Wat is capillariteit of een capillaire werking?

Capillariteit of een capillaire werking is een natuurkundig verschijnsel. De capillaire werking ontstaat bijvoorbeeld wanneer men een dun waterbuisje bovenop een wateroppervlak plaatst en het water in het kleine buisje hoger stijgt dan het vloeistofniveau er omheen. Er bestaand een verband tussen de doorsnede van de buisjes en de snelheid waarmee het water omhoog stijgt. Naar mate de buisjes fijner worden zal het water ook hoger stijgen. De kleine buisjes die gebruikt worden om de capillaire werking aan te tonen worden ook wel capillairen genoemd.

Capillaire kracht
De capillaire werking gebeurd met een bepaalde kracht. Dit is de kracht waardoor het water of andere vloeistof door de buisjes omhoog wordt gezogen. Deze kracht wordt ook wel capillaire kracht genoemd. Deze kracht houdt eveneens verband met de omvang van de buisjes of capillairen. Hoe kleiner de diameters van buisjes zijn hoe geringer de capillaire kracht is. Ondanks dat stijgt het water in buisjes met een kleinere diameter wel hoger dan buisjes met een grotere diameter. Dit heeft te maken met de massa of het volume van het water dat omhoog getrokken wordt door de capillaire kracht. Deze massa neemt namelijk kwadratisch af op basis van de grote van de diameter.

Toepassing van capillaire werking
Veel natuurkundige verschijnselen worden in de techniek toegepast. Ook de capillaire werking of capillaire kracht is daar een voorbeeld van. Een voorbeeld hiervan is de toepassing van soldeerfittingen zoals een sok of een T-stuk van messing. Op deze soldeerfittingen staan vaak de letters cap aangeven. Dit staat voor sok capillair of capillaire werking.

Soldeerfitting Capillair
Een voorbeeld van een capillaire werking treft men aan in de installatietechniek bij het solderen van soldeerfittingen. Dit wordt ook wel hardsolderen genoemd. Als men de soldeerfitting met een brander verhit wordt het vloeibaar gemaakte soldeertin als het ware opgezogen tussen de nauwe spleet tussen de sok en de koperen buis. De ruimte tussen de soldeerfitting en de buis wordt daardoor compleet opgevuld met soldeertin mits er natuurlijk voldoende soldeertin wordt toegevoegd. Uiteindelijk moet er een klein druppel blijven hangen onderaan de soldeerfitting. Dan is de soldeerfitting volledig opgevuld met soldeertin.

Daling in aantal uitzenduren in kwartaal 1 van 2016

Hoewel de economie lijkt aan te trekken is er toch sprake van een daling in het aantal uitzenduren in het eerste kwartaal van 2016. In dit kwartaal lag het totaal aantal uitzenduren 1,5 procent lager ten opzichte van het kwartaal ervoor. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is dit de eerste daling in het aantal uitzenduren in de afgelopen drie jaar.

Het CBS maakte dit dinsdag 31 mei 2016 bekend. Volgens het CBS heeft de daling in het aantal uitzenduren te maken met het feit dat er sprake is van een afname van langlopende uitzendcontracten. Deze langlopende uitzendcontracten worden ook wel detacheringscontracten genoemd een vormen een belangrijk deel van de stabiele omzet en uitzenduren van een uitzendbureau of detacheringsbureau.

Ontwikkelingen in uitzendcontracten in kwartaal 1
Het aantal kortlopende uitzendcontracten nam licht toe volgens statistiekbureau. Dit zijn uitzendcontracten op basis van uitzendbeding. Deze kortlopende uitzendcontracten golven in de praktijk mee op basis van de ontwikkelingen in de economie en arbeidsmarkt.

Langlopende contracten zorgen voor stabiliteit voor zowel een uitzendbureau als de inlenende partij. In kwartaal 1 van 2016 daalde echter het aantal uitzenduren in langlopende contracten. Deze daling kwam uit op 3,0 procent. Hierin zijn naast detachering ook payrollcontracten opgenomen. In de afgelopen vier jaar nam het aantal uitzenduren in deze uitzendconstructies nog onafgebroken toe.

Toename in kortlopende uitzendcontracten
Uitzendbureaus verstrekten wel meer kortlopende uitzendcontracten aan uitzendkrachten. Het aantal uren dat geboekt werd op deze kortlopende uitzendcontracten nam toe met 0,4 procent. Deze stijging is minder sterk dan het kwartaal daarvoor. In het laatste kwartaal van 2016 nam het aantal uitzenduren op basis van kortlopende uitzendcontracten toe met  1,9 procent. Volgens het CBS kan men aan de toename in het aantal kortlopende uitzenduren merken hoe het gaat met de economie en de arbeidsmarkt.

Werkgelegenheid eerste kwartaal
De werkgelegenheid is in het eerste kwartaal van 2016 afgenomen. Volgens het CBS is het aantal banen in het eerste kwartaal van dit jaar met twaalfduizend gedaald. Het aantal uitzendbanen na af met ongeveer tweeduizend banen. Daarnaast nam het aantal vacatures in Nederland toe met ongeveer achtduizend.

Reactie van Technisch Werken
Uitzendbureaus vormen een soort graadmeter voor de economie. Als het goed gaat met uitzendbureaus gaat het meestal ook goed met de arbeidsmarkt en de economie. Andersom is echter ook het geval. Waarom het aantal langlopende uitzendcontracten is afgenomen in het eerste kwartaal wordt door het CBS niet duidelijk gemaakt.

Het zou heel goed kunnen dat verschillende opdrachtgevers oftewel inleners besloten hebben om langdurige uitzendkrachten een contract aan te bieden rechtstreeks bij het bedrijf. Op die manier neemt het aantal uitzenduren af terwijl de arbeidsmarkt er geen schade onder lijd. Veel uitzendbureaus en detacheringsbureaus bieden hun opdrachtgevers de mogelijkheid om uitzendkrachten of detapersoneel na een bepaalde inleenperiode over te nemen.

Nederlandse bedrijven doen mee aan bouw Duits-Deense tunnel vanaf 2016

Duitsland en Denemarken zijn van plan om een grote tunnel aan te leggen tussen de Duitse en Deense kust. Door de nieuwe tunnel zou men vanuit Duitsland sneller in Denemarken komen en andersom ook. Er zijn verschillende bedrijven betrokken bij de bouw van de grote tunnel die wel 18 kilometers lang wordt.  Ook Nederlandse bedrijven hebben contacten getekend voor de bouw van deze lange verkeerstunnel. De Nederlandse bedrijven Bskalis, Bam en Van Oord hebben inmiddels hun contract getekend en kunnen nu meedoen aan de bouw van de tunnel waardoor een vierbaans weg en een spoor gaan lopen die Denemarken en Duitsland aan elkaar gaat verbinden. Maandag 30 mei 2016 werd dit bericht bekend gemaakt.

Bouwbedrijf BAM

Het was echter al eerder bekend dat Nederlandse bedrijven zouden meedoen aan deze enorme klus. Het ondertekenen van de contracten duurde echter kanger dan verwacht vanwege een klacht over de aanbesteding. Het bouwbedrijf BAM is betrokjen bij het bouwproject van de tunnel via een zogenaamde joint venture. De BAM zal de bouw van de tunnel voor zijn rekening nemen. Het samenwerkingsverband ontvangt er 3,4 miljard euro voor. Het Nederlandse bouwbedrijf ontvangt voor haar werk ongeveer een kwart van dit bedrag.

