Wat zijn verschoven diensten, verschoven werktijd en verschoven uren?

In arbeidsrelaties kan er sprake zijn van verschillende soorten diensten. Veel bedrijven werken gewoon in dagdienst terwijl andere bedrijven in ploegendiensten werken. Sommige bedrijven werken echter ook met verschoven werktijd. Verschoven werktijd kan worden onderverdeeld in verschoven diensten en verschoven uren. Deze diensten vormen over het algemeen een uitzondering op het standaard rooster van de werknemer. Hieronder is beschreven wat men bedoelt met verschoven diensten en verschoven uren.

Verschoven uren
Men spreekt van verschoven uren als men buiten de normale werktijden uren gaat werken zonder dat de vastgelegde contracturen per week worden overschreden. De maximale contracturen per week zijn 40 uur. Dit wordt ook wel fulltime genoemd. Over het algemeen werkt een fulltime werknemer 8 uur per dag. Het kan echter voorkomen dat een werknemer op een bepaalde dag minder werk heeft waardoor de werknemer minder uren maakt of hoeft te maken. Op andere dagen kan echter meer drukte worden verwacht. Men kan er dan voor kiezen om de uren van een rustige dag te verschuiven naar een dag waarop meer werkzaamheden worden verwacht. In dat geval spreekt men van verschoven uren. Een voorbeeld:

Om donderdag heeft de werknemer weinig te doen en kan hij zijn werkzaamheden afronden in 7 uur. Op vrijdag wordt er meer werk verwacht en kan de werknemer 9 uur werken. Het uur van donderdag wordt dan verschoven naar de vrijdag. Dit is een verschoven uur en wordt niet beschouwd als een overwerkuur.

Door uren effectief te verschuiven kan een werknemer uiteindelijk toch de contracturen werken bij zijn of haar werkgever. De werkgever kan de inzet van de werknemer aanpassen aan de hoeveelheid werkzaamheden. Over het algemeen zijn aan werken met verschoven uren wel richtlijnen verbonden. Werknemers die met verschoven uren werken zullen tijdig op de hoogte moeten worden gebracht dat er uren gaan verschuiven. Hierover worden door de werkgever en de werknemers afspraken gemaakt. Deze worden meestal schriftelijk vastgelegd in een cao. Hierin kunnen ook vergoedingen staan die van toepassing zijn op verschoven uren.

Verschoven diensten
Als men gebruik maakt van verschoven uren verandert er over het algemeen niet veel voor de werknemer. Hij of zij zal een dag of een paar dagen meer of minder werken. Dit is anders wanneer men met verschoven diensten werkt. Hierbij wordt een complete dienst verschoven. Een werknemer die bijvoorbeeld op een bepaalde dag dienst heeft kan op die dag vrij zijn omdat zijn of haar dienst door de werkgever is verschoven naar een andere dag waarop de werknemer volgens het rooster vrij zou hebben. Werknemers die te maken kunnen krijgen met verschoven diensten moeten zeer flexibel ingesteld zijn.

Over het algemeen worden dit soort diensten toegepast in bedrijven en organisaties die sterk aan veranderingen onderhevig zijn. Een voorbeeld hiervan is de zorgsector op afdelingen waarin het de ene dag heel druk is en de andere dag minder druk. Voor verschoven diensten zijn ook afspraken vastgelegd in de cao van het bedrijf of de bedrijvensector. Hierin staan ook richtlijnen voor de minimale vergoeding die aan de werknemer moet worden verstrekt wanneer zijn of haar dienst wordt verschoven of wanneer de werknemer gedurende een bepaalde periode regelmatig in verschoven diensten werkt

Wat is de arbeidstijdenwet en wat is hierin vastgelegd?

De Arbeidstijdenwet wordt ook wel afgekort met ATW. In deze wet zijn regels vastgelegd met betrekking tot de arbeidstijden en de rusttijden voor werknemers. De Arbeidstijdenwet is gericht op het bieden van duidelijke kaders voor bedrijven en personeelsleden waardoor er veilig en gezond gewerkt kan worden. Deze doelstelling houdt een nauw verband met de doelstellingen die worden nagestreefd in de Arbeidsomstandighedenwet die ook wel de Arbowet wordt genoemd.

De Arbeidstijdenwet biedt echter ook regels die er voor moeten zorgen dat werknemers eenvoudiger werk kunnen combineren met zorgtaken en andere belangrijke verplichtingen en verantwoordelijkheden buiten hun dienstverband bij de werkgever.

De Arbeidstijdenwet is van toepassing op alle arbeidsrelaties die tussen werkgevers en werknemers worden aangegaan. Het maakt daarbij niet uit of de werknemer bij de overheid in dienst is of in het bedrijfsleven. Ook de dienstverbanden van stagiaires,  uitzendkrachten, gedetacheerden en ander tijdelijk en flexibel personeel vallen onder de wet en regelgeving van de Arbeidstijdenwet.

