MBV monteur beveiligingsinstallaties

MBV is een opleiding of cursus die voluit geschreven wordt als monteur beveiligingsinstallaties. Deze opleiding wordt door verschillende opleidingsinstituten in Nederland aangeboden en is specifiek gericht op (elektro)monteurs die werkzaamheden verrichten aan beveiligingsinstallaties. Werknemers die in de praktijk werkzaamheden uitvoeren aan beveiligingsinstallaties moeten zelfs volgens de wet in het bezit zijn van het diploma Monteur Beveiligingsinstallaties (MBV). Om die reden wordt het MBV diploma in de praktijk vaak gevraagd in vacatures van installateurs en elektrotechnische bedrijven. Ook technische uitzendbureau (VCU gecertificeerde uitzendbureaus) vragen in hun vacatures regelmatig om elektrotechnisch personeel dat in bezit is van een MBV diploma of MBV-papieren.

Wat leer je in een opleiding MBV?
Hoewel de opleiding MBV door verschillende opleidingsinstituten wordt aangeboden zal de inhoud van deze opleiding of cursus grotendeels hetzelfde zijn. Uiteraard staan de beveiligingsinstallaties hierbij centraal. Deelnemers aan de MBV opleiding zullen binnen een dag of vier alle belangrijke aspecten leren met betrekking tot beveiligingsinstallaties. Het gaat hierbij om het plaatsen en bedienen van beveiligingsinstallaties. Ook het instellen en aanpassen van deze installaties komt aan de orde. Er wordt aandacht besteed aan de techniek van beveiligingsinstallaties waardoor een (toekomstig) beveiligingsmonteur in deze systemen effectiever een storing kan zoeken en oplossen.

Vooral het zoeken naar storingen het deskundig oplossen daarvan is een belangrijke taak van de monteur beveiligingsinstallaties. Daarom wordt aan dit aspect tijdens de MBV opleiding veel aandacht besteed. Storingen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door installatiefouten maar ook door invloed van buitenaf. De invloeden van buitenaf kunnen te maken hebben met temperatuur, de invloed van licht of bijvoorbeeld trillingen door machines en veranderingen in de constructie van gebouwen en omringende installaties. De oorzaken van storingen zijn divers en de oplossingen verschillen daardoor ook. Omdat beveiligingsinstallaties een belangrijke taak vervullen is het van groot belang dat deze installaties optimaal functioneren. Daarom wordt in de MBV opleiding aan de deelnemers alle relevante kennis bijgebracht die nodig is om deze installaties zo goed mogelijk te installeren, te onderhouden, te repareren en te vervangen.

Voor wie is de MBV cursus bedoelt?
In de regels van de vorige alinea’s kwam al een beetje naar voren dat de cursus monteur beveiligingsinstallaties voor werknemers bedoelt is die werken aan beveiligingsinstallaties. Dit zijn in de praktijk vaak elektromonteurs maar het kunnen ook onderhoudsmonteurs zijn of servicemonteurs. Werknemers die specifieke kennis hebben van gebouwgebonden installaties zullen in de praktijk ook vaak te maken krijgen met beveiligingsinstallaties en hebben daardoor ook baad bij de opleiding MBV.

Diploma MBV
De opleiding MBV wordt afgerond met een examen. Na het succesvol afronden van het examen ontvangt de deelnemer het certificaat MBV praktijk. Daarnaast moet ook het MBV theorie worden behaald. MBV theorie en MBV praktijk vormen samen het MBV diploma. Met dit diploma kan de werknemer aan werkgevers duidelijk maken dat hij of zij zelfstandig een beveiligingsinstallatie kan inregelen, wijzigingen kan aanbrengen en storingen in deze systemen kan verhelpen.

Vooropleiding voor MBV
De meeste opleidingsinstituten die de MBV opleiding aanbieden vinden het belangrijk dat de deelnemers aan de opleiding over voldoende basiskennis over elektrotechniek beschikken. Dit kan blijken uit een vooropleiding in de elektrotechniek of aantoonbare werkervaring in de elektrotechniek. De potentiële deelnemer moet hiermee aantonen dat hij of zij over basismontagevaardigheden beschikt. Als dit voldoende inzichtelijk gemaakt kan worden zullen de meeste opleidingsinstituten iemand laten deelnemen aan de opleiding MBV.

Wat is een installatieautomaat?

