Wat is een cursus en wat zijn de kenmerken van cursussen?

Cursussen worden in Nederland door verschillende instituten aangeboden. Met een cursus wordt over het algemeen een korte leerperiode of lesperiode bedoelt waarin een bepaald lesonderwerp wordt behandelt. Een cursus kan worden afgesloten met een toets, test of examen. Op basis hiervan wordt meestal een certificaat verstrekt. De waarde van het certificaat is verschillend en is afhankelijk van het niveau van de cursus, het instituut waar de cursus wordt gegeven en andere aspecten. Een cursus die wordt gegeven voor een lange duur wordt ook wel een leergang genoemd.

Cursist
Iemand die een cursus volgt wordt een cursist genoemd. Soms wordt de naam cursist ook wel gebruikt voor deelnemers aan volwassenenonderwijs. Dit is echter onjuist omdat mensen die een mbo-opleiding in volwassenenonderwijs deelnemers worden genoemd. Cursisten kunnen in verschillende leeftijdscategorieën vallen. Dit is onder andere afhankelijk van het niveau van de cursus

Niveau
Het niveau van een cursus kan verschillen. Er zijn cursussen op lbo, mbo en hbo niveau. Daarnaast zijn er ook nog cursussen op universitair of master-niveau. Het niveau van de cursus wordt meestal door de opleidingsinstelling bekend gemaakt bij de cursusomschrijving. Bij de cursusomschrijving wordt vaak ook duidelijk welke opleidingsrichting of vooropleiding een cursist nodig heeft.

Vooropleiding
Voor sommige cursussen is een bepaalde vooropleiding gewenst of zelfs noodzakelijk. Dit heeft niet alleen te maken met het niveau van de cursus. Een vooropleiding kan ook worden gewenst omdat de cursus in een bepaalde vakrichting wordt gehouden. Iemand dient daarvoor over een relevant kennisniveau over een bepaalde richting te beschikken. Iemand die bijvoorbeeld een technische cursus wil volgen op het gebied van elektrotechniek moet daarvoor meestal aantoonbaar over elektrotechnische kennis beschikken. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond met een diploma van een opleiding elektrotechniek.

Cursuslocatie
Een cursus kan op verschillende locaties worden gehouden. Er zijn cursussen die thuis gevolgd kunnen worden via een computer in een digitale leeromgeving. Daarnaast zijn er cursussen die worden gehouden op opleidingsinstituten. Soms kiezen bedrijven er voor om cursussen te houden binnen het bedrijf. Deze keuze kan een bedrijf maken op basis van kostenbesparing en uit logistieke overwegingen. De werknemers die de cursus moeten volgen hoeven dan niet elders de cursus te volgen. Dit spaart reiskosten en daarnaast hoeft de opleidingsinstelling niet te worden betaald voor het gebruik van hun ruimte.

Bij een technische cursus of een veiligheidscursus is het soms ook uit praktische overwegingen verstandig om een cursus binnen het bedrijf te volgen. Dan kan namelijk gebruik worden gemaakt van de gereedschappen en apparatuur van het bedrijf. In dat geval gaat een opleider of trainer naar het bedrijf toe en maakt hij of zij gebruik van de middelen van het bedrijf.

Praktijk
In sommige gevallen moet ook in de praktijk geoefend worden. Hiervoor worden dan praktijklessen gegeven aan de cursist. Deze praktijklessen worden in een praktijkruimte gegeven op de werkplek of in een praktijkruimte van een opleidingsinstituut. In de praktijkruimte worden werkzaamheden en vaardigheden aangeleerd en praktijksituaties nagebootst. Voorbeelden van praktijklessen en praktijkcursussen zijn lassen, EHBO, veilig hijsen en veilig werken met een vorkheftruck.

Wat is een dienstbetrekking en wanneer spreekt men van een dienstbetrekking?

In het arbeidsrecht in Nederland worden verschillende begrippen gebruikt. Een begrip dat onder andere aan de orde komt in het arbeidsrecht is het begrip ‘dienstbetrekking’. Dit begrip komt ook aan de orde in het fiscale recht en wordt daar met name gebruikt in het kader van de loon belasting.

Wanneer is er sprake van dienstbetrekking?
Als men wil spreken van een dienstbetrekking moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De volgende voorwaarden zijn hiervoor van toepassing.

  1. De werknemer moet persoonlijk de arbeid verrichten. Het moet hierbij dus niet gaan om werkzaamheden die redelijkerwijs ook door anderen kunnen worden verricht.
  2. De werkgever betaald loon aan de werknemer. Dit loon kan op verschillende manieren worden uitbetaald en kan zowel loon in geld zijn als loon in natura. Ook andere beloningssystemen kunnen worden gebruikt. Vrijwilligerswerk waarbij geen loon of salaris wordt uitgekeerd valt niet onder een dienstbetrekking.
  3. Als men van een dienstbetrekking wil spreken moet er ook sprake zijn van een gezagsverhouding tussen de werknemer en werkgever.

Bovenstaande voorwaarden zijn van toepassing op een dienstbetrekking. Een dienstbetrekking is een arbeidsverhouding die gebaseerd is op een arbeidsovereenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen een werkgever en een werknemer. In artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek is de arbeidsovereenkomst juridisch beschreven.

Uitzendbranche moet vanaf 2014 meer betrokken worden bij onderwijs

Het is van groot belang dat de opleidingen die door Nederlandse opleidingsinstituten worden aangeboden van voldoende niveau zijn en daarnaast goed aansluiting bieden op de arbeidsmarkt. Het onderwijs moet daarom een goed beeld hebben van de wensen van de arbeidsmarkt. Uitzendbureaus spelen een zeer actieve rol op de arbeidsmarkt. Daarom zijn uitzendbureaus een interessante partner voor opleidingsinstituten.

Donderdag 28 augustus 2014 benoemde Mirjam Sterk de ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid dat uitzendbureaus bij het onderwijs betrokken moeten worden. Volgens haar kunnen uitzendorganisaties uit de uitzendbranche hun kennis goed delen met docenten en leerlingen. Dit zou er voor kunnen zorgen dat opleidingen een betere aansluiting bieden op de arbeidsmarkt.

Ondersteuning vanuit de uitzendbranche
De uitzendbranche kan het onderwijs op verschillende manieren ondersteunen. Mirjam Sterk noemt hiervoor een aantal voorbeelden. Een voorbeeld is het bieden van lessen door uitzendbureaus over sollicitatie en loopbaanoriëntatie. Ook bij de begeleiding van leerlingen bij een studiekeuzen kunnen uitzendbureaus volgens haar een bijdrage leveren. Dit is ook het geval bij het bieden van sollicitatietrainingen en het maken van een CV.

Studiekeuzebegeleiding door uitzendbureaus
Volgens Mirjam Sterk is vooral begeleiding bij de studiekeuze belangrijk. Ongeveer de helft van alle leerlingen die een MBO-opleiding volgen valt in het eerste jaar uit. Dit is in veel gevallen te wijten aan een verkeerd beeld van de opleiding. Een verkeerde studiekeuze zorgt voor veel tijdsverlies voor de leerling. Daarnaast is het ook financieel on aantrekkelijk voor de leerling. Een niet afgeronde opleiding staat daarnaast slecht op het cv. Daarom moet uitval op opleidingen worden voorkomen. Dit voorkomen van uitval begint al bij een goede studiekeuze. Uitzendbureaus weten goed wat er op de arbeidsmarkt speelt daarom kunnen ze een goed advies geven over de opleidingen die voor bedrijven interessant zijn. Bedrijven die in hun functieprofielen bepaalde opleidingen hebben neergezet, maken duidelijk aan welke kandidaten ze behoefte hebben. Deze gewenste opleidingen vormen een waardevolle informatiebron die kan helpen bij een studiekeuze. De studiekeuze kan dan worden afgestemd op de behoeften van bedrijven. Door hier rekening mee te houden vergroot de leerling zijn of haar kans op werk. Uitzendbureaus hebben een goed beeld van de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt omdat vraag en aanbod met betrekking tot personeel bij deze bureaus samenkomt.

Studiekeuzebegeleiding door scholen
Scholen begeleiden op dit moment leerlingen onvoldoende voor op het bedrijfsleven aldus Mirjam Sterk. De focus van veel scholen is volgens haar vooral gericht op het “binnen boord” houden van de leerlingen zodat ze niet uitvallen. Ook hebben scholen veel aandacht voor de prestaties van de leerlingen en de studievoortgang. Deze aandacht moet ook gericht worden aan de werkzaamheden en loopbaanperspectieven van de leerling na het afronden van de opleiding. De uitzendbranche zo scholen op dit gebied goed kunnen ondersteunen volgens Mirjam Sterk.

