Metalektro sector kan nieuwe stakingen verwachten na de bouwvak van 2018

Na de bouwvak van 2018 zullen er nieuwe stakingen volgen voor een betere metalektro cao. De vakbond FNV heeft bekend gemaakt dat er nieuwe stakingen zullen volgen komende week. Het gaat volgens de vakbond om twee regionale stakingen die worden gehouden in Noord-Brabant en Limburg. Werkgevers en werknemers hebben in juni en juli nog geen overeenstemming weten te bereiken voor een nieuwe metalektro cao. Toen werden er al stakingen gehouden maar die hadden geen resultaat. Daarom zullen de komende tijd meer stakingen worden gehouden in deze metalektro sector.

Stakingen metalektro in september 2018
Volgende week donderdag zullen werknemers van onder andere DAF en VDL ETG in Eindhoven het werk neerleggen. In totaal zullen minimaal 1500 werknemers deelnemen aan de staking op donderdag volgens de vakbonden. De werknemers van metaalbedrijven in Limburg zullen de vrijdag erop het werk neerleggen. Het gaat daarbij onder andere om werknemers die werken bij Laura Metaal en werknemers van de auto-assemblagefabriek VDL Nedcar. Bij VDL Nedcar zijn de werknemers bovendien ontevreden over de extra diensten die ze nu moeten uitvoeren op zaterdag. Deze extra diensten zijn volgens VDL Nedcar nodig om de productieachterstand van de autofabriek in te halen. Deze productieachterstand zou juist door de eerdere stakingen zijn ontstaan. De werknemers zullen de desbetreffende zaterdag niet werken volgens de aankondiging van de FNV.

Stakingen slecht voor metaalsector
Het aantal stakingen in de metaalsector loopt in 2018 alleen maar op. De vakbonden zijn momenteel nog aan het overwegen of ze meer metaalstakingen willen laten plaatsvinden in andere regio’s. Die stakingen die eveneens gaan over een betere metalektro cao zouden dan op een later moment in september moeten worden gehouden. Dat heeft een woordvoerder van de CNV bekend gemaakt. De werkgevers zijn niet blij met de stakingen in de metaalsector. Volgens de FME zijn de nieuwe stakingen slecht voor het imago van de metaalsector ,,Onderhandelen doe je volgens ons aan de onderhandelingstafel”, reageert een woordvoerster van de werkgevers in de metalektro.

Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig?

Zonnepanelen worden steeds vaker aangebracht op woningen, utiliteit en andere bouwwerken. In 2017 zijn bijvoorbeeld ongeveer drie miljoen zonnepanelen geplaatst in Nederland. De meeste zonnepanelen die op woningen worden aangebracht worden grotendeels betaald door de particulieren zelf. Omdat de aanschaf van zonnepanelen een behoorlijke investering is zullen veel mensen zich afvragen hoeveel zonnepanelen ze nodig hebben om flink wat elektrische energie te kunnen opwekken. Nederland is niet een heel zonnig land maar desondanks kan er wel veel elektrische energie worden opgewekt met zonnepanelen.

Een groot voordeel zijn de vrij zachte winters die Nederland heeft ten gevolge van het zeeklimaat. Er is in Nederland voldoende zon aanwezig om zonnepanelen rendabel te kunnen maken. Toch verschild het aantal zonnepanelen op daken in Nederland behoorlijk. Het lijkt er op dat niet iedereen voor dezelfde hoeveelheid zonnepanelen kiest. Er zijn een aantal aspecten die meegenomen moeten worden als men wil bepalen hoeveel zonnepanelen ze op de daken willen aanbrengen. In de volgende alinea kun je lezen welke aspecten van belang zijn voor het bepalen van de juiste hoeveelheid zonnepanelen.

Belangrijk bij de aanschaf van zonnepanelen
Een aantal punten zijn belangrijk bij het bepalen van de hoeveelheid zonnepanelen die je nodig hebt. Allereerst moet je voor jezelf goed nagaan wat je met de elektrische energie wilt doen van zonnepanelen. Als dit alleen voor eigen gebruik is kun je ook het energieverbruik in de woning verlagen door LED-verlichting en energiezuinige apparaten aan te schaffen. Als je dat succesvol doet heb je ook minder elektrische energie nodig en dus ook minder zonnepanelen. Toch is het lastig om je woning volledig energieneutraal of CO2 neutraal te maken door alleen zonnepanelen te gebruiken. Dan zul je in de meeste gevallen veel meer investeringen moeten doen. Veel mensen leveren op bepaalde momenten, waarbij er veel zonlicht is en weinig energie worden afgenomen, ook elektrische energie terug aan het lichtnet. In dat geval spelen veel meer aspecten een rol bij het bepalen van het rendement en het nut van zonnepanelen. Hierbij kun je denken aan:

  • De aanschafprijs van zonnepanelen.
  • Het formaat van de zonnepanelen. Zonnepanelen hebben een standaardformaat van 165×100 cm. Dat zorgt er voor dat er een bepaalde hoeveelheid op een dakvlak kunnen worden aangebracht.
  • De kwaliteit en duurzaamheid van de zonnepanelen.
  • Het elektrische vermogen dat met het zonnepaneel wordt opgewekt.
  • De plek waar de zonnepanelen worden aangebracht. Zuid-Noord-West-Oost enz.
  • De regio waar de zonnepanelen worden aangebracht. In Zeeland en Texel worden bijvoorbeeld verhoudingsgewijs veel zonuren geregistreerd. Dat betekent dat zonnepanelen in die regio’s meer geld opbrengen.
  • Is het dak veel in de zon of juist in de schaduw.
  • De hellingshoek van het dak waar de zonnepanelen worden aangebracht. Een hellingshoek van 35 graden is het meest effectief voor zonnepanelen.

Al deze aspecten kun je meenemen in een berekening. Als je wilt weten wanneer je jouw zonnepanelen echt hebt terugverdient zal je ook moeten kijken naar het aantal zonuren.

Aantal zonuren
Het aantal zonuren met betrekking tot zonnepanelen is in feite het aantal uren dat de zon of zonlicht daadwerkelijk op de zonnepanelen schijnt. Het aantal zonuren dat een zonnepaneel ontvangt heeft niet alleen te maken met de schaduw die wel of niet op het zonnepaneel valt. Zonuren hebben ook veel te maken met het weer. In 2018 was er bijvoorbeeld sprake van een zonnig voorjaar en een zonnige zomer. Dat zorgde er voor dat het rendement van veel zonnepalen hoger lag. Eerder werd al genoemd dat bepaalde regio’s zoals Zeeland en Texel meer zonuren hebben dan andere regio’s daarom is het aanbrengen van zonnepanelen in die regio’s extra effectief. Het rendement van zonnepanelen ligt in Texel en Zeeland ongeveer tien procent hoger dan in andere regio’s van Nederland.