Een installatieautomaat is een beveiligingssysteem voor elektrische bedrading tegen beschadiging die kan ontstaan door te hoge elektrische stromen ten gevolge van overbelasting of kortsluiting. Een installatieautomaat wordt ook wel een zekeringsautomaat genoemd of maximumschakelaar. Als te hoge elektrische stromen worden gemeten zal het elektrische circuit door de installatieautomaat worden onderbroken. Op die manier wordt niet alleen de installatie beschermd maar worden ook de bewoners en gebruikers van het gebouw beschermd tegen calamiteiten die ontstaan door kortsluiting zoals brand.

Hoe werkt een installatieautomaat?
Wanneer er sprake is van overbelasting of kortsluiting zal de installatieautomaat het elektrische circuit onderbreken. De manier waarop de installatieautomaat in werking treed verschilt echter. Als er sprake is van een hoge stroomstoot die bijvoorbeeld ontstaat bij kortsluiting dan zal de installatieautomaat via een elektromagneet in werking treden en de elektrische spanning op het elektriciteitsnet uitschakelen. Als er sprake is van een overbelasting van een bepaalde groep dan vindt uitschakeling via de installatieautomaat plaats doormiddel van een bimetaal. Het grote voordeel van een installatieautomaat ten opzichte van de klassieke porseleinen smeltpatronen is dat schakelaar van de installatieautomaat weer eenvoudig omgezet kan worden als de oorzaak van het probleem is opgelost.

Waar is de installatieautomaat te vinden?
Een installatieautomaat is geplaatst in een groepenkast of meterkast van woningen. Samen met de aardlekschakelaar vormt de installatieautomaat de kern van de beveiliging van de elektrotechnische installatie. De meeste installatieautomaten die tegenwoordig worden aangebracht zijn voor vaste montage. De elektromonteur bevestigd de installatieautomaat aan de achterwand van de installatiekast. Dit gebeurd in de praktijk vaak door middel van een DIN rail. Deze vaste installatieautomaten worden ook wel sockelautomaten genoemd.

Verschillende soorten installatieautomaten
Installatieautomaten zijn er in verschillende varianten. Hieronder volgt een opsomming van de meest gebruikte en de meest bekende installatieautomaten:

  • 1P+N-automaat is eenpolig met afschakelbare nulleider die alleen in de fasepool een set overstroombeveiligingen bevat. De 1P+N-automaat is één van de meest toegepaste installatieautomaten in woningen
  •  2P-automaat. De aanduiding 2P maakt duidelijk dat het om een tweepolige automaat gaat. Elke pool bevat een set overstroombeveiligingen.
  • 3P-automaat. Deze installatieautomaat bevat drie polen met drie sets overstroombeveiligingen.
  • 3P+N-automaat. Deze bevat net als de 3P-automaat drie sets overstroombeveiligingen. Daarnaast bevat de 3P+N-automaat een afschakelbare nulleider.

Deze installatieautomaten hebben verschillende uitschakelkarakteristieken. Deze worden in de volgende alinea nader toegelicht.

Uitschakelkarakteristieken van installatieautomaten
De uitschakelkarakteristieken zijn aangepast aan de specifieke kenmerken van een bepaalde elektrische installatie. Zo moeten sommige installatieautomaten juist wel of juist niet in werking treden bij een piekstroom van een bepaalde hoogte. De uitschakelkarakteristieken hebben allemaal een letter. Hieronder zijn de uitschakelkarakteristieken puntsgewijs genoteerd:

  • B-karakteristiek. Dit is de meest toegepaste automaat bij huisinstallaties.
  • C-karakteristiek. Deze installatieautomaten worden gebruikt bij wat grotere (in)schakelstromen zoals motoren.
  • D-karakteristiek. Installatieautomaten met een D-karakteristiek worden voor bijvoorbeeld transformatoren gebruikt.
  • Overige uitschakelkarakteristieken. Met name voor industriële toepassingen zijn er nog andere uitschakelkarakteristieken dan de hiervoor genoemde. Deze uitschakelkarakteristieken worden speciaal voor de beveiliging van bijvoorbeeld installaties met halfgeleiders aangebracht.

Wat is een aardlekautomaat?

Een aardlekautomaat is een elektrotechnisch beveiligingssysteem waarmee een elektrische installatie wordt beveiligd tegen een hoge lekstroom, kortsluiting en overbelasting van het elektriciteitsnet. Een aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Net als een aardlekschakelaar behoort ook de aardlekautomaat tot de beveiliging van een elektriciteitsnet. Er bestaan overeenkomsten tussen aardlekautomaten en aardlekschakelaars maar ook verschillen.

