Klimaatakkoord Parijs bekrachtig in EU in september 2016

Alle EU-landen hebben ingestemd om het klimaatakkoord dat in Parijs is gesloten te bekrachtigen. Hiervoor kwamen de Europese ministers van Milieu bij elkaar op vrijdag 30 september 2016. Na overleg werd besloten om het Klimaatakkoord te ratificeren. De meeste landen waren van plan om het Klimaatakkoord te steunen alleen Polen was terughoudend. Polen aarzelde om het klimaatakkoord te bekrachtigen omdat dat land voor een groot deel van haar energieverbruik afhankelijk is van de elektriciteitsproductie vanuit Kolencentrales. Polen heeft uiteindelijk toch ingestemd met het Klimaatakkoord omdat men in dit akkoord ook rekening had gehouden met de uitzonderlijke positie van Polen. De Poolse ministerie van Milieu gaf aan dat de belangen van Polen zijn gewaarborgd in het document.

In 2015 werd het klimaatakkoord in Parijs gesloten met 170 wereldleiders. In dit akkoord zijn maatregelen vastgelegd waarmee men de schade voor klimaat probeert te beperken. Daarbij kijkt men voornamelijk naar het beperken van de uitstoot van CO2. Deze uitstoot komt onder andere vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen zoals aardgas, benzine, diesel maar vooral ook steenkool en bruinkool. Omdat steenkoolcentrales en bruinkoolcentrales verhoudingsgewijs veel CO2 uitstoten worden veel van die elektriciteitscentrales gesloten in Europese landen.

Werkloosheid eurozone in augustus 2016 op laagste niveau in vijf jaar

In de maand augustus bleef de werkloosheid in de Eurozone op het laagste niveau in de afgelopen vijf jaar. Dit heeft het Europees statistiekbureau Eurostat vrijdag 30 september 2016 gemeld. In augustus 2016 kwam de werkloosheid uit op 10,1 procent van de beroepsbevolking. Dit percentage was net zo laag als in juli, de maand er voor. De werkloosheid blijft daardoor ook in augustus op het laagste niveau sinds juli 2011. In augustus 2016 waren volgens Eurostat in totaal 16,3 miljoen mensen werkloos. In de gehele Europese Unie kwam de werkloosheid uit op 8,6 procent. In de gehele eurozone waren meer dan 2,9 miljoen jongeren werkloos.

Dit percentage is ook ongeveer even hoog al het percentage van juli 2016. In de gehele EU zijn er ongeveer  21 miljoen werklozen op de arbeidsmarkt. De laagste werkloosheid binnen de EU werd geregistreerd in Tsjechië, daar kwam de werkloosheid uit op 3,9 procent. In Griekenland kwam de werkloosheid uit op het hoogste percentage, namelijk 23,4 procent. In Nederland zou de werkloosheid in de maand augustus op 5,8 procent zijn beland.

Wat is een lasbout?

Een lasbout is een speciale bout die wordt gebruikt om doormiddel van een lastechniek te bevestigen aan een metalen object, bijvoorbeeld een plaat of strip. Stiftlassen of boutlassen is de lastechniek die hier uitermate geschikt voor is. Een lasbout ziet er iets anders uit dan een gewone bout die bijvoorbeeld doormiddel van een steeksleutel of ringsleutel kan worden aangedraaid. De standaard bouten hebben meestal een zeshoekige kop. Een lasbout heeft geen zeshoekige kop. In plaats daarvan is de kop van een lasbout gewoon rond. Er is echter wel een klein opvallend puntje op de kop van de lasbout aanwezig.

Lasbouten aanbrengen
Dit puntje wordt ook wel de ontstekingslip genoemd en wordt tijdens het stiftlassen in contact gebracht met het werkstuk. Naast de ontstekingslip worden ook twee contactpunten van het stiftlaspistool in contact gebracht met het werkstuk. De bout wordt in het midden van deze contactpunten ingeklemd in het stiftlaspistool. Zowel de bout als de contactpunten van het stiftlaspistool raken de metalen ondergrond van het werkstuk op het moment dat de las aangebracht moet worden. Als men het stiftlaspistool aan doet ontstaat er kortstondig een heftige elektrische boog. Dit komt door de ontlading van de condensator bij het condensatorstiftlassen. De elektrische boog zorgt er voor dat het ontstekingslipje vastsmelt aan de metalen ondergrond van het werkstuk.

Lasboutverbinding
Er zijn lasbouten in verschillende lengtes en verschillende diameters beschikbaar. Ook het schroefdraad van de lasbouten kan verschillen in de spoed. Verder kunnen lasbouten zowel ferro-metaal als non-ferro metaal zijn gemaakt. Als een lasbout eenmaal is vastgelast aan een ander metalen object kan deze verbinding niet eenvoudig ongedaan worden gemaakt. Men zal met geweld de bout los moeten slijpen. De lasbout zelf is echter voorzien van schroefdraad. Aan de lasbout zelf kan men wel een moer draaien of een ander object dat voorzien is van het juiste binnenschroefdraad.

Wat is de MKB Marktmonitor van Unique uitzendbureau?

De MKB Marktmonitor is rapportage die ieder jaar tot stand komt na een groot onderzoek van uitzendbureau Unique, uitzendbureau Technicum (dit is een onderdeel van Unique) en Motivaction onder meer dan 1.500 ondernemers en HR professionals in het MKB-segment. Unique en Technicum stellen het rapport kosteloos beschikbaar aan hun klanten in duidelijke (deel)rapporten. De MKB Marktmonitor kan door medewerkers van Technicum en Unique persoonlijk worden overhandigd aan hun klanten en prospects.

Tijdens een gesprek kunnen de intercedenten en consultants van het uitzendbureau een toelichting geven aan hun (potentiële) klant over de ontwikkelingen op de markt. Ondernemers kunnen via de website van Unique uitzendbureau zelf een exemplaar aanvragen van de MKB Marktmonitor. Ook kunnen ondernemers met een Unique of Technicum vestiging bij hun in de regio telefonisch of per mail contact opnemen om een exemplaar van de MKB Marktmonitor te ontvangen.