Hoeveel zonnepanelen moet je plaatsen?
Tja en dan nu de vraag hoeveel zonnepanelen je daadwerkelijk nodig hebt. Dat kun je in feite zelf uitrekenen wanneer je weet wat het gemiddeld aantal zonuren van je regio is. Daarbij moet je eerst berekenen wat de aanschafwaarde is van alle zonnepanelen die je wilt plaatsen en wat het rendement daarvan is. Hoe meer zonnepanelen je koopt hoe hoger de investering maar ook hoe hoger het rendement. Als je hulp nodig hebt met de berekening kan een leverancier van zonnepanelen je daarbij helpen. Let wel op dat deze leverancier een commercieel belang heeft en daardoor vaak een iets gunstiger beeld schetst dan de werkelijkheid.

Bouwbedrijf VolkerWessels heeft recordaantal orders in 2018

VolkerWessels heeft in 2018 de best gevulde orderportefeuille ooit. Het bedrijf heeft nog nooit zo veel opdrachten op de plank gehad. De toename in het aantal opdrachten heeft onder andere te maken met de economische opleving die in Nederland aan de gang is. VolkerWessels heeft niet alleen meer opdrachten binnengehaald de nettowinst is ook gestegen. De nettowinst kwam uit op 43 miljoen euro. Dit bedrag ligt vijf miljoen euro hoger dan de winst die in 2017 werd behaald.

Het bouwbedrijf heeft bij deze winstberekening de kostenoverschrijdingen van de IJmuidense zeesluis niet meegeteld. Als het bouwbedrijf deze tegenvaller niet meerekent is de winst 19 miljoen euro. Dat is wel de helft minder winst dan in 2017. In het persbericht staat dat VolkerWessels de kosten van de zeesluis apart rapporteert omdat de aandeelhouders het bedrijf dan beter kunnen evalueren.

Drie Nederlandse bouwbedrijven in 2018 verder in aanbesteding voor bouw- en onderhoudsprojecten Schiphol

Schiphol heeft bij haar aanbesteding voor bouw- en onderhoudsprojecten aan het vliegveld drie bedrijven geselecteerd. De bedrijven die voor deze projecten in aanmerking komen zijn de BAM, Heijmans en VolkerWessels. De looptijd van de bouwprojecten en onderhoudsprojecten is maximaal negen jaar. De totale waarden van deze projecten wordt geschat op een bedrag tussen de 2,5 miljard en 3,5 miljard euro.

De komende tijd zullen de geselecteerde bouwbedrijven hun plannen op de wensen van Schiphol afstemmen en verder gaan uitwerken. Het is nog niet honderd procent zeker dat de bedrijven de aanbesteding volledig hebben binnengehaald, de definitieve voorstellen en uitwerkingen van plannen moeten eerst door Schiphol worden goedgekeurd. Als de definitieve voorstellen overeenkomen met de eisen die Schiphol heeft opgesteld kunnen de definitieve contracten worden getekend. Dit zal vermoedelijk aan het einde van 2018 gebeuren. Vanaf april 2018 zullen de bouw- en onderhoudswerkzaamheden starten volgens de inschatting van Schiphol.

Aantal faillissementen in 2018 op laagste niveau in tien jaar volgens Atradius

Het gaat goed met het bedrijfsleven in Nederland. In 2018 daalde het aantal faillissementen tot een recordlaagte van 51 procent van het aantal faillissementen dat in 2007 werd uitgesproken. Het jaar 2007 was vlak voor de economische crisis. Toen ging het nog goed met het bedrijfsleven in Nederland. Het feit dat het aantal faillissementen in 2018 de helft lager ligt dan in 2007 geeft aan hoe goed het gaat met het bedrijfsleven en de economie in Nederland.

Kredietverzekeraar Atradius geeft aan dat het zo goed gaat met de Nederlandse economie dat er 12 procent minder bedrijven omvallen dan in 2017. Het gaat zelfs beter dan verwacht. In mei 2018 hadden economische experts ingeschat dat het aantal failliete bedrijven in 2018 zou dalen met 8 procent. Inmiddels lijkt het er op dat de daling in het aantal faillissementen uitkomt op 12 procent. Nederland doet het ook goed ten opzichte van andere landen in de wereld. Wereldwijd daalt het aantal faillissementen met 4,6 procent in 2018 volgens de verwachting van Atradius.

Domotica minder populair in Nederland in 2018

Domotica is een verzamelnaam voor alle slimme apparaten en installaties die in een woning aanwezig kunnen zijn. Er zijn verschillende soorten apparaten die doormiddel van automatisering behoren tot de domotica van een woning. De doelstelling van domotica is het woongenot bevorderen. Toch blijken steeds minder mensen interesse te hebben in domoticatoepassingen in hun woning. Uit een onderzoek van GfK blijkt dat er duidelijk een afname is in de belangstelling voor slimme apparaten in hun huis. Minder dan de helft van de consumenten wil een ‘smart home’. Dit is een van de conclusies die GfK trekt op basis van haar onderzoek. Dit onderzoek werd gehouden onder duizend Nederlanders.

Smart home
De term smart home betekent niet dat je een slim huis hebt maar een huis hebt met apparaten die in belangrijke mate geautomatiseerd zijn. Deze apparaten worden ‘slimme apparaten’ genoemd maar zijn in feite geprogrammeerd en geautomatiseerd door mensen. In totaal zou ongeveer 49 procent van de ondervraagden geïnteresseerd zijn of zelfs zeer geïnteresseerd zijn in een ‘smart home. Ongeveer 30 procent van de mensen die aan het onderzoek hebben deelgenomen heeft neutraal geantwoord op de vraag of ze een smart home zouden willen hebben. Verder heeft 21 procent aangegeven dat ze helemaal niet geïnteresseerd zijn in slimme producten en domotica.

Slimme apparaten minder interessant
In Nederland lijkt het hebben van slimme technologie en slimme apparaten een trend die stabiliseert. Veel mensen hebben wel een bepaalde mate van slimme technologie in huis zoals een ‘slimme thermostaat’ of een zogenaamde ‘slimme meter’ in de meterkast. De interesse in meet slimme apparaten in een woning blijkt af te nemen. Deze ontwikkeling is ook merkbaar in andere landen volgens GfK. Zo is er ook in Engeland minder belangstelling voor domotica.

Waarom daalt de interesse in domotica?
Veel domotica is aangesloten op een soort internetverbinding. Dat wordt ook wel internet of things genoemd. Thermostaten, rookmelders, inbraakmelders en huishoudelijke apparaten kunnen op een internet of things systeem worden aangesloten. De afgelopen jaren vraagt men zich steeds vaker af of dergelijke internet of things netwerken wel veilig zijn. Toch is de veiligheid niet het allergrootste struikelblok voor veel consumenten.

