Scheepsschroef gefabriceerd met 3D-printer in Rotterdam eind november 2017

Een aantal bedrijven in Rotterdam hebben voor het eerst een scheepsschroef gefabriceerd door gebruik te maken van een 3D-printer. De scheepsschroef werd door de 3D printer gefabriceerd in de Rotterdamse haven. In totaal heeft de scheepsschroef een gewicht van ongeveer 200 kilo. De schroef heeft een diameter van 1,35 meter. Op donderdag 30 november 2017 werd de scheepsschroef gepresenteerd bij Damen Shipyards in Gorinchem. Dit heeft het Havenbedrijf Rotterdam bekend gemaakt. Damen werkte samen met RAMLAB om de schroef uit te printen met de 3D- printer. RAMLAB een het onderdeel van het havenbedrijf. Het bedrijf RAMLAB heeft in Rotterdam een zogeheten fieldlab voor 3D-metaalprinters staan.

RAMLAB
Naast het bedrijf Damen Shipyards en RAMLAB hebben ook de bedrijven Autodesk en Bureau Veritas een bijdrage geleverd aan het project. Deze bedrijven maken namelijk ook onderdeel uit van het samenwerkingsverband. Het zou om de eerste scheepsschroef gaan die met een 3D printer is gemaakt. Deze scheepsschroef is een eerste project op dit gebied. De bedrijven gaan momenteel bekijken of ze de 3D printers en bijbehorende technologie commercieel kunnen inzetten. Het is uiteindelijk de bedoeling dat de 3D printers worden gebruikt om metalen onderdelen voor schepen te maken. Daarnaast zouden de 3D printers ook gebruikt kunnen worden voor het vervaardigen van onderdelen voor machines.

3D printer of verspanen?
De 3D printtechniek is een geheel andere techniek dan de techniek die wordt gebruikt bij het verspanen. In de verspaning vervaardigd men uit een stuk uitgangsmateriaal een product. Het uitgangsmateriaal heeft daardoor altijd een groter volume voor de verspanende bewerking dan daarna. Meestal gebruikt men draaibanken en freesbanken voor de verspaning maar in feite is eroderen of vonkverspaning ook mogelijk. Eroderen en draadvonken zijn verspaningstechnieken waarbij gebruik wordt gemaakt van de vonken van kortsluiting om braamvrij te verspanen. Bij 3D printen bouwt men in feite laagje voor laagje een product op. Het product wordt dus steeds groter in plaats van steeds kleiner zoals bij verspanen het geval is. Verspaning is een bewerkingstechniek die al heel lang bestaat terwijl 3D printen een bewerkingstechniek die vrij nieuw is. Daarom worden met 3D printers verschillende experimenten gedaan.

Rusland voorstander langere beperking olieproductie vanaf maart 2018

Eerder deze week werd bekend gemaakt dat de leden van de OPEC voorstander zijn van een verlenging van de beperking in de olieproductie. Ze willen de olieproductie langere tijd bevriezen zodat er een betere balans komt tussen de vraag en het aanbod van olie. Voor de meeste leden van de OPEC is de verkoop van olie de belangrijkste inkomstenbron. Als de waarde van deze inkomstenbron laag blijft krijgen deze landen een probleem met de begroting. Door het aanbod van olie te beperken zal de prijs uiteindelijk iets omhoog gaan. Althans dat is de verwachting.

Rusland en de olieproductiebeperking
Vooralsnog heeft de productiebeperking nog niet een groot effect gehad op de olieprijs. Dit komt onder andere omdat andere landen waaronder Amerika meer olie gaan produceren. Daardoor komt er niet direct een einde aan het overaanbod aan olie op de oliemarkt. Ondanks dat vinden de leden van de OPEC dat zij door moeten gaan met de productiebeperking in de oliesector. Inmiddels is duidelijk geworden dat ook Rusland een voorstander is voor een verlenging van de beperking in de olieproductie.

Beperking olieproductie
Rusland gaat nu akkoord met de verlenging van de beperking op de olieproductie. Dit doet het olieproducerende land in samenwerking met oliekartel OPEC. Dit bericht werd donderdag 30 november 2017 bekend gemaakt door persbureau Bloomberg. Vandaag komen de leden van de OPEC in Wenen bij elkaar. Gezamenlijk gaan ze een besluit nemen over de olieproductie. Dit officiële besluit zal volgen op de eerdere berichten waarin gemeld werd dat alle lidstaten van de OPEC voorstander zijn van een verlenging van de eerder afgesproken productieverlaging tot eind 2018. Nu ook Rusland instemt met de verlening kan verder worden gewerkt aan het besluit. Rusland is overigens geen lid van het kartel.

Wat is een Hyperloop?

Hyperloop is een innovatief concept van een transportmiddel waarbij gebruik wordt gemaakt van traincapsules die door een vacuümbuizenstelstel worden getransporteerd. De Hyperloop is oorspronkelijk bedacht door ondernemer Elon Musk die het concept in 2012 presenteerde. Vanaf dat moment werd het concept voor de Hyperloop steeds verder verbeterd en werden er ook testen gedaan. De bedrijven Tesla en het aanverwante SpaceX zijn hierin pioniers maar inmiddels zijn er wereldwijd verschillende andere bedrijven en startups actief bezig met de ontwikkeling van een Hyperloop of met de ontwikkeling van specifieke onderdelen daarvan. Omdat de Hyperloop een innovatie is zal men hier veel testen mee moeten uitvoeren. Daarom zijn er in verschillende landen testcircuits aangelegd waarin de Hyperloop getest kan worden. Ook in Nederland is een dergelijke Hyperlooptestbaan aangelegd in 2017 door de Nederlandse Hyperloop-startup HARDT in samenwerking met bouwbedrijf BAM.

Hoe werkt een Hyperloop?
He principe van de Hyperloop lijkt een beetje op het transportsysteem waarop buizenpost is gebaseerd. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van een luchtdrukbuis. Met buizenpost word ook gebruik gemaakt van capsules waarin goederen worden getransporteerd. Bij buizenpost wordt echter gebruik gemaakt van overdruk. Het systeem van de Hyperloop vereist een zogenaamd middenvacuüm. Dit concept lijk in sterke mate verband te houden met het werk van de Amerikaanse natuurkundigeRobert Goddard.