Aardlekautomaat of aardlekschakelaar
De aardlekautomaat is niet exact hetzelfde als een aardlekschakelaar omdat de aardlekautomaat naast een aardlekschakelaar ook een zekeringsautomaat of installatieautomaat bevat. Daardoor is de aardlekautomaat een beveiliging die niet alleen reageert op lekstroom maar ook op overstroom die ontstaat door overbelasting. Daarnaast reageert de aardlekautomaat op kortsluiting. Als men een aardlekschakelaar heeft geplaatst zal men ook een zekeringautomaat of installatieautomaat moeten aanbrengen in de meterkast of groepenkast. De aardlekautomaat bevat deze beveiligingen in één compacte behuizing.

Voordeel van een aardlekautomaat
Een aardlekautomaat heeft voordelen en nadelen ten opzichte van een systeem met een aardlekschakelaar en een zekeringautomaat. Het belangrijkste voordeel van een aardlekautomaat is dat deze beveiliging bij een te hoge lekstroom alleen de groep uitschakelt waar de elektrische storing zich bevind. De overige groepen blijven operationeel. Een aardlekschakelaar schakelt bij een elektrische storing alle groepen uit waarop de aardlekschakelaar is aangesloten. Vanwege het feit dat de aardlekautomaat alleen de groep uitschakelt waarin de storing of lekstroom is waargenomen, kan men de storing ook makkelijker lokaliseren. Het is namelijk direct zichtbaar in welke groep de storing zit.

Nadeeldeel van een aardlekautomaat
Een belangrijk nadeel van de aardlekautomaat is dat deze om verschillende redenen de groep spanningsvrij maakt. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van lekstroom maar ook van kortsluiting of een overbelasting van het elektriciteitsnet. De oorzaak van de verstoring in het elektriciteitsnet is daardoor vaak onduidelijk waardoor nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Wel is duidelijk in welke groep het defect is opgetreden. In sommige gevallen kan een storing in een installatie met een aardlekautomaat langer onopgemerkt blijven.

Wat is een aardlekschakelaar?

Een aardlekschakelaar is een schakelaar die automatisch in werking treed en een elektrische installatie spanningsloos maakt, wanneer er een lekstroom gemeten wordt van een bepaalde grootte. Normaal gesproken is er sprake van een stroomkring in een elektrische installatie. Er is een fasedraad en een nuldraad. De fasedraad voert de elektrische spanning aan richting bijvoorbeeld de verlichting en via de nul gaat de niet verbruikte elektrische stroom weer retour.

Wanneer deze stroomkring wordt onderbroken door bijvoorbeeld een slechte isolatie van de elektrische bedrading ontstaat er lekstroom. Als de lekstroom een bepaalde grootte heeft zal de aardlekschakelaar in werking treden en er voor zorgen dat er geen elektrische spanning meer staat op het elektriciteitsnet. Veel woningen en utiliteitscomplexen hebben een aardlekschakelaar in de meterkast of groepenkast. Sommige van deze gebouwen bevatten zelfs meerdere aardlekschakelaars.

Synoniemen voor aardlekschakelaar
De aardlekschakelaar wordt ook wel afgekort met ALS. Er zijn verschillende benamingen die worden gebruikt voor dit beveiligingssysteem. Zo gebruikt men ook wel de term verliesstroomschakelaar omdat de schakelaar in werking treed als een bepaalde hoeveelheid stroom verloren gaat in een elektriciteitsnet. Andere woorden voor de aardlekschakelaar zijn aardwachter of differentieelschakelaar.

Uitvinder van de aardlekschakelaar
In 1903 werd door het bedrijf Siemens-Schuckert een patent aangevraagd op een aardlekschakelaar. Dit Duitse elektrotechnische bedrijf gaf deze uitvinding de naam Summenstromschaltung zur Erdschlußerfassung. De uitvinding werd gepatenteerd onder DRP-Nr. 160.069. De heer K. Kuhlmann die werkzaam was bij die Allgemeine Elektricitäts-Gesellschaft (AEG) had een methode beschreven om aardlekstroom in het Berlijnse netwerk te meten. Voor de huidige techniek die gebruikt wordt voor de aardlekschakelaar werd in 1908 door de Amerikaan Lloyd Nicholsen een octrooi aangevraagd. Dit octrooi werd in 1910 toegekend.

Doel van de aardlekschakelaar
Een aardlekschakelaar is een belangrijk onderdeel van een veilige elektrische installatie. Daarom komen aardlekschakelaars veel in huisinstallaties voor. Het belangrijkste doel van een aardlekschakelaar is de veiligheid van het elektriciteitsnetwerk in een woning, utiliteitscomplex of ander gebouw te bevorderen. Een goed werkende aardlekschakelaar kan bij lekstroom grote problemen voorkomen door het elektriciteitsnet spanningsvrij te maken. Op die manier kan de aardlekschakelaar mensen bescherming bieden tegen elektrocutie. Daarnaast kan de aardlekschakelaar voor voorkomen dat er brand ontstaat bij optredende lekstromen naar aarde.