Baggerwerk

De bekende Nederlandse baggeraars Boskalis en Van Oord doen ook mee met het tunnelproject. Dit verloopt via een ander consortium. De baggeraars zijn betrokken bij het graven van de geul die nodig is voor de 18 kilometer lange tunnel. De tunnel wordt in deze geul afgezonken. Ze baggeraars ontvangen elk 300 miljoen euro voor hun bijdrage aan het project.

Langste verkeerstunnel

De nieuwe tunnel tussen Duitsland en Denemarken wordt de zogeheten Fehmernbelt-verbinding. Dit wordt de langste verkeers- en spoortunnel ter wereld. In de tunnel wordt een dubbele spoorlijn aangebracht en daarnaast wordt in de tunnel een vierbaansweg aangelegd. Tot heden maakt men veel gebruik van een veerboot voor deze route of verbinding.  Dat duurt gemiddeld een uur reistijd.  Als men over de weg wil rijden zal men een omweg van 160 kilometer moeten maken via het Deense Jutland. De nieuwe tunnel biedt een uitkomst.  Via de trein in de tunnel kan men dezelfde afstand in 7 minuten afleggen en met de auto in tien minuten.

Reactie van Technisch Werken

De Nederlandse bedrijven zetten zich met dit project weer duidelijk op de kaart. Het is een opsteker voor Nederlandse bedrijven dat ze kunnen concurreren met andere bedrijven in de wereld en dit project voor een deel mogen uitvoeren. Dergelijke grote projecten bieden naast naambekendheid ook continuïteit en dat is nog steeds geen overbodige luxe hoewel de bouwsector wel aan het herstellen is in Nederland.

Is social media wel van belang bij het zoeken naar werk in 2016?

Bij vrijwel alle sollicitatietrainingen krijgt men het belang van social media te horen of te lezen. Bedrijven, headhunters en uitzendbureau’s zijn actief op zoek naar personeel via social media om daar nieuwe kandidaten te vinden voor de vacatures die ze hebben open staan. Het aantal gebruikers op social media neemt toe en het aantal bedrijven dat op zoek gaat naar personeel via deze digitale netwerken ook. Nu kun je jezelf gaan afvragen of social media nog wel interessant is als sollicitatiemiddel.

Nog enthousiast over social media?

In eerste instantie was is enthousiast over de mogelijkheden om te solliciteren via social media. Met relatief weinig inspanning kun je jezelf presenteren op internet aan verschillende bedrijven. Dat is natuurlijk mooi want daardoor ben je in ieder geval vindbaar als sollicitant voor verschillende bedrijven. Via social media kun je ook berichten sturen naar bedrijven dat je interesse hebt in een baan. Social media werkt snel. Berichten worden razendsnel verstuurd via internet verbindingen. Met social media kun je dus snel veel bedrijven bereiken. Dat is natuurlijk geweldig handig en makkelijk.

Je bent niet alleen op social media

Alleen, andere sollicitanten kunnen dat ook. Bedrijven kunnen na het plaatsen van een interessante vacature rekenen op zeer veel reacties mits de vacature goed vindbaar is en een duidelijke wervende tekst heeft.  Terwijl men in het verleden een volle brievenbus kon verwachten barstensvol met sollicitatiebrieven raakt nu de mailbox van bedrijven overvol. Bedrijven gaan nu ook sneller selecteren als ze mailtjes of andere digitale berichten ontvangen. Solliciteren via social media is zo gewoon geworden dat het niet meer hip is. Je kunt je afvragen of het nog wel nu heeft om via social media te solliciteren.

Vindbaarheid belangrijk op social media

Natuurlijk moet je wel vindbaar zijn via social media. Dat is logisch. Als bedrijven naar iemand als jou op zoek zijn moeten ze je kunnen bereiken. Als je er geen problemen mee hebt dat bedrijven je bellen of mailen is het aanmaken van een aantal accounts op social media alleen maar verstandig. Uiteraard dien je daarbij werk en privé wel duidelijk te scheiden.  Bedrijven moeten een professioneel beeld krijgen van hun potentiële kandidaten. Allemaal feestfoto’s en vakantiefoto’s interesseren bedrijven meestal niet of werken contraproductief. Social media werk dus alleen als je het goed hanteert.

Je onderscheiden op social media

Door te solliciteren via social media ben je niet meer bijzonder.  Veel mensen die werk zoeken gebruiken social media netwerken om aan een baan te komen. Je valt dus niet meer postief op door dit sollicitatiemiddel te gebruiken. Wat je wel kunt doen is de inhoud van je social media optimaal bijhouden en specifiek maken. Je kun je bijvoorbeeld speciaal richten op bepaalde sectoren in bijvoorbeeld de werkvelden waar jij ervaring in hebt of waar jij jezelf gelukkig bij voelt. Een portfolio en foto’s van projecten die jij hebt gemaakt dragen bij aan de positieve beeldvorming die bedrijven kunnen krijgen als ze jou op internet gaan opzoeken.

Social media er is meer

Alleen social media gebruiken is te beperkt om te spreken van een slagvaardig sollicitatieplan. Je bent nauwelijks onderscheidend van andere digitale sollicitanten tenzij je een heel bijzondere invulling geeft aan jouw social media pagina’s.  Daarom moet je meer doen om een baan te bemachtigen.  Daarbij blijkt persoonlijk contact en het opbellen van een bedrijf best effectief mits het op het juiste moment gebeurt.  Als je een week geleden een sollicitatie via social media hebt gestuurd en je nog geen bericht hebt ontvangen dan zou je kunnen bellen. Echter moet je daarbij niet op een aanvallende toon beginnen zoals: “een week geleden heb ik gesolliciteerd maar ik heb nog niets gehoord”. Veel bedrijven vinden dit niet een prettige benadering.

Via persoonlijke netwerken

Wel zou je vanuit interesse kunnen informeren naar de stand van zaken. Via persoonlijke netwerken vinden veel mensen tegenwoordig ook nog steeds een passende baan. Via vrienden of bekenden kan men dus nog wel aannhet werk komen. Het voordeel van deze persoonlijke netwerken is dat men elkaar kent in plaats van de social media waar men elkaar vaa niet persoonlijk kent. Veel bedrijven willen weten wat ze aannemen. Als ze werknemers in dienst hebben die  een goede toekomstig collega kennen, dan is dat een effectief wervingsmiddel. Het is daarom goed om aan je vrienden en kennissen te laten weten dat je werk zoekt.

Toyota wil robotica-tak Google kopen in 2016?

Dat Google veel meer doet dan alleen een uitgebreide zoekmachine bieden op internet is bekend. Het enorme bedrijf Google is onder andereopgericht door Toyotaet het ontwikkelen van zelfrijdende auto’s.  Daarnaast heeft Google ook een speciaal testlab voor het ontwikkelen van complexe robotica.  Deze afdeling heeft Google ondergebracht bij hun afdeling Boston Dynamics. Het bedrijf Boston Dynamics is in 2013 overgenomen door Google. Het bedrijf werd voor 500 miljoen dollar aan Google overgedragen. Hierdoor kwam het robotontwikkelingsbedrijf onder de Google afdeling X te vallen.

