Vooruitblik op technisch werk in 2015

In 2014 was al een kleine groei merkbaar in de technische sector. Verschillende technische bedrijven hadden vooral voor de bouwvak van 2014 meer orders binnen gekregen waardoor de vraag naar technisch personeel ging stijgen. Er werd vooral ervaren technisch personeel door bedrijven gevraagd omdat er door het kort cyclische werk nauwelijks tijd was om onervaren krachten goed in te werken. Na de bouwvak van 2014 was de piekproductie bij veel bedrijven ten einde gekomen waardoor verschillende bedrijven afscheid moesten nemen van hun technische uitzendkrachten. Tegen het einde van 2014 zien veel technische uitzendbureaus hun personeelsbestand krimpen. Januari 2015 gaat beginnen en wat zijn de verwachtingen voor dit nieuwe jaar?

Specialiseren loont
Zowel voor bedrijven als voor technisch personeel is specialiseren steeds belangrijker geworden de afgelopen jaren. Ook de komende tijd zal het belang van specialisatie blijven. Bedrijven worden door de overheid en door de concurrentie aangespoord om innovatieve producten te ontwikkelingen die niemand anders kan bedenken of produceren. Uiteraard is dat laatste over het algemeen van korte duur want bijna alle producten worden op den duur door andere landen en bedrijven gekopieerd en tegen meestal lagere kosten geproduceerd. Daarom doen bedrijven er verstandig aan om steeds nieuwe producten te ontwikkelen die nog beter in de behoeften voorzien van potentiële kopers.

Wat voor technisch personeel hebben bedrijven nodig in 2015?
Omdat bedrijven zich zullen moeten toeleggen op het bedenken en produceren van nieuwe innovatieve producten zullen bedrijven in 2015 vooral personeelsleden zoeken die daar een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren. Hierbij kan gedacht worden aan engineers, constructeurs, tekenaars, projectleiders en werkvoorbereiders. De meeste bedrijven zullen dan om ervaren krachten vragen maar die zijn vrij schaars op de technische arbeidsmarkt. Jong talent van technische hogescholen zal daarom ook bij veel bedrijven terecht kunnen voor een vacature als junior engineer of junior tekenaar.

Gecombineerde functies in het middenkader
Tekenaars, engineers, constructeurs en werkvoorbereiders zijn functies die behoren tot het middenkader van de meeste bedrijven. Bij sommige bedrijven behoort een deel van deze functies bij leidinggevende posities en doen personeelsleden het tekenen of werkvoorbereiden bij hun dagelijkse taken als leidinggevende. Als op deze gecombineerde posities vacatures ontstaan wordt een behoorlijke diversiteit aan competenties gevraagd. Zo moet niemand die als leidinggevende werkt over leidinggevende vaardigheden beschikken en zal hij of zij overzicht moeten houden, kunnen delegeren, verantwoordelijkheid moeten kunnen dragen en stressbestendig zijn. Als de persoon daarnaast ook nog eens technisch onderlegd moet zijn om bijvoorbeeld technische tekeningen te maken zullen aan de desbetreffende persoon nog meer eisen worden gesteld op technisch gebied. Bij verschillende bedrijven worden gecombineerde functies belangrijker om dat mensen die een gecombineerde functie uitvoeren breder inzetbaar zijn. Daardoor kunnen deze personeelsleden effectiever ingezet worden op het ontwikkelen van nieuwe producten en processen die gerelateerd zijn aan het voortdurend wijzigen van de wensen van de klanten.

Gecombineerde uitvoerende functies
Ook uitvoerende functies zullen breder worden. Onderhoudsmonteurs zullen niet langer alleen mechanisch of elektrisch onderhoud moeten uitvoeren maar zullen allround ingezet moeten kunnen worden. Dit houdt in dat onderhoudsmonteurs zowel mechanisch als elektrisch onderhoud aan machines moeten kunnen verrichten en daarnaast ook verstand moeten hebben van PLC en overige industriële automatisering.

Ook in de verspaning wordt een toenemende vraag verwacht naar draaiers en frezers. Hierbij is een brede inzetbaarheid eveneens van groot belang. Verspaners die zowel kunnen draaien als frezen hebben de voorkeur bij veel technische bedrijven. Als een verspaner vervolgens zowel met conventionele machines als met CNC gestuurde machines aan de slag kan is de meerwaarde voor veel bedrijven groot.

Gecertificeerd lassen
De kwaliteitseisen in de werktuigbouwkunde en de bouwsector worden steeds strenger. Deze eisen worden in Europees verband opgelegd en daarnaast ook door verzekeraars. Afnemers van producten in de werktuigbouwkunde willen zekerheden hebben over de technische deugdelijkheid van producten. Dit is zowel van belang voor de veiligheid als wel voor de aansprakelijkheid. Veel lasbedrijven moeten al hun lasmethodekwalificaties op orde hebben in 2014. In 2015 zal dat nog verder doorgevoerd worden bij bedrijven in de werktuigbouwkunde. Een lasmethodekwalificatie is echter gekoppeld aan het desbetreffende bedrijf. Elke bedrijf zal daarom haar lasmethodes indien vereist moeten kwalificeren.

Lassers dienen echter ook gekwalificeerd te worden om onder een bepaalde lesmethode te mogen lassen. Daarom zullen in 2015 steeds meer lassers een lascertificaat moeten gaan halen. De vraag naar gecertificeerde lassers zal toenemen omdat de meeste lasprocessen een gecertificeerde lasser vereisen.

Wet Werk en Zekerheid
Op het gebied van wet en regelgeving verandert er in 2015 ook een hoop op de arbeidsmarkt. De overheid wil de positie van werknemers in Nederland verbeteren. Met name in de uitzendsector staan de nodige veranderingen op de agenda. De ingangsdata van de veranderingen is wisselend.  Vanaf 1 januari 2015 is bijvoorbeeld de proeftijd niet altijd meer toegestaan en dient deze bovendien schriftelijk te worden vastgelegd. Verder moet vanaf 1 januari een aanzegtermijn worden gehanteerd voor tijdelijke contracten. Dit houdt in dat bedrijven minimaal 1 maand voor de afloopdatum van het contract bij de werknemer moeten aangeven of het contract wordt verlengd en als dat het geval is onder welke voorwaarden het contract is verlengd. Verder vervalt het concurrentiebeding voor tijdelijke contracten, alleen wanneer een bedrijf echt kan aantonen dat het concurrentiebeding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen of dienstbelangen kan het concurrentiebeding onder bepaalde voorwaarden worden opgenomen in een contract.

Equal pay
Vanaf 30 maart 2015 zijn uitzendbureaus om de inlenersbeloning te hanteren wanneer zijn het salaris van de uitzendkracht gaan bepalen. Equal pay is gericht op de volgende beloningscomponenten:
1. Geldend periodeloon in de schaal
2. Arbeidsduurverkorting
3. Toeslagen (overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid, ploegentoeslag)
4. Initiële loonsverhoging
5. Kostenvergoedingen
6. Periodieken

Er zijn echter al verschillende uitzendbureaus die de equal pay al eerder hebben ingevoerd omdat ze vakkrachten bemiddelen. Over vakkrachten en de vakkrachtenregeling is een apart artikel te vinden op de website technischwerken.nl. Ook over equal pay is een uitgebreid artikel op deze website te vinden.

