BMW wil in 2017 honderdduizend elektrische auto’s verkopen.

Autoproducent BMW wil volgens topman Harald Krüger minstens honderdduizend elektrische auto’s verkopen in 2017. Het bedrijf BMW zou deze doelstelling moeten kunnen halen dit jaar. Het bericht over de verkoopambitie van BMW op het gebied van elektrische auto’s werd door Krüger benoemd in een interview in de Duitse krant Frankfurter Allgemeine. Het bedrijf verwacht nu eerder haar doelstelling te verwezenlijken. Deze doelstelling stond namelijk eerst voor 2020 gepland.

BMW is eechter positief. In het eerste kwartaal had BMW al twintigduizend elektrische auto’s verkocht. Het bedrijf verwacht in de loop van 2017 nog andere plug-inhybridemodellen op de markt te brengen aldus Krüger. Daarnaast is BMW ook nog steeds positief over de verkoop van dieselauto’s. Vooral voor schone diesels zou er nog steeds een markt zijn. Daarom bblijft BMW diesels produceren en verkopen. De diesels zullen wel steeds schoner moeten worden. Dit houdt in dat ze minder milieubelastend moeten zijn om aan de steeds strengere richtlijnen en regels met betrekking tot de emissies te voldoen.

Wat is het Activiteitenbesluit in het kader van milieuwetgeving?

De Wet Milieubeheer is op 1 maart 1993 van kracht geworden. Deze wet verving een aantal specifieke wetten die voor die datum werden gehanteerd op het gebied van geluidshinder, afvalstoffen, chemische afvalstoffen en luchtverontreiniging. Een deel van deze wetten in geïntegreerd in de Wet Milieubeheer. Deze wet is op 1 januari 2008 aangepast door het zogenaamde Activiteitenbesluit. Tot 1 januari 2010 was een zogenaamde overgangstermijn van toepassing maar na die datum is het zogenaamde Activiteitenbesluit van toepassing. Een belangrijke wet dus maar wat houdt deze wet nu precies in. Hieronder is een korte samenvatting weergegeven over het Activiteitenbesluit.

Wat is het Activiteitenbesluit?
Het Activiteitenbesluit is een besluit dat algemene regels bevat met betrekking tot het milieu. Het is een besluit dat van toepassing is voor bedrijven. Niet alle bedrijven vallen echter onder het Activiteitenbesluit. De bedrijven die wel onder de werking van het Activiteitenbesluit vallen hebben in de praktijk meestal geen milieuvergunning nodig. Toen het Activiteitenbesluit in werking trad op 1 januari 2008 is de zogenaamde milieuvergunning in Nederland voor ongeveer 37.000 bedrijven komen te vervallen. Overigens is het Activiteitenbesluit een beknopte benaming voor het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Deze aanduiding is echter een hele mond vol daarom hanteert men in de praktijk meestal de benaming Activiteitenbesluit. De benaming van dit besluit is per 1 januari 2013 gewijzigd in Activiteitenbesluit milieubeheer.

Activiteitenbesluit milieubeheer
De benaming Activiteitenbesluit milieubeheer refereert aan het feit dat dit besluit per activiteit de milieuonderwerpen regelt. Deze activiteiten kunnen bijvoorbeeld de volgende zijn:

  • Emissie van schadelijke stoffen
  • Avalscheiding
  • Lozing van stoffen
  • Energieverbruik
  • Externe veiligheid

Men kan het Activiteitenbesluit milieubeheer beschouwen als een besluit waarin doelen zijn opgenomen. Deze doelen zijn in feite een soort grenzen waarbinnen de bedrijven hun activiteiten moeten ontplooien. Bedrijven mogen bijvoorbeeld maar een bepaalde hoeveelheid CO2 uitstoten of een bepaalde hoeveelheid decibel aan geluid produceren. Men heeft het hierbij over een bepaalde kwantiteit en daarom noemt men dit ook wel kwantitatieve doelvoorschriften.

Daarnaast moeten bedrijven er ook voor zorgen dat ze niet onnodig het milieu of de omgeving belasten. Dit noemt men binnen het Activiteitenbesluit milieubeheer ook wel de zorgplichtbepaling. Bedrijven verschillen echter onderling sterk in bedrijfsvoering en productieprocessen daarom is in de praktijk maatwerk mogelijk. Dit noemt men ook wel een maatwerkbepaling. Deze kan echter alleen door bevoegd gezag worden opgesteld op verzoek van een bedrijf. Daarbij vindt uiteraard door het bevoegde gezag wel een beoordeling plaats of het redelijk is om een maatwerkbepaling toe te passen of niet. Maatwerkmaatregelen zijn bedrijfsgebonden de meeste bedrijven zullen echter erkende maatregelen moeten nemen. Door erkende maatregelen op te volgen voldoen bedrijven aan een kwantitatief doelvoorschrift.

Drie verschillende typen bedrijven
Er zijn verschillende bedrijven in Nederland en niet elk bedrijf heeft een even grote invloed op het milieu daarom worden bedrijven in verschillende soorten ingedeeld. Het Activiteitenbesluit milieubeheer heeft het daarbij ook wel over verschillende typen. De volgende typen worden binnen het Activiteitenbesluit Milieubeheer gehanteerd:

  • Type A
  • Type B
  • Type C

Deze zijn in volgorde opgesteld van A tot C waarbij type A het minst milieubelastend is en type C het meest milieubelastend is. Hieronder zijn de verschillende typen bedrijven in een paar alinea’s nader omschreven.

Type A
Bedrijven die in het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen onder type A hebben nauwelijks een negatieve invloed op het milieu. Daardoor vallen deze bedrijven onder het zogenaamde “lichte regime”. Deze bedrijven hebben geen of nauwelijks een milieubelastende bedrijfsactiviteiten. Daarom vindt handhaving alleen plaats wanneer er krachten of calamiteiten worden gemeld. Bedrijven die onder type A vallen zijn bijvoorbeeld financiële instellingen zoals banken, uitzendbureaus, fintechbedrijven en administratiekantoren. Ook scholen en opleidingsinstituten vallen over het algemeen onder type A. Verder vallen ook veel zorginstellingen, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en vergelijkbare instellingen onder type A. Als deze bedrijven worden opgericht of iets wijzigen in hun dienstverlening hoeven ze dit meestal niet te melden aan bevoegd gezag.

Type B
Deze bedrijven brengen in hun bedrijfsvoering iets meer risico’s met zich mee dan bedrijven die onder type A vallen. De bedrijven die behoren tot type B moeten wel bij de oprichting melding maken bij bevoegd gezag. Ook als ze iets in hun bedrijfsvoering wijzigen dient dit gemeld te worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bedrijven in de installatietechniek of elektrotechniek. Ook metaalbedrijven en andere bedrijven waar technische werkzaamheden worden verricht die niet zwaar belastend zijn voor het milieu vallen in de praktijk meestal onder Type B.

Type C
Bedrijven die onder het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen in type C hebben wel een vergunning nodig voor hun bedrijfsactiviteiten. Deze bedrijven dienen dus voor hun oprichting of voor de aanvang van hun activiteiten eerst een vergunning aan te vragen bij de overheid. Pas wanneer deze vergunning is toegekend kan het bedrijf pas haar activiteiten uitoefenen.

Recht op werkonderbreking in Arbowet

De Arbowet is een belangrijke wet die zich richt op het beschermen van de veiligheid en gezondheid van werknemers op en rondom de werkplek. De Arbowet is een wet die zowel aan de werkgever als aan de werknemer een aantal verplichtingen stelt. Een paar voorbeelden hiervan zijn dat de werkgever alles in het werk moet stellen om de werkplek zo veilig mogelijk te maken. Daarnaast moet een werkgever ook de risico’s op de werkplek inventariseren en doormiddel van een plan van aanpak aangeven hoe hij deze risico’s wil wegnemen.

Een werkgever moet daarnaast de werknemers duidelijke (veiligheids)instructies geven. Dit kan bij voorbeeld tijdens een werkoverleg of in een toolboxmeeting. Werknemers zijn verplicht om deze toolboxmeetings bij te wonen en moeten daarnaast verplicht de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) gebruiken. Deze worden meestal door de werkgever of indien van toepassing door een uitzendorganisatie verstrekt.

Een werknemer dient overigens ook onveilige situaties te melden aan de leidinggevende. Dit is slechts een kleine greep uit verplichtingen die werkgevers en werknemers op  basis van de Arbowet oftewel de Arbeidsomstandigheden wet hebben. Er zijn echter ook rechten en een voorbeeld hiervan is het recht op werkonderbreking, daarover kun je hieronder meer lezen.

