Aansprakelijkheid stagiairs tijdens stage

Jaarlijks lopen tienduizenden leerlingen een studenten een stage bij een leerbedrijf. Gelukkig verlopen de meeste stages zonder problemen maar er kunnen calamiteiten of schade ontstaan tijdens de stage. Deze schade of andere problemen kunnen door het personeel van het bedrijf ontstaan, door weersinvloeden en andere invloeden van buitenaf maar ook door de stageloper. Wanneer de stagiair betrokken is geweest bij een ongeval of ander incident met schade dan kan de aansprakelijkheid ter sprake komen.

Stage en aansprakelijkheid

Student Tjerk van de Meij heeft voor zijn stage bij uitzendbureau Technicum onderzocht hoe de aansprakelijkheid van stagiairs bij de wet is geregeld. Onderstaande informatie heeft hij over dit onderwerp verzameld.

Uit een artikel van de Vrije Universiteit van Amsterdam (2015) blijkt dat de aansprakelijkheid bij (bedrijfs-) ongevallen bij stagiaires overeenkomt met de aansprakelijkheid bij het inlenen van bijstandsgerechtigden en vrijwilligers, dit blijkt uit jurisprudentie van het Hof. Er wordt uitgelegd dat wanneer een stagiair slachtoffer is van een bedrijfsongeval, deze stagiair altijd net als reguliere medewerkers beroep kan doen op het goed werkgeverschap. Dit is benoemd in artikel 611 van het burgerlijk wetboek boek 7.
Net als de reguliere werknemer, moet de werkgever de stagiair voorzien van de in artikel 7:658 BW bepaalde elementen om schade te doen voorkomen.

  • De werkgever moet zorgen dat de werknemer/stagekracht geen schade kan oplopen door het gereedschap waar hij of zij mee werkt. Ook zonder notitie of werkinstructie moet dit gereedschap goed zijn en niet tot schade leiden. Wanneer dit gebeurt is de werkgever of stagegever aansprakelijk.
  • De werkgever is aansprakelijk wanneer de werknemer of stagiair schade ondervind tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden.
  • De werknemer wordt ten alle tijden beschermd en mag niet worden benadeeld in de procedure met betrekking tot het onderzoek naar de schade en de afwikkeling daarvan.
  • Ook wanneer de werknemer of stagiair geen arbeidsovereenkomst heeft met de werkgever, is de werkgever wel aansprakelijk als er schade voordoet beschreven in de bovenstaande opsomming. De werkgever is aansprakelijk omdat er dan arbeid wordt verricht ten gunste van de werkgever.

Doorgeleidingsplicht
Wanneer een werknemer of stagiair zich roekeloos gedraagt en daardoor schade oploopt, is de werkgever niet aansprakelijk. Dit dient echter wel bewezen te worden. Daarbij is het ook belangrijk dat de werkgever kan aantonen dat hij de werknemer van te voren goed heeft geïnstrueerd. Wanneer een uitzendkracht werkt voor een uitzendbureau bij een ander bedrijf dan zal het uitzendbureau op basis van de doorgeleidingsplicht de stagiair van alle relevante informatie moeten voorzien met betrekking tot de werkzaamheden en de veiligheidsaspecten die daarbij aan de orde kunnen komen. Ook het uitzendbureau kan namelijk aansprakelijk worden gesteld wanneer deze nalatig is geweest op het gebied van de doorgeleidingsplicht voor de stagiair.

Wat is omscholen?

Omscholen is het geheel van opleidingen, trainingen, cursussen en andere activiteiten waarmee iemand nieuwe vaardigheden en kennis aanleert die hem of haar in staat stellen om een ander beroep uit te oefenen dan men tot op heden heeft uitgeoefend en waar men aanvankelijk voor is opgeleid. Deze definitie voor omscholen heeft schrijver Pieter Geertsma van Technischwerken.nl geformuleerd om het begrip omscholen te verduidelijken. Het is duidelijk dat omscholen zorgt voor een verandering in de loopbaanmogelijkheden van de desbetreffende persoon. Deze verandering vereist inspanning en wordt daarom met een reden of vanwege meerdere redenen in werking gezet. In de volgende alinea zijn een aantal redenen genoemd waarom iemand kiest voor omscholen.

Waarom omscholen?
Omscholen doet men meestal niet zomaar. Meestal kost omscholen geld en behoorlijk wat inspanning. Er worden andere keuzes gemaakt en men neemt vaak afscheid van een bepaald beroep of beroepsgroep. Voordat men dit doet moet men goed nadenken en de keuze voor een omscholing naar andere beroepsgroep goed motiveren. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom iemand besluit tot omscholen. We zetten een aantal veelvoorkomende redenen op een rijtje:

  • Met de opleiding die men aanvankelijk heeft gevolgd heeft men geen mogelijkheden op een betaalde baan op de arbeidsmarkt.
  • Men ondervind fysieke of psychische klachten bij het uitoefenen van de huidige functie waardoor men een omscholingstraject nodig heeft om een andere baan te kunnen krijgen.
  • De huidige loopbaan biedt weinig perspectieven en heeft ongunstige arbeidsvoorwaarden.
  • Er ontstaan nieuwe functies en beroepen door nieuwe technologieën en andere ontwikkelingen die de interesse wekken en mensen laten overwegen om zich om te scholen.
  • Vrienden of kennissen maken iemand geïnteresseerd in andere functies waardoor men overweegt om een omscholingstraject in te gaan.
  • Door ontslag of door een reorganisatie raakt iemand zijn of haar functie kwijt en besluit hij of zij om de loopbaan en loopbaanperspectieven een nieuwe invalshoek te geven doormiddel van een omscholing.
  • Iemand komt er tijdens een gesprek of loopbaanbegeleidingstraject met een loopbaanbegeleider achter dat hij of zij toch geschikter is voor een andere functie dan hij of zij op dit moment uitoefent.

Hierboven staan een paar redenen voor omscholing. Zoals je ziet hebben veel redenen te maken met beeldvorming over beroepen en functies. Deze beeldvorming kan veranderen na verloop van tijd. Daarnaast veranderen functies ook. Doormiddel van nieuwe technologieën, gereedschappen, robotisering en automatisering verdwijnen functies, worden functies aangepast en komen er nieuwe functies bij. Omscholen en bijscholen worden daardoor steeds vaker ter sprake gebracht binnen bedrijven en bij loopbaanbegeleidingstrajecten.

Omscholen begint met kiezen
Omscholen begint in feite bij de werknemer of werkzoekende zelf en zijn of haar omgeving. Door veranderingen in de werksituatie en persoonlijke (lichamelijke en psychische) situatie kan er behoefte ontstaan aan omscholing. Zodra deze behoefte ontstaat is het belangrijk dat deze behoefte en veranderde beeldvorming getoetst wordt. Dit kan door een gesprek aan te gaan met een loopbaanbegeleider of met een decaan. Ook kan het nuttig zijn om op internet informatie te zoeken met betrekking tot opleidingen en beroepen. Vacatures en functieprofielen kunnen belangrijke informatie geven over wat werkgevers voor opleidingsachtergrond eisen in bepaalde beroepen. Een keuze voor omscholing is vaak een keuze voor een bepaald beroep of functie. De beeldvorming over dit beroep of deze functie moet goed worden getoetst bij werknemers die een dergelijk beroep uitoefenen. Werknemers die daadwerkelijk dezelfde functie uitoefenen kunnen vaak een eerlijk beeld geven van de positieve en negatieve aspecten van de functie. Zo kan men een helder beeld krijgen en een goede beslissing maken om juist wel of niet een omscholingstraject in te gaan. Als je niet zeker weet of je een omscholingstraject in wilt gaan is het verstandig om geen overhaaste beslissingen te nemen. Een omscholing naar een ander beroep kost vaak veel tijd en geld en daarom moet een omscholingstraject zorgvuldig in werking worden gezet.

Hoe werkt omscholen?
Omscholen doe je meestal niet alleen maar samen met je werkgever een outplacementbureau, het UWV of een andere instantie. Deze zal je vaak advies geven over de opleiding en het opleidingsinstituut waar je de opleiding zou kunnen volgen. Vaak kun je zelf afspraken maken met het opleidingsinstituut over de aanvang en duur van de opleiding. Ook weet het opleidingsinstituut vaak goed te vertellen wat de loopbaanmogelijkheden en loopbaanperspectieven zijn met een bepaalde opleiding. Omscholingstrajecten kun je fulltime doen maar ook naast je werk. Op die manier kun je naast je werk jezelf ontwikkelen voor een andere beroepsgroep. Denk hierbij aan avondstudies, werken en leren of zelfs BBL.

Vooropleiding voor omscholen
Er zijn veel opleidingen in Nederland. Toch kun je niet elke opleiding zomaar volgen. Meestal wordt er een vooropleiding vereist. Omdat er sprake is van een omscholingstraject is de kans groot dat iemand niet over de vereiste vooropleiding beschikt. Daarom wordt vaak gekeken naar het opleidingsniveau. Heeft iemand bijvoorbeeld een HBO niveau of een MBO niveau dan is het vaak mogelijk om op hetzelfde niveau een andere opleiding te volgen in een andere richting. Of iemand voor bepaalde modules en vakken vrijstelling kan krijgen is afhankelijk van de opleiding, het opleidingsinstituut en individuele afspraken die hierover gemaakt kunnen worden voordat men met de opleiding start. De meeste ROC’s en HBO-opleidingsinstituten hebben vaak duidelijke regels en voorschriften met betrekking tot vrijstelling en vooropleiding. Daarom is het belangrijk om met deze opleidingsinstituten hierover in contact te treden voordat men zich aanmeld voor een opleiding in het kader van omscholing.

BBL Carrousel opgericht door Technicum Leeuwarden in april 2018

Technisch personeel is schaars op de arbeidsmarkt. Dat weten bedrijven in de techniek die een steeds groter tekort aan ervaren vakkrachten ervaren. Technische uitzendbureaus ontvangen steeds meer vacatures en zoeken naar oplossingen om het tekort aan technische vakkrachten op te vangen. Een effectieve oplossing hiervoor is het opleiden van aankomende vakkrachten doormiddel van BBL-trajecten. BBL staat voor Beroepsbegeleidende leerweg en is bij uitstek een praktijkgerichte variant van het middelbaarberoepsonderwijs (mbo). Technicum is zeer actief op het gebied van BBL en heeft hiervoor een uniek concept ontwikkelt: het BBL Carrousel.

Technicum BBL Carrousel

De afgelopen maanden is Technicum Installatietechniek druk bezig geweest met het opzetten van een uniek project in Friesland. Om de krapte op de arbeidsmarkt binnen de Installatietechniek tegen te gaan is in samenwerking met de zes grootste installatiebedrijven uit het MKB en het Friesland College het BBL Carrousel opgezet.

Op 17 april 2018 vond de kick-off plaats. Hier is door Technicum Installatietechniek de definitieve opzet van het traject gepresenteerd aan de deelnemende bedrijven en hebben de bedrijven kennis gemaakt met de BBL-ers die zorgvuldig zijn geselecteerd door Technicum. De eerste zes BBL-ers gaan maandag 7 mei 2018 starten en in de toekomst zullen er waarschijnlijk meer BBL-ers aan dit traject deelnemen.

Waarom het BBL Carrousel?
Het BBL Carrousel is ontwikkeld zodat BBL-ers door alle processen van de installatie- en elektrotechniek heen draaien oftewel rouleren. In het BBL Carrousel worden de zes enthousiaste BBL-ers gekoppeld aan zes installateurs die een erkend leerbedrijf zijn. De BBL-ers komen in dienst bij Technicum en gaan in verschillende periodes tijdens hun BBL-opleiding bij deze installatiebedrijven op verschillende projecten werken.

De deelnemende bedrijven hebben elk hun eigen specialiteit zoals woningbouw, utiliteit, industrie en domotica. Doordat de BBL-er werkt aan verschillende soorten projecten krijgt hij of zij de kans om alle facetten van de installatietechniek en elektrotechniek aan te leren. Zo ontstaat een goed beroepsbeeld en kan de BBL-er ook effectiever een keuze maken voor een specialisatie in de installatie en elektrotechniek. Deze sector is namelijk zeer dynamisch vooral nu de energietransitie op gang komt.

Het BBL Carrousel onderscheid zich van het reguliere BBL omdat een BBL-er via het reguliere BBL vaak gedurende een groot deel van de BBL-opleiding bij één erkend leerbedrijf werkt en daardoor slechts een beperkt beeld krijgt van de verschillende sectoren van de installatietechniek en elektrotechniek. De woningbouw verschilt van de utiliteit in omvang en snelheid in de montage. Ook zijn de vermogens en technische systemen verschillend. Dit is ook het geval bij de industrie waarin weer met unieke systemen wordt gewerkt. Al deze verschillende aspecten zouden moeten worden doorlopen om een totaalbeeld te kunnen vormen van de omvang en diversiteit in de installatietechniek en elektrotechniek. Het BBL Carrousel draagt bij aan deze beeldvorming.

