Verhuurders van duurzame woningen mogen vergoeding vragen aan huurders vanaf 01-09-2016

Vanaf 1 september 2016 mogen verhuurders  van duurzame woningen een vergoeding vragen aan de huurders. Het gaat hierbij om het verhuren van woningen die zo zijn verbouwd dat de energiekosten nul of praktisch op nu uitkomen voor de huurders. De huurders kunnen door de investeringen van verhuurders te maken krijgen met zulke duurzame woningen dat ze niet of nauwelijks meer kosten maken op het gebied van energie. Deze duurzame woningen worden ook wel (bijna) nul-op-de-meterwoningen genoemd. Deze woningen zijn voorzien van energiebesparende maatregelen.

Daarnaast zijn in deze woningen ook voorzieningen geplaats die er voor zorgen dat er energie wordt opgewekt. Deze energie kan worden gebruikt in de woning zelf of worden terug geleverd op het energienet. Deze technische oplossingen zorgen er niet alleen voor dat de woning duurzamer en milieuvriendelijker is. De voorzieningen leveren namelijk ook een aanzienlijke kostenbesparing op voor de gebruikers of huurders van de woning. Die hebben namelijk een veel lagere energierekening door alle duurzaamheidsvoorzieningen.

Voorbeelden van energiebesparende voorzieningen
In het Energieakkoord zijn in 2013 afspraken vastgelegd over de energiezuinigheid van huurwoningen. Voor sociale huurwoningen is vastgelegd dat die in 2020 gemiddeld een energielabel B moeten hebben. Daar is nu echter nog lang geen sprake van daarom moeten woningbouwcorporaties in Nederland op grote schaal renoveren. Er worden verschillende energiebesparende voorzieningen aangebracht zoals zonnepanelen en zonneboilers maar ook warmtepompen en extra isolatie behoren tot energiebesparende maatregelen. Al deze voorzieningen vereisen een investering van de verhuurders.

Investering
Woningcorporaties en andere organisaties die woningen verhuren doen investeringen in hun woning als deze worden geïsoleerd en worden voorzien van zonnepanelen en andere voorzieningen die gericht zijn op het winnen van hernieuwbare energie. Deze investeringen lopen al snel op tot duizenden euro’s per woning. Daar zien de verhuurders echter niet van terug. De huurders echter wel want die hebben een lagere energierekening.

Vergoeding
Vanaf 1 september 2016 is het echter mogelijk dat verhuurders een vergoeding vragen aan huurders als deze van een huurwoning gebruik maken met zulke goede duurzaamheidsvoorzieningen dat de energierekening zeer laag is. Met deze vergoeding kunnen de verhuurders van de woningen de investeringen die zij hebben gedaan in hun huurwoningen terugverdienen. Het is echter niet bekend wat de exacte hoogte is van het bedrag dat de verhuurders kunnen vragen van de huurders van duurzame woningen.

Daarnaast geeft de overheid aan dat de huurder en de verhuurder van de woning het samen eens moeten worden over de hoogte van het bedrag. Minister Stef Blok van Wonen gaat op verzoek van de Tweede Kamer nog een regeling uitwerken waardoor de huurder de garantie gaan krijgen dat hun woonlasten niet te veel gaan stijgen. Ze moeten niet meer gaan betalen aan de verhuurders dan datgene wat ze besparen met de energiebesparende voorzieningen.

Politie wil af van zelfremmende politieauto’s in 2016

De Nederlandse politie maakt op dit moment gebruik van verschillende soorten politieauto’s. Over de meeste auto’s die door de politie worden gebruikt worden geen klachten benoemd. Over één autotype is de politie echter wel ontevreden. Het gaat hierbij om de Volkswagen Touran. Deze auto’s zijn standaard uitgerust met een zogenoemde City Emergency Brake (CEB). Dit systeem zorgt er voor dat de Volkswagen Touran automatisch gaat afremmen als het voertuig een object of andere auto te dicht nadert. Het CEB-systeem wordt gebruikt om botsingen te voorkomen.

Geen zelfremmende politieauto’s
Het City Emergency Brake systeem is natuurlijk een veiligheidssysteem. CEB zorgt er voor dat er minder botsingen kunnen ontstaan en dat de inzittenden van het voertuig dus beter beschermd zijn. Toch zijn de Volkswagen Touran voertuigen die uitgerust zijn met dit systeem niet geschikt voor alle politietaken. Het systeem is namelijk zeer onhandig als de politie een achtervolging inzet. Ook bij noodsituaties is het CEB soms eerder lastig dan nuttig. Het is niet bekend gemaakt of het City Emergency Brake systeem er voor heeft gezorgd dat verdachten of criminelen zijn ontkomen aan de politie. Duidelijk is wel dat er veel klachten zijn van verschillende agenten over dit systeem. In totaal moeten 300 zelfremmende politieauto’s terug naar de garage volgens het Algemeen Dagblad. Volgens Geert Priem van de vakbond ANPV wordt de inkoop van de politieauto’s waarschijnlijk vanachter een bureau gedaan en is er vermoedelijk geen overleg geweest met de werkvloer.

Reactie van Technisch Werken
Soms zijn veiligheidsvoorzieningen een belemmering voor de uitoefening van werkzaamheden. Dat blijkt nu ook het geval bij deze politiewagens. Op zich is het City Emergency Brake-systeem natuurlijk heel goed maar politiewagens moeten soms voertuigen blokkeren en daarbij moeten ze deze heel dicht naderen. Dan werkt dit systeem het primaire proces tegen. Misschien is het mogelijk om het City Emergency Brake systeem doormiddel van een knop in of uit te schakelen. Dan kan de auto onder alle omstandigheden veilig en nuttig worden gebruikt.

Wat is steenkooldiesel?

Steenkooldiesel is een dieselolie dat men heeft gewonnen uit steenkolen. Hierbij wordt een chemisch proces toegepast. Er bestaan twee verschillende chemische processen die men hiervoor kan hanteren dit zijn:

  • Fischer-Tropschprocédé
  • liquefactie

Bovengenoemde methodes zijn in onderstaande alinea’s verder omschreven en toegelicht.