Recht op werkonderbreking op basis van Arbowet
Zoals hiervoor genoemd dienen werknemers onveilige situaties te melden. Dit is slechts een klein maar heel belangrijk aspect van veilig werken. Deze meldingsplicht is een onderdeel van iets dat veel belangrijker is namelijk samen zorgdragen voor een veilige werkplek. De overheid kan niet altijd tijdig aanwezig zijn om te controleren of er sprake is van een gevaarlijke situatie. Op dit gebied hebben werknemers en werkgevers een verantwoordelijkheid. Meestal krijgen werknemers veiligheidsinstructies en dat is ook verplicht maar dat neemt niet weg dat er soms onveilige situaties kunnen ontstaan. Werknemers kunnen vaak goed inschatten of een situatie onveilig is of niet. Dit kunnen ze op basis van de informatie die ze uit veiligheidstrainingen hebben gekregen en/of op basis van gezond verstand.

Volgens de Arbowet hebben werknemers het recht om het werk stil te leggen als er sprake is van een ernstig gevaar. De Arbowet heeft het dan over een “redelijk oordeel” van de werknemer. Een werknemer mag niet zomaar het werk stil leggen als er sprake is van een geringe vorm van onveiligheid die snel en veilig verholpen kan worden door de werknemer zelf en/of zijn collega. Het recht op werkonderbreking mag daarom alleen worden gebruikt als er sprake is van ernstig gevaar waarvoor je jezelf en anderen op en rondom de werkplek wil behoeden. De werknemer dient in dit geval direct alle betrokken werknemers te waarschuwen en tevens direct de leidinggevende te informeren.

Een voorbeeld van een dergelijke ernstige situatie is dat een kraan een deel van een steiger raakt waarbij de steigerbuizen zijn verplaatst en een paar planken zijn vervallen. In dat geval kan de verzegeling van de steiger worden verwijdert en zal men de leidinggevende moeten waarschuwen. Die zal vervolgens gecertificeerde steigerbouwers moeten inschakelen om de steiger vakkundig te herstellen. Pas wanneer dit is gebeurd kan men de werkzaamheden op de steiger hervatten. De leidinggevende kan natuurlijk wel van zijn of haar personeel verlangen dat ze op een andere veilige werkplek de werkzaamheden voortzetten.

Loondoorbetaling bij werkonderbreking
De overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid zal in veel gevallen worden ingeschakeld om de (on)veiligheid van een situatie te beoordelen. Een werknemer behoud overigens het recht op salaris zolang de onveilige situatie niet is hersteld. Zodra de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid heeft geoordeeld dat de situatie (weer) veilig is zal de werknemer zijn of haar werk moeten hervatten en is de werkgever niet verplicht het loon door te betalen indien de werknemer de werkonderbreking ongegrond laat voortduren.

Volkswagen investeert miljarden in elektrisch rijden vanaf 2017

Volkswagen gaat meer geld investeren in het ontwikkelen van elektrische auto’s en andere milieuvriendelijke alternatieven voor voertuigen die zijn uitgerust met de traditionele verbrandingsmotor. Vanaf 2017 zal Volkswagen haar investeringen op dit gebied de komende vijf jaar verdrievoudigen. Dit werd bekend gemaakt door de topman Matthias Müller. Hij heeft de ambities van Volkswagen uiteen gezet op een conferentie in Wenen.

De afgelopen vijf jaar heeft het Duitse autoconcern ongeveer 3 miljard euro besteed aan het ontwikkelen van nieuwe elektrische en hybride voertuigen. Dit bedrag zal als het aan Volkswagen ligt de komende jaren bij elkaar 9 miljard euro worden. Daarnaast zal er door Volkswagen veel extra geld beschikbaar worden gesteld dat gebruikt zal worden voor investeringen in schonere diesel- en benzinewagens. Door nieuwe technologie moeten de verbrandingsmotoren minder schadelijke stoffen uitstoten.  Zo moet de CO2 uitstoot omlaag.

Topman Müller vindt de focus op de ontwikkeling van elektrische auto’s en technieken als geautomatiseerd rijdeneen belangrijk speerpunt binnen het beleid van Volkswagen. De autobouwer heeft geleerd van het sjoemelsoftwareschandaal dat in 2015 aan het licht kwam. Dit schandaal, dat ook wel het dieselschandaal wordt genoemd,  heeft de naam van Volkswagen beschadigd.  Door de focus op duurzame technologie voor voertuigen hoopt Volkswagen het negatieve etiket van de sjoemelsoftware achter zich laten.

Op dit moment loopt Volkswagen echter nog achter op het gebied van de ontwikkeling van elektrische auto’s. Deze achterstand wil de Duitsere autobouwer  snel inhalen. Het bedrijf wil tegen 2025 minimaal dertig elektrische modellen op de markt hebben.

 

Energieverbruik in 2016 toegenomen in Nederland

In Nederland was het verbruik van energie toegenomen in 2016. Deze toename is opmerkelijk omdat er in 2015 juist sprake was van een daling in het energieverbruik. Uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) komt naar voren dat Nederlanders vooral veel meer aardgas verstookten in 2015. In totaal werd er 2 procent meer verbruikt dan in 2015.

Volgens het CBS hadden huishoudens en de industrie in Nederland meer gas nodig omdat het in 2016 gemiddeld iets kouder was dan in 2015. Doordat er minder kolen werden verstookt in elektriciteitscentrales werd aardgas vaker ingezet om elektriciteit te produceren. Op die manier werd de afname van de elektriciteitsproductie uit steenkool gecompenseerd. De sluiting van drie oude kolencentrales zorgde er voor dat er ongeveer tien procent minder steenkool nodig voor de elektriciteitsproductie dan in 2015.

Nederlandse exploitant van snellaadstations breidt uit naar Londen in 2017

Fastned is een Nederlandse exploitant van snellaadstations voor elektrische auto’s. Dit bedrijf maakte woensdag 26 april bekend dat ze een overeenkomst heeft gesloten met overheidsorgaan Transport for London (TfL). De organisatie TfL is een organisatie die in Londen verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer en de infrastructuur in de hoofdstad van Engeland. De organisatie heeft zichzelf tot doel gesteld om voor 2020 minimaal driehonderd snellaadpunten te realiseren in en rondom Londen. Deze snellaadpunten zouden de ambitie van de hoofdstad moeten realiseren.

Londen kwam eerder in het nieuws vanwege de enorme luchtverontreiniging waar de stad mee te maken heeft. De lucht is door de uitlaatgassen zo slecht dat de levensverwachting van de Londenaren naar beneden wordt bijgesteld.  Loden wil de luchtvervuiling in de stad aanzienlijk verminderen. Dit moet mede worden gerealiseerd door onder meer elektrische voertuigen op de weg krijgen.

Fastned deed haar aankondoging kort nadat ze een bericht in de media had gebracht dat het bedrijf ook stappen zet in Duitsland. Inmiddels heeft Fastned 61 stations operationeel. Het bedrijf heeft de ambitie om in heel Europa een omvangrijk netwerk van snellaadstations te realiseren. Het bbedrijf zoekt de samenwerking op met verschillende branchegenoten in andere landen.

Verplichtingen werknemer volgens Arbowet

De Arbeidsomstandighedenwet die ook wel Arbowet wordt genoemd heeft tot doel de veiligheid en gezondheid van werknemers te beschermen. Werkgevers hebben volgens de Arbowet een belangrijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de arbeidsomstandigheden van de werknemers. Zo moeten werkgevers zich volgens de Arbowet voortdurend inzetten voor de verbetering van de arbeidsomstandigheden op de werkvloer. Ook dient de werkgever de werknemer voldoende onderricht te geven op het gebied van veiligheid en dient er regelmatig overleg plaats te vinden tussen de werknemers en direct leidinggevenden waarbij veiligheid aan de orde komt. Een belangrijk uitgangspunt van de Arbowet is echter ook dat zowel de werkgever als de werknemer verantwoordelijkheid dragen als het gaat om veiligheid binnen een bedrijf. Hieronder staan de verplichtingen die de werknemer heeft volgens de Arbowet.

