Wat wordt bedoelt met eerste en tweede generatie domotica systemen?

Domotica is een woord dat is afgeleide van het Latijnse woord ‘domus’ dat vertaald kan worden met het woord ‘woning’. Het laatst deel van het woord ‘tica’ is ontleent van de woorden telematica en informatica. Als men een woord zo moeten gebruiken waarmee men domotica zou kunnen vertalen dan zou ‘woonhuisautomatisering’ het meest voor de hand liggen zijn. Domotica is een verzamelnaam voor verschillende elektrische en elektronische toepassingen in woningen die met elkaar en doormiddel van een interface met de gebruiker kunnen communiceren zodat de in de woning aanwezige installaties zo goed mogelijk op de wensen van de gebruikers van de woning zijn afgestemd.

Domotica in woningen
Bij domotica kan men denken aan verwarmingsinstallaties, licht, ventilatie, beveiligingsinstallaties en alarminstallaties. Ook apparaten zoals televisies en apparaten die behoren tot de telematica kunnen onderdeel vormen van een netwerk in de domotica. Doormiddel van een interface kunnen gebruikers van een woning de installaties die tot de domotica behoren zo inregelen dat elke installatie op een bepaald tijdstip in werking treed of bij een bepaalde temperatuur enz. Men kan daarbij meestal zowel via een paneel als men een afstandsbediening (of telefoon) met de domotica van een woning of ander gebouw communiceren. De domotica van een woning bevat zowel meettechniek als regeltechniek. Dit houdt in dat er onderdelen van domotica zijn die bijvoorbeeld temperatuur kunnen meten en dat er onderdelen zijn waarbij men bijvoorbeeld de gewenste temperatuur kan inregelen. Als de temperatuur dan onder een bepaald aantal graden Celsius komt zal de regeltechniek er voor zorgen dat de verwarmingsinstallatie aan gaat zodat de temperatuur weer op het gewenste niveau komt. Domotica is voor een groot deel zelfregelend, een mens kan het systeem echter aanpassen en ‘overrulen’.

Wat zijn eerste en tweede generatie domoticasystemen?
Binnen domotica heeft men het ook wel over eerste en tweede generatie domoticasystemen. Meestal bedoelt men met eerste generatie domoticasystemen de E-Domotica systemen. Dit zijn domoticasystemen die functioneren volgens fabriekseigen standaarden. Daarbij wordt over het algemeen gebruik gemaakt van bedrade systemen. Tegenwoordig kunnen deze systemen echter ook vaak gecombineerd worden met draadloze technologie.

Onder de tweede generatie Domotica systemen worden concepten op ICT basis gerekend. Een paar voorbeelden hiervan zijn internet en breedbandtechnologie.

Wat is het verschil tussen eerste en tweede generatie domoticasystemen?
Het belangrijkste verschil tussen eerste en tweede generatie domoticasystemen is de manier waarop gecommuniceerd wordt tussen de monitoring unit en de huiscentrale. Bij eerste generatie domoticasystemen vindt de communicatie vooral doormiddel van een bestaande telefoonlijn plaats of via een systeemgebonden communicatievorm. Bij tweede generatie domoticasystemen vindt de communicatie via breedbandverbindingen of via het datanetwerk.

Hoe werkt een bus in de elektronica?

In de elektronica maakt men gebruik van verschillende transportsystemen voor elektronische signalen. Een voorbeeld van een transportsysteem is een bus. Een bus wordt in de elektronica gebruikt om elektronische signalen te transporteren tussen verschillende componenten van een installatie. Door gebruik te maken van een bussysteem kan men het aantal verbindingen tussen verschillende schakelingen beperken.

In een bussysteem kan men gebruik maken van parallelle en seriële bussen. Bij een parallelle bus worden meerdere databits parallel getransporteerd terwijl met een seriële bus de databits na elkaar worden verzonden. Veel bussen voldoen aan een standaard (zoals Europese Installatiebus EIB) zodat een bussysteem kan worden uitgebreid met meer soortgelijke schakelingen.

Hoe werkt een bussysteem?
Apparaten of werktuigen kunnen worden aangesloten aan een bus. De bus is een kabel waarover dataverkeer kan plaatsvinden. Aan beide uiteinden van de kabel is een interface geplaats. Doormiddel van de bus kan het apparaat of het werktuig gegevens of data uitwisselen met een ander apparaat of werktuig indien de bus vrij is. Het communiceren tussen aangesloten apparaten en werktuigen kan alleen via een bus gebeuren als de bus vrij is. Het apparaat dat de data of het bericht wil verzenden zet het adres van de gewenste ontvanger (apparaat) op de bus. Hierdoor wordt duidelijk voor welk apparaat een bepaald bericht bestemd is.

Een microprocessor kan via een bus met het geheugen communiceren. Bij deze bus wordt gebruik gemaakt van een adresbus, een databus en een besturingsbus. Een processor zorgt er voor dat het adres van een geheugenelement op de adresbus wordt gezet. Vervolgens zorgt de processor er voor dat duidelijk wordt dat de bus actief is en dat er gegevens uit het geheugen van de bus gelezen zullen moeten worden. Daarvoor maakt de processor gebruik van de besturingsbus.

