Branchevereniging ACEA pleit voor meer realistische autotesten

Het schandaal met de frauduleuze software van bepaalde dieselmodellen van VW heeft de autowereld behoorlijk opgeschud. VW merkt dat consumenten het vertrouwen in Das Auto behoorlijk zijn verloren. Dit kost geld. Bovendien zal er in de autowereld ook een structurele verandering moeten worden doorgevoerd. Autofabrikanten moeten worden ontmoedigd om nieuwe frauduleuze praktijken uit te voeren. Daarom moeten er nieuwe testen komen die de  uitstoot van auto’s in praktijk meten. Het testen van auto’s in een specifieke testomgeving of laboratorium blijkt namelijk fraude mogelijk te maken. Branchevereniging ACEA heeft al benoemd voorstander te zijn van een praktijktest.

Real Driving Emissions-test
Het duurt nog wel een behoorlijke tijd voordat er daadwerkelijk nieuwe praktijktesten worden ingevoerd. Men heeft het over Real Driving Emissions-tests die in september 2017 worden ingevoerd en de werkelijke uitstoot moet meten, in plaats van laboratoriumuitslagen. De nieuwe testen zullen er voor zorgen dat verschillende autofabrikanten hun auto’s aanzienlijk moeten optimaliseren op het gebied van het beperken van CO2 emissie. De ACEA verwacht dat het voor automakers moeilijk tot uiterst moeilijk zal worden om voor september 2017 aan de nieuwe voorwaarden te voldoen. Verder merken de automakers de gevolgen van de nieuwe testen doordat een groot aantal dieselmodellen eerder dan verwacht uit de productie moeten worden gehaald.

Reactie van Technisch Werken
Dieselmotoren stoten over het algemeen minder CO2 uit dan verbrandingsmotoren die op benzine draaien. Volgens de ACEA is het verschil ongeveer 15 tot 20 procent. De ontwikkelingen in de autobranche zijn voor een groot deel gekoppeld aan de politieke ontwikkelingen. Het vertrouwen van de politiek in de autobranche is geschaad. Daarom moet de politiek er wel voor zorgen dat de controles en de testen strenger worden. Door de praktijktesten zullen auto’s naar verwachting nog betere milieuprestaties leveren. De ACEA denkt dat Europese emissietesten in de toekomst de meest realistische autotesten ter wereld zullen zijn.

Wat is een ERP pakket en waar wordt ERP voor gebruikt?

ERP is een afkorting die staat voor Enterprise resource planning. Met ERP doelt men op een computerprogramma of software dat wordt gebruikt door organisaties voor verschillende doelstellingen en doeleinden. Over het algemeen wordt een ERP gebruik ter ondersteuning van alle processen in het bedrijf. Hierbij kan men denken aan het voorraadbeheer maar ook aan inkoop en verkoop. ERP-programma’s bestaan uit verschillende deelprogramma’s of modules die allemaal worden gebruikt voor de ondersteuning van één specifieke taak. Er bestaan bijvoorbeeld modules die worden gebruikt voor het bijhouden van voorraden of het voeren van een financiële administratie.

Voordeel van een ERP pakket
Een ERP pakket is een samenstelling van verschillende modules. Een bedrijf hoeft door een zorgvuldig samengesteld ERP pakket geen gebruik meer te maken van verschillende softwareprogramma’s van verschillende leveranciers. In een ERP-programma kunnen veel processen worden ondergebracht van een organisatie. Daarnaast kunnen deze processen aan elkaar gekoppeld worden. Hierdoor hoeven bepaalde gegevens zoals de specificaties van producten en de adresgegevens van klanten maar één keer ingevoerd te worden.

Er wordt gebruik gemaakt van één database waarin de gegevens worden opgeslagen die voor verschillende modules kunnen worden gebruikt. Als deze database goed op orde en actueel is zullen de modules die daaraan gekoppeld zijn ook van de juiste informatie worden voorzien. Doordat men binnen een organisatie niet met allemaal verschillende programma’s hoeft te werken voor het beheren en wijzigen van gegevens kan men op een efficiëntere manier werken. Bovendien hoeft het personeel niet getraind te worden in de verschillende programma’s maar volstaat een training in het desbetreffende ERP pakket en bijbehorende modules.

Welke bedrijven maken gebruik van ERP pakketten?
In eerste instantie werden ERP pakketten ontwikkeld voor grote bedrijven. Daar werden deze pakketten geïmplementeerd om transparantie te bieden in verschillende administratieve processen. De letter ‘E’ van de afkorting ‘ERP’ verwijst daar ook naar. Deze letter staat namelijk voor Enterprise wat duidt op de toepassing voor uitgebreide systemen voor internationaal opererende bedrijven.

Tegenwoordig maken ook kleinere bedrijven gebruik van ERP pakketten. Deze maken dan meestal gebruik van een paar modules. Het invoeren van een ERP systeem kost een bedrijf wel behoorlijk wat geld. De software waaruit ERP bestaat moet op de bedrijfsprocessen worden afgestemd. Dat kost tijd en inspanning. Soms moeten maatwerkoplossingen worden geboden.

Verschillende merken ERP pakketten
Er zijn verschillende merken ERP pakketten:

  • ISAH
  • Bever
  • Ridder

Het selecteren van het een ERP systeem vereist een professionele aanpak. Bedrijven maken hiervoor vaak gebruik van externe adviseurs. Dit brengt extra kosten met zich mee.

Bouwmarkten in Nederland hebben last van onhandigheid van consumenten

Nederlandse bouwmarkten hebben nog onvoldoende groei doorgemaakt de afgelopen tijd. De bouwmarkten geven aan dat ze onder druk staan omdat consumenten volgens hen steeds minder tijd besteden aan klussen in privésfeer. Vooral jongere generaties en alleenwonenden klussen minder in Nederland. Volgens de bouwmarkten hebben jongere generaties minder plezier in klussen en zijn ze bovendien ook niet handig. De ABN AMRO publiceerde de ontwikkelingen van bouwmarkten in een specifiek rapport over deze sector.

Herstel bouwmarkten laat op zich wachten
Het economische herstel in de bouwmarktensector laat op zich wachten. Dit is tegen de verwachting in. Door het economische herstel in andere sectoren en het aantrekken van de woningmarkt zouden bouwmarkten juist meer omzet moeten kunnen genereren. De ABN AMRO merkt van dit herstel nog weinig. In 2014 lieten bouwmarkten in Nederland wel tekenen van herstel zien en klommen de bouwmarkten na zware crisisjaren wel wat uit het dal omhoog. In 2015 zette deze opleving echter niet door. De omzet van bouwmarkten daalt en daarnaast staan winstmarges onder druk. Volgens de economen van de ABN AMRO is het voor bouwmarkten nog steeds crisis in Nederland.

Minder geld voor verbouwen
Hoewel de woningverkoop toeneemt nemen de uitgaven bij bouwmarkten niet toe. Dit heeft voor een deel te maken met het feit dat mensen die net een woning hebben gekocht minder geld beschikbaar hebben voor een verbouwing. Huizenkopers moeten bij het afsluiten van hun hypotheek tegenwoordig ook zelf eigen vermogen inbrengen. Dit eigen vermogen om de aankoop van een woning te financieren.