Waarom de MKB Marktmonitor?
De MKB Marktmonitor is een naslagwerk voor ondernemers in het Midden en Kleinbedrijf van Nederland. Het is een interessante rapportage omdat er verschillende ontwikkelingen in staan beschreven. Hierbij kan men denken aan het percentage ondernemers dat verwacht te groeien de komende tijd. Of het aantal ondernemers dat meer personeel nodig denkt te hebben. Verder staan er ontwikkelingen op het gebied van scholing en vergrijzing in. Aspecten met betrekking tot ziekte en mobiliteit komen aan de orde. Naast de ontwikkelingen komen ook verwachtingen met betrekking tot de toekomst aan bod in de MKB Marktmonitor.

Het interessante van de MKB Marktmonitor is dat de informatie van dit rapport afkomstig is van ondernemers uit het MKB-segment. De ondernemers leveren dus zelf de informatie aan voor dit document. Dat zorgt er voor dat er een heel duidelijk beeld ontstaat. Bovendien is de MKB Marktmonitor ingedeeld in verschillende sectoren. Hierbij kan men denken aan de techniek maar ook aan financiële dienstverlening. Verder is de marktmonitor ook gericht op de verschillende provincies. Er wordt duidelijk inzichtelijk gemaakt wat de verwachtingen zijn met betrekking tot de omzetgroei per provincie. Hierdoor ontstaat ook een beeld van het ondernemersvertrouwen in de toekomst.

MKB Marktmonitor ieder jaar
Unique Uitzendbureau publiceert ieder jaar opnieuw een MKB Marktmonitor. Dit doet het uitzendbureau al sinds 2009. In dat jaar werd de eerste editie van dit rapport uitgebracht. Dat was midden in de economische crisis, daarom was de titel van deze MKB  Marktmonitor: Crisis; kans of bedreiging? Ieder jaar staat een bepaald onderwerp centraal. Hieronder zijn de eerdere edities van de MKB Marktmonitor benoemd.

  • MKB Marktmonitor 2014: Innovatie
  • MKB Marktmonitor 2013: Perspectief
  • MKB Marktmonitor 2012: In Beweging
  • MKB Marktmonitor 2011: Nieuwe Tijden
  • MKB Marktmonitor 2010: Optimisme
  • MKB Marktmonitor 2009: Crisis; kans of bedreiging?

Wat opvalt is dat Unique vanuit de economische crisis een steeds positiever onderwerp voor het rapport heeft gekozen. Vanaf 2013 is duidelijk de focus op groei en ontwikkeling merkbaar. Dit geeft aan welke tendens aanwezig is onder het MKB in Nederland. Vanaf 2014 heeft men echter voor een andere ondertitel gekozen.

De officiële titel in 2016 voor dit rapport is in feite ‘MKB Marktmonitor 2016’. De meest gangbare ondertitel is: trends en ontwikkelingen in het MKB.

De Marktmonitor is opgeknipt in 4 onderdelen. Deze vormen alle 4 tezamen dus de MKB Marktmonitor 2016. De onderdelen noemen we deelrapporten (of deelrapportages) en die zijn als volgt:

  1. Omzet- en organisatorische ontwikkelingen
  2. Personele ontwikkelingen
  3. Innovatie
  4. Duurzame inzetbaarheid

Zoals je ziet worden verschillende aspecten van de markt in kaart gebracht voor de MKB bedrijven.

Geen naheffing voor goedwillende ondernemers bij overtreding zzp-wet in 2016

Op donderdag 29 september 2016 werd er een debat tussen staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën en de Kamer gehouden. Het ging tijdens dit debat over de Wet deregulering arbeidsrelatie (Wet DBA). Deze wet is bedoelt om schijnconstructies op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Ondernemers en zzp’ers moeten nu aan de belastingdienst duidelijk maken dat er geen sprake is van een schijnconstructie. Deze duidelijkheid kan verschaft worden door het aanleveren van een zogenaamde modelovereenkomst.

Dit document heeft de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) vervangen vanaf 1 mei 2016. Er blijkt echter nogal wat onduidelijkheid te bestaan over de modelovereenkomsten en de Wet DBA. Staatssecretaris Wiebes wil deze onduidelijkheden zo snel en zo goed mogelijk ophelderen maar dat blijkt geen eenvoudige opdracht. Zo heeft hij een meldpunt opgericht waar ondernemers en zzp’ers terecht kunnen met vragen over de modelovereenkomst en de Wet DBA.

Geen boete voor goedwillende ondernemers
Kort geleden maakte de staatssecretaris bekend dat “goedwillende ondernemers” niet bang hoeven te zijn voor een boete als ze de Wet DBA onbedoeld en onbewust overtreden. Deze coulance zou geldig zijn tot 1 mei 2017. Tot die tijd zouden ondernemers moeten wennen aan de bepalingen van de Wet DBA. Er was echter nog wel sprake van een naheffing. Alleen de boete werd voor goedwillende ondernemers geschrapt.

Geen naheffing voor goedwillende ondernemers
Op donderdagavond 29 september maakte de staatssecretaris ook bekend dat opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) ook niet hoeven te vrezen voor een naheffing van de Belastingdienst als ze zonder kwaad in de zin de nieuwe zzp-wet zouden hebben overtreden. Zolang er geen duidelijkheid is over de Wet DBA en zullen er geen boetes en geen naheffingen komen voor de opdrachtgever en opdrachtnemer (zzp’er) . Dit beloofde de staatssecretaris in de Tweede Kamer.