Hyperloopconcept
Het hyperloop-concept bevat twee bijna luchtledige pijpen, waarbij gedacht wordt aan 1/1000 atmosfeer. Omdat er gebruik wordt gemaakt van luchtledige pijpen is er geen sprake van luchtweerstand daardoor kan men capsules met een hoge snelheid vervoeren. De snelheid kan oplopen tot bijna de snelheid van het geluid. In totaal zou de maximale snelheid van de Hyperloop ongeveer 1200 kilometer per uur zijn. De capsules van het hyperloopconcept hebben een afmeting van ongeveer een personenauto. In deze capsules zouden ongeveer 10 tot 20 personen getransporteerd kunnen worden.  

In het Hyperloop concept zou men de capsules met een frequentie van 0,5 tot 2 per minuut willen laten vertrekken. De Hyperloop zou volgens het concept vooral effectief zijn bij afstanden onder de 1000 kilometer. Bij grote afstanden kan men beter met een vliegtuig gaan reizen. De Hyperloop is in 2017 nog een concept. Dit houdt in dat men de Hyperloop nog verder zal moeten ontwikkelen voordat men echt kan spreken van een nieuw transportmiddel. Er zijn nogal wat vraagtekens bij het Hyperloopconcept. Zo vragen sommige technici af of de Hyperloop wel veilig is. Daarnaast zou het systeem ook duurder uitvallen dan de huidige kostenramingen volgens sommige experts.

Hyperloop Pod Competition
De belangstelling voor de Hyperloop neemt toe. Dit is het gevolg van onder andere de Hyperloop Pod Competition. Deze wedstrijd wordt georganiseerd door SpaceX. Dit is een bedrijf van Elon Musk die ook eigenaar is van de producent van elektrische autos Tesla. De Hyperloop Pod Competition is een wedstrijd waarbij deelnemers een Hyperloop kunnen  gaan ontwerpen, bouwen en testen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een half-size capsule die in een lage druk buis wordt getransporteerd. Met de Hyperloop Pod Competition hoopt Elon Musk dat de ontwikkeling van de Hyperloop in gang wordt gezet en in beweging blijft. Verschillende studenten werken op dit moment aan de ontwikkeling van de Hyperloop. Dat gebeurd overigens niet alleen in het kader van de Hyperloop Pod Competition. Er zijn namelijk ook verschillende bedrijven en overheden die overtuigd zijn van de Hyperloop. Dat zorgt er voor dat er investeringsstromen op gang komen en er nieuwe testfaciliteiten ontstaan voor de Hyperloop.

Regering investeert alleen in grote Hyperlooptestlocatie bij voldoende interesse uit bedrijfsleven

Kort geleden werd er door bepaalde politieke partijen en vanuit het bedrijfsleven nog gepleit voor een grotere testlocatie voor de Hyperloop-trein. Nederland heeft al een testlocatie voor dit futuristische vervoersmiddel maar die zou niet voldoende zijn om echt effectieve testen uit te kunnen voeren. Daarvoor zou een nieuwe en grotere testlocatie voor de Hyperloop-trein nodig zijn. De overheid zou ook moeten meebetalen aan deze testlocatie. Echter zullen het vooral bedrijven zijn die van de testlocatie zullen profiteren. Daarom geeft de overheid aan dat ze alleen financieel wil bijspringen als er een duidelijk plan ligt van bedrijven met betrekking tot de investeringen die zij zullen doen voor de bouw en installatie van de Hyperloop.

Investering in de Hyperloop
Dit bericht werd woensdagavond 29 november 2017 bekend gemaakt door minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur. Ze gaf haar reactie woensdagavond in de Tweede Kamer. Ze wenst een stevige businesscase van het bedrijfsleven en noemt dit een harde voorwaarde waaraan voldaan moet worden voordat de overheid geld gaat besteden aan dit project. Er zou inmiddels al een onderzoek worden gedaan naar de bereidwilligheid van bedrijven om te investeren in de Hyperloop. Naast de daadwerkelijke investering zou ook de overheid de nodige vergunningen moeten verschaffen. Eventueel zou ook Nederlandse investeringsfonds Invest-NL een bijdrage kunnen leveren op financieel gebied.

Wat is een Hyperloop?
Wereldwijd is het verkeer een steeds groter knelpunt. Straten raken overvol met auto’s en ook het verkeer over water en per vliegtuig wordt steeds drukker. Er wordt daarom gezocht naar andere transportmogelijkheden. Een effectieve transportmogelijkheid is vervoer ondergronds. Natuurlijk zijn er al de ondergrondse metro’s maar die zijn niet heel erg snel. Daarom wordt gekeken naar innovatieve transportmiddelen. De Hyperloop is hiervan een voorbeeld. Eigenlijk is de Hyperloop een trein echter rijd deze trein niet op rails. In plaats daarvan beweegt deze ‘trein’ zich in een vacuümbuis. Daarbij wordt de wrijving zoveel mogelijk beperk. In een vacuümbuis is er geen sprake van weerstand. Dat zorgt er voor dat men zich met een Hyperloop zeer snel kan laten transporteren. Met een Hyperloop zou men snelheden kunnen bereiken van maximaal 1.200 kilometer per uur.

Hyperloop-startup HARDT
De Nederlandse Hyperloop-startup HARDT heeft eerder dit jaar samen met bouwbedrijf BAM een testtraject voor de Hyperloop aangelegd in Delft. Op dit testtraject is nu een buis aangesloten van 30 meter. Daarmee kan men echter een deel van de Hyperlooptechnologie testen. Nu zou er echter een nieuwe testlocatie moeten komen waarmee men de technologie nog beter kan testen. Er zijn hiervoor al plannen opgesteld. Onderzoeksinstituut TNO doet onderzoek naar de haalbaarheid van deze plannen. Van Nieuwenhuizen is van mening dat de investering voor de nieuwe testlocatie afkomstig moet zijn vanuit het bedrijfsleven. De overheid zou met een “bescheiden bijdrage” kunnen bijspringen. Verder zou men ook kunnen kijken of de Europese Unie zou kunnen bijspringen.