Aanmelden voor het BBL Carrousel
Technicum zoekt nieuwe kandidaten voor BBL-opleidingen in de installatietechniek en elektrotechniek. Mocht je hier meer informatie over willen hebben dan kun je contact opnemen doormiddel van het contactformulier op deze website. Ook kun je via de homepage de knop BBL indrukken om je rechtstreeks aan te melden voor een BBL-traject bij Technicum. Dan neemt een opleidingsadviseur of een consultant bij jou in de buurt contact met je op voor een persoonlijk gesprek over je mogelijkheden om een BBL-opleiding te volgen.

Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en WEB-niveau

Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) is een Nederlandse wet die is ingevoerd op 31 oktober 1995 en bevat regels en bepalingen voor het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. In de WEB zijn verschillende soort beroepsonderwijs en volwasseneneducatie beschreven. Daarnaast wordt door het WEB ook transparantie geboden met betrekking tot de niveaus van de opleidingen. In deze tekst kun je lezen welke opleidingsinstituten vallen onder het WEB en welke WEB-niveaus er zijn.

Welke opleidingsinstituten vallen onder WEB?
Er vallen verschillende soorten middelbare beroepsopleidingsinstituten onder het WEB. Het gaat hierbij om Regionale Opleidingscentra (ROC), Agrarische Opleidingscentra (AOC) en vakscholen. Ook een aantal overige opleidingsinstituten die vallen onder het beroepsonderwijs zijn opgenomen in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Niet alleen het beroepsonderwijs valt onder de WEB ook de volwassenen (basis)educatie valt onder deze wet evenals het vavo (voortgezet algemeen volwassenenonderwijs) en het cursorisch onderwijs. In de WEB worden leerlingen die deelnemen aan het middelbaar beroepsonderwijs ‘deelnemers’ genoemd. In het middelbaar beroepsonderwijs heeft men verder de onderverdeling van Beroepsopleidende leerweg (BOL) en Beroepsbegeleidende leerweg (BBL). De hoeveelheid BBL en BOL opleidingen is omvangrijk en ook het aantal benamingen dat voor mbo opleidingen wordt gebruikt is zeer divers. Doormiddel van de WEB tracht men transparantie te bieden.

WEB en benamingen voor opleidingen
De afgelopen jaren zijn er verschillende soorten mbo-opleidingen ontstaan. Vanwege de enorme tekorten aan technisch uitvoerend personeel zijn er vooral veel technische opleidingen ontstaan. Omdat de inhoud van mbo-opleidingen in de techniek vaak verschillend is en ook de niveaus verschillen is er behoefte aan transparantie. Bovendien zijn er opleidingen met dezelfde benaming maar toch een ander niveau of een iets andere inhoud. Om die reden is het van belang dat er eenduidigheid bestaat in de niveaus van de opleiding. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de niveaus die vastgelegd zijn in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Deze niveaus worden ook wel WEB-niveaus genoemd en zijn in de volgende alinea beschreven.

Waarom WEB-niveaus?

Er zijn verschillende technische opleidingen die worden aangeboden in het middelbaarberoepsonderwijs. Je kunt een BOL of BBL opleiding volgen maar uiteindelijk is het de bedoeling dat je bevoegd bent om bepaalde technische werkzaamheden uit te voeren in de praktijk. In de elektrotechniek heb je te maken met specifieke risico’s met betrekking tot elektrotechnische installaties en de elektrische spanning die daarbij hoort. Het is van groot belang dat iemand voldoende onderricht is om aan elektrische installaties te werken of in de buurt van elektrische installaties te werken. Als iemand namelijk niet voldoende onderricht is en dus niet voldoende kennis heeft van de werkzaamheden ontstaat er gevaar. Denk hierbij aan kortsluiting, brand of elektrocutie van mensen of dieren. Kennis en veiligheid gaan met elkaar samen. Als je voldoende kennis hebt van de gevaren en weet hoe je deze gevaren kunt beperken en uitsluiten kun je veilig werken.

WEB-niveaus
Personeel in de elektrotechniek moet een bepaald opleidingsniveau hebben. Dit is afhankelijk van de aanwijzing. Om deze zogenaamde ‘aanwijzing’ wordt in de praktijk vaak gevraagd door nutsbedrijven in de energietechniek. Deze nutsbedrijven willen voor de aanvang van de werkzaamheden een goed beeld hebben van de vaktechnische kennis van de werknemer zodat deze aangewezen kan worden om bepaalde werkzaamheden uit te voeren.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de niveaus uit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. De NEN 3140 wordt ook ingedeeld in de WEB-niveaus. Hieronder staat een overzicht van de verschillende WEB niveaus voor werknemers en leidinggevenden die in hun werk te maken krijgen met elektrische installaties.

  • Werkverantwoordelijke WV niveau 4. Voor dit niveau heeft een elektrotechnisch medewerker een afgeronde elektrotechnische opleiding nodig in de energietechniek. Een persoon met dit niveau kan functioneren als verantwoordelijke voor de planning of het beheer van een elektrische installatie. Deze personen mogen over het algemeen zonder toezicht werken. Dat houdt in dat iemand als zelfstandig vakvolwassen persoon wordt beschouwd. Als de persoon moet leidinggeven zijn hiervoor wel competenties en ervaring vereist op het gebied van leidinggeven.
  • Installatieverantwoordelijke IV niveau 4. Hiervoor is een volooide middelbare elektrotechnische opleiding vereist in de energietechniek. Personen met deze aanwijzing zijn verantwoordelijk voor eigen takenpakket. Daarnaast zijn ze bevoegd om andere monteurs te begeleiden en te controleren. Een installatieverantwoordelijke is grotendeels zelfstandig aan het werk maar kan ook onder indirect toezicht werkzaamheden uitvoeren. Ook hierbij kunnen leidinggevende vaardigheden vereist zijn en die zijn afhankelijk van de persoon.
  • Ploegleider PL niveau 3. Voor deze aanwijzing is een lagere elektrotechnische opleiding vereist in de energietechniek. Deze personen geven vaak leiding aan een kleine groep monteurs. Daarom zijn hiervoor ook leidinggevende vaardigheden nodig.
  • Vakbekwaam persoon (VP) niveau 2. Voor dit niveau is een lagere technische opleiding vereist in de energietechniek. Hierbij werk je onder direct of indirect toezicht. Je werkt samen met andere monteurs aan installaties en bent verantwoordelijk voor je eigen werkzaamheden.
  • Voldoende onderricht persoon (VOP) niveau 1 of niveau 2. Voor deze aanwijzing zijn verschillende niveaus genoteerd. Sommige nutsbedrijven willen dat iemand minimaal over niveau 2 beschikt terwijl anderen een niveau 1 voldoende achten. Deze persoon heeft duidelijke instructies ontvangen met betrekking tot de gevaren van elektriciteit. Een persoon met VOP heeft voldoende opleiding gevolgd om eenvoudige elektrotechnische taken uit te voeren. Dit gebeurd onder direct toezicht.
  • Leek (L). Deze persoon heeft geheel geen ervaring of opleiding gehad in de elektrotechniek en mag daardoor geen werkzaamheden uitvoeren aan.

Slotwoord over WEB-niveaus
Werkzaamheden in de uitvoerende techniek verschillen en ook de verantwoordelijkheden voor werkzaamheden en installaties zijn divers. Om die reden zijn er ook verschillende opleidingsniveaus of WEB-niveaus waarmee men inzichtelijk krijgt hoeveel kennis iemand heeft van systemen en technieken. Technische installaties moeten goed en veilig worden geïnstalleerd en onderhouden. Daarom is voor elke functie of functiegroep een bepaald WEB-niveau vereist. Op basis daarvan kan iemand een aanwijzing krijgen om bepaalde werkzaamheden uit te voeren en bepaalde verantwoordelijkheden te dragen. Zo wordt niet alleen de kwaliteit en veiligheid van een installatie gewaarborgd maar ook voorkomen dat mensen letsel ondervinden.

Voor- en nadelen BOL en BBL

Binnen het middelbaarberoepsonderwijs of MBO kan een student kiezen tussen twee onderwijsvormen: BOL (Beroeps opleidende leerweg) en BBL (Beroepsbegeleidende leerweg). Er zijn grote verschillen tussen deze onderwijsvormen. De BOL opleidingsvorm vindt hoofdzakelijk op school plaats in een combinatie met stages. De BBL vorm vindt plaats bij een bedrijf, men noemt dit dan ook wel werken en leren. Tijdens een BBL opleiding is de student veelal vier dagen aan het werk in een erkend leerbedrijf en gaat hij of zij een dag naar school. Sommige opleiding worden uitsluitend in een BBL of BOL vorm gegeven, bij andere opleidingen kan men een keuze maken tussen deze opleidingsvormen. Dit verschilt niet alleen per opleiding maar ook per opleidingsinstituut. Vee BBL en BOL opleidingen worden gegeven op een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) maar er worden ook BBL opleidingen gegeven op het Agrarisch Opleidingscentrum (AOC).

Kiezen voor BBL of BOL
Om een keuze te maken moet de student goed afweging welke opleidingsvorm het beste aansluit bij zijn of haar toekomstvisie. Hierin kan een (toekomstige) student ook de voor- en nadelen van de twee opleidingsvormen in overweging nemen. De voor- en nadelen staan niet vast, maar zijn opgesteld naar de mening van Tjerk van der Meij, student HRM aan de NHL, schrijver van deze tekst.

Voor- en nadelen BOL
Zoals in voorgaande tekst werd uitgelegd, vindt de scholing van een BOL student hoofdzakelijk plaats op een opleidingsinstituut. Het is een opleiding van theoretische aard die wordt gegeven in combinatie met stages om de student van praktijk ervaring te voorzien.

Voordelen van een BOL opleiding:

  • Student krijgt veel theorie mee op school en kan daardoor een theoretische verdieping krijgen in de leerstof.
  • Student krijgt de kans stages te lopen bij een organisatie van zijn of haar keuze.
  • Student heeft recht op studiefinanciering, wanneer hij of zij 18 jaar of ouder is.
  • Door de stages of beroepspraktijkvorming heeft de student mogelijkheden om bij meerdere werkgevers te werken.
  • Naast de studiefinanciering heeft de student recht op een studentenreisproduct, vaak in de vorm van een OV-kaart.
  • Het is met een BOL-opleiding vaak eenvoudiger om door te stromen naar een hogere opleiding omdat die op het gebied van leervorm beter aansluiten dan de praktijkgerichte BBL-vorm.

Zo kent een BOL opleiding ook enige nadelen ten opzichte van de BBL opleidingen:

  • Student krijgt minder praktijk ervaring en leert vaak in mindere mate de ‘fijne kneepjes van het vak’.
  • Er zijn kosten verbonden aan de opleiding, zoals: boeken, lesgeld, etc.
  • De student weet minder van de arbeidsmarkt en minder van de werkprocessen.
  • In tegenstelling tot de BBL-variant is de beroepspraktijkvorming vaak onbetaald. Bij een BBL-opleiding ontvangt de BBL-er vaak salaris over de uren dat hij of zij werkt bij een erkend leerbedrijf.
  • En BOL-leerling of student heeft verhoudingsgewijs een korte praktijkervaring met een beroepspraktijkvorming en heeft daardoor minder ervaring met bedrijven en bedrijfscultuur.

Voor- en nadelen BBL
In tegenstelling tot de BOL opleidingen, is de student tijdens een BLL opleiding werkzaam bij een organisatie. Dit maakt BBL een opleidingsvorm van praktische aard.

Voordelen van een BBL opleiding:

  • De leerling doet veel werkervaring op bij een erkend leerbedrijf.
  • De leerling kan meteen geld verdienen tijdens het werken bij het erkend leerbedrijf.
  • School wordt in het algemeen gefinancierd door de organisatie waar de leerling werkt. Dit kan bijvoorbeeld een technisch uitzendbureau zijn maar ook het erkend leerbedrijf.
  • Leerling wordt begeleid in het werk- en leerproces door een praktijkbegeleider en door school.
  • De leerling zal veel kennis opdoen van de werkprocessen, arbeidsmarkt en organisatiecultuur

Ook BBL kan nadelen hebben:

  • Doordat er (in het algemeen) maar één dag per week school is voor de leerling, vindt er minder theoretische scholing plaats. Het leren vanuit theorie wordt beperkt.
  • Bovenstaande heeft tot gevolg dat het doorstromen naar hogere theoretische opleidingen vaak een grote stap is voor BBL-ers.
  • De leerling heeft geen recht op studiefinanciering.
  • De leerling heeft geen recht op een studenten reisproduct. Eventueel kan de leerling wel reiskostenvergoeding krijgen voor het woon-werkverkeer naar het erkend leerbedrijf.
  • Er zijn weinig mogelijkheden om bij meerdere werkgevers werkzaam te zijn. De BBL-er heeft vaak een overeenkomst met het erkende leerbedrijf om daar gedurende de opleiding en een bepaalde periode daarna aan de slag te blijven.

