Hoe kunnen woningen worden omschreven?

De woningbouw is een belangrijk segment van de bouwsector. Daarnaast is de woningbouw zeer nauw verbonden met de huizenmarkt en de hypotheeksector. Deze twee elementen vormen belangrijke onderdelen van de economie. Er zijn in Nederland veel bedrijven actief in de woningbouw. Het gaat hierbij niet alleen om bedrijven die woningen bouwen. Er zijn namelijk ook talloze bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het aanleggen van installaties op het gebied van elektra, water en gas.

Verder zijn er veel bedrijven actief in het maken van bouwmaterialen, zoals dakpannen, bakstenen, elementen, heipalen, kozijnen, ramen en andere materialen die gebruikt worden bij het bouwen van woningen. De woningbouw heeft om die reden de aandacht van het bedrijfsleven en de politiek. De woningbouw is veelomvattend ook in de vormgeving en typen van de woningen in onderstaande tekst is beschreven wat men onder een woning verstaat.

Definitie van een woning?
Een woning wordt ook wel vertaald met een huis. Dit is een gebouw dat gebruikt wordt door mensen om in te verblijven en te wonen. Het woord wonen kan worden gedefinieerd als het verblijven in een gebouw. Dit gebouw dient als verblijfplaats voor de bewoner of bewoners. Een woning kan vervolgens worden gedefinieerd als woonruimte of ruimte die bedoelt is om in te wonen.

Algemene eigenschappen van een woning
Een gebouw moet aan een aantal eigenschappen voldoen om als woning te kunnen worden gebruikt en gedefinieerd. De basiseigenschappen zijn gekoppeld aan de bewoonbaarheid van de woning. Een woning is bewoonbaar wanneer deze muren bevat en een dak. Deze muren en het dak moeten van voldoende stevig materiaal zijn gemaakt en goed zijn geconstrueerd. Een goed geconstrueerde woning is bestand tegen weersinvloeden en kan daarnaast worden afgesloten zodat de bewoners veilig in de woning kunnen vertoeven.

De meeste woningen bevatten meerdere kamers maar dat hoeft niet. Als men de hiervoor genoemd beschrijving hanteert vallen veel gebouwen onder de noemer woning. In de praktijk blijken er echter verschillen te bestaan onder wat men onder een woning verstaat. De eenvoudige onderkomens van mensen in sloppenwijken worden door die bewoners als woningen beschouwd terwijl andere mensen deze gebouwtjes beschouwen als onbewoonbare krotten. In warme streken zien woningen er daarnaast anders uit dan in woningen die in koude klimaten zijn gebouwd.

Vertrekken in woningen
Woningen kunnen verschillende vertrekken bevatten. In veel Westerse landen bevatten woningen meerdere kamers. Er is een woonkamer waarin men een groot deel van de tijd doorbrengt. Daarnaast zijn er slaapkamers en is er meestal een bijkeuken. De keuken kan een aparte ruimte zijn maar kan ook ingebouwd zijn in de woonkamer. Verder hebben veel woningen een zolder of een bergruimte.

In het verleden hadden veel woningen ook een kelder maar tegenwoordig worden in de woningbouw nauwelijks nog kelders gebouwd. Daarentegen bouwt men wel vaak een garage aan de woning vast die door een deur vanuit de woning kan worden bereikt. Verder bevatten veel woningen ten minste één toiletruimte en een badkamer. De badkamers worden regelmatig omgebouwd tot complete wellness ruimtes waarin mensen kunnen ontspannen.

Wat zijn verschoven diensten, verschoven werktijd en verschoven uren?

In arbeidsrelaties kan er sprake zijn van verschillende soorten diensten. Veel bedrijven werken gewoon in dagdienst terwijl andere bedrijven in ploegendiensten werken. Sommige bedrijven werken echter ook met verschoven werktijd. Verschoven werktijd kan worden onderverdeeld in verschoven diensten en verschoven uren. Deze diensten vormen over het algemeen een uitzondering op het standaard rooster van de werknemer. Hieronder is beschreven wat men bedoelt met verschoven diensten en verschoven uren.

Verschoven uren
Men spreekt van verschoven uren als men buiten de normale werktijden uren gaat werken zonder dat de vastgelegde contracturen per week worden overschreden. De maximale contracturen per week zijn 40 uur. Dit wordt ook wel fulltime genoemd. Over het algemeen werkt een fulltime werknemer 8 uur per dag. Het kan echter voorkomen dat een werknemer op een bepaalde dag minder werk heeft waardoor de werknemer minder uren maakt of hoeft te maken. Op andere dagen kan echter meer drukte worden verwacht. Men kan er dan voor kiezen om de uren van een rustige dag te verschuiven naar een dag waarop meer werkzaamheden worden verwacht. In dat geval spreekt men van verschoven uren. Een voorbeeld:

Om donderdag heeft de werknemer weinig te doen en kan hij zijn werkzaamheden afronden in 7 uur. Op vrijdag wordt er meer werk verwacht en kan de werknemer 9 uur werken. Het uur van donderdag wordt dan verschoven naar de vrijdag. Dit is een verschoven uur en wordt niet beschouwd als een overwerkuur.

Door uren effectief te verschuiven kan een werknemer uiteindelijk toch de contracturen werken bij zijn of haar werkgever. De werkgever kan de inzet van de werknemer aanpassen aan de hoeveelheid werkzaamheden. Over het algemeen zijn aan werken met verschoven uren wel richtlijnen verbonden. Werknemers die met verschoven uren werken zullen tijdig op de hoogte moeten worden gebracht dat er uren gaan verschuiven. Hierover worden door de werkgever en de werknemers afspraken gemaakt. Deze worden meestal schriftelijk vastgelegd in een cao. Hierin kunnen ook vergoedingen staan die van toepassing zijn op verschoven uren.

Verschoven diensten
Als men gebruik maakt van verschoven uren verandert er over het algemeen niet veel voor de werknemer. Hij of zij zal een dag of een paar dagen meer of minder werken. Dit is anders wanneer men met verschoven diensten werkt. Hierbij wordt een complete dienst verschoven. Een werknemer die bijvoorbeeld op een bepaalde dag dienst heeft kan op die dag vrij zijn omdat zijn of haar dienst door de werkgever is verschoven naar een andere dag waarop de werknemer volgens het rooster vrij zou hebben. Werknemers die te maken kunnen krijgen met verschoven diensten moeten zeer flexibel ingesteld zijn.

Over het algemeen worden dit soort diensten toegepast in bedrijven en organisaties die sterk aan veranderingen onderhevig zijn. Een voorbeeld hiervan is de zorgsector op afdelingen waarin het de ene dag heel druk is en de andere dag minder druk. Voor verschoven diensten zijn ook afspraken vastgelegd in de cao van het bedrijf of de bedrijvensector. Hierin staan ook richtlijnen voor de minimale vergoeding die aan de werknemer moet worden verstrekt wanneer zijn of haar dienst wordt verschoven of wanneer de werknemer gedurende een bepaalde periode regelmatig in verschoven diensten werkt

Schademeldpunt geopend in september 2014 voor Groningers met aardbevingsschade

Groningers met schade die ontstaan is door aardbevingen kunnen binnenkort terecht bij een schademeldpunt dat geopend is door Vereniging Eigen Huis (VEH). Deze vereniging is van mening dat verschillende leden die in een aardbevingsgebied wonen nauwelijks gehoor vinden bij de (lokale) overheid. Ook de Tweede Kamer zou volgens Vereniging Eigen Huis geen goed beeld hebben over de problematiek in Groningen met betrekking tot gaswinning en de gevolgen daarvan voor de huizeneigenaren.