Hoe werkt de Wet DBA
De Wet DBA is in de basis geen complexe wet. De wet moet schijnconstructies tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers tegen gaan. Dit houdt in dat een zelfstandige zonder personeel in de praktijk ook als een zelfstandige zonder personeel aan de slag moet gaan en niet als een werknemer moet worden behandeld door de opdrachtgever. In dat laatste geval is er namelijk wel sprake van een schijnconstructie en lijkt het er sterk op dat de opdrachtgever/ werknemer voor een zzp-constructie heeft gekozen om bepaalde premieafdrachten met betrekking tot het loon niet te betalen. De Belastingdienst moet toetsen welke arbeidsrelatie wordt gehanteerd.

Daarvoor moeten het bedrijf en de zzp’er duidelijkheid verschaffen. Dit kan doormiddel van een modelovereenkomst. In deze overeenkomsten staan de voorwaarden van de werkrelatie omschreven. De Belastingdienst faciliteert ondernemers en zzp’ers door een aantal modelovereenkomsten per sector beschikbaar te stellen. In een modelovereenkomst zijn onder andere aspecten vastgelegd met betrekking tot het loon, de vervangbaarheid van de arbeidskracht en het toezicht en het gezag.  Als achteraf blijkt dat er wel sprake is geweest van een schijnconstructie tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer dan moet de opdrachtgever in principe alsnog de volledige premies betalen. Dit vindt een aantal bedrijven een te groot risico daarom zouden ze geen zzp’ers meer willen inhuren.

VDL Groep haalt megaorder binnen van Arriva in september 2016

VDL Groep heeft een megaorder binnengekregen van Arriva. VDL is een industrieconcern in Eindhoven. Het bedrijf mag 228 nieuwe bussen produceren en leveren aan de Arriva vervoermaatschappij. Hiervoor krijgt de VDL Groep een bedrag van 60 miljoen euro. VDL zal naast de productie en de levering van de bussen in de toekomst ook het onderhoud verzorgen van een deel van de bussen van Arriva.

De bussen die door VDL zullen worden geproduceerd worden op verschillende plaatsen in Nederland ingezet.  Zo wordt een deel van de bussen ingezet op de Waddeneilanden.  Een ander deel zal worden ingezet in Limburg. Verder worden ook nieuwe bussen ingezet in Zuidoost-Friesland. Er zullen ook een aantal elektrische bussen worden gebouwd. In totaal zullen dertig elektrische bussen worden geproduceerd door Arriva. Deze bussen behoren tot de order.

Deze zullen onder andere gaan rijden in Maastricht en Venlo maar ook op de Waddeneilanden worden elektrisch aangedreven bussen ingezet. Dit heeft de vervoermaatschappij Arriva donderdag bekend gemaakt. In de provincie Limburg heeft Arriva de afspraak gemaakt dat alle voertuigen van het vervoersconcern  binnen tien jaar elektrisch aangedreven zullen zijn.

Onduidelijkheid rondom OPEC-akkoord september 2016

Oliekartel OPEC maakte bekend dat ze een akkoord heeft bereikt met haar leden over een lagere olieproductie. Het betreft nog een principeakkoord. Door dit bericht heeft de olieprijs een kleine boost gekregen. Ondanks dat reageren veel analisten sceptisch en terughoudend over dit akkoord. Volgens veel annalisten moet de overeenkomst eerst maar eens goed worden uitgewerkt. De olie-exporterende landen die tot de OPEC behoren maakten bekend dat ze de olieproductie zouden willen beperken tot 32,5 miljoen tot 33 miljoen vaten per dag. Als deze productie op dit niveau gehandhaafd zou worden zou de olieprijs per vat een impuls van 7 tot 10 kunnen krijgen. Dit maakten de kenners van Goldman Sachs bekend.

Dit klinkt hoopgevend voor de landen en bedrijven die verdienen aan een hoge olieprijs maar dan moeten de afspraken van dit productieakkoord echter wel worden nageleefd. Dat is nu juist het probleem. Men weet niet of de OPEC-landen zich allemaal aan deze afspraak gaan houden. De leden van de OPEC zorgen gezamenlijk voor ongeveer 40 procent van de wereldwijde olieproductie. Het akkoord en het naleven van dit akkoord heeft dus grote gevolgen op de oliemarkt. De afspraak die gemaakt is over een productieplafond is een totaalafspraak. Hieruit zullen deelafspraken moeten worden gevormd. Elk land moet namelijk een afzonderlijk productieplafond krijgen. Die afspraken moeten echter nog worden gemaakt en dat zal naar verwachting niet eenvoudig zijn. Elk land wil namelijk een zo groot mogelijk aandeel in de olieproductie houden.

Wat is stiftlassen of boutlassen?

Stiftlassen is een lasproces waarbij men een klein metalen staafje doormiddel van een laspistool aan een metalen werkstuk hecht. Omdat het stiftlassen vooral wordt gebruikt om kleine bouten en schroefdraaddelen te bevestigen wordt dit lasproces ook wel boutlassen genoemd. In dat geval is de ‘stift’ de bout. Men kan naast bouten ook andere staafjes en bussen met bijvoorbeeld binnenschroefdraad doormiddel van stiftlassen bevestigen aan een ander metalen object. Stiftlassen is een lasproces waarbij men gebruik maakt van een elektrische boog. Deze zorgt voor hitte waardoor een smeltbad ontstaat. Verder past men ook grote druk toe op het pennetje en de ondergrond (werkstuk). Doordat men met een elektrische boog werkt en druk toepast kan men stiftlassen beschouwen als een combinatie van druklassen en booglassen.

Verschillende methoden voor stiftlassen
Het stiftlassen kan op twee verschillende manieren gebeuren. Dit is het condensatorstiftlassen, dit wordt ook wel percussielassen genoemd. De ander methode wordt vlamboogstiftlassen genoemd. Deze twee verschillende varianten van stiftlassen worden hieronder uitgelegd.