Samenvattend
Er is dus een groot verschil in BOL- en BBL opleidingen. Het grootste verschil zit hem in de mate van praktische en theoretische scholing. Een (aankomend) student die besluit een MBO opleiding te gaan volgen kan voor deze keuze komen te staan. Het is dan van belang dat er een weloverwogen keuze wordt gemaakt, voor nu en de toekomst. Wanneer een (aankomend) student niet uit de keuze kan komen, kan hij of zij de site van het dichtstbijzijnde opleidingsinstituut raadplegen. Ook kan men contact opnemen met de scholeninstellen, deze kunnen vaak helpen bij het maken van een keuze. Er zijn verschillende technische uitzendbureaus die ook advies bieden aan (aankomende) BBL-ers. Een voorbeeld hiervan is het uitzendbureau Technicum. Met dit uitzendbureau heeft Technischwerken.nl een samenwerkingsverband gesloten. Als je een BBL-opleiding wil gaan doen kun je dat kenbaar maken door het invullen van het contactformulier of het doen van een aanmelding op de hoofdpagina via de knop ‘BBL Technicum).

Beroepsbegeleidende leerweg BBL

De beroepsbegeleidende leerweg wordt ook wel afgekort met de hoofdletters BBL of met bbl en is een praktijkgerichte vorm van het middelbaar beroepsonderwijs oftewel het mbo. BBL wordt ook wel werken en leren genoemd omdat de deelnemer aan deze opleiding grotendeels werkzaam is in de praktijk bij een erkend leerbedrijf. BBL opleidingen worden aangeboden door Regionale OpleidingsCentrums (ROC) en Agrarische OpleidingsCentrums (AOC). Tijdens een BBL-opleiding werkt de leerling ongeveer 80 procent van zijn of haar tijd bij een erkend leerbedrijf. De overige twintig procent van de tijd is de leerling aanwezig op het opleidingsinstituut voor theorielessen, praktijklessen, toetsen en examens.

Werkend leren?
BBL is een combinatie tussen werken en leren. Dat betekend dat er op deze praktijkgerichte opleiding een bepaalde balans is tussen leren in de praktijk en leren op school. Dat is voor bepaalde leerlingen ideaal omdat niet iedereen het beste uit zichzelf haalt op school. Sommige mensen leren beter door te doen. Dat betekent dat deze mensen liever in de praktijk vaardigheden en competenties toepassen in een beroep. Het werkend leren is vooral interessant in echte doe-beroepen waarin assistenten of BBL-ers worden opgeleid tot vakmensen of vakvolwassen werknemers. Bovendien werkt men in de praktijk vaak anders dan in de theorie op school wordt aangegeven. Ervaren krachten hebben in de uitvoering van hun werk vaak vaardigheden en technieken aangeleerd die ze kunnen overbrengen op BBL-ers en andere aankomende vakkrachten. Dat zorgt er voor dat werken en leren in de vorm van BBL er voor zorgt dat er ook technische- en praktijkvaardigheden worden geleerd die niet eens in de theorie vermeld zijn.

Vooropleiding voor BBL
BBL-opleidingen zijn er op verschillende niveaus. Meestal kan je een BBL opleiding in een bepaalde richting volgen van niveau 1 tot en met niveau 4. Voor het instroomniveau is meestal geen vooropleiding vereist. Dit instroomniveau is niveau 1 en zorgt er voor dat je een assistent bent in een bepaalde beroepsgroep. Na niveau 1 volgen de hogere niveaus waarvoor een vmbo opleiding of een Havo opleiding als vooropleiding is vereist. Als je precies wilt weten welke vooropleiding je voor een bepaalde BBL-opleiding nodig hebt kun je dat vragen aan een ROC of AOC waar de desbetreffende BBL-opleiding wordt gegeven.

BBL in de techniek
Technischwerken.nl is een website met informatie over de techniek en de technische arbeidsmarkt. Geen wonder dat op deze website vooral wordt gekeken naar technische BBL opleidingen hoewel er ook andere BBL opleidingen zijn. In de techniek is vooral in de installatietechniek, elektrotechniek en de werktuigbouwkunde een groot tekort aan technisch personeel. De overheid en bedrijven proberen daarom leerlingen te werven voor BBL-trajecten zodat er voor de toekomst meer technisch personeel wordt opgeleid. Daarbij zijn ook vaak technische (VCU) uitzendbureaus aangesloten.

VCU uitzendbureaus en BBL
Technische uitzendorganisaties zoals Technicum leveren BBL opleidingen aan hun uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Daarvoor heeft Technicum opleidingscoördinators in dienst die adviezen geven over BBL trajecten en de BBL-ers ook daadwerkelijk begeleiden. Technicum heeft daarnaast ook een groot netwerk aan erkende leerbedrijven waar ze haar BBL-ers aan de slag laat gaan om te werken aan hun vakkennis en praktijkvaardigheden. Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband met Technicum op het gebied van BBL. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject kun je via het contactformulier je gegevens naar de websitebeheerder sturen of het BBL aanmeldformulier invullen. Dit aanmeldformulier voor BBl kan worden gevonden op de hoofdpagina van de website onder het knopje ‘BBL Technicum’.

Wat houdt bbl in?

BBL is de Beroepsbegeleidende Leerweg en is een Nederlandse, praktijkgerichte variant van het middelbaar beroepsonderwijs. BBL wordt ook wel werken en leren genoemd omdat de deelnemer aan deze opleidingsvorm ongeveer zeventig tot tachtig procent van zijn of haar opleiding in de praktijk aan de slag is bij een erkend leerbedrijf. De overige twintig tot dertig procent is de leerling aanwezig op het mbo opleidingsinstituut om theorielessen en praktijklessen te volgen en toetsen en examens af te ronden. Het BBL onderwijs is de tegenhanger van het BOL onderwijs als het gaat om de verhouding tussen theorie en praktijk. Bij het BOL onderwijs gaat de deelnemer ongeveer tachtig procent van zijn of haar tijd naar het opleidingsinstituut en ongeveer twintig procent van de tijd zal worden besteed aan een praktijkstage die ook wel beroepspraktijkvorming (bpv) wordt genoemd.

BBL in de techniek
Kenmerkend voor de BBL variant van het mbo is dat deelnemers aan deze opleidingen vooral in de praktijk vaardigheden leren toepassen. Het is leren doormiddel van werken. Daarvoor is natuurlijk een erkend leerbedrijf nodig dat voldoende faciliteiten en personeelsleden heeft om de BBL-leerling goed te begeleiden. In de techniek zijn er steeds meer bedrijven die een erkend leerbedrijf willen worden. Daarvoor dienen deze bedrijven een aanvraag in bij de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Deze stichting gaat vervolgens toetsen of het bedrijf aan de eisen voldoet die aan een erkend leerbedrijf worden gesteld. Voor bedrijven is de titel ‘erkend leerbedrijf’ iets om trots op te zijn.

Het toont namelijk aan dat het bedrijf in staat is om een BBL-leerling te begeleiden in zijn of haar opleiding om een vakvolwassen kracht te worden. In de techniek is een tekort aan vakvolwassen krachten oftewel vakmensen. Dit tekort aan vakkrachten blijkt uit het grote aantal vacatures dat open staat in de techniek in 2018. Ook na dit jaar wordt er nog steeds krapte op de arbeidsmarkt verwacht. Deze krapte is in feite een tekort aan gekwalificeerd technisch personeel. Door te investeren in BBL-ers kan het tekort aan vakkrachten voor de toekomst worden beperkt. Investeren in de BBL is daardoor een investering in de toekomst van de techniek.

Waarom zou ik BBL gaan doen?

Leerlingen die van het vmbo afkomen kunnen zich afvragen welke opleiding ze zouden willen volgen. Een belangrijke afweging die dan gemaakt kan worden is wil je praktijkgericht leren of ben je meer theoretisch ingesteld. Als je theoretisch bent ingesteld is een BOL variant van het mbo verstandig. Praktijkgerichte mensen voelen zich vaak meer thuis op een BBL opleiding omdat ze dan met de handen kunnen werken. Bovendien verdien je tijdens een BBL-opleiding vaak een basissalaris bij een erkend leerbedrijf. Dit salaris is meestal niet heel hoog omdat je nog moet leren. Toch is het salaris tijdens een BBL-opleiding altijd meer dan de vaak bescheiden vergoeding die een BOL-leerling krijgt tijdens een stage of beroepspraktijkvorming. Het aanmelden voor een BBL opleiding heeft dus een aantal belangrijke voordelen. Verder heeft BBL ook overeenkomsten met BOL. Zo zijn beide opleidingsvarianten vaak in dezelfde opleidingsrichting. Er zijn BOL en BBL varianten in de elektrotechniek, werktuigbouwkunde, installatie techniek, de bouw en nog verschillende andere technische sectoren.

Aanmelden voor BBL
Iemand die een BBL opleiding wil doen kan zich aanmelden bij een ROC of informatie inwinnen bij een erkend leerbedrijf. Daarnaast is het ook mogelijk om je aan te melden voor een BBL traject in de techniek bij een technisch uitzendbureau. Technischwerken.nl heeft hiervoor een samenwerkingsovereenkomst gesloten met VCU uitzendbureau Technicum. Dit uitzendbureau is VCU gecertificeerd en daardoor bevoegd om aan VCA gecertificeerde bedrijven personeel te leveren. Dat is een belangrijke meerwaarde want daardoor kan en mag Technicum vrijwel bij elk technisch bedrijf personeel bemiddelen dus ook BBL-ers. Via de knop ‘contact’ of ‘BBL Technicum’ op de homepage kan je jezelf aanmelden voor een BBL traject. Een opleidingscoördinator of een consultant neemt vervolgens contact met je op voor een adviesgesprek. Dit adviesgesprek is gericht op jouw wensen en mogelijkheden op de technische arbeidsmarkt. Aanmelden voor BBL via Technicum is vrijblijvend en er zijn geen kosten aan verbonden.

BBL afkorting

BBL is een afkorting die staat voor beroepsbegeleidende leerweg of Beroeps Begeleidende Leerweg (met hoofdletters) en is een Nederlandse variant van middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in de vorm van werken en leren. In Nederland worden verschillende BBL opleidingen aangeboden door regionale opleidingscentrums die ook wel ROC’s worden genoemd. Ook een agrarisch opleidingscentrum (AOC) kan BBL opleidingen aanbieden op middelbaar beroepsniveau. De afkorting BBL maakt echter nog niet duidelijk welke opleidingsrichting iemand heeft gevolgd. Er zijn veel opleidingen op mbo niveau waar de afkorting BBL voor wordt gezet. Zo kun je bijvoorbeeld de opleiding BBL werktuigbouwkunde volgen of BBL mechatronica. De afkorting BBL maakt echter wel duidelijk op welke manier de leerling de opleiding heeft gevolgd. Daarover lees je hieronder meer.

BBL of leerlingwezen
Tegenwoordig gebruikt men de afkorting BBL wanneer men het over werken en leren of werkend leren heeft. Tot 1997 werd de combinatie van werken en leren ook wel het leerlingwezen of leerlingenstelsel genoemd. Tijdens een BBL-opleiding werkt de BBL-leerling bij een erkend leerbedrijf dat hem of haar ondersteund bij de ontwikkeling tot vakkracht. De BBL-leerling sluit voor zijn of haar opleiding een praktijkovereenkomst af met zowel het erkend leerbedrijf als met het opleidingsinstituut. Soms is er ook nog een derde partij betrokken zoals een uitzendbureau wanneer de BBL’er door het uitzendbureau wordt bemiddeld en betaald.

De BBL’er is door de week vaak op zijn of haar werk aanwezig. Daar worden vaardigheden en competenties ontwikkeld. Bovendien ontwikkelt de BBL’er ook een beroepshouding. Daarbij moeten vaak ook praktijkopdrachten worden gedaan waarin de BBL-leerling de vaardigheden die hij heeft geleerd op school ook in de praktijk kan toepassen. Tijdens een BBL-opleiding is het praktijkdeel ongeveer zestig tot tachtig procent en het gedeelte dat de leerling op school zit twintig tot veertig procent. Naast BBL is er ook de BOL opleidingsvariant. Deze variant van het middelbaar beroepsonderwijs is in de volgende alinea nader omschreven.

BBL of BOL?

