. Veel pijpen en fittingen worden met elkaar verbonden doormiddel van smeltlasverbindingen. Daarnaast kan men ook gebruik maken van schroefdraadverbindingen. Dit gebeurd met pijpen met diameters tot 3 inch. Naast schroefdraadverbindingen kan men ook flensverbindingen gebruiken voor pijpstukken.

Wat is een buis?
Op pijp kan men tot een bepaalde diameter schroefdraad snijden. Daarvoor is een buis echter niet geschikt. Een buis heeft een veel geringere wanddikte dan pijp. Buizen worden op een andere manier aan elkaar verbonden. Hierbij maakt men gebruik van zogenoemde buisfittingen. Deze fittingen schuift men over de buizen heen. Vervolgens kan men een knelverbinding maken met een apparaat maar er zijn ook persfittingen. De kwaliteit van de verbinding is voor een groot deel afhankelijk van de wand. De wand van een buis ziet er anders uit dan de wand van een pijp. Een buis is ook aan de buitenkant glad en precies rond. De wanddikte van de buis is, zoals eerder benoemd, ook geringer dan een pijp.

De maat van een buis wordt op basis van een buitendiameter aangegeven. Dit wordt in Nederland in mm aangeduid. Men zegt ook wel dat een buis aan de buitenzijde is getolereerd.

Wat is een pijpfitting?
Een pijpfitting is een verbinding tussen twee pijpen. Deze verbinding is uitneembaar maar men treft wel speciale voorzieningen die er voor zorgen dat de pijpfitting niet uiteen kan gaan door de vloeistoffen of het gas die er door getransporteerd worden. Een pijpfitting wordt door een pijpfitter aangebracht. Dit kan een loodgieter of cv-monteur zijn. De schroefdraad kan indien gewenst op de buizen of pijpen worden gesneden door een schroefdraadsnijder. Om er voor te zorgen dat de pijpen niet uit elkaar kunnen raken en geheel waterdicht zijn maakt men gebruik van teflon tape, hennep of fitterskit. Deze afdichtmaterialen worden over het schroefdraad heen aangebracht, vervolgens wordt het andere deel van de leiding (sok, bocht of T-stuk) over het schroefdraad met het afdichtmiddel heen gedraaid. Zo ontstaat, als het goed is, een waterdichte verbinding tussen twee leidingdelen.

Naast fittingen die gebaseerd zijn op schroefdraad zijn er ook fittingen die tot stand komen door zogenoemde persverbindingen. Hierbij worden de leidingen doormiddel van een speciaal persapparaat aan elkaar geperst. Als men persverbindingen aanbrengt vervormt men de pijp meestal permanent. Het materiaal dat men voor de pijp gebruikt moet dus vervormbaar zijn. Het ene deel wordt bijvoorbeeld in het andere deel geschoven om vervolgens de leidingen aan elkaar te persen met een speciaal daarvoor ontworpen apparaat.

Fitten of lassen
Men gebruikt vaak naast het woord fitter ook het woord lasser. Deze twee beroepen komen allebei in de installatietechniek en leidingbouw voor. Over het algemeen wordt in dit verband met een fitter iemand bedoelt die de leidingen aan elkaar koppelt met een fitting. Ook kan een fitter de leidingen met een kleine hechtlas aan elkaar verbinden. In dat geval volgt een lasser die de leiding aflast zodat er een permanente lasverbinding ontstaat. Een lasverbinding is in beginsel niet uitneembaar en moet daarom door een specialistische lasser worden aangebracht.

Lasverbindingen in de installatietechniek worden doormiddel van het autogeen of TIG lasproces aangebracht. In de procesindustrie zoals de zuivelindustrie maakt men veel gebruik van roestvaststalen leidingen. Deze leidingen worden doormiddel van het TIG lasproces aangebracht. In de zuivel worden zeer hoge eisen gesteld aan de binnenkant van de leidingen. De lassen moeten door de zuivellasser zo worden aangebracht dan de binnenkant goed uitvloeit zodat er geen bacteriën achter de lasnaad kunnen achterblijven.

Er zijn verschillende technieken zoals het wikken (ook wel walking the cup genoemd) om deze lasverbindingen te realiseren. De meeste lasverbindingen in de zuivel moeten conform een bepaalde lasmethodekwalificatie (LMK) worden aangebracht. Een lasser dient dan een lascertificaat te behalen waarin is aangegeven dat hij of zij een dergelijke las met een specifiek lasproces in een bepaalde positie (meestal G6 of HL-45) mag aanbrengen.

Koppel fitter en lasser
Lassers die over een dergelijk lascertificaat beschikken worden in de praktijk meestal alleen als lassers ingezet en niet als fitter. Over het algemeen maakt men een ‘koppel’ van een fitter en een lasser. De fitter gaat voor de lasser uit om de leidingen in te meten en de tijdelijke hechtlas aan te leggen. De lasser maakt het leidingwerk vervolgens met hoogwaardige lasverbindingen af. Op die manier werkt men samen aan een professionele leiding en wordt iedereen in zijn of haar vakdiscipline ingezet. Men kijkt bij het fitten en lassen vaak naar de wanddikte van de pijp. Om die reden geeft een leidinglasser vaak aan dat hij of zij ervaring heeft met dikwandige (stoompijp) of dunwandige leidingen.