Reactie van Technisch Werken
Het is verstandig om uitzendbureaus in te zetten bij studiekeuzebegeleiding. Niet elke intercedent heeft de geschikte opleiding voor studiekeuzebegeleiding maar kan altijd een beeld schetsen van het bedrijfsleven en de mogelijkheden die daarin aanwezig zijn. Bij uitzendbureaus zijn meestal ook intercedenten aanwezig die zich bezig houden met het bieden van adviezen over omscholing en bijscholing van detacheringspersoneel en uitzendkrachten. Deze opleidingsspecialisten of opleidingscoördinators weten vaak goed wat er gevraagd wordt in het bedrijfsleven. Daarom kunnen ze op scholen een belangrijke bijdrage leveren aan de studiekeuzebegeleiding van leerlingen. Daarnaast is de samenwerking met opleidingsinstituten ook interessant voor uitzendbureaus omdat leerlingen die een opleiding hebben afgerond vaak via een uitzendbureau aan het werk kunnen komen. Niet alleen leerlingen vergroten door deze samenwerking hun netwerk, uitzendbureaus vergoten hun netwerk ook.

Wat is zijn bedrijfswagens en bedrijfsauto’s?

Bedrijfswagens of bedrijfsauto’s zijn motorvoertuigen die van de werkgever zijn of door de werkgever via een derde partij worden aangewend om aan de werknemer beschikbaar te stellen voor de uitoefening van zijn of haar functie. De bedrijfswagen of bedrijfsauto wordt door de werkgever onder bepaalde voorwaarden beschikbaar gesteld aan het personeel. Deze voorwaarden woorden door de werkgever mondeling besproken en indien nodig schriftelijk vastgelegd. Meestal gaan de voorwaarden met betrekking tot het gebruik van een bedrijfsauto over schade, brandstof en het doel of de doelen waarvoor de bedrijfsauto ingezet kan worden door de werknemer. Soms mag een bedrijfsauto gebruikt worden voor woon-werk verkeer en/of voor privé kilometers. Het kan echter ook zijn dat een bedrijfsauto alleen gebruikt kan worden voor kilometers die voor het bedrijf worden gereden. De voorwaarwaarden waaronder een bedrijfsauto ter beschikking wordt gesteld verschillen per bedrijf.

Definitie bedrijfsauto
Voor de term ‘bedrijfsauto’ kunnen verschillende definities worden genoemd. De meest algemene definitie voor bedrijfsauto is: “een auto die door het bedrijf beschikbaar wordt gesteld aan personeel met het doel werkzaamheden voor het bedrijf uit te voeren en werknemers vervoer te bieden tussen de verschillende werklocaties”.

Er is echter ook een wettelijke definitie die gehanteerd wordt voor bedrijfsauto, deze definitie is als volgt: “Een voertuig van de voertuigcategorie N, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig met beperkte snelheid; in ieder geval wordt als bedrijfsauto aangemerkt een voertuig dat blijkens het afgegeven kentekenbewijs een bedrijfsauto is.”

Soorten bedrijfsauto’s
Als men bovenstaande definities hanteert kan men de conclusie trekken dat er zeer veel verschillende auto’s onder de categorie bedrijfsauto en bedrijfswagen vallen. Dit kunnen zowel lichte bedrijfswagens zijn als zware bedrijfswagens. De opslagruimte van bedrijfswagens kan verschillen. Sommige bedrijfswagens hebben een grote laadruimte en andere bedrijfswagens hebben slechts een kleine opslagruimte. Bestelbusjes,  kleine en grote vrachtwagens kunnen worden ingezet als bedrijfswagens. Ook een opleggertrekkend voertuig of een aanhangwagen trekkend voertuig kannen door een bedrijf beschikbaar worden gesteld als bedrijfswagen. Gepantserde voertuigen kunnen eveneens in bepaalde sectoren als bedrijfsauto ongezet worden. Op bedrijfswagens wordt vaak de naam en/of het logo aangebracht van het bedrijf die de bedrijfswagen beschikbaar stelt aan de werknemers.

Wat leer je op de opleiding Bedrijfsautotechnicus BAT?

Veel bedrijven maken gebruik van bedrijfsauto’s of zijn zelfs in grote mate afhankelijk van het gebruik van bedrijfswagens. Hierbij kan gedacht worden aan truckdealers, transportbedrijven en pakketbezorgers. Deze bedrijven verspreiden goederen en producten naar verschillende adressen met behulp van bedrijfswagens. Er zijn echter nog veel meer bedrijven die gebruik maken van bedrijfswagens. Zo maken servicemonteurs in de machinebouw en installatietechniek ook gebruik van bedrijfswagens om klanten te bezoeken en daar reparaties te verrichten. Ook niet commerciële instellingen zoals ziekenhuizen, de politie en de brandweer maken gebruik van bedrijfswagens met speciale apparatuur. Deze bedrijfswagens of bedrijfsauto’s moeten echter worden gebrouwd, onderhouden en gerepareerd. Daarvoor zijn specialisten nodig, de bedrijfswagentechnici. Voordat iemand echter een bedrijfswagentechnicus is moet hij of zij daarvoor een gedegen opleiding hebben gevolgd. De Bedrijfsautotechnicus BAT is één van de opleidingen die hiervoor uitermate geschikt is.

Inhoud opleiding Bedrijfsautotechnicus BAT
Op de opleiding Bedrijfsautotechnicus BAT leert een deelnemer verschillende aspecten van bedrijfswagens/ bedrijfsauto’s. De BAT is een mbo opleiding waarin een deelnemer leer reparaties uit te voeren aan bedrijfswagens. Hierbij kan gedacht worden aan het vervangen van onderdelen en het controleren van de werking van bepaalde onderdelen van de bedrijfswagen. Zo leert de deelnemer banden en uitlaten vervangen. Het repareren van motoren en de brandstofvoorziening naar de motoren toe komt eveneens aan de orde. Naarmate de deelnemer verder in de opleiding doorleert zal hij of zij ook te maken krijgen met complexe storingen in de systemen die aanwezig zijn in bedrijfswagens. In de opleiding BAT zit een duidelijke opbouw van eenvoudige naar complexere werkzaamheden aan bedrijfswagens. Dit wordt duidelijk in de verschillende niveaus van de opleiding. Deze zijn in de volgende alinea’s beschreven.

Bedrijfsautotechnicus BAT niveau 2
Mbo bedrijfswagentechnicus niveau 2 leidt deelnemers op tot assistent monteur bedrijfsauto’s. Deelnemers die de opleiding op dit niveau volgen leren hoe ze eenvoudige reparaties aan bedrijfswagens kunnen uitvoeren. Ook het controleren en vervangen van onderdelen wordt geleerd. Bedrijfswagentechnici met BAT niveau 2 kunnen tevens worden ingezet als assistent bij keuringen en inspecties aan bedrijfswagens waaronder trucks.

Bedrijfsautotechnicus BAT niveau 3
Niveau 3 van de opleiding Bedrijfsautotechnicus BAT leidt deelnemers op tot Eerste Bedrijfsautotechnicus. Een Eerste Bedrijfsautotechnicus voert diverse werkzaamheden uit aan bedrijfswagens. Hij of zij heeft meer kennis dan een bedrijfswagentechnicus niveau 2 en mag daardoor zelfstandiger aan de slag met onderhoudsbeurten en reparaties. Een Eerste Bedrijfsautotechnicus is bedreven in het zoeken en opsporen van storingen en het effectief verhelpen daarvan. Daarnaast kan hij of zij ook aanpassingen aanbrengen in bedrijfswagens en accessoires monteren. Een Eerste Bedrijfsautotechnicus heeft ook een belangrijke rol in het contact met klanten en chauffeurs. Hierbij zal de monteur informatie moeten uitwisselen over technische aspecten met betrekking tot de reparatie en het onderhoud van bedrijfswagens. Ook kan een Eerste Bedrijfsautotechnicus in de praktijk worden ingezet als coördinator op de werkvloer voor stagiaires en leerling monteurs. Als dat gebeurd is de Eerste Bedrijfsautotechnicus de eindverantwoordelijke voor de werkzaamheden die door deze minder ervaren monteurs worden uitgevoerd.

Bedrijfsautotechnicus BAT niveau 4
Een deelnemer die de opleiding Bedrijfsautotechnicus BAT helemaal heeft behaald beschikt over een mbo-diploma niveau 4. In het laatste jaar van deze opleiding leert de deelnemer complexe diagnoses te stellen en ingewikkelde reparaties uit te voeren aan bedrijfswagens. In dit jaar wordt de deelnemer opgeleid tot Technisch Specialist Bedrijfsauto’s. Vooral het zoeken naar storingen is een belangrijk aspect van de functie Technisch Specialist Bedrijfsauto’s. Hierbij worden niet alleen mechanische storingen opgezocht en verholpen ook complexe storingen in commu­nicatie- en regelsystemen in bedrijfsauto’s worden vakkundig opgelost. Een Technisch Specialist Bedrijfsauto’s vormt door zijn of haar kennis en ervaring een aanspreekpunt voor collega’s en klanten. Daarnaast wisselt deze specialist ook kennis en technische informatie uit met externe leveranciers en specialisten.

