Wat is een pompwagen of palletwagen?

Een palletwagen of pompwagen wordt soms ook wel transpallet genoemd en een transportmiddel dat wordt gebruikt voor het verplaatsen van lasten en goederen op pallets. De hefhoogte van een pompwagen of palletwagen maximaal 15 cm tot 20 cm. In bedrijven met magazijnen worden pompwagens en palletwagens veel gebruikt naast heftrucks. Daarnaast worden ze ook gebruikt in distributiecentra en aan boord van vrachtwagens. In tegenstelling tot heftrucks kunnen palletwagens en pompwagens niet worden gebruikt om lasten op te stapelen daarvoor is de hefhoogte van palletwagens te laag. Daarvoor gebruikt men vorkheftrucks of mechanische palletstapelaars.

Verschillende soorten pompwagens en palletwagens
Er worden in de praktijk verschillende soorten pompwagens en palletwagens gebruikt. We noemen een aantal bekende voorbeelden:

  • Handpompwagens zijn pompwagens die doormiddel van de hand (spierkracht) omhoog worden gekrikt en die doormiddel van spierkracht in beweging worden gebracht.
  • Elektrisch pompwagens met meerijdplateau. Deze pompwagens worden elektrisch aangedreven. Dit houdt in dat het heffen elektrisch gebeurd en dat men de last ook elektrisch verplaatst. De persoon die de elektrische pompwagen bedient kan zelf op een plateau meerijden.
  • Elektrische pompwagens zonder meerijdplateau. Deze pompwagens zijn grotendeels hetzelfde als de hiervoor genoemde maar bevatten geen meerijdplateau.
  • Meeneemstapelaar/of meeneempompwagen. Dit is een pompwagen die kan worden meegenomen in een bestelbus.

Risico’s bij gebruiken van pompwagens of palletwagens
Er zijn een aantal gevaren waar men rekening mee moet houden bij het gebruik van een palletwagen zijn:

  • Bij verkeerd gebruik van pompwagens kan pijn in schouders of armen ontstaan door het trekken van een palletwagen met te zware lasten.
  • Rugklachten kunnen ook ontstaan door een verkeerde werkhouding.
  • Bekneld raken van lichaamsdelen zoals: voeten, vingers, enkels of tenen.
  • Aanrijden van personen, machines, goederen, constructies of gebouwen.
  • Beschadiging van goederen en uitrusting door verkeerd gebruik.
  • De lading kan tijdens het rijden vallen of kantelen.

Voorkomen van letsel en schade door een pompwagen
De belangrijkste voorzorgsmaatregelen die men kan nemen om de bovenstaande risico’s te voorkomen zijn:

  • Trek een palletwagen achter je aan en duw deze niet voor je uit. Zo belast je de schouders en rug minder en heb je bovendien meer zicht vooruit.
  • Zorg dat de lepels van de palletwagen goed onder de last geplaatst zijn en dat de last in evenwicht op de lepels rust.
  • Rijd rustig met de palletwagen, rem niet abrupt en breng de last niet met snelheid of een krachtstoot in beweging.
  • Zorg er voor dat de palletwagen wordt bestuurd door iemand die hier ervaring mee heeft.
  • Draag veiligheidsschoenen.
  • Rijd op de juiste paden en pas je snelheid aan wanneer andere personeelsleden passeren.

Wat is een hijsjuk en waar wordt een hijsjuk voor gebruikt?

Een hijsjuk is een hijsmiddel of hijwerktuig dat bestaat uit een samenstel met een balk met aan de bovenkant in het midden 1 hijsoog en aan de onderkant een hijsoog aan beide uiteinden en wordt gebruikt om grote, zware voorwerpen te hijsen. Het lijkt een beetje op het houten juk dat vroeger op de schouders werd geplaatst en waar aan beide uiteinden een haak voor een emmer was bevestigd. Een dergelijk juk werd door een persoon gedragen. Een hijsjuk is veel groter en van staal gemaakt en bevat twee ogen waaraan een ketting, ketting of staalkabel kan worden bevestigd.

Een hijsjuk kan echter ook meerdere hijsogen aan de bovenkant en onderkant hebben en kan uit een grotere constructie bestaan voor het geval er hele zware lasten moeten worden gehesen. Als men grotere hijsconstructies gebruikt spreekt men in plaats van een hijsjuk ook wel van een hijsframe.

Voordelen van hijsjukken
Door gebruik te maken van een hijsjuk kan men de last op twee of meerdere punten (afhankelijk van het hijsjuk) bevestigen en optillen. Dat zorgt er voor dat de last niet aan 1 punt wordt opgetild waardoor de kans op doorbuigen en knikken worden verkleind. Daarnaast zorgt net gebruik van een hijsjuk er voor dat men minder ruimte nodig heeft omdat de spreidhoek niet te groot wordt. Dit is vooral nuttig als er boven het hijsjuk weinig ruimte is.

Waarvoor worden hijsjukken gebruikt?
Hijsjukken worden gebruikt voor het verplaatsen van lasten met gecompliceerde afmetingen. Hierbij wordt het hijsjuk precies boven het zwaartepunt ingezet zodat de last in balans hangt. Het hijsjuk voorkomt dat de last gaat kantelen als de last wordt opgehesen.  Door gebruik te maken van een hijsjuk wordt er voor gezorgd dat de spreidhoek niet te groot wordt. Voor containers en andere grote lasten die dezelfde vorm hebben wordt vaak een hijsjuk gebruikt omdat het aanslaan van lasten dan sneller gaat. Dit doet men ook bij betonelementen en andere grote objecten in de bouw.  

Onderhoud en inspectie aan een hijsjuk
Een hijsjuk is een hefmiddel waarmee zware lasten kunnen worden verplaatst. Dit is afhankelijk van het type hijsjuk. Welk gewicht het hijsjuk ook mag verplaatsten het belangrijkste is dat het verplaatsen van lasten veilig gebeurd. Het spreekt voor zich dat een gebruiker van dit hijsmiddel voldoende onderricht en geinstrueerd moet zijn op dit gebied. De werknemer dient in bezit te zijn van een certificaat veilig hijsen. Daarnaast zal een hijsjuk altijd technisch in orde moeten zijn. Het hijsjuk moet gekeurd zijn en voorzien zijn van een CE- markering. Ondanks de keuring die jaarlijks moet plaatsvinden zal de persoon die het hijsjuk gebruikt zelf ook iedere keer moeten controleren of het hijsjuk geen gebreken vertoond. Deze controle moet plaatsvinden voordat het hijsjuk gebruikt wordt. Het hijsjuk moet altijd in de technisch goede staat verkeren omdat anders tijdens het hijsen levensgevaarlijke situaties kunnen ontstaan.

Keuringen voor hijsmiddelen en hefmiddelen

Hijskranen moeten gekeurd worden. Volgens het Warenwetbesluit machines artikel 6d moet elke hijskraan ieder jaar worden gekeurd. Voor hijskranen met een keuringsplicht zal bepaalde documentatie aanwezig moeten zijn in de kraan zodat men kan controleren of de kraan tijdig is gekeurd en of men aan de verplichtingen heeft voldaan. De volgende documentatie is verplicht:

  • Hijstabel met grafiek: waarin staat welk gewicht over welke afstand mag worden verplaatst. Hiermee kan de machinist van de kraan berekenen hoe er veilig gehesen kan worden.
  • Kraanboek: hierin is genoteerd wat voor type kraan het is en op welke datum de jaarlijkse keuringen zijn geweest en welke onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd.
  • Certificaten en keuringsbewijzens van hijskabels, lieren, hijsmasten, het hijsjuk en de kettingen: dit zijn materialen die voor het hijsen worden gebruikt en dienen eveneens gekeurd te zijn. Deze dienen een keuringsdatum te bevatten.

Uiteraard dient een machinst ook voldoende ervaring te hebben om het hijsmiddel te gebruiken. De machinist dient in bezit te zijn van een hijsbewijs dat ook wel TCVT bewijs wordt genoemd. De afkorting TCVT is van de stichting Toezicht, Certificering, Verticaal Transport. Naast een hijsbewijs heeft de machinist een geneeskundige verklaring nodig die is afgegeven door een erkende Arbodienst. Ook een persoonlijk registratieboek waarin de ervaring van de machinist is weergegeven zal een machinist bij zich moeten hebben voordat hij gaat werken met het hijsmiddel. Daarnaast bevat het registratieboekje ook informatig oever de hiervoor genoemde onderwerpen. In het registratieboek staat de volgende informatie:

  • Hoeveel ervaring de kraanmachinist heeft
  • Met welke soorten soorten hijswerktuigen de kraanmachinist heeft gewerkt
  • Geneeskundige verklaringen van de bediener van de hijswerktuigen.

Wat is de ATEX 153 richtlijn (voorheen ATEX 137)?

Vanuit de ATEX 137 waren bedrijven als verplicht om een ExplosieVeiligheidsDocument (EVD) op te stellen. Deze verplichting blijft gehandhaafd in de ATEX 153 richtlijn. De benaming ATEX 137 was een andere naam die gehanteerd werd de richtlijn 1999/92/EG. Deze naam is nu veranderd in de ATEX 153. Het getal 153 is ontleend aan de hoofdstukken uit het Europese Verdrag van Lissabon.

Doel en toepassing van de ATEX 153 richtlijn
Het doel van de ATEX 153 richtlijn is het maken van een veilige werkomgeving door het voorkomen van risico’s in explosieve atmosferen. De ATEX 153 richtlijn gaat over het voorkomen van de ontwikkeling van een explosieve atmosfeer. Omdat een explosie plaatsvindt op basis van een ontsteking is de ATEX 153 richtlijn ook gericht op het vermijden van ontsteking en ontstekingsbronnen. Ook is de richtlijn gefocust op de beperking van de schadelijke effecten van een explosie en de toepassing van apparatuur op explosiegevaarlijke werkplekken. De ATEX richtlijnen zijn van toepassing op alle bedrijven waarin gewerkt wordt met ontvlambare gassen en vloeistoffen of met fijn stof omdat in deze bedrijven een gevaarlijke explosieve atmosfeer ontstaan.