Er werden door Google vele nieuwe roboticaprocessen bedacht. De technologie kwam op een nog hoger niveau. Er werden door Boston Dynamics mensachtige robots ontwikkeld. Een voorbeeld hiervan is de robot Atlas. De ontwikkeling van deze soort robots is echter niet in de lijn met de robotica die Google wil ontwikkelen met het bedrijf. Sinds 2014 zou er al een conflict zijn tussen Google en Boston Dynamics. Desondanks produceert het bedrijf wel hoogwaardige robotica. Deze hoogwaardige technologie heeft al een tijd geleden de interesse gewekt van Toyota.

Toyota wil de robotica afdeling van Google overkopen. Er is nog geen duidelijke prijs overeengekomen, maar de inkt is bijna droog volgens een anonieme bron die het bericht heeft gemeld aan Tech Insider. Boston Dynamics zou na een overname door Toyota worden geplaatst onder het Toyota Research Institute. Die tak is aan het einde van 2015 opgericht door Toyota en doet onderzoek naar kunstmatige intelligentie en robotica. De overname lijkt op een natuurlijke wijze te gebeuren.  De CEO van het Toyota Research Institute heeft al eerder aan technische universiteit MIT samengewerkt met Marc Raibert. Hij is de oprichter CEO van Boston Dynamics. Ook zijn er al een aantal robotica-medewerkers van Google overgestapt naar het Toyota Research Institute. Een complete overname van Boston Dynamics door Google zou nu een logisch gevolg zijn.

Reactie van Technisch Werken

Men zegt wel dat je datgene moet doen waar je goed in bent. Dat is ook in de technologie zo. Je moet producten ontwikkelen waarmee je jezelf als bedrijf kunt onderscheiden van de concurrentie.  De concurrentie kan echter dezelfde passie hebben als in dit geval Boston Dynamics. Als de overeenkomsten tussen Toyota en Boston Dynamics echter groter zijn dan de overeenkomsten tussen Boston Dynamics is het logisch dat er overleg wordt gehouden over een eventuele overname. Boston Dynamics kan samen met Toyota nog hoogwaardiger producten maken in de richting die aansluit bij hun kennis, passie en ervaring.

Rotterdam verdubbelt laadpunten voor elektrische auto’s tot 2018

De stad Rotterdam wil in ongeveer twee jaar tijd het aantal laadpunten in de stad aanzienlijk uitbreiden. In totaal moeten er in Rotterdam ruim 3600 laadpunten voor elektrische auto’s komen voor 2018. Dit betekend dat er in twee jaar tijd ongeveer 1800 openbare oplaadpunten gebouwd moeten worden. Rotterdam wil elektrisch rijden stimuleren en daardoor de kwaliteit van de lucht verbeteren. Het verdubbelen van het aantal laadpunten is slechts één van de maatregelen om elektrisch vervoer te stimuleren volgens wethouder Pex Langenberg van Duurzaamheid. Dit impliceert dat de stad meer plannen heeft voor het stimuleren van het rijden met elektrische auto’s.

Op dit moment heeft Rotterdam  ongeveer 1400 openbare laadpunten en nog eens 500 private laadpunten. Deze zijn gebouwd bij bewoners en op gemeentelijke terreinen. Gezamenlijk komt het aantal laadpunten dus op 1900 in Rotterdam. Dit biedt echter onvoldoende dekking voor de gehele stad Rotterdam. Volgens de eerder genoemde wethouder zijn er gezien het huidige gebruik nog ongeveer 1800 openbare laadpunten nodig voor 2018. Wethouder Pex Langenberg weet niet hoeveel private laadpunten daar nog bij komen. Dat is volgens hem nog onbekend.

Reactie van Technisch Werken

Laadpunten voor elektrische auto’s zijn van cruciaal belang om een goed netwerk voor elektrische auto’s te creëren en in stand te houden. Het opladen van een elektrische auto is bovendien niet iets dat zo snel gebeurd al een gemiddelde tankbeurt. Daarom zal men ook goed moeten kijken naar de capaciteit per laadpunt voir elektrische auto’s.  Daar moet goed over worden nagedacht. Mensen die op hun laadbeurt moeten wachten moeten ook de ruimte krijgen om te parkeren. Dit zorgt voor vraagstukken in de infrastructuur.

Technisch personeel zoeken eind mei 2016

De meeste teksten op deze website gaan over de techniek. Daarnaast zijn er ook veel teksten gepubliceerd over de ontwikkelingen op de technische arbeidsmarkt. Deze ontwikkelingen zijn in een jaar tijd enorm veranderd.  Aan het begin van 2015 was er nog volop bouwpersoneel beschikbaar op de arbeidsmarkt.  Ook installatiemonteurs en elektromonteurs konden moeilijk werk vinden. Dit werd vanaf halverwege 2015 wel anders.  De bouwsector trok aan en er werden veel werknemers aangenomen in de woningbouw en utiliteitsbouw.  Omdat veel bedrijven nog weinig zicht hadden op de opdrachtenstroom aarzelden ze om rechtstreekse contracten aan te bieden. Timmermannen, installatiemonteurs, elektromonteurs en overig bouwpersoneel werd daarom veel ingeleend van uitzendbureau’s.

Meer technische uitzendkrachten

De technische uitzendbureau’s in Nederland maakten daarom in 2015 een groei door in hun personeelsbestand.  Dit resulteerde in een groei in omzet en marge. Dat is een logisch gevolg van een stijging in het aantal uitzenduren. Toch maakten bepaalde sectoren in de techniek nog niet zo’n sterke groei door. Hierbij kan je denken aan de werktuigbouwkunde, de zuiveltechniek en de industrie.  In 2016 maakten ook deze sectoren een groei door. Er wordt meer technisch personeel aangenomen in de metaaltechniek. Ook hierbij worden veel technische uitzendbureau’s ingeschakeld.

Technisch personeel zoeken

De vraag voor veel technische uitzendbureau’s is nu: “waar moet je technisch personeel zoeken?”. Het lijkt er namelijk op dat bijna al het technische personeel al werk heeft. Alle ervaren krachten die op vacaturebanken staan hebben binnen een week passend werk in de techniek. Men moet zich dus richten op verborgen werklozen. Dit zijn jongeren die net van school komen en ouderen die niet actief meer zoeken naar werk. Deze groepen moeten doot technische uitzendbureau’s in kaart worden gebracht. Ook zijn er via reïntegratiebureaus en het UWV vaak nog beschikbare techneuten te vinden die moeilijk aan het werk kunnen komen omdat ze moeite hebben met solliciteren.

Werkt social media?

Het is natuurlijk ook bekend dat sociale media zoals Twitter, Facebook en LinkedIn effectieve middelen zijn om mensen te werven. Toch werken deze vormen van sociale media niet altijd even goed bij uitvoerende technische werknemers.  Zij zittennin de praktijk weinig achter de computer en kunnen nog het beste per telefoon worden benaderd. Techneuten zijn overigens wel goed te bereiken via persoonlijke netwerken via vrienden of kennissen.  Als die positief zijn over een technisch uitzendbureau kan dat uitzendbureau nieuwe kandidaten vanuit de zogenaamde mond tot mond reclame verwachten.