Waar werken bedrijfsautotechnici?
Mensen die de opleiding mbo Bedrijfsautotechnicus BAT hebben gehaald kunnen bij verschillende bedrijven aan de slag. Over het algemeen werken deze personeelsleden bij universele bedrijfsautobedrijven en truckdealers. Ook bij specialistische bedrijfswagenbouwers kunnen ze aan de slag. Hierbij kan gedacht worden aan ambulancebouwers en bedrijven die brandweerwagens assembleren en in deze wagens specialistische apparatuur inbouwen. Ook bij defensie werken bedrijfsautotechnici aan verschillende gepantserde en niet-gepantserde voertuigen.

Verkoop diesel en lpg is gedaald in eerste half jaar 2014

Er wordt de laatste tijd minder fossiele brandstof verkocht in Nederland. In de eerste zes maanden van 2014 was de verkoop van diesel met  200 miljoen liter gedaald ten opzichte van het eerste half jaar van 2013. De maand juni van 2014 was de slechtste verkoopmaand van diesel sinds de maand augustus in 2003. In juli 2014 werd 530 miljoen liter verkocht. Ook de verkoop van lpg is gedaald in het eerste half jaar van 2014. De daling in de verkoopcijfers van deze brandstof is bijna twintig procent. Deze verkoopgegevens werden dinsdag 26 augustus 2014 bekend gemaakt door de brancheorganisatie Bovag dinsdag. De Bovag baseert haar cijfers op basis van publicaties van het CBS.

Verkoop fossiele brandstof daalt verder
De Bovag noemt de accijnsverhogingen de belangrijkste oorzaak voor de daling van de verkoop in fossiele brandstof. Deze accijnsverhogingen zijn ingegaan op 1 januari 2014. De Bovag en BETA verwachten dat in het laatste half jaar van 2014 de brandstofverkoop nog verder daalt. In totaal zou de daling in de dieselafzet en de lpg-afzet volgens deze organisaties 610 miljoen liter zijn. de totalen dieselafzet zal in 2014 ongeveer 6,76 miljard liter zijn. Dit is bijna 508 miljoen liter minder dan in 2013. Voor lpg verwachten de organisaties een afzet van 398 miljoen liter. In 2013 was de afzet voor deze brandstof nog 500 miljoen liter.

Tanken over de grens
De Bovag maakt zich zorgen over de hoge dieselprijs in Nederland. Veel transporteurs kiezen er voor om hun vrachtwagens en bedrijfswagens buiten de grens van Nederland vol te tanken. Ook particulieren uit Duitsland en België komen minder vaak bij Nederlandse pompstations om hun auto vol te tanken. De Nederlandse grenspompen merken hiervan de gevolgen. Bij deze pompstations wordt minder brandstof verkocht en daardoor komt er ook minder accijns binnen. Dit heeft gevolgen voor de inkomsten van de Nederlandse overheid. Het Nederlandse kabinet heeft 280 miljoen euro extra begroot op basis van de verhoogde accijns op lpg en diesel. De Bovag verwacht juist dat de verhoging van de accijns een averechts effect heeft. Er wordt juist een min verwacht van 3 miljoen euro.

Reactie van Technisch Werken
De daling in de verkoop van diesel en lpg zou gemakkelijk als een positief bericht kunnen worden beschouwd. Immers een daling in het gebruik van fossiele brandstoffen zou gunstig zijn voor de reductie van CO2 uitstoot. Dit is echter een vertekenend beeld. Het blijkt dat de accijnsverhoging er toe leid dat mensen vooral over de grens gaan tanken als ze daarvoor de kans krijgen. De daadwerkelijke verkoop van fossiele brandstoffen zal wel iets afnemen in Nederland maar die afname is vermoedelijk niet heel groot. Het is moeilijk om exacte cijfers te publiceren omdat de verkoop zich vooral verplaatst naar locaties over de grens.

De brandstofprijzen zijn altijd afhankelijk van de politiek. De politiek heeft invloed op de prijs en daarbij hoeft men niet alleen te denken aan accijns. Ook de ontwikkelingen in het Midden-Oosten zijn van invloed. Hier zijn grote olievoorraden aanwezig. Deze olievoorraden bevinden zich echter dikwijls in crisisgebieden en vormen een belangrijk aspect in gewapende conflicten.  De afhankelijkheid van het Westen ten opzichte van het instabiele Midden-Oosten maakt duidelijk dat er moet worden gezocht naar alternatieve brandstoffen.

Economie stagneert in juni en juli 2014 aldus CBS

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) melde maandag 25 augustus 2014 dat de economie in Nederland nauwelijks verandert. Volgens het onderzoeksbureau is het conjunctuurbeeld van de Nederlandse economie in de maanden juni en juli niet of bijna niet gewijzigd. Het economische herstel in Nederland laat daardoor langer op zich wachten. Volgens het CBS ging het in de maand juli wel wat beter met het terugdringen van de werkloosheid. Ook het aantal faillissementen nam af. Met de productie en de uitvoer van goederen gaat het echter niet goed genoeg. Als men alle economische ontwikkelingen in de verschillende sectoren naast elkaar neerlegt houden ze elkaar bijna in evenwicht.

Reactie van Technisch Werken
De consumenten in Nederland worden voorzichtiger. Dit vertrouwen is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen in eigen land en de ontwikkelingen in omringende landen. Europa en Rusland leven op dit moment op ‘gespannen voet’ met elkaar. De expansiedrift van Rusland staat haaks op het Europese beleid dat elk land tot zijn recht moet komen. Rusland en Europa hebben elkaar op het gebied van handel echt nodig. Russische consumenten merken dat er nu bepaalde goederen Rusland niet meer in komen en bedrijven in Westerse landen zien hun omzet dalen omdat ze Rusland niet meer als afzet gebied hebben. Op dit moment zijn er nog geen concrete oplossingen. Wel ontstaat er langzamerhand een besef dat landen gezamenlijk voor een oplossing moeten zorgen. Een isolement is voor geen enkel land een gunstige positie ook niet voor Rusland. Nu is het nog wachten op een concrete oplossing.

Ondertussen wacht de bevolking af. Consumenten kijken ook naar het Midden-Oosten waar de grote olievoorraden liggen. Deze voorraden zijn van groot belang voor Westerse bedrijven en de auto-industrie. De brandstofprijzen worden in belangrijke mate bepaald door de prijs van olie. Als de olieprijs stijgt raken consumenten meer geld kwijt. Ook de transportsector zal daarvan dan de gevolgen merken. Deze sector is ook van groot belang voor de economie van Nederland.

Wat zijn messing knelkoppelingen en waar worden deze toegepast?

Knelkoppelingen worden ook wel knelfittingen genoemd. Deze koppelingen of fittingen worden gebruikt om gasleidingen en waterleidingbuizen aan elkaar te verbinden. Een koppeling of fitting is een uitneembare verbinding die wordt aangebracht zonder te lassen of te solderen. Knelkoppelingen worden veel in de installatietechniek gebruikt.

Waaruit bestaat een knelkoppeling?
Een knelkoppeling bestaat uit een aantal onderdelen.  Een deel van de knelkoppeling is een moer waarin binnenschroefdraad is aangebracht. Deze moer wordt om de buisvormige koppeling geschoven. Daarnaast is er een binnenring die aan twee kanten conisch loopt. Een knelkoppeling bevat één binnenring en twee moeren. De onderdelen van een knelkoppeling zijn van messing gemaakt. Eventueel kan men teflontape gebruiken tussen het schroefdraad zodat de knelkoppeling goed stevig dicht zit en er geen water meer uit de koppeling kan lekken.

Hoe wordt een knelkoppeling gemaakt?
De moer, de koppeling en de binnenring worden alledie om de buis heen geschoven. De buis wordt dus in de knelkoppelingonderdelen zelf geschoven. De buitenzijde van de koppeling bevat buitenschroefdraad en de moeren bevatten  binnenschroefdraad. Aan twee kanten van de koppeling worden de moeren aangedraait.  Als men de moeren rondom de koppeling  aandraait gaat de binnenring knellen tegen de buis. De binnenring snijd tijdens dit knellen in de wand van de koperen buis of stalen pijp. Hierdoor ontstaat een stevige knelverbinding.

Verschillende koppelingsstukken
De meest eenvoudige koppeling is een rechte koppeling die twee buizen of pijpen horizontaal in elkaars verlengde met elkaar verbind. Er zijn echter ook andere knelkoppelingen in bijvoorbeeld een hoek of in een T-stuk. Daarnaast zijn er ook verschillende diameters voor knelkoppelingen. Gangbare diameters zijn:  10, 12, 15, 22, 28 en 35 mm. De diameters 28 en 35 mm zijn dusdanig groot dat ze meestal niet bij een gangbare bouwmarkt verkrijgbaar zijn. Verder maakt men ook wel gebruik van verloopstukken om een bredere diameter te laten verlopen naar een kleinere diameter of andersom.