ExplosieVeiligheidsDocument (EVD)
Zoals in de inleiding is genoemd vormt de verplichting van het ExplosieVeiligheidsDocument (EVD) een belangrijk onderdeel van de ATEX 137. Dit ExplosieVeiligheidsDocument moet een aantal verplichte onderdelen bevatten. Deze verplichte onderdelen zijn:

  • Er moet een indeling zijn van gevarenzones, deze moet actueel zijn. Dit houdt in dat deze indeling niet ouder mag zijn dan vijf jaar.
  • De stofeigenschappen moeten vastliggen.
  • Ook de totstandkoming van de zones voor stof- en/of damp- en gasexplosiegevaar moeten zijn vastgelegd.
  • De (mogelijke) ontstekingsbronnen en de beoordeling van de risico’s daarvan moeten zijn vastgelegd.
  • Er moet inzichtelijk zing gemaakt hoe de risicobeoordeling van de ontstekingsbronnen heeft plaatsgevonden.
  • De getroffen maatregelen moeten daadwerkelijk worden uitgevoerd en geborgd. Deze borging moet inzichtelijk zijn.

Wat is de ATEX 114 richtlijn (voorheen ATEX 95)?

Apparatuur die bestemd is voor een toepassing in een explosiegevaarlijke omgeving en na 20 april 2016 op de markt is gebracht zal moeten voldoen aan de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU). De letters ATEX zijn een afkorting en staan voor de Franse benaming “ATmosphère EXplosible. In de ATEX 114 zijn richtlijnen beschreven die bedrijven moeten opvolgen om aan de essentiële gezondheidseisen en veiligheidseisen (EHSR’s) te voldoen. Dit zijn specifieke richtlijnen voor zowel elektrische apparaten als niet-elektrische apparaten die worden gebruikt op locatie waar stof- of gasexplosiegevaar kan optreden. In het Besluit Explosiegevaarlijk materiaal is de ATEX 114 opgenomen.

Doel en toepassing van de ATEX 114 richtlijn
De ATEX 114 biedt transparantie en zorgt er voor dat een vrij verkeer van explosieveilige producten tussen Europese lidstaten eerlijk verloopt. Bedrijven die in Europa producten, apparaten en  beveiligingssystemen aanschaffen die onder de ATEX 114 richtlijn vallen kunnen er vanuit gaan dat deze producten aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen voldoen.

ATEX richtlijnen zijn dus van toepassing op alle bedrijven waar gewerkt wordt met ontvlambare gassen, ontvlambare vloeistoffen of met fijn stof. In deze bedrijven kan een explosief mengsel en  gevaarlijke explosieve atmosfeer ontstaan en daarom moet men de speciale richtlijnen van de ATEX 114 opvolgen. Deze richtlijnen zijn overigens niet alleen van toepassing op grote industriële  bedrijven maar ook op andere bedrijven waar brandbare stoffen worden opgeslagen of verwerkt. Samengevat is de ATEX 114 richtlijn van toepassing op: 

  • Fabrikanten van materiaal dat gebruikt wordt in een explosiegevaarlijke omgeving.
  • Het distribueren en importeren van apparatuur die moet worden gebruikt op explosiegevaarlijke plaatsen.
  • Het gebruiken en in gebruik nemen van Elektrische  en niet-elektrisch materialen en apparatuur in een explosiegevoelige omgeving.

Wat doe je bij brand?

Brand is een ongewild vuur en zorgt meestal voor risico’s voor zowel mensen, dieren, gebouwen en het milieu. Het is belangrijk dat men weet hoe men moet handelen bij brand omdat de gevolgen van een brand voor een groot deel te maken hebben met hoe men op een brand reageert. Een aantal aspecten zijn van belang. Iemand die een brand opmerkt moet:

  • Zorgdragen voor zijn of haar eigen veiligheid.
  • De brand melden en alarm slaan.
  • Mensen in de omgeving waarschuwen.
  • Indien mogelijk ramen en deuren sluiten.
  • Zichzelf en anderen in veiligheid brengen.
  • De brand blussen als dat mogelijk is.

Richtlijnen voor het blussen van een brand?
De volgende richtlijnen zijn van belang als men een brand gaat blussen.

  • Zorg voor je eigen veiligheid en de veiligheid van andere mensen.
  • Kies het juiste blusmiddel voor het type brand (A,B,C,D of F brand).
  • Richt blusmiddelen op het brandende voorwerp en niet op de vlammen.
  • Blijf alert, als het vuur gedoofd lijkt kan het weer oplaaien.
  • Als de brand niet onder controle gekregen kan worden zal men zichzelf in veiligheid moeten brengen.

Hoe vlucht je veilig weg voor een brand?
Vluchten klinkt makkelijk maar dat is het in feite niet. Ook voor het vluchten dient men een aantal veiligheidsinstructies op te volgen om de kans op overleven te vergroten:

  • Gebruik de aanwijzingen op borden (nooduitgang, vluchtroute en verzamelplaats). Volg ook de mondelinge instructies van hulpdiensten.
  • Gebruik de trap en nooit de lift. Een lift kan vastlopen.
  • Bij brand vlucht je het veiligste dwars in de windrichting.
  • Ga naar de verzamelplaats en meld je daar bij de verantwoordelijke (leidinggevende)

Wat zijn sensibiliserende stoffen?

Sensibiliserende stoffen worden ook wel allergenen genoemd en zijn stoffen die een overgevoeligheidsreactie kunnen veroorzaken doordat ze in contact komen met het afweersysteem of immuunsysteem. Er zijn verschillende bekend sensibiliserende stoffen, we noemen een aantal voorbeelden:

  • natuurlijke stoffen zoals graspollen en bepaalde plantenonderdelen zoals hars of plantensap. Deze worden ook wel ‘Biologische agentia’ genoemd.
  • Kleurmiddelen en bestanddelen van twee-componentverven en verschillende soorten kunstharsen zoals epoxyhars en acrylaathars.
  • Metalen en metaalbehandelingsmiddelen zoals nikkel, kobalt en chroom en middelen die worden gebruikt om metaal te beschermen tegen corrosie.
  • Ook conserveermiddelen in cosmetica, verzorgingsproducten en schoonmaakmiddelen kunnen een allergische reactie veroorzaken.

Ontwikkeling van allergische reacties
De overgevoeligheid voor een sensibiliserende stof ontstaat in twee fasen, deze fasen zijn als volgt:

Sensibilisatiefase: in de sensibilisatiefase raakt het immuunsysteem van een men overgevoelig oftewel gesensibiliseerd. Dit is een reactie op de stof die allergische reacties kan veroorzaken. Deze stof is een specifiek allergeen.

Provocatiefase: de tweede fase is de provocatiefase die alleen kan plaatsvinden als de sensibilisatiefase al heeft plaatsgevonden. Door het eerste contact met het allergeen heeft het immuunsysteem T- en B–geheugencellen aangemaakt en afweerstoffen. Wanneer men later in de tweede fase weer in contact komt met dezelfde allergeen zal men heftiger reageren. De hevigheid van de reactie is afhankelijk van de hoeveelheid van de stof en de duur dat men er mee in contact heeft gestaan. Er treed in ieder geval in de provocatiefase een heviger reactie op dan in de sensibilisatiefase.

Gevolgen van sensibiliserende stoffen
Niet elk mens reageert even sterk op sensibiliserende stoffen. Wanneer mensen hier wel hevig op reageren en een allergie hebben voor bepaalde stoffen dan kan dat deze personen belemmeren in de uitoefening van hun functie. Dit is vooral het geval als ze het contact met deze stoffen bij een normale uitoefening van de functie niet kunnen vermijden. In dat geval zal men een andere functie moeten gaan uitoefenen of een andere oplossing moeten gaan bedenken waardoor de allergische reacties kunnen worden voorkomen.

Veilig werken met een vorkheftruck

Een vorkheftruck is een combinatie van een hefmiddel en transportmiddel en wordt voortbewogen doormiddel van een elektromotor of een verbrandingsmotor. Vorkheftrucks worden in veel logistieke bedrijven gebruikt maar ook in andere bedrijven die magazijnen bevatten. Een vorkheftruck bevat twee lange lepels die uitermate geschikt zijn voor het vervoeren van goederen die op pallets staan. Deze twee lepels zorgen voor een gevorkte vorm waar de vorkheftruck haar naam aan dankt. In magazijnen worden vaak elektrisch aangedreven vorkheftrucks gebruikt. Buiten gebruikt men vaak grotere vorkheftrucks die voorzien zijn van een verbrandingsmotor en lasten kunnen tillen tot een gewicht van tien ton.

Gevaren bij het werken met vorkheftrucks
Heftrucks worden veel gebruikt maar dat zorgt er niet voor dat het eenvoudig is om deze transportvoertuigen te besturen. In een magazijn kunnen allemaal risicovolle factoren aanwezig zijn waardoor het werken met een vorkheftruck gevaren met zich meebrengt. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf de risico’s van het bedrijf moeten benoemen en daarbij moeten aangeven hoe de risico’s bestreden kunnen worden in een plan van aanpak. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf ook de risico’s moeten beschrijven omtrent de interne transportmiddelen zoals heftrucks. We noemen een aantal veelvoorkomende gevaren en ongelukken die te maken hebben met het verkeerd gebruiken van vorkheftrucks:

  • Kantelen van het voertuig.
  • Vallen of kantelen van de lading.
  • Aanrijden van personen en constructies.
  • Schade aan heftruck en goederen door roekeloos gebruik.
  • Inademen van uitlaatgassen van de dieselmotor bij het werken in een afgesloten ruimte.

Een belangrijk deel van de risico’s kan worden voorkomen door het in acht nemen van veiligheidsaspecten zoals voldoende kennis over het veilig werken met heftrucks en de technische specificaties van de heftruck. Deze twee onderwerpen zijn in de volgende alinea’s beschreven.

Heftruck certificaat
Er zijn een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen voor het werken met een vorkheftruck. De bestuurder moet bijvoorbeeld minimaal 18 jaar zijn.
Vanaf 16 jaar mag iemand wel op een heftruck rijden als jde persoon daarvoor deskundig is opgeleid en onder toezicht staat van een verantwoordelijke persoon zoals een leidinggevende.