Verplichtingen werknemer op basis van Arbowet
Werknemers zullen zich ook moeten inzetten voor hun eigen veiligheid en de veiligheid van hun collega’s. De Arbowet heeft ook voor werknemers bepalingen opgenomen zodat ook zij zich bewust zijn van hun rol binnen het bedrijf op het gebied van veiligheid en gezondheid. Hieronder staan een aantal belangrijke verplichtingen waar een werknemer zich binnen het bedrijf volgens de Arbowet aan moet houden:

  • Werknemers moeten veilig werken. Dit houdt in dat werknemers geen gevaar mogen veroorzaken op de werkvloer of de directe omgeving. Werknemers mogen geen veiligheidsvoorschriften overtreden ook niet wanneer ze daardoor sneller kunnen werken.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten verplicht worden gebruikt door de werknemer wanneer deze zijn voorgeschreven. De werkgever is verplicht om deze zogenaamde pbm’s te verstrekken maar de werknemer moet ze wel gebruiken. Als gehoorbescherming op de werkvloer verplicht is zal de werknemer deze van de werkgever ontvangen en moet hij of zij deze gebruiken. Dit is slechts een voorbeeld er zijn zeer veel verschillende arbeidsomstandigheden en daardoor zijn er ook verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen. Elk bedrijf heeft daardoor zijn eigen pbm’s voorgeschreven die afgestemd zijn op de specifieke arbeidsomstandigheden en werkzaamheden. Werknemers zullen naast het gebruiken van de persoonlijke beschermingsmiddelen er ook voor moeten zorgdragen dat de persoonlijke beschermingsmiddelen juist gebruikt worden conform de voorschriften. Ook zullen werknemers de persoonlijke beschermingsmiddelen goed moeten onderhouden.
  • Werknemers zullen er voor moeten zorgen dat ze de juiste voorlichting en instructie van de werkgever kunnen ontvangen. Daaruit vloeit voort dat werknemers (actief) moeten deelnemen aan voorlichtingsbijeenkomsten en instructiebijeenkomsten die door de werkgever worden gegeven. Deze voorlichtingsbijeenkomsten kunnen een verschillende naam hebben. Bedrijven geven de kennis op het gebied van Veiligheid Gezondheid en Milieu aan de hand van toolboxmeetings aan werknemers. Deze toolboxmeetings gaan over de specifieke veiligheidsaspecten van een bouwplaats of project. Werknemers moeten deze toolboxmeetings verplicht bijwonen.
  • Werknemers moeten de aan hen toevertrouwde gereedschappen, werktuigen en machines gebruiken conform de (veiligheids) voorschriften. De meeste machines die een pneumatische, hydraulische, mechanische of elektrotechnische aandrijving hebben zijn voorzien van beveiligingen. Deze beveiligingen zorgen er voor dat de persoon die de middelen hanteert wordt beschermd tegen verwondingen of andere ernstige problemen. De werknemer mag deze beveiligingen niet uitschakelen of verwijderen. Dit mag ook niet wanneer het werk daardoor makkelijker wordt of sneller kan worden uitgevoerd. De beveiligingen van machines, gereedschappen en werktuigen zijn er voor om de werknemer en de omgeving daarvan te beschermen en dienen dus niet verwijdert te worden. Wanneer een werknemer constateert de beveiliging wel verwijdert is of defect is zal hij of zij daarvan melding moeten maken bij zijn leidinggevende. Een machine of werktuig met een defecte beveiliging of verwijderde beveiliging mag niet worden gebruikt.
  • Werknemers moeten onveilige situaties direct melden aan de leidinggevende zodra ze de onveilige situatie hebben opgemerkt. Dit is verplicht omdat een leidinggevende over werkgever niet alle onveilige situaties op de werkvloer zelf kan zijn. Daardoor zijn de werknemers voor een deel de ogen en de oren van de werkgever op de werkvloer. De werknemers zijn daarbij niet alleen verantwoordelijk voor hun eigen veiligheid maar ook voor de veiligheid van andere werknemers en bezoekers van de werkplek. Als ze een onveilige situatie zien zullen ze ook de betrokken werknemers moeten attenderen op de onveiligheid en indien mogelijk de oorzaak van de onveiligheid wegnemen indien dit veilig kan gebeuren. De meldingsplicht bij de leidinggevende blijft echter bestaan.
  • Werknemers zijn verplicht om mee te werken aan een onderzoek van de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid. Deze inspectiedienst voert onderzoek uit binnen een bedrijf en op een werkplaats als er een ernstig ongeval heeft plaatsgevonden. De overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid doet onder andere onderzoek naar de oorzaken van het ongeval en de gevolgen daarvan. Tijdens dit onderzoek kunnen ook getuigen worden gehoord. Als een werknemer als getuige moet optreden dan is hij of zij verplicht om daar aan mee te werken. Daarbij dient de werknemer uiteraard eerlijk te antwoorden op de vragen van de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid

Conclusie werknemersverantwoordelijkheid Arbowet
De overheid wil dat werknemers en werkgevers zich gezamenlijk inzetten voor de veiligheid en gezondheid op de werkvloer. Alleen wanneer iedereen zich binnen een bedrijf zich hiervoor inzet kan een arbobeleid goed en effectief worden geïmplementeerd en geoptimaliseerd. Werkgevers en werknemers leveren beide input voor het beleid tijdens overleggen. Uiteraard dienen werknemers zich te houden aan de veiligheidsvoorschriften. Als we de verplichtingen voor de werknemer in het kader van de Arbowet nog even kort op een rijtje zetten dan komen daar de volgende punten uit voort:

  • Veroorzaak geen gevaar
  • Gebruik de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste manier
  • Neem actief deel aan de voorlichtingsbijeenkomsten en instructiebijeenkomsten
  • Gebruik machines, werktuigen en gereedschappen op de juiste manier
  • Meldt onveilige situaties aan de leidinggevende
  • Werk mee aan ongevallenonderzoeken

Uitzendbureau maakt goed eerste kwartaal door in 2017

Uitzendbureaus hebben een goed kwartaal gehad aan het begin van 2017. Het gaat goed met het uitzendwezen in Nederland. Uitzendbureau Randstad had in de eerste drie maanden van 2017 een goede periode doorgemaakt. In die periode steeg de omzet van het uitzendconcern met zes procent. Als men het totaal bedrag van de omzet gaat bepalen gecorrigeerd op basis van de verschillende werkdagen, de wisselkoerseffecten en de overnames dan kwam de omzet van het uitzendconcern uit op 5,6 miljard euro. De ebita, het onderliggende bedrijfsresultaat, van het uitzendbureau kwam uit op 209 miljoen euro. Dit is een verbetering van ongeveer vijfentwintig procent. De nettowinst van het uitzendbureau steeg met dertien procent. Daardoor kwam de nettowinst uit op 116 miljoen euro. In Nederland nam de omzet van Randstad toe met slechts 1 procent. Dat is vrij weinig ten opzichte van de andere markten/ landen waarin het uitzendbureau actief is.

Het uitzendbureau geeft in een verklaring aan dat de geringe toename in Nederland te maken heeft met het feit dat het uitzendconcern in haar thuisland alleen projecten aanneemt die voldoen winst op zullen leveren. In Frankrijk en Duitsland werd een plus genoteerd van negen procent. De positieve ontwikkelingen en resultaten die het uitzendbureau had behaald in het eerste kwartaal van 2017 hoopt de intermediair ook in de komende tijd door te zetten. Het uitzendbureau heeft al aangegeven dat in april 2017 ook goede resultaten zijn neergezet. Naast Randstad merken ook andere uitzendbureaus positieve ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De vraag naar uitzendkrachten neemt toe nu het herstel van de economie blijkt door te zetten.

Arbowet uitgangspunten samengevat

De Arbeidsomstandighedenwet kwam in Nederland tot stand in 1980. De wet werd echter vanaf 1983 ingevoerd. Dit gebeurde in verschillende fasen. Het beoogde doel van de Arbowet is het bevorderen van veilig werken. Dit heeft alles te maken met de arbeidsomstandigheden vandaar de benaming Arbeidsomstandighedenwet. De benaming Arbeidsomstandighedenwet wordt in de praktijk niet vaak meer gebruikt. In plaats daarvan gebruikt men veel vaker de benaming Arbowet. Deze benaming is korter maar het gaat om dezelfde wet. Het doel van de Arbowet is duidelijk alleen zijn er door de jaren heen wel veranderingen doorgevoerd in de Arbowetgeving. Dit zorgde er voor dat de uitgangspunten van de wet ook in de loop der tijd zijn veranderd. Zo is er meer verantwoordelijkheid komen te liggen bij werkgevers en werknemers als het gaat om veiligheid op de werkvloer. In onderstaande alinea’s is meer informatie weergegeven over de uitgangspunten van de Arbowet.