Ongeveer dertig procent van de ondervraagden maakte zich zorgen over hacks en privacy. Een derde geeft dus aan dat dit de reden is om geen internet of things of domotica toepassingen aan te schaffen. Een groter aantal heeft moeite met de prijzen. Ongeveer 41 procent van de ondervraagden vindt de prijs van huishoudelijke apparaten met een internetverbinding over het algemeen te hoog. Toch is het percentage van consumenten die deze apparatuur te duur vind in 2018 lager dan in 2017. Vorig jaar kwam uit hetzelfde onderzoek naar voren dat meer dan de helft van de ondervraagden de prijzen van apparaten die behoren tot domotica en aangesloten worden internet of things te duur vonden.

Nut van domotica onbekend
Verder geeft ongeveer twintig procent van de ondervraagden aan of domotica of internet of things eigenlijk wel nodig is. Ze vragen zich af of deze technologie wel wat toevoegt voor hun woongenot of veiligheid. Veel mensen zijn er nog mee onbekend maar missen domotica en internet of things ook niet. De behoefte is er in veel gevallen nog niet dus waarom zou je het kopen?

Installatietechniek vacatures nemen toe in 2018

Er komen steeds meer vacatures in de installatietechniek en elektrotechniek in 2018. De meeste bedrijven die in deze sectoren actief zijn merken dat ze meer opdrachten binnen krijgen van klanten. De toename aan opdrachten zorgt er voor dat hun orderportefeuille zo gevuld is dat ze het werk niet meer met hun eigen personeelsbestand aankunnen. Het personeel op de loonlijst en de flexibele schil van installatietechnische bedrijven is in 2017 in veel gevallen al gegroeid.

Vacatures in de installatietechniek en elektrotechniek
In 2018 is de arbeidsmarkt nog krapper geworden op het gebied van technisch personeel. Dat betekent dat er minder aanbod is van technisch personeel terwijl de vraag naar technische krachten juist toeneemt. Er is sprake van een vacatureoverschot in de installatietechniek en elektrotechniek. in 2018 staan al duizenden vacatures in deze sectoren open. De komende jaren zal het aantal vacatures alleen maar toenemen. UNETO VNI de brancheorganisatie van de bedrijven in de installatietechniek en elektrotechniek heeft al haar bezorgdheid geuit over deze ontwikkeling.

Nieuwbouw en energietransitie
De komende jaren krijgen installateurs het nog druk. Er is behoefte aan nieuwbouwwoningen op de woningmarkt. Deze behoefte zorgt er voor dat bouwbedrijven het drukker krijgen en daardoor ook installatiebedrijven die vaak als onderaannemer voor bouwondernemingen worden ingezet. Daarnaast krijgen installateurs het ook drukker vanwege de energietransitie. De energietransitie is in feite de omschakeling van vervuilende energiebronnen naar duurzame energiebronnen.

De overheid heeft voor woningen speciale richtlijnen opgesteld met betrekking tot het energiezuinig maken van woningen alleen zijn de meeste woningen nog lang niet energieneutraal. De meeste woningen hebben bijvoorbeeld nog een gasgestookte cv-installatie. Zelfs de meeste nieuwe woningen worden in 2018 nog voorzien van een gasgestookte hr-ketel. Nederland is dus nog lang niet van het aardgas af. Omdat het wel de bedoeling is om Nederland aardgasvrij te maken wacht er voor installatiemonteurs en elektromonteurs nog een flinke taak in de toekomst.

BBL en andere opleidingstrajecten
Veel bedrijven in de techniek merken dat ze met de huidige werving en selectiemethoden onvoldoende geschikte sollicitanten worden gevonden. Daarom gaan steeds meer bedrijven zich bezig houden met het opleiden en ontwikkelen van aankomende vakkrachten. Daarvoor gaan ze samenwerkingen aan met technische uitzendbureaus en opleidingsinstituten zoals ROC’s. Samen met deze organisaties ontwikkelen ze BBL trajecten en andere opleidingstrajecten om van leken techneuten te maken.

Laadpalenproducent Alfen heeft forse winstgroei behaald in eerste halfjaar van 2018

In de eerste zes maanden van 2018 heeft laadpalenfabrikant Alfen heeft een flinke omzet- en winstgroei weten te behalen. Alfen had zichzelf ten doel gesteld om vooral over de grens te groeien. In het behalen van die doelstelling is het bedrijf geslaagd. De omzet was in de eerste zes maanden met 32 procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2017.

De totale omzet kwam in de eerste zes maanden van 2018 uit op 41 miljoen euro. De aangepaste ebitda steeg met 52 procent. Daardoor kwam deze uit op 1,7 miljoen euro. De aangepaste nettowinst van de laadpalenproducent kwam zelfs 226 procent hoger uit, op 0,6 miljoen euro. In totaal had het bedrijf 21 procent van deze inkomsten over de grens weten te behalen.

Volgens Alfen is de markt voor laadpalenproducenten nog steeds aan het groeien. Veel landen en bedrijven willen investeren in de infrastructuur voor elektrische auto’s. De laadpalen waarmee deze elektrische voertuigen worden opgeladen zullen in de toekomst steeds belangrijker worden voor de energietransitie in de voertuigenbranche. Alfen beweerd dat ze de afgelopen tijd verschillende belangrijke projecten en klanten in de wacht heeft gesleept.

IG&H: verduurzaming woningen komt niet van de grond in 2018

Adviesbureau IG&H heeft dinsdag 28 augustus 2018 bekend gemaakt dat de verduurzaming van de woningmarkt nauwelijks slaagt. Ongeveer de helft van de woningeigenaren zou wel interesse hebben in het verduurzamen van hun woning. Hoewel de helft van de woningeigenaren bereid is om de woning te verduurzamen heeft in totaal ongeveer vijfenzeventig procent nog geen concrete stappen gezet om hun woning daadwerkelijk duurzamer te maken.

Winst te behalen
Voor banken en verzekeraars zou er nog veel winst te behalen zijn om een woning te verduurzamen. Veel mensen die een woning hebben zouden behoefte hebben aan advies op dit gebied. Ook op het gebied van subsidies voor verduurzaming is nog veel onduidelijk. Als mensen weten welke mogelijkheden zijn om hun woning te verduurzamen en wat de netto-kosten hiervan zijn kunnen ze beter beslissen welke vormen van verduurzaming ze gaan toepassen.

Energietransitie
Er is veel te kiezen zowel op het gebied van energiebesparing als wel op het gebied van energiewinning. Ook nieuwbouwwoningen zijn dikwijls nog niet CO2 neutraal. Een passief huis of een balanswoning zijn voor beelden van milieuvriendelijke energieneutrale woningen. Deze woningsoorten worden echter niet vaak genoeg gebouwd. In plaats daarvan worden nog steeds woningen met een gasgestookte HR-ketel gebouwd. Zonnepanelen worden wel steeds vaker op woningen aangebracht ook zijn nieuwe woningen beter geïsoleerd dan oude woningen. Er is namelijk beter isolerend materiaal beschikbaar zoals driedubbele beglazing.