Reactie van Technisch Werken
De bouwsector trekt aan en de huizenmarkt trekt eveneens aan. De werkgelegenheid neemt in de bouw toe. Daarbij gaat het met name nieuwbouw van woningen. Renovatie van woningen wordt ook wel door bouwbedrijven gedaan. Particulieren besteden nog weinig aan verbouwingen omdat ze hun geld wel beter kunnen gebruiken. Verbouwingen worden daardoor uitgesteld en dat merken de bouwmarkten in Nederland.

Werkgevers hoeven in 2016 minder WW-premies

In 2016 hoeven werkgevers in Nederland minder WW-premies te betalen. Vrijdag 23 oktober 2015 werd dit bekend gemaakt door de NOS die haar bericht baseert op de berichtgeving van het UWV. Het zou hierbij gaan om een gezamenlijk bedrag van 700 miljoen euro dat in 2016 door de werkgevers in Nederland bespaard zou kunnen worden.

Afdracht aan de WW in Nederland
Werkgevers in Nederland moeten per maand een bepaald bedrag afdragen aan de WW. Dit bedrag is bestemd voor de werkloze werkzoekenden op de Nederlandse arbeidsmarkt. Een deel van de WW afdracht gaat naar een algemeen fonds en het overige deel naar het sectorfonds. Het sectorfonds is bedoelt voor de ondersteuning van alle werklozen in de sector waar het bedrijf actief is.

Sectoren die profiteren van een lagere WW afdracht
Het gaat in 2015 steeds beter met de economie in Nederland. Daardoor neemt de werkgelegenheid toe en werkloosheid af. Omdat steeds meer mensen aan een betaalde baan worden geholpen hoeft de WW premieafdracht niet omhoog. Er maken minder mensen in Nederland gebruik van een WW uitkering en men verwacht dat deze trend in 2016 wordt doorgezet. In driekwart van de sectoren in Nederland gaat de afdracht aan het sectorfonds voor de WW omlaag. Het gaat hierbij om de bouwsector en bedrijfstakken die aan deze sector verwant zijn zoals timmerbedrijven, mortelbedrijven en stukadoorsbedrijven.

Daling in het aantal werklozen niet overal
De werkgelegenheid neemt echter niet in alle sectoren even snel toe. Daarom profiteren niet alle sectoren evenveel van de verlaging van de afdracht van de WW-premie. In de zuivelindustrie gaat bijvoorbeeld de afdracht voor de WW-premie in 2016 nog omhoog.

Dit heeft te maken met een terugloop in de werkgelegenheid in deze sector. De Nederlandse zuivelindustrie merkt de gevolgen van de Russische boycot en merkt dat haar afzetgebied is geslonken. Daardoor kunnen fabrieken minder productie draaien en is er minder personeel nodig. Dat heeft tot gevolg dat de werkgelegenheid in deze sector afneemt en de bijdrage van bedrijven aan het sectorfonds van de WW omhoog gaat.

Reactie van Technisch Werken
De economie trekt aan maar het lijkt er sterk op dat de internationale politiek het lastig maakt voor bedrijven om van de groei te kunnen profiteren. De Russische boycot is een politiek pressiemiddel voor Rusland maar treft ook Nederlandse bedrijven die hun afzetmarkt zien slinken. De bedrijven die hiervan de gevolgen ondervinden worden dubbel hard getroffen. Ten eerste omdat ze hun omzet zien krimpen en ten tweede omdat ze personeel moeten laten vertrekken en daardoor bovendien een hogere sectorafdracht voor de WW moeten betalen. De overheid moet hiervoor wel een probate oplossing bedenken anders krijgen bepaalde sectoren het in 2016 nog heel moeilijk.

VDL Nedcar start in november 2015 met productie van de Mini Cabrio

VDL Nedcar in Born gaat de komende maand starten met de productie van een nieuw automodel. Dit model is de Mini Cabrio. De Mini Cabrio is het tweede model dat de fabriek in Born in productie neemt sinds de herstart. Het is goed nieuws dat er weer een nieuw model in productie wordt genomen. In 2012 had de fabriek het heel erg moeilijk. Toen had Mitsubishi zich uit de fabriek teruggetrokken. Met veel overleg werd het voortbestaan van de fabriek verlengd. BMW besloot dat in de fabriek de nieuwe Mini gemaakt zou worden. Een tijd terug waren er al geruchten dat autofabrikant BMW de productie in de Nederlandse autofabriek wilde uitbreiden. Nu is echter bevestigd dat dit daadwerkelijk gebeurd.

Vertrouwen in Nederlandse productiefaciliteit
De nieuwe Mini wordt alleen in de Nederlandse fabriek in Born geplaatst en niet op andere plekken in de wereld. Hiermee wil BMW aangeven dat ze veel vertrouwen hebben in  de Nederlandse productiefaciliteit. Het eerste model van de 3-deurs Mini wordt echter nog wel op andere productielocaties in de wereld geproduceerd. Over de Mini Cabrio zijn nog veel gegevens onbekend. Zo weet men nog niet hoeveel van deze auto’s worden geproduceerd. Dat heeft BMW nog niet bekend gemaakt. De productie van de nieuwe Mini is wel een gunstige ontwikkeling voor VDL Nedcar in Born. Bij dit bedrijf werken ongeveer 2300 werknemers. Deze werknemers krijgen door de productie van de nieuwe Mini meer vertrouwen in hun toekomst bij VDL Nedcar.

Reactie van Technisch Werken
Dit is niet alleen goed nieuws voor VDL Nedcar. De Nederlandse maakindustrie kan wel een nieuwe impuls gebruiken. Wereldwijd staat Nederland in de maakindustrie nog nauwelijks op de kaart en daar moet snel verandering in komen. Onze afhankelijkheid van de transportsector en economische dienstverlening maakt ons kwetsbaar in de wereldeconomie daarom zullen we snel andere pijlers van de economie moeten verstevigen. De maakindustrie is daar één belangrijke pijler van. Het vertrouwen van BMW moet er voor zorgen dat ook andere bedrijven in de Nederlandse productiefaciliteiten gaan investeren. Als dat gebeurd zal de werkgelegenheid toenemen en de positie van Nederland in de wereldeconomie versterkt worden.

Sterk beursdebuut Ferrari op woensdag 21 oktober 2015

Op woensdag 21 oktober 2015 heeft sportwagenbouwer Ferrari een sterk debuut gemaakt op de beurs in New York. Op de eerste dag dat Ferrari op de beurs stond is het aandeel omhoog geschoten. De beursgang van Ferrari is een gevolg van eerdere ontwikkelingen binnen het moederconcern Fiat Chrysler. Dit concern maakte in oktober 2014 bekend dat het de bekende Italiaanse sportwagenfabrikant wordt afgesplitst van Fiat Chrysler. Begin 2016 zal deze afsplitsing moeten worden afgerond. De opbrengsten die Fiat Chrysler opstrijkt worden gebruikt om de schulden af te lossen. Daarnaast gaat het bedrijf ook investeringen doen in de automerken Alfa Romeo, Jeep en Maserati.