Terugblik op technisch werk in 2014

Het jaar 2014 is afgelopen en we kijken terug op een interessant jaar op het gebied van werkgelegenheid in de techniek.. Omdat technisch werken een website is die gericht is op de techniek wordt hier met name gekeken naar de technische arbeidsmarkt. In 2014 ging het redelijk goed met de arbeidsmarkt in de techniek. Er  was sprake van een herstel en er ontstonden bij verschillende bedrijven vacatures voor technische specialisten. Dit was zowel op uitvoerend niveau het geval als in het middenkader.

Uitvoerende technische functies
Op uitvoerend niveau werden veel technici gevraagd in het onderhoud van machines. Daarbij werd bij de meeste technische bedrijven de nadruk gelegd op een brede inzetbaarheid. Onderhoudsmonteurs die zowel mechanisch als elektrisch onderhoud konden uitvoeren waren bij veel bedrijven van harte welkom. Als een monteur daarnaast ook nog kennis had van industriële automatisering en PLC- techniek was de monteur vrijwel zeker van een breed aanbod aan vacatures op de arbeidsmarkt. Onderhoudsmonteurs die echter aan deze profielen voldeden bleven over het algemeen hun huidige werkgever trouw en maakten de overstap naar een andere werkgever niet. Dit had vaak te maken met de zekerheid die ze hadden bij hun huidige werkgever. Onderhoudsmonteurs die goed functioneren beschikken meestal over een vast contract en dat krijgt men zelden meteen bij een nieuwe werkgever.

Technische functies in het middenkader
In het middenkader ontstond er ook veel vraag naar technisch personeel zoals tekenaars, engineers, ingenieurs en constructeurs. Daarnaast waren er ook verschillende bedrijven in de techniek die om werkvoorbereiders en projectleiders vroegen in vacatures. De bouwsector bleef op dit gebied helaas achter. Verschillende machinebouwers en zelfs installatiebedrijven en elektrobedrijven die toch bouw gerelateerd zijn deden het beter en vroegen in toenemende mate om personeel in het middenkader. Voor deze vacatures waren op de arbeidsmarkt weinig beschikbare kandidaten te vinden. De kandidaten die wel in aanmerking wilden komen voor een functie in het middenkader waren niet altijd geschikt omdat ze niet over de nodige ervaring beschikten. Voor veel functies was minimaal vijf of tien jaar ervaring vereist en dat bleek vaak een struikelblok voor veel kandidaten.

Technische bedrijven en uitzendbureaus
In 2014 maakten de meeste technische bedrijven een licht herstel door. Het viel op dat de meeste bedrijven vooral voor de bouwvak een drukke periode hadden. Na de bouwvak zette die groei niet bij elk bedrijf door. Veel technische bedrijven losten de piekproductie op met de inzet van technische uitzendkrachten. Hierdoor maakten technische uitzendbureaus in 2014 ook een groei door in uitzenduren, omzet en marge. Omdat het economisch herstel bij veel bedrijven nog pril is bieden de meeste werkgevers hun werknemers nog geen vast contract.

Veranderingen in de flexmarkt in 2015
In 2015 worden verschillende veranderingen doorgevoerd die invloed hebben op zowel uitzendbureaus als directe werkgevers. Voorbeelden hiervan zijn de equal pay richtlijn waardoor uitzendbureaus verplicht worden om de inlenersbeloning vanaf de eerste werkdag van de uitzendkracht toe te passen. Naast de equal pay richtlijn is ook de aanzegtermijn een verplichting waaraan bedrijven zich moeten houden. Equal pay en het bieden van een aanzegtermijn zijn slechts een paar voorbeelden van wettelijke richtlijnen waaraan bedrijven zich moeten houden.

Verschillende bedrijven weten nog niet precies wat de nieuwe wet en regelgeving voor hen betekend. Daarom aarzelen bedrijven om personeel een rechtstreeks contract aan te bieden. Ze willen eerst kijken hoe de nieuwe wet en regelgeving wordt geïmplementeerd en gecontroleerd door de daarvoor bevoegde instanties. Dit biedt nieuwe kansen voor uitzendbureaus. Uitzendbureaus in de techniek kunnen naast de rol van adviseur ook een belangrijke bijdrage leveren op het gebied van het werven en selecteren van technisch personeel voor hun opdrachtgevers.   

Wat kun je met het diploma EPBD B-airconditioningsystemen?

Airconditioningssystemen moeten regelmatig geïnspecteerd worden omdat een defecte installatie het gebruiksgemak van het gebouw vermindert en daarnaast ook gevaar op kan leveren voor het milieu. Bij koelinstallaties wordt onderscheid gemaakt in vermogens. Dit vermogen is meestal gerelateerd aan de oppervlakte van gebouwen. De gebouwen worden ingedeeld in verschillende klassen die zijn gekoppeld aan het vermogen van de systemen die worden gebruikt voor de koeling. Er worden drie verschillende klassen onderscheiden voor airconditioningsystemen. Hieronder zijn de drie verschillende klassen genoemd met daarbij het totaal aan nominaal koelvermogen:

–          klasse 1: 12 – 45 kW

–          klasse 2: 45 – 270 kW

–          klasse 3: meer dan 270 kW

Voor in het inspecteren en keuren van gebouwen in klasse 1 (12kW tot 45 kW) zijn over het algemeen andere koeltechnische competenties vereist dan de competenties die vereist zijn voor gebouwen in klasse 2 en 3. Dit heeft onder andere te maken met het vermogen van deze koelinstallaties. Voor koelinstallaties in klasse 1 is dan ook een ander diploma vereist dan voor koelinstallaties in klasse 2 en 3.

Diploma EPBD B-airconditioningsystemen
Voor het inspecteren van koelinstallaties in gebouwen in de klassen 2 en 3 dient een inspecteur te beschikken over een diploma EPBD B-airconditioningsystemen. In deze gebouwen zijn er naast een koudemiddel circuit ook verschillende andere installaties en factoren aanwezig die invloed hebben op de energieprestatie van het gebouw. Daarom zijn er aanvullende competenties nodig. Deze competenties zijn onder andere gericht op de meet- en regeltechniek en gebouwbeheersystemen. Met een diploma EPBD B-airconditioningsystemen mag een inspecteur een energieprestatie rapportage voor gebouwen in de klassen 2 en 3 maken. Het diploma is 5 jaar geldig vanaf het moment waarop het diploma is verstrekt. Na afloop van de vijf jaar kan de desbetreffende persoon een bijscholingsexamen doen om de geldigheidsduur te verlengen.