Nederlandse technologische startup Nico.lab wil in 2019 naar beurs in Australië.

De Nederlandse technologie startup Nico.lab heeft plannen om aan het begin van 2019 naar de beurs te gaan in Australië. Het bedrijf is in de medische sector actief en heeft een technologische oplossing bedacht waarmee de diagnose en behandeling van beroertes aanzienlijk kan worden versnelt. Directeur Robert Kuipers van Nico.lab geeft aan dat het belangrijk is dat er meer geld wordt geinvesteerd in het bedrijf zodat het product goed op de markt kan worden gebracht. Daarom hoopt het bedrijf op de beurs minimaal 3 miljoen euro op te halen.

In 2015 is het bedrijf Nico.lab ontstaan als spin-off van het Amsterdamse ziekenhuis AMC. In 2018 zal de software van Nico.lab onder drieduizend patiënten in verschillende ziekenhuizen in Nederland worden getest. De software wordt daarbij vergeleken met de gangbare methodes die al jaren worden ingezet om een beroerte te constateren. Nico.lab had eerder een Europese prijs van een half miljoen euro gewonnen. Verder is het bedrijf ook interessant voor andere medische instituten wereldwijd. Zo heeft men het bedrijf gevraagd om deel te nemen aan klinische studies in Noord-Amerika en Australië. Ook vanuit Noord-Amerika is er interesse in Nico.lab. Techreuzen als Google, Intel en HP hebben een samenwerking met Nico.lab aangegaan. Deze samenwerking moet er voor zorgen dat de software begin 2019 ook op de Amerikaanse markt beschikbaar is.

Taxidienst Uber gaat meer investeren in elektrische fietsen en scooters vanaf 2018

Het bedrijf Uber is vooral bekend van taxidiensten maar de komende tijd wil het bedrijf meer de nadruk gaan leggen op elektrische fietsen en scooters. Dat werd maandag bekend gemaakt door de CEO Dara Khosrowshahi. Voor de langere termijn wil het bedrijf meer aandacht besteden aan tweewielers in plaats van de ontwikkeling van auto’s. Khosrowshahi geeft aan dat de investeringen er voor zorgen dat de inkomsten van het bedrijf op korte termijn waarschijnlijk iet zullen tegenvallen. Dat bericht werd bekend gemaakt in de zakenkrant The Financial Times (FT).

In 2017 had het bedrijf een verlies geleden van in totaal 4,5 miljard dollar, dat is omgerekend zo’n 3,9 miljard euro verlies. Door de investering in elektrische fietsen en scooters zal er in 2018 een groter verlies worden geleden. Over de nieuwe plannen is goed nagedacht. Het bedrijf geeft aan dat scooters en fietsen veel effectiever zijn voor het reizen binnen verstedelijkte gebieden. Daarvoor zijn auto’s vaak minder handig omdat die groter zijn en minder makkelijk kunnen manoeuvreren in drukke verkeerssituaties. Khosrowshahi had in het bericht aangegeven: “Tijdens de spits is het erg inefficiënt om met een homp metaal van een ton één persoon tien straten verderop te brengen”.

Lonen blijven laag door digitalisering en automatisering in 2018

Het gemiddelde loon in Nederland gaat nauwelijks omhoog. In 2017 kwam de stijging van de cao-lonen uit op slechts 1,4 procent. De inflatie was echter 1,3 procent. Dat betekent dat er nauwelijks meer koopkracht ontstaat voor de werknemers in Nederland. Dit is een conclusie van economen van de Rabobank die een studie hebben gedaan naar de loonontwikkeling in Nederland. Economen Barbara Baarsma en Nic Vrieselaar geven aan dat automatisering en digitalisering er voor zorgen dat de gemiddelde lonen laag blijven in Nederland.

Seriematig werk
Productiewerk en administratief werk betalen minder omdat in de productiesector en administratieve sector nog gemakkelijk personeel te krijgen is en bovendien automatisering en digitalisering er voor zorgen dat er eerder banen worden geschrapt dan er bij komen. Seriematig werk wordt steeds vaker door machines, apparaten en computergestuurde systemen overgenomen. Dat zorgt er voor dat er in die sectoren nauwelijks sprake is van een loontoename. Een andere reden voor de beperkte loonstijgingen in Nederland heeft te maken met buitenlandse arbeidskrachten.

Buitenlandse krachten
De concurrentie met de buitenlandse beroepsbevolking zorgt er voor dat de lonen onder druk staan. Buitenlandse arbeidskrachten, bijvoorbeeld uit Midden en Oost-Europese landen (MOE-landen), verdienen dikwijls veel minder salaris dan Nederlandse werknemers. Daarom kiezen bepaalde werkgevers liever voor buitenlandse krachten of ze zorgen er voor dat de Nederlandse werknemers niet veel meer gaan verdienen. De lage lonen van buitenlandse krachten drukken zo de slarissen van de Nederlandse krachten. Tenslotte kiezen verschillende bedrijven er voor om werk uit te besteden aan lagelonenlanden. Productiebedrijven plaatsen productielocaties in het buitenland om zo loonkosten te besparen. Dat zorgt er voor dat er nog meer productiepersoneel in Nederland thuis komt te zitten.

Opleiding en ontwikkeling is belangrijk

Als er veel aanbod is aan personeel maar weinig vraag blijven de lonen laag. De oplossing voor de arbeidsmarkt is echter kennis en ontwikkeling. Werknemers moeten niet in eenvoudige productiebedrijven blijven werken maar zichzelf doorontwikkelen doormiddel van opleidingen en cursussen. De Nederlandse economie draait voor een groot deel om kennis, technologie en vaardigheden. Daarom kiezen steeds meer werkzoekende krachten met een productieachtergrond er voor om omscholingstrajecten en bijscholingstrajecten te volgen.

BBL trajecten
Het kiezen voor een omscholingstraject zorgt er voor dat een werkzoekende ook voor andere sectoren interessant wordt. Daardoor kunnen ze mogelijk aan de slag in de zorg, ICT, bouw en techniek. Dat zijn groeisectoren in Nederland. In deze sectoren worden creatieve oplossingen bedacht om vacatures in te vullen. Daarbij zijn omscholingstrajecten en BBL trajecten vaak ook mogelijk. Deze trajecten zorgen er voor dat het tekort aan personeel in bepaalde sectoren effectief wordt opgelost. Veel deelnemers aan BBL trajecten zullen in eerste instantie met minder salaris genoegen moeten nemen omdat ze in een leer-werktraject zitten. Pas later in hun loopbaan wanneer ze een vakkracht zijn geworden zullen ze meer salaris gaan verdienen.