Condensatorstiftlassen
Het condensatorstiftlassen is een lasproces dat vooral geschikt is voor dun materiaal met een kleine diameter. Hierbij wordt kortstondige elektrische boog opgewekt door de ontlading van een condensator. Deze condensator slaat elektrische spanning op en zorgt voor zeer veel warmte als deze wordt ontladen. Bij het condensatorstiftlassen dient aan de onderzijde van de bout een kleine ontstekingstip aanwezig te zijn. Deze ontstekingslip is aanwezig op zogenaamde lasbouten. Deze tip wordt gebruik om de elektrische boog te maken. De bout wordt door het stiftlaspistool tegen het werkstuk of de plaat gedrukt. Naast de bout worden ook twee pennen van het stiftlaspistool in contact gebracht met het werkstuk. Vervolgens drukt men op het knopje van het stiftlaspistool en ontstaat een elektrische boog die voor een kortstondige hitte zorgt. Zodra deze elektrische boog ontstaat gaat de tip afsmelten en smelt ook de onderzijde van de bout. Hierdoor ontstaat een smeltbad waarmee de bout vast gezet kan worden aan het werkstuk of de plaat. Condensatorstiftlassen is geschikt voor bouten met een diameter van 2 tot 10 mm.

Vlamboogstiftlassen
Het vlamboogstiftlassen is vooral geschikt voor dikker materiaal, bijvoorbeeld plaatstaal dat dikker is dan 2 mm. Ook voor bouten met een diameter tussen de 2 mm en 22 mm is de vlamboogstiftlasmethode geschikt. Het vlamboogstiftlassen zorgt voor een groter smeltbad en is geschikt als een diepere doorlassing wordt vereist. Bij het vlamboogstiftlassen wordt een elektrische boog opgebouwd. Deze vlamboog wordt enige tijd in stand gehouden, dit is ongeveer 0,1-2 seconden.  Deze vlamboog wordt langer in stand gehouden dan dat elektrische boog bij condensatorstiftlassen in stand wordt gehouden. Daarom moet het smeltbad beschermd worden tegen schadelijke invloeden uit de omringende lucht. Deze bescherming wordt geboden door backinggas dat ook wel beschermgas wordt genoemd. Men kan echter ook werken met een keramische bescherming.

Bij het vlamboogstiftlassen maakt de bout direct contact met het werkstuk. De bout wordt vervolgens onder elektrische spanning gezet en vormt daarbij een gesloten circuit met het werkstuk. Als men de bout dan iets verplaatst ontstaat een vlamboog waardoor een smeltbad ontstaat. In dit smeltbad worden de stift en het werkstuk in elkaar versmolten.

Stiftlaspistool
Het is belangrijk dat met weet dat stiftlassen met een speciaal stiftlaspistool wordt gedaan. Hiervan zijn verschillende varianten beschikbaar. Kenmerkend voor een stiftlaspistool is dat men deze met 1 hand kan bedienen en dat men de lasbout in het stiflaspistool aanbrengt.

Bij condensatorstiftlassen raakt zowel de lasbout als twee uitstekende pennen van het stiftlaspistool het werkstuk waar de bout aan bevestigd moet worden. Bij condensatorstiftlassen komt de las in zeer korte tijd, dit is ongeveer 1 tot 3 milliseconden, tot stand.  Daardoor hoeft de las niet worden beschermd tegen invloeden van de buitenlucht. Om die reden wordt bij condensatorstiftlassen geen backinggas of beschermgas gebruikt.

Bij het vlamboogstiftlassen wordt de elektrische boog langer in stand gehouden. Daardoor kan men een diepere inbranding realiseren. Omdat de elektrische boog langer wordt aangehouden zal men het smeltbad beter moeten beschermen. Daarom gebruikt men bij vlamboogstiftlassen wel een backinggas of beschermgas. Het is echter ook mogelijk dat men een hittebestendige keramische ring gebruikt om het smeltbad af te schermen tegen de lucht rondom het lasproces. Deze keramische ring wordt dan om de stift heen geschoven. Een stiftlaspistool voor condensatorstiftlassen ziet er dus anders uit dan een stiftlaspistool voor vlamboogstiftlassen.

Toepassing van stiftlassen
Stiftlassen is een lasproces dat zeer geschikt is voor seriematig werk. Seriematig stiftlassen zorgt er voor dat er een hogere lassnelheid wordt gerealiseerd en dat er minder fouten ontstaan bij het lassen. De bouten worden bijvoorbeeld op exact de juiste gewenste afstand gelast. Omdat het werk eenvoudig is en de maatvoering en snelheid belangrijk is wordt stiftlassen vaak in een geautomatiseerd systeem toegepast. Het lasproces wordt veel toegepast in de productie van apparaten en machines. Daarnaast wordt het stiftlassen ook toegepast  in de bouw van constructies zoals bruggen, damwanden en de automotive-industrie. Verder komt het stiftlasproces ook voor in de scheepsbouw, jachtbouw en petrochemische industrie. Het stiftlassen kan naast machinaal ook handmatig worden gedaan. In dat geval is het lasproces meer geschikt voor kleine series.

Yoni.care wint MKB Innovatie Top 100 in 2016

Yoni.care heeft de MKB Innovatie Top 100 gewonnen. Dit werd donderdag 29 september 2016 bekend gemaakt. Het bedrijf Yoni.care heeft maandverband ontwikkeld dat gemaakt is van biologisch katoen. Verder ontwikkeld Yoni.care ook tampons en inlegkruisjes. Het bedrijf is in handen van de eigenaren Mariah Mansvelt Beck en Wendelien Hebly. Zij benadrukken de milieuvriendelijkheid van hun producten. De producten die worden gemaakt door Yoni.care bevatten geen plastic ook parfum en andere kunstmatige grondstoffen kunnen niet worden aangetroffen in de producten van dit bedrijf. Volgens de eigenaren kunnen vrouwen gevoelig zijn voor synthetische stoffen die in veel andere maandverband soorten zitten.