Laat je vinden

Een uitzendbureau moet niet alleen op zork gaan, men moet zich ook laten vinden. Een goed vindbare internetsite met relevante overzichtelijke informatie is een goede presentatie voor een technisch uitzendbureau (overigens voor elk uitzendbureau). Veel werkzoekenden gaan namelijk zelf op zoek naar werkgevers en uitzendbureau’s die het beste aansluiting bieden op hun wensen en beroepsgroep. Uitzendbureau’s moeten daar op inspelen.

Nederlandse huishoudens betaalden veel voor gas in 2015

Huishoudens in Nederland betaalden in de laatste helft van 2015 verhoudingsgewijs veel voor aardgas als je de prijs vergelijkt met andere landen in de Europese Unie. Consumenten in Nederland betaalden in laatste zes maanden meer dan 75 eurocent per kubieke meter aardgas. Dit werd vrijdag 27 mei 2016 bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Huishoudens waren in die periode in de Europese Unie gemiddeld ongeveer 69,1 eurocent kwijt aan een kubieke meter aardgas.

De prijs die in Nederland werd betaald voor aardgas lag dus hoger dan het gemiddelde. Toch was Nederland niet het duurste land als het ging om de prijs van aardgas. Er waren vier landen binnen de EU waar meer werd betaald voor een kubieke meter aardgas. Dit waren de landen Portugal, Spanje, Zweden en Italië. Het goedkoopste land op het gebied van aardgas was Roemenië.

Hogere belasting op aardgas
De Nederlandse gasprijs is al jaren verhoudingsgewijs hoog. In de afgelopen vijf jaar is de prijs voor een kubieke meter aardgas gestegen van 65 eurocent naar 75,4 eurocent in 2015. De prijsstijging heeft vooral te maken met het feit dat de belastingen op aardgas zijn verhoogd in Nederland. De prijs zonder de belasting is echter maar 0,9 cent gestegen per kubieke meter aardgas in de periode 2010 tot 2015. De belastingen gingen echter 9,5 eurocent omhoog. Ten opzichte van andere landen hebben alleen consumenten uit Denemarken en Zweden in 2015 hogere belastingen op aardgas betaald dan huishoudens in Nederland. Gemiddeld was een huishouden in Nederland in 2015 ongeveer 1.200 euro kwijt aan aardgas.

Reactie van Technisch Werken
De belastingen zorgen er voor dat Nederlandse consumenten verhoudingsgewijs veel betalen voor aardgas. Dat is dus een bewuste keuze voor de overheid. Dit is best een vreemde situatie, de overheid moet er voor zorgen dat Nederlandse huishoudens en bedrijven gaan verduurzamen maar tegelijkertijd verdient diezelfde overheid veel aan een zo hoog mogelijk gasverbruik. Dit is best wel onverdedigbaar.

Brussel is het eens met Nederlandse aanpak duurzame projecten in 2016

Duurzaamheid is één van de belangrijkste kernpunten van zowel de Europese als landelijke beleidvorming. Er is echter zoveel beleid gevormd en er zijn zoveel regels ontwikkelt dat de regels en wetten meer centraal zijn gaan staan in Europa dan het doel van deze wetten en regels op zich. Voor ondernemers in Nederland wordt het daarom steeds moeilijker om duurzame projecten te ontwikkelen en uit te voeren binnen de gestelde kaders. De wet en regelgeving moet daarom worden aangepast. Nederland wil bedrijven ondersteunen bij het realiseren van duurzame projecten. Daarvoor heeft Nederland echter wel de steun nodig van de Europese Commissie in Brussel.

Deze Europese Commissie gaat Nederland nu de kans geven om haar ondernemers te steunen die vernieuwende milieuoplossingen bedenken. Doormiddel van de Nederlandse aanpak probeert de overheid knelpunten weg te nemen als er duurzame plannen zijn bedacht door ondernemers. Dit doet de overheid onder andere goed naar de wet- en regelgeving te kijken. Veel ondernemers zien vooral problemen als ze duurzame plannen willen invoeren. Uiteindelijk blijkt in ongeveer zestig procent van de gevallen de wet en regelgeving het probleem te zijn als men deze hindernissen heeft overwonnen blijkt het probleem uiteindelijk niet te bestaan of gemakkelijk op te lossen.

Vicevoorzitter Frans Timmermans geeft aan dat de Europese Commissie nu  kleine bedrijven gaat vragen om met ideeën te komen en hun plannen voor duurzame projecten te benoemen.  Deze projecten moeten volgens hem er voor zorgen dat de zogenoemde kringloopeconomie wordt bevorderd in Europa. Timmermans benoemde dat veel ondernemers op dit moment gefrustreerd zijn over de bureaucratie vanuit Europa. Timmermans wil de kleine innovatieve ondernemers terugwinnen met het ”kruisbestuivende’’ project dat nu in Europa wordt gelanceerd. Volgens Timmermans moet een regel worden aangepast als deze problematisch is. Hij spreekt over een cultuurverandering binnen Europese instellingen en politici.

Reactie van Technisch Werken
De initiatieven om de wet en regelgeving te optimaliseren zijn niet meer dan logisch. Het doel moet centraal zijn en niet de procedures, wetten en regels. Er wordt in Europa veel bepaald en geregeld en de politici die daarvoor zijn opgesteld verdienen daar flink wat geld aan. Toch is het maken van beleid niet een kernproces. Als dat het geval is maakt men op een gegeven moment een beleid over een beleid. Dat gebeurd nu dus ook. Men maakt een beleid over het optimaliseren van een beleid. Zou hou je de hele bureaucratische molen in stand zonder dat er echt concrete oplossingen komen. 

Woningbouw en utiliteitsbouw neemt toe in 2016

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte donderdag 26 mei 2016 bekend dat bouwbedrijven in Nederland in het eerste kwartaal van 2016 een omzetstijging hadden van ongeveer vijfeneenhalf procent. Deze omzetstijging was in verschillende sectoren merkbaar maar bepaalde sectoren vielen positief op. Met name de woningbouw en utiliteitsbouw maakten een groei door in het aantal opdrachten. In deze sectoren nam het aantal bouwprojecten toe. De woningbouw en de bouw van kantoren waren de bouwsegmenten die het beste presteerden in de bouwsector. Er was sprake van een omzetstijging van acht procent in deze sectoren. Volgens het CBS konden bouwbedrijven in de woningbouw optimaal profiteren van het aantrekken van de woningmarkt.

Gespecialiseerde bouwbedrijven
Specialistische bouwbedrijven deden het in het eerste kwartaal van 2016 ook goed volgens het CBS. De gespecialiseerde bouwbedrijven merkten een groei in de omzet van 6,6 procent. In deze sectoren kan men de specialistische bouwbedrijven verder opdelen. Als je dan kijkt naar de afwerkingsbedrijven zoals bijvoorbeeld schilderbedrijven dan valt het op dat deze sectoren een enorme stijging doormaakten in de omzet. Deze stijging kwam uit op 8,7 procent. Bedrijven die actief zijn in de wegenbouw en waterbouw maakten in het eerste kwartaal van 2016 geen omzetgroei door ten opzichte van het zelfde kwartaal in 2015.