Schadeafhandeling aardbevingsgebied
Een tijdje geleden meldde minister Kamp nog in de Kamer dat 77 procent van alle schadegevallen ten gevolge van aardbevingen is verholpen in Groningen. Dit klinkt positief maar de VEH geeft aan dat er nog steeds veel mensen in Groningen wachten op hulp bij schadeproblemen aan hun woning. Volgens de VEH wachten nog ruim 4000 woningeigenaren op een correcte afhandeling van de schade die ontstaan is door de gaswinning van de NAM.

De 77 procent van de schadegevallen die zijn afgehandeld zijn vooral eenvoudige schadegevallen. Hierbij kan gedacht worden aan kleine scheurtjes in muren en dergelijke. De woordvoerder van VEH Manon van Essen merkt op dat veel grote schadegevallen minder eenvoudig worden opgelost. Hierbij worden woningeigenaren van het ‘kastje naar de muur’ gestuurd. Dit gebeurd ook bij schadegevallen waarbij de oorzaak van de schade moeilijker te achterhalen is aldus Manon van Essen.

Urgentielijst Gasschade
De Vereniging Eigen Huis vindt het heel vervelend dat een aantal woningeigenaren soms maanden lang in onzekerheid zitten over de schade aan hun woning en de manier waarop deze wordt verholpen. Een aantal woningeigenaren met aardbevingsschade kunnen moeilijk een oplossing vinden door de bureaucratie en de complexe procedures. Vanwege deze problematische situaties heeft de VEH de Urgentielijst Gasschade geopend.

Reactie van Technisch Werken
De aandacht in Groningen is vooral gericht op het winnen van aardgas. Er wordt echter nog te weinig rekening gehouden met de schade voor de bewoners ten gevolge van de bodemdaling. Deze schade moet serieus genomen worden maar elke individuele bewoner heeft zijn of haar eigen schade. Door gezamenlijk elkaar te ondersteunen bij het vinden van de juiste kanalen om de schadeclaims in te dienen kan men van elkaar leren en effectiever een procedure starten. Het initiatief van VEH is daarom verstandig. Het is echter wel jammer dat dit soort initiatieven noodzakelijk zijn om de politiek en andere organisaties in beweging te brengen. Het zou fijn zijn als de overheid hierin meer een sturende rol op zich zou nemen zodat de bevolking in Groningen niet voortdurend tegen procedurele hindernissen oploopt bij het melden en laten verhelpen van schades.

Wensen van woninggebruikers veranderen door de jaren heen

Een huis wordt ook wel een woning genoemd. Dit is een gebouw of bouwwerk dat bedoelt is voor bewoning door mensen. Een huis is een gebouw of een deel van een gebouw dat muren bevat en een dak. De vormgeving van een huis kan verschillend zijn evenals de afmetingen kunnen verschillen. Een woning bevat naast buitenmuren meestal ook binnenmuren en kan één verdieping of meerdere verdiepingen bevatten maar dat hoeft niet. Een woning moet vooral beschutting en bescherming bieden aan de bewoners. Deze bescherming moet geboden worden tegen weersinvloeden zoals wind, neerslag, zon en extreme temperaturen.

Woning als bescherming
Daarnaast dient een woning bescherming te bieden aan haar bewoners tegen ongewenste bezoekers zoals dieven en inbrekers. Verder dient een woning ook bescherming te bieden tegen (grote) dieren. De mate van deze bescherming is echter afhankelijk van de plek waar de woning wordt gebouwd. In sommige landen zijn bepaalde risico’s relevanter dan in andere landen. Daarom zijn er grote verschillen in de wereld met betrekking tot de woningbouw.

Ook de eisen aan woningen verschillen wereldwijd. In sommige werelddelen is er bijvoorbeeld sprake van aardverschuivingen, hierdoor worden extra zware eisen gesteld aan het fundament en de constructie van de woningen. Andere gebieden in de wereld zijn juist extreem warm of extreem koud. Al deze aspecten hebben invloed op de vormgeving en constructie van de woning.

Wettelijke eisen met betrekking tot woningbouw
Een paar honderd jaar geleden vond men het vooral belangrijk dat een woning stevig was en een goede bescherming bood tegen het weer en de tocht. Tegenwoordig wordt dat gezien als een vanzelfsprekendheid. Een woning bevat meerdere vertrekken en er zijn strenge eisen ontwikkelt met betrekking tot de veiligheid en de duurzaamheid van een constructie. In het Bouwbesluit zijn veel van deze eisen terug te vinden. De meeste bouwmaterialen moeten gekeurd worden en voorzien zijn van een keurmerk (CE) voordat ze mogen worden gebruikt op de bouw. Niet alleen aan het gebouw zelf zijn strenge eisen gesteld ook aan het bouwproces. Dit moet conform strenge voorschriften gebeuren. De Arbowet en de arbeidsinspectie zijn hierbij belangrijke elementen. Om de veiligheid op de bouw te vergroten worden verschillende veiligheidstrainingen gegeven zoals basis VCA en VCA VOL.

Wensen van de gebruiker van de woning
De wensen van mensen met betrekking tot comfort nemen toe. Dit ziet men ook terug in de woningbouw. Men wil zichzelf vooral behaagelijk voelen in een woning. Doormiddel van domotica en domoticasystemen is men in staat om ‘slimme woningen’ te bouwen. Een woning of huis met domotica bevat een speciaal computersysteem waarmee de verlichting en de verwarming nauwkeurig kunnen worden afgestemd op de wensen van de gebruiker. Centrale verwarming, vloerverwarming en vergaande ontwikkelingen op het gebied van wellness en sanitair zorgen er voor dat mensen zich in een woning zeer comfortabel kunnen voelen. Met name de aanpassingen op het gebied van sanitair zorgen er voor dat mensen complete sauna’s en ontspanningsruimtes hebben waarin ze kunnen ‘onthaasten’ of ‘relaxen’.

Duurzaamheid in de woningbouw
Verder willen mensen ook dat een woning duurzaam is. Termen zoals CO2 neutraal worden bij veel bouwprojecten genoemd. Woningen worden doormiddel van verschillende moderne technologieën zo duurzaam mogelijk gemaakt. Dit is niet alleen de wens van de gebruikers ook de wet dwingt projectontwikkelaars en bouwbedrijven om duurzamer te bouwen.

Woningbouw in de toekomst
Woningen zullen in de toekomst nog meer voorzieningen en installaties bevatten die het gebruiksgemak en woongenot van de bewoners bevorderen. Domotica zal steeds verder ontwikkelt worden en nieuwe functies bieden aan de eigenaren van woningen. Verder zullen woningen ook energiezuiniger worden. Hierbij kan gedacht worden aan het gebruiken van gerecyclede materialen bij de bouw en aan natuurlijke dakbedekking in de vorm van groene daken of vegetatiedaken. Deze daken worden tegenwoordig als steeds meer toegepast.