Transportkosten energie gaan omhoog vanaf januari 2018

In 2018 zijn Nederlandse huishoudens gemiddeld 12 euro meer kwijt aan de transportkosten voor energie ten opzichte van 2017. Deze informatie komt naar voren uit de tarievenbesluiten die de Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft vastgesteld. De tarievenbesluiten zorgen er voor dat huishoudens in 2018 een hogere energierekening krijgen. Gemiddeld zal de energierekening één procent hoger liggen.

Energierekening
Ongeveer twintig procent van de energierekening bestaat uit transportkosten. Wanneer deze kosten omhoog gaan heeft dat een effect op de totale energierekening. Naast de transportkosten zijn er de leveringskosten die in rekening worden gebracht. Het is echter zo dat het daadwerkelijke energieverbruik en de verbruikstarieven de daadwerkelijke hoogte van de energierekening in belangrijke mate zullen bepalen.

Waarom hogere transportkosten voor energie?
De stijging van de transportkosten wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere tarieven die regionale netbeheerders in rekening brengen. de netbeheerders betalen een hogere precariobelasting aan de gemeente. Deze belasting moeten de netbeheerders betalen voor het gebruik van openbare grond waar hun kabels en leidingen doorheen lopen. De hogere precariobelasting berekenen de netbeheerders weer door aan de mensen die energie afnemen.

Energietransitie
Elektriciteitsnetbeheerder TenneT zou volgens de ACM ook een hoger tarief doorberekenen omdat het bedrijf investeringen doet in de uitbreiding van het hoogspanningsnetwerk. De ACM geeft aan dat TenneT deze investeringen moet doen omdat er meer elektriciteit afkomstig is van windparken op zee. Deze elektriciteit moet worden getransporteerd via kabels om uiteindelijk bij bedrijven en woningen uit te komen. Dat vereist een uitgebreide infrastructuur. Veel elektrische infrastructuur loopt nu nog via kolencentrales die worden gebruikt als elektriciteitscentrale. Omdat kolencentrales steeds minder in gebruik genomen zullen worden vanwege de energietransitie zal er een nieuw netwerk van elektriciteitskabels moeten worden aangelegd naar windmolens en andere installaties waarmee duurzame hernieuwbare energie kan worden opgewekt.

Nuon gaat nieuw windpark in Wieringermeer aanleggen vanaf 2017

Energiebedrijf Nuon is onderdeel van Vattenfall. Het energiebedrijf wil meer investeren in duurzame energie. Op woensdag 29 november 2017 werd bekend gemaakt dat het energiebedrijf een nieuw contract heeft getekend voor de bouw van een windmolenpark in de Wieringermeer. Nuon zal bij de aanleg van het windmolenpark samenwerken met een aantal andere bedrijven zoals:

  • de Nordex Group,
  • BAM Infra
  • Nederland
  • de Van Gelder Groep.

De overeenkomst die Nuon heeft gesloten gaat over het aanleggen van de infrastructuur en de bouw van de fundamenten van het windmolenpark. Ook het daadwerkelijk opbouwen van windmolens hoor bij het contract. Aan het begin 2019 zullen de eerste vijftig windturbines worden geïnstalleerd. In de loop van dat jaar zal het windmolenpark afgebouwd moeten worden. De funderingen van het windmolenpark zullen door BAM Infra worden aangelegd.

Windmolens in Wieringermeer
Vattenfall heeft in Europa verschillende windmolenparken in beheer. Het windpark Wieringermeer zal tot één van de grootste windprojecten behoren die door Vattenfall in Europa op het land wordt beheerd. Aan het einde van 2019 zal het windmolenpark in totaal 100 windmolens moeten hebben. Deze windmolens zouden elektrische stroom moeten opwekken voor in totaal ongeveer 370.000 huishoudens. Niet alle windturibines in het windpark Wieringermeer zullen echter van Vattenfall zijn. In totaal zal het bedrijf 82 windturbines plaatsen in het Wieringermeerproject. ECN zal in dit windmolenpark in totaal 17 windturbines plaatsen en daarnaast zal er ook een windturbine geplaatst worden die omwonenden kunnen gebruiken om energie mee op te wekken voor eigen gebruik.

Producentenvertrouwen op record in november 2017

Het producentenvertrouwen is opnieuw gestegen. In de maand november is het vertrouwen van producenten gestegen naar een indexcijfer van 9,1. Dit indexcijfer is het hoogste indexcijfer sinds het begin van 2008. Aan het begin van 2008 stond het indexcijfer van het producentenvertrouwen op 9,4. Ongeveer een jaar later werd het effect van de economische crisis ook duidelijk bij producenten. Toen daalde het producentenvertrouwen naar het laagste indexcijfer namelijk op min 23,5.

Nu is de economische crisis ten einde gekomen. Vanaf 2014 zijn er meer positief gestemde producenten in Nederland ten opzichte van het aantal producenten met een negatieve toekomstvisie. In november 2017 is het producentenvertrouwen uitgekomen op 9,1. Dat is een behoorlijke stijging ten opzichte van de maand oktober toen het vertrouwen nog uitkwam op 8,2. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft woensdag 29 november 2017 ook aangeven dat producenten ook meer vertrouwen hebben in hun orderportefeuille. Daarnaast waren ze ook iets meer tevreden over de voorraden gereed product. Producenten zijn echter wel wat negatiever over de verwachte bedrijvigheid.

Philips gaat weer aandelen van voormalig dochterbedrijf Lighting verkopen in 2017

Elektronicaconcern Philips gaat weer aandelen verkopen van haar voormalige verlichtingsdochter Philips Lighting.  In totaal zou Philips 17,1 miljoen aandelen van de hand doen. Dit is ongeveer 12 procent van de aandelen van Lighting. De aandelen zullen worden verkocht aan institutionele beleggers. Er zal maximaal een kwart van de aandelen naar Philips Lighting zelf gaan. Deze aandelen zullen dan echter worden ingetrokken.