Wat is het gaskeur voor ketels?

Gaskeur is een keurmerk voor cv-ketels. Het gaskeur wordt beheerd en verstrekt door KIWA, voluit het Keurings Instituut voor Waterleiding Artikelen. Het gaskeur is niet verplicht maar wordt op basis van vrijwilligheid toegepast op cv-ketels. Op het gaskeur is aangegeven aan welke extra standaarden de cv-installatie voldoet. Deze extra eisen geven een nog beter beeld van de prestaties van de ketel dan de wettelijke eisen waaraan de ketels in Nederland moeten voldoen.

Waarom is het gaskeur ingevoerd?
Het gaskeur is een aanvulling op de CE markering. De afkorting CE staat voor Conformité Européenne. De CE markering maakt duidelijk dat de ketel al voldoet aan de eisen in overeenstemming met de Europese regelgeving. Ketels moeten aan de Europese eisen voldoen om gebruikt en verkocht te mogen worden in Europa. Veel ketelbouwers willen echter betere ketels ontwikkelen dan ketels die aan de minimale Europese richtlijnen voldoen. Daarom is het gaskeur voor veel ketelbedrijven een interessant middel om de kwaliteit van hun product inzichtelijk te maken.

Wanneer is het gaskeur ingevoerd?
Het gaskeur is in 1994 in Nederland ingevoerd door de KIWA en de VFK (vereniging van cv-ketelfabrikanten). Dit maakt duidelijk dat ook ketelfabrikanten dit keurmerk voor hun producten wensten. Het gaskeur is voornamelijk gericht op het beoordelen van ketels op het gebied van energiezuinigheid en milieuvriendelijkheid. Het eerste aspect ‘energiezuinigheid’ heeft te maken met het energieverbruik van de ketel en het tweede aspect ‘milieuvriendelijkheid’ is vooral gericht op de materialen die gebruikt zijn voor de bouw vak de ketel en de apparatuur. Het gaskeurmerk wordt uitgegeven voor een bepaald type ketel.

Wat staat er op het gaskeur?
Het gaskeur wordt doormiddel van een sticker aangegeven op de verwarmingsketel. Op deze sticker staan onder andere vermeld of het een hoogrendementsketel (HR-ketel) betreft. Daarnaast is de comfortwaarde aangegeven als de ketel voor het verwarmen van water is bedoelt. Verder is op de gaskeursticker aangegeven of de ketel geschikt is voor het gebruik van zonnewarmte als verwarmingsbron.

Wat is een hoogrendementsketel of HR-ketel?

Een hoogrendementsketel of HR-ketel is een ketel die gebruikt wordt voor de verwarming van een gebouw zoals een woning of een utiliteitscomplex. De afkorting HR staat voor hoog rendement. Dit houdt in dat deze ketels een hoger rendement hebben dan andere ketels die worden gebruikt voor de verwarming. Het hogere rendement wordt door condensatie van de waterdamp uit de rookgassen gerealiseerd. De eerste hoogrendementsketels werden in Nederland ingevoerd door het bedrijf Nefit, dit gebeurde in het jaar 1981.

Drie categorieën HR-ketels
Het Gaskeur, dit is een keurmerk van KIWA, heeft een specifiek HR-label. Op dit HR-label worden HR-ketels in drie categorieën verdeeld, dit zijn de volgende:

  • HR 100, met een rendement van ten minste 100%
  • HR 104, met een rendement van ten minste 104%
  • HR 107, met een rendement van ten minste 107%.

Het Gaskeur HR is berekend op de onderste verbrandingswaarde van aardgas. Daar is de condensatiewaarde niet in meegenomen. Om die reden kan bij condenserende ketels de waarde boven 100% uitkomen. In de volgende alinea is uitgelegd hoe men aan deze percentages komt.

Hoe wordt het rendement van een ketel berekend?
Een rendement van een ketel kan in theorie niet boven de 100% uitkomen. Toch worden deze percentages wel door het Gaskeur HR gehanteerd. Dit is slechts een definitie. Volgens de Europese richtlijnen hoeven de verliezen die ontstaan door de afvoer van de verbrandingsgassen niet worden meegerekend in het rendement van de ketel. Als men het rendement van de ketel berekend gaat men uit van de onderste verbrandingswaarde. Dankzij condensatie van waterdamp in de rookgassen kan men een maximale warmtewinst boeken. Deze winst is in theorie bij aardgas maximaal 11% omdat in aardgas 11% condensatiewarmte zit en ongeveer 100% verbrandingsenergie.