Het is belangrijk dat de bestuurder van de heftruck voldoende ervaring heeft en op de hoogte is van de bediening van de heftruck. Doormiddel van het behalen van een heftruckcertificaat of certificaat veilig werken met een vorkheftruck kan een (aankomend) bestuurder van een heftruck de belangrijkste (veiligheids-) richtlijnen en instructies leren die nodig zijn voor het dagelijks werken met vorkheftrucks. Een heftruckcertificaat zou men kunnen beschouwen als een soort rijbewijs voor heftrucks. Veel bedrijven stellen een heftruckcertificaat verplicht als een werknemer tijdens de werkzaamheden gebruik moet maken van een heftruck.

Een cursus voor een heftruckcertificaat wordt door een erkend opleidingsinstituut gehouden. Deelnemers moeten de heftruckcursus afronden met een examen. Bij het succesvol afronden van het examen ontvangt de deelnemer het heftruckcertificaat. Met het heftruckcertificaat kan de heftruckchauffeur aantonen dat hij of zij over de basisvaardigheden beschikt om veilig een heftruck te kunnen besturen. Uiteraard dient de heftruckchauffeur hetgeen hij of zij geleerd heeft in de heftruckcursus ook toe te passen in de praktijk. Alleen een heftruckcertificaat biedt geen garantie voor veilig werken de houding, motivatie en concentratie van de heftruckchauffeur is zeer belangrijk voor de veiligheid op de werkvloer.

Werklastdiagram vorkheftruck
Ook zal de bestuurder op de hoogte moeten zijn van de technische specificaties van de heftruck en moeten weten wat de maximale last is die een heftruck kan heffen en verplaatsen. Veel informatie kan de heftruckchauffeur vinden op de typeplaat van de heftruck en de werklastdiagram. De werklastdiagram maakt voor de heftruckchauffeur inzichtelijk of een bepaalde last veilig en verantwoord door de heftruck kan worden opgetild en vervoerd. Op de werklastdiagram staat naast het maximale hefvermogen ook de maximale hefhoogte aangegeven. Daarnaast geeft de werklastdiagram informatie over de stabiliteit van de vorkheftruck.

Veiligheidsrichtlijnen voor werken met een vorkheftruck
Hiervoor zijn een aantal belangrijke aspecten benoemd met betrekking tot het veilig werken met een vorkheftruck. Er zijn echter ook nog een heleboel regels als het gaat om veilig werken met vorkheftrucks. We noemen een aantal belangrijke:

  1. Iedere dag moet voor de start van de werkzaamheden met de heftruck zal de heftruck aan de hand van een checklist moeten worden gecontroleerd. Als de heftruck in technisch goede staat is en veilig is kan men deze gebruiken.
  2. Heftrucks moeten voorzien zijn van een claxon voor het geven van een waarschuwingsgeluid. Ook dient de heftruck voorzien te zijn van een uitneembare sleutel zodat niet iedereen de heftruck kan gebruiken. De plaats van de bestuurder dient beschermd te zijn door een stevige kooi en daarnaast moet de bestuurder gebruik maken van een veiligheidsgordel.
  3. Zorg dat je de veiligheidsregels opvolgt. Kijk ook naar de waarschuwingsborden en afgezette zones. Rijd langzaam met de heftruck door paden waarop personeel zich te voet verplaatst.
  4. Een heftruck is bestemd voor 1 persoon en meerijden van andere personen is niet toegestaan tenzij er een extra stoel is aangebracht op de heftruck.
  5. Met de heftruck mag men niet hijsen tenzij er een speciale hijsvoorziening is gemonteerd op de heftruck.
  6. Er mogen geen personen worden opgehesen met de heftruck. Het staan op de lepels van een heftruck is verboden. Ook wanneer personen op een pallet gaan zitten mogen ze beslist niet met een heftruck worden verplaatst. Het naar boven hijsen van personen mag alleen met een goedgekeurde werkbak.
  7. Een heftruck moet onbelast geparkeerd worden. De moet op de vloer liggen en de mast van de heftruck moet iets voorover hellen.
  8. Zorg er voor dat de opgetilde lasten niet op mensen kunnen vallen. Daarom moet de last niet boven mensen worden getild en getransporteerd.
  9. Snel optrekken en abrupt remmen moet worden vermeden.
  10. Rijd zoveel mogelijk in rechte lijnen en verander niet plotseling van richting met of zonder lading.
  11. In het geval een heling moet worden opgereden met een heftruck dan moet deze heling altijd opwaarts vooruit gereden worden. Bij het naar beneden rijden van een helling moet men achteruit rijden. Dan bevind de last zich dus aan de achterzijde van de heftruck om kantelen van de last te voorkomen.
  12. Het is verboden mobiel te bellen, sms-en en te app-en terwijl men rijd met de heftruck.
  13. Zorg dat je voldoende zicht hebt tijdens het heftruckrijden. Als de last het zicht belemmerd moet men niet vooruit rijden maar juist achteruit om voldoende zicht te blijven houden.
  14. Als een last bestaat uit opgestapelde objecten of materialen dan moeten deze in een stevig verband zijn opgestapeld.
  15. Het contragewicht aan de achterkant van de heftruck mag niet verzwaard worden.

Wat is een bedrijfsnoodplan?

Een bedrijfsnoodplan wordt ook wel een calamiteitenplan genoemd en is een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die een bedrijf heeft getroffen om zich voor te breiden op calamiteiten en noodsituaties. Doormiddel van een bedrijfsnoodplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe een bedrijf zal omgaan met noodsituaties. In dit plan worden de afspraken, procedures en organisatiestructuren weergegeven die van belang zijn wanneer er sprake is van een noodsituatie. Het bedrijfsnoodplan maakt inzichtelijk wie welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft en maakt duidelijk hoe de afstemming met is met hulpdiensten en andere organisaties.

Is een bedrijfsnoodplan verplicht?
Het antwoord op bovenstaande vraag is ‘ja’. Elk bedrijf is in Nederland verplicht om een bedrijfsnoodplan te hebben. Dit is vastgelegd in Artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet. Het doel van bedrijfsnoodplan is om de gevolgen van een noodgeval of calamiteit te bestrijden of te verminderen. Leidinggevenden in een organisatie zullen de inhoud van het bedrijfsnoodplan moeten kennen en moeten weten wat hun verantwoordelijkheden en verplichtingen zijn voor het geval er zich een noodsituatie voordoet.

Ook uitvoerende of operationele medewerkers moeten een bedrijfsnoodplan ontvangen voordat ze een bedrijfsterrein gaan betreden. Deze verplichting is ook van toepassing op tijdelijke krachten zoals uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Door deze verplichte verstrekking van het bedrijfsnoodplan zal elke persoon die een bepaald werkterrein of gebouw betreedt op de hoogte zijn van de acties die moeten worden ondernomen als er een calamiteit of noodsituatie is ontstaan. Het is echter niet overzichtelijk en effectief om iedere werknemer en leidinggevende een dik boek met allemaal regels en verplichtingen te verstrekken.

In plaats daarvan maken bedrijven gebruik van overzichtelijke folders en kleine boekjes waarin met behulp van foto’s is aangegeven welke zaken van belang zijn als er noodsituaties zijn ontstaan. Naast deze overzichtelijke documenten worden vaak borden gebruikt met daarop duidelijke richtlijnen en aanwijzingen waar men heen moet gaan als er een calamiteit heeft plaatsgevonden en waar men dan rekening mee moet houden.

Onderdelen bedrijfsnoodplan
Een bedrijfsnoodplan bestaat uit een aantal onderdelen. De inhoud van een bedrijfsnoodplan kan verschillen tussen organisaties en zal in grote mate worden beïnvloed door de aard van de risico’s en de omvang van het gebouw of werkterrein. Het plan moet in ieder geval de volgende onderdelen bevatten:

Doelstellingen
In dit deel zijn het type noodgevallen en calamiteiten beschreven waar het bedrijfsnoodplan op is gericht. Daarbij wordt een omschrijving gegeven en zijn de scenario’s benoemd en de mogelijke omvang en effecten. Ook de aanwezigheid van schadelijke en gevaarlijke stoffen wordt hierbij benoemd. Ook is aangegeven waar de relevante informatie gevonden kan worden. De doelstellingen dienen zo geformuleerd te zijn dat het bedrijfsnoodplan in de praktijk toepasbaar is, ook tijdens oefeningen.

Organisatiestructuur
In het bedrijfsnoodplan moet een duidelijke structuur worden benoemd waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke rol het personeel heeft dat binnen het bedrijf werkzaam is. Ook de verantwoordelijkheden dienen duidelijk te worden benoemd evenals de bevoegdheden van bepaalde personen zoals bedrijfshulpverleners (BHV-ers) en leidinggevenden. Verder dient duidelijk inzichtelijk te worden gemaakt hoe de afstemming plaatsvind met de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie.

Communicatie
Een bedrijfsnoodplan gaat voor een groot deel om communicatie, elk personeelslid, leidinggevende en specialist moet weten wat er van hem of haar wordt verwacht. In een communicatieplan wordt dit duidelijk. Het communicatieplan maakt de procedures inzichtelijk over hoe ambulancepersoneel, brandweer, overheidsdiensten, politie en andere relevante instanties opgevangen moeten worden door de organisatie wanneer de melding is gedaan. Kortom wie houdt op welke manier contact met deze verschillende partijen nadat ze op de werklocaties aanwezig zijn om bijstand te verlenen.

Instructieplan
In het instructieplan wordt duidelijk gemaakt wanneer de werknemers geïnstrueerd worden omtrent het calamiteitenplan. De werknemers dienen namelijk voor het betreden van het werkterrein of gebouw op de hoogte zijn van het bedrijfsnoodplan. Het moment van de instructie en de manier waarop de instructie omtrent het bedrijfsnoodplan plaatsvind is vastgelegd in het instructieplan.

Procedures
Een aantal specifieke procedures die moeten opgevolgd worden in het geval van een calamiteit moeten duidelijk zijn omschreven. Dit gaat om de waarschuwings- en alarmeringsprocedures. Dit deel van het bedrijfsnoodplan bevat informatie over:

  • Welke persoon, op welke manier en door welke verantwoordelijk intern gealarmeerd zal moeten worden.
  • Hoe intern gespecialiseerd personeel moet worden opgeroepen en door wie dat gedaan kan worden.
  • Welke perspoon of personen geautoriseerd om hulpdiensten te alarmeren. De alarmnummers moeten makkelijk vindbaar zijn.
  • Op welke plaats of plaatsen het personeel zich dient te verzamelen. Deze verzamelplekken dienen bij iedereen bekend te zijn.