Fischer-Tropschprocédé
Het Fischer-Tropschprocédé is in de jaren ’20 van de 20e eeuw ontwikkeld door de Duitse geleerden Fischer en Tropsch. Tijdens dit proces wordt een gasmengsel van koolstofmonoxide (CO) en waterstof (H2) omgezet in een vloeibare brandstof. Bij dit proces wordt ijzer als katalysator gebruikt. Het resultaat van het Fischer-Tropschprocédé is ongeveer 75 procent steenkooldiesel en het overige deel is nafta. De steenkooldiesel die door middel van dit proces vervaardigd is heeft een hoge kwaliteit. Er zijn bijna geen zwavel en andere verontreinigingen in dit dieselmengsel aanwezig.

Liquefactie 
Als men steenkooldiesel doormiddel van liquefactie wil winnen is de kwaliteit veel lager dan steenkooldiesel dat doormiddel van Fischer-Tropschprocédé vervaardigd is. Het cetaangetal van deze diesel is echter zeer hoog. Dat maakt deze brandstof niet geschikt voor de meestal dieselmotoren. Een hoog cetaangetal maakt duidelijk dat het dieselmengsel zeer snel tot zelfontbranding komt. Deze zelfontbranding moet echter wel passen bij de dieselmotoren. Een te hoog cetaangetal zorgt er voor dat het dieselmengsel voortijdig tot detonatie komt en dat is ook niet goed voor de zuigerslagen die de dieselmotor maakt. Daarom worden aan deze steenkooldiesel andere mengsels toegevoegd. In bijgemengde vorm kan deze diesel wel gebruikt worden in dieselmotoren.

Wat is landbouwdiesel?

Landbouwdiesel is diesel die in het verleden specifiek werd gebruikt voor landbouwvoertuigen. In feite was landbouwdiesel gewone diesel waaraan de stof furfural als marker werd toegevoegd. Daarnaast werd een rode kleurstof aan de diesel toegevoegd zodat landbouwdiesel ook visueel te onderscheiden was van blanke hoogbelaste diesel. Landbouwdiesel werd daarom ook wel rode diesel genoemd.

Gewone diesel werd hoger belast dan rode diesel. Rode diesel mocht daarom niet worden gebruikt voor wegverkeer. Voor verkeer op de weg mocht men alleen normale diesel gebruiken waarop hoge accijns werden geheven. Sinds 1 januari 2013 kan men in Nederland alleen de blanke diesel kopen. De rode diesel mag niet meer worden verkocht.

Waarvoor werd landbouwdiesel gebruikt?
Landbouwdiesel of rode diesel werd in het verleden gebruikt als brandstof voor bijvoorbeeld:

  • Hoogwerkers
  • Tractoren
  • Heftrucks
  • Verreikers

Tegenwoordig mag men rode diesel alleen nog maar gebruiken als brandstof in de beroepsscheepvaart. Dit is de scheepsvaart die niet valt onder de plezierscheepvaart. Als men wel rode diesel gebruikt voor andere doeleinden dan kan men een flinke boete riskeren. Deze boete is meestal per liter rode diesel met een behoorlijk hoog minimumbedrag. Het gebruik van rode diesel is namelijk een economisch delict. Men ontduikt het betalen van accijns en dat is strafbaar.

Frankrijk wil stoppen met TTIP-onderhandelingen vanaf augustus 2016

TTIP staat aan het einde van augustus 2016 behoorlijk onder druk. TTIP is een handelsverdrag waarover wordt gesproken tussen Amerika en de EU. De doelstelling is dat het TTIP verdrag de handel tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie bevordert. Verschillende Europese landen en organisaties hebben echter ernstige bedenkingen bij TTIP.

Men verwacht dat dit verdrag voor Europese landen en Europese bedrijven helemaal niet zo positief zal zijn. Milieuorganisaties geven aan dat TTIP ook een slechte uitwerking zal hebben op de gezondheid van de mens en het milieu. Amerikaanse bedrijven hebben namelijk te maken met andere keurmerken en veiligheidsaspecten voor mens en milieu. Gemiddeld zijn de Europese richtlijnen veel strenger.

Frankrijk en Duitsland
Gisteren werd al bekend gemaakt dat de Duitse vicekanselier weinig heil meer ziet in het voortzetten van de onderhandelingen over TTIP. Over geen enkel hoofdstuk van het TTIP verdrag zijn de VS en de EU het eens geworden. Dat is volgens de Duitse vicekanselier een duidelijk teken dat de onderhandelingen muurvast zitten.

Ook Frankrijk geeft aan dat er voorlopig geen TTIP akkoord gesloten zal worden. Het TTIP-verdrag is controversieel dit houdt in dat dit verdrag veel discussie oproept in de maatschappij. De roep van de tegenstanders is luider dan de roep van de voorstanders. Daarom is het voor politici helemaal niet aantrekkelijk om met een dergelijk verdrag in te stemmen.  Ook in Frankrijk volgen binnenkort verkiezingen. Daarom wil Hollande mogelijk niet dat zijn naam zal kleven aan het TTIP verdrag.

Reactie van Technisch Werken
TTIP leek van te voren zo positief maar achteraf blijkt dat dit verdrag helemaal geen duidelijke voordelen oplevert. Er zijn veel sceptici die denken dat dit verdrag desastreus is. Niet alleen het milieu maar ook de overheden kunnen in de problemen raken door dit verdrag te ondertekenen. Amerikaanse bedrijven kunnen overheden dwingen om handelstransacties toe te staan ook als deze in strijd zijn met de milieuregels en veiligheidsregels. Als overheden dan dwars liggen dan kunnen bedrijven uit Amerika via een juridische procedure een claim neerleggen bij overheden. Dat kan enorm veel geld gaan kosten. Overheden hebben echter zelf geen direct baat bij TTIP alleen de economie zou er baat bij hebben. Hoeveel baat de economie er precies bij zal hebben als het TTIP-verdrag gesloten wordt is echter niet bekend.

In 2015 kwam het aantal nieuwe olievelden op laagste niveau in zeventig jaar

In 2015 zijn verhoudingsgewijs nauwelijks nieuwe olievelden gevonden. Ook voor dit jaar zijn de verwachtingen niet heel positief. Olieconcerns hadden in 2015 voor 2,7 miljard nieuwe vaten aan nieuwe oliereserves ontdekt. Volgens persbureau Bloomberg is dat het laagste aantal sinds 1947. Het persbureau heeft deze conclusie gebaseerd op basis van gegevens van het Schotse onderzoeksbureau Wood Mackenzie.

Het aantal nieuwe olievelden is op het laagste niveau in bijna zeventig jaar en zal naar verwachting in 2016 niet veel hoger worden. In 2016 zijn er tot en met de maand juli in totaal nog maar voor ongeveer 736 miljoen olievaten aan nieuwe reserves gevonden. De verhouding is dat op elke twintig vaten die uit bestaande oliebronnen wordt gehaald gemiddeld 1 nieuw olievat wordt gevonden.