Hoe werkt een hoogrendementsketel?
Het hogere rendement van deze ketels wordt verkregen door het koude retourwater van de ketel in een warmtewisselaar voor te verwarmen met de rookgassen van de ketel. Een deel van de waterdamp condenseert hierbij in de rookgascondensor en draagt daardoor veel warmte over, ongeveer 2258 kJ/kg. HR-ketels zijn voorzien van een zogenoemd condensaatafvoer die ook wel condensafvoer wordt genoemd. Daardoor wordt de gecondenseerde waterdamp afgevoerd. De hoeveelheid condens die afgevoerd wordt is afhankelijk van de brandstof die men gebruikt om de ketel te stoken. Als men 1 m³ (0,7 kg) aardgas verstookt in een HR-ketel dan heeft men ongeveer 1,5 liter condensaat. Per liter stookolie is het condensaat 1 liter.

Verschil tussen voorlopig en definitief energielabel voor woningen?

Aan het begin van het jaar 2015 kregen ongeveer 5 miljoen woningeigenaren in Nederland een voorlopig energielabel. Dit voorlopige energielabel was gebaseerd op het type woning en het bouwjaar van de woning. Ook de woonoppervlakte werd bij het verstrekken van dit voorlopige energielabel in de beoordeling meegenomen. Daarnaast werd gebruik gemaakt van gegevens uit het WoonOnderzoek uit 2006. Het voorlopige energielabel is niet gebaseerd op de specifieke eigenschappen van de woning die later zijn aangebracht. Met dit voorlopige energielabel kreeg de woningeigenaar een globale indruk van de verwachte energieprestaties van de woning. Het voorlopige energielabel werd vrijblijvend en kosteloos versterkt aan de woningeigenaren in Nederland.

Het definitieve energielabel
Het voorlopige energielabel is inmiddels verleden tijd. Woningen die tegenwoordig worden verkocht en verhuurd moeten worden voorzien van een definitief energielabel. Dit is een wettelijke verplichting. Dit houdt in dat men een boete kan riskeren al men zich niet aan deze verlichting houdt.

Het definitieve energielabel van een woning geeft een veel beter beeld van het energieverbruik van de woning. De energieprestaties van de woning worden door een erkend expert beoordeeld. Via een speciale website van de Rijksoverheid kunnen mensen een aanvraag indienen voor het definitieve energielabel. Deze aanvraag gebeurd dus digitaal. In een stappenplan kan men bewijzen aanleveren van de energiebesparende maatregelen die zijn gedaan om de woning energiezuiniger te maken. De indiener van de aanvraag voor een energielabel kan in de aanvraag zelf aangeven welke deskundige of expert de bewijzen voor de energiebesparing van de woning mag beoordelen.

Wie deelt de woning in een bepaalde energieklasse?
Een expert, die BRL9500-gecertificeerd is, beoordeeld in welke energieklasse de woning valt als men alle energiebesparende maatregelen afzet tegen het verwachte energieverbruik van de desbetreffende woning. Hierbij wordt onder andere gekeken of er voorzieningen zoals zonnepanelen, een warmtepomp of een zonneboiler aanwezig is. Ook wordt gekeken naar de kierdichtheid, circulatieleiding en de
Rc-waarde, U-waarde en de ZTA-waarde. Ook HR-beglazing zoals HR+-glas of HR++-glas worden meegenomen in de beoordeling van de expert. De expert beoordeeld de woning op al deze aspecten en deelt de woning vervolgens in een bepaalde energieklasse. Deze energieklasse staat op het definitieve energielabel. Het definitieve energielabel geeft dus een veel beter beeld van de energieklasse dan het voorlopige energielabel.

Wie mag een energielabel voor een woning afgeven?

Een energielabel aanvragen is verplicht als men een woning in Nederland wil verkopen of verhuren. Een verkoper of een verhuurder van een woning vraagt een energielabel aan via de website die ontwikkelt is in opdracht van de Rijksoverheid. In een digitaal stappenplan kan men stap voor stap een energielabel aanvragen voor de desbetreffende woning.

Men moet onder andere aangeven welke energiebesparende voorzieningen zijn getroffen in de woning. Daarvoor dient men bovendien ‘bewijzen’ te verstrekken. Deze bewijzen worden gekeurd door deskundigen of experts. De deskundige of expert die de energiebesparende voorzieningen moeten controleren kan men echter zelf aanklikken. Echter niet iedereen mag zichzelf een deskundige of expert noemen op het gebied van energiebesparing.

Wie mogen de keuring voor het definitief energielabel doen?
De inspecteurs en installateurs die de energiebesparende maatregelen en verbouwingen controleren bij de aanvraag voor een energielabel dienen BRL9500-gecertificeerd te zijn. Als ze op deze wijze gecertificeerd zijn ontvangen ze een EPA certificaat. Met dit certificaat voldoet men aan de Richtlijn Energy Performance Buildings Directive (EPBD).

Het certifiaat heeft een geldigheid van minimaal drie jaar. Na het eerste half jaar van het behalen van het certificaat wordt er een controle uitgevoerd of de installateur nog aan de eisen van het certificaat voldoet. Na dit half jaar vinden jaarlijks controles plaats. Op die manier tracht de overheid te waarborgen dat alle installateurs die BRL9500-gecertificeerd aan de eisen blijven voldoen.