Verder is er ook veel aandacht voor zonnepanelen, zonnekegels en andere voorzieningen die gebaseerd zijn op het benutten van zonne-energie. Ook is er meer aandacht voor aardwarmte en aardstralen. De technologie staat op deze gebieden niet stil. De natuur biedt onuitputtelijke energiebronnen die rendabel moeten worden gemaakt. Uiteindelijk zal men er naar streven dat woningen zoveel mogelijk in staat zijn om hun eigen energie op te wekken. Hierdoor wordt men ook minder afhankelijk van kolencentrales en gasleveranciers. De machtsverhoudingen in de wereld kunnen hierdoor ook veranderen omdat een groot deel van de machtsverhoudingen gebaseerd zijn op voorraden fossiele brandstoffen.

De woningbouw is een sector die nauw verbonden is met de economie en de politiek. Ook met de arbeidsmarkt heeft de woningbouw een sterke band. De werkgelegenheid in Nederland met name in de bouwsector leeft op als er meer woningen worden gebouwd. Voor het zover is moet de koopkracht en het consumentenvertrouwen wel toenemen op de markt. Deze factoren hebben echter weer te maken met de economie en de politiek. Hierdoor is alles met elkaar verbonden. De woningbouw is en blijft belangrijk voor de politiek.

Wat is opstal en wat is recht van opstal?

Met de term opstal bedoelt men een bouwwerk. Dit bouwwerk is door mensen op een stuk grond geplaatst. Men spreekt dan ook wel over een gestald object. Een opstal is een bouwwerk en hoeft niet perse een woning of pand te zijn. Ook een schutting kan worden beschouwd als een opstal. Bomen, struiken en andere beplating worden wel aangeduid met de term houtopstand maar behoren niet tot de opstallen. Een opstal kan overigens van een andere eigenaar zijn dan de grond waarop het bouwwerk gestald is. Tussen de grond en het bouwwerk kan als het ware een horizontale grens worden aangebracht.

Recht van opstal
Met ‘recht van opstal’ wordt het recht bedoelt van iemand om op of boven een onroerende zaak van een ander persoon (of instantie) een bouwwerk te plaatsen en een bouwwerk in eigendom te hebben. Dit opstalrecht is een uitzondering op het recht van natrekking. Het recht van natrekking legt namelijk vast dat alle opstallen behoren tot de eigenaar van de grond. Als er sprake is van een recht van opstal kan de grond van een andere eigenaar zijn dan het opstal dat erop gebouwd is. Zonder recht van opstal vindt er natrekking plaats van het gebouw door de grond.

Rechten en plichten bij opstalrecht
Recht van opstal wordt ook wel opstalrecht genoemd. Hier zijn rechten en plichten aan verbonden waar de personen die met elkaar een overeenkomst aan gaan zich moeten houden. Zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon kan doormiddel van een notariële akte een recht van opstal verleend krijgen. Daarnaast kan recht van opstal ook eveneens ontstaan door verjaring.

Opstalhouder en opstalgever
De opstaller is de persoon die het recht van opstal heeft. Deze persoon wordt ook wel de opstalhouder genoemd. De daadwerkelijke eigenaar van de grond waarop het opstal is geplaatst is niet de eigenaar van het opstal. Deze persoon is slechts eigenaar van de grond en wordt ook wel blote eigenaar genoemd. Een andere benaming voor de eigenaar van de grond is opstalgever omdat hij of zij de grond beschikbaar stelt aan degene die er een opstal op vestigt.

50-Plussers met WW vinden sneller werk eind 2014

In 2014 is er meer aandacht voor werkloze 50-plussers. Deze groep heeft het lastig op de arbeidsmarkt. In 2013 kwamen maar weinig 50-plussers aan het werk. De overheid probeert werkgevers te stimuleren om ook sollicitanten uit deze leeftijdscategorie aan te nemen. In 2014 lijkt de aanpak van de overheid tot positieve resultaten. Er zijn in de maanden juli en augustus van 2014 meer werkzoekenden in de leeftijdscategorie 50 plus aangenomen door bedrijven in Nederland. Deze werknemers stromen uit een WW-positie uit op betaald werk.

In totaal gaat het om 10.584 werkzoekende 50-plussers met een WW-uitkering die in de periode juli en augustus 2014 een baan hebben gekregen. Dit aantal is aanzienlijk ten opzichte van het aantal werkloze 50-plussers die in 2013 aan een baan werd geholpen in dezelfde periode. Er is sprake van een toename van 31 procent meer werkloze 50-plussers die in juli en augustus 2014 aan het werk zijn gegaan uit een WW-uitkering ten opzichte van dezelfde periode in 2013. Deze cijfers zijn dinsdag 24 september 2014 gepubliceerd door  uitkeringsinstantie UWV in de barometer 50-plus. Volgens deze barometer zijn er voor als veel 50-plussers bij de overheid en in de zorgsector aan de slag gegaan.

Reactie van Technisch Werken
Werkzoekenden in de leeftijdscategorie 50 jaar en ouder hebben op dit moment de aandacht van de overheid. Dat is op zich goed maar de resultaten zijn nog niet overweldigend. Veel 50-plussers hebben moeite bij het vinden van een geschikte baan. Doormiddel van premiekorting voor 50-plussers kunnen bedrijven werkzoekenden uit deze leeftijdsgroep ‘voordelig’ aan het werk helpen. Dit zorgt er voor dat er meer 50-plussers aan het werk worden geholpen omdat er lage kosten aan verbonden zijn. Toch moet dit niet de hoofdreden zijn om werkzoekenden uit deze leeftijdsgroep aan het werk te helpen. Oudere werknemers moeten vooral vanwege hun ervaring en competenties worden aangenomen. Daarnaast ontstaat er een bijzondere concurrentie op de arbeidsmarkt.

Werkzoekenden in nog net geen 50 jaar zijn vallen namelijk ‘buiten boord’ met deze regeling. Er worden door de aandacht voor 50-plussers weliswaar meer 50-plussers aangenomen maar gaat dat niet ten koste van werkzoekenden die in een iets lagere leeftijdscategorie vallen? De arbeidsmarkt is nog niet helemaal gezond in Nederland. De vraag is of de overheid wel een transparant beleid biedt aan werk werklozen op de arbeidsmarkt.

Wat is een veiligheidshelm en waar wordt deze gebruikt?

Veiligheidshelmen behoren tegenwoordig op veel bouwplaatsen tot de verplichte uitrusting van het bouwpersoneel. Deze helmen worden van verschillende materialen vervaardigd. Een veiligheidshelm kan bijvoorbeeld worden gemaakt van een kunststof zoals PVC. Daarnaast zijn er ook nog veiligheidshelmen die gemaakt zijn van aluminium of composieten. De meeste veiligheidshelmen die in Nederland worden gedragen zijn echter van een kunststof vervaardigd.