Een leerling kan op het middelbaarberoepsonderwijs vaak kiezen om een opleiding in BBL of BOL variant te volgen. BOL is een afkorting die staat voor beroepsopleidende leerweg of Beroeps Opleidende Leerweg (met hoofdletters) en verschilt van BBL op een aantal punten. De BBL variant is de praktijkgerichte variant zoals je hiervoor hebt kunnen lezen. De BOL variant is minder praktijkgericht dan BBL. De verhouding tussen theorie en praktijk liggen bij de BOL variant ook anders. Tijdens de BOL opleiding is de leerling of deelnemer ongeveer tachtig procent van de tijd op school aanwezig om daar theorie maar ook praktijk te leren in een praktijklokaal. De overige twintig procent is het praktijkdeel van de opleiding dat gevolgd wordt tijdens een stage die ook wel beroepspraktijkvorming of bpv wordt genoemd. De stage die een leerling volgt tijdens een BOL opleiding is meestal onbetaald terwijl een BBL-leerling vaak wel loon krijgt over de uren dat hij of zij werkzaam is bij een erkend leerbedrijf. Dit is ook het geval wanneer de BBL’er via een uitzendbureau een BBL opleiding volgt bij een erkend leerbedrijf. In dat geval betaald het uitzendbureau aan de BBL’er een salaris dat is afgestemd met het erkend leerbedrijf waar de BBL’er zijn of haar werkzaamheden uitvoert.

Kiezen tussen BBL of BOL
Leerlingen die van het VMBO afkomen of voortijdig uitstromen uit de HAVO of VWO krijgen vaak de keuze tussen BBL of BOL wanneer ze naar een ROC of andere middelbare opleiding gaan. Veel leerlingen en hun ouders vragen zich dan af wat nu het beste is. Deze vraag kan echter alleen worden beantwoord wanneer men kijkt naar de manier waarop de persoon leert. Er zijn mensen die vooral goed leren door in de praktijk aan de slag te gaan. Deze praktisch ingestelde mensen kunnen wellicht beter op hun plek zijn op een BBL-opleiding. Daarnaast zijn er ook mensen die juist graag theoretisch les willen krijgen. Dit zijn mensen die van nature goed kunnen leren. Deze groep zou eventueel kunnen doorstromen baar een Hbo opleiding. De overstap van BBL naar Hbo is over het algemeen moeilijker dan van een BOL naar het Hbo omdat de leerwijze op het Hbo meer overeenstemming heeft met de leerwijze op het BOL dan met BBL. Ook de toekomstplannen van de (aankomend) leerling spelen daarom een rol bij de keuze tussen BBL en BOL.

BBL of BOL kiezen?

BBL en BOL zijn twee verschillende opleidingstrajecten die leerlingen kunnen volgen in het middelbaar beroepsonderwijs. Opleidingen zijn er vaak in een BBL variant maar ook in een BOL variant. Zo kan iemand bijvoorbeeld een opleiding tot Monteur Sterkstroom Installaties (MSI) zowel in de BBL-variant als de BOL-variant volgen. Dit is echter een voorbeeld van een technische mbo-opleiding die zowel in een BBL variant als een BOL variant kan worden gevolgd. Er zijn wel overeenkomsten tussen BBL en BOL. Ook zijn er belangrijke verschillen. Deze verschillen zitten vooral in de manier waarop de leerling kennis opdoet. Dit kan namelijk in de praktijk maar ook doormiddel van theorie. In onderstaande tekst lees je meer over BBL en BOL.

Wat is BBL of BOL?
Allereerst is het natuurlijk belangrijk om te weten wat BBL en BOL betekend. Deze afkortingen werden in de eerste alinea al genoemd en veel opleidingen en bedrijven gebruiken in de praktijk de afkortingen BBL en BOL zonder deze verder toe te lichten. De afkorting BBL staat voor Beroeps Begeleidende Leerweg en de afkorting BOL wordt voluit als Beroeps Opleidende Leerweg (BOL) geschreven. De meeste opleidingen aan een ROC of mbo-opleidingsinstituut worden zowel in een BOL variant als een BBL variant gegeven. Je kunt je dan misschien afvragen of beide opleidingen dezelfde niveaus en waarde hebben op de arbeidsmarkt. Daarover gaat de volgende alinea.

Is BBL of BOL gelijkwaardig?
BBL en BOL zijn twee verschillende opleidingstrajecten maar hebben wel belangrijke overeenkomsten. Zo kunnen beide opleidingsvarianten op mbo-niveau 1 tot en met mbo-niveau 4 worden gevolgd. De waarde van een BOL opleiding en een BBL opleiding is op de arbeidsmarkt gelijkwaardig wanneer ook het mbo-niveau van de opleiding hetzelfde is. Kortom een BBL-opleiding op mbo-niveau 4 is evenveel waard als een BOL-opleiding op mbo-niveau 4. Dit is een belangrijke overeenkomst tussen de twee verschillende opleidingstrajecten. Toch zijn er ook verschillen die er voor zorgen dat iemand juist wel of juist niet voor een BBL of een BOL variant zou moeten kiezen. Daarom is het belangrijk om de twee verschillende mbo-varianten goed in beeld te krijgen. De volgende alinea’s beschrijven wat een BBL opleiding en wat een BOL opleiding voor eigenschappen heeft. Zo wordt het verschil of de verschillen tussen BBL en BOL ook duidelijk.

Beroeps Opleidende Leerweg (BOL)
De BOL of de BOL opleiding is in feite de meest bekende variant van een mbo-opleiding. Tijdens de BOL opleiding is de leerling de gehele week op school aanwezig tenzij er sprake is van een stageperiode. In totaal is de leerling ongeveer tachtig procent van de opleiding op school aanwezig om theorie te leren en vaardigheden aan te leren in de praktijkruimte van de school. De leerling is ongeveer twintig procent in de praktijk aanwezig om in een stage bij een erkend leerbedrijf de vaardigheden toe te passen. De stage die de leerling volgt tijdens de BOL opleiding wordt ook wel de beroepspraktijkvorming (BPV) genoemd. de duur en het aantal stagemomenten kan verschillen per BOL opleiding en mbo-opleidingsinstituut.

Beroepsbegeleidende leerweg (BBL)
BBL of BBL opleidingen worden ook wel werken en leren genoemd of werkend leren. Dat komt door de combinatie van werken en leren die tijdens de BBL-opleiding wordt geboden. Tijdens een BBL-opleiding is de BBL-leerling veel minder op school aanwezig dan de BOL leerling. In plaats daarvan gaat de BBL-leerling drie tot vier dagen in de week aan het werk bij een erkend leerbedrijf. Het is uiteraard wel verplicht dat dit erkend leerbedrijf de leerling ondersteuning kan bieden bij de BBL-opleiding. Dat betekend dat iemand die BBL werktuigbouwkunde studeert ook bij een erkend leerbedrijf aan de slag moet in de werktuigbouwkunde en dus niet in de elektrotechniek of bouw. Een BBL-er werkt gemiddeld zestig tot tachtig procent in de praktijk.

Gemiddeld gaat een BBL-leerling één dag in de week naar school. De overige dagen is de BBL-leerling aan het werk bij het erkend leerbedrijf. Daar leert de BBL-er vaardigheden in de praktijk toe te passen onder toeziend oog van een leermeester en ervaren vakkrachten. Er zijn ook BBL opleidingen die de schooldagen samenvoegen tot een aantal weken waarin de BBL-er volledige weken naar school gaat. Na het afronden van deze schoolweken kan de BBL-er weer maanden volledig aan de slag bij het erkend leerbedrijf waar de BBL-er een opleidingsovereenkomst mee heft gesloten. Een BBL-er heeft daadwerkelijk een BBL-baan en verdient in de praktijk meestal salaris. Dat is meestal geen hoog salaris maar het is toch een inkomstenbron.

BBL of BOL?
De vraag of iemand moet kiezen voor een BBL opleiding of een BOL opleiding heeft vooral te maken met de leerstijl van de persoon. Sommige mensen leren beter in de praktijk dan op school. Daarnaast zijn er ook mensen die juist graag naar school gaan om theoretisch kennis op te doen. Sommige leerlingen houden meer van leren en andere leerlingen houden meer van toepassen. Om die reden is het ook mooi dat er zowel BBL opleidingen zijn als BOL opleidingen. Het praktijkgerichte leren wordt vooral veel in de techniek toegepast. Daarover kun je in de volgende alinea meer informatie lezen.

BBL is een uitkomst voor de techniek
In de technische sector werken veel ‘doeners’ dit zijn werknemers die vakkrachten zijn of willen worden. Deze mensen leren vooral in de praktijk. De afgelopen jaren is het tekort aan vakkrachten aanzienlijk opgelopen in de bouw en de techniek. Bouwbedrijven, installatiebedrijven en metaalbedrijven merken een tekort aan beschikbaar personeel. Deze bedrijven staan open voor een instroom van jonge vakkrachten. Het bieden van BBL trajecten wordt daarom door veel technische bedrijven en bouwbedrijven als een ideale oplossing gezien om het personeelsbestand te verjongen een het aanbod aan technische vakkrachten op termijn op de arbeidsmarkt te vergroten. Ook voor BBL-ers is de techniek een interessante branche waarin veel geleerd en toegepast kan worden in de praktijk.

BBL via een technisch uitzendbureau
Technische bedrijven een bouwbedrijven schakelen in de praktijk vaak uitzendbureaus in om hen te helpen bij het invullen van vacatures. Dit zijn meestal technische uitzendbureaus of VCU uitzendbureaus. Deze uitzendbureaus merken ook dat hun klanten steeds meer behoefte hebben aan BBL-ers. Daarom zijn veel uitzendbureaus in de techniek gestart met BBL-trajecten en zijn ze samenwerkingsverbanden aangegaan met ROC’s met betrekking tot het bemiddelen van BBL-ers bij erkende leerbedrijven. Een groot voordeel van technische uitzendbureaus is dat zijn de markt goed kennen en daardoor de BBL-er goed kunnen helpen bij het vinden van het meest ideale erkende leerbedrijf. Ook hebben veel technische uitzendbureaus opleidingscoördinators in dienst die de BBL-er advies kunnen geven bij het vinden van een geschikte BBL-opleiding en een erkend leerbedrijf.

Aanmelden voor BBL-opleiding?
De website www.technischwerken.nl is gericht op het delen van kennis en het ondersteunen van mensen die aan de slag willen in de techniek of hierin willen doorgroeien. Daarom heeft technischwerken.nl een samenwerkingsverband met uitzendbureau Technicum. Dit uitzendbureau heeft vestigingen door heel Nederland en geeft ook BBL-opleidingen. Als je interesse hebt in een BBL-opleiding kun je het contactformulier invullen van deze website. Dat vind je onder het knopje contact of je kunt op de knop ‘BBL’ klikken om het BBL-aanmeldformulier in te sturen.

Oorzaken en oplossingen voor tekort aan BBL leerlingen in de techniek

Nederland heeft een tekort aan vakkrachten en leerlingen die een BBL-opleiding volgen. Verschillende bedrijven in de techniek en de bouw staan open voor meer BBL leerlingen maar ze merken dat er nauwelijks leerlingen beschikbaar zijn. Juist BBL-ers, zoals BBL leerlingen ook wel worden genoemd, zijn belangrijk voor de toekomst van bedrijven in de uitvoerende techniek en bouw. Het is belangrijk om de oorzaken van het tekort aan BBL-leerlingen te achterhalen voordat men oplossingen gaat bedenken voor het probleem. Allereerst is het natuurlijk van belang om te weten wat BBL is. In de volgende alinea lees je hier meer over.

Wat is BBL?
BBL is de Beroeps Begeleidende Leerweg. Dat betekend dat leerlingen of deelnemers aan een BBL-opleiding vooral praktijkgericht leren. Een BBL opleiding heeft daarvoor een speciale mix van praktijk en theorie. In de praktijk betekend dit dat een leerling op een BBL opleiding voornamelijk werkzaam is bij een erkend leerbedrijf. Een BBL-er zal gemiddeld drie tot vier dagen bij een erkend leerbedrijf werken en ongeveer één dag naar school gaan. Bij het erkende leerbedrijf wordt de BBL leerling ondersteund bij het ontwikkelen van vaardigheden die horen bij de opleiding. Een goede begeleiding vanuit het leerbedrijf is daarbij van groot belang.

Naast het werken bij het leerbedrijf zal de leerling ook wekelijks ongeveer één dag naar school moeten om de theoretische aspecten van de opleiding te leren. Daarnaast wordt de schooldag gebruikt voor praktijklessen waardoor bepaalde competenties en vaardigheden kunnen worden getraind. Op die manier kan de BBL-er zijn of haar meerwaarde voor een bedrijf vergroten. Daarnaast krijgt de BBL-er ook meer voldoening uit zijn of haar opleiding omdat hij of zij in de theorie leert hoe werkzaamheden uitgevoerd moeten worden en daarnaast ook de kans krijgt om deze werkzaamheden in de praktijk toe te passen. Het nut van de theorie bewijst zich daardoor in de praktijk. Veel mensen met een praktische instelling kiezen daarom voor een BBL opleiding.