Prijsontwikkeling aandelen Ferrari
De aandelen van Ferrari werden op de markt gebracht voor 52 dollar per stuk. Ze openden echter op 60 dollar. In de eerste handelsminuten op de beurs, zo rond 15,55 Nederlandse tijd stond het aandeel 12 procent hoger en kwam het uit op 58,20 dollar.

Reactie van Technisch Werken
Ferrari is een heel bekend automerk in het luxe segment. Dat is meteen ook de beperking van automerk. Veel mensen kunnen het luxe automerk niet veroorloven. Daardoor is het afzetgebied beperkt en worden verhoudingswijs weinig auto’s verkocht. Daarnaast is Ferrari ook een luxe auto waar men veel verwachtingen van heeft op het gebied van vormgeving en techniek. Ferrari moet met weinig afzet wel voldoende blijven ontwikkelen. Dat is wel een uitdaging.

OPEC zal productieplafond handhaven in 2015 en 2016?

De Organisatie van Olie Exporterende Landen (Opec) zal volgens Iran zijn productieplafond blijven hanteren ondanks de lage olieprijs in de wereld. Iran hoort zelf ook bij het oliekartel maar is het met deze productiekoers niet eens. Het land wil minder olie uit de aardbodem pompen zodat het olieaanbod op de markt wordt verlaagd en de prijs voor een vat olie kan oplopen tot 70 à 80 dollar. Volgens de Iraanse minister voor Olie Bijan Namdar Zanganeh is niemand is gelukkig bij het huidige prijsniveau van de olie. De Opec zal volgens hem moeten overwegen om de productie van olie te verlagen. Door de huidige overproductie van olie zal de prijs van olie onder druk blijven staan aldus Bijan Namdar Zanganeh.

Olieproductie in Iran
Zodra de Westerse sancties het land Iran niet meer in de weg staan voor de wereldhandel zal ook Iran zijn olieproductie flink gaan opvoeren. Daar hoeft het land volgens de minister van Olie niemand toestemming voor te vragen.

Olieproductie van de Opec
Al meer dan zestien maanden produceert de Opec meer dan het plafond van dertig miljoen vaten per dag. Dat plafond is op papier vastgelegd maar in de praktijk houdt het Opec zich daar niet aan. De reden voor de hoge olieproductie ligt in de wereldwijde concurrentie op de oliemarkt. Amerika wild zich in de oliemarkt steeds meer laten gelden maar de productiekosten voor het winnen van olie liggen in Amerika veel hoger dan het Midden-Oosten. Daarom hoopt het Opec kartel dat ze concurrentieslag gaan winnen. Op den duur zal Amerika namelijk niet meer voldoende verdienen aan olie om de productiekosten te overstijgen. Dan zal Amerika zich steeds verder uit de oliemarkt terugtrekken en zal de Opec haar positie op de oliemarkt verstevigen.

Reactie van Technisch Werken
De Opec is topproductie aan het draaien. Dit lijkt een handig spel maar het is voor de landen van de Opec een zware opgave. Sommige landen zijn sterk afhankelijk van de olie-export. Door de lage prijs van de olie-export zien zij een belangrijke inkomstenbron krimpen hoewel er wel veel werk voor verzet moet worden. Het is een touwtrekken tussen Amerika en de Opec. Ook Andere landen zoals Rusland worden in dit ‘spel’ meegenomen. Hoewel Amerika haar ambities in de oliemarkt aan het bijstellen is kan men nog niet zeggen dat de Opec gewonnen heeft. Gaan deze ontwikkelingen gewoon door in 2016? Wie zal het zeggen?

Wat is een turbomachine en wat is het doel van deze machine?

Turbomachines zijn machines waarin energie wordt gewisseld of omgezet. Er is hierbij sprake van een stroming of druk van een vloeistof of gas en een schoepensysteem. Dit schoepensysteem wordt in beweging gebracht door de druk van de vloeistof of gas. De kracht van de energieoverdracht is afhankelijk van de krachten die door de stroming op de het roterend schoepensysteem worden uitgeoefend. De energiewisseling kan in een turbomachine in twee richtingen verlopen.

Turbine
De eerste richting is het in beweging brengen van schoepen door druk vanuit een stroming van gas of vloeistof. In dit geval wordt bijvoorbeeld een as aangedreven en spreekt men van een aandrijvend mechanisme. Deze systemen worden ook wel turbines genoemd, een voorbeeld hiervan is stoomturbine die op stoomdruk (verdampt water= gas) werkt.

Een omgekeerde werking is ook mogelijk. Hierbij zorgt een schoepenrad in de vorm van een rotor juist energie a en zorgt deze voor een stroming. Ook hierbij is een machine aangedreven maar de benamingen zijn verschillend. De benaming die men voor dit type machine gebruikt is afhankelijk van het gebruikte fluïdum.

Turbopompen
Een turbopomp wordt bijvoorbeeld gebruikt voor het verplaatsen van vloeibare stoffen zoals water en olie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van drukverhoging van deze vloeistoffen om ze in een bepaalde richting te transporteren.

Turbocompressoren
Een turbocompressor wordt gebruikt voor het realiseren van drukverhoging voor samendrukbarre gassen zoals dampen en lucht. Deze turbocompressors worden onder andere toegepast in auto’s en andere voertuigen.

Ventilatoren
Ventilatoren worden gebruikt voor het realiseren van een snelheidsverhoging van samendrukbare fluïda. Meestal worden ventilatoren gebruikt voor het verplaatsen van lucht om bijvoorbeeld een machine of ruimte te verkoelen.

Propeller
Als men een schroef met propeller in beweging brengt dan kan er een snelheidsverhoging optreden met betrekking tot propulsie.

Wat is een stoomturbine en wat is de werking daarvan?

Stoomturbines zijn apparaten die worden gebruikt om stoomdruk om te zetten in beweging van een as. Een stoomturbine kan dus dienen als aandrijving voor een as. In 1883 is de eerste stoomturbine uitgevonden door de Zweedse ingenieur Gustav de Laval. Deze eerste stoomturbine werd ook wel de lavalturbine genoemd en bestond uit een groot aantal emmervormige schoepen. Deze schoepen kwam in beweging door de druk van stoom. Hierdoor ontstond een rotatie die hij gebruikte als aandrijving voor een melkcentrifuge. De opkomst van stoommachines was echter al eerder (1750 in Engeland) dan de ontwikkeling van de stoomturbine en zorgde voor een nieuw tijdperk in de industrie. De industriële revolutie ontstond.  Tegenwoordig wordt een stoomturbine onder andere toegepast in elektriciteitscentrales. Daarnaast worden ze ook toegepast in grote zeeschepen.

Hoe werkt een stoomturbine?
Voor de werking van een stoomturbine heeft men stoomdruk nodig. Deze stoomdruk ontstaat door het verhitten van water. Om water te kunnen verhitten zal men echter een brandstof moeten verbranden. Deze brandstof kan bijvoorbeeld steenkool zijn. Als men steenkool verbrand en daar boven een ketel heeft met water dan zal het water verdampen en in volume toenemen. Bovendien zal deze damp naar boven gedrukt worden omdat warme lucht opstijgt. Als men de stoom vervolgens gaat geleiden naar een rij rotorschoenpen dan zullen deze schoepen de stoom maximaal van richting laten veranderen. De druk van de stoom zorgt er dan voor dat de schoepen in beweging komen.