Van wat voor materiaal is een waterleiding gemaakt?

Waterleidingen worden aangelegd voor het transporteren van water. Over het algemeen bedoelt men met waterleidingen de waterleidingen die specifiek voor het transporteren van drinkwater zijn aangelegd. De drinkwaterleidingen bevinden zich in de grond, onder de vloer maar ook in woningen en utiliteit. Omdat waterleidingen drinkwater transporteren is het belangrijk dat het water zuiver blijft zodat mensen het zonder gezondheidsrisico’s kunnen drinken. In Nederland is voor het waarborgen van de kwaliteit en veiligheid van drinkwatervoorzieningen een speciale wet en een besluit opgesteld. Dit zijn de Waterleidingwet en het Waterleidingbesluit. Daarnaast is er de Kaderrichtlijn Water voor de drinkwaterbronnen.

Materialen voor waterleidingen
Waterleidingen kunnen gemaakt worden van verschillende materialen. Door de jaren heen zijn steeds weer nieuwe materialen ingevoerd. Voorbeelden van materialen die werden gebruikt zijn lood en asbestcement. Deze materialen mogen nu echter niet meer worden toegepast. Gegalvaniseerd staal werd ook wel toegepast maar tegenwoordig kiest men steeds vaker voor andere materialen. Verder gebruikte men vroeger ook veel koper voor de aanleg van waterleidingen. Tegenwoordig past men vooral kunststoffen toe zoals polyetheen (PE) en polyvinylchloride (PVC). In de volgende alinea’s is meer informatie weergegeven over de materialen die werden en worden gebruikt voor de vervaardiging van waterleidingen

Waterleidingen gemaakt van lood
Lood werd vroeger wel gebruikt voor waterleidingen. Tegenwoordig wordt lood echter niet meer gebruikt voor dit doel. Soms zijn in oude huizen en gebouwen nog loden leidingen aanwezig. De term loodgieter heeft zijn oorsprong uit de tijd dat men lood nog toepaste in de installatietechniek voor waterleidingen.

Lood gebruikt men niet meer voor waterleidingen omdat het materiaal gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Lood is een metaal dat langzaam oplost in water. Als water stilstaat in deze waterleidingen zal het loodgehalte in het water toe nemen. Ook kunnen er kleine deeltjes van de loden leiding loslaten en worden meegevoerd in het drinkwater. Dit gebeurd vooral als er in de leiding sprake is van snelle drukwisselingen. Hierdoor worden de deeltjes los gestoten van de leiding. Als men het water drinkt uit deze leidingen loopt men de kans op loodvergiftiging. Daarom liet men vroeger eerst even water uit de kraan lopen alvorens men daadwerkelijk het drinkwater ging opdrinken.

Tegenwoordig is er veel aandacht voor veiligheid en gezondheid. De gezondheidsrisico’s zijn beter bekend en daarnaast zijn er ook nieuwe materialen ontwikkelt waardoor het gebruik van lood voor waterleidingen niet meer nodig is en beter vervangen kan worden door andere materialen zoals kunststoffen. Lood is overigens niet alleen minder gezond, het is ook nog eens veel kostbaarder en duurder dan kunststof. Geen wonder dat lood niet meer mag gebruikt worden.

Waterleidingen van gegalvaniseerd staal
De loden waterleidingen werden in het verleden vervangen door leidingen die gemaakt zijn van gegalvaniseerd staal. Leidingen van gegalvaniseerd staal zijn stijver en vormvaster dan loden leidingen. Gegalvaniseerde leidingen zijn gemaakt van staal met een beschermend laagje zink er overheen. Dit zinklaagje zorgt er voor dat het staal onder de zinklaag niet gaat roesten. Gegalvaniseerde leidingen worden aan elkaar bevestigd door koppelstukken die een schroefdraadverbinding bevatten. Deze leidingen zijn minder duur in aanschaf dan leidingen die gemaakt zijn van koper en lood. Daarnaast zijn gegalvaniseerde leidingen robuust en sterk. Het plaatsen van gegalvaniseerde leidingen is echter wel kostbaar omdat een installatiemonteur veel werk moet verrichten met de schroefdraadverbindingen. Daarnaast zijn de leidingen vanwege de stijfheid en robuustheid minder nauwkeurig toe te passen en kan men het leidingnetwerk minder goed uitbreiden nadat het eenmaal is aangebracht. Ook in het gebruik van gegalvaniseerd staal in waterleidingen kunnen op den duur problemen ontstaan. Zo kan er oxide vormen vanuit het zink waardoor de leiding nauwer wordt.  Indien het zinklaagje is afgebroken of afgesleten kan er ook roest ontstaan waardoor de mechanische eigenschappen van de leidingen aanzienlijk achteruit gaan.

Waterleidingen van koper
Koper is een materiaal met gunstige eigenschappen. Dit metaal is redelijk flexibel en kan men daardoor goed in verschillende bochten buigen. Doormiddel van messing knelkoppelingen kan met koperen leidingen aan elkaar bevestigingen. Daarnaast kan men koperen leidingen ook solderen. Hierbij maakt men gebruik van zogenoemde soldeerfittingen en soldeertin. Dit soldeertin mag voor drinkwaterleidingen echter geen lood bevatten. Koper is echter wel kostbaar materiaal waardoor men over het algemeen toch voor andere materialen kiest zoals hieronder is beschreven.

Kunststof waterleidingen
Kunststof is al jaren populair in de bouw. Verschillende materialen zijn door de jaren heen door kunststoffen vervangen. Hierbij kan men denken aan houten kozijnen, boeidelen maar ook aan leidingen. Kunststof leidingen worden over het algemeen gemaakt van polyvinylchloride (PVC) en polyetheen (PE). Deze leidingen zijn niet heel kostbaar in aanschaf en daarnaast kunnen ze redelijk eenvoudig aan elkaar worden bevestigd. Kunststof waterleidingen worden onder andere doormiddel van spiegellassen aan elkaar verbonden. Hierbij worden de uiteinden van de kunststof leiding tegen een gloeiende plaat aan gedrukt. Deze gloeiende plaat wordt ook wel een spiegel genoemd vandaar de naam spiegellassen. De gloeiende plaat zorgt er voor dat de uiteinden van de kunststof leidingen gaan smelten. Als men deze gesmolten uiteinden tegen elkaar aan drukt ontstaat een verbinding na het uitharden van het gesmolten kunststof. De uiteinden van kunststof leidingen worden ook wel stuiken genoemd vandaar dat de benaming stuiklassen ook wel wordt gebruikt voor dit verbindingsproces. Deze verbinding is echter niet uitneembaar. Kunststof leidingen worden ook wel met bepaalde lijmen aan elkaar bevestigd.

Werkloosheid daalde in juli 2014

In de maand juli is de werkloosheid in Nederland gedaald. Dit is de derde maand dat er sprake is van een daling van de werkloosheid. Dit bericht werd donderdag 21 augustus 2014 naar buiten gebracht door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de maand juli van 2014 was de werkloosheid nog 8,4 procent. In juli is dit percentage gedaald tot 8,2 procent. Het totaal aantal werklozen is hierdoor in juli afgenomen met 12.000 personen.

Door de seizoensinvloeden wil de werkloosheid wisselen tussen de maanden en kwartalen in een jaar daarom wordt vaak een voor seizoensinvloeden gecorrigeerde werkloosheid weergegeven. Deze werkloosheid kwam in de maand juli op 645.000 personen. De afgelopen maanden is de werkloosheid voortdurend afgenomen. Gemiddeld nam de werkloosheid met 14.000 personen af per maand.

De beroepsbevolking in Nederland neemt ook af. Ten opzichte van 2013 is het aantal werklozen afgenomen met ongeveer 50.000 en daarnaast is ook het percentage werkzame mensen afgenomen met 50.000. In totaal is de beroepsbevolking gedaald met meer dan 100.000 mensen. In de maanden tussen november 2013 en maart 2014 hebben verhoudingsgewijs veel mensen zich van de arbeidsmarkt terug getrokken.

Reactie van Technisch Werken
De werkgelegenheid trekt aan daarnaast trekken ook steeds meer mensen zich terug van de arbeidsmarkt. Deze ontwikkelingen zorgen er voor dat er gunstiger cijfers ontstaan over de werkloosheid. Er is echter ook nog een deel van de bevolking die wel graag aan het werk wil maar niet bekend is als werkzoekenden. Hierbij kan men denken aan herintreders die graag willen werken maar momenteel nog niet hoeven te werken omdat er een andere kostwinnaar is in het gezin waardoor er geen aanspraak wordt gemaakt op een uitkering.

Verplicht solliciteren is daardoor in veel gevallen niet nodig. Er zijn nog altijd meer werkzoekenden dan beschikbare vacatures. Daarnaast is er niet altijd overeenstemming tussen de cv’s van de werkzoekenden en de beschikbare vacatures. Met name in de techniek wordt veel specialistisch personeel gevraagd. Dit specialistisch personeel is meestal niet beschikbaar of moeilijk te vinden. Bureaus die gericht zijn op technisch recruitment leveren daarom aan veel bedrijven een bijdrage op het gebied van het werven en selecteren van technische specialisten voor functies bij hun opdrachtgevers.

