Importheffingen VS op staal en aluminium uit EU gaan door in 2018

De Verenigde Staten blijken toch van plan te zijn om de importheffingen op staal en aluminium uit de Europese Unie door te voeren. Naast de Europese staal- en aluminiumproducenten krijgen ook metaalproducenten in Canada en Mexico te maken met Amerikaanse importheffingen op hun staal- en aluminiumproducten. De vrijstelling van deze landen bleek slechts van tijdelijke aard. De vrijstelling voor de Amerikaanse importheffingen op staal en aluminium uit de Europese Unie duurde twee maanden ongeveer.

Amerikaanse importheffingen
De Amerikaanse president Donald Trump had in maart 2018 algemene importtarieven van 25 procent ingesteld op staal en 10 procent op aluminium. Echter werden bondgenoten uitgesloten van deze importheffingen. De landen Canada, Mexico, Brazilië, Australië, Argentinië en de EU werden tot eind mei uitgezonderd van de Amerikaanse importheffingen. De Amerikaanse minister Wilbur Ross van Handel heeft donderdag 31 mei 2018 laten weten dat vanaf 0.00 uur lokale tijd de importtarieven voor staal en aluminium ook voor deze landen zullen gaan gelden.

Vrijstelling vervalt

De tijdelijke vrijstelling van twee maanden voor de EU, Mexico en Canada vervalt op vrijdag 1 juni 6.00 uur Nederlandse tijd. Dat betekend dat staalproducenten en aluminiumproducenten uit Mexico, Canada en de EU vanaf dat moment meer geld moeten betalen als ze hun producten op de Amerikaanse markt willen verkopen. De Europese Unie is niet blij met de Amerikaanse houding ten opzichte van de handelsbetrekkingen. Daarom heeft de EU meteen laten weten met tegenmaatregelen te komen. Verder zal de Europese Unie.

Reactie EU en Nederland
Ook gaat de EU een procedure starten bij de Wereldhandelsorganisatie (WHO). Nederland is lid van de EU en is bezorgd over de ontwikkelingen. Het Nederlandse kabinet heeft de beslissing van de VS om de importheffing door te laten gaan onverstandig en betreurenswaardig genoemd.

Verkoop e-bikes omhoog ten koste van traditionele fietsen in 2018

Consumenten kopen steeds vaker een elektrische fiets. De zogenaamde e-bikes zijn steeds meer in opkomst alleen gaat dat wel ten koste van de verkoop van traditionele fietsen die niet zijn uitgerust met een elektromotor. De gegevens over de fietsenverkopen werden woensdag bekend gemaakt door ABN AMRO die hier een sectoronderzoek naar heeft gedaan.

Het blijkt dat ongeveer dertig procent van de fietsen die in Nederland worden verkocht een e-bike is. De verkoop van deze elektrische fietsen is in zeven jaar tijd gestegen met bijna 75 procent. Sinds 2010 is echter de verkoop van traditionele fietsen gedaald met 37 procent.

In 2018 denken de analisten van ABN dat er 3 procent meer fietsen zullen worden verkocht. De verkoop van elektrische fietsen zal een stijging vertonen van 10 procent. Dat betekent dat het verkoopaandeel van elektrische fietsen alleen maar zal toenemen in Nederland. De fietsenverkoop in andere segmenten toont een stabilisatie in 2018.

Verbruik elektrische stroom uit windmolens nam 15 procent toe in 2017

Er wordt in Nederland meer gebruik gemaakt van elektrische energie die gewonnen wordt uit hernieuwbare energiebronnen. Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend op woensdag 30 mei 2018.

Windmolens zijn een bekende technische voorziening waarbij een windturbine de windkracht omzet in elektrische energie met behulp van een dynamo. Er wordt steeds meer elektrische stroom verbruikt uit windmolens aldus het CBS. Het verbruik van elektrische stroom uit windmolens steeg in 2017 met 15 procent naar 35 petajoule. Dit was het gevolg van onder andere de ingebruikname van een groot windmolenpark in de tweede helft van 2016.

Dit windmolenpark heeft een vermogen van 600 megawatt. De windmolens van dit windmolenpark konden in 2017 volledig in gebruik worden genomen en productie draaien. Deze situatie zorgde er voor de totale windcapaciteit groeide. Toch is de capaciteit in 2017 niet veel verder doorgegroeid. De capaciteit stond eind vorig jaar op 4.200 megawatt.

Dertig procent meer zonnestroom in 2017

Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte woensdag 30 mei bekend dat het aandeel energie uit hernieuwbare energiebronnen aan het toenemen is in Nederland ten opzichte van de totale energie die wordt gewonnen uit energiebronnen. Deze toename kwam uit op 0,6 procent ten opzichte van 20176. Deze toename is niet heel fors en brengt Nederland nog maar nauwelijks dichter bij het behalen van de energiedoelstellingen uit het klimaatakkoord. Het is wel duidelijk dat zonnestroom oftewel elektrische energie die uit zonlicht wordt gehaald een groot aandeel heeft in de hernieuwbare energiebronnen.