Zoals in de inleiding kort werd benoemd meet een enkelfasige aardlekschakelaar de elektrische stroom die een installatie via de fase opneemt en de hoeveelheid stroom die via de nul terugkomt. Als er sprake is van een verschilstroom zou deze stroom in theorie door de veiligheidsaarde terug moeten lopen. Dit is echter niet het geval bij onder andere de volgende situaties:

  • Niet-geaarde apparaten en toestellen.
  • Toestellen en apparaten die aangesloten zijn op een niet-geaarde wandcontactdoos.

In bovengenoemde gevallen zou bijvoorbeeld door een isolatiedefect of een beschadiging van de elektriciteitsdraad een levensgevaarlijke situatie ontstaan wanneer een mens of dier in contact komt met het gedeelte van de elektrische installatie die onder spanning staat maar onvoldoende is geïsoleerd. In dat geval gaat de stroomdoorgang door het lichaam van het mens of het dier. Een aardlekschakelaar zorgt er echter voor dat een lekstroom wordt gemeten en dat de elektrische installatie spanningsvrij wordt gemaakt zodat gevaarlijke situaties zoals elektrocutie en brand (door een slecht werkende elektrische isolatie) kunnen worden voorkomen.

Een aardlekschakelaar zal echter alleen in werking treden wanneer de stroom naar de aarde weglekt. Als een mens of dier niet geaard contact maakt met zowel de nul- als de fasedraad in een elektrische installatie zal de aardlekschakelaar niet in werking treden. Alleen wanneer de elektrische stroom naar aarde weglekt, zal de aardlekschakelaar de stroomkring onderbreken.

Werking van de aardlekschakelaar
Hiervoor is al aardig wat beschreven over de werking van de aardlekschakelaar. In deze alinea gaan we iets dieper in op de werking van deze schakelaar. Men heeft het hierbij over lekstroom. Dit kun je beschouwen als een soort lekkage in de stroomkring. Als er een bepaalde hoeveelheid stroom in een stroomkring wordt aangevoerd zal er ook een bepaalde hoeveelheid stroom weer terug komen. De hoeveelheid stroom die de elektrische installatie in gaat kan echter groter zijn dan de hoeveelheid stroom die een elektrische installatie weer uitgaat. In dat geval is er sprake van een lekstroom.

Deze lekstroom wordt ook wel een foutstroom of verliesstroom genoemd vandaar de benaming verliesstroomschakelaar. De foutstroom kan ontstaan wanneer de behuizing van bijvoorbeeld een elektrisch toestel onder spanning is komen te staan doordat de isolatie van de elektrische bedrading in het toestel is beschadigd of door een ander defect.

Als het toestel echter geaard is dan is er een aardedraad bevestigd aan de metalen behuizing van het toestel. In dat geval loopt de lekstroom via de aardedraad door de geaarde stekker via het geaarde stopcontact richting de aardlekschakelaar. De aardlekschakelaar zal bij een overschrijding van de aanspreekstroom in werking treden. In dat geval worden de aangesloten groepen spanningsloos gemaakt. Dit is echter het geval bij een compleet geaard systeem, dit bestaat uit:

  • Een geaarde machine of apparaat dat voorzien is van een aardestekker.
  • Een wandcontactdoos die geaard is met een aardedraad richting de aardlekschakelaar.

Indien bovenstaande onderdelen van de installatie niet aanwezig zijn en er sprake is van bijvoorbeeld een ongeaard toestel dat onder spanning staat zal elektrische stroom wanneer deze in contact komt met het lichaam wegvloeien naar de aarde. Wanneer dat gebeurd zal de aardlekschakelaar ook in werking treden en het elektriciteitsnet spanningsvrij maken voordat de situatie levensbedreigend wordt.

Aardlekschakelaar testen
Bovenstaande informatie is natuurlijk alleen van toepassing wanneer de aardlekschakelaar ook daadwerkelijk werkt. Het zou dramatisch zijn wanneer men de werking van een aardlekschakelaar alleen zou kunnen testen door een daadwerkelijk isolatiedefect in een elektriciteitsnet daarom heeft men een testknop ontwikkeld. Deze testknop is in de groepenkast aanwezig die en creëert kunstmatig een kleine lekstroom. Daardoor kan de aardlekschakelaar een verschil in de aangevoerde stroom en de retourstroom meten en het elektriciteitsnet spanningsvrij maken. Het is goed om de aardlekschakelaar periodiek te testen zeker wanneer men meerdere ongeaarde wandcontractdozen in huis heeft.