Rabobank ziet tegenvallers voor koopkrachtontwikkeling werknemers in 2018

De Rabobank heeft een studie gedaan naar de loonontwikkeling van werknemers in Nederland. Daaruit komt geen positief beeld naar voren met betrekking tot de koopkracht van werknemers. Er zouden nieuwe tegenvallers ontstaan voor koopkrachtontwikkeling van werknemers door het beleid van het kabinet-Rutte. De werknemers kunnen in 2018 nog maar nauwelijks profiteren van de economische groei.

De economie van Nederland is in 2017 met 2,9 procent gegroeid. Ondanks dat gingen de cao-lonen slechts met 1,4 procent gemiddeld omhoog. Volgens de onderzoekers is de loonstijging “net genoeg om boven de inflatie van 1,3 procent uit te komen”. Volgens de economen Barbara Baarsma en Nic Vrieselaar is het belangrijk dat het kabinet het verschil tussen de brutoloonkosten en het nettoloon gaat verkleinen. Dit wordt ook wel de ‘wig’ genoemd. Door het verschil tussen het brutoloon en het nettoloon te verkleinen wordt de koopkracht van werknemers hoger. Werkgevers kunnen op dit moment nog niet de lonen van de werknemers aanzienlijk gaan verhogen omdat elke euro extra aan nettosalaris erg kostbaar is volgens de onderzoekers.

De koopkracht van werknemers zou volgens Baarsma op twee manieren kunnen worden bevordert. De eerste manier is het verlagen van de brutokosten voor de werkgever. De andere manier is het bevorderen van vaste contracten. Dat zou meer inkomenszekerheid bieden voor werknemers.

Energietransitie biedt mogelijkheden voor BBL instromers in 2018

BBL-ers zullen de komende tijd gemakkelijker kunnen instromen in de installatietechniek. De werkdruk neemt in deze sector toe en ervaren personeel is er nauwelijks te vinden. Daarom kiezen veel bedrijven in de installatietechniek er voor om als erkend leerbedrijf leerlingen in leerwerktrajecten de mogelijkheid te bieden om een vak te leren dat belangrijk is voor de installatiebranche en de energietransitie.

Energietransitie nauwelijks op gang
De energietransitie is in Nederland eigenlijk nog maar nauwelijks begonnen. Veel woningen bevatten nog een gasgestookte cv-ketel en daarnaast zijn er nog veel woningen die nog geen zonnepanelen hebben. Dat betekent dat veel woningen nog niet energieneutraal zijn en afhankelijk zijn van externe energiebronnen die dikwijls uit fossiele energiebronnen voortkomen. Nederland wil zo snel mogelijk van het aardgas af en ook kolencentrales die dienst doen als elektriciteitscentrale worden binnen niet al te lange tijd allemaal gesloten. Dat zorgt er voor dat er hernieuwbare energiebronnen moeten worden aangewend.

Installaties voor energietransitie
Als je energie wilt winnen uit de hernieuwbare energiebronnen heb je speciale installaties nodig. Denk hierbij aan warmtepompen, stadverwarming, zonnepanelen en windturbines. Op dit moment zijn er te weinig monteurs die deze installaties kunnen aanbrengen en onderhouden. Op de arbeidsmarkt zijn te weinig installatiemonteurs en elektromonteurs beschikbaar om de energietransitie succesvol uit te voeren. Dat biedt kansen voor BBL-ers die met een leerwerktraject steeds vaker kunnen instromen bij een erkend leerbedrijf in de installatietechniek.

BBL als oplossing voor personeelstekort
Als er geen ervaren personeel beschikbaar is moet je er voor zorgen dat onervaren werkzoekenden ontwikkelt worden tot ervaren vakkrachten. Daarvoor is een BBL traject in de installatietechniek of elektrotechniek zeer geschikt. Steeds meer installateurs gaan samenwerkingsverbanden aan met technische bedrijven om dergelijke BBL trajecten mogelijk te maken. Bovendien gaan installatiebedrijven in de praktijk vaak ook samenwerkingen aan met het UWV en technische uitzendbureaus. Zodoende hopen ze zoveel mogelijk BBL instromers te kunnen krijgen voor hun BBL vacatures. Werk is er voldoende in de installatietechniek alleen personeel is er te weinig.

BBL trajecten zijn belangrijk voor het invullen van vacatures in de bouw en techniek in 2018

BBL trajecten zijn belangrijk voor het invullen van vacatures in de bouw en techniek in 2018
Het wordt voor bouwbedrijven en technische bedrijven steeds duidelijker dat ze hun openstaande vacatures niet of nauwelijks via de reguliere werving en selectiemethodes kunnen invullen. De meeste bedrijven die actief zijn in de bouw en techniek hebben al uitzendbureaus, detacheringsbureaus en headhunters ingeschakeld om hen te helpen bij de zoektocht naar geschikt personeel voor de vacatures die open staan. Ondanks het breed uitzetten van vacatures en het creatief werven via onder andere social media komen er nauwelijks sollicitanten binnen. Het gebrek aan geschikte kandidaten zorgt er voor dat steeds meer bedrijven er voor kiezen om personeel te ontwikkelen tot vakkrachten. BBL trajecten worden voor steeds meer bouwbedrijven en technische bedrijven een logische oplossing. Om die reden is het aantal bedrijven dat zich heeft laten registeren als erkend leerbedrijf toegenomen. Een erkend leerbedrijf mag namelijk BBL-ers opleiden en begeleiden in de praktijk.

BBL vacatures
In 2017 en 2018 zijn meer bedrijven zich gaan richten op het aantrekken van BBL-ers. Mensen die interesse hebben in een baan in de techniek maar onvoldoende opleiding of werkervaring hebben in deze sector kunnen zich aanmelden voor BBL-trajecten. Bedrijven selecteren daarom meer op motivatie en affiniteit in plaats van de gewenste opleidingsachtergrond en werkervaring. Dat zorgt er voor dat een grotere groep in aanmerking kan komen voor een baan in de techniek en bouw. Bedrijven stellen speciale BBL-vacatures op waarin toekomstige BBL-ers een indruk kunnen krijgen wat hun te wachten staat en welk traject ze kunnen volgen. Bedrijven willen graag investeren in het opleiden en ontwikkelen van vakkrachten omdat ze merken dat er op dit moment te weinig vakkrachten beschikbaar zijn.