Arbeidsomstandigheden optimaliseren
Arbeidsomstandigheden kunnen veranderen. Deze veranderingen kunnen het gevolg zijn van technologische vooruitgang en de ontwikkeling van nieuwe machines en werktuigen. Ook kunnen er nieuwe persoonlijke beschermingsmiddelen worden ontwikkeld of kan men er achter zijn gekomen dat bepaalde stoffen gevaarlijker voor de gezondheid zijn dan gedacht. Al deze aspecten zorgen er voor dat veiligheidsvoorschriften voortdurend geoptimaliseerd moeten worden. Bedrijven dienen doormiddel van een Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) voortdurend de risico’s op de werkvloer te evalueren en daarnaast doormiddel van een plan van aanpak deze risico’s methodisch aan te pakken. Bedrijven moeten echter niet alleen vanwege de verplichting voldoen aan deze Arbowetgeving ze moeten ook bewust zijn van de maatschappelijke verantwoordelijkheid die bedrijven hebben naar hun werknemers en naar de omgeving waarin zijn opereren. Daarom verlangt de overheid dat bedrijven niet alleen de richtlijnen uit de Arbowet opvolgen maar ook dat de bedrijven verder alles doen wat redelijkerwijs binnen hun mogelijkheden ligt om de veiligheid op de werkvloer te bevorderen en de gezondheid van de werknemers te beschermen.

Werkgever en werknemers dragen verantwoordelijkheid
Niet alleen de werkgevers zijn verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers ook de werknemers zelf dragen verantwoordelijkheid op dit gebied. Dit is een heel belangrijk aspect en benadrukt het feit dat veiligheid en gezondheid binnen een bedrijf breed gedragen moet worden. Werknemers dienen de richtlijnen van werkgevers op te volgen zeker als het gaat om veiligheid en gezondheid. Wanneer werknemers deze richtlijnen niet opvolgen kunnen ze zelfs strafrechtelijk worden vervolgd. Van werknemers wordt tevens verlangd dat ze onveilige situaties melden bij de werkgever. Daarnaast wordt in toolboxmeetings vaak van werknemers verwacht dat ze ook actief meedenken en meepraten over aspecten die de veiligheid kunnen bevorderen. Van werknemers wordt dus zeker input verwacht op het gebied van veiligheid.

Samenwerking en overleg
Bovenstaande zorgt er tevens voor dat er veel aandacht besteed dient te worden aan de samenwerking tussen werkgevers en werknemers. Zowel de werkgevers als de werknemers dienen een bijdrage te leveren aan een werkoverleg waarbij ook de veiligheid aan de orde komt. De overheid is er met betrekking tot de Arbowetgeving van overtuigd dat alleen door een effectieve samenwerking tussen werkgevers en werknemers de veiligheid van alle aanwezigen binnen het bedrijf kan worden beschermd en dat de gezondheid van al het personeel op die manier zo goed mogelijk kan worden beschermd tegen de mogelijk schadelijke invloeden op de werkvloer. De eerder genoemde verantwoordelijkheid is een belangrijk aspect waar men elkaar binnen de samenwerking op kan aanspreken.

Deskundige ondersteuning
Deskundigheid is belangrijk als het gaat om veiligheid. Niet elk bedrijf heeft evenveel kennis op dit gebied. Kleine bedrijven hebben vaak financieel niet eens de mogelijkheid om een speciale veiligheidsmedewerker aan te stellen. Bedrijven zijn echter volgens de Arbowet verplicht om zich te laten ondersteunen door een deskundige als het gaat om het Arbobeleid. Er zijn echter verschillende mogelijkheden voor bedrijven om deze deskundigheid te verkrijgen. Zo hebben bedrijven de mogelijkheid om zich aan te sluiten bij een Arbodienst of kunnen zij een contract afsluiten met een bedrijfsarts.

Er is een mogelijkheid om je als bedrijf aan te sluiten bij een interne als bij een externe Arbodienst. Een Arbodienst is deskundig op het gebied van veiligheid en gezondheid. De Arbodienst is een adviserende organisatie die zowel naar werkgevers als naar werknemers adviezen uit kan brengen. Een bedrijf kan echter niet volstaan door alleen externe Arbodeskundigheid te raadplegen. Bedrijven dienen ook te beschikken over interne Arbodeskundigheid. Zo dienen bedrijven in ieder geval een preventiemedewerker in dienst te hebben. Deze preventiemedewerker wordt onder andere betrokken bij het opstellen van de Risicoinventarisatie en evaluatie (RE&I) en het Plan van Aanpak dat wordt opgesteld voor het oplossen en verhelpen van de risico’s. Als er geen RE&I is opgesteld door het bedrijf en er hebben zich wel ongevallen voorgedaan dan zal de werkgever de schade aan de werknemer moeten vergoeden.

Doel van de Arbowet samengevat

De Arbeidsomstandighedenwet is in 1980 tot stand is gekomen. Vanaf 1983 werd deze wet in verschillende stappen ingevoerd in Nederland. De Arbeidsomstandighedenwet wordt in de praktijk heel vaak Arbowet genoemd. Met de term Arbeidsomstandighedenwet en Arbowet wordt in feite hetzelfde bedoelt de term Arbowet is alleen een verkorte variant van dezelfde wet. De Arbowet verving de Veiligheidswet van 1934. Deze Veiligheidswet was in 1980 verouderd en was daarnaast te beperkt. Steeds meer bedrijven kregen te maken met veiligheidsrisico’s doordat er meer gebruik werd gemaakt van mechanisatie en automatisering. Daarnaast zorgde ook de Europese samenwerking er voor dat de Nederlandse wetgeving op het gebied van veiligheid en gezondheid moest worden aangepast.

Arbeidsomstandigheden
Met de volledige benaming Arbeidsomstandighedenwet wordt duidelijk dat het met deze wet gaat om de arbeidsomstandigheden. In feite zijn de arbeidsomstandigheden de daadwerkelijke omstandigheden waarbinnen de werkzaamheden door werknemers worden verricht. Deze arbeidsomstandigheden veranderen door nieuwe technologieën, machines, werktuigen en automatisering. Daarnaast verschillen de arbeidsomstandigheden tussen bedrijven en sectoren. Zo zijn de arbeidsomstandigheden op de bouwsector anders dan de arbeidsomstandigheden binnen de offshore. Ook verschillen de arbeidsomstandigheden tussen bedrijven in dezelfde sector. Zo kan het ene industriële productiebedrijf te maken hebben met gevaarlijke stoffen terwijl het andere productiebedrijf dat niet heeft en misschien wel met voedingsmiddelen werkt waar ook weer specifieke eisen aan worden gesteld. Omdat arbeidsomstandigheden tussen bedrijven verschillen is het wel van belang dat men op een effectieve manier de veiligheid en gezondheid van de werknemers beschermd.

Wat is het doel van de Arbowet?
Elke wet heeft een bepaald doel of streven zo ook de Arbowet. De volgende omschrijving van het doel van de Arbowet zou kunnen volstaan:

De Arbowet is een wet waarmee de overheid samen met de werkgevers en werknemers tracht een zo veilig en gezond mogelijke omstandigheden te creëren waarbinnen de arbeid wordt verricht.

De bovengenoemde omschrijving van het doel van de Arbowet is afkomstig van Pieter Geertsma de schrijver van technischwerken.nl. Er zijn echter verschillende doelstellingen en omschrijvingen te vinden met betrekking tot de Arbowet. Belangrijk aspect van de hiervoor genoemde omschrijving van de doelstelling van de Arbowet is dat benadrukt is de overheid daadwerkelijk de veiligheid van werknemers wil bevorderen samen met de werkgevers én de werknemers.

De verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de werkvloer ligt volgens deze definitie vooral bij de werkgevers en deze moeten daarvoor ook hun eigen risico’s inventariseren en een plan van aanpak opstellen over de wijze waarop ze deze risico’s op de werkplek willen aanpakken. Dit dwingt bedrijven om een actieve houding aan te nemen en voor oplossingen te zorgen. De overheid controleert op het naleven van de Arbowet. Daarvoor heeft de overheid een inspectie die specifiek controleert op de arbeidsomstandigheden. Dit is de arbeidsinspectie.

Webwinkelgigant Amazon ontwikkelt ook technologie voor zelfrijdende auto’s in 2017

Amazon is een bekende webwinkelgigant en probeert op een innovatieve wijze haar concurrenten voor te blijven. Zo heeft het bedrijf ook al plannen ontwikkeld om drones in te zetten om pakketten te vervoeren. Maandag 24 april 2017 werd echter bekend gemaakt dat het bedrijf met een klein team tracht technologie voor zelfrijdende auto’s te ontwikkelen. Het bedrijf is echter nog niet zover dat ze ook plannen heeft om zelfrijdende auto’s te maken. Het bericht werd bekend door Wall Street Journal bekend gemaakt op basis van anonieme bronnen.