Tekeningen
Een bedrijfsnoodplan bevat ook tekeningen. Dit kunnen tekeningen zijn van een werkterrein maar ook van een gebouw. In het laatste geval zal van elke laag van een gebouw in een tekening moeten worden aangegeven wat de vluchtwegen zijn, waar de blusmiddelen zijn geplaatst en waar de brandmelders zijn aangebracht.

Medische verzorging
Binnen het bedrijfsnoodplan dient ook aandacht te worden besteed aan hoe gewond personeel kan worden geholpen. Voor slachtoffers dienen ook veilige verzamelplaatsen aanwezig te zijn. De medische noodcentra en faciliteiten moeten bekend zijn.

Stappenplan evacuatie

Wanneer er sprake is van een noodsituatie en er een evacuatiesignaal wordt gegeven moeten de volgende stappen worden ondernomen: 

1. Stop direct met werken.

2. Volg de instructies van de opdrachtgever of leidinggevende op.

3. Ga naar een veilige verzamelplaats, deze is benoemd in het evacuatieplan.

4 Gebruik een veilig trappenhuis en geen lift, een lift kan vastlopen.

5. Evacueer indien mogelijk dwars op de windrichting en weg van de bron van het gevaar.

6. Meld je aan bij aankomst op de verzamelplaats.

Bedrijven kunnen in een bedrijfsnoodplan specifieke richtlijnen hebben opgenomen over wat werknemers en andere aanwezigen op de werkplek of binnen een bedrijf moeten doen in geval van nood. Leidinggevenden dienen de inhoud van het bedrijfsnoodplan te kennen en ook operationele en tijdelijk werknemers moeten een bedrijfsnoodplan ontvang als ze het werkterrein betreden. Dit zijn meestal hele korte maar duidelijke en volledige instructies die voorzien zijn van symbolen.

Evacuatieplan bekend maken aan uitzendkrachten
Ook uitzendkrachten dienen op de hoogte te zijn van het evacuatieplan van de opdrachtgever die hen heeft ingeleend om uitzendwerkzaamheden te verrichten. De uitzendkracht moet net als het overige personeel weten welke waarschuwingsmiddelen er zijn en welke vluchtwegen kunnen worden gebruikt. Ook de verschillende soorten alarmen dienen bij de uitzendkracht bekend te zijn evenals de algemene richtlijnen die een uitzendkracht moet opvolgen in geval van noodsituaties. Mocht er een noodoefening zijn of brandoefening dan moet een uitzendkracht daarvan ook op de hoogte worden gebracht.

Wat is SSVV of Stichting Samenwerken voor Veiligheid?

SSVV is een afkorting die staat voor Stichting Samenwerken voor Veiligheid en is een onafhankelijke organisatie die onder andere het VCA-systeem beheert. Binnen deze onafhankelijk stichting zijn alle partijen vertegenwoordigd die bij het VCA-systeem zijn betrokken. Dit zijn onder andere petrochemische bedrijven. Doormiddel van kennis en opleiding wil deze stichting de veiligheid op de werkvloer bevorderen. Veel ongelukken kunnen namelijk worden voorkomen door de veiligheidsrichtlijnen te kennen en daarnaar te handelen. Voor dit doeleinde heeft de SSVV een speciale opleidingsgids ontwikkeld, daarover kun je in de volgende alinea’s meer lezen.

SSVV Opleidingen Gids
Vanuit de SSVV wordt een zogenaamde SSVV Opleidingengids aangeboden. Deze opleidingsgids bevat zogenaamde SOG opleidingen waarbij de letters SOG staan voor SSVV Opleidingen Gids. De SSVV opleidingsgids is bedoelt om informatie te verstrekken aan opdrachtgevers en opdrachtnemers over risicovolle werkzaamheden, risicovolle arbeidsomstandigheden en werkomgevingen waar risico’s zich kunnen voordoen. Onder opdrachtgevers en opdrachtnemers vallen aannemers, onderaannemers, uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Daarnaast biedt de SSVV opleidingengids informatie aan gecertificeerde instellingen met betrekking tot de eisen waaraan de toetsing dient te voldoen. De SSVV opleidingengids maakt daarnaast duidelijk voor welke werkzaamheden en activiteiten in de petrochemische sector aanvullende opleidingen en examinering verplicht is. De examens zullen moeten worden afgelegd bij een SOG-examencentrum dit is een opleidingscentrum dat door de SSVV is erkend.

Verschillende VCA / VCU certificaten voor bedrijven en werknemers

VCA-certificering is bedoeld voor bedrijven die actief zijn in verschillende sector waar risicovolle werkzaamheden op de werkvloer worden verricht. Naast de werkzaamheden kunnen ook de werkomgeving en de arbeidsomstandigheden risico’s met zich meebrengen. Men kan hierbij denken aan bedrijven die actief zijn in de petrochemische sector, de industrie, bouw en elektrotechniek. In al deze sectoren worden verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Het VCA is een algemeen veiligheidscertificaat dat voor meerdere sectoren wordt gebruikt. VCA is een afkorting die staat voor VGM Checklist Aannemers. Hierbij staat de afkorting VGM voor staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Deze drie aspecten krijgen aandacht als men een VCA certificaat wil behalen.

Verschillende VCA certificaten
Er zijn echter verschillende soorten VCA certificaten. Het soort VCA certificaat heeft te maken met de verantwoordelijkheid van de werknemer of leidinggevende op de werkplek. Zo is er voor leidinggevenden een VCA VOL. De afkorting VOL staat voor Veiligheid Operationeel Leidinggevende. 

Voor uitvoerende krachten is er een basis VCA of diploma basisveiligheid VCA. Ook voor uitzendondernemingen er een speciale VCA certificering genaamd VCU, omdat uitzendondernemingen als intermediair functioneren en geen direct toezicht hebben op de werkzaamheden van het uitzendpersoneel. Uitzendkrachten die werkzaam zijn voor uitzendbureaus dienen echter wel in het bezit te zijn van een VCA als de opdrachtgever of de inlener dat vereist. In de volgende alinea is meer informatie weergegeven over VCU en VIL VCU.

VCU en VIL VCU
VCU staat voor Veiligheids- en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties (en detacheringbureaus). Intercedenten dienen in bezit te zijn van een VIL VCU. De afkorting VIL VCU staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden / Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. In feite bestaat de afkorting VIL VCU dus uit twee afkortingen die we voor de duidelijkheid even in twee korte rijtjes hebben neergezet:

  • Veiligheid voor
  • Intercedenten en
  • Leidinggevenden

 

  • Veiligheid, gezondheid en milieu
  • Checklist
  • Uitzendorganisaties

Intercedenten, leidinggevenden en andere interne werknemers van uitzendorganisaties die VCU gecertificeerd zijn dienen in bezit te zijn van een VIL VCU certificaat.

Tot zover de VCA certificering voor werknemers en uitzendorganisaties. Voor reguliere bedrijven zijn er echter ook verschillende soorten VCA certificaten. Deze worden in de alinea hieronder benoemd onder het kopje VCA bedrijfscertificaten.

VCA bedrijfscertificaten
In totaal zijn er drie verschillende VCA bedrijfscertificaten die door bedrijven in de techniek en de bouw kunnen worden behaald. Dit zijn dus bedrijfsgebonden VCA certificaten. We noemen ze hieronder:

  • VCA*
    Dit certificaat bevat één ster. Dit VCA niveau is gericht op de directe VGM- zorg bij de activiteiten die plaatsvinden op de werkvloer. Dit VCA certificaat met één ster is voor bedrijven die minder dan 35 werknemers aan het werk hebben en daarnaast geen hoofdaannemer zijn in hun bedrijfsactiviteiten.
  • VCA**
    Dit VCA certificaat bevat twee sterren. Het is een zwaarder VCA certificaat dan VCA*. Naast de hierboven genoemde aspecten worden bij VCA** ook de veiligheidsstructuren en veiligheidssystemen binnen het bedrijf van de aannemer beoordeeld. VCA met twee sterren is een certificering die bestemd is voor organisaties met meer dan 35 werknemers in dienst en bedrijven die ook als hoofdaannemer actief zijn. Ook als ze minder van 35 werknemers in dienst hebben en hoofdaannemerschap in als bedrijfsactiviteit hebben zullen de bedrijven moeten beschikken over VCA**.
  • VCA-P
    Dit is een speciaal VCA certificaat voor de petrochemie. Bij VCA-P staat de letter P voor petrochemie oftewel de petrochemische sector. Het VCA-P certificaat is bestemd voor bedrijven die werkzaamheden uitvoeren in de petrochemische sector. Dit is de sector waar olie en gas worden gewonnen en verwerkt tot producten. VCA-P is in feite een VCA certificaat met een extra aanvulling gericht op de risico’s van het werken in de petrochemische sector.

VCO certificering
Een VCA certificering die misschien wat minder bekend in de oren zal klinken is de VCO. De afkorting VCO staat voor Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Opdrachtgevers. Dit maakt tevens het doel duidelijk van het VCO certificaat. De VCO-certificatie is namelijk bedoelt voor opdrachtgevers die opdrachten vertrekken aan VCA gecertificeerde bedrijven of bedrijven die VCA gecertificeerd zouden moeten zijn. Doormiddel van VCO wordt aan opdrachtgevers de verplichting opgelegd om zorg te dragen voor de juiste voorwaarden en omstandigheden voor VCA-gecertificeerde aannemers en de uitzendkrachten die voor deze aannemers werken.

De uitzendkrachten die voor VCU- gecertificeerde uitzendorganisaties opdrachten uitvoeren zullen voor een opdrachtgever veilig hun werkzaamheden moeten kunnen uitvoeren en ook hun gezondheid mag tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden niet geschaad worden. Een opdrachtgever is echter lang niet altijd VCA gecertificeerd omdat niet alle opdrachtgevers zelf actief werkzaamheden als aannemer uitvoeren in de bouw. Een particulier kan bijvoorbeeld ook opdracht geven om een bouwproject te laten uitvoeren, datzelfde geldt bijvoorbeeld voor een overheidsinstelling, school of een financieel bedrijf. Deze opdrachtgevers kunnen wel de opdracht geven aan bouwbedrijven en technische uitzendkrachten om technische werkzaamheden uit te voeren.