Aan een bussysteem kunnen meerdere geheugenelementen aangesloten zijn. Al deze geheugenelementen lezen de bus uit. Omdat de gegevens die worden verstuurd voorzien zijn van een bestemmingsadres zal alleen het geheugenelement dat zijn eigen adres herkend reageren op de informatie. Dit geheugenelement zal vervolgens de benodigde gegevens op een databus zetten. De gegevens worden daarna door een microprocessor ingelezen.

Gegevens in een geheugen schrijven
In een bussysteem is het ook mogelijk om gegevens in een geheugen te schrijven. In dat geval zal de processor een adres op de adresbus zetten en de gegevens worden dan op de databus gezet. Daarna geeft de processor via een besturingsbus aan dat er gegevens moeten worden geschreven. Vervolgens worden deze gegevens verstuurd en het geheugenelement van het ontvangadres zal vervolgens gegevens van de databus opslaan.

Wat is een databus in de elektronica?

Het woord ‘bus’ wordt in de elektronica regelmatig gebruikt. Een ‘bus’ wordt in de elektronica gebruikt als een gemeenschappelijk transportmedium waarmee elektronische signalen kunnen worden getransporteerd. Een databus wordt gebruikt voor het transport van digitale data. De databus wordt in de computertechniek gebruikt als gestandaardiseerde verbinding tussen diverse onderdelen in combinatie met een adresbus en een besturingsbus.

Parallelle en seriële bussen
Bussen kunnen worden verdeeld in parallelle en seriële bussen. Het belangrijkste kenmerk van een parallelle bus is dat deze bus meerdere databits tegelijk kan versturen. Dit zijn meestal 8, 16, 32, 64, enzovoort. Bij een seriële bus worden de bits juist niet tegelijk of parallel verzonden.  Seriële bussen verzenden de bits na elkaar. Parallelle bussen zijn over het algemeen sneller. De afstand tussen de componenten moet echter klein blijven. Bij seriële bussen is dit omgekeerd.

Prijs van bussen
De prijzen van bussen zijn verschillend. Een seriële busverbinding heeft ten opzichte van een parallelle bus een beperkt aantal geleiders en verbindingen. Daarom is een seriële bus goedkoper. Een ander voordeel van de seriële bus is dat deze bus minder storingsgevoelig is omdat het aantal verbindingen en geleiders beperkt is.

Wat is een bussysteem en waarom wordt een bus toegepast in de industrie en woningbouw?

Een bus of een bussysteem wordt in de elektronica toegepast. Bussystemen worden in de elektronica gebruikt als gemeenschappelijk transsport systemen voor elektronische signalen. Een belangrijke doelstelling van bussystemen is het verminderen van het aantal verbindingen tussen verschillende schakelingen. Een bussysteem kan worden uitgebreid met nieuwe schakelingen die van dezelfde soort zijn.

Toepassing van bussystemen
Bussystemen worden in de techniek op verschillende manieren toegepast. De keuze van een bepaald bussysteem is afhankelijk van de toepassing. Zo zijn er subsystemen die worden gebruikt in de industrie. Een bekend voorbeeld hiervan is de Profibus. De Profibus wordt in Europa zeer veel toegepast in de industrie en is zeer geschikt voor industriële automatisering omdat deze bus op alle niveaus werkt. Hierdoor kan men één bussysteem gebruiken voor automatiseren van de processen in een fabriek.

In de woningbouw en utiliteit worden ook bussystemen toegepast. Deze systemen bestaan uit buskabels. Deze kabels worden naast de overige bekabeling (230 Voltkabels voor de netstroom) in woningen en utiliteit aangebracht. Verschillende componenten in de woning kunnen op de buskabel worden aangesloten zodat deze met elkaar kunnen communiceren. Bij bussystemen kan men denken aan domoctica en andere systemen die elektrisch of elektronisch zijn.

Domotica is een verzameling voor verschillende technische systemen die tot doelstelling hebben het woongenot te verbeteren. Hierbij komen veel elektronische componenten aan de orde. Deze componenten kunnen doormiddel van de buskabel met elkaar communiceren. Hierdoor kan informatie tussen verschillende onderdelen worden verspreid en kunnen functies aan elkaar gekoppeld worden en op elkaar worden afgestemd. Één schakelaar kan bijvoorbeeld worden gebruikt om verschillende lampen aan- en uit te schakelen en te dimmen. Door wijzigingen in de software door te voeren kunnen schakelaars andere functies krijgen of kunnen nieuwe functies worden toegevoegd.

Doordat bussystemen bestaan uit elektronische netwerken die aan elkaar gekoppeld zijn kunnen de installaties makkelijk worden gewijzigd of uitgebreid. Bestaande buskabels hoeven namelijk niet te worden vervangen of verwijdert maar kunnen worden hergebruikt voor het aansluiten van nieuwe componenten en schakelaars.