Wat is afmonteren in de elektrotechniek?

Afmontage is de laatste fase van de werkzaamheden die een elektromonteur uitvoert. De elektromonteur kan pas met het afmonteren beginnen als alle buizen definitief zijn geplaatst. Bij de weggewerkte buizen is het stucwerk in het ruw reeds afgerond. Daarnaast zijn de installatiedraden ook getrokken in de installatiebuizen door gebruik te maken van een trekveer. De installatiedraden komen door het draden trekken uit in lasdozen, wandcontactdozen en centraaldozen. In deze aansluitpunten bevindt zich meestal een aarddraad en één of meerdere fasedraden en nuldraden. Ook kunnen schakeldraden aanwezig zijn. Pas als al deze draden zijn getrokken kan men met het afmonteren beginnen.

Hoe wordt afmonteren uitgevoerd in de elektrotechniek?
Tijdens het afmonteren in de elektrotechniek wordt er voor gezorgd dat alle elektrotechnische bedrading aan het zicht wordt onttrokken en worden contactpunten netjes bedekt zodat men niet onder spanning kan komen te staan wanneer men er tegenaan komt. De schakelaars worden aangesloten en ook de wantcontactdozen worden gemonteerd. Als men gebruik maakt van een centraaldozensysteem bevinden alle elektrische verbindingen zich in de centraaldoos. De draden die in een centraaldoos aanwezig zijn worden naar buiten gevoerd. Deze draden worden afgemonteerd met een kroonsteen omdat hier dan makkelijker een lamparmatuur op aangesloten kan worden.

De draden in de lasdozen worden kleur op kleur met elkaar verbonden. De fasedraden worden aan andere fasedraden verbonden en de nuldraden worden aan andere nuldraden verbonden. Daarnaast worden ook vertakkingen gemaakt in de lasdozen gemaakt. Het verbinden van draden wordt ook wel lassen genoemd. Dit dient echter niet verward te worden met het lassen in de werktuigbouwkunde waarbij men gebruik maakt van een lasapparaat en een smeltbad creëert zodat het basismateriaal tot smelten wordt gebracht. Met het lassen van installatiedraad bedoelt men het aan elkaar verbinden van draden door deze in elkaar te draaien of vast te klemmen met een speciale lasklem of lasdop. Als men een lasdop gebruikt moeten de installatiedraden eerst op de juiste lengte worden afgeknipt en gestript. Vervolgens worden twee koperen uiteinden van dezelfde draadsoort in elkaar gedraaid en met een lasdop afgeschermd zodat men ze veilig kan aanraken. Lasklemmen worden ook gebruikt. Hierbij worden de draden in de insteekopeningen van de lasklem gestoken zodat deze vast komen te zitten. Een lasklem is ook ideaal voor het maken van vertakkingen. Een lasklem is daarnaast makkelijker toe te passen dan een lasdop.

Wat is een trekveer en waarvoor wordt deze gebruikt?

Een trekveer is een soort gereedschap dat wordt gebruikt door een elektromonteur of elektricien om installatiedraden aan te brengen in installatiebuizen. Een trekveer is een lange, flexibele dunne veer die gemaakt kan zijn van kunststof of metaal. De kunststof trekveer is eigenlijk geen veer maar een draad van massief nylon. De metalen trekveer is spiraalvormig gewonden waarbij de windingen strak tegen elkaar liggen. Deze stalen trekveren kunnen worden voorzien van een binnenkabel maar dat is niet altijd het geval.

Lengte
De lengte van installatiebuizen verschilt, daarom zijn trekveren ook in verschillende lengtes te verkrijgen. Veel gebruikte lengtes zijn trekveren van 5 meter, 10 meter, 20 meter en zelfs 50 meter. Bij het bepalen van de lengte van de benodigde trekveer moet men kijken naar de buislengte tussen de lasdozen die zijn aangebracht. De installatiedraden worden namelijk naar deze lasdozen toe getrokken. Daarvoor worden de installatiedraden tijdelijk bevestigd aan een metalen oog aan het uiteinde van de trekveer. Dit metalen oog heeft een afgeronde of een stompe kop. Deze vorm zorgt er voor dat de trekveer makkelijker door de bochten in installatiebuizen kan worden getrokken. Daarvoor moeten de bochten in installatiebuizen niet te ‘scherp’ zijn.

Trekveerpomp
Een kunststof trekveer kan met de hand in installatiebuizen worden ingevoerd. Dat kan ook worden gedaan met een metalen trekveer. Voor een metalen trekveer is echter ook hulpgereedschap verkrijgbaar waarmee de trekveer kan worden ingevoerd door de installatiebuizen. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan met behulp van een trekveerpomp. Dit apparaat voert de metalen trekveer met meer kracht door de installatiebuis. Dit zorgt er voor dat de elektromonteur minder (spier)kracht hoeft te gebruiken. Daarnaast voorkomt dit apparaat het knakken van de veer wanneer de veer tijdens het invoeren van de installatiedraad teveel wrijving maakt met de buis en wat daarin aanwezig is. De trekveerpomp pompt als het ware de veer en de installatiedraden die daaraan bevestigd zijn door de installatiebuizen heen. Naast een trekveerpomp kan men ook gebruik maken van een trekapparaat. Het trekapparaat is een gereedschap dat voor een deel bestaat uit een handvat waaraan de trekveer kan worden vastgemaakt.

Wat is kortsluiting en hoe ontstaat kortsluiting?

Kortsluiting is een verbinding die opzettelijk of toevallig tot stand is gebracht tussen twee punten die elektrische stroom geleiden en niet geïsoleerd zijn, waardoor de weerstand in de stoomkring wordt gereduceerd en de stroomsterkte toeneemt. De installatiedraden worden door deze verhoogde stroomsterkte steeds warmer tot een ontoelaatbaar niveau is bereikt en de veiligheid van de elektrische installatie in gevaar komt. Kortsluiting kan bedoelt/ gewenst of onbedoeld/ ongewenst zijn.

Gewenste kortsluiting
In de techniek wordt bij verschillende bewerkingsprocessen gebruik gemaakt van kortsluiting. Hierbij kan men denken aan kortsluitbooglassen waarbij kortsluiting wordt veroorzaakt tussen het uiteinde van de elektrode en het smeltbad. Door deze ‘gewenste’ kortsluiting neemt de lasstroom sterk toe. Dit zorgt voor een elektromagnetische veld. Hierbij wordt het lastoevoegmateriaal aan de elektrodepunt ingesnoerd en ontstaat er een druppel gesmolten materiaal dat naar het smeltbad toe wordt geschoten.

Ook bij vonkverspaning en eroderen maakt men gebruik van kortsluiting. Deze kortsluiting ontstaat tussen elektrodes en zorgt er voor dat er delen van het werkstuk oplossen zodat het werkstuk de gewenste vorm krijgt. Zowel bij eroderen als bij kortsluitbooglassen wordt gebruik gemaakt van kortsluiting. Dit kost echter wel zeer veel elektrische energie.

Naast de toepassing voor bewerkingstechnieken wordt kortsluiting ook gebruikt om bepaalde onderdelen of schakelaars in en uit te schakelen. Een trein maakt bijvoorbeeld kortsluiting tussen beide rails. Hierdoor in het beveiligingscircuit een relais afvalt. Dit zorgt er voor dat de trein gedetecteerd wordt.

Ongewenste kortsluiting
In de vorige alinea zijn een aantal voorbeelden genoemd waarbij kortsluiting bewust tot stand wordt gebracht om een bepaalde bewerking uit te voeren. Hierbij wordt doormiddel van een machine of een technische installatie doelbewust een gecontroleerde kortsluiting veroorzaakt. Bij een ongewenste kortsluiting is er juist sprake van een kortsluiting die niet bewust tot stand wordt gebracht. Een ongewenste kortsluiting kan ontstaan door een defect in een elektrische installatie of omdat een elektrische installatie verkeerd is aangelegd. Ook in een machine of apparaat kan kortsluiting ontstaan. Dit houdt in dat door een beschadiging van de isolatie van draden twee polen met elkaar in contact kunnen komen. De fase en de nul kunnen met elkaar in contact raken in bijvoorbeeld een stekkersnoer. Er kan dan een zeer hoge stroom gaan lopen omdat de weerstand heel laag is. Deze hoge stroom kan er voor zorgen dat kunststof delen zoals isolatiemateriaal kunnen gaan smelten. Dit probeert men te voorkomen door een smeltveiligheid aan te brengen.

Wat is het verschil tussen een geaarde en een ongeaarde stekker?