Waarop let een deskundige bij het uitgeven van een energielabel voor woningen?

Bovenstaande vraag is belangrijk wanneer men een woning gaat verkopen of verhuren. In Nederland is men namelijk verplicht om een energielabel aan te vragen bij de Rijksoverheid als een woning wordt verkocht of verhuurd. De koper of huurder krijgt doormiddel van een energielabel duidelijkheid over de energiezuinigheid van de desbetreffende woning. Deze informatie is belangrijk als men een goede keuze wil maken voor een woning waarvan de energielasten (gas en elektra) laag zijn.

Energiezuinigheid belangrijk
Bijna dagelijks zijn er berichten in het nieuws over energiezuinigheid, duurzaamheid en alle wetten en regels die daaraan verbonden zijn. Mensen en bedrijven zijn zich steeds meer bewust van de verantwoordelijkheid die ze dragen voor hun omgeving en het milieu. Daarnaast zijn mensen zich ook bewust van de financiële kosten die energieverspilling met zich meebrengt. Daarom willen veel mensen energiezuiniger leven. Kortom, ze willen efficiënter met energie omgaan. Het meeste energie verbruikt een mens echter in een woning door het verstoken van gas en het verbruik van elektriciteit. Het is daarom geen wonder dat men in woningen voortdurend nieuwe technieken toepast en verbouwingen uitvoert om de energiezuinigheid te bevorderen. Niet alle investeringen zijn echter even effectief daarom moet men voor de verbouwing veel informatie inwinnen over het effect van de verbouwing op de energielasten van de woning.

Waarop wordt gelet bij een energielabel voor woningen?
Een woningeigenaar kan via de Rijksoverheid digitaal een aanvraag doen voor een energielabel. Bij deze aanvraag dient men ook aan te geven welke deskundigen de controle mogen uitvoeren op de energiebesparende maatregelen en verbouwingen die in de woning zijn gedaan. De experts of deskundigen dienen zogenoemde ‘bewijzen’ te ontvangen van de energiebesparende maatregelen die in de woning zijn getroffen. Er kunnen maximaal 10 belangrijke maatregelen worden aangegeven door de indiener van de aanvraag voor een energielabel.

Op de volgende aspecten let de deskundige:

  • Leidingen en de isolatie van (verwarming) leidingen.
  • Luchtspouw tussen de muren.
  • CV-ketel (CR, VR, HR).
  • Isolatie van de vloer.
  • Isolatie van het dak.
  • Isolatie van de muren, gevel.
  • HR-beglazing (bijv. HR+-glas of HR++-glas).
  • WTW (warmtapwaterbereiding)
  • Warmtepomp.
  • Zonnepanelen.
  • Zonneboiler.
  • Kierdichtheid.
  • Type kozijnen.
  • Circulatieleiding
  • Rc-waarde, U-waarde, ZTA-waarde

Van al deze verschillende aspecten wordt een totaaloordeel gegeven. Dit totaaloordeel bepaald de aanduiding op het definitieve energielabel van de desbetreffende woning. De aanduiding van dit energielabel loopt op van A (het meest energiezuinig) tot G (het meest energieverslindend).

Wat kost een energielabel voor een woning?

Woningen die in Nederland worden verkocht moeten voorzien zijn van een energielabel. Een energielabel geeft aan mogelijke huurders en kopers duidelijkheid over de energiezuinigheid van een woning. Het voorlopige energielabel dat in 2015 aan Nederlandse  woningeigenaren is verstrekt kostte geen geld. Het definitieve energielabel voor woningen kost echter wel geld.

Prijs energielabel ligt niet vast
Een definitief energielabel voor een woning kost geld. De hoogte van de prijs voor een definitief energielabel is niet wettelijk vastgesteld. Dit houdt in dat de prijs van een energielabel in de praktijk kan verschillen. Gemiddeld kostte een energielabel tussen de 150 en 250 euro exclusief btw. Dit bedrag was van toepassing op energielabels voor standaard woningen.

Wat kost een definitief energielabel voor een woning?
Er zijn bedrijven die energielabels verstrekken voor minder dan 150 euro. Daarnaast kan het aanvragen van een energielabel ook duurder zijn dan 250 exclusief btw. Tegenwoordig kan men al een energielabel ontvangen voor enkele tientjes tot bedragen zelfs onder de tien euro. In dat laatste geval moet men voorzichtig zijn omdat er vaak verborgen administratiekosten zijn waardoor de prijs van het energielabel alsnog hoger uitvalt. Het ministerie heeft aangegeven dat energiedeskundigen die mensen misleiden worden verwijder uit het Energielabel-systeem.

Waarom kost een energielabel aanvragen geld?
Het aanvragen van een energielabel kost geld. De kosten zijn voornamelijk administratiekosten. Bij het aanvragen van een energielabel dient de aanvrager een expert aan te klikken die de woning toetst op het gebied van energiezuinigheid. Deze expert rekent natuurlijk voor zijn expertise een bepaalde vergoeding.