Amazon gaat met haar onderzoek echter niet een compleet nieuwe koers varen. De research en development van Amazon is vooral gefocust op de manieren waarop zelfrijdende voertuigen kunnen worden ingezet voor het bezorgen van pakketten. Het team voor de zelfrijdtechnologie is ongeveer een jaar geleden opgericht binnen Amazon. In totaal werken ongeveer twaalf mensen aan het project. Dit research en development team zou voor Amazon vooral functioneren als een interne denktank. Vooral vrachtwagens die zelfstandig pakketten kunnen bezorgen zouden voor Amazon interessant zijn. Het bedrijf gaat echter nog geen zelfrijdende vrachtwagens ontwikkelen.

Momenteel maakt Amazon wel gebruik van vrachtwagens in de Verenigde Staten. Deze vrachtwagens worden gebruikt om producten te distribueren tussen de verschillende distributiecentra van het concern. Ook het eerder genoemde project van de drones is momenteel nog volop in ontwikkeling bij drones. Deze drones moeten echter de pakketten zelfs bij de mensen thuis bezorgen.

PPG plaats opnieuw ongevraagd een bod op AkzoNobel eind april 2017

Het Amerikaanse bedrijf PPG Industries heeft de laatste tijd duidelijk laten merken dat ze haar branchegenoot AkzoNobel wil overnemen. Er werd eerder al ongevraagd een bod door PPG uitgebracht op AkzoNobel. Nu heeft PPG haar bod op het Nederlandse concern AkzoNobel opnieuw verhoogd. Het nieuwe bod van PPG Industries is 96,75 euro per aandeel AkzoNobel. Dit heeft het bedrijf maandag 24 april 2017 bekend gemaakt. Het nieuwe bod van PPG ligt 6,75 euro per aandeel hoger dan het laatste bod dat werd uitgebracht op 22 maart 2017. Het bod van PPG is inclusief dividend. In totaal gaat het om 61,50 euro in contanten en de rest in aandelen PPG.

Door PPG wordt  haar Nederlandse branchegenoot door dit bod gewaardeerd op 26,9 miljard euro. Op het vorige ongevraagde bod had AkzoNobel afwijzend gereageerd. Nu heeft AkzoNobel in een reactie op het nieuwe bod van PPG laten weten dat ze opnieuw een “ongevraagd bod” hebben ontvangen. Er werd niet meteen een reactie gegeven door AkzoNobel. Het bestuur van het bedrijf en de raad van toezicht gaan het bod en het voorstel van PPG zorgvuldig bestuderen. Daarna zullen ze met een reactie komen.

Uit eerdere reacties bleek dat AkzoNobel geen heil zag in een overname. Het bedrijf denkt dat een overname slecht is voor het personeel en ook voor de ontwikkelingen die het bedrijf heeft gemaakt op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De aandeelhouders van AkzoNobel oefenen echter druk uit op het bedrijf AkzoNobel. De aandeelhouders hopen veel geld te verdienen aan een eventuele overname door PPG.

Ontstaan Arbowet

De Arbowet is een wet die duidelijke richtlijnen en regels biedt die er voor moeten zorgen dat de werkplek zo veilig mogelijk wordt voor werknemers. In feite is de Arbowet gericht op het bevorderen en beschermen van de gezondheid en veiligheid van de werknemers. Werknemers en uitzendkrachten moeten op een verantwoorde wijze veilig hun arbeid kunnen verrichten. De Arbowet biedt verschillende verplichtingen aan werkgevers zo moeten werkgevers een arbeidsomstandighedenbeleid invoeren. Het arbeidsomstandighedenbeleid is een beleidsmatige aanpak waarmee men ziekteverzuim kan terugdringen. De Arbowet is tegenwoordig niet meer weg te denken als men het heeft over veiligheid op de werkvloer. De wet bestaat al decennia lang. Hieronder is een korte beschrijving genoteerd over de situatie voor de Arbowet.

Veiligheidswet van 1895
Eeuwen geleden werden veel productieprocessen nog door spierkracht en eenvoudige werktuigen uitgevoerd. Door de ontwikkeling van de stoommachine en het gebruik van elektriciteit kon men echter steeds meer werkzaamheden door machines uitvoeren. Ook de verbrandingsmotoren zorgden er voor dat steeds meer processen gemechaniseerd konden worden. Dat bracht natuurlijk extra veiligheidsrisico’s met zich mee. Op bouwplaatsen werd gebruik gemaakt van mechanische hefmachines en in fabrieken werden grote machines geplaatst met transportbanden. De veiligheid van werknemers moest echter wel beschermd worden tegen de vernietigende werking van mechanische krachten. Daarom moesten werkplekken veilig worden gemaakt. Daarvoor was wetgeving nodig.

De eerste Veiligheidswet ter bescherming van volwassen mannen werd van kracht in 1895. Deze Veiligheidswet was alleen van toepassing voor werkplaatsen en fabrieken. De Veiligheidswet was dus niet van toepassing in de landbouwsector en ook niet in de huisnijverheid. De Veiligheidswet was een raamwet en dat zorgde er voor dat de bepalingen voor de uitvoering hoofdzakelijk doormiddel van de Algemene Maatregelen van Bestuur gegeven konden worden. Het parlement hoefde de bepalingen voor de uitvoering van de Veiligheidswet dus niet bij iedere technologische ontwikkeling te herzien.

Veiligheidswet 1934
De hiervoor genoemde Veiligheidswet van 1895 was gericht op de veiligheid van fabrieken en werkplaatsen. Dat zorgde er voor dat de wet niet een heel breed bereik had binnen het bedrijfsleven. Er werd in 1934 een nieuwe Veiligheidswet ingevoerd. Deze Veiligheidswet van 1934 had een veel breder bereik omdat deze wet gold voor zowel de werkplaatsen, fabrieken als voor agrarische bedrijven. Ook was de Veiligheidswet van 1934 van toepassing op het werken met gevaarlijke stoffen en elektriciteit.

Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet
Vanaf 1974 kregen kreeg Nederland te maken met de eerste Europese richtlijnen die er voor moesten zorgen dat het aantal ongelukken op de werkvloer zou afnemen. Er werd in Nederland een nieuwe wet ontwikkeld om de Europese richtlijnen te implementeren maar ook de huidige Nederlandse wetgeving te optimaliseren. Dit was de Arbeidsomstandighedenwet die in 1980 tot stand is gekomen. Deze wet werd vanaf 1983 in verschillende stappen ingevoerd in Nederland. De Arbeidsomstandighedenwet verving de Veiligheidswet 1934. De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd.

Bedrijven kregen door de invoering van de Arbowet meer verantwoordelijkheid en kregen bovendien meer verplichtingen om de veiligheid van hun werknemers te waarborgen. Bedrijven moeten de risico’s op de werkvloer inventariseren en moeten doormiddel van een plan van aanpak aangeven hoe ze ongelukken op de werkvloer willen voorkomen door de risico’s effectief aan te pakken. Dit zorgde er voor dat bedrijven dikwijls een complete andere benadering moesten toepassen op het gebied van veiligheid. Bedrijven moesten namelijk veiligheid niet alleen fysiek waarborgen maar ook administratief, beleidsmatig en planmatig. Dat zorgde voor veel problemen met name bij kleine bedrijven. Gelukkig werden kleine ondernemingen aan het begin van de invoering van de Arbowet ondersteund door de inspecteurs. Deze inspecteurs hielpen de kleine ondernemingen hun bedrijfsrisico’s te inventariseren en een plan van aanpak opstellen.

Herziening Arbowet in 1994
De samenleving verandert evenals de technologie. Daarnaast is Nederland ook steeds meer een onderdeel geworden van een wereldeconomie. Al deze ontwikkelingen zorgen er voor dat wetten veranderen en regelmatig geoptimaliseerd moeten worden om in de praktijk hanteerbaar te blijven. Vanaf 1 januari 1994 is de Arbowet bijvoorbeeld weer ingrijpend gewijzigd. Zo moesten bedrijven verlicht aangesloten zijn bij een arbodienst. Ook zijn bedrijven vanaf 1994 verplicht om een risico-inventarisatie te hanteren. Verder werd de Arbowet in 1994 aangepast op het gebied van de Europese wetgeving zodat de nieuwe Arbowet vanaf 1994 voldeed aan de Europese richtlijn 89/391EEG.

Wijzigingen Arbowet na 1994
De aanpassingen en wijzigingen van de Arbowet zijn niet gestopt na 1994. Zo is werd er in maart 1996 nog een nota opgesteld met de veelzeggende benaming: “Heroriëntatie arbobeleid en Arbowet”. Doormiddel van deze nota heeft de regering van Nederland meer verantwoordelijkheid neergelegd bij werkgevers en werknemers op het gebied van arbobeleid en verzuimbeleid. De administratieve verplichtingen werden beperkt en te gedetailleerde wet- en regelgeving wet geschrapt. Verder werd het handhavingsbeleid van de Arbeidsinspectie aangepast deze inspectie ging zich meer richten op ernstige risico’s en het aanpakken van bedrijven die de regels niet willen naleven. Verder werd een bestuurlijke boete ingevoerd voor bedrijven die zich niet aan de wetgeving houden.