Reactie van Technisch Werken
De woningverkopen nemen toe. Het aanbod aan beschikbare bestaande woningen neemt af. Het gat wordt opgevuld door bouwbedrijven in de woningbouw. Met name in grote steden worden meer huizen gebouwd. Het Kadaster maakte bekend dat vooral Amsterdam de grootste toename heeft in de woningbouw. In andere grote steden zoals Groningen en Utrecht neemt de woningbouw ook toe. In landelijke gebieden valt de toename in de woningbouw nog wat tegen. Toch profiteren veel bouwbedrijven door heel Nederland van de opleving in de bouwsector.

Bouwbedrijven boeken meer omzet in kwartaal 1 van 2016

Het gaat in 2016 goed met bouwbedrijven. In het eerste kwartaal van dit jaar hebben bouwbedrijven in Nederland ongeveer 5,5 procent meer omzet gehaald dan in het eerste kwartaal van 2015. Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend op donderdag 26 mei 2016. Het statistiekbureau heeft het over een voortvarende start van 2016. De omzet in de bouw neemt nu al anderhalf jaar achter elkaar toe.

Vooral kleine bouwbedrijven merken groei
Er is een verschil in de omzettoename van kleine en grote bouwbedrijven. Vooral de kleine bouwbedrijven die minder dan tien werknemers hebben merkten een aanzienlijke toename in hun omzet in de eerste drie maanden van 2016. Gemiddeld nam de omzet bij kleine bouwbedrijven toe met ongeveer zeven procent.

Grote bouwbedrijven behaalden minder omzetgroei
Grote bedrijven met meer dan honderd werknemers en middelgrote bedrijven die tien tot honderd werknemers hebben hadden een aanzienlijk minder sterke omzetgroei. De middelgrote bouwbedrijven hadden een groei doorgemaakt in de omzet van 6,2 procent en de grote bouwbedrijven maakten een groei door van 4,1 procent.

Reactie van Technisch Werken
De kleine bouwbedrijven zijn flexibeler en nemen rendabele kleine projecten aan in bijvoorbeeld de woningbouw. Voor grote bouwbedrijven is continuïteit van groter belang. Daarom schrijven veel grote bouwbedrijven in op grote utiliteitsprojecten. Dat hebben ze in 2014 en 2015 ook gedaan. Daardoor hadden de grote bouwbedrijven altijd wel een bepaalde omzet. Nu de bouwsector aantrekt kunnen de grote bouwbedrijven niet meteen omschakelen als ze nog utiliteitsprojecten moeten afronden. De grote bouwbedrijven blijven dus redelijk stabiel terwijl de kleinere bouwbedrijven wel meteen mee bewegen op de groei in de bouwsector.

Shell gaat wereldwijd 2.200 banen extra schrappen in 2016

Het grote oliebedrijf Royal Dutch Shell is van plan om wereldwijd 2.200 extra banen schrappen. Hierdoor komt het totaal aantal ontslagen voor het bedrijf uit op 12.500. Dit heeft het bedrijf woensdag 25 mei 2016 bekend gemaakt. Door het schrappen van de banen probeert Shell haar kosten te reduceren. De oliemarkt is nog lang niet hersteld van de gedaalde olieprijs eind 2015 en begin 2016. Ook de overname van branchegenoot BG zorgt er voor dat Shell haar kosten moet drukken om concurrerend te blijven.

Volgens de website NU.nl zullen de ontslagen van Shell ook een effect hebben op de werkzaamheden die het bedrijf in Nederland uitvoert. Shell probeert er echter voor te zorgen dat er geen gedwongen ontslagen vallen. Men probeert met een vrijwillige vertrekregeling werknemers te overtuigen om zelf uit eigen beweging te vertrekken. Gedwongen ontslagen worden echter niet uitgesloten. Aan het begin van 2016 zijn er nog elfduizend werknemers in Nederland in dienst bij Shell.

Reactie van Technisch Werken
Door de lage olieprijzen kunnen veel bedrijven goedkoop aan grondstoffen en brandstoffen komen. Er zijn echter ook bedrijven zoals Shell die in moeilijkheden komen bij een lage oliewaarde. De waarde van hun producten wordt dan ook lager. Er is sprake van een overaanbod van olie op de markt. Shell hoeft minder te investeren in het winnen van extra olie. Dit zijn echter wel de kernactiviteiten van Shell. Geen wonder dat er mensen noodgedwongen moeten worden ontslagen. Dat zorgt er wel voor dat een groep mensen moeilijk aan het werk komt want overal in de olie en gas industrie gaat het moeizaam.

Uit welke onderdelen bestaat een assessment?

Tegenwoordig hoort men steeds vaker dat een assessment een onderdeel vormt van een sollicitatieprocedure. Een assessment kan de werkgever een goed beeld geven van de kwaliteiten en karaktereigenschappen van de sollicitant. Doormiddel van een assessment wordt het beeld dat de werkgever over de sollicitant heeft meestal duidelijker dan wanner de werkgever zijn of haar oordeel over de geschiktheid van de sollicitant alleen zou moeten baseren op een sollicitatiebrief, een cv en een sollicitatiegesprek..

Waaruit bestaat een assessment?
Er zijn verschillende soorten assessments daardoor is het van te voren vaak moeilijk in te schatten wat men voor inhoud kan verwachten als men een assessment moet maken. Over het algemeen kun je concluderen dat een assessment gekoppeld is aan een functiegroep. In een assessment zijn vragen of opdrachten verwerkt die inzicht geven of iemand geschikt is om een bepaalde functie of beroep uit te oefenen. Een assessment kan bijvoorbeeld een aantal testen bevatten waarmee inzicht wordt verkregen in de persoonlijkheid van de sollicitant. Ook zijn praktijkopdrachten mogelijk. De opdrachten die behoren tot een assessment kunnen achter een computer worden gemaakt maar het is ook goed mogelijk dat men de praktijk gaat simuleren doormiddel van praktijkopdrachten en rollenspellen. Hieronder staan een aantal voorbeelden van testonderdelen die kunnen zijn opgenomen in een assessment.

Persoonlijkheidstest of karaktertest
Voor veel functies wordt een bepaalde mentaliteit of persoonlijkheid vereist. Deze kan een werkgever beschreven hebben in de zachte functie-eisen in een vacature. Als men inzicht wil krijgen in iemand zijn of haar karakter probeert men over het algemeen doormiddel van vragen een beeld te vormen. Dit zijn meestal vragen waarin de mening van de kandidaat wordt gevraagd. Dit kan ook aan de hand van stellingen gebeuren.

Kandidaten wordt gevraagd of ze het eens zijn met een stelling of juist niet. Ook kan men vaak binnen een bepaalde schaal aangeven in welke mate men het eens of juist oneens is met een stelling. Uiteraard dient men wel eerlijk de stellingen te beantwoorden.

Intelligentietest
De intelligentie van een kandidaat is moeilijk te meten tijdens een sollicitatiegesprek. Daarom worden in assessments ook wel intelligentietesten afgenomen. Er zijn echter zeer veel verschillende vormen van intelligentietesten. Men kan deze testen bijvoorbeeld onderscheiden in taalkundige testen of rekenkundige testen. Daarnaast kan men ook een IQ-test afnemen.