Doormiddel van een VCO certificaat maakt een opdrachtgever duidelijk dat deze de juiste arbeidsomstandigheden en voorwaarden wil creëren voor VCA-gecertificeerde aannemers als deze bij het VCO gecertificeerde bedrijf risicovolle werkzaamheden uitvoeren.

Veilig hijsen: een aantal richtlijnen

Als men lasten gaat verplaatsen doormiddel van hijswerktuigen zoals kranen zal men een aantal veiligheidsrichtlijnen in acht moeten nemen. De belangrijkste factoren zijn de mens en het hijgereedschap oftewel de hijswerktuigen. De mens in dit geval de kraanmachinist zal over de benodigde kennis en ervaring moeten beschikken om een kraan veilig te kunnen bedienen. De kraanmachinist moet over hijsbewijs beschikken of een certificaat voor veilig hijsen. Er zijn een aantal algemene veiligheidsaspecten die hieronder in een paar alinea’s zijn geschreven.

Kraanmachinist en aanpikkelateur
Ook de aanpikkelateur die de lasten daadwerkelijk aan de hijsbanden, haken en andere bevestigingsmaterialen van de kraan moet bevestigen zal over de nodige ervaring moeten beschikken. Het aanslaan van lasten is niet eenvoudig. Naast kennis en ervaring moeten de kraanmachinisten en de aanpikkelateurs ook tijdens hun werk hun aandacht goed bij hun werk houden en de veiligheidsinstructies goed opvolgen. Dit houdt ook in dat de aanpikkelateur en de kraanmachinist fysiek en psychisch in staat moeten zijn om het werk veilig en goed uit te kunnen voeren.

Hijswerktuig
Ook het hijsmiddel of hijswerktuig  dient veilig en constructief stevig te zijn. Dit houdt in dat deze werktuigen jaarlijks gekeurd moeten worden door een erkende instantie. Bovendien zal de kraanmachinist dagelijks zelf ook zo verantwoordelijk met zijn of haar werk om moeten gaan dat er regelmatig zelfstandig controles worden gedaan. De kraanmachinist kan in het zogenaamde kraanboek lezen om wat voor soort kraan het gaat, van welk type deze is en welke datum de kraan voor het laatst gekeurd is.

Daarnaast zijn ook de certificaten van de hijskabels van groot belang evenals de certificaten van het kettingwerk als daarvan gebruik wordt gemaakt. Als al deze onderdelen van de hijsinstallatie technisch deugdelijk en veilig zijn kan men met in achtneming van nog een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen met het hijsen beginnen. De algemene veiligheidsrichtlijnen zijn in de volgende alinea benoemd en hebben onder andere te maken met de wind en de ondergrond.

Algemene veiligheidsrichtlijnen voor veilig hijsen
Naast de werknemers en de werktuigen zijn ook een aantal algemene aspecten van belang als men gaat hijsen met een hijswerktuig. We noemen de volgende richtlijnen:

  • Hijs nooit meer gewicht dan de toegelaten veilige werkbelasting. Dit wordt ion het Engels ook wel Safety Working Load genoemd en afgekort met SWL.
  • Grote lasten moet men op meerdere punten aanslaan en er voor zorgen dat de last in balans hangt.
  • Als men gebruik maakt van een haak dan moet deze niet op de punt worden belast.
  • Gebruik het juiste hijsgereedschap voor de last.
  • Zorg voor een vlakke, stabiele ondergrond als men de kraan gaat afstempelen of neerzetten. De ondergrond moet niet grote oneffenheden bevatten als men er een stempel op aanbrengt. De druk van de kraan wordt doormiddel van de kraan op de ondergrond overgebracht. Als deze ondergrond zacht of drassig is kan dat er voor zorgen dat de kraan wegzakt wat een groot gevaar oplevert voor de omgeving.
  • Het weer is een belangrijke factor die van invloed kan zijn op het hijsen van lasten. Met name de wind is hierbij van belang. Boven windkracht 6 mag men bijvoorbeeld niet meer hijsen omdat de windkracht dan te groot is en er voor zorgt dat de last niet meer stabiel in de kraan hangt.
  • De aanpikkelateur moet de last op de juiste wijze aanslaan en daarvoor goedgekeurd hijsmateriaal gebruiken.
  • De aanpikkelateur en de kraanmachinist dienen een goed contact met elkaar te hebben doormiddel van communicatieapparatuur in combinatie met gebaren. In het laatste geval is het belangrijk dat de kraanmachinist en de aanpikkelateur elkaar zien. Dit is wel de aanbeveling maar in de praktijk helaas niet altijd mogelijk. Dan zal men zeker een goede manier van communiceren moeten hanteren doormiddel van een telefoonverbinding, walkietalkies of portofoons.
  • Er mag maar één persoon met de machinist communiceren. Dit is meestal de aanpikkelateur.
  • Voordat man gaat beginnen met hijsen moeten de aanpikkelateur en de kraanmachinist goed van elkaar weten wat met bepaalde armseinen wordt bedoelt.
  • Zorg binnen de draaicirkel van een kraan geen mensen werken die daar niets te zoeken hebben.
  • Maak geen last vast buiten de draaicirkel van de kraan. Als dat gebeurd zal de last zodra deze van de grond getild is gaan slingeren en een groot gevaar opleveren.
  • Zowel de machinist van de kraan, de aanpikkelateur en het overige personeel zal de benodigde en voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen moeten dragen.
  • Het hijsgereedschap dient uiteraard jaarlijks gekeurd te worden maar ook dagelijks dient er een extra visuele controle te worden gedaan waarmee de kraanmachinist of de aanpikkelateur controleert of het hijsgereedschap veilig gebruikt kan worden.
  • De laatste veiligheidsrichtlijn is een hele belangrijke: ga nooit onder een last staan die opgehesen wordt. Het grootste risico is namelijk dat mensen worden getroffen door vallende lasten.

Zoals je leest zijn voor zowel de mens als het werktuig een cruciale rol weggelegd met betrekking tot de veiligheid. Ook de omgeving en arbeidsomstandigheden zijn onlosmakelijk verbonden met de veiligheid. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie besteed een bedrijf aandacht aan alle aspecten die een gevaar (kunnen) vormen op de werkplek. De Risico Inventarisatie en Evaluatie dient ook voorzien te zijn van een plan van aanpak waarmee de risico’s op de werkplek worden aangepakt. Daaruit vloeien verschillende maatregelen voort zoals bronbestrijding maar ook beheersmaatregelen zoals persoonlijke beschermingsmiddelen en duidelijke werkinstructies. Uiteindelijk zullen zowel de werkgever en de werknemer hun verantwoordelijkheid moeten nemen met betrekking tot veilig werken en dus ook veilig hijsen.  

Wat is een handtakel en waar wordt een handtakel voor gebruikt?

Handtakels zijn hijsmiddelen die doormiddel van de spierkracht van een mens in beweging worden gebracht om lasten te verplaatsen. Een handtakel maakt dus geen gebruik van een aandrijving in de vorm van een elektromotor. Deze takels behoren tot de meest eenvoudige hijsmiddelen en bevatten een katrol waarover een ketting loopt met een haak aan het uiteinde bevestigd. De katrol bevind zich hoger dan de haak die aan de ketting is bevestigd. Daarom vormt de katrol als het ware het hoogste punt van de handtakel. Handtakels worden gebruikt om laste op te tillen en verticaal te verplaatsen. Men kan doormiddel van een handtakel een last omhoog of omlaag brengen.

Handtakels zijn er in verschillende uitvoeringen. Er zijn handtakels waarmee men zware lasten kan verplaatsen maar er zijn ook eenvoudiger uitvoeringen waarmee men kleine en lichte objecten kan optillen. Hoewel een handtakel een eenvoudig middel is om lasten op te hijsen is het geen hijgereedschap zonder gevaar. De takel kan bijvoorbeeld bezwijken doordat de ketting is geknapt of de katrol is losgeschoten. Ook zal men de last goed aan de haak van de takel moeten bevestigen. Als dat niet gebeurd kan de last uit de takel vallen en een ernstig ongeluk veroorzaken. Bedrijven moeten er voor zorgen dat werknemers zo veilig mogelijk kunnen werken. Dit zijn bedrijven volgens de Arbowet verplicht.

Bedrijven moeten er voor zorgen dat het materiaal en de machines die het personeel gebruikt veilig zijn. Omdat hijswerktuigen zwaar belast (kunnen) worden en er duidelijke risico’s aanwezig zijn als men hijswerktuigen gebruikt moet men er zeker van zijn dat de hijswerktuigen en hijsmiddelen veilig en goed functioneren. Daarvoor zijn keuringen van belang. In de volgende alinea is informatie weergegeven over de gevaren van werken met een handtakel.

Gevaren van werken met een handtakel
Het werken met een handtakel kan gevaar opleveren. De gevolgende gevaren worden genoemd:

  • Het breken van een onderdeel van de hand takel door onjuist gebruik door de bediener.
  • Het breken van een deel van het materiaal waar de takel aan bevestigd is.

Risicobeheersing werken met een handtakel
De risicp’s van werken met een handtakel kan men beperken door de volgende veiligheidsrichtlijnen in acht te nemen.

  • Hantakels mogen alleen gebruikt worden door werknemers die hiermee om weten te gaan.
  • Vervoer geen lasten boven het hoofd van jezelf en andere mensen.
  • Gebruik stevige aanslagpunten.
  • Gebruik alleen gekeurd materiaal, zowel de takel als de overige hijsgereedschappen dienen veilig en gekeurd te zijn.
  • Belast de haak niet op de punt.
  • Niet overbelasten, hijs nooit meer dan het maximale gewicht waar de handtakel op berekend is.
  • Inspecteer de takel altijd voor gebruik.
  • Bij defect moet de takel niet worden gebruikt en dient het defect gemeld te worden aan een leidinggevende.