Een stekker vormt de stop van het stopcontact. De stop wordt in het contact gestoken zodat de elektrische stroom uit het contact via de stekker door kan stromen naar een lamp, apparaat of machine. Een stekker wordt ook wel steker genoemd of connector. Deze twee termen maken duidelijk waarvoor een stekker wordt gebruikt. De stekker wordt namelijk in een contactpunt gestoken, daarnaast zorgt een stekker voor een aansluiting zodat het woord connector een passend is.

Installatiedraad en stekkers
Een stekker wordt gebruikt om een lamp, machine of apparaat aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Dit gebeurd meestal, zoals hierboven is beschreven, via een contactpunt. In spreektaal worden deze contactpunten ook wel een stopcontact genoemd. In de installatietechniek noemt men een contactpunt in de wand ook wel een wandcontactdoos. Er zijn echter ook contactdozen die aan snoeren vast zitten of aan bureaus. In een contactdoos zijn altijd minimaal twee installatiedraden aanwezig. Dit zijn de bruine draad en de blauwe draad. De bruine draad wordt ook wel de fasedraad genoemd. Deze draad voert de elektrische spanning aan. Via de blauwe draad komt de spanning weer terug, dit wordt ook wel de nul genoemd. Deze beide draden zijn dus nodig om een apparaat aan te sluiten. Daarom bevat een stekker in ieder geval een bruine draad en een blauwe draad, oftewel een draad die de spanning aanvoert en een draad die de spanning afvoert. Stekkers kunnen echter ook een extra draad bevatten. Dit is de aarde draad of aarddraad. Daarover is in de alinea hieronder meer geschreven.

Geaarde en ongeaarde stekkers
Stekkers bevatten in ieder geval twee draden. De derde draad is de aarddraad. Stekkers die een aarddraad bevatten noemt men ook wel geaarde stekkers en stekkers die geen aarddraad bevatten noemt men ook wel ongeaarde stekkers. Functioneel gezien kunnen stekkers dus worden opgedeeld in twee types.

  • Ongeaarde stekkers bevatten geen aardedraad. Meestal zijn dit stekkers die in elk stopcontact passen, dit in tegenstelling tot geaarde stekkers. Ongeaarde stekkers worden onder andere doormiddel van een snoer verbonden aan dubbelgeïsoleerde apparaten. Dit zijn apparaten waarbinnen het installatiedraad is geïsoleerd en daarnaast ook de buitenkant, behuizing of omkasting van het apparaat van isolerend materiaal is gemaakt. De buitenkant van het apparaat kan daardoor niet onder spanning komen te staan bij een elektrisch defect. Daarom is het aarden van deze apparaten niet noodzakelijk. Ongeaarde stekkers worden in de praktijk gebruikt voor apparaten die niet of nauwelijks risico hebben op kortsluiting. Deze stekkers bevatten twee pinnetjes. Dit zijn de fase en de nul.
  • Geaarde stekkers worden gebruikt voor apparaten met een hoger risico op kortsluiting. Apparaten met een metalen behuizing of metalen omkasting bevatten als het goed is een geaarde stekker. De behuizing van deze elektrische machines is geaard. Dit houdt in dat er een aarddraad is aangesloten op de behuizing. Als er een elektrisch defect ontstaat in de machine kan een deel van de machine onder spanning komen te staan. Dit wordt ook wel lekstroom genoemd. Deze spanning wordt richting de aarde afgevoerd door de aarddraad. Hierdoor wordt de aardlekschakelaar of verliesstroomschakelaar ingeschakeld. De aarddraad loopt via de stekker naar het contact. In het contact dient randaarde aanwezig te zijn zodat de aarddraad bij een stopcontact geheel aaneengesloten loopt tot aan de aarde. Een contactdoos met aarde is duidelijk herkenbaar aan twee metalen pinnetjes. Het ene pinnetje zit boven en het andere pinnetje zit onder, deze pinnetjes staan verticaal ten opzichte van de twee horizontaal aangebrachte gaatjes voor de fase en de nul die in elke contactdoos aanwezig zijn. Een geaarde stekker is meestal rond en bevat een metalen gleuf die precies past op de twee metalen pinnetjes van de geaarde contactdoos. Uiteraard dient in een geaarde contactdoos een aarde draad te worden verbonden met de pinnetjes. Ditzelfde geld voor de geaarde stekker die volgens de voorschriften moet zijn samengesteld.

Is een geaarde stekker veiliger?
Een geaarde stekker is niet per definitie veiliger dan een ongeaarde stekker. Dit is namelijk van een aantal factoren afhankelijk. Zo kan een geaarde stekker alleen maar veiliger zijn wanneer deze ook in een geaarde contactdoos wordt aangesloten. Daarnaast is een geaarde stekker verplicht in een vochtige ruimte zoals de badkamer. Geaarde stekkers zijn niet noodzakelijk bij machines en apparaten die niet onder spanning kunnen komen te staan omdat ze dubbel geïsoleerd zijn.

Wat is installatiedraad en waar wordt installatiedraad voor gebruikt?

De draden die men gebruikt voor een elektrische installatie worden ook wel elektriciteitsdraad genoemd of installatiedraad. Deze draden bevatten een massieve kern die gemaakt is van koper. Dit is een zeer zuiver koper en wordt ook wel elektrolytisch koper genoemd. Dit koper geleid elektriciteit zeer goed. Ter bescherming van de koperen kern is een isolatie aangebracht. Deze isolatie is gemaakt van vinyl. Vanwege deze vinyl isolatie noemt men installatiedraad ook wel vinyldraad, dit wordt afgekort met VD. Installatiedraad loopt van de meterkast naar wandcontactdozen, centraal dozen en andere aansluitingspunten waar machines en apparaten op de elektrische installatie kunnen worden aangesloten. De diameter van installatiedraad is afhankelijk van de zekering die de geleider beschermt en de maximale stroom die er doorheen vloeit.

Hoe wordt installatiedraad aangebracht?
Installatiedraden worden doormiddel van een trekveer in de leidingen getrokken. In woningen zijn de leidingen gemaakt van een geelkleurige PVC-pijp. In industriële installaties is de leiding meestal van metaal gemaakt. De installatiedraden worden door elektromonteurs ook wel aan elkaar verbonden of er worden aftakkingen gemaakt. Dit wordt gedaan in zogenoemde lasdozen en centraaldozen die in een gebouw in de wanden en de plafonds zijn aangebracht. In lasdozen en centraaldozen worden de draden doorverbonden  met lasklemmen of lasdoppen.

Fasespanning
Elektrische stroom wordt in Nederland vanaf een transformatorhuisje naar de woningen getransporteerd. In het transformatorhuisje wordt een bepaalde spanning aangebracht tussen de nuldraad en de fasedraad. Deze elektrische spanning wordt ook wel fasespanning genoemd en is in Nederland over het algemeen 230 volt wisselspanning. Deze fasespanning zorgt er voor dat er een stroomkring gaat lopen tussen alle aangesloten apparaten. In het transformatorhuisje is de nuldraad met de aarde verbonden. Verder in de installatie is de nuldraad niet met de aarde verbonden dat gebeurd dus alleen in het transformatorhuisje. Door verschillende factoren staat op de elektrische installatie een kleine wisselspanning op de nuldraad. Deze wisselspanning kan variëren.

Kleurgebruik voor installatiedraad
Elektrische stroom is meetbaar maar niet zichtbaar zonder dat men daarvoor de juiste apparatuur (spanningsmeter/ multimeter) gebruikt. Daarom is het gebruik van kleur belangrijk in de elektrotechniek. Doormiddel van kleuren wordt duidelijk wat de functie is van een bepaalde elektriciteitsdraad. In Europa zijn voor installatiedraden gestandaardiseerde kleuren vastgelegd in HD 308 S2:2001.

Fasedraad kleur:  BRUIN of ROOD
De fasedraad is een installatiedraad die onder spanning staat ten opzichte van de nuldraad en de aarde. In geval van een driefasige spanning zijn er drie fasedraden gebruikt. In deze installatie staat er ook spanning bij de fasedraden onderling. In Europa zijn afspraken gemaakt over de spanning die tussen de enkele fase en de nuldraad aanwezig moet zijn. Deze uniforme spanning is 230 V wisselspanning tussen de nuldraad en de enkele fase. Tussen twee fasedraden dient een spanning te staan van 400 V.

De fasedraad en de nuldraad worden samen gebruikt om elektrische stroom te transporteren naar de aangesloten apparatuur en weer terug.

Fasedraad
Symbool: L (vanuit het Engelse ‘Live’)
Kleur: bruin of rood

Nuldraad kleur: LICHTBLAUW
Nuldraad wordt ook wel nulleider genoemd. Deze installatiedraad is over het algemeen elektrisch gekoppeld aan de aarde. De nuldraad heeft in dat geval vrijwel geen spanning ten opzichte van de aarde. In een standaard elektrische installatie in woningen maakt men gebruik van een eenfasenet. Hierbij voert de nuldraad elektrische stroom samen met de fasedraad. Alle elektrische apparatuur die aangesloten is op het elektriciteitsnet staat in contact met de nuldraad en de fasedraad. Bij een zeer grote belasting kan er toch een spanning op de nuldraad aanwezig zijn ten opzichte van de aarde. Dit is zelfs mogelijk wanneer de nuldraad geaard is. Het aarden van de nuldraad is overigens wel verstandig. Als de nuldraad niet aan de aarde is gekoppeld kan er een soort ‘zwevend nulpunt’ ontstaan. Hierbij kan in de nuldraad een spanning ontstaan tot 400 V. De nuldraad kan dus wel degelijk spanning bevatten daarom mag de nuldraad net als de fasedraad niet worden aangeraakt.