Persoonlijk beschermingsmiddel
Een veiligheidshelm is een uitrustingsstuk waarmee de gezondheid en veiligheid van de desbetreffende persoon kan worden beschermd en bevordert. Veiligheidshelmen beschermen de drager tegen hoofdletsel. Deze helmen worden gebruikt op werkplekken en andere locaties waar mogelijk voorwerpen naar beneden kunnen vallen. De veiligheidshelm beschermd de drager tegen letsel ten gevolge van deze vallende voorwerpen. Als voorwerpen echter te groot of te zwaar zijn biedt ook een veiligheidshelm slechts een geringe bescherming aan de drager van de helm.

Een veiligheidshelm wordt ook gedragen als beschermingsmiddel tegen het stoten van het hoofd tegen harde en scherpe objecten. Mensen die in lage ruimtes werken kunnen bijvoorbeeld veel baat hebben bij een veiligheidshelm omdat men in lage ruimtes makkelijk het hoofd kan stoten. Omdat een veiligheidshelm alleen de drager persoonlijk beschermd wordt een veiligheidshelm een persoonlijk beschermingsmiddel genoemd. De benaming ‘persoonlijk beschermingsmiddel’ wordt ook wel afgekort met pbm. De weerstand van de helm tegen klappen en stoten is afhankelijk van het materiaal en de constructie van de helm.

Vormgeving van veiligheidshelmen
De vormgeving van veiligheidshelmen moet aan een aantal eisen voldoen. Tussen de buitenkant van de helm en de bovenkant van het hoofd moet een bepaalde afstand aanwezig zijn. Deze afstand is nodig om een eventuele klap op te vangen. De buitenkant of helmschaal van een veiligheidshelm zit ruim om het hoofd van de drager en wordt doormiddel van een binnenwerk met beugels op een bepaalde afstand boven het hoofd gehouden. De buitenkant van de veiligheidshelm is niet verstelbaar en is vast van vorm. Dit zorgt voor een optimale stevigheid. De hoofdomvang van mensen verschilt echter daarom zijn veiligheidshelmen meestal goed verstelbaar door een verstelbare hoofdband.

Een veiligheidshelm is aan rond van vorm en heeft geen scherpe punten of uitsteeksels. Daarnaast hebben de meeste veiligheidshelmen een aantal ribbels die als versteviging dienen van de helm. Verder hebben sommige veiligheidshelmen ontluchtingsgaatjes of verluchtingsgaatjes. Om er voor te zorgen dat een veiligheidshelm goed blijft zitten kunnen elastische riempjes worden vastgemaakt die onder de kin kunnen worden gedragen. Verder is het bij sommige veiligheidshelmen mogelijk om gehoorbescherming in de vorm van oorkleppen aan de veiligheidshelm te bevestigen.

Zichtbaarheid is een belangrijk aspect van de veiligheid op een werklocatie. Werknemers en andere mensen die op een bouwlocatie, project of in een technische omgeving werken of om een andere reden aanwezig zijn dienen meestal opvallende kleding te dragen. Om die reden worden veiligheidshelmen in de praktijk ook vaak gekleurd. De kleur van de veiligheidshelm kan daarnaast ook onderscheid maken in de functie van de drager. Zo kan bijvoorbeeld een leidinggevende op de bouw een blauwe veiligheidshelm dragen en een ondergeschikte of bezoeker op de bouw een witte of gele veiligheidshelm.

Arbowetgeving en VCA
De veiligheid van werknemers is van groot belang. Bedrijven dienen er volgens de wet alles aan te doen om een zo veilig mogelijke werkplek te realiseren voor werknemers. Daarbij wordt niet alleen gelet op de inrichting van de werkplek en de aanwezige machines, ook de uitrusting en de persoonlijke beschermingsmiddelen zijn een belangrijk aspect van de veiligheid van de werknemer. De Arbowet schrijft in bepaalde situaties voor om veiligheidshelmen te dragen. Het dragen van veiligheidsschoenen, gehoorbescherming en veiligheidshandschoenen kan eveneens verplicht worden gesteld.

Het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen is echter lang niet altijd voldoende. Werknemers moeten ook weten hoe ze de beschermingsmiddelen moeten gebruiken. Daarvoor kunnen ze trainingen krijgen op de werkplek. Ook algemene trainingen met betrekking tot de veiligheid zoals basis VCA of VCA voor leidinggevenden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van het verantwoordelijkheidsgevoel van de werknemer of leidinggevende op de werkplek.  Om die redenen wordt een VCA certificaat bij veel bedrijven of projectlocaties verplicht gesteld.

Waar worden veiligheidshelmen gedragen?
Veiligheidshelmen worden op verschillende locaties en bij verschillende bedrijven gedragen. Over het algemeen worden deze helmen gedragen in een technische omgeving. Hierbij kan gedacht worden aan de bouw. Op de bouw worden veiligheidshelmen ook wel bouwhelmen genoemd. Ook bij sluizen en havendokken kunnen bouwhelmen tot de vaste persoonlijke beschermingsmiddelen behoren van aanwezigen. Offshore worden op boorplatforms, booreilanden en zeeschepen ook vaak veiligheidshelmen gedragen. Verder worden deze helmen ook wel in de bosbouw gedragen en in bepaalde fabrieken.

Prijzen koopwoningen zijn in augustus 2014 gestegen

In augustus 2014 zijn de prijzen van koopwoningen opnieuw gestegen. Gemiddeld zijn in deze maand de koopwoningen gemiddeld 1,7 procent duurder geworden ten opzichte van 2013. Hierdoor is de maand augustus de vijfde maand op rij in 2014 waarin de huizenprijzen zijn gestegen ten opzichte van 2013. De ontwikkelingen in de verkoop van koopwoningen worden onder andere door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster in kaart gebracht. Maandag 22 september 2014 werden de cijfers door deze instanties gepubliceerd. Als men kijkt naar de maand juli 2014 dan zijn de verkoopprijzen van koopwoningen in augustus met 0,1 procent gestegen.

Prijsniveau woningmarkt
Als men naar de woningmarkt kijkt op dit moment dan is het prijsniveau op deze markt vergelijkbaar met het prijsniveau dat werd gemeten in mei 2003. De woningmarkt had in 2008 een piek in de woningprijzen. Ten opzichte van deze piek is er sprake van een prijsdaling in augustus 2014. De prijsdaling is  19 procent. In juni 2013 was er echter sprake van een dieptepunt van de woningmarkt. Ten opzichte van dit dieptepunt zijn de woningen in augustus 2014 ongeveer 3,1 procent duurder geworden.

Stijging woningverkopen
Het Kadaster maakte vorige week woensdag al bekend dat het aantal verkochte woningen in augustus 2014 uit is gekomen op een totaal van 12.328. Dit aantal is een stijging in de verkopen van woning van bijna 24 procent ten opzichte van het aantal woningverkopen in dezelfde maand in 2013. In totaal werden er in de eerste acht maanden van het jaar 2014 volgens het Kadaster 89.248 huizen verkocht. Dit is ongeveer 38 procent meer dan het aantal verkochte woningen in dezelfde periode in 2013.