Technisch Werken in februari 2016 gemiddeld boven 1000 bezoekers per dag

In januari 2016 maakte de website Technischwerken.nl een behoorlijke groei door in bezoekers. Het gemiddelde aantal bezoekers kwam boven de 800. In februari zette de stijgende trend in bezoekersaantallen door en kwam de website voor het eerst op 1000 bezoekers. Dit gebeurde op 16 februari, maar daar bleef het niet bij. Na die datum groeide het aantal bezoekers al snel door naar 1100 en 1200 op een gemiddelde werkdag.

Waarom stijgt het bezoekersaantal?
Het stijgende aantal bezoekers op Technischwerken.nl heeft verschillende oorzaken. Allereerst wordt op deze website regelmatig nieuwe informatie gepubliceerd. Dit kan een nieuwsbericht zijn maar ook een tekst over bijvoorbeeld de techniek, arbeidsmarkt en duurzaamheid. Deze teksten worden geplaatst in de kennisbank van de website. De kennisbank is opgericht om technische kennis te verspreiden.

Als spoedig werd duidelijk dat alleen techniek te beperkt was. De arbeidsmarkt werd als begrip in verschillende facetten opgedeeld zodat er nieuwe categorieën ontstonden in de kennisbank. Mensen die Technischwerken.nl bezoeken krijgen niet alleen informatie over techniek maar ook over werken en alles wat daarmee samenhangt. Hierbij kan men denken aan opleiding, solliciteren, arbeidsvoorwaarden en arbeidsrecht. Daarom zijn voor deze onderwerpen specifieke gedeeltes op de kennisbank van de website gemaakt.

Werk in techniek
Het lijkt er op dat er meer werkgelegenheid ontstaat in de techniek aan het begin van 2016. De bouwsector trok in 2015 al flink aan. Nu volgen alle sectoren die daaraan verbonden zijn zoals de installatiebranche maar ook bedrijven waar onderdelen voor de bouw prefab worden gemaakt. Ook in de civiele techniek ontstaat meer werkgelegenheid. De werktuigbouwkunde volgt op een bepaalde afstand maar ook in die sector trekt de werkgelegenheid aan. Dit houdt in dat ook meer mensen informatie over deze sectoren gaan zoeken op internet. Ook in dat geval zullen ze vaak op Technischwerken.nl uitkomen. Op deze website komt namelijk de techniek en de arbeidsmarkt samen.

GasTerra verkocht minder gas in 2015

In 2015 heeft GasTerra veel minder gas verkocht dan in het jaar 2014. Daardoor liep de omzet van dit bedrijf met bijna een kwart terug. De omzet van GasTerra kwam daardoor in 2015 uit op 19,5 miljard euro. De daling van de omzet van het bedrijf is onder meer te wijten aan de het feit dat de overheid een productieplafond heeft vastgesteld voor de productie van gas uit het Groningenveld.

Door minder gasproductie in Groningen af te dwingen hoopt de overheid dat de kans op aardbevingen in de Groningse provincie zal dalen. Naast een dalende gasproductie heeft GasTerra ook de nadelige gevolgen ondervonden van de lagere gasprijzen. In 2015 was de totale gasverkoop ruim 70 miljard kubieke meter, dat is aanzienlijk lager dan de 81,3 miljard kubieke meter die een jaar eerder werd verkocht.

GasTerra geeft aan dat de daling in de omzet en de daling in het verkoopvolume van gas gevolgen heeft voor de organisatie. In 2015 is begonnen met een reorganisatie- en kostenbesparingsproces. Doormiddel van dat proces moeten de kosten tot en met 2018 worden verlaagd met ongeveer 30 procent. Volgens GasTerra zullen er geen gedwongen ontslagen vallen.

Reactie van Technisch Werken

De fossiele brandstoffen staan wereldwijd onder druk. Men wil het gebruik en de verspilling van deze brandstoffen zoveel mogelijk beperken. Daarnaast wil men investeren in duurzame energiebronnen.  Het gebruik van gas moet zoveel mogelijk worden beperkt. De Europese Unie wil ook dat de CO2 uitstoot wordt beperkt. Minder gas verstoken draagt daar aan bij. De beperking van de gaswinning is niet alleen goed voor het milieu. Ook in Groningen wil men de gaswinning beperken omdat het winnen van gas voor verschillende aardbevingen heeft gezorgd. Een daling in de verkoop van gas is dus zowel positief als negatief nieuws.

Hoe vraag je een energielabel aan voor een woning?

Het aanvragen van ern energielabel is verplicht als men een woning verkoopt of verhuurt.  Het energielabel maakt voor de potentiële koper of potentiële huurder inzichtelijk hoe energiezuinig of miliebelastend een woning is. De verkoper of verhuurder moet dit inzicht bieden aan geïnteresseerden. Daarom moet hij of zij een energielabel aanvragen.

Het aanvragen van een energielabel kan men doen bij de Rijksoverheid. Als men het energielabel niet verstrekt bij de verkoop of verhuur van een woning dan kan men een boete krijgen. De boete kan oplopen tot 405 euro. Bovendien is het natuurlijk als verkoper of verhuurder niet bepaald klantvriendelijk om potentiële kopers en potentiële huurders informatie over de energiezuinigheid van een woningen te onthouden. Daarnaast kost het aanvragen van een energielabel slechts een paar tientjes.