Fasedraad
Symbool: N
Kleur: lichtblauw

Schakeldraad kleur: ZWART
De schakeldraad wordt ook toegepast in een elektrische installatie. Deze draad is een geschakelde versie van de fasedraad. Dit houdt in dat de schakeldraad zorgt voor de stroomtoevoer naar een apparaat vanaf een schakelaar. Als een monteur een wisselschakeling aanlegt of een kruisschakeling aanbrengt zal hij of zij tussen deze schakelaars ook schakeldraden toepassen. Tussen wisselschakelaars en kruisschakelaars kunnen meerdere schakeldraden worden aangebracht. Dit kan voor verwarring en onduidelijkheden zorgen. Om dit te voorkomen gebruikt men met name in nieuwbouwwoningen ook extra kleuren voor schakeldraden naast de gangbare zwarte draad. Zo wordt bijvoorbeeld ook gebruik gemaakt van witte draden en grijze draden. Deze verschillende kleuren voor schakeldraden zijn niet officieel vastgelegd. Soms wordt de draad tussen een lamp en een schakelaar ook wel lampedraad genoemd. Deze draad is meestal dunner dan de andere installatiedraden. Dit komt omdat schakeldraad of lampedraad de stroom toevoert naar één toestel.

Fasedraad
Symbool: T
Kleur:
zwart, wit of grijs. Niet lichtblauw of tweekleurig

Aarddraad kleur: GEEL – GROEN
Aarddraad is een draad die normaal gesproken niet onder spanning staat en dus geen stroom voert. Deze draad wordt elektrisch verbonden met de aarde. Dit wordt over het algemeen doormiddel van een aardelektrode gedaan. De aardelektrode is meestal in de meterkast aangebracht en is in de aarde gedreven. De aarddraad wordt met deze aardelektrode verbonden zodat er contact met de aarde ontstaat. Vanuit de meterkast worden aarddraden getrokken naar centraaldozen en wandcontactdozen. De aarde die daarin aanwezig is noemt men randaarde. Elektrische apparaten die een metalen omkasting of metalen buitenmantel bevatten worden geaard doormiddel van de aarddraad. De aarddraad is aan deze behuizing aangesloten. Als er een defect ontstaat kan deze behuizing niet langdurig onder spanning komen te staan, de aarddraad voert namelijk de spanning meteen af naar de aardelektrode. Door het weglekken van spanning zal de aardlekschakelaar in werking worden gezet. Als er geen aardlekschakelaar is zal de installatieautomaat afschakelen of een stop doorslaan. Dit gebeurd alleen bij significante stroomlekkage.

Aarddraad
Symbool:  het symbool voor aarddraad is een T die over de kop staat met een paar strepen er onder.
Kleur: geel-groen gestreept over de lengte.

FNV Bouw verzoekt kabinet om in 2014 huurwoningen te verduurzamen

De bouwsector probeert langzaam maar zeker de gevolgen van de economische crisis te overwinnen. Toch is deze sector nog lang niet hersteld van de zware economische klappen die in de sector zijn gevallen de afgelopen jaren. Daarom zoekt de bouwsector naar oplossingen die er voor zorgen dat er meer werk in de bouw wordt gecreëerd. Één van deze oplossingen is het isoleren van bestaande woningen. Door bestaande woningen te isoleren krijgen bouwbedrijven meer werk en worden daarnaast ook nog energiekosten bespaard. Het milieu wordt tenslotte door deze duurzame investeringen ook minder sterk vervuild.

Isoleren van woningen
Veel huizeneigenaren hebben het afgelopen jaar investeringen gedaan in hun eigen huis. Daarbij is ook aandacht besteed aan duurzaamheid door het aanbrengen van isolatiemateriaal. De huizeneigenaren brengen vaak zelf isolatie aan of zetten een lokaal bouwbedrijf of zzp’er in. De huurwoningen in Nederland worden door verhuurders zoals woningcorporaties verhuurd en onderhouden. Omdat de verhuurders de energielasten niet betalen heeft het isoleren van huurwoningen de afgelopen tijd weinig aandacht gehad. De huurders brengen zelf meestal geen isolatie aan omdat dat extra kosten met zich meebrengt en daarnaast omdat men kortstondig gebruik maakt van een huurwoning.

Huurwoningen isoleren
In Nederland zijn ongeveer 1,4 miljoen huurwoningen die verduurzaamd kunnen worden. Charley Ramdas, vice-voorzitter FNV Bouw geeft aan dat het kabinet de bouwsector moet stimuleren door aan te dringen op het verduurzamen van huurwoningen. Het verlaagde btw percentage van 6 procent op arbeidskosten moet daarbij gehandhaafd blijven.

Verder zouden gemeentes in Nederland meer moeten investeren in zorgwoningen. Grote zorgcomplexen moeten tegenwoordig steeds vaker noodgedwongen de deuren sluiten. Daarom verplaatst de zorg zich naar zorgwoningen. Deze woningen voldoen echter lang niet altijd aan de eisen die aan een zorgwoning gesteld kunnen worden. Bouwbedrijven kunnen worden ingezet zodat deze woningen omgebouwd kunnen worden naar een woning waar optimaal zorg verleend kan worden. De FNV Bouw heeft een aantal opties genoemd. Het is nu afwachten wat er met deze tips wordt gedaan.

Reactie van Technisch Werken
De bouwsector moet gestimuleerd worden. De vraag blijft op welke manier dat het beste kan gebeuren. Het isoleren van 1,4 miljoen huurwoningen is een zeer grootschalige investering waar een hoop geld voor vrij gemaakt moet worden. De woningcorporaties in Nederland hebben in veel gevallen niet voldoende geld beschikbaar om grote projecten uit te voeren. Het verhogen van de huur is geen optie omdat de meeste huurders al te maken hebben gehad met flinke verhogingen. Voor de overheid is een grote financiële bijdrage een extra druk op de begroting.

Wat is EVC en heeft een EVC-traject nut?

EVC is een afkorting die staat voor Erkenning van Verworven Competenties daarnaast wordt deze afkorting ook wel vertaald met Elders Verworven Competenties en Eerder Verworven Competenties. Doormiddel van EVC of een EVC-traject kan men de kennis en vaardigheden die iemand heeft opgedaan in zijn of haar werk en vrije tijd trachten te erkennen. Door deze erkenning kan de desbetreffende persoon aan zijn of haar (potentiële) werkgever laten zien over welk functieniveau en opleidingsniveau hij of zij beschikt. Dit is belangrijk voor het eventueel doorstromen naar een andere functie en promotie.

EVC en opleidingen
Ook voor het volgen van een opleiding kan een EVC nuttig zijn. Doormiddel van een EVC wordt namelijk het kennisniveau van de persoon in kaart gebracht. Voor een eventuele vervolgopleiding is het in kaart brengen van iemand zijn of haar kennis van groot belang. Op basis van een EVC-traject kan een persoon een verzoek indienen voor een vrijstelling van bepaalde deelvakken en modules van een opleiding die hij of zij wil gaan volgen.

Hoe wordt een EVC-traject uitgevoerd?
Een EVC-traject wordt uitgevoerd doormiddel van een onderzoek. Tijdens dit onderzoek worden de competenties in kaart gebracht die de persoon heeft ontwikkeld tijdens zijn of haar werkervaring. Ook wordt in een EVC-traject  gekeken naar de competenties die zijn opgedaan in opleidingen buiten het reguliere onderwijs. Nadat de competenties in kaart zijn gebracht worden deze vergeleken met de competenties die benodigd zijn voor het ontvangen van een diploma van een beroepsopleiding. Daarnaast worden de competenties ook gebruikt voor het verlenen van vrijstellingen voor modules en andere delen van een beroepsopleiding.

Wat is het resultaat van een EVC-traject?
Een EVC-traject verschaft aan de persoon en zijn of haar werkgever duidelijkheid over de competenties waarover de persoon beschikt. De resultaten van een EVC-traject worden genoteerd in een document. Dit document is het ervaringscertificaat en wordt opgesteld door dezelfde onpartijdige organisatie die het EVC-traject heeft uitgevoerd. Dit ervaringscertificaat wordt vergeleken met de kwalificatiedossiers die aan opleidingen gekoppeld zijn. De kwalificatiedossiers geven weer aan welke eisen een deelnemer van de opleiding moet voldoen. Een ervaringscertificaat vormt net als diploma’s een belangrijk bewijsdocument van de kwaliteiten van een bepaald persoon.