Bedrijven in de petrochemische sector doen weinig investeringen in de zoektocht naar nieuwe oliebronnen. De olieprijs is te laag. Daardoor zijn de opbrengsten uit de olie onvoldoende om nieuwe investeringen te kunnen doen. Een investering wordt namelijk niet snel terugverdient met een lage olieprijs.

Reactie van Technisch Werken
Doordat er nauwelijks investeringen worden gedaan in proefboringen en onderzoek naar nieuwe olielocaties zal op den duur de olieproductie af gaan nemen. De bestaande bronnen zullen leeg raken en als er geen nieuwe bronnen worden gevonden of benut dreigt straks het overschot aan olie op de oliemarkt aanzienlijk te slinken. Daardoor zal uiteindelijk de olieprijs ook weer hoger worden. Als dan ook het wereldwijde gebruik van olie gaat toenemen kan de prijs wel eens tot een recordhoogte stijgen.

Aantal werknemers dat opleiding volgt blijft stabiel in 2016

De Nederlandse overheid wil dat meer werknemers een opleiding gaan volgen. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) kwam echter naar voren dat het aantal werknemers dat daadwerkelijk een opleiding volgt in Nederland nauwelijks verandert.

Goede scholing belangrijk
De overheid vindt het belangrijk dat werknemers zich blijven ontwikkelen en opleidingen blijven volgen gedurende hun loopbaan. Door deze voortdurende ontwikkeling wordt de inzetbaarheid van werknemers op de arbeidsmarkt vergroot. Goed geschoolde werknemers kunnen sneller een nieuwe baan bemachtigen op de arbeidsmarkt, aldus de redenering van de overheid. Scholing kan er voor zorgen dat de werkloosheid wordt beperkt.

Het terugdringen van de werkloosheid is een belangrijk speerpunt voor de meeste kabinetten geweest in Nederland. Als opleidingen daarvoor een probaat middel zijn moeten zoveel mogelijk werknemers in Nederland een opleiding volgen. Dit gebeurd in de praktijk echter nauwelijks. Aan het einde van 2014 is onderzoek gedaan naar het aantal werknemers dat in Nederland een opleiding volgt. Hieruit kwam naar voren dat op dat moment ongeveer veertig procent van de Nederlandse werknemers een opleiding, cursus of een andere vorm van scholing deed.

Flexwerkers
Het valt op dat met name flexwerkers weinig scholing krijgen. Ook oudere werknemers en laaggeschoolde krachten krijgen nauwelijks opleiding op hun werk. SCP-onderzoekster Patricia van Echtelt geeft aan dat dit heel jammer is omdat deze groepen scholing het hardste nodig hebben. Volgens haar hebben werkgevers op een flexibele arbeidsmarkt minder prikkels om investeringen te doen in de scholing van werknemers. Bedrijven zijn bang dat deze investeringen voor niets zijn geweest als de werknemers de organisatie om wat voor reden dan ook moeten verlaten.

Reactie van Technisch Werken
Het woord kenniseconomie hoor je de afgelopen jaren veel minder in het nieuws dan in het verleden. Toch blijkt kennis wel een zeer belangrijke voorwaarde te zijn voor het verstevigen van de concurrentiepositie van bedrijven. Een gebrek aan kennis is ongunstig voor bedrijven maar ook ongunstig voor personeel. De arbeidsmarkt is ook een soort markt.

Hier komt ook vraag en aanbod samen. Daarom is het belangrijk om je meerwaarde op deze markt te vergroten. Sommige werknemers volgen zelf opleidingen op eigen kosten om hun meerwaarde te vergroten. Werkgevers blijken toch vrij terughoudend in het verstrekken van opleidingen. Opleidingen kosten toch geld en die investering moet worden terugverdient.

Technologiebedrijf Philips voert productie in India vanaf 2016

In de komende drie jaar gaat technologiebedrijf Philips haar productie aanzienlijk opvoeren India. De producten die worden geproduceerd worden verkocht aan de binnenlandse markt van India. Philips verkoopt in 2016 nog ongeveer vijftig procent van haar producten in India. De doelstelling van Philips is om dit te verhogen naar vijfenzeventig procent.

India
De regering van India wil Philips graag bij deze ambitieuze doelstelling ondersteunen. De overheid van India wil namelijk de productie in eigen land stimuleren.  Philips liet doormiddel van een woordvoerder weten dat de productieverhoging in India niet ten koste zal gaan van de productie in de Philipsfabrieken in andere landen in de wereld. Er werd door de woordvoerder geen informatie verstrekt over de financiële aspecten die gepaard gaan met deze investering.

Preethi
In India produceert en verkoopt Philips producten onder de naam Preethi. Hierbij kan men denken aan verzorgingsproducten zoals haarföhns en keukenapparatuur. Het merk Preethi is lokaal zeer bekend. In 2011 heeft Philips dat bedrijf en daarmee het merk overgenomen. Preethi levert zeer sterker mixers die onder andere gebruikt worden voor het mengen van curry’s. Preethi produceert niet alleen apparaten voor huishoudens, het merk maakt ook producten voor de zorgsector in India. De tak van het bedrijf dat producten produceert voor de zorgsector valt echter buiten de productieverhoging die Philips wil doorvoeren voor Preethi.

Reactie van Technisch Werken
Philips maakt belangrijke keuzes waarmee het bedrijf haar marktbewerking voor de komende jaren wil uitstippelen.  India is een toonaangevend land op het gebied van technologie. Het is mooi dat een Nederlands bedrijf als Philips ook een rol in dat land vervult op technologisch gebied.

Verschil tussen mazout en rode diesel

Mazout kent men in Nederland eigenlijk niet als benaming voor brandstof. In België gebruikt men de term mazout wel voor huisbrandolie. Mazout wordt in dat land aangewend als stookolie voor woningen en utiliteitspanden. Op internet worden op forums hele discussies gehouden over mazout en rode diesel. Er zijn mensen die beweren dat mazout als rode diesel kan worden gebruikt. Weer andere mensen beweren dat dit absoluut niet kan omdat mazout de dieselmotor kan vernielen.