Tekort aan BBL-ers in de techniek
Vooral in de techniek en de bouw is er sprake van een behoorlijk tekort aan uitvoerende technici en bouwvakkers. De technische sector en de bouw hebben te maken met vergrijzing en er is nauwelijks instroom van jonge vakkrachten. Dit is het gevolg van de economische crisis. De economische crisis kwam hard aan in de bouw en de techniek. De banken werden door de overheid geholpen maar bouwbedrijven, metaalbedrijven en installatiebedrijven werden bijvoorbeeld vaak aan hun lot overgelaten. Dat had tot gevolg dat er in de metaalsector, de bouwsector maar ook in de installatiebranche veel personeel werd ontslagen. Dit ontslag kon plaatsvinden vanwege een reorganisatie maar ook faillissementen kwam regelmatig voor. Vanwege deze ontwikkelingen kwamen de bouw en de techniek meestal niet op de eerste plek als leerlingen voor een specifieke opleidingsrichting moesten kiezen. Dit had een beperkte instroom aan leerlingen op technische opleidingsinstituten op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) tot gevolg.

Oplossingen voor tekort aan BBL-ers
Er zijn een aantal oplossingen voor het tekort aan BBL-ers. Een belangrijke oplossing is het samenwerken tussen opleidingen die BBL trajecten aanbieden en het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven weet waar behoefte aan is. Dat blijkt onder andere uit het aantal vacatures in een bepaalde sector. Sommige vacatures zijn nu nog vacant maar zouden prima ingevuld kunnen worden doormiddel van een aankomend vakkracht zoals een BBL leerling. Door de samenwerking tussen bedrijven en mbo-instellingen te optimaliseren worden behoeftes beter op elkaar afgestemd. Vraag en aanbod komen bij elkaar. Uiteraard is het daarbij van belang dat er wordt samengewerkt met erkende leerbedrijven.

Erkend leerbedrijf
Niet alle bedrijven zijn een erkend leerbedrijf. De Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) speelt hierbij een belangrijke rol. Bedrijven kunnen bij de SBB een aanvraag indienen om een erkend leerbedrijf te worden. De SBB toetst dan of het bedrijf daadwerkelijk een goede leeromgeving biedt voor een BBL leerling. Daarbij wordt gekeken naar de begeleiding van de BBL-er maar ook naar de veiligheid op en rondom de werkplek. Werkt men bijvoorbeeld met veilige machines en zijn er voldoende aanspreekpunten voor de BBL-er wanneer deze vragen heeft met betrekking tot de opleiding of de werkzaamheden. Een goede werkinstructie is belangrijk. Veel bedrijven in de techniek werken daarom op basis van VCA.

VCA en BBL
VCA betekent Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers en is een belangrijk aspect van het veilig en gezond werken in de techniek. Veel bedrijven in de techniek werken op basis van de richtlijnen die worden geboden vanuit het VCA. Deze bedrijven hebben VCA gekoppeld aan hun arbobeleid. Veel bedrijven die VCA gecertificeerd zijn hebben ook van de SBB goedkeuring gekregen om BBL-ers te begeleiden. Dat betekend dat deze VCA gecertificeerde bedrijven vaak erkende leerbedrijven zijn maar dat hoeft niet. Daarom moeten BBL-ers van te voren goed informeren of het daadwerkelijk een erkend leerbedrijf is of niet. Wanneer een BBL-er gaat werken bij een erkend leerbedrijf dat tevens VCA gecertificeerd is zal de BBL-er zelf ook een VCA Basis moeten behalen. Dit kan een onderdeel van de opleiding vormen als je een technische opleiding volgt in bijvoorbeeld de installatietechniek, elektrotechniek maar ook in de bouw.

BBL opleiding volgen via een Technisch uitzendbureau
Als je hebt besloten om een technische BBL opleiding te gaan volgen heb je vaak de keuze uit een enorme hoeveelheid erkende leerbedrijven. De keuze voor een bepaald leerbedrijf kan daardoor heel moeilijk zijn. Steeds meer BBL-ers kiezen er daarom voor om een technisch uitzendbureau of een VCU uitzendbureau te vragen om hulp. Een technisch uitzendbureau heeft vaak een goed beeld van de markt en kan daardoor de BBL-er goed ondersteunen bij het kiezen voor een bedrijf dat goed aansluit bij de wensen en opleiding van de BBL-er. Een technisch uitzendbureau weet daarnaast vaak ook welke bedrijven uitdagende projecten bieden en welke niet. Ook het machinepark en het personeel van een bedrijf is een belangrijk aspect. Veel uitzendbureaus bemiddelen uitzendkrachten bij verschillende bedrijven in de techniek. Vanuit deze uitzendkrachten horen de uitzendbureaus hoe bedrijven met hun personeel omgaan en wat de werksfeer is. Dat is ook een belangrijk aspect om mee te nemen in de keuze voor een erkend leerbedrijf om een BBL opleiding succesvol af te ronden.

BBL opleiding via Technicum uitzendbureau

De website Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband afgesloten met uitzendbureau Technicum. Dit uitzendbureau is VCU gecertificeerd en is al decennia lang actief in het bemiddelen en detacheren van technisch personeel. Bovendien heeft het uitzendbureau Technicum ook verschillende BBL-ers ondergebracht bij erkende leerbedrijven. De opleidingscoördinators en consultants van Technicum ondersteunen de BBL-ers bij de vorderingen met betrekking tot hun opleiding. Bovendien hebben deze opleidingscoordinators een uitstekend contact met mbo-opleidingsinstituten door heel Nederland. Als je interesse hebt in een BBL traject kun je een bericht sturen via het contact-formulier van Technischwerken.nl of je kunt het speciale aanmeldformulier voor een BBL-traject invullen. Dit aanmeldformulier vind je via de knop ‘BBL’.

Waarom BBL?

BBL oftewel de Beroeps Begeleidende Leerweg is een opleidingsvariant van het mbo. In de praktijk wordt BBL ook wel werken en leren genoemd. Deze benaming is niet verwonderlijk want in feite is een BBL-er door de week meer op zijn of haar werk te vinden dan bij het opleidingsinstituut zelf. Dat komt omdat een BBL leerling vaak 1 dag per week naar school gaat en 3 tot 4 dagen per week werkt bij een erkend leerbedrijf. Een BBL-opleiding is interessant maar niet voor iedereen geschikt.

Waarom zou ik een BBL-opleiding moeten volgen?
Een BBL-opleiding is vooral interessant voor de praktisch ingestelde leerlingen. Leerlingen die een echte doenersmentaliteit hebben. Dit zijn meestal de leerlingen die het niet prettig vinden om hele dagen naar school te gaan. Ook heeft de doorsnee BBL-er minder interesse in de theorie. In plaats daarvan wil hij of zij kennis toepassen en leren door te doen. Geen wonder dat in de techniek en de bouw veel BBL-leerlingen werken en leren. Er is in de techniek volop keuze uit technische BBL-opleidingen. Deze opleidingen kunnen door heel Nederland worden gevolgd. Dit kan rechtstreeks bij een bedrijf maar kan ook in samenwerking met een technisch uitzendbureau of VCU-uitzendbureau.

Erkend leerbedrijf
Er zijn veel technische bedrijven die door de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) als erkend leerbedrijf zijn aangemerkt. Er zijn echter wel verschillen tussen de erkende leerbedrijven. Daarvan moet iemand zich goed bewust zijn voordat hij of zij een BBL traject gaat volgen en bij een erkend leerbedrijf aan de slag gaat. Er zijn grote bedrijven maar ook kleine bedrijven in de techniek. In kleine bedrijven kun je misschien wat meer allround worden dan in grote technische bedrijven die vaak productiematig werken en gestandaardiseerde procedures hebben. De keuze tussen erkende leerbedrijven is groot. Ook het aantal BBL-opleidingen dat beschikbaar is zorgt er voor dat er wat te kiezen is voor de (aankomend) BBL-er. Verschillende BBL-ers kiezen er daarom voor om hulp in te schakelen van een arbeidsbemiddelaar. Dit is meestal een technisch uitzendbureau of een VCU uitzendbureau.

BBL via een technisch uitzendbureau
Hert volgen van een BBL traject via een technisch uitzendbureau kan een uitstekende oplossing zijn voor BBL-ers die hulp nodig hebben bij het vinden van een interessant leerbedrijf dat aansluit bij hun specifieke leerbehoeften. Veel uitzendbureaus in de techniek hebben een brede kennis van de markt. Bovendien kennen ze de bedrijven vaak goed en weten ze ook welke bedrijven erkende leerbedrijven zijn en welke niet. Ook weet een uitzendbureau vaak prima te benoemen welke technieken binnen een bedrijf worden uitgevoerd en hoe de begeleiding van de BBL leerling doorgaans is geregeld. Deze informatie krijg een uitzendbureau van de bedrijven zelf maar ook dikwijls van de BBL leerlingen. Iemand die daarom een BBL traject in de techniek zou willen volgen doet er goed aan om contact op te nemen met een technische uitzendorganisatie.

BBL via Technicum
Technicum uitzendbureau is landelijk actief in het bemiddelen van technisch personeel en BBL-leerlingen. Dat betekend dat dit uitzendbureau een goed beeld heeft van de markt en een BBL leerling goed kan begeleiden naar een interessante BBL-plek bij hem of haar in de buurt. Bovendien heeft Technicum speciale begeleiders in dienst die de BBL-er ondersteunen in zijn of haar contact met school maar ook met het erkende leerbedrijf. Omdat Technicum ook nog VCU gecertificeerd is kan men er zeker van zijn dat naast kwaliteit ook veiligheid centraal staat. Als je in aanmerking wilt komen voor een BBL traject via Technicum kun je klikken op ‘contact’ en het contactformulier invullen. Ook is er een speciale knop met de tekst ‘BBL’. Als je daar op drukt kun je een rechtstreekse aanmelding voor een BBL-traject indienen. Een opleidingscoördinator of een consultant van Technicum zal dan contact met je opnemen.

Wat is BBL?

BBL is een afkorting die staat voor Beroeps Begeleidende Leerweg waarin werken en leren met elkaar worden gecombineerd. De leerling die een BBL opleiding volgt is in dienst van het bedrijf en volgt daarnaast een opleiding. De Beroeps Begeleidende leerweg is de tegenhanger van de Beroeps Opleidende Leerweg (BOL). Het grote verschil tussen deze twee leerwegen zit in het praktijkdeel. Een leerling die een BBL opleiding volgt werkt drie of vier dagen in de praktijk terwijl een leerling van een BOL opleiding vrijwel alleen doormiddel van vaak onbetaalde stages met de praktijk in aanraking komt.

Welk niveau heeft een BBL opleiding?
BBL-opleidingen kunnen verschillende niveaus hebben. In feite zijn BBL-opleidingen mbo-opleidingen alleen is er sprake van werken en leren. Omdat BBL verder gelijkwaardig is aan een BOL opleiding is er ook sprake van dezelfde indeling in niveaus. Zo zijn er BBL opleidingen van niveau 1 tot en met niveau 4. Daarbij is er ook de mogelijkheid tot een specialistenopleiding op niveau 5. Deze opleidingen zijn dus mbo niveau 1 tot en met mbo niveau 4 (of 5). Voor elk niveau heeft men echter een andere vooropleiding nodig. Hieronder is in een kort overzicht weergegeven welke BBL niveaus er zijn en hoe je kunt instromen in dit opleidingsniveau.

BBL niveau 1.
Is het instroomniveau en wordt ook wel de entreeopleiding genoemd. Deze entreeopleiding zorgt er voor dat leerlingen worden voorbereid op een beroep op de arbeidsmarkt. Voor dit niveau is geen vooropleiding of diploma vereist. Dat betekend dat je aan een BBL opleiding niveau 1 mag beginnen zonder diploma. De entreeopleiding duurt 1 jaar. Daarna kun je als de entreeopleiding goed is afgerond doorstromen naar BBL niveau 2.

BBL niveau 2
Dit niveau wordt ook wel de basisberoepsgerichte leerweg genoemd of basisberoepsopleiding. Hiervoor is wel een vooropleiding vereist. Je kunt op BBL niveau 2 instromen met een vmbo opleiding in de kaderberoepsgerichte-, gemengde- en theoretische leerweg.

BBL niveau 3

Dit BBL-niveau staat voor kaderberoepsgerichte leerweg en wordt ook wel een vakopleiding genoemd. leerlingen leren op dit niveau op zelfstandig werkzaamheden uit te voeren. Een BBL-er leert in de praktijk opdrachten uit te voeren en werkzaamheden te verrichten zonder directe begeleiding en aansturing. Uiteraard is er altijd een collega in de buurt die de BBL-er kan ondersteunen als hij of zij er niet uit komt. Als je op BBL niveau 3 wil instromen heb je een Havo of vwo ongediplomeerd overgangsbewijs nodig van klas 3 naar 4. Ook de gemengde leerweg, theoretische leerweg en kadergerichte leerweg aan het vmbo worden geaccepteerd als vooropleiding.