Door gebruik te maken van een rij statorschoepen wordt de stoom weer in de richting van de volgende rij rotorschoepen gebracht. Dit proces verloopt net zo lang tot de stoom maximaal is geëxpandeerd. Als de stoom is afgewerkt en dus haar totale energie heeft afgegeven zal de stoom weer waterdruppeltjes beginnen te vormen. Deze waterdruppeltjes kunnen voor erosie zorgen op de turbinebladen en daarom worden ze uit de turbine geleid. Men doet dit wanneer 20% van de watermoleculen gecondenseerd is in de stoom. Men kan dit water vervolgens weer teruggeleiden richting de stoomketel om zodoende het proces te gaan herhalen met een minimaal verlies aan water.

VNO-NCW: vluchtelingen bieden oplossing voor onvervulbare vacatures

In Europa wordt gesproken over een vluchtelingencrisis. Na een economische crisis, die in feite nog niet voorbij is, krijgt Europa weer een lastig pakket dat ze moet oplossen. Verschillende politieke partijen bestrijden elkaar met flinke discussies over de aanpak van de vluchtelingenproblematiek. De aanpak van deze problematiek is echter niet eenvoudig. Daarover zijn de meeste partijen het wel eens. Niet alleen de politiek bemoeit zich met de vluchtelingen. Ook andere organisaties in de maatschappij laten van zich horen. Zo ook Hans de Boer, voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW.

VNO-NCW over vluchtelingen
Hans de Boer was op zondag 18 oktober 2015 te gast in tv-programma WNL op Zondag. Tijdens het gesprek gaf hij aan dat hij kansen voor Nederland ziet met de komst van vluchtelingen uit Syrië. Volgens hem zouden mensen uit Syrië een oplossing kunnen vormen voor de vacatures die in Nederland moeilijk ingevuld kunnen worden.

Hans de Boer heeft aangegeven dat hij te horen heeft gekregen dat veel Syrische vluchtelingen een goede opleiding hebben gevolgd. Volgens hem zijn een aantal van deze vluchtelingen mogelijk geschikt voor banen in de IT-sector. Volgens de werkgeversvoorzitter dienen de kandidaten wel goed gescreend te worden maar dan moeten ze bij een goede screening ook kansen krijgen om werk te vinden.

Volgens hem kan men de vergelijking met gastarbeiders in de vorige eeuw niet maken. Hans de Boer noemt dit situatie anders. Volgens hem is het wel belangrijk dat we positief moeten kijken naar mensen die hier hun eigen brood verdienen. Als de vluchtelingen niet aan het werk komen in Nederland is dat slecht voor de economie vooral wanneer ze tientallen jaren betaald moeten worden door de Nederlandse overheid vanuit een uitkering.

Reactie van Technisch Werken
Op de Nederlandse arbeidsmarkt zijn inderdaad een aantal vacatures die moeilijk ingevuld kunnen worden omdat het aanbod aan goed gekwalificeerd personeel voor díe functies lastig. Het is een terechte opmerking van  Hans de Boer dat het hierbij gaat om IT-functies. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan softwareprogrammeurs die verstand hebben van backend programmering. Daarnaast zijn er op het gebied van automatisering van machines nog engineers nodig die PLC’s kunnen ontwikkelen en storingen kunnen oplossen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van vacatures en vakgebieden waar Nederland wel extra personeel voor kan gebruiken.

Daar staat echter tegenover dat laagopgeleiden in Nederland moeilijk werk kunnen vinden. Zij ondervinden een stevige concurrentie op de arbeidsmarkt. Deze concurrentie is niet alleen afkomstig van andere Nederlanders, ook Polen en Hongaren bevinden zich op de Nederlandse arbeidsmarkt. Zij vormen een bedreiging voor laagopgeleiden in Nederland. Ook vanuit Syrië zullen laagopgeleiden richting Nederland vluchten. Daar moet een antwoord op worden gevonden. Door de verregaande automatisering verdwijnen veel productiewerkzaamheden in fabrieken. Voor laagopgeleiden zullen in Nederland zowel op technologisch gebied als wel immigratiegebied steeds minder banen komen.

Nederland kan zich maar op een paar manieren tegen deze ontwikkelingen weren. De belangrijkste is het kennisniveau van de Nederlandse werknemers verhogen. Uiteraard is het nuttig om te leren van kennis over de grenzen. Daarom is het goed dan hoogopgeleide arbeidsmigranten en hoogopgeleide vluchtelingen in Nederland een plek krijgen. Werk dient voorop te staan en verdringing van Nederlandse werkzoekenden moet worden voorkomen.

Ook voor laagopgeleiden is er werk. Meestal is dit niet het mooiste werk maar toch. Gemeenten in Nederland hebben het bijvoorbeeld behoorlijk zwaar met het onderhouden van wijken, straten en plantsoenen. De kosten die dit met zich meebrengt zijn voor gemeenten meestal te hoog. Als men laagopgeleide asielzoekers zou inzetten bij het onderhouden van wegen, plantsoenen, gebouwen enzovoort dan zou er sprake kunnen zijn van een goede combinatie van werk en onderdak. De gemeenten hoeven de asielzoekers niet meer te betalen dan ze al doen en de asielzoekers kunnen iets terug doen voor de maatschappij waar zijn veilig kunnen worden. Bovendien zal dan blijken welke asielzoekers hier met gegronde redenen komen en welke andere belangen hebben.

Wat is TTIP of het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag

TTIP is een afkorting die staat voor het Engelse Transatlantic Trade and Investment Partnership. In het Nederlands kan dit vertaald worden met het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag. Dit is een verdrag waarover wordt tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Dit beoogde verdrag staat ter discussie. De belangrijkste voorstanders van dit verdrag zeggen dat het verdrag goed is voor de economische groei van Europa en dus ook voor Nederland. Tegenstanders van het TTIP geven aan dat er te veel macht wordt gegeven aan bedrijven.

Bedrijven kunnen het regeringen lastig maken wanneer regeringen wetten en regels invoeren die door de bedrijven als belemmering kunnen worden beschouwd in hun bedrijfsvoering. Het nationaal belang van regeringen kan in de uitvoering van het TTIP in strijd zijn met het belang van grote bedrijven. Ondanks dat kunnen Nederlandse consumenten en bedrijven volgens de voorstanders profiteren van de uitvoering van dit akkoord.

Wat wil men met het TTIP bereiken
Een belangrijke doelstelling van het TTIP is het verbeteren van de toegang van markten door het afbouwen of afschaffen importtarieven tussen Amerika en Europa. Doordat de importtarieven omlaag gaan worden producten van Amerika in Europa goedkoper en andersom. De betrokken landen moeten door het verdrag meer werkgelegenheid en economische groei kunnen realiseren.

Een andere belangrijke doelstelling is het afstemmen van regels, voorwaarden en standaarden doe gekoppeld zijn aan producten. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan veiligheidseisen die aan producten worden gesteld. Ook kan men denken aan milieueisen van producten. Het testen van producten moet uniform gebeuren zodat er niet twee keer een test hoeft te worden gedaan in Europa en Amerika voor hetzelfde product voordat het verkocht en gebruikt mag worden.