Kenmerken machine volgens de Europese Machinerichtlijn

De Europese machinerichtlijn (2006/42/EG) is een richtlijn die in Europa wordt gehanteerd voor de machine-industrie en bevat veiligheidscriteria waaraan machines die in Europa gebouwd en gebruikt worden moeten voldoen. De machinerichtlijn is een belangrijk middel om er voor te zorgen dat de machines die geproduceerd en gebruikt worden veilig zijn. Zo moeten bijvoorbeeld draaiende onderdelen van de machine worden afgeschermd zodat er geen kledingstukken, haren of andere loshangende delen in de machine getrokken kunnen worden. De machinerichtlijn is natuurlijk een goed middel om er voor te zorgen dat veilige machines worden gemaakt en gebruikt maar dan moet men wel weten wat de Europese Machinerichtlijn onder machines verstaat. Daarover gaat dit artikel.

Wat is een machine volgens de Europese Machinerichtlijn
De Europese Machinerichtlijn geeft aan dat een machine over de volgende kenmerken moet beschikken:

  • Er is een aandrijfmechanisme gemonteerd.
  • Minimaal één onderdeel kan bewegen.
  • Er is een vermogensschakelaar of bedieningsschakelaar gemonteerd.

Onder deze algemene richtlijnen vallen zeer veel verschillende machines die worden gebruikt voor de productie van bijvoorbeeld voedingsmiddelen, gebruiksvoorwerpen en verpakkingsmaterialen. De
Europese Machinerichtlijn heeft daarom ook verschillende definities voor machines opgesteld. Deze definities staan in de volgende alinea.

Definities voor machine’s uit de Europese Machine Richtlijn
De
Europese Machine Richtlijn geeft een aantal definities voor machines. De volgende definities geeft de Europese Machine Richtlijn voor machines:

1. een samenstel, voorzien van of bestemd om te worden voorzien van een aandrijfsysteem – maar niet op basis van rechtstreeks gebruikte menselijke of dierlijke spierkracht -, van onderling verbonden onderdelen of componenten waarvan er tenminste één kan bewegen, en die samengevoegd worden voor een bepaalde toepassing;

2. een samenstel als bedoeld onder 1, waaraan slechts de componenten voor de montage op de plaats van gebruik of voor de aansluiting op kracht- of aandrijfbronnen ontbreken;

3. een samenstel als hierboven bedoeld dat gereed is voor montage en dat alleen in deze staat kan functioneren na montage op een vervoermiddel of montage in een gebouw of bouwwerk;

4. samenstellen van machines zoals hierboven bedoeld en/of niet voltooide machines als die, teneinde tot hetzelfde resultaat te komen, zodanig zijn opgesteld en worden bestuurd dat zij als één geheel functioneren;

5. een samenstel van onderling verbonden onderdelen of componenten waarvan er tenminste één kan bewegen en die in hun samenhang bestemd zijn voor het heffen van lasten en die uitsluitend rechtstreeks aangedreven worden door menselijke spierkracht.

Belang van de definities van de Europese Machine Richtlijn
Wanneer een product voldoet aan één van deze definities dan is het product volgens de Europese Machinerichtlijn een machine en zal de fabrikant, voordat de machine op de markt wordt gebracht of gebruikt wordt, er voor moeten zorgen dat de machine aan de eisen van de Europese Machinerichtlijn voldoet. Dit betekend dat de machine aan de veiligheidseisen van de richtlijn moet voldoen evenals de overige richtlijnen met betrekking tot de gezondheid en het milieu. Daarnaast moet door de fabrikant een technisch constructiedossier worden opgesteld en moeten de gebruiksgrenzen van de machine worden bepaald. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van verplichtingen die uit de Europese Machinerichtlijn voortvloeien.

Veilig tillen

Tillen wordt veel gedaan op de werkvloer en is een activiteit waarbij een persoon met zijn of haar handen een object zwaarder dan 3 kilogram beetpakt en vervolgens handmatig verticaal verplaatst. Deze handeling dient binnen vijf seconden te zijn voltooit. Als de handeling langer duurt spreekt men van het dragen van een last. Dit is ook het geval wanneer men het object dat opgetild is meeneemt en een persoon zichzelf verplaatst terwijl hij of zij de last blijft vasthouden om bijvoorbeeld de last ergens anders neer te leggen.

Welk gewicht mag je maximaal tillen?
In de meeste sectoren mag men maximaal 23 kilogram tillen. Er zijn echter ook sectoren waarin men 25 kg als maximale gewicht hanteert. Dit is echter een maximum en houdt dus in dat men niet de hele dag 25 kg structureel moet gaan tillen. Als mensen vaak tillen of dragen dan zal het maximale tilgewicht veel lager moeten komen te liggen om schade aan de rug en gewrichten te voorkomen. Naast het gewicht is ook de houding waarmee men tilt van groot belang voor het voorkomen van letsel.

Waar moet je rekening mee houden als je tilt?
Voordat men gaat tillen moet men rekening houden met een aantal aspecten:

  • Wat is het gewicht van het object?
  • Kan het object goed worden beetgepakt?
  • Wat is de afstand tot het object?
  • Kan het object dicht tegen het lichaam worden getild?
  • Hoeft men de romp niet te verdraaien als men gaat tillen?
  • Over welke afstand moet het object opgetild worden en weggezet?
  • Hoe vaak moet er getild worden, kortom de tilfrequentie?
  • Is het object dat getild moet worden niet scherp en bevat het geen gevaarlijke uitsteeksels waaraan men zich kan bezeren?
  • Kan het object veilig worden neergezet?
  • Raken de vingers niet bekneld als het object wordt neergezet?
  • Is het tillen noodzakelijk of kan men gebruik maken van hijgereedschap?
  • Is de vloer niet glad en vrij van obstakels?

Hoe kun je veilig en verantwoord tillen?
Als je rekening houdt met de hiervoor genoemde aspecten dan is een belangrijke eerste stap gezet in het proces van veilig tillen. Er zijn echter nog een aantal aspecten waar men rekening zal moeten houden tijdens het tillen zelf.  Dit zijn de richtlijnen die met name te maken hebben met de activiteit tillen zelf. De volgende richtlijnen zijn van belang:

  • Til maximaal 23 tot 25 kilogram.
  • Ga voordat je start met tillen recht voor de last staan.
  • Til niet met een gedraaide rug.
  • Til de last zo dicht mogelijk tegen het lichaam aan.
  • Zorg dat het zwaartepunt van de last zo dicht mogelijk tegen het lichaam wordt gebracht tijdens het tillen.
  • Houdt de last zo veel mogelijk in balans tijdens het tillen.
  • Gebruik twee handen tijdens het tillen.
  • Pak een last beet bij handvaten of uitsparingen waar men goed grip kan krijgen.
  • Bij het tillen van grote glazen ramen kan men speciale zuignappen aanbrengen waaraan handvaten bevestigd zijn. Er zijn ook elektromagneten met handvaten voor metalen platen die als tilhulp gebruikt kunnen worden.
  • Voorkom dat je moet reiken tijdens het tillen.
  • Ga niet hoger tillen dan schouderhoogte.
  • Til niet met een gebogen rug.
  • Zak voordat je gaat tillen door de knieën.
  • Draag veiligheidsschoenen voor het geval de last uit de handen valt. Ook zijn goedgekeurde veiligheidsschoenen voorzien van een goed profiel zodat de kans op uitglijden minder groot is.
  • Maak de vloer vrij als je de last wil gaan dragen.
  • Neem voldoende pauzes tussen de tilwerkzaamheden.
  • Als je last krijgt van je lichaam tijdens het tillen moet je het tillen stoppen en de last voorzichtig neerzetten.

NIOSH formule of NIOSH tilnorm
Het maximale gewicht dat men kan tillen is afhankelijk van een aantal omstandigheden. Voor het berekenen van het maximale tilgewicht heeft het Amerikaanse Instituut voor Veiligheid en Gezondheid (NIOSH; National Institute of Occupational Safety and Health) een speciale rekenmethode ontwikkeld die ook wel de NIOSH tilnorm of NIOSH formule wordt genoemd. In deze berekeningsmethode wordt rekening gehouden met de verschillende omstandigheden en factoren die van toepassing zijn als men gaat tillen. In de NIOSH formule houdt men rekening met de volgende factoren:

  • afstand tot het lichaam
  • tilhoogte
  • verdraaiing van het bovenlichaam
  • afstand waarover het object verplaatst moet worden.

Dit alles staat in de NIOSH-formule waarmee de Recommended Weight Limmit kan worden berekend. Dit is het aanbevolen maximale tilgewicht en wordt afgekort met RWL :

RWL/ tilgewicht (in kg) = 23kg x Hf x Vf x Df x Af x Ff x Cf

  • Hf = Horizontale factor 25/H (minimaal 25 cm tot maximaal 63 cm)
  • Vf = Verticale factor 1 – 0.003 x |V – 75| (maximaal 175 cm)
  • Df = Verplaatsingsfactor 0,82 + 4,5/D (verplaatsing < 25 cm, dan Df = 1)
  • Af = Assymmetriefactor 1 – 0,0032 A (in °) (rotatie moet < 125° zijn)
  • Ff = Frequentiefactor is het aantal keer per minuut dat men tilt
  • Cf = Contactfactor is hanteerbaarheid (goed = 1)

Oorzaken elektrocutie en kortsluiting

Werken met elektriciteit en elektrische installaties brengt risico’s met zich mee. De belangrijkste gevaren van werken met elektriciteit zijn elektrocutie en kortsluiting. Deze twee gevaren zijn bekend maar ondanks dat komen beide gevaren nog regelmatig voor op de werkplek. Bedrijven zijn verplicht om hun risico’s te inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Bij veel bedrijven wordt in dit RI&E ook elektrocutie en kortsluiting als gevaar genoemd. In een plan van aanpak, dat onderdeel vormt van de Risico Inventarisatie en Evaluatie, wordt door een bedrijf aangegeven hoe de gevaren effectief bestreden kunnen worden. Daarbij kijkt men uiteraard ook naar de oorzaken. Door de oorzaken van de risico’s weg te nemen doet men aan bronbestrijding en dat is de beste preventie. Daarvoor is echter kennis nodig, daarom wordt in deze tekst basisinformatie weergegeven over elektrocutie en kortsluiting. Daarna worden een aantal mogelijke oorzaken benoemd.