BBL niveau 4

Een BBL niveau 4 staat voor theoretische leerweg. Dit wordt ook wel de middenkaderopleiding genoemd. De vereiste vooropleidingen hiervoor zijn de gemengde leerweg, de theoretische leerweg en kadergerichte leerweg aan het vmbo, of havo. Na het afronden van het opleidingsniveau BB niveau 4/ mbo niveau 4 kun je doorstromen naar het HBO. Houdt er dan wel rekening mee dat HBO geen werken en leren kent. Dat betekend dat het praktijkgerichte aspect van het BBL verdwijnt op de HBO opleiding en dat er meer vanuit een collegevorm of een projectmatige vorm wordt geleerd en gestudeerd. Er zijn verschillende mbo-opleidingen die maximaal een niveau 4 hebben.

Specialistenopleiding niveau 5
Naast de hiervoor genoemde mbo-opleidingsniveaus is er ook nog een niveau 5. Dit niveau wordt ook wel de specialistenopleiding genoemd. De specialistenopleiding is bestemd voor leerlingen die al een vakopleiding (niveau 3) hebben gevolgd. De opleidingsduur van de is specialistenopleiding 1 jaar. Niet voor alle mbo-opleidingen en opleidingsrichtingen is er een niveau 5 beschikbaar. Dat verschilt per mbo-opleiding.

BBL en naar school gaan
Een BBL-er doet een groot deel van zijn of haar opleiding op de werkplek. Dit is het werkend leren. Tijdens het werk worden vaardigheden toegepast in de praktijk, de leerling leert een vak door te doen. Toch zal ook een BBL-er naar school moeten gaan voor het theoretische deel van de opleiding. Daarbij worden ook vaak op school nog praktijklessen gegeven. Een BBL-er houdt tijdens zijn of haar BBL-opleiding een overzicht bij waarin de vaardigheden staan die in de praktijk zijn toegepast en de werkstukken die zijn gemaakt. Dit overzicht wordt ook wel een portfolio genoemd.

Portfolio voor een BBL-opleiding
Tegenwoordig is het woord ‘portfolio’ redelijk bekend geworden onder vmbo en mbo leerlingen. Tien jaar geleden werd de term portfolio voornamelijk gebruikt op hbo opleidingen en wo opleidingen. Ook tijdens de meeste BBL-opleidingen wordt er gewerkt met een portfolio. Een portfolio is een overzicht waarin wordt bijgehouden wat een BBL-er allemaal heeft gedaan in een week op het werk maar ook op school. Daardoor geeft een porfolio inzicht in de vorderingen die de BBL-er heeft gemaakt tijdens de BBL-opleiding. In een BBL opleiding vormt het portfolio een belangrijke verslaglegging waarin vaak ook foto’s van praktijkopdrachten zijn opgenomen. Dat zorgt er voor dat de BBL-er niet alleen aan school maar ook aan bedrijven kan laten zien wat hij of zij in de praktijk heeft gemaakt of gedaan. Dat is ook handig tijdens een sollicitatie.

BBL-er
Een leerling die een BBL opleiding volgt wordt ook wel een BBL-er of BBL’er genoemd. De meeste BBL-ers maken een bewuste keuze om een opleiding in de vorm van werken en leren te volgen. De motivatie voor deze keuze is in de praktijk wel vaak verschillend. Zo kiezen sommige BBL-ers voor een BBL-opleiding omdat ze graag geld willen verdienen. Andere BBL-ers vinden het prettig om in de praktijk te werken en hebben minder interesse in het naar school gaan. Een BBL-er kan echter niet bij elk bedrijf aan de slag gaan. Het is belangrijk dat de BBL-er tijdens zijn of haar werk de juiste vaardigheden aanleert en de theorie van de opleiding in de praktijk kan toepassen. Daarom vereist een opleidingsinstituut dat de BBL-er aan de slag gaat bij een erkend leerbedrijf.

Erkend leerbedrijf
Niet alle bedrijven in Nederland zijn een erkend leerbedrijf. Een erkend leerbedrijf kun je pas worden als je aan een aantal eisen voldoet. Uiteraard moet een bedrijf in staat zijn om de BBL-er goed te begeleiden op de werkplek. De werkplek moet veilig zijn en voldoende ruimte bieden om de BBL-er te ontwikkelen tot een vakkracht. Bedrijven die een erkend leerbedrijf willen worden moeten eerst om een erkenning vragen. Daarbij moeten bedrijven een vragenlijst doorlopen dit kan via de website van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).
Na de vragenlijst kan het bedrijf doorgaan met de echte aanvraag. Na afloop van de aanvraag wordt het bedrijf binnen tien dagen benaderd door een adviseur praktijkleren van SBB. Deze advisieur gaat vervolgens de aanvraag met het bedrijf bespreken. Er zullen meerdere gesprekken volgen en uiteraard zal ook de werkplek voor de BBL-er worden beoordeeld. Als een bedrijf een erkend leerbedrijf wordt krijgt deze het beeldmerk van SBB.

Praktijkovereenkomst of bpv-overeenkomst
Als een BBL-er een erkend leerbedrijf heeft gevonden waar hij of zij een BBL-opleiding kan volgen zullen er een aantal zaken geregeld moeten worden. Er moeten uiteraard afspraken worden gemaakt met betrekking tot de begeleiding van de BBL-er. Deze afspraken liggen vast in een praktijkovereenkomst. Deze praktijkovereenkomst wordt ook wel een beroepspraktijkvormingsovereenkomst of bpv-overeenkomst genoemd. Het mbo-opleidingsinstituut zorgt er voor dat deze overeenkomst tot stand komt.

BBL via een uitzendbureau
Verschillende uitzendbureaus bieden ook BBL opleidingen aan. Daarvoor hebben deze uitzendbureaus vaak samenwerkingsverbanden gesloten met het middelbaar beroepsonderwijs. Professionele uitzendbureaus hebben ook hun eigen opleidingsadviseurs en (loopbaan)begeleiders in dienst. Deze kunnen de BBL-er of aankomend leerling ondersteunen bij het vinden van een passend erkend leerbedrijf. Steeds meer uitzendbureaus bieden BBL opleidingen aan. Met name in de techniek blijkt er een groot tekort aan uitvoerend personeel. Vakmensen zijn schaars en er is sprake van vergrijzing. Dat zorgt er voor dat veel werknemers met jarenlange technische ervaring straks de arbeidsmarkt gaan verlaten zonder dat ze deze technische kennis hebben overgedragen aan jongere personeelsleden zoals BBL-ers. Technische uitzendbureaus waaronder VCU uitzendbureaus proberen doormiddel van BBL trajecten jongeren praktisch op te leiden voor een uitdagende baan in de techniek of bouw. Technische uitzendbureaus vormen daardoor net als reguliere technische bedrijven een belangrijk factor op de arbeidsmarkt op het gebied van de ontwikkeling van personeel.

Aanmelden voor een BBL traject via een uitzendbureau?
Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband afgesloten met Technicum uitzendbureau. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject dan kun je jezelf aanmelden via de knop ‘BBL’ of via het algemene contactformulier op deze website. Dit formulier komt binnen bij de websitebeheerder en wordt vervolgens doorgestuurd naar een Technicum vestiging bij jou in de buurt. Deze Technicum vestiging zal dan vervolgens contact met jou opnemen voor een afspraak en een advies met betrekking tot een BBL-traject.

Vier tips zodat een opleiding wél in je agenda past

Dit gastblog is afkomstig van auteur: Rudy Schijf die werkzaam is als studieadviseur bij ROVC

Het liefst volgt de gemiddelde technicus waarschijnlijk zijn cursus of opleiding onder werktijd. Helaas zit dat er niet altijd in. Om toch nieuwe vaardigheden onder de knie te krijgen, is een avondcursus een goede oplossing. Maar hoe past een opleiding in een drukke agenda? Hoe houd je tijd om bijvoorbeeld zondag bij de voetbalwedstrijd van je kinderen aanwezig te zijn? Om de balans tussen gezin, werk én studie te behouden, geef ik in deze blog vier tips.

1. Betrek het thuisfront
Om verrassingen te voorkomen is het zaak om je gezin op tijd te betrekken bij jouw plan om een opleiding of cursus te gaan volgen. Betrek je partner in het keuzeproces. Als doelen en studiebelasting thuis bekend zijn, is er meer begrip als je bijvoorbeeld een avond apart gaat zitten om te studeren.

2. Stel huiswerk niet uit
De kans is groot dat studeren voor jou al even geleden is, waardoor het een uitdaging kan zijn om het huiswerk in te passen in de dagelijkse routine. Onthoud: van uitstel komt afstel. Door bijvoorbeeld een vaste dag te kiezen om aan de slag te gaan met het huiswerk, vermijd je last-minute stress en werk tot in de late uurtjes. Ik raad aan dit vaste moment vlak na de cursusavond te plannen. Dan zit de stof nog vers in het hoofd en kost het daardoor uiteindelijk minder tijd.

3. Plan leren in blokken
Leren in korte blokken van één of twee uur is effectiever dan bijvoorbeeld vijf uur op rij. Je hersenen nemen na verloop van tijd geen nieuwe informatie meer op. Het is daarom handig om na een paar uur het lesmateriaal even weg te leggen en de stof te laten bezinken. Korte, frequente sessies zorgen ervoor dat je meer onthoudt. Verder is het goed om de opgedane kennis in de praktijk te brengen. Ga daarom op de werkvloer op zoek naar situaties waarin dit kan. Ook als een bepaalde taak nu nog niet onder jouw verantwoordelijkheid valt, is deze prima samen met iemand op te pakken. Op die manier worden de nieuwe techniek en de stof sneller eigen.

4. Gun jezelf vrije tijd
Ondanks het bijwonen van cursusavonden, het maken van huiswerk en het leren voor examens, hoeft het niet zo te zijn dat al je tijd opgaat aan studeren. Houd bijvoorbeeld de zaterdagavond standaard vrij voor vrienden en plan zondag familietijd in. Dit zorgt voor frisse energie, waardoor je doordeweeks op volle kracht weer aan de slag kunt.

Om de juiste balans te behouden tussen werk, privé en studie is het dus belangrijk om goed te plannen. Structuur is de sleutel tot succes. Bepaal wanneer je tijd maakt voor leer- en huiswerk en deel dit met de mensen om je heen. Door hen te betrekken in deze keuze en op de hoogte te stellen, worden onbegrip en irritaties uit de weg gegaan. Op die manier kun je jezelf met een gerust hart een avondje terugtrekken in de studeerkamer en op zondag zonder zorgen juichen aan de lijn van het voetbalveld.

MBV monteur beveiligingsinstallaties

MBV is een opleiding of cursus die voluit geschreven wordt als monteur beveiligingsinstallaties. Deze opleiding wordt door verschillende opleidingsinstituten in Nederland aangeboden en is specifiek gericht op (elektro)monteurs die werkzaamheden verrichten aan beveiligingsinstallaties. Werknemers die in de praktijk werkzaamheden uitvoeren aan beveiligingsinstallaties moeten zelfs volgens de wet in het bezit zijn van het diploma Monteur Beveiligingsinstallaties (MBV). Om die reden wordt het MBV diploma in de praktijk vaak gevraagd in vacatures van installateurs en elektrotechnische bedrijven. Ook technische uitzendbureau (VCU gecertificeerde uitzendbureaus) vragen in hun vacatures regelmatig om elektrotechnisch personeel dat in bezit is van een MBV diploma of MBV-papieren.

Wat leer je in een opleiding MBV?
Hoewel de opleiding MBV door verschillende opleidingsinstituten wordt aangeboden zal de inhoud van deze opleiding of cursus grotendeels hetzelfde zijn. Uiteraard staan de beveiligingsinstallaties hierbij centraal. Deelnemers aan de MBV opleiding zullen binnen een dag of vier alle belangrijke aspecten leren met betrekking tot beveiligingsinstallaties. Het gaat hierbij om het plaatsen en bedienen van beveiligingsinstallaties. Ook het instellen en aanpassen van deze installaties komt aan de orde. Er wordt aandacht besteed aan de techniek van beveiligingsinstallaties waardoor een (toekomstig) beveiligingsmonteur in deze systemen effectiever een storing kan zoeken en oplossen.

Vooral het zoeken naar storingen het deskundig oplossen daarvan is een belangrijke taak van de monteur beveiligingsinstallaties. Daarom wordt aan dit aspect tijdens de MBV opleiding veel aandacht besteed. Storingen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door installatiefouten maar ook door invloed van buitenaf. De invloeden van buitenaf kunnen te maken hebben met temperatuur, de invloed van licht of bijvoorbeeld trillingen door machines en veranderingen in de constructie van gebouwen en omringende installaties. De oorzaken van storingen zijn divers en de oplossingen verschillen daardoor ook. Omdat beveiligingsinstallaties een belangrijke taak vervullen is het van groot belang dat deze installaties optimaal functioneren. Daarom wordt in de MBV opleiding aan de deelnemers alle relevante kennis bijgebracht die nodig is om deze installaties zo goed mogelijk te installeren, te onderhouden, te repareren en te vervangen.