Interview
Een interview is iets anders dan een sollicitatiegesprek. Tijdens een interview worden rechtstreeks vragen gesteld aan de sollicitant of kandidaat. Deze persoon dient dan antwoord te geven op een vraag. Deze vragen kunnen gaan over een bepaalde mening maar het is ook mogelijk dat er vragen worden gesteld over de manier waarop men bepaalde werkzaamheden heeft uitgevoerd in het verleden en wat het resultaat daarvan was. Er kunnen zowel open als gesloten vragen worden gesteld. Tijdens een interview kan de kandidaat behoorlijk onder druk gezet worden. De interviewer wil dat iemand eerlijke antwoorden geeft en zal iemand over het algemeen confronteren met tegenstijdigheden in de antwoorden die gegeven worden. Er wordt tijdens deze gesprekken vaak dieper gekeken naar de persoonlijke eigenschappen en de manier waarop iemand omgaat met stress, werkdruk, flexibiliteit en specifieke taken die behoren tot de functie.

Praktijksimulatie
Men kan ook te maken krijgen met nagebootste praktijksituaties. Hierbij wordt in een setting die de praktijk zoveel mogelijk nabootst een opdracht uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld een rollenspel zijn. Ook een presentatie kan tot de mogelijkheden behoren. Een bijzondere vorm is de post-bak methode waarbij iemand op basis van een aantal documenten en memo’s zijn of haar prioriteiten moet rangschikken. Bij fact-finding moet iemand trachten om de juiste feiten te analyseren terwijl nog niet alle informatie aanwezig is. Hierbij kan iemand zijn of haar beoordelingsvermogen of analytisch vermogen beoordeeld worden.

Tot slot
Een assessment kan van doorslaggevend belang zijn in een sollicitatieprocedure. Desondanks is het belangrijk dat men een assessment niet manipuleert. Met andere woorden, eerlijkheid is belangrijk. Als men tijdens een assessment een onrealistisch beeld schets van zichzelf kan men daardoor in de problemen komen doordat in een assessment verschillende controlemechanismen zijn ingebouwd. Er zijn controlevragen verwerkt en tijdens verschillende onderdelen van een assessment, bijvoorbeeld een interview, kan men ook op antwoorden ingaan die in eerdere assessmentonderdelen zijn gegeven. Karaktertesten en persoonlijkheidstesten kunnen daardoor een goede basis vormen voor andere gespreksonderdelen.

Als er verschillen zijn tussen de antwoorden dan kan men daar vragen over verwachten en dan wordt het assessment niet prettiger. Men wordt dan meer in de verdediging geduwd en dat is geen leuke positie om een gesprek aan te gaan. Door eerlijk te zijn weet je bovendien of de functie en het bedrijf echt bij je past. De beoordeling wordt dan namelijk ook eerlijker. Het is dus nooit goed om jezelf doormiddel van leugens en valse voorstellingen door een assessment heen te werken want dan kom je als je geluk hebt op een functie terecht die niet bij je past. Of  je dan echt van geluk kunt spreken is nog maar de vraag.

Wat is verkeersinfrastructuur?

Verschillende bedrijven in de bouw en techniek zijn actief in het aanleggen en bouwen van infrastructuur en civiele kunstwerken. De infrastructuur die men gebruikt voor het vervoeren van goederen en mensen noemt men ook wel verkeersinfrastructuur. Het vervoeren van mensen en goederen is door de jaren heen complexer geworden. Er zijn meer vervoersmiddelen bij gekomen en de infrastructuur, die voor het verplaatsen van de goederen en mensen noodzakelijk is, wordt voortdurend geoptimaliseerd en gemoderniseerd. Nam men eerst genoegen met zandwegen dan is dat tegenwoordig veranderd in een ingewikkeld weggennetwerk van Zeer Open Asfaltbeton (ZOAB).

Verkeersinfrastructuur kan men op verschillende manieren opdelen. Zo kan men bijvoorbeeld de verkeersinfrastructuur indelen in land, water en lucht. Men spreekt ook wel over droge infrastructuur en natte infrastructuur. Hieronder zijn voorbeelden gegeven van deze verschillende soorten van verkeersinfrastructuur.

Droge infrastructuur

  • Spoorwegen
  • Metrowegen
  • Autowegen
  • Fietspaden
  • Wandelpaden
  • Leidingen (pijpen en buizen)
  • Busbanen

Ook civiele kunstwerken kunnen tot de droge infrastructuur behoren zoals:

  • Bruggen
  • Tunnels
  • Viaducten

Natte infrastructuur

Als men het over natte infrastructuur heeft bedoelt men over de infrastructuur die door de waterbouw wordt aangelegd zoals:

  • Kanalen
  • Sloten
  • Aanmeerplaatsen in het water
  • Baggerwerkzaamheden

Ook reeds door de natuur gegeven waterwegen kunnen worden beschouwd als natte verkeersinfrastructuur zoals:

  • Rivieren
  • Zee
  • Oceanen
  • Meren

Door de jaren heen zijn de vervoersmiddelen om mensen, grondstoffen en producten te verplaatsen over de verkeersinfrastructuur alleen maar uitgebreid. Er zijn steeds meer vervoersmiddelen bedacht. Schepen zijn groter geworden en door nieuwe materialen kunnen vliegtuigen groter en lichter worden gemaakt. Er worden nieuwe innovatieve oplossingen bedacht voor het reduceren van CO2 uitstoot door vervoersmiddelen en het reduceren van het gewicht van voertuigen zorgt er ook voor dat wegen minder zwaar belast worden. De wegen zelf worden voorzien van geluiddempende en slijtvaste materialen zodat deze wegen langer mee gaan. In de civiele techniek werkt men veel aan het optimaliseren van de verkeersinfrastructuur.

Nederlandse zzp’ers willen langer doorwerken aldus rapport TNO-CBS 2016

Zelfstandige ondernemers zonder personeel worden ook wel zzp’ers  genoemd. Deze bijzondere groep werknemers die feitelijk ook ondernemer zijn neemt in omvang toe in Nederland. Omdat zzp’ers ingeleend worden door bedrijven om bepaalde klussen of projecten uit te voeren zijn zzp’ers in feite inleenkrachten die door opdrachtgevers (inleners) worden ingeschakeld. Daardoor rekent men zzp’ers ook tot de flexwerkers oftewel de flexibele arbeidskrachten in Nederland.

Omdat het aantal zzp’ers toeneemt in Nederland wordt er regelmatig onderzoek gedaan naar de wensen en ambities van deze groep op de arbeidsmarkt. Op maandag 23 mei 2016 werden de resultaten van een onderzoek van TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerd. Hieruit kwam naar voren dat veel zzp’ers in Nederland gemiddeld langer willen doorwerken dan werknemers. Gemiddeld willen zzp’ers doorwerken tot ze 67 jaar zijn. Werknemers in Nederland willen als 63 jaar zijn het liefst met pensioen gaan.

De wens om langer door te werken heeft echter niet alleen te maken met het soort dienstverband. Vooral de aard van het werk lijkt de doorslag te geven aldus de onderzoeksbureaus. Het gaat daarbij onder andere om de taken die uitgevoerd moeten worden en de mate van de autonomie die iemand heeft in zijn of haar functie. Ook de fysieke en psychische belasting speelt een rol evenals de afwisseling en variatie in de werkzaamheden. Vooral voor zzp’ers is het belangrijk dat er veel variatie is in de werkzaamheden. De leeftijden die in de tweede alinea van dit artikel zijn genoemd komen overeen met de verwachting die zzp’ers en werknemers hebben met betrekking tot hoe lang ze door kunnen werken.