Philips heeft nog niet duidelijk aangegeven wat de prijs zal zijn van de aandelen. Ook is niet bekend gemaakt wat het exacte aantal aandelen is dat verkocht zal worden door het bedrijf. Dit zal later worden bepaald en wordt dan in een persbericht bekend gemaakt. Op vrijdag 1 december zal de transitie van de aandelen worden afgerond. De verkoop van de aandelen zal worden begeleid door de volgende banken: Goldman Sachs, Merrill Lynch, Rabobank (in samenwerking met Kepler Cheuvreux) en UBS. Verder zal de zakenbank Rothschild optreden als financieel adviseur voor Philips met betrekking tot de transactie van de aandelen.

Op dit moment heeft Philips 58,6 miljoen aandelen in bezit van Lighting. Dit is ongeveer 41 procent van het totale aantal aandelen. Na de transitie zal Philips ongeveer 29 procent van de aandelen in bezit hebben. Philips had haar dochteronderneming in mei 2016 naar de beurs gebracht. De komende jaren wil Philips de overige aandelen verkopen zodat het bedrijf helemaal geen aandelen meer in bezit heeft van Lighting.

Statiegeld op kleine flesjes en blikjes vermindert zwerfafval

Zwerfafval is afval dat men aantreft op straat of in de natuur. Het is hinderlijk afval en bovendien brengt het schade toe aan de natuur. Met name plastic zwerfafval is schadelijk maar ook glas en blik kunnen voor schade zorgen. Denk aan glasscherven die mensen en dieren kunnen verwonden. Statiegeld zou een oplossing kunnen zijn voor al dit zwerfafval. Dat geeft in ieder geval de organisatie Natuur & Milieu aan in een advies aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven. Er zal komende donderdag een hoorzitting plaatsvinden in de Tweede Kamer over het onderwerp statiegeld.

Statiegeld
Als de overheid ook statiegeld zal gaan heffen op kleine flesjes en blikjes dan zou het zwerfafval in Nederland flink verminderd kunnen worden. Volgens Geertje van Hooijdonk de woordvoerster van Natuur & Milieu zou het uitbreiden van de huidige regels met betrekking tot statiegeld er voor zorgen dat 90 procent van flesjes en blikjes gescheiden wordt ingeleverd. Dat maakt statiegeld een heel effectief instrument om zwerfafval tegen te gaan. Het is in feite het systeem van de vervuiler betaald. Gemeenten zouden in Nederland jaarlijks gezamenlijk 80 miljoen euro kunnen gaan besparen omdat er minder personeel en materieel hoeft te worden ingezet om zwerfafval op te ruimen.

Circulaire economie
De circulaire economie waarbij zo weinig mogelijk nieuwe grondstoffen worden aangewend en bestaande verpakkingen zoveel mogelijk worden hergebruikt en gerecycled is een zeer ambitieus uitgangspunt. Ook de Nederlandse overheid streeft een circulaire economie na maar daarvoor moet de overheid er wel voor zorgen dat het afval gescheiden wordt ingeleverd.
Natuur & Milieu geeft aan dat het statiegeldsysteem er voor zorgt dat er gescheiden afvalstromen ontstaan die hoogwaardig te recyclen zijn.

Aanvullende aanpak
Er zijn echter ook verschillende andere vormen van zwerfafval daardoor is het statiegeldsysteem niet geheel effectief. Er zijn ook snoepverpakkingen en andere verpakkingen zoals plastic verpakkingen van snacks die er voor zorgen dat er zwerfafval ontstaat. Natuur & Milieu is daarom voorstander van een aanvullende aanpak die er voor zorgt dat er minder afval wordt weggegooid in het milieu.

Alle lidstaten OPEC steunen verlenging productiebeperking vanaf 2017

Komende donderdag zal er in de stad Wenen een bijeenkomst plaatsvinden over de productiebeperking in de oliesector. Momenteel is er in de oliesector al een productiebeperking afgesproken tussen de OPEC en Rusland maar deze productiebeperking komt ten einde. Echter is de oliemarkt nog niet hersteld. Dat wil zeggen dat er meer aanbod van olie is dan vraag. Daardoor neemt de olievoorraad wereldwijd toe. De prijs van olie staat door deze ontwikkeling echter onder druk.

Grote olieproducerende landen zoals Rusland en leden van de OPEC merken dat hun inkomsten in de oliesector slinken. Daarom willen ze de olieproductie gaan beperken om het aanbod van olie op de oliemarkt te reduceren zodat er een betere balans komt tussen vraag en aanbod van olie. Inmiddels is bekend geworden dat alle lidstaten van oliekartel OPEC de plannen steunen om de beperking van de olieproductie met negen maanden te verlengen. Het is nog onduidelijk of Rusland ook verder wil met de productieverlaging in de oliesector. Rusland is de belangrijkste deelnemer van het huidige akkoord en zou als grote olieproducent ook met het nieuwe akkoord mee moeten gaan als men echt wat aan de overproductie in de oliesector wil gaan doen in de wereld.

Rusland is echter geen lid van de OPEC maar is wel één van de grootste olieproducerende landen van de wereld. Persbureau Bloomberg geeft aan dat de huidige productieverlaging loopt tot eind maart 2018. Vorige week zijn de OPEC en Rusland al met elkaar in overleg gegaan over een verlenging van de productieverlaging. Uit dit overleg kwam naar voren dat er nog een aantal hindernissen moesten worden genomen op dit gebied. Volgens Bloomberg zou Rusland in de nieuwe afspraken een  passage willen opnemen die de productiebeperkingen zal koppelen aan de situatie op de oliemarkt. Verder zou Rusland nog geen haast willen maken met de verlenging van de productieverlaging omdat de huidige afspraken nog van kracht zijn tot en met april 2018.