Wat kun je met het diploma EPBD A-airconditioningsystemen?

Vanaf 1 december 2013 is de EPBD-keuring voor airconditioningsystemen (>12kW) van kracht gegaan. Door de invoering van deze verplichting voldoet de Nederlandse regering aan het Energy Performance of Buildings Directive, dit wordt afgekort met EPBD. In het Nederlands noemt men de EPBD ook wel de Europese richtlijn Energieprestatie Gebouwen. In deze richtlijn staan verplichtingen voor alle EU-landen met betrekking tot het verbeteren van de energieprestatie van gebouwen.

Doel van Europese richtlijn Energieprestatie Gebouwen
De EPBD is opgesteld om de CO2-uitstoot te beperken met 20 procent. Daarnaast is de richtlijn ook opgesteld om een energiebesparing van 20 procent te realiseren. Beide doelstellingen dienen gerealiseerd te worden in 2020.

Keuring van airconditioningsystemen
Airconditioningsystemen dienen regelmatig gekeurd te worden. Het moment van de keuring is afhankelijk van het bouwjaar en de klasse van de airco installatie. Airconditioningsystemen in Nederland met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW moeten ten minste eenmaal per vijf jaar gekeurd moeten worden.

Diploma EPBD A-airconditioningsystemen
Het diploma EPBD A-airconditioningsystemen is van toepassing op het beoordelen van de energieprestatie van een gebouw in klasse 1 (12kW tot 45 kW). De competenties die nodig zijn voor het beoordelen van de energieprestaties van gebouwen in deze categorie komen voor een groot deel overeen met de competenties die iemand nodig heeft voor de F-gassen regeling. Het gaat hierbij voornamelijk om de koeltechnische competenties. EPBD A-airconditioningsystemen mogen worden gekeurd door een inspecteur met een diploma EPBD A-airconditioningsystemen. Dit diploma is vijf jaar geldig vanaf het moment dat het diploma is afgegeven. De geldigheidsduur van het diploma kan worden verlengd door het halen van een scholingsexamen.

Iemand met het EPBD A-airconditioningsystemen diploma is ook bevoegd om bepaalde koeltechnische inspecties te verrichten aan installaties in gebouwen die tot klasse 2 (45  – 270 kW) en 3 (> 270 kW) behoren. Voor complexe koeltechnische rapportages en inspecties is echter een diploma EPBD-inspecteur B vereist.

Werkzaamheden aan koeltechnische installaties mogen alleen worden gedaan met het juiste F gassen certificaat 

Het diploma EPBD A-airconditioningsystemen is een diploma waarmee men alleen inspecties en keuringen mag verrichten.  Het uitvoeren van werkzaamheden aan koeltechnische installaties is niet toegestaan tenzij men geldig F gassen certificaat heeft. Er zijn 4 verschillende F gassen certificaten.

  • F gassen certificaat categorie 1 biedt iemand de bevoegd heid om werkzaamheden te verrichten aan koeltechnische systemen met 3 kilogram of meer koudemiddelinhoud
  • F gassen certificaat categorie 2 biedt iemand de bevoegdheid om werkzaamheden uit te voeren aan koeltechnische systemen die minder dan 3 kilogram koudemiddelinhoud bevatten.
  • F gassen certificaat categorie 3 is verplicht als men koelinstallaties wil leeghalen of demonteren.
  • F gassen certificaat 4 geeft iemand alleen bevoegdheid om koelsystemen te controleren op lekkage.  Iemand met dit certificaat wordt ook wel een Lekdichtheidscontroleur genoemd. Dit wordt afgekort met LDC. Als iemand alleen dit certificaat in bezit heeft en geen van de bovenstaande certificaten dan mag hij of zij geen werkzaamheden verrichten aan koeltechnische installaties.

Zonder geldige F gassencertificaten mag men geen werkzaamheden verichten aan koudemiddelsystemen. Het verrichten van werkzaamheden aan koeltechnische systemen noemt men ook wel inbreken op het koelsysteem. Als men dit doet zonder geldig certificaat riskeert men een boete.

Wat is de Europese richtlijn energieprestatie gebouwen EPBD?

EPBD is een afkorting die staat voor de Engelse omschrijving: Energy Performance of Buildings Directive. De EPBD is ingevoerd op 4 januari 2003 door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie en is gericht op de energieprestatie van gebouwen. De richtlijn wordt ook wel aangeduid met: richtlijn 2002/91/EC (EPBD, 2003). In het Nederlands wordt de EPBD ook wel de Europese richtlijn energieprestatie gebouwen genoemd.

Wat is het doel van de EPBD?
Het doel van de invoering van de Europese richtlijn Energy Performance Building Directive (EPBD) is het bevorderen van de energieprestatie voor gebouwen in de Europese Unie. De energieprestatie omvat hierbij de kosteneffectiviteit, de eisen voor het binnenklimaat van het gebouw en de klimatologische en plaatselijke omstandigheden buiten het gebouw.

Wat zijn de verplichtingen uit het EPBD?
Uit het EPBD komen een aantal verplichtingen naar voren. De belangrijkste verplichtingen zijn hieronder opgesomd. Daarbij is het artikel van de richtlijn vermeld:

  • Artikel 3 van de richtlijn omvat de eisen met betrekking tot de methode die gehanteerd moet worden om de energieprestatie van gebouwen te berekenen. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de gebouweigenschappen, de gebouwgebonden installaties en het bewonersgedrag of gebruikersgedrag.
  • Artikel 4 en 5 zijn gericht op de  minimumeisen voor de energieprestatie van nieuwe gebouwen.
  • Artikel 5 en 6 zijn gericht op bestaande grote gebouwen, die ingrijpend gerenoveerd worden.
  • Artikel 7 is gericht op de energiecertificering van gebouwen, het energielabel.
  • Artikel 8 behandelt de regelmatige keuring van cv-ketels.
  • Artikel 9 gaat over airconditioningsystemen  in gebouwen.

Toepassing van EPBD
De EPBD oftewel de richtlijn 2002/91/EC (EPBD, 2003) biedt aan de EU lidstaten een bepaalde mate van vrijheid om de richtlijn en bijbehorende artikelen te verwerken tot wet en regelgeving die van toepassing is op de situatie van het desbetreffende land. Zo heeft Nederland op 25 november 2013 een besluit ingevoerd tot wijziging van het Besluit energieprestatie gebouwen. Het gaat hierbij om de implementatie van de artikelen 15, 16 en 17 van richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. Hierin staat onder andere dat de toegankelijke delen van airconditioningsystemen die een nominaal koelvermogen hebben van meer dan 12 kW ten minste eenmaal per vijf jaar gekeurd moeten worden. EPDB wordt dus ook toegepast op koelinstallaties zoals airconditioning.