Reactie van Technisch Werken
De overheid en de maatschappij zal rekening moeten houden met een toename in het aantal zzp’ers. Daar moet ook het premiestelsel op worden aangepast in Nederland. De premiepot moet ook groeien om er voor te zorgen dat er voldoende geld is om mensen in een uitkeringspositie te kunnen betalen. Dit sociale stelsel vereist echter een voldoende geldstroom. De overheid moet er ook voor zorgen dat zzp’ers voldoende verzekerd zijn omdat er anders enorme financiële problemen kunnen ontstaan.

Met name in de techniek en de bouw zijn veel zzp’ers actief. Verschillende specialisten werken als zelfstandigen op de arbeidsmarkt. Bij bouwbedrijven werken bijvoorbeeld stukadoors, dikwandige installatiemonteurs, lassers, timmermannen en andere specialisten als zzp’er. Daarnaast zijn deze werknemers ook wel in loondienst werkzaam bij bedrijven. Zzp’ers  vormen een bijzondere groep op de arbeidsmarkt. Ze werken flexibel maar zijn meestal niet in dienst bij een uitzendbureau of een ander arbeidsbemiddelingsbureau. Ze zijn afhankelijk van een netwerk en kunnen veel opdrachten verwachten als ze een goede reputatie hebben.

Kosten windpark voor de kust van Zeeland vallen mee in 2016

Het is van te voren moeilijk in te schatten wat precies de kosten zijn als men een bouwwerk gaat plaatsen. Als men dit doet op land kan men nog rekening houden met bepaalde aspecten zoals de bodemsamenstelling en de locatie. Lastiger wordt het wanneer men op zee bouwwerken wil aanleggen. Op zee zijn de invloeden van het weer nog groter. Geen wonder dat men de Noordzee heeft uitgekozen als locatie voor een groot windmolenpark. Op zee is er geen beschutting tegen de wind en kan men een groot rendement realiseren uit de windmolens.

Er zijn uiteraard ook kosten verbonden aan het plaatsen van een windpark. Het windpark voor de kust van Zeeland wordt voor Nederland het eerste windpark op de Noordzee. Het ramen van de kosten is dan lastig. Toch blijken de kosten mee te vallen. Hierdoor verwacht de overheid minder subsidie te hoeven verstrekken aan de bouw van het windpark. De overheid heeft van te voren een raming gemaakt van de kosten en is vervolgens een inschrijfprocedure gestart. Bedrijven kunnen inschrijven op de grote klus voor de bouw van windpark Borssele. De overheid ontving 38 biedingen op dit grote project. Dit maakte de Volkskrant dinsdag 24 mei 2016 bekend. De exacte besparing op het windmolenpark is nog onbekend. Dat is natuurlijk ook afhankelijk van het bedrijf dat de opdracht gegund krijgt. In augustus 2016 wordt pas bekend gemaakt wat de besparing precies is.

De biedingen die bedrijven konden doen zijn gebaseerd op een maximale kostprijs per kilowattuur. Deze is voor het windpark Borssele vastgesteld op  12,4 cent per kilowattuur. De biedingen zullen naar verwachting aanzienlijk lager zijn geweest. Volgens minister kamp heeft de windsector laten zien dat ze een belangrijke stap heeft gezet in het reduceren van de kosten. Volgens hem zal het windpark waarschijnlijk tegen lagere kosten worden gebouwd dan verwacht.

Reactie van Technisch Werken
De kosten van een bouwproject van de overheid vallen meestal in de praktijk tegen. Nu heeft men voor de start van het bouwproject een positieve indruk gewekt over de kosten. Dat schept natuurlijk verwachtingen van de bevolking. Dat is heel lastig want tijdens het bouwen kunnen er allemaal kosten bij komen. De overheid moet dat van te voren goed afdekken. Er zullen onvoorziene omstandigheden ontstaan die het bouwen bemoeilijken op de Noordzee en de kosten verhogen. Daar moet een goede oplossing voor gevonden worden. Veel bedrijven proberen zich van te voren in te dekken doormiddel van allemaal juridische clausules. Ook de overheid zal dit trachten te doen. Pas als het windmolenpark gebouwd is zal men echt een duidelijk beeld kunnen geven van de kosten.

Drie miljoen euro in Nederland opgehaald voor laadstations in 2016

Fastned is een exploitant van snellaadstations in Nederland. Deze snellaadstations worden gebruikt voor het opladen van elektrische auto’s. Het is belangrijk dat er in Nederland een landelijke dekking is van snellaadstations. Als er voldoende snellaadstations zijn kan men gemakkelijker met elektrische auto’s door heel Nederland rijden zonder zich zorgen te maken of de auto opgeladen kan worden. De actieradius van elektrische auto’s wordt dus groter als er meer laadpunten geplaatst worden in Nederland.

Daarom heeft Fastned getracht om meer geld op te halen voor nieuwe laadstations in Nederland. In ongeveer vijf weken tijd heeft Fastned ruim 3 miljoen euro  opgehaald. Dit gebeurde via het nieuwe handelsplatform Nxchange. De 3 miljoen zal worden gebruikt voor uitbreiding van het netwerk van laadstations. Het netwerk van laadstations bestaat nu uit vijftig oplaadpunten. De nieuwe oplaadpunten worden geplaatst langs snelwegen in Nederland. Ook komen er oplaadpunten in de grote steden. Verder worden ook in het buitenland oplaadpunten geplaatst.

Een laadstation plaatsen kost circa twee ton volgens oprichter Bart Lubbers van Fastned. Het bedrijf Fastned is als laadpalenexploitant is Nederland het eerste bedrijf dat gebruikmaakt van de diensten van Nxchange. Het Nxchange is sinds april 2016 in de lucht. Via Nxchange kunnen ondernemers nieuw kapitaal aantrekken. Geld dat via Nxchange wordt binnen gehaald is afkomstig van investeerders binnen hun eigen netwerk. Het lijkt een beetje op crowdfunding maar er is een belangrijk verschil.  Via Nxchange worden namelijk verhandelbare effecten uitgegeven.

Reactie van Technisch Werken

Nxchange lijkt een effectief middel om geld binnen te halen. Op deze manier wordt zelfs geld binnengehaald om maatschappelijk verantwoorde investeringen te doen. Dat is helemaal een goed voorbeeld van succesvol maatschappelijk verantwoord ondernemen. De laadpalen zijn noodzakelijk voor elektrisch rijden in Nederland. Het is dus een investering in de toekomst en de verduurzaming van Nederland als men geld investeerd in het uitbreiden van het laadpalennetwerk.

 

 

Wat is een bouwheer?

Bouwheer is een term die wordt gebruikt om de opdrachtgever van de architect aan te duiden. De bouwheer is dus de persoon die de architect of architectenbureau de opdracht geeft om een gebouw te ontwerpen. Daarnaast zorgt de bouwheer voor de aanbesteding. De bouwheer gunt het werk aan de aannemer en is daarna tevens de opdrachtgever van de aannemer. Kortom de bouwheer is de opdrachtgever en de aannemer is de persoon die de opdracht aanneemt en dus uitvoert.