Yoni.care
De MKB Innovatie Top 100 is een initiatief van de KvK. Hieraan namen 99 andere bedrijven deel. Volgens de jury heeft Yoni.care nieuwe producten ontwikkeld met een grote impact in deze industrie. Dit liet de jury onder leiding van Ruud Koornstra weten. Daarom stemde de jury unaniem voor Yoni.care. Het is bovendien bijzonder dat het bedrijf in korte tijd haar producten heeft weten te plaatsen in de schappen van veel winkels. Ook bij een grote drogisterijketen zijn de producten verkrijgbaar. De twee eigenaren van het bedrijf kregen de prijs uitgereikt, aan de prijs is geen geldbedrag verbonden. Het bedrijf Yoni.care is van plan om in de toekomst ook in andere landen haar producten te verkopen aan consumenten. Op dit moment heeft het bedrijf de focus gelegd op België, Duitsland en Groot-Brittannië.

Groene stroom mag niet gratis worden gedistribueerd volgens Europees Hof van Justitie

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft donderdag 29 september 2016 geoordeeld dat Vlaamse leveranciers van groene stroom deze stroom niet langer gratis mogen distribueren. Tot september 2016 deden Vlaamse bedrijven dit wel maar dit blijkt in strijd met het Europees recht. Het Vlaams Gewest had de regeling ingevoerd om de groenestroomproductie in eigen land stimuleren. Op die manier zette het Vlaams Gewest zich in om aan internationale milieueisen te voldoen. In het verleden was de distributie van alle elektriciteit gratis maar daar kwam verandering in. Vanaf 2006 was de distributie van elektriciteit alleen gratis als het ging om in Vlaanderen geproduceerde groene stroom

Benadeeld
Energieleverancier Essent voelde zich benadeeld door deze gang van zaken. Na het wijzigen van de regels had Essent een schadevergoeding van 16 miljoen euro van het Vlaams Gewest geëist. Essent levert ook groene stroom in Vlaanderen echter is deze stroom niet opgewekt in Vlaanderen. Essent haalt namelijk een groot deel van haar elektrische stroom uit Nederland om deze te distribueren naar Vlaamse stroomafnemers. De zaak kwam voor een rechtbank in Brussel. Deze rechtbank vroeg aan Europees Hof of de Vlaamse regeling voor kosteloze distributie van groene stroom eigenlijk wel legaal is en strookt met het EU-recht. Volgens het Europees Hof zijn het voornamelijk de leveranciers die profiteren van de Vlaamse regeling.

Kleine producenten profiteren nauwelijks
De producenten die de groene stroom daadwerkelijk opwekken profiteren nauwelijks. Dat was volgens het Hof niet het doel van de regeling. De Vlaamse regeling biedt volgens het hof geen enkele vorm van zekerheid dat het voordeel dat leveranciers hebben met deze regeling ook uiteindelijk wordt gedeeld met de daadwerkelijke producenten van groene stroom. Kleine producenten van groene stroom halen daardoor nauwelijks voordeel uit deze regeling.

Europese autofabrikanten investeren miljarden in 2016 in ontwikkeling elektrische auto’s

In Europa is een ware run aan de gang in de autowereld. Europese autofabrikanten willen zo snel mogelijk elektrische automodellen aan het publiek presenteren. Op de autosalon in Parijs promoten de Europese autofabrikanten hun nieuwe elektrische auto’s en proberen daarmee zoveel mogelijk publiek te trekken. De Europese marktleider op het gebied van elektrische auto’s is Renault maar ook Opel, Mercedes en autofabrikant BMW doen grote investeringen die tot in de miljarden lopen om maar de beste elektrische auto’s te ontwikkelen. Inmiddels heeft Volkswagen ook de focus gelegd op elektrische auto’s.

Omslagpunt
Het wordt duidelijk dat auto’s die op diesel en benzine rijden steeds minder aandacht krijgen. Hoogleraar Maarten Steinbuch van de TU Eindhoven verwacht dat er rond 2020 en 2021 een daadwerkelijk omslagpunt gaat komen. Op dat moment zal de consument afstappen van auto’s die op benzine of diesel rijden om voortaan elektrisch te gaan rijden. Vanaf 2021 zal een elektrische auto ook goedkoper worden dan een auto die op benzine of diesel rijd.

Bewustwording
Verschillende autofabrikanten zijn zich van deze ontwikkeling bewust. Ondanks dat moest een automerk zoals Volkswagen eerst wakker worden geschud door het dieselschandaal. Volkswagen is de grootste autoproducent in de wereld maar gaf tot voor kort geen prioriteit aan de ontwikkeling en productie van elektrische auto’s. Nu komt het bedrijf er achter dat ze geen keuze heeft. Vrijwel alle automerken ontwikkelen elektrische auto’s en Volkswagen zal in deze ontwikkeling mee moeten gaan als ze haar marktpositie wil behouden en verstevigen.

Technische branche had succesvol 2015 en de verwachtingen voor 2016 zijn positief

Het Nederlandse midden- en kleinbedrijf in de technische branche kan met een positief gevoel terugkijken op 2015. Een meerderheid (54%) van de ondernemers heeft in dat jaar een omzetstijging gerealiseerd. Voor 21 procent bleef de omzet stabiel en 18 procent van de ondernemers zag een afname. Deze gegevens blijken uit de jaarlijkse MKB Marktmonitor van Unique. Deze Marktmonitor is tot stand gekomen in opdracht van uitzendbureau Unique in samenwerking met onderzoeksbureau Motivaction. Het onderzoek werd gehouden onder 1.559 MKB bedrijven.

Voor 2016 verwacht 60 procent van de ondernemers een stijging in de omzet. Bijna een kwart (24%) voorziet stabiliteit en 11 procent verwacht een afname in omzetgroei voor het aankomende kalenderjaar.