Diploma EPBD A-airconditioningsystemen en EPBD B-airconditioningsystemen
Het is belangrijk dat een installatiemonteur goed weet hoe hij of zij met airconditioningsystemen moet omgaan. Het gaat hierbij om de installatie, het onderhoud en het ontmantelen van deze installaties. Daarvoor is specifieke kennis nodig die onder andere geboden wordt door een F-gassen certificaat. Met een diploma EPBD A-airconditioningsystemen is een persoon bevoegd om energieprestatie rapportage voor gebouwen in klasse 1 (12kW tot 45 kW) te maken. Voor gebouwen in klasse 2 en 3 zijn meer competenties nodig omdat in gebouwen die behoren tot die klassen ook andere factoren, naast het koudemiddel circuit,  aanwezig zijn die de energieprestatie kunnen beïnvloeden. Daarom heeft een inspecteur voor de energieprestatie rapportage voor gebouwen in klasse 2 en 3 het diploma EPBD B-airconditioningsystemen nodig.

Nederlanders zijn positief over economie in 2015

Uit een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) is gebleken dat Nederlanders over het algemeen een positief beeld hebben over de economie in 2015. Volgens het onderzoek maken mensen in Nederland zich minder zorgen over de ontwikkelingen in de economie dan de afgelopen jaren.

Meer dan 70 procent van de mensen die zijn benadert voor het onderzoek verwacht dat de economie in Nederland in 2015 op ongeveer hetzelfde niveau blijft als in 2014. Hoewel een aantal respondenten zelfs verwacht dat de economie zal aantrekken is het vertrouwen van Nederlanders nog niet op het niveau van voor de economische crisis. Het dieptepunt van de economische crisis was in 2008. In dat jaar was 47 procent van de mensen tevreden over de economie.

Reactie van Technisch Werken De economie is nauw verbonden met het vertrouwen dat mensen in de economie hebben. Als mensen veel vertrouwen in de economie hebben zal de economie over het algemeen aantrekken. Bij een laag vertrouwen in de economie zal een economisch herstel langer op zich laten wachten.

Het is daarom goed dat veel Nederlanders redelijk positief gestemd zijn over de economie in 2015. Nu is het afwachten of de binnenlandse bestedingen ook daadwerkelijk gaan toenemen in Nederland. Een lage olieprijs zorgt er in ieder geval voor dat de brandstofkosten verhoudingsgewijs laag zijn en dat is goed voor de transportsector.

De exportbranche is voor Nederland altijd een belangrijke sector geweest. Deze sector heeft onder andere baad bij lage brandstofkosten. Het jaar 2015 wordt interessant om verschillende politieke en economische redenen. Trekt de economie verder aan of zorgen de politieke spanningen er in de wereld voor dat de economische groei geremd gaat worden?

Wat wordt in de mechanica bedoelt met buiging en flexuur?

Elk materiaal heeft eigenschappen. Deze eigenschappen maken een materiaal geschikt of juist ongeschikt voor een bepaalde toepassing. De flexuur of buiging is ook een eigenschap van een voorwerp of materiaal. Met buiging doelt men op de mate waarmee een materiaal vervormd of vervormbaar is in de richting die loodrecht staat op de lange as.

De vervorming van een materiaal of voorwerp is een gevolg van een kracht die wordt uitgeoefend. Buiging is een samengestelde vorm van belasting omdat aan de ene kant van het voorwerp trek optreed en aan de andere kant druk. Dit is afhankelijk van de richting waarin het voorwerp buigt. De ene kant van het voorwerp wordt iets langer doordat deze oprekt en de andere kant heeft te maken met druk omdat deze in elkaar wordt geperst.

Doorbuiging of deflectie
De mate waarin doorbuiging van een materiaal plaatsvindt wordt ook wel de mate van deflectie genoemd. Omdat materialen een bepaalde mate van elasticiteit hebben is doorbuiging niet per definitie schadelijk. Een balk die gemaakt is van staal kan in een beperkte mate doorbuigen omdat deze balk over elasticiteit beschikt. De elasticiteitsgrens moet echter niet worden overschreden omdat er dan plastische vervorming optreed. Dan is het materiaal zover doorgebogen dat het niet meer in de oorspronkelijke vorm terugkeert.

Metaalmoeheid
Door regelmatig op metaal een bepaalde druk of kracht uit te oefenen kan een metaal meerdere keren buigen. Hierdoor kan metaalmoeheid optreden. Door het voortdurend ineendrukken en oprekken van het metaal ontstaan kleine scheurtjes die er uiteindelijk voor kunnen zorgen dat de mechanische belastbaarheid van het metaal zo wordt verlaagd dat het materiaal knapt of uiteen getrokken wordt.

Olieprijs opnieuw omlaag op maandag 29 december 2014

De olieprijs is aan het einde van 2014 zeer laag maar dat de prijs van olie op maandag 29 december opnieuw onderuit zou gaan is voor veel mensen toch een onverwachte ontwikkeling. Er was eerder namelijk een klein herstel in de olieprijs. Ondanks dat zakten de belangrijkste graadmeters aan het begin van maandagavond wederom op het laagste prijsniveau in de afgelopen jaren.

Prijsniveau van olie
De prijs van een vat Brentolie zakte met bijna 3 procent tot een bedrag van 57,75 dollar. De prijs van Brentolie is de maatstaf voor olie uit het Midden-Oosten, Afrika en Europa. Amerika produceert ook olie en ook de prijs van Amerikaanse olie zakte met 2,8 procent. Daardoor kostte Amerikaanse olie op maandagavond slechts 53,15 dollar per vat. Door deze prijsdaling staan zowel Amerikaanse olie als Brentolie op het laagste prijsniveau sinds mei 2009.

Olie uit schalievelden
Het aanbod van olie blijft onverminderd groot op de wereldmarkt. Amerika produceert veel olie uit zogenoemde schalievelden. Dit zorgt er voor dat olie minder schaars is. Omdat de vraag naar olie nauwelijks stijgt zakt de prijs van olie steeds verder omlaag.

Reactie van Technisch Werken
Er zijn aan het einde van 2014 verschillende bijzondere ontwikkelingen aan de gang in de wereld. Het Midden-Oosten met haar grote olievoorraden had altijd een belangrijke invloed op de markt en op politieke ontwikkelingen. Nu blijkt echter dat de vraag naar olie nauwelijks toeneemt. Amerika produceert meer olie dan voorheen doordat ze schalievelden gaat benutten. Hierdoor neemt ook het belang bij olie uit het Midden-Oosten langzamerhand af.

Dit zorgt voor financiële en politieke verschuivingen in de wereld. Algerije maakte eerder al bekend dat het land de olieprijs kunstmatig hoog wil houden door de olieproductie te verlagen. Echter de OPEC waar ook Algerije toe behoort kiest een andere koers en houdt het productieniveau van olie gelijk. Rusland en Amerika houden het productieniveau eveneens gelijk waardoor er alleen maar meer olie op de markt komt zonder dat de vraag toeneemt. Gevolg is dat de waarde van olie daalt en landen in het Midden-Oosten de waarde van hun belangrijkste exportproduct zien dalen.