Hoe kun je een energielabel aanvragen?

Een energielabel moet men aanvragen bij de Rijksoverheid. Dit kan op de website energielabelvoorwoningen.nl. Het aanvragen van een energielabel gaat in zes stappen.

  1. De eerste stap is het bezoeken van de website en inloggen met je DigiD.
  2. Vervolgens kan men de gegevens van de woning controleren en aanpassen. Er mogen maximaal tien gegevens worden ingevoerd.
  3. Daarna gaat men bewijzen toevoegen aan het woningdossier.
  4. Dan dient men deskundigen te selecteren die het bewijs over de energiebesparende voorzieningen van de woning gaan controleren.
  5. Tot slot kan men de gegevens versturen.
  6. Dan krijgt men het energielabel ontvangen. Dit gebeurd automatisch via de Rijksoverheid.

 

Aanvragen energielabel voor woning verplicht?

Energielabels zijn verplicht voor woningen die te koop of te huur worden aangeboden.  Aan het begin van 2015 hebben veel woningeigenaren van de Rijksoverheid een voorlopig energielabel ontvangen. Dit is een vrij algemeen energielabel dat onder andere gebaseerd is op het bouwjaar van de woning en het type woning. Het voorlopige energielabel was bedoeld om woningeigenaren te laten nadenken over de energiezuinigheid van de woning. De overheid hoopte met dit energielabel de woningeigenaren te stimuleren om meer investeringen te doen in de energiebesparing van hun woning. Hierbij kan men denken aan dubbele beglazing,  muurisolatie, dakisolatie,  zonnepanelen en andere voorzieningen die een woning energiezuiniger maken. Na het voorlopige energielabel werd het definitieve energielabel ingevoerd. Dit energielabel moet verplicht worden vertoond als men een woning te huur of te koop aanbiedt.

Definitief energielabel voor woningen

Een voorlopig energielabel zegt weinig over de specifieke energiezuinige of energieverslindende eigenschappen van een woning. Daarom moet iemand als hij van plan is om een woning te verkopen of te verhuren een definitief energielabel aanvragen. Het definitieve energielabel is verplicht voor woningen die verkocht of verhuurd worden. In het definieve energielabel zijn wel alle technische en bouwkundige voorzieningen opgenomen en daarom biedt het energielabel waardevolle informatie aan de potentiële kopers of potentiële huurders. Bovendien zorgt het verplichten van energielabels er voor dat woningeigenaren beter gaan nadenken over het bevorderen van de energiezuinigheid van de woning. Omdat mensen meer op het milieu en kostenbesparing letten is het vaak verstandig om te investeren in isolatie en zonnepanelen. Deze aanpassingen zorgen er namelijk voor dat woningen in gebruik minder kosten en minder miliebelastend zijn. Dat voelt voor potentiële kopers en huurders goed. Daarom is men vaak bereid om meer te betalen voor een woning in een zuinige energieklasse.

Hoe ziet een energielabel er uit?

Een energielabel is de uitkomst van de som van verschillende energiebesparende en energieverslindende aspecten van een woning. Deze uitkomst wordt in een letter en een kleur aangegeven. De meest energiezuinige woningen krijgen een letter ‘A’ en een donkergroene kleuraanduiding. De letter ‘A’ loopt op tot de letter ‘G’. De letter ‘G’ is donkerrood en staat voor de meest energieverslindende woning. Een verkoper dient een energielabel aan te vragen bij de Rijksoverheid die daarvoor een speciale website heeft gemaajt. Het aanvragen van een energielabel is verplicht maar kost maar een paar tientjes.

Europese Commissie bezorgd over arbeidsmarkt Nederland in 2016

De Europese Commissie maakt zich zorgen over de Nederlandse arbeidsmarkt. Vooral over de stijging van het aantal langdurig werklozen is de Europese Commissie bezorgd. Verder valt het volgens de commissie op dat er steeds grotere verschillen ontstaan tussen tijdelijk en vast werk in Nederland. Vrijdag 26 februari 2016 publiceerde de Europese Commissie een rapport over de Nederlandse economie.

Arbeidsmarkt in 2015
In 2015 werden er weer meer banen geschept in Nederland. Daardoor nam de werkloosheid af in Nederland. Ondanks de nieuwe banen bleef de groep langdurige werklozen echter wel doorgroeien. De groei in de werkgelegenheid nam vooral toe doordat er meer tijdelijke contracten werden verstrekt. Ook het aantal zelfstandigen nam toe in Nederland.

Bijna geen vaste contracten
In 2015 is de wet werk en zekerheid ingevoerd door minister Lodewijk Asscher. Het doel van de wet werk en zekerheid was het bevorderen van het aantal vaste contracten op de arbeidsmarkt in Nederland. Ondanks deze wet is de doorstroom van tijdelijk naar vast werk beperkt volgens de Europese Commissie. Hierdoor kan volgens Brussel het risico van ”arbeidsmarktsegmentatie” ontstaan.