Reactie van Technisch Werken
De woningverkopen nemen toe. Ook de prijzen in de woningmarkt gaan omhoog. Dat is goed nieuws voor de economie. Toch is er nog geen reden om te spreken van een structureel herstel. De wereldeconomie is namelijk instabiel. Verschillende politieke en gewapende conflicten zorgen er voor dat er producten worden geboycot. De geldstromen tussen landen worden hierdoor verstoord. Dit heeft ook gevolgen voor de economieën van landen. Economie is voor een groot deel afhankelijk van emotie. Als mensen onzeker zijn zullen ze meer op hun uitgaven letten en proberen geld opzij te zetten om eventuele financiële problemen in de toekomst te voorkomen.

Mensen die onzeker zijn over hun eigen financiële situatie wachten meestal met grote uitgaven voor bijvoorbeeld een auto of een woning. Aan het begin van 2014 is men nog redelijk positief over de economie. Halverwege 2014 is men dat nog steeds al begint de wereldeconomie wel gespannen te worden. Laten we hopen dat de politieke, militaire en economische spanningen tussen landen niet veel verder oplopen. Als dat namelijk wel het geval gaat worden zullen veel landen en economieën daarvan de gevolgen merken. Een nieuwe economische crisis is dan niet ondenkbaar.

Welke insluitsels kunnen in lasfouten aanwezig zijn?

Tijdens het maken van een lasverbinding kunnen verschillende fouten ontstaan. Het maken van een goede lasverbinding is niet eenvoudig. Een lasverbinding wordt pas goed als aan verschillende factoren is voldaan. Zo moet het juiste lasproces worden toegepast, dit kan bijvoorbeeld autogeen, MIG/MAG, TIG en BMBE lassen zijn. Er zijn echter nog verschillende andere lasprocessen. Elk lasproces heeft zijn eigen unieke eigenschappen. Zo wordt er bij sommige lasprocessen inerte gassen gebruikt terwijl bij andere lasprocessen actieve gassen worden gebruikt. Lasprocessen zoals autogeen lassen wordt gedaan doormiddel van een vlam terwijl MIG/MAG lassen doormiddel van een elektrische boog wordt gedaan. De vlam of de elektrische boog zorgt er voor dat er veel hitte ontstaat zodat het basismateriaal van het werkstuk smelt en het lastoevoegmatiaal ook.

Metaalinsluitselsin het smeltbad
Zowel het basismateriaal als het toevoegmateriaal versmelten samen in een smeltbad. Na uitharding van het smeltbad ontstaat een stevige verbinding. Door verkeerde invloeden kan het smeltbad echter niet goed gevormd worden of ontstaan er problemen bij het stollen. Dit kan leiden tot scheuren en andere problemen. Fouten die ontstaan tijdens het lassen worden ook wel lasfouten genoemd. Naast scheuren kunnen onder andere ook insluitsels voor problemen zorgen als deze ontstaan tijdens het lasproces. Hieronder zijn een aantal voorbeelden genoemd van soorten insluitsels die kunnen ontstaan tijdens het lassen in het smeltbad.

Slakinsluitsels
Soms worden meerdere lassen over elkaar heen aangebracht. Bij sommige lassen zoals BMBE lassen ontstaat een slak op de las. Deze las dient na afloop van het lassen goed te worden verwijdert. Dit doet men door de slak los te bikken. Als men de las niet goed wegbikt kunnen delen van de slak in de nieuwe laslaag worden ingesloten. Deze insluitingen worden ook wel slakinsluitsels genoemd. Slakinsluitsels kunnen ook ontstaan wanneer de lasser op een verkeerde manier last.

Poederinsluitsels
Bij sommige lasprocessen wordt gebruik gemaakt van laspoeders.  Dit wordt onder andere gedaan bij onder poederdek lassen, dit lasproces wordt ook wel OP-lassen genoemd. Ook bij elektroslaklassen wordt gebruik gemaakt van laspoeders. Poederinsluitsels kunnen tijdens deze lasprocessen worden veroorzaakt als een veel te grote hoeveelheid laspoeder op de lasboog wordt gestrooid. Meestal wordt bij OP-lassen een teveel aan laspoeder opgezogen of door de OP-lasser verwijdert. Als dit niet gebeurd kan een nieuwe las die over de vorige las heen wordt aangebracht vervuild raken met poederinsluitsels. Daarom moet een lasnaad altijd goed schoon worden gemaakt als men meerdere lassen over elkaar heen aanbrengt.

Metaalinsluitsels
Het smeltbad moet tijdens het lasproces goed in de gaten worden gehouden door de lasser. De lasser dient tijdens de voorbewerking op het lassen een schone lasnaad te maken zodat het smeltbad niet vervuild kan worden. Tijdens het lassen kan het smeltbad vervuild raken met andere metalen dan het metaal dat wordt gebruikt als toevoegmateriaal en het metaal van het werkstuk. Metalen die niet goed meesmelten in het smeltbad kunnen ingesloten worden. Hierdoor ontstaan metaalinsluitsels. Deze insluitsels kunnen bijvoorbeeld koper bevatten van de koperen smeltbadondersteuning of wolfraam door het afbreken van de TIG-laselektrode.

Waarom zijn insluitsels lasfouten?
Insluitsels veranderen de structuur van de las. De las wordt op de plek van een insluitsel minder dicht en daardoor bestaat de kans op een scheur in de las als de las onder druk komt te staan. Insluitsels zijn lasfouten die de mechanische stevigheid van de las benadelen. Voor bepaalde constructies en werkstukken zijn insluitsels niet erg. Dit is bijvoorbeeld het geval bij constructies die niet zwaar belast worden of voor de sier worden gemaakt. Bij dragende constructies of constructiedelen moeten de lassen echter van perfecte kwaliteit zijn. Insluitsels mogen hierbij niet voorkomen. Daarom worden deze lassen over het algemeen gekeurd onder strenge normen. Deze gecertificeerde lassen worden regelmatig destructief of niet-destructief (NDO) gekeurd. De manier waarop een las gekeurd moet worden staat in de lasmethodebeschrijving.

Frankrijk levert geen nieuw oorlogsschip aan Rusland in 2014

Frankrijk is ver gevorderd met de bouw van een Mistral-oorlogsschip. Dit oorlogsschip zou geleverd worden aan Rusland. Op woensdag 3 september 2014 maakte de Franse president François Hollande woensdag dat de levering van het oorlogsschip echter niet doorgaat. De Franse minister noemde als reden voor de annulering de betrokkenheid van Moskou bij de crisis in het oosten van Oekraïne. Verschillende Europese en andere Westerse landen hebben Rusland sancties opgelegd op het gebied van de import en export van goederen. Op die manier proberen de Westerse landen Rusland onder druk te zetten om een andere politieke koers te kiezen. De inname van de Krim wordt door de meeste landen als een illegale gewapende actie gezien van Rusland.