Zonnepanelen
In 2017 steeg de productie van zonnestroom met maar liefst 30 procent. Ondanks dat blijft zonne-energie nog slechts een kleine energiebron in Nederland. Het is wel een bekende energiebron omdat steeds meer mensen zonnepanelen plaatsen op daken van woningen en bedrijfscomplexen. Daarnaast zijn zonnepanelen ook goed zichtbaar voor mensen op straat. De zonnestroom nam toe in 2017 vanwege de toename van het aantal zonnepanelen in Nederland. De capaciteit van alle zonnepanelen in Nederland groeide in 2017 met een recordhoeveelheid. De toename in capaciteit steeg met ruim 800 megawatt naar bijna 2.900 megawatt.

Biomassa

Biomassa is een veel minder bekende energiebron. Toch is biomassa de grootste bron van “hernieuwbare energie” aldus het CBS. Biomassa wordt echter niet door iedereen beschouwd als een hernieuwbare energiebron. Biomassa in de vorm van houtsnippers of houtpallets wordt verbrand om stoom te verhitten in energiecentrales. In feite is biomassa een bijstookproduct voor kolencentrales. Dat maakt duidelijk waarom er zoveel van wordt gebruikt. Toch komt bij het verstoken van biomassa ook CO2 vrij en dat maakt deze brandstof niet behaald milieuvriendelijk. Wel wordt biomassa als minder milieubelastend beschouwd als bijvoorbeeld steenkool of bruinkool die veel meer CO2 produceren bij verbranding.

Aandeel biomassa in energievoorziening
Biomassa heeft een aandeel van 61 procent in de energievoorziening en is daarmee de grootste bron van hernieuwbare energie. In 2017 steeg het verbruik van biomassa met acht procent. Deze toename was volgens het CBS toe te schijven aan een toename in het gebruik van biobrandstoffen in het vervoer. Bovendien werd er meer biomassa gebruikt in elektriciteitscentrales.

Aandeel hernieuwbare energie 6,6 procent gestegen ten opzichte van de totale energiebronnen in 2017

Hernieuwbare energiebronnen zijn energiebronnen die niet op kunnen raken omdat ze altijd aanwezig zijn. De bekendste voorbeelden van hernieuwbare energiebronnen zijn zonlicht en windkracht. Ook waterkracht is een hernieuwbare energiebron die wordt gebruikt in de vorm van waterkrachtcentrales en getijdencentrales.

Hernieuwbare energiebronnen
In Nederland wordt nog niet veel gedaan met waterkracht maar zonnepanelen en windmolens worden steeds vaker geplaatst. Dat zorgt er voor dat er ook steeds meer hernieuwbare energie wordt gewonnen uit windkracht en zonlicht. Het aandeel hernieuwbare energie neemt toe. Ten opzichte van het totale Nederlandse energieverbruik is het aandeel hernieuwbare energieverbruik 6,6 procent.

Energieverbruik in Nederland
Het aandeel hernieuwbare energie was in 2016 ongeveer 6 procent. Deze gegevens werden woensdag 30 mei 2018 bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2017 kwam het totale energieverbruik uit hernieuwbare energiebronnen uit op 138 petajoule. Dit is een stijging van 10 procent. Het totale energieverbruik kwam in Nederland in 2016 uit op 2.100 petajoule. In 2017 was dit energieverbruik ongeveer op hetzelfde niveau.

CO2 neutraal maken huurwoningen kost ruim 108 miljard euro

Nederland wil van aardgas af en wil het woningbestand verduurzamen. Deze ambitie heeft de Nederlandse overheid niet alleen voor koopwoningen, ook huurwoningen moeten worden verduurzaamd. Dat kost per woning ongeveer 52.000 euro volgens Aedes. De organisatie Aedes is de koepelorganisatie van woningcorporaties. De organisatie heeft de totale kosten in kaart gebracht en raamt deze op 108 miljard euro. Nederland heeft 2,1 miljoen huurwoningen die voor dit bedrag zouden kunnen worden verduurzaamd aldus Aedes. Dit bericht over het de kosten van het gasloos en CO2-neutraal te maken van huurwoningen werd dinsdag 29 mei 2018 aan de media bekend gemaakt.