Volgens de Europese Commissie worden de verschillen tussen vast en flexibel personeel alleen maar groter. De commissie verwacht dat der daardoor steeds meer problemen ontstaan. Het stelsel van sociale voorzieningen kan bijvoorbeeld onder druk komen te staan. Dit heeft vooral te maken met het feit dat zelfstandigen vaker onderverzekerd zijn tegen arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Daarnaast bouwen zelfstandigen over het algemeen ook minder pensioen op dan werknemers die in loondienst aan het werk zijn bij een bedrijf.

Reactie van Technisch Werken
De wet werk en zekerheid heeft nog niet een positief effect gehad op de arbeidsmarkt in Nederland. De transitievergoeding zorgt er voor dat bedrijven aan medewerkers een vergoeding moeten verstrekken als hun tijdelijke contract(en) na twee jaar aansluitend dienstverband niet worden verstrekt. Ook het feit dan een werkgever na twee jaar tijdelijk dienstverband een werknemer een vast contract moet bieden werkt contraeffectief. De overheid moet nu nadenken of de wet werk en zekerheid nog wel nuttig is of dat deze wet aangepast moet worden. Het vervangen van de wet werk en zekerheid is misschien wel de meest verstandige oplossing maar dat zorgt voor gezichtsverlies bij minister Lodewijk Asscher.

Oldtimers vanaf 40 jaar meer in trek in 2016

De fiscale regels voor klassieke auto’s zijn in 2012 en 2014 aangescherpt. Dit heeft een duidelijk effect gehad op de populariteit van klassiek auto’s. Er werd door de VWE voertuiginformatie en –documentatie een verschuiving geconstateerd in de belangstelling voor oldtimers die ouder zijn dan 40 jaar. Deze auto’s zijn op dit moment nog volledig vrijgesteld van wegenbelasting. Jongere auto’s kunnen niet meer in aanmerking komen voor gunstige fiscale regels.

Verkoop oldtimers
In 2015 werden in Nederland volgens de VWE bijna 14.000 auto’s ouder dan 40 jaar verkocht. Dat is een stijging van ruim 40 procent ten opzichte van 2011. Naast de stijging in de verkoop van oldtimers die ouder zijn dan 40 jaar is er ook duidelijk een daling te zien in de verkoop van auto’s die 25 tot 30 jaar oud zijn. Deze daling heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat in deze leeftijdsklasse helemaal geen vrijstelling van wegenbelasting kan worden toegepast.

Vrijstelling voor benzineauto’s
De brandstof die wordt gebruikt voor de voertuigen is wel van invloed op de vrijstelling van de wegenbelasting. Auto’s die namelijk tussen 30 en 40 jaar oud zijn en op benzine rijden zijn nog wel vrijgesteld van wegenbelasting. Dan moeten deze auto’s echter wel in de maanden december tot en met februari in de garage blijven. Omdat deze auto’s niet het hele jaar op de weg mogen rijden is in deze categorie ook een dalende belangstelling onder autoliefhebbers.

Waarom werd de vrijstelling ingevoerd?
In het verleden werd de vrijstelling van wegenbelasting voor oldtimers ingesteld om de liefhebbers van klassieke auto’s de mogelijkheid te geven om met hun oude auto’s gebruik te maken van de Nederlandse wegen zonder dat daar hoge kosten aan verbonden zijn. Auto’s die ouder zijn dan 20 jaar zijn meestal aanzienlijk zwaarder in gewicht dan de auto’s van de huidige categorie. Daarom is het voor veel liefhebbers van oldtimers niet mogelijk om met hun auto’s te rijden zonder een flinke wegenbelasting te betalen.

Waarom werd de vrijstelling afgeschaft?
Het feit dat een paar jaar geleden geen wegenbelasting betaald hoefde te worden voor auto’s in een bepaalde leeftijdscategorie zorgde voor ongewenste situaties. Er werd namelijk veelvuldig gebruik gemaakt van auto’s die net oud genoeg waren om wegenbelasting vrij te zijn. Deze auto’s werden niet alleen voor de liefhebberij gehouden maar ook voor het dagelijkse vervoer en woon-werk verkeer. Dit wilde de overheid ontmoedigen en daarom zijn de regels aangescherpt.

Populaire oldtimers
Verschillende oldtimers waren populair onder liefhebbers. Van alle oldtimers was de Volkswagen Kever de meest favoriete oldtimer. Daarnaast waren ook oude Mercedessen en Volvo’s erg gewild als oldtimer. De verkoop van oldtimers van de merken Chevrolet en DAF lieten de sterkste verkoopgroei zien in 2015. Volgens de VWE is het bezit en het rijden van een klassieke auto vooral een hobby voor mannen tussen de 46 en 55 jaar.