Daarnaast is in het oosten van Oekraïne nog veel onrust. Westerse landen wijzen hierbij naar Rusland als medeveroorzaker van de onrust. Verder nemen ze Rusland kwalijk dat ze geen stappen onderneemt om de onrust te stoppen. Verschillende landen kiezen er nu voor om bepaalde goederen niet aan Rusland te leveren en bepaalde goederen niet van Rusland te kopen. Frankrijk heeft hierin een Duidelijke keuze gemaakt. Verschillende landen zijn het er over eens dat in ieder geval geen nieuwe wapens en wapentechnoliogieen aan Rusland moeten worden verstrekt. Dit werd ook duidelijk tijdens een grote wapenbeurs in Polen. Hierbij waren geen Russische bedrijven aanwezig die wapens ontwikkelen en produceren.

Dat er veel onrust heerst in het oosten van Europa wordt duidelijk door de wapens die ontwikkelt en verkocht worden. Veel wapens en militaire systemen die verkocht worden zijn gericht op het ontdekken en uitschakelen van vijandelijke projectielen en vliegtuigen in de lucht. Sommige Oost-Europese landen zijn bang dat de oude expansiedrift van Rusland weer opnieuw gaat beginnen. Daarom willen bepaalde landen, waaronder Polen, het liefst een NAVO-basis op hun grondgebied ter bescherming tegen Rusland. De NAVO heeft dit echter nog niet toegezegd omdat het plaatsen van een NAVO-basis in deze aangrenzende landen door Rusland kan worden gezien als een provocatie.

Reactie van Technisch Werken
Politiek en technologische ontwikkelingen gaan in grote mate samen. Nu blijkt dat de wapentechnologie zich aanpast aan de ontwikkelingen tussen Rusland en het Westen. Er worden verschillende nieuwe systemen ontwikkelt en geproduceerd. Ook in Nederland lijkt er meer geld voor defensie beschikbaar te komen. Verder zorgen de spanningen ook voor economische tegenslagen omdat bepaalde orders aan Rusland niet doorgaan. Zowel uit humanitair oogpunt als uit economisch oogpunt moet de crisis in Oost-Europa zo snel mogelijk voorbij zijn.

OESO: Nederlandse arbeidsmarkt doet het goed in 2014

Woensdag 3 september 2014 heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) de resultaten van een onderzoek gepresenteerd. Hieruit komt naar voren dat het redelijk goed gaat met de Nederlandse arbeidsmarkt. Op de arbeidsmarkt in Nederland zijn relatief veel banen beschikbaar en daarnaast kan men rekenen op een goed inkomen en een behoorlijke zekerheid aldus de resultaten van het onderzoeksrapport.

De OESO heeft de kwaliteiten van de arbeidsmarkten van verschillende lidstaten onderzocht. In totaal werd het arbeidsklimaat van 31 geïndustrialiseerde landen bekeken.  Hieruit kwam een rangschikking naar voren waarmee inzichtelijk werd gemaakt welke landen een gunstige arbeidsmarkt hebben en welke een minder gunstige arbeidsmarkt hebben. Nederland doet het in deze ranglijst goed. Alleen werknemers in Zwitserland en Noorwegen hebben meer zekerheid dan Nederlandse werknemers. Daarnaast werd het inkomen van werknemers bekeken. Als men kijkt naar de kwaliteit van het inkomen dan komen Nederlandse werknemers op de zesde plaats in de ranglijst.

Beste arbeidsmarkt
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft op basis van de verschillende beoordelingsaspecten een conclusie geformuleerd over landen de verhoudingsgewijs de beste arbeidsmarkt hebben. Hieruit komen van de 32 landen de volgende landen als beste naar voren:

  • Nederland
  • Australië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Finland, Ierland
  • Luxemburg
  • Noorwegen
  • Zweden
  • Zwitserland

De landen met een gemiddelde score op het gebied van de arbeidsmarkt zijn:

  • Frankrijk
  • België
  • Verenigde Staten
  • Groot-Brittannië

Er zijn echter ook landen die zeer slecht scoren op het gebied van de arbeidsmarkt. Deze landen zijn:

  • Spanje
  • Griekenland

Werkloosheid zal dalen volgens OESO
De OESO is positief over de ontwikkelingen in de werkgelegenheid. Volgens deze denktank zal de werkloosheid dalen. Tot en met 2015 zal de werkloosheid slechts beperkt dalen maar dat er een daling in de werkloosheid zal optreden is duidelijk. Deze positieve berichtgeving sluit aan bij de gunstige prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) van Nederland.

Reactie van Technisch Werken
De OESO is een internationale instantie die meerdere landen onderzoekt op het gebied van economische ontwikkelingen. Deze instantie kan door haar onderzoeken een goed beeld schetsen van internationale tendensen in de economie. Daarnaast kan de OESO eveneens landen met elkaar vergelijken met betrekking tot werkgelegenheid en arbeidsmarktontwikkeling. De uitkomsten van een onderzoek van de OESO zijn daarom interessant. Vooral nu Nederland uit deze onderzoeken behoorlijk gunstig naar voren komt.

Deze gunstige berichtgeving onderschrijft de positieve berichten van andere onderzoeksinstanties zoals het CPB. Desondanks zijn er nog veel sectoren in Nederland waar weinig positieve geluiden te horen zijn. Een voorbeeld hiervan is de kinderopvang. Ook in functies voor lager opgeleiden is niet echt sprake van een overschot aan vacatures. De salarissen voor lagere functies zijn ook niet bepaald gunstig te noemen. De arbeidsmarkt in Nederland doet het in verhouding tot andere landen dan weliswaar goed, toch moet ook hier veel verandert en hervormd worden om tot een optimale situatie te komen.  De vraag is of er ooit een optimale arbeidsmarkt kan worden gecreëerd.

Welke soorten scheuren kunnen ontstaan tijdens lasprocessen?

Een lasverbinding is een verbinding die permanent is. Verbindingen die doormiddel van een las tot stand worden gebracht kunnen niet eenvoudig uitelkaar worden gehaald. Doormiddel van lassen worden twee materialen in elkaar versmolten eventueel met behulp van toevoegmateriaal. Het versmelten van de materialen gebeurd doorgaans onder een hoge temperatuur. Deze temperatuur wordt doormiddel van een vlam of een elektrische lasboog op het gewenste niveau gebracht. Aan elke lasverbinding worden eisen gesteld. Bij sommige lasverbindingen zijn de eisen niet heel hoog. Dit is bijvoorbeeld het geval bij constructies die niet zwaar belast worden. Er zijn echter ook constructie die zeer zwaar belast worden bijvoorbeeld kranen in de offshore. Hiervoor zijn zeer zware eisen opgesteld.

Lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification
De eisen waaraan een lasverbinding moet voldoen staan in een lasmethodebeschrijving LMB of Welding Procedure Specification WPS. Deze beschrijvingen zijn geënt op de lasmethodekwalificatie van het desbetreffende bedrijf. In de LMB of het WPs staat duidelijk beschreven aan welke lasprocedure de lasser zich moet houden bij het maken van de las. Hierbij is aandacht voor de voorbewerking, het daadwerkelijke lassen en de nabewerking.