Europese Unie moet 40 procent energiezuiniger zijn in 2030

De Europese Unie moet werk maken van energiebesparing. De industriecommissie van het Europees Parlement wil dat de EU in de komende tijd veel meer energie gaat besparen. Uiteindelijk moet de EU in 2030 in totaal 40 procent energiezuiniger zijn dan nu het geval is. Eerder had de Europese Commissie een doelstelling van 30 procent energiebesparing voorgesteld. De ambitie komt nu echter hoger te liggen. Dit vinden verschillende milieuorganisaties en diverse politieke partijen heel interessant. Energiebesparing zou verreweg de goedkoopste en meest effectieve oplossing zijn als men kijkt naar het klimaat en de energieafhankelijkheid volgens de Nederlandse Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy.

Minder afhankelijk van energie uit andere landen
We moeten stappen zetten als we echt minder afhankelijk zouden willen worden van het aardgas uit Rusland. De Europese Unie zou daarom inderdaad ambitieuze doelstellingen moeten benoemen aldus de Europarlementariër. Energiebesparing is ook volgens andere politieke partijen een zeer goed middel tegen klimaatverandering. Toch zorgt de doelstelling ook voor een bepaalde druk. Wanneer het voorstel eenmaal is aangenomen zal ook Nederland hard moeten werken om de doelstelling te verwezenlijken. Deze afspraak zal namelijk voor bindende doelstellingen zorgen voor landen.

Duurzame energiebronnen
Naast de genoemde doelstelling wil de industriecommissie ook dat 35 procent van de energie in de EU in 2030 opgewekt wordt uit duurzame energiebronnen. Ook dit percentage ligt hoger dan het eerder genoemde percentage. In totaal ligt deze ambitie 8 procent hoger dan het eerder genoemde percentage op dit gebied. Deze doelstelling wordt vooralsnog niet omgezet in bindende nationale doelen. Dat zorgt er voor dat deze doelstelling met minder lof wordt ontvangen door milieuorganisatie en milieubewuste partijen. Verschillende EU-parlementariërs willen dat het voor huishoudens eenvoudiger wordt om zelf elektriciteit op te wekken met behulp van zonnepanelen om deze groene stroom vervolgens te kunnen verkopen.

Airbus werkt samen met Siemens en Rolls Royce aan elektrisch vliegtuig vanaf 2017

Vliegtuigbouwer Airbus zal samen met  Siemens en motorenmaker Rolls Royce werken aan de ontwikkeling van een elektrisch vliegtuig. De drie bedrijven zijn momenteel druk bezig met het ontwikkelen van een hybride vliegtuigmotor. Het zal echter nog wel een tijd duren voordat er echt grote elektrische vliegtuigen in de lucht zullen worden gebruikt voor het vervoeren van vracht en passagiers. De bedrijven verwachten de eerst grote test met een commercieel vliegtuig met een elektromotor en drie conventionele straalmotoren uit te kunnen voeren in 2020.

Momenteel bouwt Siemens een motor met een vermogen van twee megawatt. Een dergelijke motor heeft ongeveer de helft van het vermogen dat de conventionele aandrijving kan opleveren. Ook Rolls Royce levert een bijdrage aan het project. Dit bedrijf zal een gasturbine leveren. Deze gasturbine zal worden geplaats in de romp van het vliegtuig. De gasturbine wordt in het vliegtuig geïnstalleerd om elektrische stroom op te wekken voor de motoren van het vliegtuig. Het bedrijf Airbus zal verantwoordelijk zijn voor de integratie van de innovatieve systemen in de vliegtuigen.

De bedrijven geven aan dat hun ontwikkelingen een belangrijke bijdrage zullen gaan leveren in de ontwikkeling van elektrische vliegtuigen. Er zal eerst een test worden gedaan met een elektromotor. Als deze test succesvol verloopt zal er een tweede test worden uitgevoerd waarbij een tweede conventionele motor wordt vervangen door een hybride elektrische motor. Het zal echter nog jaren duren voordat er daadwerkelijk grote passagiersvliegtuigen zullen worden uitgerust met elektromotoren. Tot die tijd doen deze bedrijven onderzoek en zorgen ze voor de ontwikkeling van effectieve oplossingen en technisch deugdelijke systemen. De luchtvaartsector is natuurlijk niet de enige sector waarin men dergelijke ontwikkelingen uittest. Koert geleden heeft Tesla ook al een elektrische vrachtwagen getoond die het mogelijk maakt dat men goederen over honderden kilometers afstand kan transporteren in een elektrisch aangedreven vrachtwagen.

ACM legt Volkswagen eind 2017 een boete van 450.000 euro op vanwege dieselschandaal

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft autoproducent Volkswagen een boete opgelegd van 450.000 euro. Dit bedrag moet de autoproducent betalen van de toezichthouder omdat de ACM heeft vastgesteld dat de autofabrikant consumenten heeft misleid. Het gaat hierbij om de misleiding bij de aankoop van dieselauto’s met type EA 189-motor. Er zijn verschillende auto’s uitgerust met een dergelijke motor. Autoproducent Volkswagen gaf aan dat modellen van de merken Volkswagen, Audi, Skoda en Seat milieuvriendelijk zouden zijn maar had ondertussen de auto’s voorzien van software waarmee de resultaten van emissietests werden gemanipuleerd. Dit heeft de ACM dinsdag 28 november 2017 gemeld.

De Consumentenbond had er vorig jaar op aangedrongen dat de ACM een onderzoek zou moeten doen naar de misleiding van Volkswagen met betrekking tot de uitstoot van haar dieselvoertuigen. Tijdens het onderzoek heeft de ACM vastgesteld dat Volkswagen in de periode van 2009 tot 2015 consumenten had misleid. De misleiding zou er volgens de ACM voor hebben kunnen zorgen dat mensen een andere keuze hebben gemaakt voor een auto dan de keuze die ze zouden hebben gemaakt wanneer ze de juiste gegevens zouden hebben ontvangen met betrekking tot de emissie.

ACM-bestuurslid Cateautje Hijmans van den Bergh geeft aan dat de ACM met de boete een duidelijk signaal wil afgeven aan de automotive branche. Volgens haar hebben consumenten recht op betrouwbare informatie. De ACM kan echter maar één boete opleggen aan het Volkswagenconcern. Dat komt omdat de overtredingen allemaal verband houden met één feit en dat is de installatie van de manipulatiesoftware. Het is mogelijk dat Volkswagen een beroep aantekent tegen het besluit van de ACM. De Consumentenbond is in ieder geval tevreden over de boete die de ACM heeft opgelegd. Volgens de Consumentenbond zou Volkswagen nu ook in Europa moeten aan praten over het compenseren van consumenten.