BBL trajecten en vergrijzing
Het technische personeel en bouwpersoneel vergrijst. Dat heeft te maken met de leeftijd van het personeel in deze sectoren. Lange tijd was de techniek niet hip en onaantrekkelijk voor jongeren. Daardoor mist de bouw een hele hoop werknemers in de jongere leeftijdscategorieën. Het oudere personeel stroomt op basis van leeftijd binnenkort uit in pensioen en AOW. Dat zorgt er voor dat er een hoop kennis verloren gaat. Oudere vakkrachten beschikken vaak over veel kennis en ervaring. Dit vakmanschap kan worden overgedragen op jonge leerlingen waaronder BBL-ers. Een vakkracht kan in de praktijk als leermeester functioneren voor de BBL-ers waardoor die het vakgebied kunnen leren. Veel vaardigheden in de techniek moet je namelijk doormiddel van de praktijk aanleren en leer je niet in theorie. Toepassen wordt belangrijk als je een goed vakman wilt worden. Daarom is begeleiding in de praktijk door ervaren vakmensen zo belangrijk. De kennis kan nu nog worden overgedragen maar zal in de toekomst door de vergijzing van de arbeidsmarkt kunnen verdwijnen.

BBL traject via een uitzendbureau
Uitzendbureaus die actief zijn in de bouw en techniek hebben ook meer aandacht voor opleiding en ontwikkeling gekregen. Deze intermediairs richten zich met name op het ontwikkelen van uitzendkrachten doormiddel van BBL-trajecten. Daarvoor gaan uitzendorganisaties samenwerkingen aan met ROC’s en andere opleidingsinstituten. Ook werken uitzendbureaus samen met opdrachtgevers die geregistreerd zijn als erkend leerbedrijf. Omdat uitzendbureaus veel opdrachtgevers kennen en ook goed op de hoogte zijn van (BBL) vacatures worden deze intermediairs steeds vaker ingeschakeld door bedrijven maar ook door werkzoekenden die graag aan de slag willen in de techniek zonder dat ze daarvoor ervaring hebben opgedaan in het verleden.

VCU uitzendbureau
Een VCU uitzendbureau kan overigens uitstekend VCA gecertificeerde bedrijven bedienen omdat VCU uitzendorganisaties specifiek gecertificeerd zijn van de Veiligheid Gezondheid en Milieu aspecten die in het VCA aan de orde komen. Kiezen voor een uitzendbureau dat VCU gecertificeerd is zorgt er dus voor dat je kiest voor een uitzendorganisatie die de nadruk legt op veiligheid. Dat is belangrijk tijdens je werk maar ook tijdens je opleiding.

Voor 2030 worden een miljoen woningen gebouwd in Nederland?

Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren heeft aangegeven dat er in een periode van elf jaar tijd in Nederland een miljoen extra woningen gebouwd moeten worden. Zij deed deze uitspraak in mei 2018. De ambitie is hoog maar de vraag is of deze wel haalbaar is. Er is nauwelijks nog bouwgrond beschikbaar en de gemeenten krijgen een steeds grotere rol waarop ze in veel gevallen niet berekend zijn. Tot slot is ook de woonbehoefte van de Nederlanders veranderd. Er is meer aandacht voor energieneutrale woningtypen zoals een balanswoning of een passiefhuis. Op dit moment heeft de bouwsector al behoorlijk wat projecten lopen en is de orderportefeuille goed gevuld. De vraag is of er nog meer bijgebouwd kan worden. Een miljoen extra woningen voor 2030 klinkt als een interessante impuls voor de bouwsector, architecten en projectontwikkelaars. Toch zorgt deze ambitie ook voor de nodige bezorgdheid.

Tijdsdruk
Renson van Tilburg van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA) geeftaan dat er door de beperkte tijd nauwelijks ruimte is voor creativiteit en innovatie. Bovendien is er te weinig budget door het rijk beschikbaar gesteld om de bouwprojecten daadwerkelijk realiseerbaar te maken. Ook Neprom, de belangenvereniging van projectontwikkelaars, is het daar mee eens. Moderne woningen moeten aan andere eisen voldoen dan de meeste woningen die vijf tot tien jaar geleden zijn gebouwd. Woningen moeten energieneutraal zijn maar er is ook sprake van een verandering op demografisch vlak. Er is weinig bouwgrond beschikbaar op de plekken waar de vraag naar woningen het grootste is zoals in Amsterdam en andere grote steden. Deze belemmeringen zijn op dit moment nog niet van oplossingen voorzien.

VCU uitzendbureaus

De bouwsector heeft overigens ook een groot tekort aan personeel. Dat zorgt er voor dat een grotere druk op de bouwproductie praktisch onuitvoerbaar is. Er staan in 2018 al tienduizenden vacatures op in de bouw en de techniek. Door nog meer druk op de bouwsector uit te oefenen zal het aantal vacatures alleen maar toenemen maar zal er in de praktijk niet daadwerkelijk meer worden gebouwd. De capaciteit is er eenvoudigweg niet.
De meeste bouwbedrijven hebben al flexwerkers in dienst van bijvoorbeeld VCU uitzendbureaus om de werkdruk op te vangen. Uitzendkrachten worden steeds vaker structurele krachten in plaats van tijdelijke krachten omdat de drukte in de bouwsector blijft voortzetten. De kans op een vast contract is groter geworden in de bouwsector. Het aantal vacatures dat door uitzendkrachten wordt ingevuld neemt overigens ook toe. De meeste uitzendbureaus in de techniek houden zich namelijk bezig met creatieve wervingsmethoden en hebben vaak een groot netwerk aan werkzoekenden en ander beschikbaar personeel. VCU uitzendbureaus hebben ervaring in het bemiddelen van personeel voor VCA gecertificeerde bedrijven. De meeste bedrijven in de bouw (aannemers en onderaannemers) zijn VCA gecertificeerd en schakelen daarom een VCU uitzendorganisatie in om mee te helpen in de zoektocht naar ervaren en aankomende vakkrachten.

Opleiden van personeel
Steeds meer bouwbedrijven proberen daarom personeel op te leiden met cursussen en trainingen waaronder BBL trajecten. Een BBL opleidingstrajecten kan tegenwoordig ook prima worden ingezet om niet-technisch personeel om te scholen tot technisch personeel en bouwvakkracht. Op die manier hoopt men in de bouw en technieksector het personeelstekort op te vangen. BBL en andere opleidingen zijn echter nog lang niet zo’n effectief middel dat er geheel geen personeelsproblemen meer worden verwacht in de toekomst. Zeker wanneer er nog een miljoen woningen voor 2030 moeten worden gebouwd zal er nog wat moeten gebeuren in de bouwsector op het gebied van inzetten van bouwtechnisch personeel.