Laatste aardbeving in Groningen van 2014 door gaswinning?

In de nacht van maandag 29 december op dinsdag 30 december 2013 is de provincie Groningen opnieuw getroffen door een aardbeving. Deze aardbeving vond plaats om 3.37 en had kracht van  2,8 op de schaal van Richter. Het epicentrum van de beving lag in Woudbloem in de gemeente Slochteren volgens het KNMI. RTV Noord maakte bekend dat er veel meldingen van de aardbeving waren binnengekomen. De meeste meldingen kwamen uit de stad Groningen en uit Hoogezand.

Totaal aantal aardbevingen door gaswinning
In heel het jaar 2014 zijn er tot nog toe 85 aardbevingen geweest in het noorden van Nederland die veroorzaakt zijn door het winnen van aardgas. Het overgrote deel (79 aardbevingen) vonden plaats in het gebied dat het  Groningen-veld wordt genoemd. Er waren in 2014 ongeveer 5 natuurlijke aardbevingen in Nederland. Deze vonden plaats in Gelderland en Groningen en werden waarschijnlijk niet veroorzaakt door het winnen van aardgas.

Reactie van Technisch Werken
Het winnen van aardgas gaat door in Groningen echter op minder grote schaal dan de afgelopen jaren aldus minister Kamp. Dit lijkt positief nieuws alleen is deze beslissing te laat genomen. De bodemdaling ten gevolge van de aardgaswinning in de afgelopen periode zal pas het komende jaar aan het licht komen. De effecten van aardgaswinning zijn namelijk zelden meteen merkbaar in een bodemdaling. Ook in 2015 zullen de Groningers helaas nog veel te maken krijgen met aardbevingen. Het is voor hen een onzekere periode vooral ook omdat het einde nog niet in zicht is.

Nederlandse berger Boskalis gaat Griekse veerboot Norman bergen

Maandag 29 december 2014 heeft de Nederlandse berger Boskalis bekend gemaakt dat het bedrijf de berging van de Griekse veerboot Norman Atlantic zal uitvoeren. Het bedrijf Boskalis heeft geen bijdrage geleverd aan de evacuatie van passagiers aldus een woordvoerder van het bedrijf. Boskalis heeft echter wel ondersteuning geboden op het gebied van het blussen van het vuur dat aanwezig was op de veerboot. Op dit moment zijn ongeveer vijftien werknemers van Boskalis naar Italië gevlogen. Zij gaan de Italiaanse autoriteiten bijstaan.

Alle passagiers geëvacueerd
Alle passagiers zijn inmiddels van de brandende veerboot gehaald. De Italiaanse premier Matteo Renzi had het over 407 mensen die van het brandende passagiersschip zijn afgehaald. Er zijn echter nog wel mensen op de Norman Atlantic aanwezig. Dit zijn een aantal van de bemanningsleden.

Boskalis
Sinds zondag 28 december 2014 is het Nederlandse bedrijf Boskalis al betrokken bij de reddingsactie van de Norman Atlantic. Dit gebeurde onder zeer moeilijke weersomstandigheden. Op het journaal werd gesproken van een windkracht 7 en een sterke rookontwikkeling. De Boskalis is voornamelijk betrokken bij het blussen van de brand en het in veiligheid brengen van de veerboot. De reddingsactie wordt gecoördineerd door de Italiaanse marine.

Reactie van Technisch Werken
Het is erg dat er weer een ramp is voltrokken op een veerboot. Gelukkig is een groot deel van de passagiers in veiligheid gebracht. Na het redden van de passagiers treed over het algemeen de bergingsfase in. Op dit gebied heeft het Nederlandse bedrijf Boskalis veel ervaring. Het is dan ook goed dat andere landen van deze ervaring weten en het bedrijf inzetten voor deze moeilijke klus.

Wat is een kruissleutel en waar wordt deze voor gebruikt?

Een kruissleutel is een gereedschap dat bestaat uit twee staven die haaks op elkaar zijn aangebracht. Hierdoor ontstaat de zogenoemde ‘kruisvorm’. Op de uiteinden van de staven zitten vier verschillende vaste moerdoppen. Deze moerdoppen bevatten zes kanten of zes hoeken. De kruissleutel wordt als dopsleutel gebruikt voor het vastdraaien en losdraaien van bouten en moeren die over het algemeen zes hoeken bevatten. Het gedeelte van de kruissleutel waar de twee staven met elkaar verbonden zijn is over het algemeen versterkt. Hierdoor kan de kans verbuiging of breuk worden beperkt.

Hoe gebruikt men een kruissleutel?
Een kruissleutel dient met twee handen gehanteerd te worden. Hierbij wordt de staaf die kruislings is gebruikt als hefboom. Door dit hefboomeffect kan op de moer of bout een grote kracht worden uitgeoefend. Dit wordt ook wel het ‘draaimoment’ genoemd.

Waar wordt een kruissleutel voor gebruikt?
Voor het vastdraaien en losdraaien van bouten en moeren kan men vaak ook kiezen voor steeksleutels en ringsleutels. Over het algemeen wordt een kruissleutel gebruikt wanneer er grotere kracht uitgeoefend dient te worden op de bouten en moeren. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het monteren en demonteren van de wielmoeren voor het verwisselen van de wielen van auto’s.

December 2014 verdeeldheid binnen OPEC over lage olieprijs

Eind december 2014 wordt de verdeeldheid binnen de landen die tot de OPEC behoren duidelijker. De verschillende lidstaten zijn het niet eens over de prijsontwikkelingen van de olie. De olieprijs is aanhouden laag. Dit komt omdat de vraag naar olie is afgenomen terwijl er wel evenveel olie wordt geproduceerd. De voorman van de OPEC besloot eerder dat de olieproductie niet omlaag gaat maar de landen Iran, Venezuela en Algerije zijn het daar niet mee eens.

Olieproductie wordt niet gereduceerd
In week 52 liet Ali al-Naimi nog aan de wereld weten dat het behouden van het marktaandeel in de olie belangrijker is dat het prijsniveau van de olie. Daarom wil de Saudische olieminister de productie niet reduceren. Amerika en Rusland behoren niet tot de OPEC en zijn dus concurrenten op het gebied van de olieproductie. Eerder maakte Rusland ook al bekend dat zij haar olieproductie ook niet zal reduceren.

Tegenstanders
Binnen de lidstaten van de OPEC zijn er ook tegenstanders van het beleid. De Algerijnse olieminister wil bijvoorbeeld dat de olieproductie wel wordt verlaagd. Volgens hem moet de olieproductie worden verlaagd door de OPEC om onevenwichtigheden te corrigeren en de inkomsten van de lidstaten te verdedigen. Net als Venezuela en Iran is ook Algerije voor de inkomsten van het land sterk afhankelijk van de prijs van olie en gas. Algerije haalt ongeveer 95 procent van haar exportinkomsten uit grondstoffen zoals olie. Als de olieprijs nog verder gaat dalen krijgt het land te weinig geld voor de olie die ze exporteert en komt het land in financiële moeilijkheden.