Is mazout geschikt voor dieselmotoren?
Bovenstaande vraag kun je niet eenduidig beantwoorden. Sommige mazout is wel geschikt en andere mazout is niet geschikt. Dit kan eigenlijk alleen worden bepaald door een onderzoek dat de doorsnee automobilist zeker niet zelf kan uitvoeren. Voor dieselmotoren is namelijk de zelfontbrandbaarheid van de brandstof van groot belang. Deze zelfontbrandbaarheid wordt aangeduid met een cetaangetal. Bij dieselbrandstoffen (ook rode diesel) is het cetaangetal bekend.

Meestal ligt dit cetaangetal rond de 50. Voor mazout oftewel huisbrandolie is meestal geen cetaangetal bekend.  Daarom weet je ook niet of het mazoutmengsel geschikt is voor de dieselmotor.

Rode diesel
Diesel is in oorsprong niet rood van kleur maar licht geel. De rode kleurstof is later aan de dieselbrandstof toegevoegd om de diesel visueel te markeren. Naast de rode kleurstof werd ook furfural als marker toegevoegd in het verleden. Tegenwoordig gebruikt men (sinds 2002) in de EU Solvent Yellow 124 als marker. Rode diesel werd ook wel landbouwdiesel genoemd omdat deze brandstof werd gebruikt voor voertuigen die door boeren werden gehanteerd om het land te bewerken. Tegenwoordig wordt geen rode diesel meer gebruikt in Nederland. Alleen voor boten die niet gebruikt worden in de pleziervaart mag men nog rode diesel als brandstof aanwenden.

Dieselmotor met verkeerde brandstof
Bijna iedereen weet dat je geen benzine in een dieselmotor kunt gebruiken als brandstof. Benzine wordt namelijk doormiddel van bougies tot ontbranding gebracht. Een dieselmotor werkt op basis van een ander principe namelijk het principe van zelfontbranding van het brandstofmengsel. Het is belangrijk dat men weet hoe een brandstofmengsel reageert op compressie en wanneer het tot zelfontbranding komt. Bij mazout is het cetaangetal niet bekend.

Daardoor weet men ook niet precies of deze brandstof op gewenste moment tot zelfontbranding komt. Dit moment van zelfontbranding is van belang bij de slagen die de zuigers maken in de motor. Als het moment van zelfontbranding verkeert is kan de motor gaan pingelen of kloppen. Dit pingelen of kloppen is een vorm van detonatie (explosie) van het brandstofmengsel op een ongewenst moment. De motor loopt daardoor niet meer  goed en gaat uiteindelijk kapot.

Waarom zou je mazout als autobrandstof gebruiken?
Mazout gebruiken als brandstof voor een auto is onverstandig en kan je een automotor gaan kosten. Bovendien is het ook niet legaal. Waarom zou je mazout als brandstof voor een auto aanwenden? De meeste mensen die dit overwegen doen dit waarschijnlijk om kosten te besparen. Brandstof aan de pomp is echter niet voor niets duurder. Daar wordt belasting (accijns) over geheven. Dat is in Nederland zo maar ook in België. Het ontduiken van deze belasting is een economisch delict en daarom strafbaar. Daarom moet mazout niet als brandstof voor auto’s worden gebruikt. Men loopt een dubbel risico: de dieselmotor vernielen of een flinke boete betalen.

Duitse minister ziet geen toekomst in TTIP-onderhandelingen in 2016

TTIP is een vrijhandelsverdrag dat al geruime tijd ter discussie staat in Europa. Het TTIP verdrag zou de handel tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie moeten bevorderen. Er zijn echter veel organisaties en landen in Europa die sterke twijfels hebben over de uitwerking van dit verdrag. Op zondag 28 augustus 2016 heeft de Duitse vicekanselier Sigmar Gabriel in een interview met de Duitse zender ZDF benoemd dat naar zijn mening de gesprekken tussen de VS en Europa over het vrijhandelsverdrag TTIP geen zin meer hebben.

TTIP onderhandelingen mislukt
De Duitse vicekanselier geeft aan dat er weinig vooruitgang wordt geboekt in de overleggen tussen Europa en de VS over TTIP. Letterlijk zei de vicekanselier: ”Als je het mij vraagt zijn de onderhandelingen met de VS feitelijk mislukt, ook al wil niemand dat echt toegeven”. Er zijn al veertien gespreksrondes geweest in de afgelopen jaren. Volgens de vicekanselier bevat het TTIP handelsverdrag 27 hoofdstukken en is er op dit moment (augustus 2016) nog niet één akkoord bereikt over één hoofdstuk.

CETA
Over CETA, het handelsverdrag waarover de EU met Canada in gesprek is, is de Duitse vicekanselier wel positief. Het CETA verdrag is geheel anders dan het TTIP verdrag. Deze twee verdragen moeten niet met elkaar worden verward. Dit gebeurd echter wel regelmatig in de praktijk tot grote frustratie van de vicekanselier. Het debat over CETA is daardoor onnodig lastig geweest volgens hem.

Milieudefensie
Milieuorganisaties zoals Milieudefensie zijn groot tegenstander van TTIP. Zij zijn van mening dat de uitwerking van het TTIP verdrag zeer slecht zal uitpakken voor het milieu. Daarom is Milieudefensie ook blij met de uitspraken van de Duitse vicekanselier Gabriel. Volgens Milieudefensie zou het geweldig zijn als TTIP niet meer door gaat.

Als het TTIP verdrag niet wordt gesloten kan worden voorkomen dat Amerikaanse bedrijven straks miljardenclaims gaan indienen tegen Nederland wanneer de Nederlandse overheid vervuilende bedrijvigheid van Amerikaanse bedrijven aan banden wil leggen. Milieudefensie hoopt er op dat de onderhandelingen over TTIP definitief mislukken. Een mislukking van de TTIP-onderhandelingen zou er voor moeten zorgen dat de EU de mens en het milieu weer boven de handel gaat stellen.

Reactie van Technisch Werken
Vanaf het begin van de onderhandelingen was er enorm veel weerstand tegen TTIP. De claimcultuur van Amerikaanse bedrijven past niet binnen de Europese denkwijze en wet en regelgeving van de Europese landen. Daarnaast zijn veel Amerikaanse bedrijven veel minder gericht op duurzaamheid dan Europese bedrijven. Dit zorgt er voor dat Europese bedrijven moeten concurreren met vervuilende bedrijven uit Amerika. De Amerikaanse bedrijven hoeven zich volgens hun overheid minder aan milieuwetten te houden.