Hogere woningprijs zorgt voor hogere WOZ-waarde in 2018

De woningmarkt staat onder druk in Nederland. Met name in Amsterdam zijn de woningprijzen enorm gestegen vanwege het beperkte woningaanbod. Het aantal verkochte woningen neemt weliswaar af maar de woningen die verkocht worden zijn wel duurder dan een paar jaar geleden. Omdat de woningen meer waard (lijken) te zijn heeft de gemeente in Amsterdam besloten om de WOZ-waarde aanzienlijk te verhogen. In de hoofdstad steeg de WOZ-waarde met maar liefst 17 procent tot het hoogste WOZ-niveau ooit. Dit bericht werd bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Amsterdam
Gemiddeld bedraagt de WOZ-waarde van een woning in Amsterdam 340.000 euro. Deze gemiddelde WOZ-waarde ligt in 2018 hoger dan in 2017. Daardoor is weer een nieuw record ontstaan op dit gebied. Volgens het CBS is de WOZ-waarde met bijna 48 procent gestegen in de afgelopen vijf jaar.
Volgens het statistiekbureau is de WOZ ook in de buurgemeenten rondom Amsterdam verhoogd. In Amstelveen was er sprake van een stijging van 15,5 procent en in Ouder-Amstel werd een stijging van 14 procent genoteerd. De woningprijzen gingen in deze buurgemeenten de afgelopen jaren ook aanzienlijk omhoog vanwege de krapte op de woningmarkt. Daardoor ging ook de gemiddelde WOZ-waarde dit jaar fors omhoog.

Stijging WOZ-waarde
Niet in alle gemeenten is de WOZ-waarde aanzienlijk gestegen. In heel Nederland was de gemiddelde geschatte waarde van een woning 230.000 euro. Deze woningprijs ligt 6,5 procent hoger dan in 2017. De woningprijs valt daardoor in de Nederlandse gemeenten iets hoger uit dan in 2017. Het is inmiddels het derde jaar waarin de WOZ-waarde is gestegen. Er zijn echter wel verschillen tussen de gemeenten in Nederland. Van alle provincies werd in Noord-Holland de grootste stijging genoteerd. Daar was sprake van een stijging van 11 procent tot 288.000 euro. Dat was daardoor het hoogste gemiddelde van alle provincies in Nederland. In Groningen is de gemiddelde WOZ-waarde het laagste met 165.000 euro.

Gemeentelijke belastingen
De WOZ-waarde is een belangrijk gegeven dat door gemeenten wordt gehanteerd om de gemeentelijke belastingen te bepalen. Met namelijk de onroerendezaakbelasting (ozb) wordt op basis van de WOZ-waarde bepaald. Gemeenten gaan daarbij uit van de ingeschatte verkoopwaarde van een woning op 1 januari van het afgelopen jaar. De Vereniging Eigen Huis heeft echter aangegeven dat gemeenten zelf kunnen bepalen of ze de belastingtarieven gaan wijzigen of niet op basis van de hogere WOZ-waarde.

Autobedrijven in de problemen door personeelstekort in 2018

Bedrijven in de automotive hebben net als verschillende andere technische bedrijven last van een personeelstekort. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zou een op de acht bedrijven verwacht dit kwartaal te maken krijgen met een lichte omzetdaling ten gevolge van een verminderde productie door het personeelstekort. Het gin in het tweede kwartaal nog goed met de autosector in Nederland. De omzet in de autobranche steeg met 7,2 procent in vergelijking tot het tweede kwartaal van 2017. De stijging in de omzet in de automotive is structureel. Sinds het begin van 2015 is de omzet aan het stijgen in de autobranche. Alleen het laatst kwartaal van 2016 daalde de omzet.

De cijfers zijn positief maar het sentiment in de automotive is echter niet positief. Drie maanden geleden waren garagehouders in Nederland nog positief over de mogelijke groei in 2018. Inmiddels is dit ondernemersvertrouwen iets aan het dalen. Dit heeft in belangrijke mate te maken met het tekort aan personeel in de sector. Vooral specialistische bedrijven in de automotive hebben last van een personeelstekort. Gespecialiseerde reparatiebedrijven hebben te maken met het grootste personeelstekort van alle deelsectoren van de automotive.

Ongeveer dertig procent van deze bedrijven heeft te maken met een tekort aan bekwame monteurs. Van de overige bedrijven die actief zijn in de automotive geeft 17 tot 25 procent aan dat de voortgang van de werkzaamheden wordt belemmerd door een tekort aan gekwalificeerd personeel. In bijna 13 procent van de bedrijven waarin sprake is van een personeelstekort is dit tekort zo erg dat de ondernemer in het derde kwartaal een lagere omzet verwacht.

Nederland heeft drie miljoen extra laadpalen voor elektrische auto’s nodig voor 2030

Nederland heeft in 2018 al de meeste publieke laadpalen voor elektrische auto’s van alle landen in de Europese Unie. Dat blijkt echter onvoldoende voor de toekomst. Er zullen namelijk veel meer elektrische auto’s aan het verkeer deelnemen de komende jaren. Dat heeft onder andere te maken met het regeerakkoord. Daarin is opgenomen dat vanaf 2030 alle auto’s die nieuw worden verkocht elektrisch moeten rijden. Vanaf dat moment worden dus geen auto’s meer verkocht die op benzine, diesel of lpg rijden. De elektrische auto’s moeten echter wel opgeladen kunnen worden. Daarvoor moeten er meer laadpalen worden geplaatst in Nederland. De behoefte aan oplaadmogelijkheden voor elektrische auto’s stijgt. De mobiliteitsvereniging RAI heeft namens de autobranche een schatting gemaakt dat in Nederland voor 2030 nog zo’n drie miljoen extra publieke laadpalen nodig zijn.

De oplaadpunten voor elektrische auto’s moeten op verschillende locaties worden geplaatst. Er moeten snellaadpunten worden geplaatst, private oplaadpunten en semipublieke oplaadpunten volgens een woordvoerder van RAI Vereniging. Aan het einde van de maand juni zijn er door de RAI 32.875 publieke laadpalen geteld dit is nog maar een klein deel van de 122.000 laadpalen in Nederland. Deze laadpunten zijn bestemd voor elektrische auto’s maar ook voor hybrides met een stekker. Dit zijn voertuigen die allemaal met dezelfde soort laadpas 24 uur per dag gebruikt kunnen worden. De RAI Vereniging is van mening dat de overheid moet zorgen voor twee miljoen van de drie miljoen extra palen. Het uitbreiden van de laadpaalinfrastructuur moet een onderdeel worden van het Klimaatakkoord van Nederland als het aan de RAI ligt.

Overzicht functies in de metaaltechniek

De metaaltechniek is een grote sector binnen de techniek. In de metaaltechniek zijn enorm veel verschillende functies ontstaan de afgelopen jaren. Veel functies hebben echter overlapping met elkaar of zijn synoniemen voor elkaar geworden. Er treed soms verwarring op wanneer men Engelse functiebenamingen gebruikt. Zo wordt een engineer meestal als middenkaderfunctie beschouwd voor iemand die machines en constructies bedenkt en ontwerpt. In de offshore is een engineer echter een uitvoerende (onderhouds)monteur. Dat maakt het soms lastig om precies duidelijk te krijgen hoe de functie-indeling in de metaaltechniek precies is. Hieronder is meer informatie weergegeven over de metaaltechniek en de functies die daar toe behoren.