Meggeren solatieweerstand meten
Lekstroom ontstaat dikwijls doordat de weerstand van de isolatie in een elektrotechnisch systeem te laag is. Deze weerstand kan worden gemeten door een ervaren elektromonteur met een isolatieweerstandsmeter. Deze isolatieweerstandsmeters zijn door verschillende merken ontwikkeld en op de markt gebracht. Het bekendste merk op dit gebied is in Nederland het merk Megger. Dit bedrijf maakt echter meerdere meetinstrumenten voor de elektrotechniek. Ondanks dat wordt het meten van de isolatieweerstand in de elektrotechniek vaak in het vakjargon meggeren genoemd. Als uit dit meggeren blijkt dat de isolatieweerstand in een bepaald elektrotechnisch systeem voldoende is dan is de weerstand van de isolatie in ieder geval voldoende hoog voor de hoeveelheid elektrische stroom die in een systeem wordt getransporteerd. Tijdens het meggeren kan echter ook worden geconstateerd dat dit niet het geval is. Dan kan een elektromonteur tijdig de delen die onvoldoende geïsoleerd zijn vervangen. De aardlekschakelaar zal dan niet in werking treden.

Wat is closed-circuit television CCTV?

Closed-circuit television is een Engelse term die wordt gebruikt voor cameratoezicht en camerabewaking. Closed-circuit television kan in het Nederland worden vertaald met ‘gesloten tv-systeem’ en wordt meestal afgekort met CCTV. Er zijn verschillende CCTV-systemen die voorzien zijn van bedrading en daarnaast zijn er ook draadloze CCTV-systemen. Met name de draadloze CCTV-systemen worden in toenemende mate populair.

Domotica
Dit heeft voor een groot deel te maken met de ontwikkelingen op het gebied van domotica in Nederland en België. De installaties die tot de domotica behoren hebben ten doel het woongenot te bevorderen van de bewoners. De veiligheid is daarbij ook een belangrijk aspect. Bij domotica maakt men ook vaak gebruik van een mobiel device of afstandsbediening. Deze bedieningssystemen zijn draadloos daarom maakt men bij deze installaties over het algemeen ook gebruik van draadloze systemen zoals een draadloos CCTV.

Wat is cameratoezicht?
Een camera is een apparaat waarmee opnames gemaakt kunnen worden van een bepaald object of een bepaalde ruimte. Deze opnames worden ook wel video-opnames genoemd en zijn beelden waarop bewegingen vastgelegd kunnen worden. CCTV-camera’s bevinden zich in een gesloten circuit. Dit houdt in dat de beelden die opgenomen worden door deze camera’s niet door andere systemen of personen kunnen worden bekeken dan de systemen die aangesloten zijn aan het gesloten circuit. De beelden kunnen indien nodig wel als bewijsmateriaal dienen voor het geval er misdrijven mee aangetoond kunnen worden. Het Openbaar Ministerie en de politie kunnen dus belang hebben bij de beelden die zijn opgenomen door bewakingscamera’s. Daarom is het belangrijk dat de beelden van de camera’s goed en veilig worden opgeslagen.

Waar worden CCTV-camera’s gebruikt?
CCTV-camera’s kunnen door verschillende afnemers worden gebruikt. Zowel particulieren als ondernemingen maken gebruik van CCTV-camera’s. Ook overheden kunnen deze camera’s gebruiken. Sinds 2007 is het Nederland en België toegestaan om cameratoezicht met CCTV uit te voeren in het publieke domein.

Robots in de toekomst voor beveiliging

Robots zullen in de toekomst meer taken van mensen overnemen. Op dit moment zijn verschillende bedrijven bezig om robots dusdanig te ontwikkelen dat ze kunnen bewegen en observeren als mensen. De universiteit van Birmingham heeft de robot Linda als prototype gemaakt. Deze robot zou door gebouwen kunnen rijden. Tijdens deze ritten kan de robot zien wat er om zich heen gebeurd. Op die manier kan de robot als observatierobot dienen. Volgens The Daily Telegraph is het de bedoeling om de robot Linda nog verder te specialiseren. De robot zou ingezet kunnen worden om kantoren te beveiligen en ook bij verzorgingstehuizen worden ingezet om onverwachte situaties op te merken.

Zo kunnen de robots in de toekomst worden gebruikt om te kijken of een patiënt ten val is gekomen. Daarnaast kunnen de robots worden gebruikt om te analyseren dat deuren opengebroken zijn of ramen zijn vernield. Op die manier kunnen robots de beveiliging van een gebouw ondersteunen. De robot moet echter nog wel verder ontwikkeld worden.