Loes Dingemans, de algemeen directeur van Unique over de onderzoeksresultaten: “De boodschap dat het weer goed gaat met de Nederlandse economie is er een die we de laatste tijd vaak in het nieuws zien. Gelukkig geldt die positieve toon ook voor de techniek. Het vasthouden van deze positieve lijn is dan ook een van de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst. Wat hierbij absoluut niet mag ontbreken is aandacht voor het personeel, het meest waardevolle kapitaal van iedere onderneming. Door te inspireren, faciliteren en stimuleren creëer je bevlogen mensen. En juist zij maken het verschil. Dat zal zonder twijfel terug te zien zijn in de cijfers.”

Op 29 september 2016 uitslag over Nederlandse Innovatie Top 100 van 2016

Vanochtend op 29 september 2016 wordt bekend gemaakt welk mkb-bedrijf op nummer 1 eindigt in de Innovatie Top 100 van 2016. Dit is voor veel innovatieve ondernemers in het mkb-segment een belangrijk moment. De innovatieve bedrijven die in aanmerking kunnen komen voor de felbegeerde nummer 1 positie zijn afkomstig uit heel Nederland. Het valt daarbij op dat er vooral veel innovatieve bedrijven uit Noord-Brabant meedingen. Vanuit deze provincie doen 25 bedrijven mee in de top honderd. Noord-Holland heeft 22 deelnemende bedrijven en Zuid-Holland heeft 19 ondernemingen die deelnemen.

Nederland een concurrerende economie
Op 28 september 2016 werd Nederland nog uitgeroepen tot meest concurrerende economie van de Europese Unie. Nederland valt in Europa positief op door de goede infrastructuur, daarnaast is de gezondheidszorg goed geregeld en is Nederland goed bezig op het gebied van innovatieve oplossingen bedenken en implementeren in het bedrijfsleven. Het Nederlandse midden- en kleinbedrijf segment deed het goed in 2015. In dat jaar zag 54 procent van de ondernemers haar omzet stijgen. Voor 21 procent van de ondernemers bleef de omzet op hetzelfde niveau en slechts 16 procent van de ondernemers zag haar omzet dalen. Het jaar 2015 is daardoor het tweede jaar met positieve resultaten op dit gebied.

MKB Marktmonitor
In de economische crisis ging het niet goed met het mkb-segment. In 2013 was er nog sprake van een dieptepunt. Doen kon slechts  39 procent van de ondernemingen een groei noteren. Deze cijfers zijn bekend gemaakt door uitzendbureau Unique. Dit uitzendbureau maakte de resultaten bekend in haar jaarlijkse MKB Marktmonitor. Het onderzoek dat voorafging aan de publicatie van de MKB Marktmonitor werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction. Dit onderzoeksbureau heeft de gegevens 1.559 mkb-bedrijven in het onderzoek verwerkt.

Energiebedrijf Vattenfall stookt gas in energiecentrale Klingenberg vanaf mei 2017

Energiebedrijf Vattenfall is het moederbedrijf van energieleverancier Nuon in Nederland. Het bedrijf staat net als andere grote spelers opde energiemarkt onde druk om te stoppen met het verbranden van steenkool en bruinkool in de kolencentrales. Het bedrijf maakte bekend dat het drie jaar eerder dan gepland wil stoppen met het gebruik van kolen in zijn energiecentrale Klingenberg in Berlijn. Deze kolencentrale levert per jaar elektrische energie voor ongeveer 300.000 huishoudens.

Het bedrijf wil in plaats van kolen aardgas gaan verbranden in de energiecentrale.  Daarvoor gaat het Zweedse bedrijf ongeveer een miljard Zweedse kroon investeren. Dit is omgetekend 104 miljoen euro. De investering is nodig om de installatie in mei volgend jaar al gereed te hebben voor het gebruik van gas als brandstof. Door aardgas te gebruiken als brandstof in plaats van bruinkool wordt door de Berlijnse elektriciteitscentrale jaarlijks 600.000 ton minder CO2-uitstoot in de atmosfeer geblazen.

Ook bij de verbranding van gas komt ook CO2 vrij. De CO2 emissie van gas is echter veel lager dan de CO2 emissie die ontstaat bij de verbranding van kolen. Gas wordt daarom gezien als milieuvriendelijker brandstof. Het verstoken van aardgas in kolencentrales zou volgens verschillende energiebedrijven een belangrijke tussenstap kunnen vormen in de overgang naar duurzame energiebronnen zoals windenergie en zonne-energie.

Deze energiebronnen worden ook wel hernieuwbare energiebronnen genoemd. Aardgas en andere fossiele energiebronnen zoals steenkool en bruinkool vallen niet onder de hernieuwbare energiebronnen omdat deze na het verstoken niet meer herbruikbaar en niet hernieuwbaar zijn. Wind en zonlicht blijven aanwezig in de natuur en zijn daardoor wel herniewbaar.

Reactie Allego op uitspraak voorzieningenrechter 28 september 2016

Op 28 september 2016 oordeelde de voorzieningenrechter dat Allego zich niet mag voordoen als leverancier van elektriciteit aan laadpalen. Het bedrijf dient zich puur te richten op het plaatsen van de laadpalen en alles wat daar bij hoort, het leveren van elektriciteit valt daar niet onder. Allego is een dochteronderneming van energieleverancier Alliander en Nuon is een concurrerende energieleverancier. Nuon spande de rechtszaak aan omdat ze naar eigen zeggen vermoed dat er sprake is van een oneerlijke concurrentie.

Allego deelt deze mening niet. In een reactie op het vonnis geeft het bedrijf aan dat het bedrijf zich richt op de ontwikkeling, selectie, installatie, beheer en het onderhoud van de laadinfrastructuur. Dit zijn de laadpalen die worden gebruikt voor elektrische auto’s.  Het bedrijf geeft aan dat Allego geen elektriciteit levert en daardoor dus ook de wet niet overtreedt. Verder geeft Allego aan dat ze in tegenstelling tot Nuon, “geen enkel commercieel belang” hebben bij de verkoop en levering van elektriciteit. Sinds 2016 wordt elektriciteit door energieleverancier Vandebron geleverd en dus niet door Alliander waar Allego een dochteronderneming van is.