In 1998 werd de Arbowet op basis van deze aanpassingen grond gewijzigd. Op 1 november 1999 trad de nieuwe Arbowet in werking. Vanaf dat moment werden nog regelmatig nieuwe wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzingen hebben allemaal tot doen de toepassing en de handhaving van de Arbowet te bevorderen. Daarnaast blijkt ook dat de overheid steeds meer verantwoordelijkheid wil neerleggen bij bedrijven en werknemers als het gaat om het bevorderen en waarborgen van de veiligheid en gezondheid van werknemers op de werkplek.

Aansprakelijkheid bij ongeval uitzendkracht

Als een uitzendkracht te maken krijgt met een ongeval op de werkplek dan zal hij of zij naast de materiële en immateriële schade ook vaak geconfronteerd worden met het begrip aansprakelijkheid. Het begrip aansprakelijkheid zou je in dit verband kunnen verklaren met de vraag: ‘wie kan er aangesproken worden op het feit dat de uitzendkracht te maken heeft gehad met een ongeval’. Kortom de aansprakelijkheid heeft te maken met de verantwoordelijkheid die iemand draagt over de uitzendkracht. Deze verantwoordelijkheid is op de intermediaire arbeidsmarkt verdeeld.

De feitelijke werkgever is de uitzendonderneming maar de functionele werkgever is de inlener. Men heeft het in dit verband ook wel over feitelijk werkgeverschap en functioneel werkgeverschap. Zowel de feitelijke werkgever als de functionele werkgever hebben verplichtingen naar de uitzendkracht als het gaat om veiligheid en gezondheid, dus ook als het gaat om het voorkomen van ongelukken. Vooral dat laatste aspect is belangrijk als men binnen het kader van aansprakelijkheid de schuldvraag bij één van de twee ondernemingen wil neerleggen.

Arbodocument
Het voorkomen van ongevallen is natuurlijk heel belangrijk. Veel ongevallen kunnen worden voorkomen door de juiste informatie tijdig te verschaffen. De uitzendkracht moet voor hij of zij met de werkzaamheden begint weten welke veiligheidsrisico’s aanwezig zijn op de werkvloer. Ook dient de uitzendkracht van te voren te weten hoe deze risico’s zoveel mogelijk bepekt kunnen worden en hoe hij of zij zich tegen de risico’s kan beschermen met persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s). Zowel Artikel 11 van de Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Intermediairs (WAADI) als wel de Arbowet schrijven voor dat de uitzendkracht doormiddel van een Arbodocument op de hoogte moet worden gebracht van alle aspecten die relevant zijn voor de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht op de werkvloer.

Het Arbodocument dient door de inlener aan de uitzendonderneming te worden verstrekt. De uitzendonderneming heeft een doorgeleidingsplicht. Dit houdt in dat de uitzendonderneming verplicht is om de informatie uit het Arbodocument van de inlener tijdig te verstrekken aan de uitzendkracht. Vaak laten uitzendondernemingen de uitzendkracht tekenen voor de ontvangst van het Arbodocument. Dit Arbodocument heeft in de praktijk soms een andere naam zoals Arbochecklist. Of men nu het woord Arbodocument of Arbochecklist gebruikt de informatie die er in vermeld is moet afkomstig zijn en van toepassing zijn op de arbeidsomstandigheden van de functioneel werkgever oftewel de inlener.

Aansprakelijkheid bij ongevallen
In de praktijk komt helaas voor dat uitzendkrachten naast reguliere werknemers ook betrokken kunnen raken bij ongevallen. Als dit gebeurd zal al snel de aansprakelijkheidsvraag worden gesteld: ‘wie is er aansprakelijk voor het ongeval?’ Het uitzendbureau moet als formeel werkgever kunnen aantonen dat het aan har verplichtingen heeft voldaan. Dat is in dit geval het tijdig verstrekken van het Arbodocument aan de uitzendkracht. Voor de aanvang van de werkzaamheden moet de uitzendkracht precies op de hoogte zijn van alle veiligheidsaspecten en gezondheidsaspecten die voor hem of haar relevant zijn.

Als een uitzendonderneming niet kan aantonen dat ze deze gegevens tijdig heeft verstrekt dan kan de uitzendonderneming aansprakelijk worden gesteld voor de materiële en immateriële schade die de uitzendkracht heeft opgelopen ten gevolge van het ongeval bij de inlener. Als de uitzendonderneming wel tijdig het Arbodocument aan de uitzendkracht heeft verstrekt dan kan men de aansprakelijkheidsvraag neerleggen bij de inlener die de functioneel werkgever is. Omdat de inlener belast is met het dagelijks toezicht op de uitzendkracht en de arbeidsomstandigheden zal in de praktijk vaak naar de inlener worden gekeken als aansprakelijke bij een ongeval. Vee uitzendondernemingen wijzen hun opdrachtgevers in de praktijk in hun Algemene Voorwaarden op hun verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid met betrekking tot ongevallen. Dat zorgt er overigens niet voor dat uitzendondernemingen in de praktijk alle verantwoordelijkheid kunnen neerleggen bij de opdrachtgevers of inleners. Uitzendondernemingen hebben natuurlijk de doorgeleidingsplicht en kunnen daarnaast met hun opdrachtgevers afspraken maken over het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen aan de uitzendkracht. Ook zal een regelmatig de werkplek van de inlener moeten bezoeken en moeten controleren of de uitzendkracht inderdaad de werkzaamheden uitvoert conform het Arbodocument. Daarnaast zal het uitzendbureau de inlener moeten wijzen op eventuele mistanden en onveilige situaties indien deze tijdens een werkplekinspectie worden geconstateerd.

Conclusie
Een uitzendbureau moet na een ongeval kunnen aantonen dat ze haar uiterste best heeft gedaan om tijdig de juiste informatie te verstrekken aan de opdrachtgever. Ook de opdrachtgever moet kunnen bewijzen dat deze alles heeft gedaan om de werkplek zo veilig mogelijk te maken voor de uitzendkracht. Vaak zorgen uitzendbureaus en inleners er voor dat werknemers en uitzendkrachten doormiddel van instructies en trainingen goed op de hoogte worden gesteld van specifieke veiligheidsaspecten. Dit kan bijvoorbeeld door het VCA certificaat. VCA staat voor VGM (Veiligheid Gezondheid en Milieu) Checklist Aannemers. Ook zijn er specifieke veiligheidstrainingen zoals veilig werken met een vorkheftruck, veilig hijsen of veilig werken met elektrische installaties waarvan NEN3140 een voorbeeld van is. Veel werkgevers en uitzendbureaus laten uitzendkrachten en werknemers deze certificaten behalen om de veiligheid te bevorderen. Daarnaast zorgen deze certificaten er voor dat de uitzendbureaus kunnen aantonen dat ze hun werknemers en uitzendkrachten tijdig en voldoende hebben geïnstrueerd. Dit is belangrijk als men de aansprakelijkheid wil beoordelen.

Wat is een Arbodocument?

Een Arbodocument is een document dat alle relevante informatie over de werkplek en arbeidsomstandigheden bevat die van belang zijn met betrekking tot de bescherming van de veiligheid en gezondheid van werknemers zoals uitzendkrachten. Het Arbodocument wordt gebruikt op de intermediaire arbeidsmarkt. Deze intermediaire arbeidsmarkt is in feite de arbeidsmarkt waarbij er sprake is van het inlenen en uitlenen van arbeidskrachten. De inlenende partij is hierbij de functionele werkgever. Dit is de werkgever waarbij de uitzendkracht of andere flexwerker daadwerkelijk zijn of haar werkzaamheden uitvoert.

De uitzendonderneming of intermediair is de feitelijke werkgever omdat deze partij daadwerkelijk een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met de uitzendkracht of flexwerker. Ondanks dat wordt de inlener in de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) ook wel de werkgever genoemd. In verband met deze Arbowet wordt de inlener ook wel de materiële werkgever genoemd en de uitzendonderneming de formele werkgever. Beide ondernemingen zijn op de intermediaire arbeidsmarkt verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht of flexwerker. Omdat de uitzendonderneming nooit de exacte informatie kan hebben over de werkvloer en feitelijk ook niet belast is met het dagelijks toezicht op de uitzendkracht zal de uitzendonderneming informatie moeten ontvangen van de inlener.