De voorbewerking voor het lasproces
De voorbewerking is van groot belang omdat sommige metaalsoorten voorverwarmd moeten worden in verband met het optreden van scheuren tijdens en na het lassen. Ook het snijden of slijpen van lasnaden is een belangrijk aspect van de voorbewerking. Daarnaast dient de lasnaad goed schoongemaakt te worden en dient de lasser er alles aan te doen om een goed ‘lasklimaat’ te creëren. Dit houdt in dat de lasser bij bepaalde lasprocessen moet voorkomen dat er tocht, vocht of vuil bij het smeltbad kan komen.

Het lassen
De lasser dient de lasmethode toe te passen die is voorgeschreven in de LMB of WPS. Dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, OP-lassen of  BMBE lassen zijn. Er zijn echter nog vele andere lasprocessen die in de praktijk worden gebruikt. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de juiste (bescherm)gassen en de toevoegmaterialen. Verder dient de lasser ook rekening te houden met de laspositie, de A-hoogte en het aantal lagen waarin gelast moet worden.

De nabewerking
Ook de nabewerking heeft een invloed op de kwaliteit van de las. Sommige lassen moeten zorgvuldig worden afgekoeld. Dit moet niet te snel gebeuren in verband met het ontstaan van scheuren. Daarnaast kunnen er bij bepaalde lasprocessen lasspetters ontstaan die verwijdert moeten worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij MIG/MAG lasprocessen. Bij sommige andere lasprocessen zoals BMBE lassen kan een ‘slak’ ontstaan op de las. Deze ‘slak’ dient zorgvuldig verwijdert te worden. Het verwijderen van de ‘slak’ is al helemaal belangrijk wanneer er nog een las over de bestaande las heen wordt aangebracht.

Lasfouten
Tijdens het lassen kunnen echter fouten ontstaan. Deze fouten worden ook wel lasfouten genoemd en kunnen zowel in de voorbewerking, tijdens het lassen en in de nabewerking ontstaan. Lasfouten kunnen ernstige gevolgen hebben voor de mechanische stevigheid van een constructie. Er zijn verschillende lasfouten die kunnen ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn kraters, insluitingen, randinkarteling en scheuren.

Scheurvorming tijdens het lassen
Tijdens het lassen kunnen scheuren ontstaan. Deze scheuren ontstaan waar het materiaal uit elkaar wordt getrokken. Dit uit elkaar rekken en trekken van materiaal kan onder andere gebeuren door temperatuurswisselingen. Een scheur in een lasverbinding zorgt er voor dat de kwaliteit van de las wordt aangetast. Dit is afhankelijk van de omvang van de scheur, de dikte van het materiaal en de druk die wordt uitgeoefend op de constructie. Scheuren kunnen soms worden gerepareerd door de scheur mechanisch te verwijderen doormiddel van slijpen of gutsen. Daarna dient men een nieuwe lasnaad aan te brengen en deze zorgvuldig dicht te lassen conform de lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification.

Er zijn verschillende soorten scheuren die kunnen ontstaan tijdens het lassen. De oorzaken van de scheuren zijn eveneens verschillend. Hieronder worden in een aantal alinea’s voorbeelden gegeven van soorten scheuren die kunnen ontstaat tijdens en na het lasproces.

Stollingsscheuren
Een soort scheuren die kunnen ontstaan tijden het lasproces zijn zogenoemde stollingsscheuren. Deze scheuren worden ook wel h/b scheuren genoemd. Hierbij staan de letters ‘h/b’  voor ‘hoogte’ en ‘breedte’ waarmee de verhoudingen tussen de hoogte en de breedte worden bedoelt. Deze stollingsscheuren ontstaan wanneer de hoogte van de las groter is dan de breedte van de las. Tijdens het stollen van de las kan een scheur ontstaan doordat de las langzaam van buiten naar binnen stolt. Als de las hoog is zal daardoor een groot temperatuurverschil kunnen ontstaan tussen de buitenkant van de las en de binnenkant van de las. Als er in een las verontreinigingen aanwezig zijn met een lager smeltpunt dan het lasmateriaal kunnen deze verontreinigingen naar binnen worden getrokken. Als er meerdere verontreinigingen bij elkaar in de buurt zitten kan deze plek tijdens het stollingsproces voor problemen zorgen. Door de krimpspanning of door een belasting van de constructie kan een scheur bij de verontreinigingen ontstaan. Deze scheur is echter niet altijd direct zichtbaar aan de buitenkant. De scheur kan door röntgenonderzoek worden ontdekt. Röntgenonderzoek is een variant van niet- destructief onderzoek NDO.

Waterstofscheuren
Bij harde metaallegeringen kunnen waterstofscheuren optreden. Deze scheuren ontstaan wanneer er tijdens het lassen veel waterstof in de las wordt opgenomen. De waterstofscheuren ontstaan onder andere door trekspanningen. De scheuren hoeven niet meteen te ontstaan tijdens het lassen en kunnen zelfs 48 na het afronden van het lasproces gevormd worden. Hoe waterstofscheuren precies ontstaan is nog niet helemaal bekend. Men vermoed dat waterstof diffundeert naar insluitsels en poriën en dat daar waterstofgas wordt gevormd. Dit waterstofgas zou voor grote druk zorgen waardoor materiaal uit elkaar wordt gedrukt. Waterstofscheuren kunnen worden voorkomen door lastoevoegmateriaal met weinig waterstof te gebruiken. Daarnaast dient de lasser tijdens de voorbewerking de lasnaad goed schoon te maken. in de nabewerking moet de lasser het materiaal of werkstuk nagloeien. Deze aspecten van het lasproces staan meestal in de lasmethodebeschrijving / Welding Procedure Specification.


Door warmtebehandeling kunnen spanningsvrijgloeischeuren ontstaan. Deze scheuren worden ook wel intergranulaire scheuren genoemd. Door deze scheuren ontstaat carbide-precipitatie. Het inwendige van de aanwezige korrels wordt door dit proces versterkt. Daarnaast segregeren onzuiverheden zoals S, P, Sn, As naar de grenzen van de korrel, hierdoor worden deze verzwakt. Langs de grenzen van de korrel treed de meeste vervorming op. Door deze vervorming kunnen scheuren ontstaan.

Lamellaire scheuren
Als in het lasmetaal niet-metallische insluitsels aanwezig zijn kunnen lamellaire scheuren ontstaan. Deze scheuren worden gevormd in de fabriek waar het metaal wordt vervaardigd. Tijdens het gieten van metaal in een vorm kan verontreiniging in het metaal terecht komen. Deze verontreiniging kan bijvoorbeeld een deel van de ‘slak’ zijn die bij het smeltproces van ijzer en ijzererts op het gesmolten staal drijft. Als de lasser een lasverbinding maakt op de hoogte van de verontreiniging in het metaal zal de verontreiniging door de uitwerking van de krimpspanning gaan splijten en inscheuren. Tegenwoordig wordt staal meestal vervaardigd met een continu-gietproces. Hierdoor wordt de kans op verontreinigingen beperkt en komen lamellaire scheuren bijna niet meer voor.

Wat zijn lasfouten en hoe ontstaan lasfouten?