Directeur Bart Combée van de Consumentenbond geeft aan dat Volkswagen al jaren beweert dat ze in Europa niets verkeerd zou hebben gedaan. Door de uitspraak van de ACM hebben organisaties die opkomen voor consumenten een steuntje in de rug gekregen met betrekking tot het afspreken van een compensatieregeling. De Consumentenbond hoopt dat Volkswagen nu ook in Europa in gesprek wil over een compensatie voor consumenten die een auto hebben gekocht met manipulerende software. De Consumentenbond denkt in ieder geval na over de volgende stappen die ze zal nemen om van Volkswagen een compensatieregeling te ontvangen.

Personeel bouwleverancier Trespa staakt eind 2017

Het personeel van Trespa in Weert is in staking. De vakbond FNV gaat de stakingen bij het bouwbedrijf verhevigen. De vakbond heeft bekend gemaakt dat vanaf dinsdag ook de middagploeg van het bedrijf het werk zal neerleggen. Trespa is bekend vanwege de kunststof platen. Het personeel is echter ontevreden over de huidige arbeidsvoorwaarden. Zo wil het personeel een hoger loon ontvangen voor de werkzaamheden en willen ze ook een verlenging van het sociaal plan voor de medewerkers. Daarnaast zou de cao op meer medewerkers van toepassing moeten zijn.

Trespa en de vakbond nog niet in overleg
Volgens de vakbond FNV is de directie van Trespa niet ingegaan op de eisen van het personeel. In plaats daarvan laat de directie helemaal niets van zich horen aldus de vakbond. Wel heeft de directie aan het personeel vlaai uitgedeeld als teken van goodwill. Adem Akdeniz een FNV bestuurder geeft aan dat het personeel daar niet op zit te wachten. Ze willen dat er wat wordt gedaan met hun eisen. Daarom heeft het bedrijf sinds vrijdag al te maken met stakingen. Sinds die dag wordt er al gestaakt door medewerkers uit de ochtendploeg. In totaal heeft Trespa ruim zeshonderd medewerkers in dienst. Volgens de vakbond zouden van deze werknemers op dit moment ongeveer 200 in staking zijn.

De bouwsector en Trespa
Trespa is een toeleverancier voor de bouw. Op dit moment heeft de bouw het nog steeds druk. De orderportefeuille van veel bouwbedrijven is overvol. Dat is goed voor het ondernemersvertrouwen van bouwbedrijven. Toch zijn er ook zorgen in de bouw. Goed gekwalificeerd bouwpersoneel is nauwelijks nog beschikbaar op de arbeidsmarkt. Daarom zetten veel bouwbedrijven vacatures voor technisch personeel open. Ook onderaannemers zoals installateurs zetten veel vacatures open voor personeel. Datzelfde geldt voor technische uitzendbureaus die trachten zoveel mogelijk technisch personeel te vinden voor de bouwondernemingen. Als dat nog niet alles is, heeft de bouwsector ook nog te maken met materiaaltekort of problemen om het materiaal op het juiste tijdstip op de juiste bouwlocatie te krijgen. Een staking bij Trespa is daarom voor de bouw zeker niet gewenst.  

Vertraging
Volgens de vakbond FNV liggen veel werkzaamheden van Trespa op dit moment stil. Het bedrijf zou te maken hebben met grote vertragingen ten gevolge van de stakingen. Trespa heeft echter zelf geen officiële reactie naar buiten gebracht met betrekking tot de stakingen en de gevolgen daarvan. Wel is het bedrijf bereid om met de vakbond in gesprek te gaan. Het is nog onduidelijk hoe lang de stakingen voort zullen duren bij de toeleverancier van bouwmateriaal.

BMW investeert meer in research en development vanaf 2017

Automerk BMW gaat meer investeringen doen in research en development het komende jaar. Het bedrijf geeft aan dat het ongeveer 7 miljard zal investeren in onderzoek en ontwikkeling. Dit betreft echter het bedrag dat in 2018 zal worden geïnvesteerd op dit gebied. Het jaar daarop zal namelijk nog een bedrag worden geïnvesteerd in research en development. Dat bedrag zal ook ongeveer 7 miljard euro zijn.

Research en development noodzakelijk
Voor autofabrikanten is het noodzakelijk om geld te besteden aan onderzoek en ontwikkeling. Wereldwijd veranderen de normen op het gebied van uitstoot en worden de auto’s steeds milieuvriendelijker. Het elektrische rijden is een onderwerp waar veel autofabrikanten zich mee bezig houden. Een aantal grote merken heeft er al geen geheim van gemaakt dat ze de komende jaren flink zullen investeren in de ontwikkeling van elektrische modellen.

Een automerk dat hierover regelmatig berichten bekend maakt is het merk Volkswagen dat na het dieselschandaal er alles aan doet om haar imago te verbeteren. Volkswagen investeert daarom ook in research and development. Dat zorgt er voor dat BMW niet kan achter blijven op dit gebied. Het is eerder noodzakelijk dat automerken gaan investeren om technologisch voorop te lopen in een markt met een stevige concurrentie.

Autonoom rijden en elektrisch rijden
Het zelfstandig of autonoom rijden is een onderwerp dat de laatste tijd vaak in het nieuws verschijnt. Net als elektrisch rijden is het autonoom van auto’s een belangrijk aspect voor autobouwers. Doormiddel van speciale software gecombineerd met sensoren kunnen auto’s taken van bestuurders ondersteunen en zelfs overnemen. Daardoor kan het rijden op de weg veel veiliger worden. Dat is belangrijk want het wordt steeds drukker op de autowegen waardoor een paar ‘extra ogen’ voor de automobilist zeer welkom zijn.