Een aannemer kan vervolgens gespecialiseerde onderaannemers inschakelen om bepaalde gedeelten van de opdracht uit te voeren. De aannemer schakelt en overlegt met de bouwheer. In Nederland gebruikt men de term bouwheer bijna niet meer. In Duitsland gebruikt men het woord bouwheer echter nog wel, uiteraard in het Duits. Daar wordt een bouwheer een Bauherr genoemd. een Bauherr heeft in Duitsland ook nog een juridische betekenis.

Boeing heeft grote orden ontvangen van VietJet Aviation in 2016

Het Vietnamese VietJet Aviation heeft een grote order neergelegd bij vliegtuigmaker Boeing. Het Amerikaanse bedrijf Boeing gaat voor het Vietnamese bedrijf honderden vliegtuigen produceren. Deze vliegtuigen vertegenwoordigen een gezamenlijke waarde van 11,3 miljard dollar, dit is omgerekend ruim 10 miljard euro.

Gemiddeld exploiteert VietJet meer dan 250 vluchten per dag. De vliegtuigmaatschappij voert vluchten uit op ongeveer vijftig binnenlandse routes. Verder voert het bedrijf ook vluchten uit naar andere landen zoals Thailand, Taiwan, Maleisië, Zuid-Korea en China. De luchtvaartbrancheorganisatie IATA heeft aangegeven dat Vietnam tot de top tien behoort van de snelst groeiende luchtvaartmarkten ter wereld.

De grote overeenkomst tussen VietJet en Boeing is van groot belang. Ook van politiek belang zo blijkt uit de aanwezigheid van de Amerikaanse president Barack Obama. Hij was in Hanoi aanwezig bij het ondertekenen van de overeenkomst tussen de twee partijen. De honderden vliegtuigen worden geproduceerd over een periode van ongeveer vier jaar. De start van de productie is in 2019.  Als de vliegtuigen door Boeing worden geleverd komt de totalen luchtvloot van VietJet op tweehonderd toestellen.

Reactie van Technisch Werken
Van dit soort omvangrijke orders kunnen grote vliegtuigbouwers hun voortbestaan verzekeren voor de komende jaren. Natuurlijk heeft deze order ook een politieke lading. De samenwerking tussen een Amerikaans bedrijf en een bedrijf uit Vietnam is belangrijk op internationaal vlak. Desondanks moeten er natuurlijk wel hoogwaardige veilige vliegtuigen worden geleverd maar dat is Boeing wel toevertrouwd. Aan gebrek aan ervaring zal het niet liggen. Boeing maakt al decennia lang passagiersvliegtuigen voor luchtvaartmaatschappijen wereldwijd.

Meer geld voor beter aansluiting mbo op arbeidsmarkt in 2016

Vanuit het bedrijfsleven is regelmatig de klacht geuit dat mbo-opleidingen niet goed aansluiten bij de praktijk. Leerlingen (ook wel deelnemers genoemd) die een mbo-opleiding hebben afgerond kunnen bij veel bedrijven in de praktijk nauwelijks zelfstandig werken wegens gebrek aan praktijkervaring en praktische kennis. Dit is onder andere het geval bij technische beroepen. Het is daarom van groot belang dat mbo-opleidingen worden hervormd. De inhoud van deze opleidingen moet beter aansluiten op de werkzaamheden en de beroepscultuur die leerlingen kunnen verwachten in de praktijk bij een toekomstige werkgever.

Onderwijsminister Jet Bussemaker neemt de berichten uit het bedrijfsleven serieus. Daarom heeft ze maandag 23 mei 2016 een aantal initiatieven voor het verbeteren van mbo-opleidingen aangewezen. Het gaat om 17 initiatieven die van de minister geld krijgen om daadwerkelijk het niveau van mbo-opleidingen te verbeteren. In totaal wordt 43,5 miljoen euro beschikbaar gesteld om de doelstelling van een betere aansluiting van mbo op het bedrijfsleven te verwezenlijken. Dit geld is afkomstig uit het regionaal investeringsfonds.

Waar wordt het geld aan besteed?
Het budget dat door de onderwijsminister beschikbaar is gesteld moet worden besteed aan de mogelijkheid voor studenten om tijdens hun studie te werken met specifieke technieken en methoden die ze in de praktijk ook kunnen verwachten als ze gaan werken bij een werkgever in hun beroepsgroep. Door deze mogelijkheid zijn ze  na hun examen beter voorbereid op de praktijk.

Naast een aantal projecten op het gebied van zorg en welzijn heeft de minister ook een aantal techniekprojecten aangewezen. Deze projecten zijn verspreid over het hele land zodat het mbo overal wat beter op de praktijk kan aansluiten.

De minister benoemde als voorbeeld de robotisering van verschillende werkzaamheden die als kans kunnen worden beschouwd voor mbo-ers. Volgens haar moeten de mbo-opleidingen vernieuwend zijn. De minister is overtuigd van de bijdrage die de aangewezen projecten zullen leveren voor deze vernieuwing op het mbo. Van het totale budget van 43,5 miljoen euro is 14,5 miljoen beschikbaar gesteld door de minister. Het overige deel is beschikbaar gesteld door het regionale bedrijfsleven en de regionale overheid.

Reactie van Technisch Werken
Het is altijd weer verbluffend om te merken hoe laat de opleidingsinstituten reageren op ontwikkelingen in de praktijk. Veel opleidingsinstituten zijn gericht op het verstekken van theorie. Dat is jammer want theorie vormt slechts een deel van de informatie die werknemers in de praktijk nodig hebben. Vooral werknemers met een lagere of middelbare opleiding moeten in de praktijk vaardigheden gebruiken om hun werkzaamheden goed uit te kunnen voeren. Deze technische vaardigheden moet je leren door herhaling. Iemand kan nog zo goed weten hoe hij of zij in de theorie een las moet leggen, de praktijk zal leren of iemand het echt kan. Lassen leer je pas door regelmatig een las te maken.

Dat klinkt logisch maar toch wordt er weinig aandacht besteed aan het leren van (technische) vaardigheden. Verspanen, constructiebankwerken, timmeren, metselen, pijpfitten, polijsten enzovoort zijn allemaal technische vaardigheden die je leert door te doen. Vroeger wist men die tal toen men de Lagere Technische Scholen (LTS) in Nederland had voorzien van gedegen praktijklokalen. Daar leerden de leerlingen een technisch vak. Meestal was de leerkracht die les gaf zelf ook afkomstig uit de praktijk. Leerlingen leerden daardoor praktisch inzicht en dat is noodzakelijk voor werken in de techniek.

Technische ruimtes, of praktijkruimtes kosten echter geld. Door een ruimte vol met machines en werkbanken te zetten kan men minder leerlingen in één ruimte plaatsen en zal men bovendien intensiever moeten begeleiden. Daarnaast vereist het les geven in techniek ook specifieke technische vaardigheden en kennis van de leerkracht. Theorie is in die zin makkelijker over te brengen in een theorielokaal. Dit zal de reden zijn waarom veel mbo-opleidingen vertheoretiseerd zijn.