Allego benadrukt dat ze een zuivere rol heeft op de markt. Het bedrijf voldoet gewoon aan de wet in tegenstelling tot wat Nuon beweert aldus CEO Anja van Niersen van Allego. Het bedrijf belooft zich in te spannen om duidelijk te maken welke diensten het bedrijf levert en welke dienst niet door het bedrijf worden geleverd.  Zo wordt duidelijk  dat Allego geen elektriciteit levert.

Allego mag niet de indruk wekken zelf elektriciteit te leveren

Allego is een dochterbedrijf van Alliander. Deze dochtermaatschappij werkt aan de infrastructuur van elektrische laadpalen. Nuon spande een rechtszaak aan tegen Allego omdat dit bedrijf volgens Nuon nu de indruk zou wekken zelf elektriciteit te leveren. Op woensdag 28 september 2016 deed de rechtbank van Gelderland uitspraak over deze zaak. Deze voorzieningenrechter oordeelde dat Allego zich niet mag voordoen als elektriciteitsleverancier. Concreet houdt dit in dat Allego bij aanbiedingen aan overheden voor het aanleggen en exploiteren van laadpalen voor elektrische voertuigen niet de suggestie mag wekken dat de onderneming ook zelf de elektriciteit voor de laadpalen gaat leveren.

Het vonnis

In het vonnis van de rechter staat:

“Van Allego mag worden verwacht dat zij zich jegens overheden niet zelf verbindt tot het leveren van elektriciteit voor laadsessies en dat zij in haar aanbiedingen ook niet de indruk wekt dat zij dat zelf kan of zal doen”.

Aan de uitspraak is een dwangsom verbonden. Voor iedere keer dat het bedrijf Allego zich niet aan de uitspraak van de rechter houdt die Allego aan Nuon een dwangsom van 200.000 te betalen. Het totaalbedrag van de dwangsom kan oplopen tot een bedrag van maximaal 10 miljoen euro.

Wet Onafhankelijk Netbeheer

Nuon is het niet eens met de dienstverlening van Allego onder de paraplu van Alliander. Het bedrijf Allego zou concurrentievoordeel opleveren voor Alliander. Alliander zou namelijk via Allego opdrachten binnen halen met betrekking tot de aanleg van de infrastructuur voor de laadpalen en de exploitatie en het onderhoud van laadpalen voor elektrische auto’s. Nuon wil dat Alliander stopt met deze werkwijze. Alliander is een netwerkbedrijf en daarom dient dit bedrijf zich te houden aan de Wet Onafhankelijk Netbeheer. Dit wordt ook wel de splitsingswet genoemd. Nuon vindt dat Alliander deze wet met de dienstverlening van haar dochteronderneming Allego overtreed. De voorzieningenrechter acht dit echter niet voldoende bewezen.

Aantal startups in Nederland in 2016 boven niveau van voor de crisis

Het aantal startups in Nederland neemt toe. Inmiddels ligt het aantal bedrijven dat bestempeld kan worden als startup boven het niveau van voor de economische crisis. Nederland behoort echter to een van de weinige OESO-landen waar dit het geval is. Naast Nederland behoren ook de landen Canada, Frankrijk, Noorwegen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk tot de landen die meer startups telden aan het eind van 2015 en het begin van 2016 dan voor de economische crisis.

In deze landen is duidelijk een toename merkbaar in het aantal nieuwe ondernemingen. Op woensdag 28 september 2016 heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) hierover een rapport gepubliceerd. Hoewel een aantal landen duidelijk een stijging laten zien in het aantal startups blijft bij de meeste OESO-landen het aantal startups achter ten opzichte van het aantal startups negen jaar geleden.

In België, Finland, Duitsland, IJsland, Italië en Spanje ligt het aantal startups zelfs tussen de 20 en 50 procent onder de niveaus van voor de economische crisis. Desondanks is in veel landen wel een positieve trend merkbaar in het aantal startups. Helaas valt Nederland ook op door het aantal bedrijven dat haar deuren sluit. Dit aantal ligt in Nederland hoger dan voor de crisis. In veel andere OESO-landen blijft het aantal bedrijven dat er mee stopt onder het niveau van voor de economische crisis. Alleen in Finland is dezelfde tendens binnen de OESO-landen merkbaar.

VVD: onduidelijkheid over modelcontracten en Wet DBA moet voor 1 mei 2017 opgelost worden

Op de arbeidsmarkt wordt zowel door zzp’ers als door werkgevers over de onduidelijkheid van de Wet DBA geklaagd. De wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties is op 1 mei 2016 ingevoerd. De wet schrijft voor dat opdrachtgevers en zzp’ers voordat de werkzaamheden beginnen duidelijkheid moeten verschaffen over de aard van de opdracht. Dit kan onder andere in een modelcontract. Deze modelcontracten kan men van de belastingdienst ontvangen.

Modelcontracten
Op de website van de belastingdienst staan een aantal algemene modelcontracten waarmee de zzp’er en zijn of haar opdrachtgever duidelijk kunnen maken dat de zzp’er daadwerkelijk als zelfstandige wordt ingezet en niet als een werknemer wordt beschouwd. Door de aanlevering van modelcontracten wordt duidelijkheid verschaft over de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Hierdoor wordt schijnzelfstandigheid tegen gegaan.

Een modelovereenkomst of modelcontract is geen verplichting vanuit de overheid of belastingdienst. Wel is het invullen en indienen van dit document verstandig omdat daarmee van te voren duidelijkheid wordt verschaft over de arbeidsrelatie. Als de belastingdienst van oordeel is dat de zzp’er feitelijk wordt beschouwd als werknemer dan zorgt dat er voor dat er geen sprake is van een zzp constructie. De werkgever zal dan ook loonbelasting en andere afdrachten moeten doen. Als de werkgever dat niet doet kan hij of zij later een naheffing krijgen. Als het echter duidelijk is dat er wel sprake is van een zelfstandige die een opdracht uitvoert van een opdrachtgever zal de Belastingdienst uiteraard geen loonheffingen en andere afdrachten van de opdrachtgever vorderen.  In die gevallen is een modelovereenkomst ook niet nodig.