Metaaltechniek of werktuigbouwkunde?
De metaaltechniek is, zoals in de inleiding is aangegeven, een brede sector. Dat betekent dat er verschillende technische vakgebieden onder vallen. Sommige mensen zien metaaltechniek en werktuigbouwkunde als synoniemen voor elkaar maar dat is niet juist. De werktuigbouwkunde is gericht op de het ontwerpen, het ontwikkelen, het samenstellen, het installeren, het inregelen en onderhouden van machines en andere werktuigen. De werktuigbouwkunde valt onder de metaaltechniek maar de metaaltechniek omvat echter veel meer dan alleen de werktuigbouwkunde.

Het begint in feite al met het winnen van metaal uit ijzererts en het gieten van het gewonnen metaal in een bepaalde vorm (bloom). Daarna wordt het metaal bewerkt en bijvoorbeeld gewalst tot platen of verwerkt tot profielstaal en buis of pijp. Al deze bewerkingen behoren tot de metaaltechniek. Ook de bouw van constructies zoals loodsen, balustrades, hekwerken en andere bouwwerken van metaal valt onder de metaaltechniek. De scheepsbouw, jachtbouw en de offshore worden meestal onder de metaaltechniek geplaatst. Dat zorgt er voor dat er een enorme diversiteit is ontstaan aan functies in de metaaltechniek. Hieronder is echter een algemeen overzicht geplaatst van functies in de metaaltechniek.

Functies in de metaaltechniek
In de metaaltechniek zijn verschillende functies aanwezig. Het gaat te ver om alle functies hieronder volledig te benoemen. Daarom wordt een algemeen overzicht geboden van functies die gebruikelijk zijn in de metaaltechniek.

Top van het bedrijf

  • Eigenaar/ directie/ bedrijfsleider: deze zijn belast met de dagelijkse leiding van het bedrijf. De directie neemt beslissingen over de omvang van het personeelsbestand, investeringen, organisatie en reorganisatie.

Middenkader

  • Verkoper/ accountmanager verkoopt de machines, transportmiddelen en constructies van het bedrijf. Deze middenkaderfunctionaris haalt ook de orders en opdrachten binnen.
  • Engineer/ constructeur bedenkt oplossingen voor klanten en berekent de belastbaarheid van de constructie, machine (werktuigbouw), voertuig of vaartuig.
  • Tekenaar werkt de ideeën van de constructeur uit tot werktekeningen voor de productie.
  • Werkvoorbereider verzameld de werktekeningen en verstrekt deze aan de werkvloer. Daarnaast coördineert de werkvoorbereider materialenstroom naar de werkvloer en bewaakt de voortgang.
  • Inkoper heeft contact met de werkvoorbereider en andere middenkaderfunctionarissen zoals de verkoper over de benodigde materialen. Daarnaast heeft de inkoper ook contact met de verantwoordelijke van het magazijn.

Werkvloer

  • Productieleider onderhoud contacten met het middenkader (o.a. werkvoorbereider en tekenaar) over de productie. Coördineert de taakverdeling op de werkvloer richting de verschillende afdelingshoofden (chef). Zorgt er voor dat het productieproces optimaal verloopt.
  • Werkplaatschef of afdelingshoofd is verantwoordelijk voor een specifiek deel van de werkvloer bijvoorbeeld de verspaning, montage, lasafdeling (lasbaas) of reparatie en onderhoud. De werkplaatschef geeft leiding aan deze specifieke afdeling en zorgt er voor dat het personeel goed het werk kan uitvoeren door de materiaalstroom te controleren en tijdig problemen op te lossen op het gebied van personeelsbezetting.
  • Machinebankwerker. Metaalbewerkers in deze functie gebruiken grote niet of nauwelijks verplaatsbare machines om metaal te bewerken. Hierbij kun je denken aan draaibanken, freesbanken, kantbanken, zetbanken, zaaginstallaties, lasersnijmachines, plasmasnijmachines, en grote OP lasinstallaties.
  • Constructiebankwerker. Dit is een algemene benaming voor werknemers die daadwerkelijk productietekeningen gebruiken om een constructie te maken. Er wordt meestal een onderscheid gemaakt tussen assistent constructiebankwerkers en ervaren constructiebankwerkers die zelfstandig aan de slag kunnen met behulp van tekeningen. Constructiebankwerkers moeten in de praktijk vaak kunnen lassen, slijpen, snijden, zagen, knippen, boren en andere metaalbewerkingstechnieken toepassen.
  • Assemblagemedewerker. Deze werknemers stellen machines en constructies samen doormiddel van bout- en moerverbindingen. Vaak werken assemblagemedewerkers met behulp van tekeningen.
  • Magazijnmedewerkers zorgen er voor dat het magazijn op orde blijft en dat de werknemers op de werkvloer de benodigde materialen en gereedschappen ontvangen. Daarnaast rijden magazijnmedewerkers meestal op een heftruck en helpen ze met laden en lossen van materialen voor transport.

Onderhoud en service

  • Servicemonteur. Deze monteur plaatst machines en constructies op locatie bij een klant en zorgt er voor dat deze machine of constructie wordt geïnstalleerd en indien nodig wordt ingeregeld.
  • Storingsmonteur. Brengt storingen in kaart en lost deze effectief op doormiddel van PLC en SCADA programma’s.
  • Onderhoudsmonteurs. Er zijn verschillende soorten onderhoudsmonteurs die vaak in de praktijk worden uitgesplitst in allround onderhoudnsmonteurs die zowel elektrisch- als mechanisch onderhoud kunnen uitvoeren en onderhoudsmonteurs die gespecialiseerd zijn in mechanisch onderhoud of elektrisch onderhoud.

Diversiteit aan functies en functieprofielen
Bovenstaande lijst is niet compleet. Er zijn namelijk nog veel meer functies in de metaaltechniek. Toch biedt deze functielijst met beknopte beschrijving een algemeen overzicht van de functies die je in de metaaltechniek zoal tegen kunt komen. Verschillende functies zoals lasser of slijper behoren bijvoorbeeld tot de constructiebankwerkfunctiecategorie. Mechatronicamedewerkers kunnen tot de assemblage behoren als ze daadwerkelijk de machine bouwen. Ook zou iemand met een mechantronica achtergrond kunnen behoren tot het middenkader als hij of zij de machine ontwerpt of tekent. Zo kunnen veel van de dagelijks gebruikte functies in de metaaltechniek in bovenstaande lijst worden verwerkt. Mochten er nog aanvullingen of tips zijn dan kun je die altijd insturen via het contactformulier op deze website.