Voor en nadelen van TTIP
Aan het TTIP kleven voor en nadelen. Het plan is nog niet rond en de voor en tegenstanders bestoken elkaar al met voor en tegenargumenten. De aanpassing van de standaards vinden veel milieuorganisaties zorgwekkend omdat Amerika volgens hen lagere standaards hanteerd dan Europa, dat zou ook het geval zijn op het gebied van voedselveiligheid. Verder kunnen landen overheden voor het gerecht dagen indien er wetten en regels worden doorgevoerd die niet gunstig zijn voor bedrijven. Als de internationale rechter aangeeft dat bedrijven in het gelijk zijn, dan zullen overheden in aanmerking kunnen komen voor een schadevergoeding.

Dit zorgt voor veel terughoudendheid bij veel mensen om akkoord te gaan met het TTIP. Mensen voelen zich niet machtig ten opzichte van bedrijven. Daarom gaan ze op internet en ook in de praktijk hun bezwaren kenbaar maken in de hoop dat de onderhandelingen voor het TTIP worden stopgezet of dat de richtlijnen in het verdrag gunstiger worden voor de mens, het milieu, de veiligheid en de lokale overheid. Het TTIP is er(in oktober 2015)  nog niet dus het is nog afwachten en discussiëren. De overheid zal echter wel wat moeten doen met de bezorgdheid van de mensen. Als TTIP er doorheen wordt gedrukt zal de bevolking haar vertrouwen in de overheid verder verliezen en daar is niemand bij gebaat.

S ’werelds grootste oliebedrijven en gasbedrijven roepen op tot klimaatakkoord

Tien grote energiebedrijven in de wereld publiceerden vrijdag 16 oktober 2015 een verklaring waarin ze aangeven dat ze pogingen ondersteun om te komen tot een internationaal klimaatakkoord. Dit klimaatakkoord moet bijdragen aan het beperken van de schade voor het klimaat door bijvoorbeeld de CO2 uitstoot. Aan het opstellen de verklaring namen verschillende topmannen van bedrijven zoals Shell, Total en BP deel.

Wat staat er in de verklaring?
De energiebedrijven hebben in de verklaring vastgelegd dat ze de komende jaren zullen meewerken aan het beperken van de uitstoot van schadelijke gassen. De bedrijven willen de emissie beperken door de productieprocessen milieuvriendelijker te maken. Ook willen ze zich inzetten voor het duurzaam gebruiken van olie en gas. Bovendien worden er meer investeringen gedaan in ontwikkeling en onderzoek. Dit moet zich met name gaan richten op het gebruiken van energie uit hernieuwbare bronnen.

Internationale klimaatconferentie
De grote oliebedrijven en gasbedrijven hebben de verklaring uitgebracht in de aanloop naar de internationale klimaatconferentie. Deze conferentie wordt aan het einde van 2015 in Parijs gehouden. De bedrijven hebben naast deze verklaring ook duidelijk aangegeven dat zij niet alleen de milieuproblemen kunnen oplossen. Volgens hen moet elk deel van de maatschappij een bijdrage leveren aan het reduceren van vervuiling. Milieuorganisaties zoals Greenpeace vinden de verklaring van de bedrijven een goede eerste stap. Ze geven aan dat ze blij zijn dat de bedrijven de klimaatverandering nu eindelijk erkennen. Ondanks dat blijven de grote olie- en gasbedrijven een onderdeel van het probleem aldus een woordvoerder van de milieuorganisatie.

Reactie van Technisch Werken
Het is goed dat deze bedrijven een verklaring hebben uitgebracht. Uiteindelijk moet de praktijk uitwijzen of ze zich echt aan de mooie woorden houden. Vaak worden kosten en rendement als belangrijkste belemmeringen gezien voor een goed milieubeleid. Het ontwikkelen van zuinige installaties en filtersystemen die de emissie verder filteren brengt kosten met zich mee. Bedrijven zullen trachten deze kosten te verhalen op de overheid.

De overheden zullen echter doormiddel van wet en regelgeving de bedrijven verplichten om zich te houden aan wet en regelgeving. Echter het voorgenomen handelsverdrag tussen Amerika en Europa, het Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP), kan er voor zorgen dat overheden voor het gerecht kunnen worden gedaagd indien zij door wet en regelgeving hun bedrijfsvoering minder goed kunnen uitoefenen. Er is daarom veel weerstand tegen het TTIP. Vooral milieuorganisaties zien veel onheil in de totstandkoming en uitvoering van de richtlijnen uit het TTIP.

Wat is een distributed control system (DCS) en waar wordt dit systeem toegepast?

Een distributed control system wordt afgekort met DCS. Dit is een onderdeel van de automatisering van processen in productiebedrijven. Een DCS wordt onder andere toegepast in de industrie en daarnaast in civieltechnische toepassingen. Met een DCS kunnen processen worden gevolgd gestuurd en gecontroleerd. De DCS vormt een onderdeel van een productiesysteem.

Waaruit bestaat een DCS?
Een DCS behoort tot de procesautomatisering en bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Deze onderdelen behoren zowel tot de hardware als software. De software is als het ware het brein en de hardware gebruikt de machine om informatie te ontvangen (sensors) en een bewerking uit te voeren. De meetinstrumenten zoals sensors zijn doormiddel van bedrading verbonden via een bus. Daarnaast hoort bij dit systeem ook een multiplexer en A/D-convertors. Dit alles staat in verbinding met een procescomputer waarmee het proces wordt gevisualiseerd. Doormiddel van een interface kan men communiceren met de productiemachines en in de display of op het beeldscherm kan men aflezen welke output wordt gerealiseerd en worden eventuele fouten inzichtelijk.

Waar worden distributed control systems toegepast?
Distributed control systems worden bij verschillende bedrijven toegepast. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan elektriciteitscentrales. Ook bij distributiesystemen van elektriciteit wordt gebruik gemaakt van een distributed control system evenals bij klimaatsystemen. In chemische fabrieken vormt het DCS ook een belangrijk onderdeel van de procesautomatisering.

Wat kan men met een distributed control system?
Met een distributed control system kan men processen besturen in een geautomatiseerde omgeving. Hierbij kan men denken aan het regelen van pompen en kleppen zodat grondstoffen kunnen circuleren in leidingen. Een DCS vormt een onderdeel van de procesautomatisering en kan autonoom functioneren zonder dat een operator de machine hoeft te bedienen. In de praktijk wordt echter vaak wel een interface met bijbehorend beeldscherm toegepast zodat de operator wel inzichtelijk krijgt wat de machine voor bewerking uitvoert en of er fouten ontstaan. Op die manier kan de machine communiceren met het personeelslid. Een personeelslid kan dan bijvoorbeeld de setwaarde wijzigen, de temperatuur veranderen of de druk in de leidingen. In de jaren negentig van vorige eeuw zijn alle verouderde pneumatische regelsystemen bij Nederlandse bedrijven vervangen door DCS. De pneumatische systemen werkten op basis van luchtdruk. DCS werkt op basis van software en krijgt zijn voeding vanuit elektriciteit.