Dat scheelt veel investeringen en zorgt er voor dat veel Amerikaanse bedrijven goedkoper kunnen produceren dan Europese bedrijven. Kortom oneerlijke concurrentie.  Dat is niet alleen slecht voor het milieu maar ook slecht voor de handel. Alleen Amerika heeft baat bij TTIP. Voor Europa is het TTIP-handelsverdrag nauwelijks van toegevoegde waarde voor de handelsbetrekkingen, eerder het tegendeel. 

Nederland niet ‘lean’ met voedsel in 2016

Lean management en lean manufacturing zijn termen die in het bedrijfsleven al goed ‘ingeburgerd’ zijn. Inmiddels gebruiken niet alleen fabrieken lean –termen, ook bedrijven in de financiële sector en overheidsinstellingen passen steeds meer lean-principes toe in hun organisaties. In feite is het lean denken overal aanwezig. Het woord lean kun je vertalen met afgeslankt.

Lean is afval tegen gaan
Het gaat er bij lean-processen om dat werkprocessen zo zijn ingericht dat er zo weinig mogelijk wordt verspilt en dat de aandacht zoveel mogelijk uitgaat naar de kernprocessen waarmee de klant wordt bedient. Tijdens processen moet zo weinig mogelijk afval ontstaan en moet zo effectief mogelijk met tijd omgegaan. Het tegengaan van verspilling en het bevorderen klantgerichtheid zijn natuurlijk logische kernpunten van bedrijven. Geen wonder dat veel bedrijven zich daar op richten. Wat echter wel verbazing schept is dat veel mensen thuis veel minder lean denken en doen.

Verspilling van voedsel
Per jaar wordt in Nederland meer dan 2 miljard kilo aan voedsel weggegooid. Gemiddeld is dit 135 kilo aan voedsel per inwoner. De overheid heeft eerder een doelstelling ingevoerd om de voedselverspilling met 20 procent te reduceren. Dit blijkt niet haalbaar in 2016. In Nederland wordt dus nog steeds enorm veel voedsel weggegooid. Echter, voedsel wordt ook verpakt. De verpakkingsmaterialen van voedsel verdwijnen eveneens in de afvalbakken. Twee miljard kilo aan voedsel is nodeloos geproduceerd en verdwijnt zonder consumptie in het afvalcircuit. Waardoor het afval ook nog toeneemt. Deze gegevens tonen aan dat veel mensen en gezinnen totaal niet effectief met eten omgaan.

Oorzaak voedselverspilling
Er zijn verschillende redenen waardoor er in Nederland voedsel verspild wordt. Onderzoeker Toine Timmermans van de Wageningen Universiteit geeft aan dat veel mensen zich in supermarkten laten leiden door impulsaankopen. Uit onderzoek is gebleken dat mensen die een boodschappenlijstje hanteren bij het boodschappen doen veel minder voedsel weggooien. Veel impulsaankopen verdwijnen namelijk in de prullenbak of blijven lang in de kast liggen totdat deze voedingsmiddelen over datum raken.

Dat brengt ons bij de tweede oorzaak van voedselverspilling. Volgens Toine Timmermans is het namelijk een wijdverbreid misverstand dat voedsel bedorven is als de houdbaarheidsdatum is verstreken. Hij geeft aan dat dit bij veel producten helemaal niet het geval is. Als voorbeeld geeft de heer Timmermans aan dat yoghurt nog wel een week goed is na het verstrijken van de houdbaarheidsdatum.  Bij vleesproducten is er echter minder speling. Daar kan volgens de heer Timmermans beter niet mee worden geëxperimenteerd.

Wat kan men tegen verspilling doen?
Vanuit de overheid wil staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken al laten onderzoeken of de regelgeving over houdbaarheidsdata kan worden versoepeld. Mensen kunnen thuis echter zelf ook actief aan de slag met het beperken van verspilling. Een aantal belangrijke tips zijn de volgende:

  • Bewaar voedsel volgens de voorschriften. Deze staan op de verpakking van de voedingsmiddelen.
  • Koop voedsel in de juiste verhouding. Koop niet meer dan je nodig hebt of op kunt. Let daarbij ook op de verpakking. Veel voedsel is in kleine en grote verpakkingen te koop.
  • Deel koelkast en voorraadkast goed in zodat je overzicht houdt en weet welke voedingsmiddelen het eerst op moeten.
  • Gebruik een boodschappenlijstje en houd je daaraan.
  • Als er voldoende voedsel overblijft na een maaltijd kun je dit voedsel invriezen zodat je dit later opnieuw kunt gebruiken.
  • Let op de houdbaarheidsdatum van voedingsmiddelen die je koopt.
  • Laat je niet verleiden tot impulsaankopen, denk na voordat je wat koopt.

Reactie van Technisch Werken
Het is beschamend dat er in Nederland zoveel voedsel wordt weggegooid. Men beweerd duurzaamheid als één van de belangrijkste speerpunten te noemen in de maatschappij terwijl men zoveel eten weggooit. Dat is moeilijk uit te leggen. Toch is er wel een verklaring voor. Het consumeren en het consumentisme ligt hieraan ten grondslag. De overheid en bedrijven vinden het belangrijk dat mensen blijven kopen.

Eigenlijk maakt het deze organisaties helemaal niets uit of men het ook opeet of niet. Geld moet rollen en voedsel is een industrie: de voedingsmiddelenindustrie. Hier gaat veel geld in om. Verpakkingen  moeten mensen verleiden tot impulsaankopen. Daarbij moeten verpakkingen aantrekkelijk zijn. Ook over de verkoop van voedingsmiddelen ontvangt de overheid BTW. Dus de overheid is ook gebaad bij zoveel mogelijk verkochte voedingsmiddelen.

Zowel de overheid, het bedrijfsleven als de consumenten zouden hun houding moeten veranderen. Dat is niet eenvoudig want het consumentisme wordt eerder gestimuleerd dan gereduceerd. Voedselbanken zouden misschien een bijdrage kunnen leveren in het tegengaan van verspilling. Deze organisaties verstrekken voedsel aan arme mensen in Nederland. Op die manier verdwijnt een teveel aan voedsel niet op de afvalberg maar gewoon waar het hoort op het bord.

Sinopec ziet winst slinken door lage olieprijs 2016

Het Chinese olieconcern Sinopec hweft in de eerste zes maanden van 2016 haar winst behoorlijk zien dalen. Zondag publiceerde het bedrijf een halfjaarbericht met daain de vvermelding van de lagere winst. Ten opzichte van de eerste helft van 2015 bleef er voor het bedrijf ruim twintig procent minder winst over. de winst van Sinopec kwam uit op een kleine 20 miljard yuan. Dit is omgerekend 2,7 miljard euro.