Reactie van Technisch Werken
De olieproductie en de economie zijn nauw aan elkaar verbonden. Als het slecht gaat met de economie is er minder vraag naar olie. Een lage olieprijs zorgt er echter voor dat produceren en exporteren minder kosten met zich meebrengt. Hierdoor kan een lage olieprijs ook weer gunstig zijn voor een economie die zich langzamerhand gaat herstellen. Er zijn echter veel belangen verbonden aan de ontwikkelingen op het gebied van olieproductie. Landen die olie produceren zijn afhankelijk van de marktwaarde van olie. Deze kan doormiddel van een lage productie kunstmatig omhoog worden gebracht. Door het aanbod van olie te verlagen zal de verhouding tussen aanbod en vraag kleiner worden en zal de prijs van olie omhoog gaan. In dat geval zal de economie echter niet makkelijk herstellen want de hoge olieprijs zorgt voor hoger brandstofkosten.

Wat is wringspanning of torsiespanning?

Torsiespanning wordt ook wel wringspanning genoemd. Dit is een mechanische spanning die in een voorwerp kan ontstaand doordat er op het voorwerp een wringend moment wordt uitgeoefend. Een torsiespanning kan bijvoorbeeld ontstaan in een aandrijfas. Een aandrijfas kan torderend worden belast doordat de aandrijfmotor er voor zorgt dat de as zal moeten draaien en de wielen weerstand bieden tegen deze draaibeweging. Ook als het ene wiel minder weerstand biedt tegen verdraaiing dan het andere wiel ontstaat er torsiespanning.

Eenvoudig voorbeeld van torsiespanning
Torsiespanning kan eenvoudig worden geïllustreerd aan de hand van het verdraaien van een handdoek om daar vocht uit te wringen. Hierbij pakt men de vochtige handdoek met de ene hand bij het ene uiteinde beet en met de andere hand aan het andere uiteinde. Vervolgens draait men beide handen in tegengestelde richting waardoor de handdoek in het midden stijf in elkaar draait. Hierdoor neemt de torsiespanning toe en wordt het vocht er uit geperst. Als men de handdoek zeer stijf uitwringt zal men bij het loslaten merken dat de handdoek weer langzaam terugdraait in de oorspronkelijke vorm. Dit komt omdat een handdoek redelijk elastisch is.

Elasticiteit
Niet alle materialen zijn zo elastisch als een handdoek. Materialen zoals staal kunnen wel vervormen maar zullen op een gegeven moment hun elastische grens bereiken. Na deze grens zal het staal plastisch gaan vervormen en dus niet meer terugkeren in de basisvorm. Het materiaal is dan blijvend vervormd en dat heeft gevolgen voor de mechanische eigenschappen van het materiaal. Materiaal met een hoge torsiestijfheid is echter goed bestand tegen torsiespanning en kan daardoor goed worden gebruikt voor aandrijfassen en andere onderdelen waarop een grote wringspanning op wordt uitgeoefend.

Wat is torsiestijfheid?

Torsiestijfheid is een term die onder andere wordt gebruikt bij personenauto’s. In dit verband doelt men op de torsiestijfheid van een auto wanneer er een verschil in belasting ontstaat tussen de verschillende wielen. Een verschil in de belasting op de verschillende wielen van een automobiel wordt voor een deel opgevangen door de vering. Daarnaast kan ook de carrosserie gaan torderen. Dit torderen wordt ook wel wringspanning genoemd en is een mechanische belasting met een wringend moment. Men spreekt van een torsiestijve carrosserie als de carrosserie onder wringspanning nauwelijks zal torderen. De torsiestijfheid van een automobiel is afhankelijk van het ontwerp en de materialen die zijn toegepast. Gesloten auto’s hebben over het algemeen een grotere torsiestijfheid dan ‘open auto’s’ oftewel de cabrio’s.

Torsiestijfheid algemeen
Buiten de autotechniek wordt de term torsiestijfheid ook gebruikt als aanduiding van de weerstand van een as tegen hoekverdraaiing. Deze hoekverdraaiing kan ontstaan als men op een as een koppel of draaimoment aanbrengt. De mate van verdraaiing is afhankelijk van het materiaal en de belasting op de as. De verdraaiing wordt opgegeven in [Nm/rad]. Materialen hebben een elasticiteitsgrens of rekgrens. Dit houdt in dat materialen onder invloed van een kracht in een bepaalde mate kunnen vervormen en dan weer in oude vorm terug kunnen keren. Op een gegeven moment is de kracht die wordt uitgeoefend zo groot dat er plastische vervorming zal optreden. Dit gebeurd als de rekgrens wordt overschreden. Het materiaal is dan ernstig aangetast en de mechanische belastbaarheid van het materiaal is dan meestal  aanzienlijk vermindert. Materiaal met een hoge torsiestijfheid biedt een grote weerstand tegen verdraaiing. Daarom kunnen die materialen het beste worden gebruikt voor assen waarop een hoog wringend moment wordt aangebracht.

Wat wordt bedoelt met eerste en tweede generatie domotica systemen?

Domotica is een woord dat is afgeleide van het Latijnse woord ‘domus’ dat vertaald kan worden met het woord ‘woning’. Het laatst deel van het woord ‘tica’ is ontleent van de woorden telematica en informatica. Als men een woord zo moeten gebruiken waarmee men domotica zou kunnen vertalen dan zou ‘woonhuisautomatisering’ het meest voor de hand liggen zijn. Domotica is een verzamelnaam voor verschillende elektrische en elektronische toepassingen in woningen die met elkaar en doormiddel van een interface met de gebruiker kunnen communiceren zodat de in de woning aanwezige installaties zo goed mogelijk op de wensen van de gebruikers van de woning zijn afgestemd.

Domotica in woningen
Bij domotica kan men denken aan verwarmingsinstallaties, licht, ventilatie, beveiligingsinstallaties en alarminstallaties. Ook apparaten zoals televisies en apparaten die behoren tot de telematica kunnen onderdeel vormen van een netwerk in de domotica. Doormiddel van een interface kunnen gebruikers van een woning de installaties die tot de domotica behoren zo inregelen dat elke installatie op een bepaald tijdstip in werking treed of bij een bepaalde temperatuur enz. Men kan daarbij meestal zowel via een paneel als men een afstandsbediening (of telefoon) met de domotica van een woning of ander gebouw communiceren. De domotica van een woning bevat zowel meettechniek als regeltechniek. Dit houdt in dat er onderdelen van domotica zijn die bijvoorbeeld temperatuur kunnen meten en dat er onderdelen zijn waarbij men bijvoorbeeld de gewenste temperatuur kan inregelen. Als de temperatuur dan onder een bepaald aantal graden Celsius komt zal de regeltechniek er voor zorgen dat de verwarmingsinstallatie aan gaat zodat de temperatuur weer op het gewenste niveau komt. Domotica is voor een groot deel zelfregelend, een mens kan het systeem echter aanpassen en ‘overrulen’.