Verantwoordelijkheid voor Arbodocument
Net zoals het werkgeverschap van de uitzendkracht een gedeelde verantwoordelijkheid is tussen de inlener en het uitzendbureau is ook het opstellen en verstrekken van het Arbodocument een zaak waarbij zowel de inlener als de uitzendonderneming een verantwoordelijkheid hebben. De inlener is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het opstellen van het Arbodocument. Dit houdt in dat de inlener er voor moet zorgen dat het uitzendbureau een document ontvang waarin alle relevante aspecten staan vermeld met betrekking tot de veiligheid en gezondheid voor de werknemer of uitzendkracht. De uitzendonderneming heeft de plicht om het Arbodocument, dat deze van de inlener heeft ontvangen, door te geven aan de uitzendkracht. Dit wordt ook wel de doorgeleidingsplicht genoemd. De uitzendonderneming hoeft dus zelf niet het Arbodocument op te stellen. Wel is de uitzendonderneming verplicht om er voor te zorgen dat de uitzendkracht voor de aanvang van het werk het Arbodocument ontvangt. Dikwijls vragen uitzendbureaus aan de uitzendkracht om een exemplaar van het Arbodocument te ondertekenen zodat ze eventueel kunnen aantonen dat ze aan hun verplichtingen hebben voldaan met betrekking tot het tijdig instrueren van de uitzendkracht.

Wat staat er in een Arbodocument?
In de alinea’s hierboven is het woord Arbodocument een aantal keren genoemd. Het is natuurlijk belangrijk om te weten wat er precies in het Arbodocument is opgeschreven. Eenvoudigweg zou men kunnen zeggen dat in het Arbodocument alle gegevens zijn genoteerd die van belang zijn voor het zo veilig mogelijk laten werken van de uitzendkracht bij de inlener. De uitzendkracht treft in het Arbodocument informatie aan over de veiligheidsrisico’s op de werkplek. Hierbij kan men denken aan de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen of het werken op hoogte. Doormiddel van een duidelijke instructie kan de uitzendkracht er op worden gewezen hoe hij of zij zich al dan niet met behulp van persoonlijke beschermingsmiddelen kan beschermen tegen deze veiligheidsrisico’s.

Men kan bijvoorbeeld gebruik maken van adembescherming indien er schadelijke stoffen in de lucht aanwezig zijn of als men op hoogte werkt kan men gebruik maken van de voorgeschreven valbeveiliging. Verder kan in een Arbodocument zijn omschreven hoe men met behaalde machines om dient te gaan en welke veiligheidsrichtlijnen men daarbij in acht moet nemen. Een Arbodocument bevat daarnaast ook informatie over wat een werknemer of uitzendkracht moet doen in geval van een calamiteit. De uitzendkracht of werknemer moet zich dan in veiligheid kunnen brengen en daarvoor is vaak sprake van een ontruimingsplan of ander plan. De uitzendonderneming krijgt van de inlener deze informatie aangeleverd in een Arbodocument. De doorgeleidingsplicht heeft bepaald dat de uitzendonderneming deze informatie verstrekt aan de uitzendkracht.

Feitelijk werkgever of functioneel werkgever

De feitelijk werkgever is de werkgever waarbij de werknemer daadwerkelijk in dienst is op basis van een arbeidsovereenkomst. Men noemt een werkgever die daadwerkelijk toezicht heeft op de werkzaamheden van de werknemer ook wel de functioneel werkgever. De functioneel werkgever is dus de werkgever waarbij de werknemer daadwerkelijk de werkzaamheden uitvoert. Binnen het uitzendwezen of de intermediaire arbeidsmarkt zijn de termen “functioneel werkgeverschap” en “feitelijk werkgeverschap” belangrijke begrippen.

Functionele werkgever of feitelijk werkgever in uitzendbranche
In de praktijk is de uitzendonderneming vaak de feitelijke werkgever maar is het inlenende bedrijf vaak de functionele werkgever. De uitzendkracht sluit namelijk met het uitzendbureau een arbeidsovereenkomst bijvoorbeeld een uitzendovereenkomst met uitzendbeding. Ook kan een uitzendkracht op contractbasis werken voor een uitzendbureau en wordt daardoor een gedetacheerde. De uitzendkracht of gedetacheerde werkt echter in de praktijk bij een opdrachtgever die ook wel de ‘inlener’ wordt genoemd.

De uitzendonderneming heeft echter geen dagelijks toezicht op de werkzaamheden en de arbeidsomstandigheden waar de uitzendkracht mee te maken krijgt. Ondanks dat ligt de verantwoordelijkheid voor de ziekte en arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht wel bij de werkgever. Het is belangrijk om te bepalen wie juridisch gezien aansprakelijk is bij ziekte of arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht. Dit is helemaal belangrijk wanneer de ziekte of arbeidsongeschiktheid het gevolg is van het uitvoeren van werkzaamheden op de werkvloer of de arbeidsomstandigheden waarmee de uitzendkracht in de praktijk te maken krijgt. In Nederland heeft de overheid in verschillende wetten de aansprakelijkheid van de partijen op de intermediaire arbeidsmarkt vastgelegd.

Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Intermediairs (WAADI )
Tot 1 juli 1998 moesten ondernemingen die in Nederland arbeidskrachten ter beschikking stelden over een vergunning beschikken. Deze vergunning werd verstrekt door het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening. Deze organisatie wordt ook wel afgekort met CBA. De vergunning die door deze organisatie werd verstrekt was de vergunning Ter Beschikkingstelling Arbeidskrachten (TBA). Per 1 juli 1998 zijn ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen niet meer verplicht een dergelijke vergunning te hebben. Daarvoor in de plaats is de Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Intermediairs ingevoerd. Deze wet, die ook wel bekend is onder de afkorting WAADI, bevat verschillende wetten en richtlijnen voor uitzendbureaus met betrekking tot het bemiddelen van arbeidskrachten zoals uitzendkrachten. Zo bevat de WAADI artikelen die van toepassing zijn op uitzendbureaus en artikelen die van toepassing zijn op arbeidsbemiddelingsbureaus.

Veiligheid van uitzendkrachten
Er zijn verschillende wetten en regels die er voor zorgen dat de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht zoveel mogelijk wordt beschermd. In Artikel 11 van de WAADI is hier ook aandacht aan besteed. In dit artikel is vastgelegd dat de uitzendonderneming de wettelijke plicht heeft om aan de uitzendkracht de veiligheidsvoorschriften te verstrekken die van toepassing zijn bij de inlenende partij. Op die manier weet de uitzendkracht voordat hij of zij te werk wordt gesteld precies welke veiligheidsaspecten op zijn of haar toekomstige werkplek aan de orde zijn. Deze gegevens worden vastgelegd in een Arbo-document. Binnen het uitzendwezen wordt voor dit Arbo-document ook wel de benaming Arbo-checklist gebruikt. In het Arbo-document staan ook gegevens met betrekking tot de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s). Deze persoonlijke beschermingsmiddelen verschillen vaak per werkplek. Voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn werkschoenen, gehoorbescherming, valbescherming en een veiligheidshelm. Vaak zijn er voor specifieke functies bijzondere pbm’s zoals lashandschoenen en een lasoveral voor lassers. Uitzendondernemingen moeten de uitzendkrachten (of flexwerkers) ook informatie verschaffen over de beroepskwalificaties die vereist zijn op de werkplek.

Formele werkgever en materiele werkgever
Hoewel de uitzendonderneming doormiddel van het Arbo-document de uitzendkracht op de hoogte brengt van de veiligheidsvoorschriften ziet het uitzendbureau niet dagelijks hoe er precies gewerkt wordt in de praktijk bij de inlener. De arbeidsomstandigheden  en de veiligheid op de werkplek kan het uitzendbureau echter wel beoordelen doormiddel van werkplekinspecties maar die vinden bijvoorbeeld 1 keer in een half jaar plaats. Een uitzendonderneming kan niet zorgen voor de leiding en het toezicht op de werkvloer. Daarom wordt de inlener ook wel aangeduid als werkgever in de Arbowet. De inlener of opdrachtgever wordt in dit verband ook wel de materiële werkgever genoemd. Deze heeft namelijk toezicht op het materiaal waarmee de uitzendkracht werkt. De uitzendonderneming is echter de formele werkgever waarmee de uitzendkracht een arbeidsovereenkomst heeft gesloten. De uitzendonderneming heeft echter de wettelijke plicht om de uitzendkracht op de hoogte te brengen van de veiligheidsvoorschriften. Dit wordt ook wel de doorgeleidingsplicht genoemd. Ook deze doorgeleidingsplicht schrijft een Arbo-document voor.