De winstdaling is niet uitzonderlijk. Ook andere bedrijven in de wereld die actief zijn in de petrochemische branche hebben veel last van de zeer lage olieprijzen. Er ontstaat echter wel veel marge op de productie van autobrandstoffen. Ook in de productie van smeermiddelen en chemicaliën worden hogere marges gedraaid.  De opbrengsten uit de productie van ruwe olie vallen echter tegen. De totale omzet in de petrochemische branche zakte met bijna een zesde en kwam daarbij uit op omgerekend 118 miljard euro.

Gemiddeld brengt een vat olie ongeveer 41 dollar op in de eerste helft van 2016. Dit bedrag ligt ongeveer 39 procent lager dan de eerste zes maanden van 2015. Sinopec bestaat uit verschillende divisies.  De divisie die gericht is op het opsporen en oppompen van olie uit de aardkorst draaide flink verlies. De raffinagetak van Sinopec had echter een verdubbeling van haar operationele winst.

Reactie van Technisch Werken

Uit dit bericht wordt duidelijk dat ook Chinese bedrijven last hebben van de lage olieprijs.  Een ander gegeven is dat nu duidelijk is waar het prijsverschil blijft, De consument betaald namelijkin maar een fractie minder aan de pomp. Het verschil in de lage prijs voor ruwe olie en de brandstofkosten zit in de raffinaderijen.  Die blijken te profiteren van het prijsverschil en houden de prijzen van diesel, benzine en lpg kunstmatig hoog. De consument die diesel, lpg of benzine tankt merkt niet veel verschil. Daarnaast wil de overheid ook de accijns graag verhogen ook omdat de consument het toch niet zou merken. Dat is natuurlijk een vreemd spelletje maar duidelijk is wel dat de consument wel meer voor diesel, bezine en lpg moet betalen als de olieprijs stijgt en dat de prijs van deze fossiele brandstoffen niet evenredig daalt als de olieprijs daalt.

Volkswagen bereikt akkoord met leveranciers in augustus 2016

Autofabrikant Volkswagen kon in de afgelopen weken meer dan 22.000 auto’s niet afbouwen door een conflict met een aantal van haar leveranciers. Door het conflict met de leveranciers heeft de autofabrikant bepaalde onderdelen niet waardoor productie de afgelopen weken lang stil kwam te liggen. Dit bericht werd bekend gemaakt door de Duitse krant Wellt am Sonntag.

Volkswagen Golf en Passat

De productie van de Volkswagens van het type Golf en Passat loopt vooral moeizaam de afgelopen tijd. De Volkswagenfabriek in Wolfsburg heeft al te maken met tienduizend onvoltooide auto’s volgens de Duitse krant. De afgelopen tijd had Volkswagen een conflict met haar leveranciers Car Trim en ES Automobilguss. Na negentien uur onderhandelen werd echter een akkoord bereikt tussen de leveranciers en Volkswagen.

Financiële schade

Ondanks dat akkoord heeft de productie van Volkswagen aanzienlijke vertraging opgelopen. Volgens een topman van Volkswagen zal het nog weken duren voordat de niet-geproduceerde auto’s voltooid kunnen worden. Aanstaande maandag denkt Volkswagen haar autoproductie weer als normaal te kunnen hervatten. Toch heeft de afgelopen periode voor veel vertraging en bedrijfseconomische schade gezorgd.  De exacte financiële gegevens zijn hierover niet bekend gemaakt. Experts ramen de schade op ruim 100 miljoen euro voor Volkswagen.

Omzet autobranche gestegen in eerste helft 2016

In de eerste helft van 2016 is de omzet van de autobranche hoger uitgevallen dan dezelfde periode in 2015. Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend. Volgens het statistiekbureau viel de omzet van de autobranche in de eerste helft van 2016 in totaal 7,5 procent hoger uit ten opzichte van dezelfde periode in 2015. Dit is de sterkste omzetstijging voor de autobranche sinds 2011. De stijging in de autobranche is opvallend opzichte van andere jaren. Het is de sterkste omzetstijging voor de autobranche sinds 2011.

Bedrijfswagens

Volgens het CBS deden alle deelbranches van de autosector het in Nederland in de eerste helft van 2016 beter dan een jaar eerder. De sterkste stijging was merkbaar in het segment bedrijfsauto’s. In deze deelbranche nam de omzet met 15 procent toe. Ook bij autoservicebedrijven nam de omzet toe, hier nam de omzet toe met 8 procent. In de deelbranche personenauto’s nam de verkoop toe met 7 procent. Het segement personenauto’s is de grootste deelbranche binnen de divisie autobranche.

Optimistisch

Door de stijgende omzetten is volgens het CBS ook de stemming onder ondernemers in de auto- en motormarkt weer optimistisch geworden. Het indexcijfer voor het ondernemersvertrouwen was gestegen van 0,9 procent aan het begin van kwartaal twee van 2016 naar een plus van 4 procent procent in het volgende kwartaal. De ondernemers zijn in het huidige kwartaal wel wat minder positief over de resultaten die dit kwartaal behaald gaan worden.

Vacature in de autobranche

In de autobranche nemen de verkopen toe. Dat zorgt er ook voor dat de werkgelegenheid in deze sector toeneemt.  Het aantal openstaande vacatures in de auto- en motorbranche met 800 toe tot 2.600 in het afgelopen kwartaal. Dit is het hoogste aantal vacatures sinds het derde kwartaal van 2008.

Iran komt naar OPEC-overleg in september 2016

Nadat eerder bekend werd gemaakt dat Iran wil praten over het bevriezen van de olieproductie is nu ook bekend geworden dat Iran volgende maand zal deelnemen aan het overleg van de OPEC-landen. Dit overleg wordt in september 2016 gehouden in Algarije. De Iraanse olieminister Bijan Zanganeh zal namens Iran aan het OPEC-overleg deelnemen. Dit werd donderdag 25 augustus 2016 bekemd gemaakt door de Britse zakenkrant Financial Times. De krant publiceerde het bericht op basis van berichten van het Iraanse persbureau Shana.