Wat zijn de basisfuncties DCS?
Een DCS heeft tegenwoordig een aantal basisfuncties. Dit is het regelen van analoge signalen en het regelen van diverse procesparameters. Verder kunnen verschillende PLC functies, dit zijn digitale signalen, doormiddel van een DCS worden geregeld. In de historiek kan men de historische gegevens van de machine(s) nalezen als men deze heeft opgeslagen. Een DCS zorgt ook voor visualisatie van de input en output van het proces met daarbij de eventuele bijzonderheden zoals storingen en dergelijke. In het alarm management kan men abnormale condities beheren.  Ook kan men met het DCS rapportages maken van de gegevens uit bovengenoemde systemen.

Wat is procesautomatisering of procesbesturing?

Procesautomatisering of procesbesturing is het automatiseren en besturen van productieprocessen en andere processen in bedrijven om deze effectiever te laten verlopen en het rendement van de organisatie te verhogen.

Procesautomatisering wordt onder andere toegepast in een productieomgeving. Hierbij kan men denken aan grote fabrieken waarbij men van grondstoffen producten gaat vervaardigen met behulp van computergestuurde machines. De geautomatiseerde processen zullen continue doorgaan. Het verloopt dus automatisch. Procesautomatisering vormt een onderdeel van een productiesysteem of besturingssysteem.

Als de procesautomatisering van een bedrijf goed is geregeld kunnen veel (productie)kosten worden bespaard. Daarom wordt de procesautomatisering bij verschillende managementmodellen zoals leanmanufacturing goed gemonitord.

Waar worden procesautomatiseringssytemen toegepast?
Het automatiseren van processen wordt voornamelijk toegepast in de maakindustrie. De maakindustrie omvat bedrijven waar concrete producten worden gemaakt. Deze bedrijven worden ook wel productiebedrijven genoemd. Een belangrijk kenmerk van deze bedrijven is dat de processen voortdurend worden bekeken en geoptimaliseerd. Hoe efficiënter het productieproces verloopt hoe meer geld kan worden verdiend. Voorraden worden zoveel mogelijk beperkt om ruimte en rente te besparen. Daarnaast zullend e verschillende stappen in het productieproces zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd zodat minder tijdverlies ontstaat. In het verleden was de onderlinge afstemming van de deelprocessen vooral iets dat leidinggevenden en machineoperators onderling zo goed mogelijk op elkaar afstemden. Tegenwoordig maakt men echter gebruik van computergestuurde machines met plc systemen en overkoepelende SCADA software waardoor machines ook met elkaar kunnen communiceren. Procesautomatisering vindt plaats in de industrie maar ook in een civieltechnische omgeving.

Waaruit bestaat een procesautomatiseringssysteem?
Bovenstaande vraag kan worden opgedeeld in twee hoofdgroepen namelijk de hardware en de software. De hardware omvat alles dat tastbaar en zichtbaar onderdeel uitmaakt van de procesautomatisering. Dit zijn bijvoorbeeld de machines en de printplaten, sensoren, bedrading, schakelkasten en het hardware deel van de PLC. Het softwarematige deel van het procesautomatiseringssysteem is abstracter. Dit omvat de programmering van de PLC en de SCADA. De software wordt gebruikt om het ‘brein’ van de automatisering opdracht te geven of functionaliteiten te geven. Op een interface komen zowel het softwaredeel als het hardwaredeel samen. Dit is namelijk een display of scherm waar doormiddel van software wordt gevisualiseerd hoe de hardware (de machine) functioneert. Een procesoperator kan bijvoorbeeld op een procescomputer aflezen in hoeverre het productieproces goed verloopt.

Voorbeelden van procesautomatiseringssystemen
Er zijn verschillende voorbeelden van procesautomatisering. Daarnaast zijn er ook diverse procesautomatiseringssystemen. Een aantal voorbeelden zijn:

  • Distributed control system (DCS)
  • Process control system (PCS)
  • Programmable logic controller (PLC)
  • Supervisory control and data acquisition (SCADA)

Deze verschillende softwaresystemen kunnen het proces of de deelprocessen van een organisatie optimaliseren en/of monitoren. Zo kan een PLC, mits de goed is geprogrammeerd, er voor zorgen dat een machine de juiste bewerking uitvoert als een grondstof of halffabricaat voor een bepaalde sensor verschijnt.

Interface
Ondanks deze automatiseringssystemen zijn er over het algemeen wel mensen nodig op de werkvloer om effectief te kunnen anticiperen op eventuele fouten in het productieproces. Dit kunnen bijvoorbeeld operators zijn maar ook productiepersoneel. Zij kunnen met behulp van een interface HMI controleren wat de machine doet en daarnaast met knoppen opdrachten geven indien de machine een bepaalde bewerking moet uitvoeren. Een interface zoals een beeldscherm met een toetsenbord/ paneel zorgt er dus voor dat een machine met een mens kan communiceren en andersom. 

Principe-akkoord over cao Metaal & Techniek 2015-2017

Woensdag 14 oktober 2015 werd bekend gemaakt dat er een principe akkoord is gesloten over de cao Metaal & Techniek 2015-2017. De beoogde looptijd is van 1 maart 2015 tot 1 mei 2017. Hieronder staan de afspraken waarover het akkoord is gesloten:

Salarisafspraken cao Metaal & Techniek 2015-2017
De metaalarbeiders eisten met stakingen onder andere een loonsverhoging. Deze loonsverhoging is in het principe-akkoord ook vastgelegd. Werknemers die onder de  cao Metaal & Techniek vallen gaan er in loon 4,05% op vooruit in 26 maanden. Daarnaast krijgen ze een eenmalige uitkering van 0,65%. Dit is omgerekend 1,87% per 12 maanden. De jeugdschalen van  de cao van jongeren tot 23 jaar met een vakdiploma of voortgezet vakdiploma worden verhoogd per  1 september 2016 met een bedrag van €38. Voor de laagste jeugdschalen ontstaat een extra verhoging van 5 procent en voor de hoogste jeugdlonen een verhoging van 2 procent.

Overige afspraken cao Metaal & Techniek 2015-2017
Naast de afspraken over de salarissen zijn er ook afspraken vastgelegd over vakantiedagen en seniorendagen. Zo krijgen alle metaalarbeiders die onder deze cao vallen er een extra vakantiedag bij. De seniorendagen worden naar een iets hogere leeftijd verschoven. Daarnaast worden deze seniorendagen met één dag verminderd. Door de extra vakantiedag blijft het totale aantal vrije dagen voor vijftigplussers gelijk.

Verder mogen werknemers ook vakantiedagen en dagen/ uren uit andere regelingen inzetten voor vrije tijd zodat ze vaker vier dagen per week kunnen werken om zodoende het voltijds dienstverband te kunnen behouden. De cao Metaal & Techniek 2015-2017 gaat niet langer negatief van de wet afwijken. Flexkrachten en andere tijdelijk krachten kunnen conform de Wet Werk en Zekerheid eerder aanspraak maken op een vast contract oftewel een contract voor onbepaalde tijd.

Wat is de kanban methode?