Wat is elektrocutie?
Elektrocutie ontstaat wanneer een schadelijke elektrische stroomschok door een menselijk lichaam heen gaat met de dood tot gevolg. Als men niet dood gaat door de elektrische stroom door het lichaam dan spreekt men van elektrisering. Feitelijk is het woord elektrocutie een samenvoeging van de woorden elektro en executie. Tegenwoordig wordt elektrocutie gebruikt voor de doodstraf waarbij gebruik wordt gemaakt van elektrische stroom als voor ongelukken waarbij mensen dodelijk getroffen worden door elektrische stroom nadat ze spanningsvoerende delen van een elektrische installatie hebben aangeraakt. Elektrocutie kan optreden als het menselijk lichaam in contact komt met twee punten die een verschillend elektrisch potentiaal hebben. De elektrische stroom zal dan door het lichaam van een men heen gaan en zal daarbij de weg van de minste weerstand kiezen. Dat is in dit geval de bloedvaten, het hart en de longen. Dat zijn levensbelangrijke organen waardoor elektrocutie zo gevaarlijk is.

De grote van het gevaar is afhankelijk van de volgende factoren:

  • De weg die de elektrische stroom door het lichaam heeft afgelegd.
  • De duur dat een mens onder elektrische stroom heeft gestaan.
  • Isolerende factoren zoals handschoenen en kleding.
  • Het spanningsverschil tussen de contactpunten. Deze wordt weergegeven in Volt.
  • De stroomsterkte. Deze wordt weergegeven in Ampère.

Wat is kortsluiting?
Kortsluiting ontstaat wanneer twee delen van een elektrische installatie die beide onder spanning staan met elkaar in contact komen. Kortsluiting kan op verschillende manieren ontstaan bijvoorbeeld doordat men onvoldoende isolatie heeft aangebracht rondom de spanning voerende delen van de elektrische installatie die daardoor mogelijk met elkaar in contact kunnen komen. Ook de uitwerking van vocht kan kortsluiting veroorzaken omdat het meeste vocht elektrische stroom goed geleid. Kortsluiting kan ook een zogenaamde vlamboog veroorzaken. Bij een vlamboog legt de elektrische stroom een (meestal korte) afstand af door de lucht. Dit proces kan per ongeluk worden veroorzaakt maar er zijn ook situaties waarin bewust een elektrische vlamboog wordt gecreëerd. Denk hierbij aan het elektrisch booglassen. Het elektrisch booglassen is dus in feite een bewust veroorzaakte kortsluiting waarbij de lasser de hitte van de kortsluiting gebruikt om een smeltbad voor een lasverbinding te maken. De meeste kortsluiting ontstaat echter onbedoeld waardoor er vaak nog meer gevaren optreden zoals brand en explosies.

Oorzaken van kortsluiting en elektrocutie
Elektrocutie en elektrisering zijn dodelijk en levensgevaarlijk, kortsluiting hoeft niet altijd levensgevaarlijke gevolgen te hebben maar kan wel voor een kettingreactie aan risicovolle situaties zorgen bijvoorbeeld een defecte elektrische installatie, brand en explosie(s). Dit zijn grote risico’s en moeten daarom bestreden worden. Daarom is het van belang om de oorzaken van deze twee risico’s in kaart te brengen. We noemen de volgende mogelijke oorzaken:

  • Slechte isolatie van de delen waaruit de elektrische installatie bestaat.
  • Gereedschappen die werken op 220 volt zijn onvoldoende geïsoleerd. Deze moeten wettelijk dubbel geïsoleerd zijn (herkenbaar aan het logo met een kleiner vierkant in een groter vierkant.
  • Onjuist handgereedschap. Wanneer men werkt aan een elektrische installatie moet de monteur de elektrische spanning van de installatie afhalen en dit controleren. Voor de zekerheid werkt een monteur ook met speciaal handgereedschap voor elektromonteurs. Dit is goed geïsoleerd gereedschap. Mocht er toch spanning op de installatie komen te staan dan kan dit gereedschap als het goed gebruikt wordt een belangrijke extra veiligheidsmiddel zijn.
  • Machines of gereedschappen zijn beschadigd waardoor de isolatie niet meer werkt en spanningsvoerende delen met elkaar in contact kunnen komen.
  • Onjuiste installatie van elektrische componenten. Er is teveel weerstand tegen de elektrische stroom in de bedrading of in de componenten aanwezig waardoor deze oververhit raken.
  • Men werkt aan elektrische installaties zonder dat men de elektrische installatie eerst spanningsvrij maakt.
  • De installatie of machine is niet geaard of de aarding is onjuist aangelegd waardoor er een aardfout kan ontstaan. Elektrische stroom kan dan via het lichaam naar de aarde stromen waardoor elektrisering optreed of elektrocutie.

Preventieve maatregelen
De hierboven genoemde oorzaken van kortsluiting, elektrisering en elektrocutie kunnen voor een groot deel worden voorkomen als men er voor zorgt dat de elektrische installaties door een vakbekwaam elektromonteur zijn aangelegd. Een vakbekwaam persoon wordt ook wel met de letters VP aangeduid en heeft een erkende elektrotechnische opleiding gehad. Een voldoende opgeleid persoon of voldoende onderricht persoon (VOP) is voldoende geïnstrueerd om eenvoudige duidelijk omschreven werkzaamheden uit te voeren aan elektrische installaties. Een VOP ontvangt daarvoor een aanwijzingsformulier. Wanneer werkzaamheden zijn uitgevoerd aan een elektrische installaties zal de vakbekwaam persoon, meestal een eerste elektromonteur of leidinggevend elektromonteur, de installatie controleren voordat deze in gebruik genomen zal worden.

Daarnaast zal men gebruik moeten maken van dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap en geïsoleerd handgereedschap. Als men werkt met kabelhaspels dan moet de kabelhaspel helemaal worden afgerold. Als er namelijk veel elektrisch vermogen wordt afgenomen zal de elektriciteitskabel in de kabelhaspel heel heet kunnen worden en de elektrische isolatie kunnen gaan smelten en branden.

Aardlekautomaat
Elektrische installaties moeten uiteraard worden voorzien van de verplichte beschermingssystemen waaronder een aardlekautomaat. Deze beschermd de elektrische installatie tegen overbelasting, kortsluiting en een hoge lekstroom in het elektriciteitsnet. De aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Een aardlekautomaat bevat verschillende kleine hendeltjes of knopjes dienaar beneden klikken als er in een bepaalde grote een fout wordt geconstateerd. De aardlekautomaat is de vervanger van de oude stoppenkast die zekeringen of stoppen bevatten met een smeltveiligheid.

Aardlekschakelaar
Aardlekschakelaars vormen een elektrische beveiliging als er in een elektrische installatie een lekstroom optreed. In dat geval schakelt de aardlekschakelaar de elektrische spanning uit en wordt een installatie spanningsloos gemaakt. Een aardlekschakelaar is iets anders dan een aardlekautomaat. Een aardlekautomaat is namelijk een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat. Als men dus een elektrische installatie heeft zonder aardlekautomaat dan is de kans groot dat er een installatieautomaat is geplaatst. De installatieautomaat wordt ook wel een zekeringautomaat of maximumschakelaar genoemd. Als er een installatieautomaat is geplaatst dan dient er voor de veiligheid een aardlekschakelaar aanwezig te zijn.

Arbeidsomstandigheden en werkplek
Het is uiteraard belangrijk dat men rekening houdt met de werkplek waarin men werkt aan elektrische installaties. Als deze werkplek vochtig is zal de kans op elektrocutie of elektrisering toenemen evenals de kans op kortsluiting. Dit is ook het geval wanneer men werkt aan machines en ruimten die van geleidend materiaal zijn gemaakt. verder dient men rekening te houden met het feit dat vonken die ontstaan door bijvoorbeeld kortsluiting een brandbaar mengsel kunnen ontsteken. In ruimten waar deze brandbare of explosieve stoffen aanwezig zijn gelden speciale richtlijnen voor elektrische installaties en mag niemand aan deze elektrische installaties werken tenzij hiervoor een specifieke werkvergunning is afgegeven.

Veilig autogeen lassen

Autogeen lassen is een lasproces waarbij een lasser gebruik maakt van een gas in combinatie met zuurstof om een vlam te creëren waarmee metaal op een smeltpunt wordt gebracht zodat een lasverbinding kan worden gemaakt. Bij autogeen lassen wordt gebruik gemaakt van acetyleen. Door gebruik te maken van de oxy-acetyleen vlam kan men zeer hoge temperaturen bereiken. Deze hoge temperaturen kunnen oplopen tot 3.200 graden Celsius. Het oxy-acetyleen gasmengsel is een mengsel waarmee een temperatuur kan worden behaald die hoog genoeg is om staal te laten smelten zodat de lasser een lasverbinding kan maken. Autogeen lassen wordt onder andere toegepast in het lassen van dikwandige stalen cv-leidingen. Natuurlijk is een hoge temperatuur belangrijk als men met gas wil lassen maar het brengt ook gevaren met zich mee. Hieronder staan de belangrijkste gevaren die van toepassing zijn op autogeen lassen.

Gevaren van autogeen lassen
Autogeen lassen is een lasproces waarbij men gebruik maakt van een vlam. Men heeft het daarom ook wel over lassen met vlam in plaats van het lassen met een elektrische boog. Het lassen met vlam heeft een aantal specifieke risico’s waar men rekening mee dient te houden:

  • Kans op brand door de hoge temperaturen die tijdens het lassen en het verbranden van het oxy-acetyleen mengsel ontstaan.
  • Lasspetters die tijdens het lassen kunnen ontstaan zorgen ook voor risico’s op verbranding.
  • De cilinders waar het brandbare gas onder druk wordt opgeslagen zorgen voor een risico op explosie brand en oxideren.
  • Vlamterugslag kan voorkomen bij het lassen met acetyleen. Tijdens de vlamterugslag stroomt het brandbare gasmengsel terug in de brander waardoor er een groot gevaar is voor een explosie.
  • Er bestaat kans op lekkage van zuurstof met brand tot gevolg.
  • Ook brandbaar gas kan lekken en een enorm risico veroorzaken op brand.
  • De gassen die worden gebruikt zijn zwaarder dan lucht en kunnen daardoor onder in ruimten blijven hangen. Vooral wanneer men werkt in een kruipruimte of kelder, kortom de laagste ruimtes in een gebouw, loopt men gevaar. Het gas blijft in deze ruimten hangen en zorgt er voor dat men kan stikken.
  • Acetyleen wordt opgeslagen in een aceton opgelost mengsel in een poreuze massa. Dit mengsel moet rechtop worden vervoerd. Als dit niet gebeurd en de fles liggend wordt vervoerd worden de componenten gescheiden en is het mengsel zeer explosiegevaarlijk en mag beslist niet meer gebruikt worden voor het lasproces.