Iran neemt deel aan OPEC-overleg

Door de deelname van Iran aan het OPEC-overleg lijkt weer een stap in de richting van een akkoord gezet over een plafond in de olieproductie van de OPEC-landen. De bevriezing van de olieproductie door de leden van de OPEC komt dichterbij. De vergadering van OPEC in Algerije in september is met name gericht op het bedenken van mogelijkheden om de lage olieprijs te ondersteunen. In de maand juni was een poging om te komen tot een nieuw productieplafond mislukt. Deze mislukking was onder meer het gevolg van de houding van Iran. Dat land weigerde namelijk mee te werken aan afspraken over een proctieplafond.

Oliemarkt

Dat de oliemarkt enorm gevoelig is blijkt uit de prijsontwikkeling op de markt. Nu Iran weer toenadering lijkt te zoeken en deelneemt aan overleg over een productieplafond denken verschillende spelers op de oliemarkt dat de olieproductie omlaag zal gaan. Daardoor wordt olie schaarser en dus weer meer waard en gaat de prijs omhoog. De gedachte dat de OPEC-landen tot een akkoord zouden kunnen komen heeft nu al tot een positief effect geleid op de oliemarkt. De olieprijs is de afgelopen dagen iets gestegen ten opzichte van de prijs voordat de veranderde houding van Iran bekend werd.

Bouwbedrijven zijn positief over werkgelegenheid in 2016

Bouwbedrijven in Nederland zijn positief over de werkgelegenheid in de bouwsector. De komende maanden verwachten veel bouwbedrijven personeel aan te gaan nemen. Ongeveer vijfentwintig procent van de Nederlandde bouwondernemers denkt dat de personeelssterkte zal toenemen in 2016. Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag bekend.

Bouwondernemingen

Bouwondernemingen in Nederland zijn niet eerder zo positief geweest in Nederland over de verwachte werkgelegenheid.  Hun orderportefeuille zal gaan toenemen zodat de werkgelegenheid waarschijnlijk ook gaat toenemen. In kwartaal twee van 2016 was er al sprake van een toename in het aantal vacatures in de bouwsector. Het jaar 2016 begon al goed met een stijging van zevenduizend vacatures bij bouwbedrijven. Ik kwartaal twee was het aantal vacatures gestegen naar negenduizend.

Vacatures

Het invullen van vacatures in de bouw blijkt moeilijk te zijn. Aan het einde van kwartaal twee waren nog 6.800 vacatures vacant in de bouw. Dat waren negenhonderd meer vacante vacatures dan een kwartaal eerder. Inmiddels staat de vacature-indicator voor de bouwsector op het hoogste niveau sinds 1998 toen de meting begon. De vacature-indicator combineert verschillende verwachtingen over werkgelegenheid waardoor een duidelijk beeld ontstaat van de ontwikkelingen op vacaturegebied in de bouwsector. Steeds meer ondernemers in de bouw merken een te kort aan ervaren bouwvakkers.

Economische crisis

De bouwsector heeft veel last gehad van de economische crisis.  Vanaf 2009 nam de werkgelegenheid in de bouw vrijwel onafgebroken af. Ten opzichte van het einde van het jaar 2008, het moment vlak voor de crisis,  zijn er nog altijd ruim honderdduizend banen minder in de bouwsector van Nederland.

Reactie van Technisch Werken

Veel bedrijven in de bouw hebben te maken gehad met een toename van het aantal opdrachten.  Dat is natuurlijk positief maar er moet ook volgende personeel zijn om de opdrachten uit te kunnen voeren. Daarvoor is veel ervaring en scholing nodig.  Veel bedrijven schakelen uitzendbureau’s en intermediairs in bij de zoektocht naar ervaren personeel. De uitzendbureau’s merken eveneens een toename in het aantal opdrachten. Ook merken deze bureaus dat personeel met een bouwachtergrond schaarser wordt.

Watersportsector hersteld in 2016

In de watersportsector werd de economische crisis verhoudingsgewijs laat gevoeld. In 2010 was de economische crisis pas goed merkbaar in de watersportsector van Nederland.  De economische crisis begon echter al in 2008. De watersport liep dus twee jaar achter. Tijdens de economische crisis kreeg ook de watersport het zwaar te verduren in Nederland. Van 2010 tot 2015 verdween ongeveer 15 procent van de omzet in de watersportsector. Na een aantal moeilijke jaren lijkt de watersport weer uit de economische crisis naar boven te komen.

HISWA

Brancheorganisatie HISWA publiceerde cijfers over de watersportbranche. Hieruit komt naar voren dat vooral tweedehands boten steeds vaker worden verkocht in Nederland. Verder krijgen jachtenbouwers in Nederland meer opdrachten van klanten. Verder neemt ook de verhuur van schuiten toe. Het huren van jachten en schuiten wint aan populariteit. Volgens Geert Dijks de directeur van brancheorganisatie HISWA is 2016 het jaar van stabilisatie.  Na jaren van omzetdaling is er weer sprake van stabiliteit aldus de directeur.

Positief

De brancheorganisatie HISWA maakte de gegevens over de watersportmarkt bekend aan de vooravond van watersportbeurs HISWA te water. De directeur van HISWA is heel positief over de ontwikkelingen in de watersport. Hij hoopt zelfs dat er sprake zal zijn van een kleine plus in de sector.

FNV stemt in met baangaranties voor haven Rotterdam inn2016

Tegenwoordig worden steeds meer processen in fabrieken door robots en automatisering overgenomen.  Daardoor zullen in de toekomst waarschijnlijk banen verdwijnen.  Ook in de haven van Rotterdam is met druk bezig met innovatieve oplossingen om processen in de haven sneller en beter te laten verlopen. Robotica en robotisering komen daarbij ook de orde. In de haven van Rotterdam werken duizenden mensen waarvan ongeveer 3.600 bij de containerterminals werken.

Banen op de tocht

Leden van de vakbond FNV Havens zijn bang dat hun banen op de tocht komen te staan door de automatisering van processen in de haven. De vakbond FNV is echter opgekomen voor de belangen van de havenarbeiders. Samen met de werkgevers van de haven in Rotterdam zijn ze tot een werkzekerheidsakkoord gekomen voor de containersector in Rotterdam.

Werkzekerheidsakkoord

In het werkzekerheidsakkoord is vastgelegd dat havenwerkers met een vast dienstverband tot 2020 werk hebben bij een van de containerbedrijven. Het werkzekerheidsakkoord is gesloten met onder meer ECT, MMS, RWG en Unilash. FNV Havens is positief over het akkoord. Volgens de vakbond gaat het om het eerste akkoord dat gesloten is in Nederland waarmee werknemers voor langere tijd beschermd worden tegen de effecten van automatisering en robotisering op de werkgelegenheid.