Verduurzamen huurwoningen
Aedesvoorzitter Marnix Norder heeft aangegeven dat de woningcorporaties deze investering onmogelijk alleen kunnen opbrengen. Als dat van de woningcorporaties zou worden verwacht betekent dit dat de huur aanzienlijk omhoog moet. Dat vinden de huurders niet bepaald prettig. Toch moet er wat gedaan worden om de huurwoningen te verduurzamen. De Nederlandse woningcorporaties hebben zich gebonden aan de doelstelling om al hun huurwoningen voor 2050 CO2-neutraal te maken. De woningcorporaties hebben elk afzonderlijk bekeken wat ze zouden moeten doen om een dergelijke doelstelling te kunnen behalen.

Verschillen tussen huurwoningen
Er blijken grote verschillen te zitten in de energiezuinigheid van huurwoningen. Sommige huurwoningen zouden investeringen nodig hebben op het gebied van isolatie en zonnepanelen. Weer andere huizen zouden een grondige renovatie en energietransitie nodig hebben om te voldoen aan de gestelde eisen. De meeste huurwoningen zijn voor wat betreft de verwarming afhankelijk van aardgas. Doormiddel van hybride warmtepompen en hybride ketels zou de afhankelijkheid van aardgas kunnen worden beperkt. Door het plaatsen van warmtepompen, warmte en koudeopslag, stadsverwarming en blokverwarming kunnen huurwoningen geheel aardgasvrij worden gemaakt.

Installatiebedrijven en overheid
Niet alleen woningcorporaties zullen inspanningen moeten verrichten met betrekking tot de energietransitie van huurwoningen. Ook overheden moeten een bijdrage leveren evenals bouwbedrijven. Netbeheerders, nutsbedrijven, installatiebedrijven en andere ondernemingen moeten ook meewerken om de energietransitie in de huurwoningbouw succesvol te laten verlopen.

Huizenmarkt in Randstad verder onder druk in 2018

Al geruime tijd zijn beschikbare woningen in de grote steden in de Randstad een schaar goed. Er is meer vraag naar woningen dan aanbod. Het tekort aan aan aanbod zorgt er voor dat de vraagprijs van woningen omhoog gaat. Deze vraagprijs gaat niet alleen omhoog in Amsterdam en andere grote steden ook de randgemeenten er omheen merken een stijgende vraag naar woningen.

Veel mensen die een woning zoeken in een grote stad en daar nauwelijks wat kunnen vinden kijken ook naar de randgemeenten. De randgemeenten zijn de gemeenten rondom de stad waar ze een woning zouden willen kopen. De randgemeenten worden door veel woningzoekers als aantrekkelijk beschouwd. Vaak werken de mensen in de grote stad en bij gebrek aan woonruimte in deze stad is een randgemeente een aantrekkelijke optie. Tot voor kort waren de woningen in randgemeenten goedkoper.

Door de toenemende vraag naar woningen stijgen ook de prijzen van woningen in randgemeenten. Dit blijkt uit cijfers van de analist van onroerend goed Calcasa. In de afgelopen 5 jaar zijn de huizenprijzen in de grootste steden van Nederland aanzienlijk gestegen aldus deze analist. In de 15 grootste Nederlandse steden gingen de prijzen van woningen met 40 procent omhoog tegen 25 procent landelijk gemiddeld. De randgemeenten merken ook een prijstijging en zitten met betrekking tot het stijgingsniveau tussen de hiervoorgenomede percentages. In Amsterdam zijn de prijzen in 5 jaar tijd met 65 procent gestegen.

Aangrenzende gemeenten hebben een prijsstijging van gemiddels 45 procent. Volgens Casala wijken huizenkopers steeds verder uit van de grote steden. In Almere stijgen de prijzen van woningen bijvoorbeeld ook hard. Daar zouden de prijzen in 2017 zelfs nog harder zijn gestegen dan in Amsterdam.

Oudere mannen werken vaker deeltijd in 2018

Deeltijd werken neemt toe onder werkende oudere mannen. De vooroorlogse generaties 60-plussers werkten nog niet of nauwelijks deeltijd. Gemiddeld werkte van deze groep nog ongeveer één op de veertien mannen parttime. Inmiddels is het aantal oudere mannen met een deeltijdbaan verhoogd naar één op de zes. Het Centraal Planbureau geeft aan dat de toename van deeltijdwerk onder oudere werknemers ongeveer gelijk is met de groei van de arbeidsparticipatie.

Hoe dichter de werknemer bij de AOW-gerechtigde leeftijd komt hoe vaker er wordt gekozen voor een deeltijd baan. Dit effect is merkbaar bij zowel mannen als vrouwen. Dit bericht werd bekend gemaakt door het Centraal Planbureau (CPB) op maandag 28 mei 2018. Het CPB heeft een achtergronddocument over geleidelijke uittreding en de rol van deeltijdpensioen gepubliceerd. Werknemers in de leeftijd rond de 62 werken over het algemeen in vrij grote deeltijdbaan. Dat zijn deeltijdbanen van 20 tot 32 uur per week.