Elektrisch rijden is ook iets waar veel bedrijven mee bezig zijn. Automerken gaan samenwerkingsverbanden aan om technologie te delen met elkaar. Sommige automerken kopen zelfs bedrijven op om meer kennis in huis te halen. Er zijn ook verschillende startup bedrijven die zich willen mengen in de concurrentie. Al deze innovatieve slagkracht zorgt er voor dat automerken waaronder BMW een bepaalde druk voelen vanuit de markt om in ieder geval in gelijke tred mee te gaan in de ontwikkelingen. Zo worden er door verschillende bedrijven ook nieuwe batterijen ontwikkeld. BMW gaat in totaal 200 miljoen euro investeren in batterijtechniek.

Investeringen in technologie
Zonder investeringen kom je echter niet veel verder. Er zijn verschillende autobedrijven die ‘het wiel opnieuw uitvinden’ omdat ze geen samenwerkingsverband zijn aangegaan met technologische specialisten. BMW gaat in ieder geval aanzienlijk meer geld besteden aan research en ontwikkeling. De 7 miljard euro die in 2018 besteed zal worden aan R&D is evenveel als de investeringen die op dit gebied zijn gedaan door de automaker in 2011 en 2012 bij elkaar opgeteld.

Actieradius elektrische auto’s lager dan autofabrikanten aangeven in 2017

Elektrische auto’s hebben na een oplaadbeurt een minder grote actieradius dan autofabrikanten voorspiegelen in hun informatie. In de praktijk valt de afstand die elektrische auto’s op een volledig opgeladen accu kunnen rijden meestal tegen. Verschillende consumentenorganisaties hebben een test gehouden onder wat zij noemen ”reële omstandigheden’’. Uit de test blijkt dat het bereik gemiddeld maar 60 procent is van wat autoconcerns aangeven in reclames.

Er werden in totaal drie elektrische auto’s getest:

  • de Nissan Leaf,
  • de Renault Zoe,
  • de Opel Ampera-e.

Actieradius van elektrische auto’s
Volgens de informatie van Opel zou de Opel Ampera-e een afstand van 520 kilometer kunnen rijden met een volle accu. De testers hebben geconstateerd dat dit in de praktijk maar 304 kilometer is. Het verschil tussen de actieradius die is benoemd door fabrikanten en de daadwerkelijke actieradius komt tot stand vanwege het feit dat het ‘officiële’ rijbereik wordt berekend op basis van een theoretische test van de Europese Unie. Dit benoemd de Belgische consumentenorganisatie Test-Aankoop. Volgens deze consumentenorganisatie zijn autofabrikanten zich er ten volle bewust van dat hun cijfers niet realistisch zijn. De autofabrikanten zouden dus weten dat hun informatie aan de potentiële autokopers onjuist of onvolledig is.

Gegevens over elektrische auto’s
De consumentenorganisatie Test-Aankoop wil daarom dat autofabrikanten voortaan ”duidelijke en correcte’’ informatie verstrekken aan de consument. Het is overigens wel het geval dat de huidige testen waarmee autofabrikanten werken binnenkort zal worden vervangen. In plaats van de huidige test zal er een laboratoriumtest komen die wat realistischer is.

Shell en OMV werken vanaf 2017 samen IONITY voor snellaadstations voor elektrische auto’s

Elektrische auto’s zijn de toekomst maar voor het zover is moeten nog een aantal hindernissen worden genomen. Zo hebben bestuurders van elektrische auto’s behoefte aan een duidelijk netwerk van laadstadions voor hun elektrische auto. De zogenaamde infrastructuur van laadpalen moet worden uitgebouwd. Er ontstaan steeds meer samenwerkingen tussen bedrijf op dit gebied. De olie- en gasbedrijven Shell en OMV gaan bijvoorbeeld samenwerken met IONITY voor het plaatsen snelladers. Het zou hierbij gaan om het plaatsen van 80 snelladers bij Europese tankstations.

Samenwerkingsverband IONITY
IONITY is een samenwerking tussen een aantal bedrijven waaronder een aantal automerken:

  • BMW,
  • Daimler,
  • Ford,
  • Volkswagen.

Het samenwerkingsverband werd begin november 2017 gepresenteerd. De samenwerking is gericht de ontwikkeling en plaatsing van snellaadstations in Europa. Met name langs de Europese hoofdroutes moeten meer laadstations voor elektrische auto’s worden geplaatst zodat eigenaren van deze auto’s gemakkelijker kunnen rijden tussen de verschillende steden in Europa. De actiradius van een elektrische auto wordt namelijk vergroot als men deze auto’s op meerdere plaatsen kan opladen. Zo worden elektrische auto’s in Europa bruikbaarder en aantrekkelijker.

Shell en IONITY
Shell gaat zich nu ook bij het samenwerkingsverband IONITY voegen. Dit heeft IONITY zelf bekend gemaakt. Uiteindelijk zouden tachtig snelladers moeten worden geplaatst bij Shell-stations langs Europese snelwegen. Dit moet in 2019 gerealiseerd zijn volgens persbureau Reuters. Er zullen onder andere laadstations worden geplaatst in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Er zijn daarnaast ook al twintig snelladers bij Duitse tankstations geplaatst. Als men deze bij de andere snellaadstations optelt dan zal over twee jaar ongeveer een kwart van de Europese snelwegstations van Shell over snelladers beschikken.

IONITY in Europese landen
Naast de hiervoor genoemde landen komen er ook laadstations in Polen, Slovenië, Slowakije en Hongarije. Deze worden ook langs de weg aangebracht. Voor het installeren van snellaadstations in Oostenrijk, Tsjechië, Hongarije en Slovenië wordt samengewerkt met het Oostenrijkse energieconcern OMV. In Duitsland is de IONITY samenwerkingspartij Autobahn Tank & Rast. In 2020 zouden er ruim tweehonderd van de vierhonderd geplande laadstations gereed moeten zijn voor gebruik.