Wat zijn eerste en tweede generatie domoticasystemen?
Binnen domotica heeft men het ook wel over eerste en tweede generatie domoticasystemen. Meestal bedoelt men met eerste generatie domoticasystemen de E-Domotica systemen. Dit zijn domoticasystemen die functioneren volgens fabriekseigen standaarden. Daarbij wordt over het algemeen gebruik gemaakt van bedrade systemen. Tegenwoordig kunnen deze systemen echter ook vaak gecombineerd worden met draadloze technologie.

Onder de tweede generatie Domotica systemen worden concepten op ICT basis gerekend. Een paar voorbeelden hiervan zijn internet en breedbandtechnologie.

Wat is het verschil tussen eerste en tweede generatie domoticasystemen?
Het belangrijkste verschil tussen eerste en tweede generatie domoticasystemen is de manier waarop gecommuniceerd wordt tussen de monitoring unit en de huiscentrale. Bij eerste generatie domoticasystemen vindt de communicatie vooral doormiddel van een bestaande telefoonlijn plaats of via een systeemgebonden communicatievorm. Bij tweede generatie domoticasystemen vindt de communicatie via breedbandverbindingen of via het datanetwerk.

Wat is een afvalverbrandingsinstallatie (AVI)?

Een afvalverbrandingsinstallatie is, zoals de naam al doet vermoeden, een installatie die ontworpen en bestemd is voor het effectief verbanden van afval. Het verbranden van afval lijkt eenvoudiger dan het is. bij het verbanden van afval komen namelijk verschillende stoffen vrij, waaronder schadelijke stoffen. Deze stoffen kunnen schadelijk zijn voor het milieu indien deze in de atmosfeer worden uitgestoten. De schadelijke emissie door afvalverbrandingsinstallaties wordt beperkt door omvangrijke techniek die gericht is op het zuiveren van rookgas. Door de rookgaszuiveringen die plaats vinden in afvalverbrandingsinstallaties worden schadelijke zuren verwijdert uit de gassen die ontstaan gedurende het verbrandingsproces. Deze schadelijke stoffen zijn bijvoorbeeld:

  • stikstofoxides,
  • waterstofchloride,
  • waterstoffluoride,
  • zwavelzuur.

Ook zware metalen zoals bijvoorbeeld cadmium, kwik en lood kunnen in de emissie van afvalverbrandingsinstallaties voorkomen. Verder vormen ook organische stoffen zoals dioxines en onderdeel van de uitstoot van afvalverbrandingsinstallaties. Deze stoffen zijn allemaal in meer en mindere mate schadelijk voor de gezondheid van mensen en het milieu. Daarom tracht men de emissie van deze stoffen zoveel mogelijk te beperken.

Afvalverbrandingsinstallaties en milieu
Afvalverbrandingsinstallaties en het milieu vormen een interessant spanningsveld. Men tracht voor een zo goed mogelijke afstemming te zorgen tussen het verbranden van afval en het beperken van de schade voor het milieu. Afval is een verzamelnaam van bijproducten of producten die reeds zijn verbruikt en door de oorspronkelijke eigenaar zijn weggegooid. Afval bestaat uit verschillende grondstoffen. Tegenwoordig zamelt
men de veel afval gescheiden in zodat de grondstoffen kunnen worden hergebruikt of gerecycled. Door afval te hergebruiken en te recyclen wordt er minder afval verbrand waardoor er automatisch minder emissie ontstaat.

Ondanks deze milieuvriendelijker ontwikkelingen wordt er nog steeds afval verbrand. Ook bij het verbranden van afval kan men milieubesparend te werk gaan. Tijdens verbrandingsprocessen komt namelijk warmte vrij. Deze warmte kan worden gebruikt voor warmtedistributie of stadsverwarming. Daarnaast kan het worden toegepast in de industrie of voor het opwekken van elektriciteit. In de stad Amsterdam worden bijvoorbeeld de straatverlichting en de tram gevoed door elektriciteit dat opgewekt is uit restafval van de stad. Er zijn plannen om in de toekomst veel meer gebruik te gaan maken van de warmte die vrijkomt uit afvalverbrandingsinstallaties in Nederland en België.

Wat is closed-circuit television CCTV?

Closed-circuit television is een Engelse term die wordt gebruikt voor cameratoezicht en camerabewaking. Closed-circuit television kan in het Nederland worden vertaald met ‘gesloten tv-systeem’ en wordt meestal afgekort met CCTV. Er zijn verschillende CCTV-systemen die voorzien zijn van bedrading en daarnaast zijn er ook draadloze CCTV-systemen. Met name de draadloze CCTV-systemen worden in toenemende mate populair.

Domotica
Dit heeft voor een groot deel te maken met de ontwikkelingen op het gebied van domotica in Nederland en België. De installaties die tot de domotica behoren hebben ten doel het woongenot te bevorderen van de bewoners. De veiligheid is daarbij ook een belangrijk aspect. Bij domotica maakt men ook vaak gebruik van een mobiel device of afstandsbediening. Deze bedieningssystemen zijn draadloos daarom maakt men bij deze installaties over het algemeen ook gebruik van draadloze systemen zoals een draadloos CCTV.

Wat is cameratoezicht?
Een camera is een apparaat waarmee opnames gemaakt kunnen worden van een bepaald object of een bepaalde ruimte. Deze opnames worden ook wel video-opnames genoemd en zijn beelden waarop bewegingen vastgelegd kunnen worden. CCTV-camera’s bevinden zich in een gesloten circuit. Dit houdt in dat de beelden die opgenomen worden door deze camera’s niet door andere systemen of personen kunnen worden bekeken dan de systemen die aangesloten zijn aan het gesloten circuit. De beelden kunnen indien nodig wel als bewijsmateriaal dienen voor het geval er misdrijven mee aangetoond kunnen worden. Het Openbaar Ministerie en de politie kunnen dus belang hebben bij de beelden die zijn opgenomen door bewakingscamera’s. Daarom is het belangrijk dat de beelden van de camera’s goed en veilig worden opgeslagen.

Waar worden CCTV-camera’s gebruikt?
CCTV-camera’s kunnen door verschillende afnemers worden gebruikt. Zowel particulieren als ondernemingen maken gebruik van CCTV-camera’s. Ook overheden kunnen deze camera’s gebruiken. Sinds 2007 is het Nederland en België toegestaan om cameratoezicht met CCTV uit te voeren in het publieke domein.

Wat is stadsverwarming en hoe wordt dit verwarmingssysteem toegepast?

Stadsverwarming  of blokverwarming zijn verwarmingssystemen die worden gebruikt om woningen te verwarmen en/ of van warm water te voorzien. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van aardgas. Woningen die aangesloten zijn op stadsverwarming hebben daardoor geen eigen cv-ketel. De woningeigenaren krijgen warm water door een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. Dit wordt ook wel warmtedistributie genoemd. Het warme water wordt namelijk getransporteerd of gedistribueerd naar de aangesloten woningen en bedrijven. Deze woningen en bedrijven maken dus gebruik van zogenoemde stadswarmte.