Tijdens lassen worden verschillende materialen aan elkaar vast gesmolten. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van verschillende lasprocessen. Bekende lasprocessen zijn lassen met beklede elektrode (BMBE lassen), MIG/MAG lassen en TIG lassen. Naast deze lasprocessen zijn er nog vele andere lasprocessen die worden gebruikt in de metaaltechniek. Elk lasproces heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Bij lassen wordt gebruik gemaakt van een plasmaboog of een vlam om voldoende hitte te creëren voor het smeltbad van het lasproces. Daarnaast worden bij lassen ook bepaalde inerte en actieve gassen gebruikt. Dit verschilt echter per lasproces. Het lastoevoegmateriaal is ook een belangrijk aspect van het lasproces. Al deze verschillende aspecten worden beschreven in een lasmethodebeschrijving LMB of een Welding Procedure Specification WPS. Tijdens het lassen kunnen echter fouten ontstaan.

Lasfouten
In bovenstaande inleiding is beschreven welke factoren onder andere aan de orde kunnen komen wanneer men gaat lassen. Er zijn verschillende lasprocessen en verschillende materialen die gelast kunnen worden. Lassen wordt meestal gedaan onder hoge temperaturen. Hierdoor worden materialen zeer snel opgewarmd en koelen ze daarna weer af. Hierdoor ontstaan structuurveranderingen, krimp en spanningen. De reactie van materialen op het lasproces en het gebruikte gas is verschillend. Omdat er zoveel verschillende aspecten zijn die invloed hebben op het lasproces bestaat er een kans op fouten. Er zijn veel verschillende fouten die kunnen ontstaan, deze fouten worden ook wel lasfouten genoemd en kunnen in elk lasproces optreden.

Hoe ontstaan lasfouten?
Lasfouten ontstaan doordat de lasser in het voorbereidend werk, tijdens het lassen of in de nabehandeling foutief gehandeld heeft of gebruik heeft gemaakt van ondeugdelijke materialen en gereedschappen. Een lasser kan bijvoorbeeld het lastoestel verkeerd hebben ingesteld waardoor teveel warmte wordt ingebracht en er inbrandingen ontstaan. Ook de positie van de toorts is van groot belang. Als de toorts te ver bij het smeltbad vandaan wordt gehouden kunnen insluitingen in de las ontstaan waardoor de las aanzienlijk van minder goede kwaliteit wordt.

Veel lasfouten kunnen worden voorkomen door de lasser wanneer hij of zij de lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification goed leest en de aanwijzingen daarin nauwkeurig opvolgt. Er zijn echter ook externe factoren die de kans op lasfouten kunnen vergroten. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan vocht, tocht, wind en temperatuurwisselingen. Ook stof en ander vuil kunnen van invloed zijn op de kwaliteit van de las.

Gevolgen van lasfouten
De oorzaken van lasfouten zijn divers en de gevolgen van d lasfouten zijn eveneens verschillend. Ook de ernst van de fouten is verschillend. Lasfouten kunnen bijvoorbeeld alleen invloed hebben op het uiterlijk van de las. Door deze lasfouten kan de las minder mooi lijken maar kan de las nog wel sterk genoeg zijn. Het uiterlijk van een las kan vaak doormiddel van nabewerking worden verbetert. Hierdoor kunnen eventuele lasfouten aan het oppervlak worden weggewerkt.

Een lasfout kan echter ook grote gevolgen hebben. Een lasfout kan bijvoorbeeld ook een scheur zijn die in de las. Voorbeelden van scheuren die in een las kunnen ontstaan zijn:

  • Stollingsscheuren of h/b scheuren
  • Lamellaire scheuren
  • Spanningsvrijgloeischeuren
  • Waterstofscheuren

Een scheur in een lasverbinding zorgt er voor dat de lasverbinding minder stevig is, de kans op het doorscheuren van een lasverbinding is dan aanwezig. Vooral wanneer de las onderdeel uitmaakt van een dragende constructie brengt een scheur ernstige risico’s met zich mee voor de stevigheid van het geheel.

Opsporen van lasfouten
Er zijn verschillende methodes waarmee men lasfouten kan opsporen. Deze opsporingsmethodes kunnen worden onderverdeeld in destructief onderzoek (DO) en niet destructief onderzoek (NDO). Bij destructief onderzoeken van lasverbindingen wordt de las daadwerkelijk vernietigd. Het product of werkstuk is daardoor niet meer bruikbaar. Daarom doet men destructief onderzoek meestal op basis van steekproeven. Tijdens destructief onderzoek kan een lasverbinding bijvoorbeeld worden doorgezaagd. Hierdoor kan men de zaagsnede goed bekijken en zien of er scheuren of insluitingen aanwezig zijn. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding door het zagen compleet is verwoest en dat het werkstuk daardoor niet meer bruikbaar is.

Niet destructief onderzoek wordt tegenwoordig ook regelmatig toegepast. Hierbij wordt het werkstuk niet vernietigd. De meest eenvoudige vorm van niet destructief onderzoek is het visueel beoordelen van de las met ‘het blote oog’. Hierbij kan men onder andere letten op randinkarteling, inbrandingen en het uitzakken van de las.

Andere vormen van niet destructief onderzoek wordt met behulp van apparatuur gedaan. Hierbij kan men bijvoorbeeld gebruik maken van röntgenonderzoek of echografie. Bij röntgenonderzoek worden röntgenfoto’s gemaakt van de las en bij echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. Van de onderzoeksresultaten worden rapporten opgesteld waarmee de kwaliteit van de onderzochte las inzichtelijk kan worden gemaakt.

Er wordt in 2014 minder gebruik gemaakt van kinderopvang

De afgelopen jaren maken minder ouders gebruik van de kinderopvang. Dit heeft voor een groot deel te maken met de economische crisis. Hierdoor letten de mensen meer op de kosten. Door de werkloosheid is in veel gezinnen één van de ouders zonder werk geraakt. In sommige gezinnen zijn zelfs beide ouders zonder werk geraakt. Hierdoor passen de ouders uit kostenoverweging liever zelf op hun kinderen, de kinderopvang is dan te kostbaar. De afname in het gebruik van de kinderopvang is in 2012 begonnen volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dit bureau publiceerde maandag 1 september 2014 een rapport over de ontwikkelingen in de kinderopvang.

De arbeidsduur van moeders nam sinds 2011 af. De afname is gemiddeld 1,6 uur tussen 2011 en 2012. Ook bij vaders nam de arbeidsduur af. De bovengenoemde ontwikkelingen zorgen er voor dat er minder kinderen in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag. In 2011 kregen nog 120.000 nieuwe kinderen een kinderopvangtoeslag voor het gebruiken van de dagopvang. In 2013 was het aantal nieuwe kinderen dat gebruik maakte van de dagopvang afgenomen tot 94.000. in 2011 werd de toeslag stopgezet van 116.000 kinderen met dagopvang.

Reactie van Technisch Werken
De overheid wil dat meer ouders gaan werken desondanks zijn de kosten van de kinderopvang voor veel ouders te hoog. Hier is een taak weggelegd voor de overheid. De kinderopvang moet goedkoper of beter gezegd voordeliger worden voor ouders. Daarnaast moet de werkloosheid en de problematiek die daar mee samenhangt ook worden oplost. Het kabinet heeft hier vooralsnog geen structurele oplossingen voor geboden.