FNV

Vakbondsbestuurder Niek Stam geeft aan dat de werkzekerheid van groot belang is. De vakbond verwacht dat de komende jaren achthonderd van de 3.600 banen in de havensector verdwijnen door de uitbreiding van de capaciteit en automatisering in deze sector. Halverwege 2020 zullen de problemen met werkgelegenheid in de containersector volgens de FNV door natuurlijk verloop automatisch worden opgelost. De vakbonden hebben met de werkgevers verschillende afspraken gemaakt. Zo zullen zowel de werkgevers als de vakbonden de havenwerkers stimuleren om eerder met pensioen te gaan. Voor hun pensionering krijgen havenarbeiders de mogelijkheid om in deeltijd te werken.

Extra maatregelen voor de werkgelegenheid

Verder worden havenmedewerkers ingezet voor transport. Een deel van de medewerkers krijgt de mogelijkheid om containers tussen de verschillende terminals op de Eerste en Tweede Maasvlakte te vervoeren. Daarnaast zullen de bonden en werkgevers regelmatig met elkaar gaan overleggen over het effect van de maatregelen. Indien het effect voor de werkgelegenheid te beperkt is kunnen de werkgevers en de vakbonden besluiten om extra maatregelen te nemen.

Een goede communicatie tussen de vakbonden en de werkgevers in de haven is van groot belang. Er werd eennjaar over gedaan om tot een akkoord te komen. Aan het begin van 2016 was er zelfs sprake van een muurvaste situatie waardoor de havenarbeiders zich genoodzaakt voelden om te staken. Door de stakingen kwam de hele containeroverslag in de Rotterdamse haven stil te liggen. Dat was voor werkgevers en werknemers niet gunstig. Daarom moeten zowel de werkgevers als de werknemers met elkaar in overleg blijven.

Aantal oproepkrachten neemt toe in 2016

In 2015 is het aantal mensen dat in Nederland op oproepbasis werkt gestegen met 20.000. Dit jaar zal het aantal arbeidskrachten dat op oproepbasis werkt vermoedelijk uitkomen op een totaal van 551.000. De meeste oproepkrachten hebben een nulurencontract. Daardoor hebben deze werknemers geen enkele zekerheid over de uren doe ze moeten draaien en de momenten waarop ze worden ingezet. Trouw heeft de gegevens over oproepkrachten op de Nederlandse arbeidsmarkt op woensdag bekend gemaakt op basis van cijfers van het CBS.

Toename oproepkrachten

Het aantal arbeidskrachten dat op oproepbasis werkt in Nederland neemt toe. In 2010 werkten nog 400.000 mensen in Nederland oproepbasis. De stijging van het aantal oproepkrachten wordt als ongewenst beschouwd. In 2013 werden nog afspraken gemaakt tussen de vakbonden, minister Asscher van sociale zaken en de werkgevers. Met name in de thuiszorh en de horeca werken veel werknemers op een nulurencontract. In een groot aantal arbeidsovereenkomsten in de zorg hebben werkgevers opgenomen dat in 2015 wordt gestopt met werken op basis van nulurencontracten.

Eenurencontract

Het aantal nulurencontracten zal in de toekomst verder afnemen. Daardoor neemt echter deze vorm van flexibele arbeid echter niet af op de arbeidsmarkt.  Er komt namelijk volgens FNV-bestuurder Maureen van der Pligt een nieuwe contractvariant op de arbeidsmarkt ter vervanging van het nulurencontract. Dit wordt het eenurencontract. Dit contract garandeert dat werknemers die onder dit contract werken in ieder geval 1 uur per week werken. Volgens de FNV zorgt het eenurencontract niet voor een verbetering op de arbeidsmarkt. Werknemers blijven alsnog in onzekerheid over het aantal uren dat ze moeten werken per week en de momenten waarop deze flexwerkers per week worden ingezet.

Iran wil misschien meewerken aan bevriezen olieprijs in 2016

De olieprijs is medio 2016 nog steeds op een zeer laag niveau. Olieproducerende landen hebben veel last van de lage olieprijs. De lage olieprijs zorgt er namelijk voor dat de olie minder geld oplevert bij de export. Landen waar veel olie wordt geproduceerd zien de waarde van hun exportproduct afnemen en daarmee hun inkomsten dalen. Verschillende olieproducerende landen overwegen daarom om de olieproductie te verlagen of te bevriezen.

Marktwerking

Door het beperken van de olieproductie raakt de werking van vraag en aanbod op de oliemarkt niet verder uit balans en neemt de olievoorraad niet nog verder toe. De enorme olievoorraad zorgt er voor dat veel olieverwerkende bedrijven een buffer hebben. De vraag naar olie zal daardoor waarschijnlijk niet toenemen binnen een paar maanden. Het enige wat men dus kan doen is de olieproductie beperken. Daar moeten echter veel olieproducerende landen aan meewerken.

OPEC

De landen van de OPEC vormen een belangrijk oliekartel in de wereld. Verschillende leden van de OPEC zijn voor een bevriezing van de olieproductie. Iran is een van de leden van de OPEC die altijd tegenstander was van een bevriezing van de olieproductie. Omdat Iran na het wegvallen van de economische sancties haar olieproductie kon verhogen wil ze haar marktaandeel vergoten. Daar hoort een hoge olieproductie bij en geen bevriezing van de olieproductie.

Reuters

Persbureau Reuters maakte dinsdag op basis van bronnen binnen het OPEC kartel en de olie-industrie bekend dat Iran haar houding ten opzichte van de olieproductie langzaam gaat veranderen. Iran wil inmiddels spreken over het bevriezen van de olieproductie. Het bevriezen van de olieproductie is het handhaven van het productieniveau maar niet het verhogen van de olieproductie.

Overleg OPEC september 2016

In september 2016 houden de OPEC-landen in Algerije een informele vergadering over de mogelijkheden die er voor zorgen dat de olieprijs niet verder omlaag gaat.  In de maand juni van 2016 was een vergadering van de OPEC over een productieplafond nog op een mislukking uitgelopen. Toen weigerde Iran om mee te werken aan een productieplafond.

Positief nieuws

In september zal Iran misschien niet daadwerkelijk mee doen aan het overleg van de OPEC. Het is namelijk niet duidelijk of Iran hierbij aanwezig zal zijn. Toch is de houding van Iran wel positief nieuws voor de oliemarkt. De olieprijs steeg zelfs een beetje na het bericht over Iran.