Waarom de Arbeidstijdenwet?
Arbeid verandert voortdurend. Er worden nieuwe machines ontwikkeld en productieprocessen worden geautomatiseerd. Bedrijven die het verleden gewoon  tussen 9:00 en 17:00 open waren draaien nu in ploegen. Met name in de procesindustrie zijn veel bedrijven volcontinue operationeel. In deze sector wordt personeel ingezet in ploegendiensten. Dit vereist veel van de fysieke en mentale gesteldheid van het personeel. Ook in andere sectoren wordt veel van de inzetbaarheid van personeel verlangd.

Regelmatig staat het bedrijfsbelang haaks op het belang en de gezondheid van het personeel. Bedrijven willen dat personeelsleden zoveel mogelijk en zo lang mogelijk ingezet worden en zo rendabel mogelijk zijn. Personeel heeft echter regelmatig rust nodig en wil daarnaast ook de mogelijkheid krijgen om werk en privé met elkaar te combineren. Deze verschillende uitgangspunten zorgden aan het begin van de twintigste eeuw voor spanningen tussen personeel en werkgevers. De werkgevers hadden meer macht dan de werknemers omdat er sprake was van werkloosheid. Daarom werd in 1919 de Arbeidswet ingevoerd.  Op 1 januari 1996 werd deze wet vervangen door de Arbeidstijdenwet oftewel de ATW.

De Arbeidstijdenwet tot april 2007
De Arbeidstijdenwet die in 1996 werd ingevoerd is de oude ATW. Deze wet was geldig tot april 2007. In oude Arbeidstijdenwet stonden wetten en regels met betrekking tot:

  • maximale arbeidsduur of arbeidstijden
  • de minimale rusttijden tussen de arbeidstijden
  • nachtarbeid en zondagsarbeid
  • pauzes en overwerken
  • oproepdiensten (consignatie).

De oude Arbeidstijdenwet benoemde standaardregelingen en een overgangsregeling. De overgangsregeling bood ruimere kaders voor werkgevers en werknemers om de arbeidstijden aan te passen. Om misbruik te voorkomen mochten de uiterste grenzen van de overgangsregeling alleen worden ingevoerd wanneer werknemers en werkgevers hierover tot overeenstemming waren gekomen. Hierover moest een collectief overleg worden gehouden. Dit cao-overleg werd tussen de werkgever en de ondernemingsraad (of een andere afvaardiging van het personeel) gehouden.

De nieuwe Arbeidstijdenwet
Sinds 1 april 2007 is de Arbeidstijdenwet aangepast. De wet is vereenvoudigd en verruimd. Door deze aanpassingen hebben de werkgevers en werknemers meer mogelijkheden gekregen om de pauzes en de arbeidsduur per week en per dag in te vullen. Ook de regels met betrekking tot nachtarbeid zijn verruimd. In de nieuwe ATW zijn de regels met betrekking tot werken op zondag niet aangepast. De nieuwe normen in de ATW zijn sinds 1 april 2007 als volgt:

  • Een werknemer mag een maximale arbeidstijd werken van 12 uur per dienst. De maximale werktijd mag 60 uur per week zijn.
  • Gedurende een periode van 4 weken mag een werknemer gemiddeld iedere week maximaal 55 uur werken. Per 16 weken mag een werknemer gemiddeld maximaal 48 uur werken.
  • Per  nachtdienst mag door de werknemer niet meer dan 10 uur arbeid worden verricht.
  • Werknemers die gemiddeld 1 of meer nachtdiensten per week draaien mogen over een periode van 16 weken geen werkweek langer dan 40 uur werken.
  • Na één nachtdienst die na 02.00 uur eindigt moet de werknemer 14 uur rusten. Dit houdt in dat hij of zij geen arbeid mag verrichten.
  • Na een reeks van 3 of meer nachtdiensten achter elkaar moet de werknemer een rusttijd van 46 uur krijgen van de werkgever.
  • Over een periode van 16 weken mag een werknemer maximaal 36 nachtdiensten draaien. Er mogen maximaal zeven nachtdiensten achter elkaar door de werknemer worden gewerkt.
  • De standaardregeling en de overlegregeling die opgenomen waren in de oude Arbeidstijdenwet zijn in de nieuwe Arbeidstijdenwet komen te vervallen. Alleen over nachtdiensten mogen door werkgevers en werknemers andere afspraken worden gemaakt. Deze afspraken dienen door cao-overleg tot stand te komen en in een cao vastgelegd te worden.

Door de nieuwe eenvoudiger Arbeidstijdenwet hebben werkgevers en werknemers ruimere kaders om de arbeidsduur aan te passen aan de processen die in bedrijven worden uitgevoerd. Door een optimale aansluiting tussen de inzetbaarheid van werknemers en de werkprocessen binnen bedrijven hoopt Nederland de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven internationaal verbeteren.