Voor wie is de MBV cursus bedoelt?
In de regels van de vorige alinea’s kwam al een beetje naar voren dat de cursus monteur beveiligingsinstallaties voor werknemers bedoelt is die werken aan beveiligingsinstallaties. Dit zijn in de praktijk vaak elektromonteurs maar het kunnen ook onderhoudsmonteurs zijn of servicemonteurs. Werknemers die specifieke kennis hebben van gebouwgebonden installaties zullen in de praktijk ook vaak te maken krijgen met beveiligingsinstallaties en hebben daardoor ook baad bij de opleiding MBV.

Diploma MBV
De opleiding MBV wordt afgerond met een examen. Na het succesvol afronden van het examen ontvangt de deelnemer het certificaat MBV praktijk. Daarnaast moet ook het MBV theorie worden behaald. MBV theorie en MBV praktijk vormen samen het MBV diploma. Met dit diploma kan de werknemer aan werkgevers duidelijk maken dat hij of zij zelfstandig een beveiligingsinstallatie kan inregelen, wijzigingen kan aanbrengen en storingen in deze systemen kan verhelpen.

Vooropleiding voor MBV
De meeste opleidingsinstituten die de MBV opleiding aanbieden vinden het belangrijk dat de deelnemers aan de opleiding over voldoende basiskennis over elektrotechniek beschikken. Dit kan blijken uit een vooropleiding in de elektrotechniek of aantoonbare werkervaring in de elektrotechniek. De potentiële deelnemer moet hiermee aantonen dat hij of zij over basismontagevaardigheden beschikt. Als dit voldoende inzichtelijk gemaakt kan worden zullen de meeste opleidingsinstituten iemand laten deelnemen aan de opleiding MBV.

Werknemers leren meer van werk dan van cursussen

Werknemers leren meer door hun dagelijkse werkzaamheden uit te voeren dan door deel te nemen aan cursussen. Dit komt naar voren uit een enquête die door de Universiteit Maastricht werd gehouden onder ruim 5.500 respondenten. Tot de respondenten behoorden 3.700 werknemers. Veel werknemers blijken tijdens hun werk vooral kennis op te doen door te leren van collega’s en hun ervaringen. Ongeveer 85 procent van de leermomenten op de werkvloer waarop werknemers leren vindt plaats in een informele setting.

Werkmethodes aanleren
Gemiddeld leren werknemers 15 procent van hun kennis in cursussen. In feite leren veel werknemers in een informele kennisoverdracht met hun collega’s net zoveel als ze leren in een cursus die even lang duurt. Didier Fouarge de hoofdonderzoeker geeft aan dat er verschillende methodes zijn om vaardigheden aan te leren en kennis op te doen op de werkvloer. Een voorbeeld hiervan is het uitbreiden van een takenpakket doordat ze nieuwe taken toegeschoven krijgen van hun leidinggevenden. Ook wanneer ze samenwerken met andere collega’s leren ze vaak nieuwe werkmethodes aan. Het opdoen van deze zogenaamde praktijkervaring is volgens Didier Fouarge een goed middel om werknemers te ontwikkelen.

Technische vaardigheden aanleren
Werknemers in de techniek leren  bijvoorbeeld vaak in de praktijk speciale, technische vaardigheden aan. Dit komt omdat veel vaardigheden niet aangeleerd kunnen worden in een techniekruimte van een opleidingsinstituut. In de praktijk is de techniek namelijk een veel bredere sector dan wat alleen in een technieklokaal gesimuleerd kan worden. Van ervaren collega’s kunnen aankomende vakkrachten veel basisvaardigheden aanleren. In de elektrotechniek leren ze bijvoorbeeld effectief draden trekken, wandcontactdozen monteren en schakelmateriaal aan te brengen. Door ervaringen tussen elektromonteurs te laten delen kan niet alleen een hogere kwaliteit worden gerealiseerd er kan ook sneller worden gewerkt.

Opleidingsniveau
Er is ook nog een verschil in opleidingsniveau. Hoogopgeleide werknemers nemen in de praktijk vaker deel aan een werkcursus dan lager opgeleide werknemers. Van de werknemers met een hoog opleidingsniveau had 63 procent in de afgelopen twee jaar een opleiding of training gevolgd. Bij laag opgeleide werknemers was dat slechts 39 procent van de respondenten. Gemiddeld duurt een cursus overigens drie dagen en zeven uur. Daarnaast is deelname aan bedrijfscursussen vaak verplicht.

Wat is STOOF?

STOOF (Stichting Opleiding & Ontwikkeling Flexbranche) is een stichting voor zowel uitzendkrachten als vaste medewerkers. Zoals de naam doet vermoeden is het een stichting die opleidingen en ontwikkelingstrajecten verschaft aan voornamelijk uitzendkrachten en daarnaast vaste medewerkers. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn HBO stage voor de opleiding HRM. Deze stage hield Tjerk in 2017 bij Unique Technicum uitzendbureau. Hieronder staat een korte samenvatting van de informatie die Tjerk heeft verzameld en samengevat over STOOF.

Waar kan STOOF bieden?
STOOF staat voor werknemers paraat met de volgende middelen:

  • Financiële tegemoetkomingen op het gebied van opleiding en ontwikkeling
  • Advies
  • Subsidies
  • Praktische ondersteuning
  • Opleiding
  • Onderzoeken binnen de branche

STOOF is als stichting opgericht in 2004 door een tal van vakbonden:

  • ABU (Algemene Bond Uitzendorganisaties)
  • FNV (Federatie Nederlandse Vakbeweging)
  • CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond)
  • Dienstenbond
  • De Unie

En sinds 2008 zijn daar de volgende organisaties aan toegevoegd:

  • NBBU (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen)
  • LBV (Landelijke Belangen Vereniging)

Uitzendorganisaties kunnen gebruik maken van de diensten van de STOOF wanneer zij 0.2% van de loonsom afdragen aan het sociaal fonds uitzendbranche (SFU). De STOOF werk landelijk samen met verscheidene uitzendorganisaties, kenniscentra, ROC (regionale opleidingscentrum) , fondsen, gemeenten en EVC-aanbieders.

Uitzendkracht
De STOOF is hoofdzakelijk in het leven geroepen ter bevordering van de ontwikkeling van de uitzendkracht. Wanneer een (ex-) uitzendkracht een opleiding wil volgen kan dit via het STOOF. Wanneer de uitzendkracht geen hogere opleiding heeft genoten dan mbo 4 is het mogelijk om een scholingsvoucher ter waarde van €500,- bij de STOOF aan te vragen. De uitzendkracht kan vervolgens zelf kiezen aan welke opleiding hij of zij het geld van de scholingsvoucher wil gaan spenderen. De enige voorwaarde die hieraan gesteld wordt is dat de opleiding relevant moet zijn aan het segment of het vakgebied waarin de uitzendkracht werkzaam is. De opleiding moet loopbaangericht zijn, echter hoeft de opleiding niet functiegericht te zijn.

Vergoedingen
STOOF verstrekt een aantal vergoedingen waarmee de opleidingskosten of de ontwikkeling van de uitzendkracht kan worden betaald. Er zijn 3 soorten vergoedingen die de stichting verstrekt, dit zijn de volgende:

  • Scholingsvoucher
  • Mentorvergoeding
  • EVC-vergoeding (Ervaringscertificaat)

De scholingsvoucher (als hiervoor beschreven) geeft de uitzendkracht een kans om een investering te doen in zijn of haar toekomst door een opleiding of een andere vorm van scholing te volgen.

De mededelende uitzendorganisatie die een uitzendkracht in een BBL-traject plaatst (BBL is Beroeps Begeleidende Leerweg) kan aanspraak maken op een vergoeding van de STOOF. Wanneer de uitzendorganisatie de leerling begeleidt en de verantwoordelijkheden neemt voor het opleidingstraject heeft de uitzendorganisatie recht op €400,- per uitzendkracht per jaar.

Daarnaast reikt de STOOF ook EVC-vergoedingen uit. Het EVC oftewel het Ervaringscertificaat is een certificaat waarin de eerder verworven competenties van de uitzendkracht op papier worden gezet en daarmee in kaart worden gebracht. Wanneer een uitzendkracht een EVC bezit is hij of zij beter inzetbaar op de arbeidsmarkt. Toekomstige werkgevers kunnen dan namelijk zien over welke competenties de uitzendkracht of reguliere werknemer beschikt. Wanneer een organisatie een uitzendkracht in de EVC-procedure plaatst biedt STOOF maximaal €1500,- per uitzendkracht. Het maximum bedraagt 5 vergoedingen per jaar, waarvan 4 flexkrachten en een vaste werknemer.

Tot slot
De STOOF is een stichting die zich focust op de ontwikkeling van uitzendkrachten en vaste medewerkers. Dit doet STOOF door deze werknemers op te leiden en te ontwikkelen om deze krachten daarmee beter inzetbaar te laten worden op de arbeidsmarkt. De STOOF helpt uitzendkrachten en -organisaties doormiddel van investeringen in de toekomst van de medewerkers.

Technicum school in België

Technicum is in Nederland vooral bekend als technisch uitzendbureau. Dit uitzendbureau valt onder USG People en is binnen die uitzendorganisatie ondergebracht onder Unique vandaar dat Technicum uitzendbureau ook wel Unique Technicum wordt genoemd en genoteerd wordt als U Technicum als logo. In België is Technicum als merknaam voor een uitzendbureau minder bekend. Wel is er in Aalst een uitzendbureau gevestigd dat Unique Interim Office Technicum in Aalst draagt.

Technicum in België
In België worden technische uitzendkrachten door Unique uitzendbureau bemiddeld. Verder kent men in België de naam Technicum als onderdeel van de universiteit van Gent. Daar vormt het Technicum het gedeelte waar de technische laboratoria zijn gevestigd. De benaming Technicum heeft in dit verband echter niets te maken met Technicum uitzendbureau. Naast deze associatie met Technicum is er ook nog een opleidingsinstituut met de naam Technicum. Daarover lees je in de alinea hieronder meer.

Technicum
Technicum is in België ook een school voor wetenschappelijk, Technisch beroepsonderwijs. Deze school heeft een rijke historie die al meer dan honderd jaar geleden is begonnen in de Belgische plaats Sint-Truiden. Daar werd ruim honderd jaar geleden door de Aalmoezeniers van de Arbeid in hun vijfde technische school gebouwd. De doelstelling van deze school was het verbeteren van technische opleiding. Daarmee wilde men de arbeider beter ontwikkelen.

Het gebouw werd binnen ongeveer vier maanden neergezet. De school had verschillende afdelingen waarin leerlingen leerden materialen te bewerken. Zo was er een afdeling waar metaal werd bewerkt maar ook een afdeling voor houtbewerking. Bovendien was er een afdeling voor het bewerken van diamant waar België bekend om staat. Verder was er nog een afdeling waarin leerlingen les kregen over elektriciteit. In de eerste fase van de school telde men ongeveer 90 leerlingen.

Technicum tegenwoordig
Toen de Tweede Wereldoorlog voorbij was steeg ook het aantal leerlingen op de technische school. Dit aantal leerlingen verdubbelde in bijna tien jaar tijd van 300 leerlingen naar 600 leerlingen. De techniek veranderde en ook de school veranderde mee. Daardoor ontstonden er nieuwe afdelingen en vakgebieden. Van andere vakgebieden werd juist afscheid genomen. De diamantafdeling werd bijvoorbeeld opgeheven. De afdelingen elektriciteit, elektronica en mechanica werden juist uitgebouwd. De technische richtingen werden in een later stadium aangevuld met kwalitatief goed beroepsonderwijs. Technicum biedt ook technische opleidingen aan volwassenen.

Dit worden ook wel nijverheidstechnische opleidingen genoemd en worden voornamelijk gehouden in de praktijklokalen van het Technicum. Omdat de techniek erg divers is heeft het opleidingsinstituut Technicum in België ook meerdere praktijklokalen. Deze praktijklokalen zijn gericht op specifieke technieken zoals elektriciteit en mechanica. Ook in Nederland kent men dergelijke technische opleidingsinstituten, bijvoorbeeld de praktijkgerichte scholen binnen het vmbo en mbo.

Technicum in België

Technicum is in Nederland bekend als naam voor een technisch uitzendbureau dat valt onder USG People. Omdat Technicum binnen USG onder Unique valt noemt men Technicum ook wel Unique Technicum. Dit wordt op briefpapier en op promotiemateriaal ook wel aangeduid met U Technicum waarbij de U staat voor Unique. In België kent men Technicum ook als uitzendbureau onder bijvoorbeeld de naam Unique Intrim Office Technicum in Aalst. Ook duikt de benaming Technicum op in de wereld van opleidingen in België. Zo draagt een gedeelte van de Universiteit van Gent de naam Technicum. Daarover is hieronder meer geschreven.