Arbo-document
Het Arbo-document dient door de opdrachtgever of inlener op te worden gesteld eventueel met hulp van een uitzendonderneming. De inlener dient op het Arbo-document aan de uitzendonderneming alle relevante informatie te verschaffen die van belang is voor de veiligheid van de uitzendkracht. Het Arbo-document bevat in ieder geval de volgende informatie over de werkplek en arbeidsomstandigheden:

  • Veiligheidsrisico’s
  • Gezondheidsrisico’s
  • Ontruimingsplan in geval van calamiteiten
  • Instructies met betrekking tot gebruik machines
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen

De feitelijk werkgever, het uitzendbureau, heeft inhoudelijk geen invloed op de informatie van het Arbo-document. Wel heeft het uitzendbureau de doorgeleidingsplicht om de uitzendkracht de informatie van het Arbo-document zo goed mogelijk te overhandigen. Door het verstrekken van het Arbo-document wordt de uitzendkracht geïnstrueerd over de veiligheid daardoor is het Arbo-document tevens een veiligheidsinstructie. De functioneel werkgever oftewel de inlener moet er voor zorgen dat de informatie van het Arbo-document klopt en dat er in de praktijk ook conform dat document wordt gewerkt.

Staalbranche verwacht stijgende vraag naar staal in 2017

De afgelopen tijd gaat het niet goed met de staalbranche. Verschillende staalproducenten in Europa zijn in financiële problemen terecht gekomen. Dat komt omdat de vraag tot begin 2017 nauwelijks aan het toenemen is. Bovendien is het aanbod van staal op de staalmarkt ook nog eens heel groot. Dat komt onder andere omdat China en andere grote staalproducerende landen hun staalproductie niet verlagen ondanks het feit dat ook in die landen de vraag naar staal niet toeneemt.

Dat zorgt er voor dat China en andere landen hun staalproducten exporteren. Deze export wordt onder andere gedaan naar Europa. De Europese staalproducenten zelf kunnen echter hun eigen markt makkelijk voorzien. Daarom zitten staalproducenten in Europa zeker niet te wachten op concurrentie vanuit China. De EU heeft echter een aantal maanden geleden aangekondigd dat er meer heffingen worden opgelegd op Chinees staal. Daardoor wordt het Chinese staal op de Europese markt duurder.

De vraag naar staal steeg in 2016 ongeveer één procent. Deze ene procent is echter hoger dan de meeste partijen hadden verwacht. De WSA is positiever over 2017. Dit jaar wordt een stijging in de vraag naar staal verwacht van 1,3 procent. Verwacht wordt dat in 2018 wereldwijd ongeveer 0,9 procent meer staal benodigd is. De stijgende vraag zal volgens WSA vooral komen vanuit opkomende economieën. Meer ontwikkelde economieën zullen volgens de associatie een ”aanhoudend herstel” doormaken waardoor ze voortdurend een stijgende vraag naar staal zullen hebben. China liet in 2016 al een kleine stijging zien in de vraag naar staal. Wereldwijd is China verantwoordelijk voor 45 procent van de vraag naar staal.

De WSA is een organisatie waar zo’n honderdzestig staalproducenten bij zijn aangesloten. In totaal zijn negen van de tien grootste staalconcerns ter wereld ook aangesloten bij de WSA. De staalproducenten die zijn aangesloten bij de WSA zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor zo’n 85 procent van de wereldwijde staalproductie.

Woningcorporaties gaan jaarlijks tienduizenden woningen bouwen vanaf 2017

Nederlandse woningcorporaties gaan de komende jaren 34.000 woningen per jaar bouwen Dit aantal nieuwbouwwoningen ligt twee keer zo hoog als het aantal woningen dat in 2015 werd gebouwd in opdracht van de woningbouwcorporaties.  Deze cijfers komen naar voren uit de Woonagenda 2017-2021 van de vereniging van woningcorporaties Aedes. Deze Woonagenda werd donderdag 20 april bekend gemaakt. Aedes noemt het bouwen van woningen een belangrijke ambitie.

Naast het bouwen van vele extra woningen hebben de woningcorporaties nog een belangrijke ambitie.  De koepelorganisatie wil namelijk de sociale huurwoningen energiezuiniger maken. Uiteindelijk moeten de huurwoningen van woningcorporaties in 2050 allemaal CO2-neutraal zijn gemaakt. Het jaar 2050 is echter nog ver weg. Gemiddeld moeten daarom de huurwoningen in 2021 zijn voorzien van energielabel B. Veel woningbouwcorporaties zitten hier met hun huurwoningen nog lang niet op. Daarom versnellen een aantal van deze corporaties hun investeringen in zonnepanelen. Ook worden er investeringen gedaan op het gebied van de warmteaansluitingen en woningisolatie.

Aedes wil met de verduurzaming van de gebouwen de huurwoningen ook beter betaalbaar maken. Verder vindt de organisatie het belangrijj dat gemeenten extra grond beschikbaar stellen voor de bouw van sociale huurwoningen. Door meer sociale huurwoningen te bouwen kunnen ook mensen met een relatief laag inkomen geholpen worden aan een “passend en betaalbaar” huis. Ook dit ziet de vereniging als belangrijk doel.

Alle woningbouwcorporaties die zijn aangesloten bij Aedes zullen daarnaast een deel van hun investeringscapaciteit inzetten om het het risico te verkleinen dat huurders hun huur niet kunnen betalen. Corporaties zullen tevens inzetten op extra “middeldure” woningen.

Tesla roept auto’s terug in 2017 vanwege problemen met parkeerrem

Tesla roept in 2017 een aantal elektrische auto’s terug vanwege een technisch probleem.  Het gaat in totaal om 53.000 auto’s die terug worden gehaald in verband met een technisch probleem met de parkeerremmen. Dit probleem is dusdanig dat deze remmen mogelijk niet goed functioneren. De voertuigen waar dit mankement bij geconstateerd is vallen onder de Tesla types Model S en Model X. De genoemde modellen die gebouwd zijn tussen februari 2016 en oktober 2016 kunnen een defecte parkeerrem hebben. Daarom worden ze teruggeroepen.

Van de 53.000 auto’s die terug moeten zijn er ongeveer 31.000 auto’s die verkocht in de Verenigde Staten. De andere auto’s rijden in andere landen. Tesla benadrukt dat de veiligheid niet in het geding is. Tesla geeft aan dat ze juist met deze terugroepactie laat zien hoe voorzichtig het bedrijf is. Volgens Tesla is er nog geen ongeluk gebeurt ten gevolge van het defect. Ook zijn er geen verwondingen ontstaan door het technisch mankement aldus Tesla.

Het bericht over het defect zorgde voor onrust op Wall Street. Beleggers waren niet blij met het bericht. Dit had gevolgen voor het aandeel van Tesla. Dit aandeel daalde in waarde. Na de eerdere koerswinst van Tesla dook het aandeel van de autoproducent in het rood.

Minder vacatures voor secretaresses vanaf 2016

Er is minder vraag naar secretaresses de afgelopen jaren. Ook neemt het aantal vacatures in administratieve beroepen loopt sterk terug. In de periode van 2013 tot en met 2016 was de vraag naar secretaresses gekrompen met bijna twintig procent. Dit heeft de uitkeringsinstantie UWV donderdag 20 april 2017 gemeld. Donderdag was het Nationale Secretaressedag.

Werkgelegenheid in administratieve beroepen
Het is geen hoopvol nieuws voor mensen die werkzoekend zijn een solliciteren op een baan als secretaresse. Het aanbod van beschikbare secretaresses is groter dan de vraag naar secretaresses die naar voren komt uit vacatures. Met name de lagere middelbare economisch-administratieve functies staan op de arbeidsmarkt onder druk. In de lagere administratieve functies daalde het aantal arbeidsplaatsen met 39.000. Dit is 5 procent van het totale aanbod aan arbeidsplaatsen. In sommige financieel administratieve sectoren steeg de vraag naar personeel. Dit ging met name om  hoger administratief personeel. Hierbij kan men denken aan hypotheekadviseurs en registeraccountants.

Digitalisering
De technologische ontwikkelingen zorgen er voor dat veel administratieve banen verdwijnen. Veel startups en fintech bedrijven ontwikkelen nieuwe innovatieve oplossingen waardoor administratieve en financiële processen sneller kunnen verlopen. Deze fintech bedrijven en startups dragen bij aan de professionalisering van processen maar zorgen er indirect ook voor dat de werkzaamheden van mensen worden overgenomen door machines en systemen. Tegenwoordig kunnen veel klanten van banken en andere financiële instellingen hun financiële zaken zelf regelen via internet. Dat zorgt er voor dat er minder personeel nodig is bij banken. Met name administratieve krachten op mbo niveau verliezen daardoor hun baan.