Hoe ontstaat stadswarmte of stadsverwarming?
Water wordt uit zichzelf niet warm of koud. Er dient hiervoor een bewerking plaats te vinden. Deze bewerking kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij elektriciteitscentrales. In de meeste elektriciteitscentrales worden kolen verbrand met eventueel biomassa zoals houtpallets. De warmte wordt gebruikt om water te verwarmen tot er stoom ontstaat. Deze stoom brengt turbines in beweging zodat elektriciteit kan worden opgewekt. Niet alle warmte wordt tijdens dit proces optimaal benut. Er ontstaat namelijk restwarmte.

Deze restwarmte kan op verschillende manieren worden hergebruikt. Een manier om restwarmte te hergebruiken is het verwarmen van water voor stadsverwarming. Omdat deze verwarming plaatsvindt bij een warmtebron in bijvoorbeeld de eerdere genoemde energiecentrales hoeft er geen gebruik te worden gemaakt van cv-ketels. Dit zorgt er voor dat warmtedistributie energiebesparend en kostenbesparend werkt. Voor het aanleggen van een warmtedistributienetwerk moeten echter wel grote investeringen worden gedaan. Daarnaast kost het aanleggen van een warmtedistributienetwerk ook energie en materiaal.

Huizen die aangesloten zijn op stadswarmte hebben een dubbele waterleiding. Een waterleiding voor koud water en een waterleiding voor verwarmd water. Deze huizen zijn over het algemeen niet aangesloten op het aardgasnet. Doormiddel van een warmtewisselaar wordt het leidingwater door de warmtedistributie verwarmd. Bij woningen met een aparte waterleiding voor warm water wordt het warme tapwater bij het verdeelstation geproduceerd.

Bronnen van stadswarmte
Naast de eerder genoemde elektriciteitscentrales worden ook andere bronnen aangewend voor stadswarmte. Bij afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) ontstaat ook restwarmte die kan worden gebruikt voor warmtedistributie. Naast restwarmte die wordt gewonnen vanuit elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties is het ook mogelijk om rechtstreeks warmte te winnen door bijvoorbeeld biomassa te verbranden. Hierbij komt echter (ook)  CO2 vrij. Warmtepompen en geothermie zijn over het algemeen beter voor het milieu. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van zonnecollectoren.

Nederlandse stadsverwarming wordt in 2015 goedkoper

In Nederland zijn verschillende huishoudens aangewezen op stadsverwarming. Het gaat hierbij om ongeveer een half miljoen consumenten en een deel van de midden- en kleinbedrijven. Omdat deze woningen en bedrijven zijn aangesloten op stadsverwarming of blokverwarming kunnen deze woningeigenaren niet overstappen op een andere warmteleverancier of op gas. Dit zorgt er voor dat de woningeigenaren niet kunnen meeprofiteren van de aanbiedingen van andere energieleveranciers. Daardoor kunnen de woningeigenaren benadeeld worden.

Autoriteit Consument & Markt
De Autoriteit Consument & Markt heeft echter warmtetarieven vastgesteld voor de woningen die aangesloten zijn op stadsverwarming. Dit besluit werd maandag 22 december 2014 door de ACM bekend gemaakt. Volgens de ACM zullen de huishoudens die zijn aangewezen op stadsverwarming in 2015 gemiddeld 20 euro minder betalen. De maximale prijs voor de levering van warmte is 281,78 euro. Boven op dit bedrag komt 22,64 euro per verbruikte gigajoule.

Reactie Technisch Werken
Tussen energieleveranciers vindt een ware concurrentiestrijd plaats. Hierdoor worden verschillende aanbiedingen gepubliceerd om consumenten bij concurrerende energieleveranciers weg te trekken. Consumenten moeten goed opletten of de aanbiedingen van de verschillende energieleveranciers wel écht voordeliger zijn. Om consumenten wegwijs te maken in de energieaanbiedingen zijn er verschillende vergelijkingssites op internet te vinden.

Op deze sites kunnen consumenten niet alleen de aanbiedingen bekijken, ze kunnen ook direct ingaan op de aanbiedingen en flink wat geld besparen. De consumenten die echter afhankelijk zijn van stadsverwarming kunnen echter niet ingaan op deze aantrekkelijke aanbiedingen. Dit heeft te maken met het feit dat de stadsverwarming zeer lokaal is en daardoor gericht is op de woningen en bedrijven die gevestigd zijn rondom de energiebron van de stadverwarming.

Daarom is het goed dat de ACM voor deze woningeigenaren en bedrijfseigenaren een oplossing heeft bedacht waardoor het toch aantrekkelijk blijft om gebruik te maken van stadsverwarming.

Consumentenvertrouwen is in december 2014 in de eurozone toegenomen

Het gaat steeds beter met het consumentenvertrouwen in de eurozone. Ook in de maand december van 2014 is het vertrouwen van de Europese consumenten in de eurozone iets gestegen. Dit blijkt uit de cijfers die maandag 22 december 2014 door de Europese Commissie zijn gepubliceerd. Deze commissie hanteert een index waarmee het consumentenvertrouwen wordt gemeten. In de maand december 2014 steeg het consumentenvertrouwen van min 11,5 naar min 10,9. Hierdoor kwam het consumentenvertrouwen boven het langjarig gemiddelde te liggen. Deze ontwikkeling is in de lijn van de verwachtingen van de meeste economen.

Consumentenvertrouwen in Nederland
In week 51 werd door Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) al bekend gemaakt dat het consumentenvertrouwen van de meeste Nederlandse consumenten in december is gestegen ten opzichte van de maand november. Gemiddeld ligt het consumentenvertrouwen op min 7 in december. Dit is iets boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar. Dit gemiddelde komt namelijk uit op min 8. In februari 2013 was het consumentenvertrouwen op een dieptepunt beland. Toen kwam het consumentenvertrouwen uit op min 44. Het hoogste punt van het consumentenvertrouwen werd bereikt op april 2000. Toen kwam het consumentenvertrouwen uit op 27 (inderdaad hier staat geen ‘min’ voor).

Reactie van Technisch Werken
Het consumentenvertrouwen is nog steeds in de ‘min’. Ondanks dat is het getal waarmee dit vertrouwen in de ‘min’ staat steeds kleiner geworden in 2014. Er lijkt onder de bevolking van Nederland langzamerhand meer vertrouwen in de economie te ontstaan. Dat is een gunstige ontwikkeling. Bedrijven doen iets meer investeringen en de NVM durft zelfs al te spreken van een mogelijke opleving van de verkoop van vakantiewoningen in Nederland. De regering van Nederland zal er alles aan moeten doen om dit broze consumentenvertrouwen te versterken. Daarvoor heeft de regering de oppositie en het bedrijfsleven hard nodig.