ASML verkleint flexibele schil en verstrekt meer vaste contracten vanaf 2017

De flexibele schil in een personeelsbestand is het gedeelte van het personeel dat op flexibele basis werkt voor een bedrijf. Er zijn verschillende soorten werknemers die in de flexibele schil van een bedrijf werkzaam kunnen zijn. Zo kunnen payroll werknemers tot de flexibele schil behoren maar ook uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Ook personeel met een tijdelijk contract wordt vaak tot de flexibele schil van een bedrijf gerekend hoewel deze werknemers wel degelijk op de loonlijst van een bedrijf zijn genoteerd.

Loonlijst en flexibele schil
De loonlijst van een bedrijf bevat over het algemeen vaste werknemers die in loondienst zijn bij het bedrijf. Bedrijven die vertrouwen hebben in de economie en vertrouwen hebben in de orderportefeuille gaan vaak hun personeelsbestand en loonlijst uitbouwen. Dit doen ze over het algemeen door meer vaste contracten te verstrekken. Zo wordt de loonlijst groter en wordt ook het personeelsbestand stabieler. Dat komt omdat personeel met een vast contract in de praktijk vaak langer bij dezelfde werkgever blijft werken dan personeel met een tijdelijk contract of personeel dat werkt op basis van een uitzendovereenkomst op basis van uitzendbeding.

ASML
Een bedrijf dat in de komende tijd haar flexibele schil waarschijnlijk zal verkleinen is ASML. Dit bedrijf is een producent van chipmachines. ASML wil in Nederland meer werknemers in vaste dienst nemen. Dit houdt in dat ze meer vaste contracten zal gaan verstrekken. Op die manier hoopt de chipmachinemaker het personeel beter aan het bedrijf te kunnen binden. Dit bericht werd bekend gemaakt door Het Financieele Dagblad (FD) op maandag 27 november 2017.

Vacatures en werkgelegenheid bij ASML
ASML zal haar flexibele schil verder reduceren. Momenteel is de flexibele schil van het bedrijf al teruggebracht van 30 procent naar 25 procent. Het bedrijf streeft er naar dat de flexibele schil onder de 20 procent zal uitkomen. Volgens ASML is er in Nederland sprake van een oververhitte arbeidsmarkt. Om hier oplossingen voor te bieden zal een bedrijf stappen moeten nemen. Hoog opgeleide flexwerkers zijn sterk in trek bij het technische bedrijf.

Net als andere technische bedrijven heeft ook ASML gemerkt dat goed opgeleid technisch schaarser wordt op de arbeidsmarkt. Daarom onderneemt het bedrijf nu stappen om te voorkomen dat haar personeel naar andere bedrijven zal vertrekken voor betere arbeidsvoorwaarden of meer vastigheid. Momenteel heeft de onderneming in Veldhoven ongeveer zeshonderd vacatures open staan. Dit vacatureaanbod groeit echter dagelijks.

Automotive heeft positieve verwachtingen over 2018

Automotive is een verzamelnaam voor alle bedrijven die actief zijn in de import, inkoop, verkoop, onderhoud en reparatie van auto’s en bedrijfswagens. Deze sector heeft net als andere sectoren ook het effect gevoeld van de economische crisis. De sector heeft echter een goed derde kwartaal gedraaid in 2017. Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek maandag 27 november 2017 bekend in een bericht.

Positief over omzet in 2018
Daarbij werd door het CBS ook aangegeven dat de sector automotive positief gestemd is over het komende jaar. De gehele branche verwacht een omzetgroei in 2018. Dit wordt gemeten met een bepaald percentage. Hieruit komt naar voren dat dit saldo 33 procent positief staat. Het zogenoemde saldo wordt berekend door het percentage ondernemers met een uitgesproken negatieve verwachting in mindering te brengen op het percentage duidelijke optimistische ondernemers in deze sector.

Werkgelegenheid in de automotive
In de automotive zijn meer ondernemers positief gestemd over de personeelsuitbreiding. Dit houdt in dat verschillende ondernemers in de autobranche verwachten dat er meer vacatures zullen worden open gezet in deze sector. Er komt dus waarschijnlijk meer werkgelegenheid in de automotive in 2018. Daarnaast zouden er ook meer investeringen worden gedaan in deze sector. Het aantal ondernemers in de automotive die hier positief over is ligt hoger dan het aantal ondernemers dat negatief is gestemd over de personeelsuitbreiding en de investeringen die zullen gedaan worden in 2018.

Al jaren vertoond het ondernemersvertrouwen in de auto- en motorbranche een stijgende lijn. Er zijn echter wel verschillen tussen de verschillende deelbranches waarin deze sector wordt opgedeeld. Zo verwachten handelaren in auto-onderdelen dat er volgend jaar zal moeten worden bezuinigd in het personeelsbestand. Ook autoservicebedrijven verwachten dat er eerder personeel zal moeten vertrekken dan dat er vacatures zullen worden open gezet.

Auto- en motorbranche draaide goed derde kwartaal in 2017

Ten opzichte van het derde kwartaal in 2016 was het derde kwartaal van 2017 gunstiger voor ondernemers in de auto- en motorbranche. Ondernemers in die sector boekten in het derde kwartaal vier procent meer omzet ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Daarnaast hebben ondernemers in deze sector ook goede hoop op een hogere omzet in 2018. Dit werd gemeld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het bericht werd maandag 27 november 2017 bekend gemaakt door het statistiekbureau.

Met name de importeurs van nieuwe personenauto’s deden goede zaken. Ook dealers en garagebedrijven boekten in het derde kwartaal van 2017 goede resultaten. De importeurs in de auto- en motorbranche hadden een stijging in de omzet van zeven procent. Garages en autodealers hadden te maken met een stijging van ongeveer zes procent in hun omzet. Ten opzichte van de autosector deed de handel in motoren iets minder goede zaken. De omzetstijging van handelaren in motoren was wat meer bescheiden. Het gedeelte van de automotivesector die het moeilijk had was de sectoren waarin de bedrijfsautohandelaren vallen. Hierin was spraken van een min van bijna drie procent.

Verder viel het op dat ook de handel in auto-onderdelen minder verliep dan in het derde kwartaal van 2016. Autoservicebedrijven in Nederland hadden negen kwartalen achter elkaar te maken met een groei in de omzet. In het derde kwartaal van 2017 zagen bedrijven in deze sector hun omzet echter dalen.