Reactie van Technisch Werken
Oldtimers zijn auto’s voor liefhebbers. Het bezit van een oldtimer is een mooie hobby als je er verstand van hebt. Daarnaast moet je ook voldoende technische kennis hebben om een oldtimer te onderhouden en te repareren. Veel onderhoud moet men zelf uitvoeren omdat men anders behoorlijke kosten heeft. De vrijstelling voor de wegenbelasting was voor veel mensen een welkome factor. Nu kan men echter alleen met auto’s die ouder zijn dan 40 jaar gebruik maken van de gunstige regels.

Wanneer is het energielabel ingevoerd?

Energielabels zijn bijna niet meer weg te denken uit de schappen van de elektronicawinkels en de showrooms van autodealers. Op elektrische apparaten en auto’s wordt doormiddel van energielabels informatie verstrekt over de zuinigheid van het desbetreffende apparaat of auto. Bij de verkoop van woningen worden tegenwoordig ook energielabels verstrekt. Met een energielabel wordt duidelijk hoe energiezuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het product, voertuig of gebouw is. Daarnaast staat er op het energielabel vaak informatie over de prestaties van het product. Een energielabel kan bovendien gegevens verstrekken over de materialen die zijn gebruikt bij de productie van de machine of het apparaat.

Invoering van het energielabel
In Nederland is in 2012 de richtlijn voor Energielabels geïmplementeerd als het:

Besluit van 25 februari 2012, houdende regels betreffende de etikettering van het energieverbruik van energiegerelateerde producten (Besluit etikettering energieverbruik energiegerelateerde producten).

Uit bovenstaand besluit komt duidelijk naar voren dat men het heeft over energiegerelateerde producten. Hierbij kan men denken aan elektrische machines en apparaten. Veel machines en apparaten worden gevoed met elektrische stroom. Deze elektrische stroom biedt een bepaald vermogen om arbeid te verrichten. Sommige machines hebben meer elektrisch vermogen nodig om dezelfde arbeid of prestaties te verrichten dan energiezuinige machines. Het energielabel zorgt er voor dat bedrijven geprikkeld worden om voortdurend hun machines en apparaten te verbeteren op het gebied van energiezuinigheid.

Invoering definitief energielabel voor woningen
Voor woningen is ook een specifiek energielabel ingevoerd. In 2013 werd het toemalige systeem voor energielabels van woningen door de Tweede Kamer te ingewikkeld en te duur bevonden. Daarnaast bleek ook de handhaving van de wettelijke energielabelplicht bij woningen te moeilijk uitvoerbaar in de praktijk. Daarom moest de Nederlandse overheid op zoek naar een beter systeem waarmee ze wel konden voldoen aan de Europese richtlijn (EPBD). Het systeem moest eenvoudiger en goedkoper. Dit zorgde er voor dat er een definitief energielabel werd ontwikkeld. Dit definitief energielabel is op 1 januari 2015 ingevoerd in Nederland. Het definitief energielabel is verplicht bij de verkoop en het verhuren van woningen in Nederland.

Wat is een energielabel?

Een energielabel is een label dat wordt gebruikt om de energiezuinigheid van een bepaald product, apparaat of onroerend goed aan te duiden. Het energielabel moet voldoen aan verschillende Europese richtlijnen:

  • 92/75/CEE,
  • 94/2/CE,
  • 95/12/CE,
  • 96/89/CE,
  • 2003/66/CE

Het energielabel moet verplicht worden meegeleverd bij de verkoop van gebouwen, auto’s, elektrische apparaten en lampen. De potentiële koper krijgt door het energielabel extra informatie over het product waar hij of zij interesse in heeft.

Hoe ziet een energielabel er uit?
Het energielabel is een etiket die aan een product wordt bevestigd of op een product wordt geplakt. Op het energielabel zijn een aantal balkjes geplaatst in verschillende kleuren. De balkjes lopen op van donkergroen tot donkerrood. Op de balkjes staan letters die oplopen van de letter ‘A’ tot de letter ‘G’. De letter ‘A’ is in het donkergroen aangegeven en dat maakt duidelijk dat een product die deze aanduiding verdient het meest milieuvriendelijk is. Vanaf deze letter geven de aanduidingen een steeds minder gunstige energiebeoordeling. Producten, apparaten, voertuigen en gebouwen die in de energieklasse ‘G’ vallen kunnen worden beschouwd als het meest milieuonvriendelijke.

Waarom een energielabel?
Allereerst is een energielabel voor een aantal producten en apparaten verplicht. Een energielabel stelt consumenten voor een duidelijke keuze tussen producten. In plaats van het design, de vormgeving en de functionaliteiten van een product wordt ook de energiezuinigheid een aspect waarop consumenten bewust voor een bepaald product, apparaat of woning kunnen kiezen. Men is zich in de wereld steeds meer bewust van het milieu en maatschappelijke aspecten. Een ‘groen’ product heeft aantrekkingskracht voor particulieren en bedrijven.

Veel ondernemers worden door de verplichte energielabels gedwongen na te denken over het ontwikkelen van energiezuiniger producten, machines en apparaten. De energielabels werken twee kanten op: ondernemers maken zuiniger producten en de consumenten waarderen dat door energiezuiniger producten te kopen. Zo ontstaat een cirkel van productontwikkeling die gericht is op milieuvriendelijkheid.