Voordelen van een EVC-traject
Het uitvoeren van een EVC-traject heeft een aantal belangrijke voordelen. Allereerst is een EVC-traject vooral gunstig voor de werknemer. De werknemer kan doormiddel van EVC een goed beeld krijgen van zijn of haar vaardigheden en competenties. Dit duidelijke inzicht kan er voor zorgen dat de werknemer zichzelf of haarzelf beter kan positioneren op de arbeidsmarkt. Een EVC-traject heeft alleen nut als de werknemer zichzelf verder wil ontwikkelen op het gebied waar hij of zij werkervaring heeft opgedaan.

Voor werkgevers zijn EVC-trajecten ook nuttig omdat zij doormiddel van deze trajecten een beter inzicht krijgen in het personeel dat binnen hun bedrijf werkzaam is. Een EVC-traject kan er voor zorgen dat personeel misschien breder ingezet kan worden en dat de kwaliteiten voor personeelsleden optimaler kunnen worden benut.

In juli 2014 is de huizenverkoop verder gestegen

Maandag 18 augustus 2014 maakte het Kadaster gegevens bekend over het aantal huizen dat van eigenaar is gewisseld in de periode van juli 2014. Hieruit komt naar voren dat er in deze periode in totaal 13.883 woningen zijn verkocht. Als men dit aantal vergelijkt met dezelfde periode in 2013 dan is er sprake van een stijging van 43,7 procent. Als men het aantal woningverkopen in juli afzet tegen het aantal woningverkopen in de maand juni dan is er ook een stijging zichtbaar. In de maand juli is de woningverkoop met 22,6 procent toegenomen ten opzichte van de maand juni.

Verschillende woningtypen
Het aantal verkopen verschilt per woningtype. Over het algemeen kan geconcludeerd worden dat bij alle woningtypen een stijging merkbaar is in het aantal woningverkopen. Bij tussenwoningen is het aantal woningverkopen het sterkste toegenomen. In deze categorie is de sterkste stijging merkbaar ten opzichte van afgelopen jaar. In juli 2014 was het aantal woningverkopen van tussenwoningen met 50,3 procent toegenomen ten opzichte van dezelfde maand in 2013. Tegenstelling tot de verkoop van tussenwoningen nam de verkoop van 2-onder-1-kapwoningen met een laag percentage toe. Bij 2-onder-1-kapwoningen was de verkooptoename in juli 37,5 procent. Bij appartementen verkoop was sprake van de laagste stijging in het aantal verkopen. Hier was het aantal verkopen gestegen met slechts 16 procent.

Vrijstaande woningen zijn over het algemeen duurder in aanschaf dan tussenwoningen en 2-onder-1-kapwoningen desondanks nam ook bij vrijstaande woningen het aantal verkopen toe. Bij dit type woning nam de verkoop in juli tot met 30,2 procent ten opzichte van de maand daarvoor.

Woningverkopen per provincie
De stijging van het aantal woningverkopen is landelijk. Dit houdt in dat elke provincie te maken heeft gehad met een stijging in het aantal verkochte woningen. In de provincie Utrecht was er sprake van de grootste toename in het aantal woningverkopen. Hier was sprake van een toename van 65,7 procent in het aantal verkopen vergeleken met juli 2013. De provincie Groningen maakte verhoudingsgewijs een kleine stijging mee in de woningverkopen. In deze provincie was een stijging merkbaar van 21,2 procent.

Reactie van Technisch Werken
Het aantal woningverkopen neemt de afgelopen maanden toe. Hieruit blijkt dat mensen een groter vertrouwen hebben in de economie en hun eigen financiële situatie. De aanschaf van een woning is voor veel mensen de grootste uitgave in hun leven. Daarom waren veel mensen voorzichtig tijdens de economische crisis. Er werden minder woningen verkocht dan voor de crisis. Nu blijkt dat de economische crisis langzamerhand voorbij is. De gevolgen zijn nog wel merkbaar in de hoogte van de huizenprijzen. De huizenprijzen zijn namelijk nog lang niet op het niveau van voor de crisis. Door een toenemende vraag naar woningen kan ook hier verandering in komen en kunnen de huizenprijzen gaan stijgen. Het zal echter nog lang duren voordat het prijsniveau van woningen wordt bereikt van voor de crisis. Dit heeft ook te maken met de voorzichtigheid van de hypotheekverstrekkers.

Wat is een TT-aardingssysteem en hoe werkt deze aarding?

In gebouwen die een elektriciteitsnetwerk bevatten is het aanbrengen van aarding verplicht. Doormiddel van een aardingssysteem wordt voorkomen dat delen van een apparaat of machine ongewenst onder spanning komen te staan. Deze ongewenste spanning is gevaarlijk wanneer een mens of ander levend wezen hiermee contact maakt. Door aarding aan te brengen wordt de spanning afgevoerd en slaat de aardlekschakelaar uit. Er zijn verschillende aardingssystemen. Deze volgende drie aardingssystemen worden in de praktijk veel toegepast:

  • TT-aardingssysteem
  • TN-aardingssysteem (met als varianten: TN-C; TN-S en TN-C-S)
  • IT-aardingssysteem

Van deze drie wordt het TT-aardingssysteem of het TT-net het meest toegepast bij stroomnetten in de woningbouw. Als men het TT-stelsel toepast wordt een verbinding met de aarde gemaakt aan zowel de transformatorzijde als aan de kant van de verbruiker. Hierbij wordt de nulleider van de transformator geaard. Aan de verbruikerskant wordt de aarde verbonden met de PE-leiding. In het verdeelnet is geen afzonderlijke beschermingsleiding opgenomen.

TT-aarding voor de beveiliging van mensen
Het is mogelijk dat er een fout ontstaat in het elektriciteitsnet. Hierdoor zou bijvoorbeeld een stroomgeleider in contact kunnen komen met de aarde door een mens of door een omkasting. Als dit contact ontstaat zal er een stroom vloeien door de aarde naar het sterpunt van de transformator of generator.

Een voordeel van deze aarding is dat er een aardlekschakelaar toegepast kan worden. Deze aardlekschakelaar schakelt de spanning uit zodra de stroom naar de verbruiker niet gelijk is aan de stroom die via de verbruiker weer terug komt. Op dat moment lekt er elektrische energie. Dit kan betekenen dat er een persoon onder elektrische spanning staat en geëlektrocuteerd wordt.

De eerste fout is in het TT-net levensgevaarlijk. Echter zorgt de eerste fout er ook meteen voor dat de stroom van het elektriciteitsnet wordt uitgeschakeld.

Wat is een IT-aardingssysteem en hoe werkt deze aarding?

In elektriciteitsnetwerken wordt aarding aangebracht om te voorkomen dat delen van elektrische machines en apparaten ongewenst onder spanning komen te staan. Er zijn verschillende aardingssystemen die in de praktijk worden gebruikt. Het TT-aardingssysteem of het TT-net wordt in de praktijk het meest gebruikt. Deze soort aarding wordt vooral toegepast in de woningbouw. Ook het IT-aardingssysteem wordt toegepast door installateurs. Hieronder kan men lezen bij welke gebouwen met IT-aardingssystemen toepast.

Wat is IT-aarding
IT-aarding is een aardingssysteem waarbij de afkorting staat voor het Franse Isolé Terre. Dit betreft isolatie in het verdeelnet, en aarding bij de verbruiker. Dit aardingssysteem wordt vooral gebruikt in bedrijfspanden of utiliteit waarbij de continuïteit van een elektrische installatie vereist is. hierbij kan gedacht worden aan bedrijven in de procesindustrie. Ook in ziekenhuizen en operatiezalen past men IT-aardingssystemen toe. Verder wordt IT-aarding ook toegepast in de scheepsbouw.

Hoe werkt IT-aarding?
Bij een elektrische installatie kan een aardfout of isolatiefout optreden. Bij een IT-aarding zal de foutstroom echter klein blijven vanwege de hoge impedantie (weerstand) tussen het verdeelnet en de aarde. De eerste fout is echter nog niet dodelijk voor een persoon als deze onder spanning staat. Dit komt omdat de contactspanning beneden de veiligheidsspanning (50 V) blijft. Daarom is het niet noodzakelijk om de installatie af te schakelen. Als er echter een tweede isolatiefout optreed in een andere fase dan zou er en kortsluiting kunnen ontstaan in het elektriciteitsnet.

Direct na de eerste fout moet daarom de locatie worden vastgesteld van de fout in het net. Dit gebeurd aan de hand van een detectie- en alarmsysteem. Het elektriciteitsnet blijft na de fout wel werken en de productie blijft daardoor verzekerd.  De aardfout zal echter hersteld moeten worden. Hiervoor kiest men een niet-productieve periode uit. Het opsporen van een aardfout zal echter altijd moeten worden gedaan door ervaren elektrotechnische onderhoudsmonteurs.