Boete bij overtreding Wet DBA
Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën erkend de onduidelijkheid met betrekking tot de Wet DBA. Hij wil dat goedwillende opdrachtgevers niet in de problemen komen. Als een opdrachtgever van goede wil is en niet bewust kiest voor een schijnconstructie dan wil de staatssecretaris tot 1 mei 2017 coulance bieden. Goedwillende opdrachtgevers hoeven volgens hem geen boete te betalen als de regels van de Wet DBA onbewust worden overtreden.

Meldpunt Wet DBA
Om de onduidelijkheid over de Wet DBA te verminderen heeft staatssecretaris Eric Wiebes bovendien een meldpunt opgericht. Hier kunnen ondernemers en zzp’ers terecht met vragen over de Wet DBA en de modelovereenkomsten. De Belastingdienst krijgt ook meer middelen om de beoordeling van ingediende modelcontracten sneller te laten verlopen. Op dit moment verloopt de beoordeling van de modelcontracten nog te langzaam aldus de werkgevers en zzp’ers. Donderdagavond wordt er in de  Tweede Kamer een debat gevoerd met Wiebes over de Wet DBA

VVD wil oplossingen voor 1 mei 2017
De VVD is niet heel positief over de Wet DBA. Eerder maakten al verschillende VVD-ers hun twijfels over deze wet bekend. Daarbij waren deze politici wel voorzichtig omdat ze natuurlijk in een coalitie zitten met de PvdA. De VVD en de PvdA moeten gezamenlijk tot een oplossing komen. De VVD vindt wel dat het nu hoog tijd wordt dat die oplossing er daadwerkelijk komt. Voor 1 mei 2017 moeten de problemen rondom de Wet DBA zijn opgelost anders moet er gekeken worden naar een nieuwe wet. Dit maakte VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra dinsdag in BNR Nieuwsradio duidelijk. Hij heeft echter nog geen andere oplossing voor de modelcontracten die voortvloeien uit de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). De PvdA heeft echter veel meer geduld met de Wet DBA. PvdATweede Kamerlid Mei Li Vos wil eerst duidelijk in beeld hebben hoeveel zzp’ers op dit moment problemen ondervinden met de modelcontracten.

WEF: Nederland is de meest concurrerende economie van de Europese Unie in 2016

Uit een nieuw onderzoek van het World Economic Forum (WEF) komt naar voren dat Nederland dit jaar de meest concurrerende economie van de Europese Unie is. Nederland is op de wereldwijde ranglijst één plek gestegen.  Daardoor komt ons land op de vierde positie. Hierdoor heeft Duitsland ingehaald. De Verenigde Staten, Singapore en Zwitserland ( Europees land dat niet tot de EU behoort) zijn concurrerender volgend de ranglijst van het WEF. In de jaarlijkse publicatie van het WEF worden in totaal 138 landen beoordeeld.

Focus op technologie
Henk Volberda, een Rotterdamse hoogleraar bedrijfskunde, benoemd in zijn reactie op de uitslag van het onderzoek dat Nederland haar hoge positie onder andere te danken heeft aan de goede infrastructuur in het land. Ook de goede gezondheidszorg en de kwaliteit van het hoger onderwijs zijn belangrijke factoren. Verder is Nederland actief in het ontwikkelen van nieuwe hoogwaardige technische producten. Nederland loopt voorop in de toepassing van nieuwe technologieën. Inscope het onderzoeksbureau van Volberda heeft de gegevens voor Nederland bij de WEF-studie verzameld.

Zwakke plek
Volgens de heer Volbedra blijft de financiële dienstverlening van banken aan het bedrijfsleven een zwakke plek. Volgens hem kan de kredietverstrekking aan het midden- en kleinbedrijf veel beter worden geregeld dan op dit moment gebeurd.

Iran is toch niet bereid om olieproductie te bevriezen in 2016

Iran blijkt toch niet bereid te zijn olieproductie te bevriezen op het huidige niveau. Eerder leek het land wel positief te zijn over het maken van een afspraak over een bevriezing van de olieproductie maar die positieve houding is nu weer verdwenen. Iran doet namelijk ook niet mee aan de gesprekken tussen grote olieproducenten in Algerije deze week. Dit maakte Iraanse olieminister Bijan Zanganeh dinsdag 27 september 2016 bekend aan het persbureau Bloomberg.

Volgens de olieminister van Iran zal het land de olieproductie gaan verhogen van het huidige niveau van 3,6 miljoen vaten naar 4 miljoen vaten per dag. Doordat de internationale sancties tegen Iran zijn weggevallen probeert het land haar positie op de oliemarkt weer in te nemen. Dit kan door haar olieproductie op te voeren. Daardoor neemt het marktaandeel van het land op de oliemarkt toe.

Saudi-Arabië maakte eerder bekend dat ze haar olieproductie zou willen bevriezen als Iran datzelfde zou willen doen. Door deze houding leek het er even op dat er een akkoord zou komen over de bevriezing van de olieproductie. De olieprijs ging door het gerucht omhoog. Maar bij het informele overleg van oliekartel OPEC aanstaande woensdag is Iran niet aanwezig. Rusland neemt echter wel deel aan het overleg. Rusland, Saudi-Arabië maar ook Venezuela hebben veel last van de lage olieprijzen. Olie vormt voor deze landen een zeer belangrijk exportproduct.  Als er minder olie wordt geëxporteerd door deze landen neemt ook de hoogte van hun inkomsten af. De OPEC en Rusland gaan in Algiers alsnog kijken naar een oplossing voor dit probleem.