Kanban is een concept dat een onderdeel kan vormen van lean manufacturing en just-in-timeproductie. Kanban is ontwikkel door Taiichi Ohno. Hij deed de ontwikkeling van kanban en implementatie bij de fabrieken van Toyota. Het doel van Taiichi Ohno was het productieniveau te verhogen.

Wat betekend kanban?
Het woord ‘kanban’ is een samenvoeging van twee Japanse woorden. Het woord ‘kan’ wordt vertaald met  ‘visueel’ en het woord ‘ban’ met ‘kaart of bord’. Men kan kanban dus vertalen met het visueel in kaart brengen van ontwikkelingen in een organisatie. Hieronder is dit nader omschreven.

Kanban systeem voor signaleren
Omdat kanban gericht is op het visualiseren wordt het systeem gebruikt om ontwikkelingen zichtbaar te maken. Over het algemeen wordt dit gedaan om te signaleren wanneer iets nodig is. Dit kan bijvoorbeeld met lichtjes of kaartjes. Het kanban kan op verschillende manieren worden uitgevoerd maart dient om het logistieke systeem van de organisatie te bevorderen.

De principes van zijn als volgt:

  • Visualiseren van het onderhanden werk
  • Beperken van de hoeveelheid onderhanden werk
  • Trek het werk van de ene kolom (werkplek) naar de andere
  • Monitoren, wijzigen, verbeteren

De bovengenoemde principes volgen elkaar telkens weer op zodat het proces altijd door gaat. Er kan gebruik worden gemaakt van traditionele kanbankaarten maar er zijn ook kanbanborden. Een kanbankaart geeft de vraag of capaciteit weer. Een bord geeft een totaaloverzicht. Hierop wordt gebruik gemaakt van magneten of plakkaartjes. Vaak worden deze samen gebruikt met post-its en stickers. Hiermee worden de taken en de hoeveelheid werk gevisualiseerd.

Kanban ter ondersteuning van het productiesysteem
Kanban wordt gebruikt als middel ter ondersteuning van het beheer van een productiesysteem in zijn totaliteit. Daarnaast is kanban een effectieve methode om verbeteringen in te voeren en te monitoren. Knelpunten en probleemgebieden komen via kanban duidelijk naar voren door bijvoorbeeld het aantal kanbankaarten dat in de omloop is gebracht. Deze kunnen vervolgens worden geanalyseerd en geëvalueerd om tot een effectiever productiesysteem te komen.

Hypotheek heeft laagterecord bereikt in oktober 2015

De hypotheekrente is de afgelopen maanden flink gedaald. In het Financieele Dagblad werd maandag 12 oktober 2015 gepubliceerd dan de hypotheekrente een nieuw laagterecord heeft bereikt. Een hypotheek met looptijd van tien jaar heeft een rente van 2,37 procent met Nationale Hypotheekgarantie. De cijfers zijn afkomstig van Welke Beheer. Hieronder vallen onder andere de Huis & Hypotheek en de Hypotheekshop. Het vorige laagterecord was 2,39 procent, dit percentage werd behaald in mei 2015. Als men dit percentage afzet tegen de afgelopen vijf jaar dan moesten consumenten vijf jaar geleden het dubbele rentepercentage betalen als men dezelfde hypotheek wilde afsluiten.

Hypotheekrente
Hypotheken met een looptijd van tien jaar hebben een rente van 2,37 procent en een hypotheek met een looptijd van twintig jaar staat nu op 2,99 procent. Voor de looptijd van twintig jaar is het hypotheekpercentage alleen in de maand mei onder de drie procent gegaan, toen was het percentage 2,94 procent.

Waarom is de hypotheekrente zo laag?
De stijging en daling van hypotheekrentes ontstaat niet zomaar. Er zijn meestal ingrijpende politieke en financiële ontwikkelingen voor nodig. Een belangrijke ontwikkeling die een invloed heeft gehad op de daling van de hypotheekrentes is de omvangrijke opkoopprogramma van onder andere Europees staatspapier. Hiermee is de Europese Centrale Bank (ECB) dit voorjaar begonnen. De rente is door dit opkoopprogramma flink gedaald op staatsleningen. Zo ook de rente op de Nederlandse staatleningen. Over het algemeen volgt de hypotheekrente de renteontwikkeling op staatsobligaties.

Reactie van Technisch Werken
De lage hypotheekrente zorgt er ook voor dat meer mensen een huis gaan kopen. Huizenzoekers denken dat ze nu nog hun slag kunnen slaan op de woningmarkt omdat de rente voor de hypotheek nog laag is. Veel lagere hypotheekrente kun je bijna niet krijgen. De woningmarkt jaagt de bouwsector weer aan en er lijkt nu een positieve spiraal te ontstaan die de economie uit het dal haalt. Nu kan vanuit Europa de spiraal naar boven worden aangejaagd. Andersom is echter ook mogelijk. Dat houdt de economie kwetsbaar.

Olieprijzen hebben bodem bereikt in 2015?

Energieminister Mohammed al-Sada van het olieproducerende emiraat Qatar heeft aangegeven dat de olieprijzen de bodem hebben bereikt in 2015. Volgens hem zullen de olieprijzen in de wereld vanaf begin 2016 gaan herstellen. Zondag 11 oktober 2015 bracht de energieminister namens Qatar een verklaring uit.

Olieaanbod groeit
Het olieaanbod uit landen buiten de OPEC neemt af door het lage prijspeil van de olie. Hierdoor zal uiteindelijk het totale aanbod van olie afnemen en dit is weer gunstig voor de prijsontwikkeling. Qatar verwacht dat de olieprijs weer zal toenemen. In 2016 verwacht het land echter een stagnatie of een afname van de olieproductie. Van zowel ontwikkelde als opkomende markten zal echter de vraag naar olie toenemen voorziet Al-Sada.

Olieprijs op de helft
De olieprijs ligt in 2015 op ongeveer de helft van het prijspeil anderhalf jaar geleden. Omdat de verkoop van olie op dit moment weinig opbrengt kiezen veel bedrijven in de olie-industrie er voor om minder investeringen te doen. Het aantal proefboringen neemt af en men houdt de productiekosten nauwlettend in de gaten voordat men olie gaat opboren uit de aardboden. Op termijn zullen echter productietekorten ontstaan waardoor de olieprijs zal toenemen.

OPEC
De OPEC is een zeer machtig kartel in de olie-industrie van de wereld. Ongeveer 40 procent van de wereldwijde oliebehoefte wordt voorzien door de OPEC. Sinds de zomer van 2014 is de olieprijs in de wereld gedaald. De OPEC heeft hier een belangrijke rol in gespeeld. Hoewel de vraag naar olie aan het dalen was heeft het oliekartel OPEC onder leiding van grootmacht Saudi-Arabië in een periode van zestien maanden op rij meer olie opgepompt dan het afgesproken aantal van 30 miljoen vaten per dag.