Technicum binnen Universiteit Gent
Binnen het gebouwencomplex van de Universiteit Gent wordt met het Technicum het gedeelte aangeduid waar de Technische Laboratoria zich bevinden. De Universiteit Gent bevindt zich in de Belgische stad Gent en is ontworpen door de architect Jean Norbert Cloquet. In de jaren 30 van de twintigste eeuw werd het Technicum gebouwd langs de Muinkschelde op de flank van de Blandijnberg. Daar moest het Technicum gebruikt worden door de faculteit Ingenieurswetenschappen.

Blokken binnen het Technicum
Het Technicum werd opgedeeld in verschillende blokken. Deze blokken werden door Gustaaf Magnel (1899-1955) mede ontworpen en werden getekend door Jean Norbert Cloquet (1885-1961). Cloquet was een hoogleraar in de burgerlijke bouwkunde. De blokken van het Technicum werden in verschillende periodes gebouwd en uitgebreid.  

Zo werd het huidige blok 1 van het Technicum werd vermoedelijk in 1936 uitgebreid. Deze uitbreiding gebeurd op basis van de restanten van de spinnerij Feyerick uit 1894. Blok 2 van het Technicum dateert uit 1938. Dit blok kreeg veel aandacht omdat er nieuwe constructietechnieken voor werden toegepast. Er werd gebruik gemaakt van een skeletbouw waarbij men staal gebruikte voor het skelet in plaats van beton. Deze elementen werden voor een groot deel aan elkaar gelast. Daardoor werd blok 2 van het Technicum het eerste gelaste gebouw ter wereld.

Lassen was in die tijd nog een nieuwe techniek die nog niet breed werd toegepast in de bouw. In blok twee werd Magnels labo gevestigd waar onderzoek werd gedaan naar gewapend beton. Ook werd in blok 2 van het Technicum onderzoek gedaan naar de weerstand van materialen. De vloer van dit blok moest een belasting aankunnen van 3000 kg per m². Blok twee staat centraal ingepland in het terrein en bevindt zich parallel aan de Sint-Pietersnieuwstraat en de Schelde.

Het huidige blok 5 is het oude laboratorium Hydraulica dit blok werd als eerste gerealiseerd. Blok vijf verschilt in bouwstijl van de andere blokken van het Technicum. Dit blok past meer bij de bouwstijl die in de jaren twintig van vorige eeuw gebruikelijk was.

Het Technicum in tegenwoordige tijd
Tegenwoordig is het Technicum van de Universiteit Gent nog steeds in gebruik. De thermische centrale van het Technicum werd in de jaren 2000 gerestaureerd en kreeg een nieuwe bestemming als studentenhuis Therminal. Deze restauratie vond plaats onder leiding van architect F. Mees. Na de verbouwing verhuisden alle studentenverenigingen die voorheen in hert gedeelte “De Brug” gevestigd waren naar de Therminal.

Vanaf 2010 werden verschillende vakgroepen van de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur gehuisvest in het Technicum. Een ministerieel besluit van de Vlaamse overheid uit 2010 zou met uitzondering van blok 3 van het Technicum de overige gebouwen als monument willen bestempelen. Er werd echter door de universiteit van Gent bezwaar aangetekend bij de Raad van State over deze beslissing. Een beschermde status van het Technicum zou het namelijk in de toekomst moeilijk maken om de beschermde delen van het Technicum van de universiteit te verbouwen. Dit is een belemmering voor de universiteit. Om die reden heeft de bescherming een negatief advies gekregen van de Raad van State.

Wat is een post hbo opleiding?

Een post hbo opleiding is een extra opleiding die men kan volgen na het behalen van een hbo opleiding (bachelor), als men in bezit is van een WO opleiding of hals men op een andere manier kan aantonen dat men over hbo of academisch werk- en denkniveau beschikt. Een post hbo opleiding volgt men meestal ter verdieping in een bepaald vakgebied of om bepaalde vaardigheden beter te ontwikkelen. In de meeste post hbo opleidingen wordt veel aandacht besteed aan de toepassing van kennis en de ontwikkeling van competenties in de praktijk. Veel deelnemer aan een post hbo opleiding hebben al een aantal jaren ervaring in een functie op hbo of WO denk- en werkniveau. Er zijn echter verschillende redenen waarom men een post hbo opleiding wil volgen.

Waarom een post hbo opleiding?
Een post hbo opleiding is voor verschillende mensen interessant. Men kan er voor kiezen om een post hbo opleiding te volgen als men een verdiepingsslag wil maken in bepaalde vakgebieden zoals wet en regelgeving, bedrijfseconomie en bestuurskunde. Deze verdiepingsslag is in een aantal gevallen gewenst of noodzakelijk. Als men bijvoorbeeld een leidinggevende functie bekleed en er achter komt dat men niet over de benodigde kennis en competenties  beschikt is het belangrijk dat men zichzelf verder gaat ontwikkelen. Een post hbo opleiding kan in die situatie een uitkomst zijn. Ook wanneer men nog geen managementfunctie bekleed maar wel van plan is om dat in de toekomst te doen kan het volgen van een post hbo opleiding een verstandige keuze zijn.

Wat is de inhoud van een post hbo opleiding?
De inhoud en de duur van een post hbo opleiding kan verschillen. Er zijn namelijk ook verschillende soorten post hbo opleidingen. Deze opleidingen kunnen zowel gericht zijn op bestuurskunde als op andere management gebieden. Verder kunnen de post hbo ook op speciale vakgebieden zijn gericht. Niet elke post hbo opleiding is daarom geschikt voor elke persoon. Het daarom belangrijk om goed te kijken naar de verschillende modules en vakgebieden waaruit de post hbo opleiding bestaat. Deze informatie staat in het programma van de post hbo opleiding. Als men bijvoorbeeld de inhoud van een post hbo opleiding bedrijfskunde bekijkt dan ziet men daarin modules zoals:

  • Personeelsmanagement
  • Organisatiemanagement
  • Bedrijfseconomie
  • Strategisch management
  • Ondernemerschap

Vaak zijn er ook keuzemodules die men kan volgen. Dit zijn vaak specifieke modules die men op basis van eigen interesse of behoefte kan kiezen. Een voorbeeld van keuzemodules voor de opleiding post hbo bedrijfskunde zijn:

  • Strategische marketing
  • Innovatiemanagement
  • Bedrijfsrecht
  • Kwaliteitszorg
  • Bedrijfsethiek

Vooropleiding voor post hbo opleidingen
Het instituut waar de post hbo opleiding gevolgd kan worden geeft vaak duidelijk aan over welke vooropleiding men dient te beschikken. Deze vooropleiding is meestal minimaal HBO of WO. Het is in sommige gevallen mogelijk om op een andere manier aan te tonen dat men over hbo niveau of WO niveau beschikt. In dat geval zal men hiervoor bewijsstukken moeten aanleveren aan het opleidingsinstituut. Daarvoor hebben opleidingsinstituten speciale richtlijnen. Neem contact op met het opleidingsinstituut om hierover meer te weten te komen.

Waarde van post hbo opleiding op de arbeidsmarkt
Er worden in Nederland veel verschillende hbo opleidingen en post hbo opleidingen aangeboden door uiteenlopende opleidingsinstituten. Dat zorgt er voor dat men terecht kan vragen welke post hbo opleiding wel of juist geen waarde heeft op de arbeidsmarkt. Allereerst heeft het volgen van een post hbo opleiding zin als dit een aanvulling vormt voor iemand zijn oh haar cv en professionele ontwikkeling. Daarnaast moet een opleiding over voldoende kwaliteit beschikken. Alleen de aanduiding ‘post hbo’ geeft nog geen duidelijkheid over de waarde en de kwaliteit van de opleiding. De titel post hbo is namelijk geen beschermde titel en dat houdt in dat elk opleidingsinstituut zijn opleidingen kan voorzien van deze titel. Ook het feit dat een post hbo opleiding wordt afgesloten met een diploma geeft onvoldoende duidelijkheid over de waarde van de opleiding. Veel werkgevers kunnen de waarde van de post hbo opleiding moeilijk inschatten.

Register Stichting Post HBO Nederland (SPHBO)
De waarde van een post hbo opleiding moet getoetst worden door een speciale stichting. Dit is de Stichting Post HBO Nederland (SPHBO). De opleidingen die door deze stichting zijn getoetst hebben wel een waarde op de arbeidsmarkt. Post hbo opleidingen die goed gekeurd zijn door de SPHBO krijgen regelmatig een toetsing om te kijken of de opleiding nog wel van voldoende niveau is. Als iemand een opleiding die geregistreerd is door SPHBO afrond wordt zijn of haar naam opgenomen in het Landelijke Register van Deelnemers. Dit register kan door bedrijven worden geraadpleegd als ze willen controleren of iemand daadwerkelijk succesvol een post hbo opleiding heeft gevolgd en afgerond.

Wat zijn Excellente scholen?

Excellente scholen zijn scholen die zich op een positieve manier onderscheiden in de kwaliteit van hun opleidingen en de begeleiding van de leerlingen.  Scholen en die excellent zijn bieden goed onderwijs aan hun leerlingen en hebben daarnaast ook elementen waarmee zij zich verbijzonderen ten opzichte van andere scholen. Dit komt naar voren in een excellentieprofiel. Uiteraard wil elke school natuurlijk graag toonaangevend en excellent worden genoemd. Dit is goed voor de naamsbekendheid van de school en geeft de directeur en de leerkrachten natuurlijk een goed gevoel. Een school kan echter niet zelf bepalen of ze excellent is of niet. Daarvoor is een jury die onafhankelijk is.

Jury Excellente scholen
Een onafhankelijke jury beoordeelt of een school een excellente school is of niet. Deze jury bestaat uit een voorzitter en daarnaast een drietal deeljury’s. Deze deeljury’s richten zich elk op een speciale groep van het onderwijs namelijk:

  • primair onderwijs (basis onderwijs)
  • voortgezet onderwijs en (voortgezet onderwijs:  vmbo, havo, vwo)
  • speciaal onderwijs.

De juryleden worden door de inspecteur-generaal van het Onderwijs benoemt. Met is jurylid voor een periode van 3 jaar. Het spreekt voor zich dat de juryleden voor een goede beoordeling veel verstand moeten hebben van het onderwijs. Daarom hebben alle leden van de jury zelf ervaring op het gebied van onderwijs. Op die manier kunnen ze tot een goede beoordeling komen.

Excellentieprofiel
Als een school in aanmerking wil komen voor een traject Excellente scholen dan zal de school een zogenaamd excellentieprofiel moeten hebben. Dit excellentieprofiel moet een duidelijk omschreven plan zijn waarmee de school zich op het gebied van onderwijs onderscheid van andere scholen. Uiteraard dient dit excellentieprofiel duidelijk geborgd te zijn en regelmatig te worden geëvalueerd en indien nodig geoptimaliseerd. Het bijzondere van het excellentieprofiel is dat deze uniek is. Dit houdt in dat de excellentieprofielen van scholen in de praktijk van elkaar verschillen.

Er is daarom geen draaiboek of stappenplan waarmee een school best practices van andere scholen kan navolgen om een excellente school te kunnen worden. In plaats daarvan moet een school zelf toonaangevend zijn, vernieuwend en innovatief. Dit kan natuurlijk op verschillende manieren. Zo kunnen scholen bijvoorbeeld een bijzondere aanpak hebben om leerlingen kennis over de techniek bij te brengen. Ook kunnen ze zich onderscheiden in de ondersteuning van moeilijk lerende leerlingen. Dit zijn echter slechts een paar voorbeelden. In de praktijk kunnen uiteenlopende excellentieprofielen worden aangeleverd bij de jury van Excellente scholen in Nederland. Door deze jury wordt elk excellentieprofiel afzonderlijk beoordeeld.

Hoe wordt je een excellente school?
Een excellente school wordt je in eerste instantie door beleving en enthousiasme voor het onderwijs. Excellente scholen gebruiken naast dit enthousiasme ook kennis, creativiteit en innovatie om nét iets meer te bieden aan leerlingen dan andere scholen. Uiteraard dient hierbij sprake te zijn van een structurele aanpak zodat leerlingen en hun ouders weten dat deze aanpak gehandhaafd blijft en zal worden geoptimaliseerd. Daarom dien je als school je excellente werkwijze ook te borgen.

Als de school dit heeft gedaan en de aanpak is intern en extern goed bekend dan kan de school haar aanmelden voor een traject Excellente Scholen. Daarvoor kunnen primaire scholen en scholen in het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs zich ieder voorjaar aanmelden. De jury van Excellente scholen onderzoekt eerst de algemene onderwijskwaliteit. Ook de excellentieprofielen worden door een onafhankelijk jury beoordeeld. Als een school als excellent wordt beoordeeld zal deze aan het begin van het daarop volgende jaar het predicaat ‘Excellent’ ontvangen. Kijk voor meer informatie op de website excellentescholen.nl.