Autogeen lassen zorgt voor grote risico’s die met name verbonden zijn aan het brandbare mengsel waarmee men last. Er zijn echter ook een aantal algemene aspecten waarmee men rekening dient te houden voordat men autogeen gaat lassen. Deze aspecten zijn in de volgende alinea benoemd.

Veiligheidsinstructies voor autogeen lassen
De volgende veiligheidsinstructies bevatten instructies voor het autogeen lassen specifiek. Daarnaast zijn ook een aantal algemene veiligheidsinstructies benoemd die van toepassing zijn op vrijwel alle lasprocessen waaronder elektrisch booglassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag een veilige lasbril die specifiek voor autogeen lassen is ontwikkeld.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel de vlam goed in een conische vlam is het beste. Als men een verkeerde ‘punt’ heeft op de vlam zal het lassen moeilijk worden en kan er schade aan het werkstuk ontstaan en mogelijk meer spetters en brand.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder acetyleen, zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten. Ook dienen de slangen goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Vervoer een acetyleenfles altijd rechtop zodat het mengsel in de fles niet tot een gevaarlijke explosieve massa wordt gemengd.
  • Ook tijdens het lassen dient de acetyleenfles rechtop te staan.
  • Zorg er voor dat de lasdampen die tijdens autogeen lassen ontstaan worden afgezogen door een speciale afzuiginstallatie.
  • Mocht een acetyleenfles omvallen dan dient deze zo snel mogelijk weer rechtop gezet te worden en mag men daar de eerste vier dagen niet mee lassen.
  • Houdt blusmiddelen binnen handbereik.

Tot slot nog de opmerking dat autogeen lassen geen lasproces is voor beginners. Zorg er voor dat je goede instructies krijgt van een ervaren autogeen lasser. Werk in ieder geval onder toezicht als je voor het eerst autogeen last. Het autogeen lassen is een lasproces dat je leert door ervaring en dat kost tijd en veel oefening. Men moet echter rekening houden met de risico’s als men dat niet doet is autogeen lassen levensgevaarlijk.

Veilig elektrisch lassen

Elektrisch lassen is een verzamelnaam voor verschillende lasprocessen waarbij men elektriciteit gebruikt om een lasverbinding tot stand te brengen. De bekendste categorie hiervan is het elektrisch booglassen waar ook het lassen met booglassen met beklede elektrode (afgekort BMBE lassen) en het MIG/ MAG lassen (afkortingen: Metal Inert Gas en Metal Active Gas) toe behoren.

Toepassing elektrisch lassen
Elektrisch lassen komt veel voor in de techniek. Doormiddel van de verschillende soorten lasprocessen kunnen onuitneembare lasverbindingen tot stand worden gebracht. Daarbij is niet alleen het lasproces van belang maar ook de lasdraad (lastoevoegmateriaal) en het beschermgas dat ook wel backinggas wordt genoemd. Voor het lassen van staal gebruikt men over het algemeen goedkope actieve gassen. Voor het lassen van RVS, aluminium en hoogwaardige roestvaste legeringen gebruikt men over het algemeen inerte gassen zodat het smeltbad goed beschermd is tegen de corrosieve werking van zuurstof en andere invloeden uit de atmosfeer. 

Vaak wordt BMBE lassen elektrisch lassen genoemd of elektrodelassen. Dit is echter niet geheel juist want er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Zo behoort ook TIG-lassen (TIG=Tungsten Inert Gas) tot het elektrisch lassen alleen smelt hierbij de Wolfram elektrode niet af. Bij BMBE lassen smelt de elektrode wel af evenals bij MIG/MAG lassen waarbij de elektrode tevens de lasdraad is. Kortom er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Omdat elektrisch lassen zo vaak wordt gedaan in de techniek is het belangrijk om een aantal veiligheidsaspecten te benoemen zodat de veiligheid op de werkvloer wordt bevorderd. In de volgende alinea zijn eerst een aantal specifieke gevaren genoemd met betrekking tot lassen en dan met name elektrisch boog lassen.

Gevaren van elektrisch lassen
Elektrisch lassen kent een aantal specifieke en een aantal algemene gevaren waar men mee rekening dient te houden voordat men gaat lassen. We noemen de volgende:

  • Men werkt met elektriciteit waardoor er gevaar is op elektrocutie.
  • Er is brandgevaar vanwege de lasspetters die van de meeste lasprocessen af komen.
  • Er is ook explosiegevaar wanneer men last in een omgeving met mogelijke explosieve stoffen en explosieve mengsels.
  • De Uv-straling die bij de lasprocessen ontstaat kan de ogen beschadigden (lasogen)
  • De infraroodstraling die vrijkomt bij de lasprocessen is eveneens slecht voor de ogen.
  • Ook de huid kan verbranden door de Uv-straling.
  • De lasspetters kunnen daarnaast ook brandwonden veroorzaken.
  • De lasdampen kunnen longaandoeningen veroorzaken.

Dit zijn slechts een aantal gevaren die aanwezig kunnen zijn tijdens het elektrisch lassen. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zullen bedrijven de specifieke risico’s op de werkplek in kaart moeten brengen. Als binnen een bedrijf wordt gelast dan zal het bedrijf ook deze lasprocessen moeten beschrijven met de bijbehorende risico’s. Dit alles staat in de Risico Inventarisatie en Evaluatie van het bedrijf. Dit RI&E vormt een belangrijk deel van het arbobeleid van het bedrijf. Bedrijven zijn verplicht om een arbobeleid te voeren en zijn daardoor eveneens verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie te houden. Bovendien moeten bedrijven in een plan van aanpak aangeven hoe ze de risico’s willen verwijderen, reduceren en beheersen. Veiligheidsvoorschriften en een duidelijke werkinstructie zijn daarbij van belang. Ook kan een bedrijf werken met werkvergunningen waarbij men duidelijk binnen veiligheidskaders zal moeten werken om gevaren op de werkvloer te voorkomen. Hieronder staan nog een aantal belangrijke veiligheidsinstructies die van toepassing zijn op (elektrisch) lassen.

Veiligheidsinstructies voor elektrisch lassen
Elektrisch lassen zorgt voor bepaalde risico’s dat heb je in de vorige alinea kunnen lezen. Er zijn echter nauwelijks mogelijkheden om elektrisch lassen te vervangen voor een verbindingsproces met dezelfde kwaliteiten. Daarom kan men het risico van elektrisch lassen nooit geheel wegnemen. Men kan wel trachten de risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Dit kan door beheersmaatregelen, waaronder het verstrekken van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en het verstrekken van werkinstructies. Hieronder staan een aantal belangrijke instructies die de veiligheid bevorderen wanneer men elektrisch gaat lassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag werkschoenen die speciaal voor lassers zijn ontworpen met een flap over de veters zodat deze niet kunnen verbranden. Ook laslaarzen zijn een veilige optie.
  • Draag een veilige laskap het liefst met een beademing er aan vast zodat men geen giftige lasdampen inhaleert.
  • Zorg voor ventilatie.
  • Maak gebruik van een afzuigsysteem voor lasdampen.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af met bijvoorbeeld lasschermen zodat andere mensen die geen lashelm dragen geen last krijgen van de Uv-straling en infraroodstraling.
  • Bedek de hals en andere delen van het lichaam goed als je last in verband met het Uv-licht en de lasspetters.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel het lastoestel goed in.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten en goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Houd blusmiddelen binnen handbereik

Veilig werken met hydraulisch gereedschap

Hydraulische gereedschappen zijn werktuigen die werken op oliedruk. Er zijn verschillende soorten hydraulische gereedschappen die in de techniek worden gebruikt. Veel hydraulische gereedschappen worden gebruikt voor het hijsen of heffen. Er zijn echter ook hydraulische gereedschappen die worden gebruikt voor knippen, buigen en andere bewerkingen. Werken met hydraulisch gereedschap is niet zonder gevaar. Er bestaat een kans op het lekken van olie.

Daarnaast wordt met hydraulische gereedschappen vaak grote kracht en druk uitgeoefend wat risico’s met zich meebrengt voor mensen, machines, constructies en materialen. Er zijn echter veel verschillende pneumatische gereedschappen met specifieke veiligheidsrisico’s. Het gaat te ver om alle pneumatische gereedschappen in een tekst te benoemden en daarbij de veiligheidsrisico’s weer te geven daarom beperken we ons tot een aantal algemene veiligheidsinstructies. Deze staan in de volgende alinea.

Algemene veiligheidsrichtlijnen voor werken met hydraulisch gereedschap
Hydraulische druk zorgt er voor dat er meer kracht kan worden uitgeoefend dan de spierkracht van een mens. Vaak is de kracht van deze oliedruk vele malen groter dan de kracht van mensen. Dat zorgt er voor dat de hydraulische machine goed gebruikt moet worden en dat men de veiligheidsrichtlijnen in acht neemt. Men kan namelijk niet doormiddel van eigen kracht de machine corrigeren tenzij men de besturing van de machine op de juiste manier gebruikt. De volgende veiligheidsrichtlijnen zijn van belang als men met hydraulische machines werkt:

  • Draag geen los lang hang haar, geen armbanden, geen kettingen, geen ringen en geen lange losse mouwen als men werkt met draaiend hydraulisch gereedschap.
  • Als er meer dan 80 dB(a) aan geluid wordt geproduceerd is het dragen van gehoorbescherming een belangrijke veiligheidsmaatregel voor het gehoor.
  • Gebruik het hydraulisch op de juiste manier waarvoor het gereedschap bedoelt is.
  • Zorg er voor dat de kabels van hydraulisch gereedschap niet beschadigd kunnen raken.
  • Bescherm de kabels van hydraulische installaties en apparatuur tegen verhitting en brand.
  • Zorg er voor dat niemand kan struikelen over de kabels van hydraulisch gereedschap.
  • Onderhoud het gereedschap op de juiste manier.
  • Alleen ervaren kundige hydrauliekmonteurs mogen aanpassingen doen aan hydraulische installaties.
  • Voorkom lekken van hydraulische olie.