Doel van de lage olieprijs
De olieprijzen worden bewust laag gehouden door de OPEC. Hierdoor probeert het kartel andere olieproducenten uit de markt te drukken. De productiekosten van veel bedrijven en landen in de olie-industrie liggen aanzienlijk hoger dan de kosten die de meeste OPEC-landen maken voor het winnen van olie. Landen zoals Amerika kunnen hun investeringen niet terug verdienen bij een lage olieprijs. Als de olieprijs maar lang genoeg laag wordt gehouden zullen andere landen op den duur hun olieproductie minderen of stoppen. De werkwijze van de OPEC is echter risicovol. Veel landen zijn door de lage prijzen in financiële problemen gekomen. Een aantal van deze landen behoort ook tot de OPEC.

Reactie van Technisch Werken
De olieprijs is wereldwijd van belang voor de productie en transport. Niet verwonderlijk dat de olieprijs een belangrijke rol speelt in de internationale politiek. De olieprijs daalt en er vindt een politieke verschuiving in verschillende richtingen plaats. Ondanks dat merken veel mensen de gevolgen van de lage olieprijs niet in hun eigen beurs.

Wat is een Verklaring Omtrent het Gedrag of VOG

Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) wordt door sommige werkgevers en organisaties gevraagd als iemand een bepaalde taak of functie gaat uitvoeren in de maatschappij. Met een Verklaring Omtrent het Gedrag kan men aantonen dat er geen bezwaar is dat een bepaald persoon de desbetreffende functie gaat uitvoeren.

Wie verstrekt de VOG?
De Verklaring Omtrent het Gedrag wordt verstrekt op basis van een screening van justitie. Justitie screent de (rechts)personen die de aanvraag van de VOG hebben gedaan. Daarbij wordt gekeken naar het wel of niet hebben van een strafblad en de eventuele strafbare feiten die zijn gepleegd. Deze gegevens zijn namelijk niet door werkgevers op te vragen en moeten door de sollicitant of werknemer zelf bij de justitie worden aangevraagd. Justitie is ook de instantie die de VOG’s verstrekt aan de aanvrager. Men krijgt een VOG als men geen strafbaar feit heeft gepleegd dat relevant wordt geacht voor de beoogde functie of organisatie.

VOG voor natuurlijke personen en rechtspersonen
Een VOG kan zowel door een rechtspersoon (RP) als door een natuurlijk persoon (NP) worden aangevraagd. Een rechtspersoon is bijvoorbeeld een bedrijf of organisatie en een natuurlijk persoon is een burger. Het justitiële verleden van de persoon wordt in kaart gebracht door justitie. Voor sommige personen kan dit echter ongewenst zijn omdat ze wat op hun ‘kerfstok’ hebben. Daarom stellen sommige bedrijven een VOG verplicht. In sommige branches is een VOG zelfs wettelijk verplicht.

Wat is verdringing op de arbeidsmarkt?

Verdringing is een term die af en toe wordt genoemd op de arbeidsmarkt. Als men het woord ‘verdringing’ letterlijk gaat omschrijven dan staat het woord voor: wegduwen of wegdrukken. Met verdringing op de arbeidsmarkt doelt met dus op het wegduwen of wegdrukken van arbeidskrachten. Dit maakt op zich nog niet veel duidelijk. Daarom wordt verdringing vaak in één adem genoemd met ‘oneerlijke concurrentie’ op de arbeidsmarkt. Dan begrijpt men vaak wel waar het om gaat. Namelijk dat bepaalde groepen op de arbeidsmarkt op een oneerlijke manier voorrang krijgen op andere werkzoekenden.

Verdringing op de arbeidsmarkt in verschillende vormen
Verdringing kan op verschillende manieren plaatsvinden op de arbeidsmarkt. Over het algemeen gaat het bij verdringing om bepaalde groepen werkzoekenden die doormiddel van subsidies of met behoud van uitkering aan de slag kunnen bij een potentiële werkgever. Doordat deze werkzoekenden voor de werkgever financieel aantrekkelijker zijn krijgen ze vaak voorrang op andere werkzoekenden. Een subsidie of andere kostenbesparing wordt echter niet voor niets verstrekt aan een bedrijf. De werknemer die te werk wordt gesteld moet aan een aantal criteria voldoen. Deze criteria hebben te maken met zijn of haar inzetbaarheid. Deze inzetbaarheid is de optelsom van de volgende factoren:

  • Afstand tot de arbeidsmarkt
  • Scholing
  • Leeftijd
  • Fysieke capaciteit
  • Mentale capaciteit

Als verwacht wordt dat iemand moeilijk aan betaald werk kan komen, zal daarvoor een rapportage worden opgesteld door de gemeente, het UWV of een andere instelling. Uit deze rapportage moet duidelijk naar voren komen dat de kandidaat zonder ondersteuning niet aan werk kan komen. Vaak worden voor deze (re-integratie) kandidaten speciale trajecten uitgestippeld. Die trajecten zijn meestal maatwerk en kunnen opleidingen bevatten en/of stages en werkervaringsplekken. Daarnaast wordt van mensen die geruime tijd in een uitkering positie zitten vaak ook een tegenprestatie verwacht in de vorm van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering.

Stages werkervaringsplekken en tegenprestaties
Doordat aan stages, werkervaringsplekken en vrijwilligerswerk vrijwel geen kosten kleven voor werkgevers zijn ‘werknemers’ in deze trajecten zeer aantrekkelijk. Ze kunnen namelijk wel een bepaalde productie of prestatie leveren zonder dat het bedrijf daar financieel wat tegenover hoeft te stellen. Bedrijven die tijdelijk een piek hebben in een productie kunnen daar op verschillende manieren mee omgaan. Over het algemeen lenen ze flexkrachten in maar ze kunnen ook werknemers ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ een werkervaring plek bieden. Als ze voor de laatste optie gaan kunnen ze dat doen vanuit moreel goede overwegingen maar de keuze kan ook gemaakt worden op basis van kostenbesparing en bedrijfseconomische overwegingen. Dit laatste is niet de bedoeling van de overheid die de subsidiemogelijkheden biedt en wordt misbruik van de wet en regelgeving genoemd.

Daarnaast is ook de inzet van vrijwilligers die werken met behoud van uitkering vaak discutabel. Door vrijwilligers in te zetten die op basis van een uitkering werken zorgen bedrijven er voor dat hun kosten worden gereduceerd. Voor de overheid nemen de kosten echter niet af omdat de kracht werkt met behoud van uitkering. De overheid wil daarom weten hoe lang de desbetreffende kracht in een uitkeringspositie blijft. Van bedrijven verlangd de overheid dat er een intentie is om de kracht in dienst te nemen na een bepaalde periode van proefplaatsing. Vrijwilligerswerk kan soms nog langer duren dan de 1 tot 2 maanden die gebruikelijk zijn voor een proefplaatsing.

Oneerlijke concurrentie en verdringing
Door subsidies en andere mogelijkheden om werknemers uit bepaalde doelgroepen aan het werk te helpen, kunnen vaak andere (reguliere) werkzoekenden hinder ondervinden bij het vinden van werk. Vooral laag opgeleide werkzoekenden merken hinder van werknemers die met speciale kostenbesparende trajecten aan het werk worden geholpen. De oneerlijke concurrentie zorgt er voor dat de maatregelen van de overheid juist averechts werken. Daarom probeert de overheid door controles en strenge regelgeving de oneerlijke concurrentie en verdringing tegen te gaan. Dit is in de praktijk minder eenvoudig dan het in de theorie lijkt.