Werknemers in de leeftijdscategorie rond de 67 jaar kiezen over het algemeen vaker voor deeltijdwerk voor een minder urenaantal per week. Het gaat daarbij om deeltijdbanen van minder dan twaalf uur per week. Bij vrouwen zijn deeltijdbanen van twaalf tot 20 uur ook gangbaar. Dit zou volgens het CPB te maken hebben met de “de algemene voorkeur van vrouwen voor deeltijdwerk”. Het zou niet te maken hebben meteen “voorkeur voor geleidelijke uittreding”.

Olieprijs omlaag na gesprekken tussen Saudi-Arabië en Rusland over opvoeren olieproductie in 2018

Er zijn aanhoudende signalen dat Saudi-Arabië en Rusland hun olieproductie weer willen opvoeren. Als dat gebeurd komt er een einde aan de bevriezing van de olieproductie van beide landen. Deze landen nemen een groot deel van de wereldwijde olieproductie voor hun rekening. Door de olieproductie op te voeren neemt het aanbod aan olie toe. Dat heeft een direct effect op de olieprijs. Alleen de vermoedens dat de oliemarkt een groter olieaanbod zal produceren zorgde er al voor dat de prijs van olie omlaag is geschoten. Vrijdag daalde de olieprijs al en maandag 28 mei 2018 is de olieprijs verder omlaag gegaan.

De prijs van een vat Amerikaanse olie (van 159 liter) stond maandag 28 mei 2018 omstreeks 11.00 uur 1,6 procent lager op 66,77 dollar. Een vat Brentolie zakte in prijs 1,3 procent en kwam daardoor uit op 75,43 dollar per vat. De olieproductie werd door de leden van Oliekartel OPEC en andere olieproducenten zoals Rusland beperkt sinds begin vorig jaar. De productie werd verlaagd om de prijs van ruwe olie te stuwen. Inmiddels waren de olieprijzen inderdaad weer op een hoger niveau beland. Vermoedens en geruchten over een verhoging in de olieproductie zorgen er voor dat de prijs juist weer omlaag is gegaan.

BAM investeert in getijdencentrales en getijdenenergie in 2018

Eb en vloed zorgen er voor dat er zeer veel water wordt verplaatst aan de kust. Het verschil tussen opkomend water en afgaand water zijn vaak dientallen meters afstand en vele kubieke meters water. Er zijn over de gehele wereld een paar bedrijven actief bezig met het ontwikkelen van technologie waarmee de waterstroom tussen eb en vloed in elektrische stroom kan worden omgezet. Op die manier zou men weer een extra bron van groene energie kunnen inzetten. Bouwbedrijf BAM International heeft interesse in deze technologie en heeft een meerderheidsbelang genomen in het Nederlandse Tidal Bridge.

Getijdencentrale
Tidal Bridge is een bedrijf dat zicht richt op het ontwikkelen van zogenaamde getijdencentrales. Een getijdencentrale is in feite een elektriciteitscentrale die elektrische stroom kan opwekken uit eb en vloed. Op dit moment is Tidal Bridge bezig met het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek naar een getijdencentrale bij een Indonesisch eiland.

Aandeelhouders Tidal Bridge
BAM gaat het meerderheidsbelang van Strukton overnemen. Dit werd maandag 28 mei 2018 door BAM gemeld. BAM is niet de enige aandeelhouder. Ook Dutch Expansion Capital (DEC) is aandeelhouder in het concern. Er zijn geen financiële details bekendgemaakt over het belang dat BAM neemt in Tidal Bridge.

Tidal Bridge
De innovatieve onderneming Tidal Bridge houdt zich bezig met het ontwikkelen van een technologie waarmee turbines op drijvende platforms kunnen worden geplaatst. Daar worden de turbines gebruikt om energie opwekken door het waterverschil tussen eb en vloed. In 2015 werd een getijdencentrale geplaatst door Tocardo bij de Oosterscheldekering. Het bedrijf Tidal Bridge probeert nu bij een eiland bij Indonesië een getijdencentrale te plaatsen. De turbines die op het platform zijn aangebracht lijken op omgekeerde windmolens en worden in beweging gebracht door water in plaats van lucht.

Startup
Tidal Bridge is een jong bedrijf. Dat begon als startup in mei 2017. Doen startte het bedrijf een onderzoek naar de bouw van een drijvende brug die geplaatst moest worden bij het Indonesische eiland Flores. De investering bedraagt 225 miljoen dollar. Als het lukt de energiecentrale een vermogen tot 30 megawatt. Het is de bedoeling dat de elektriciteitscentrale zoveel elektrische stroom gaat opwekken als de meer dan 100.000 inwoners in de regio jaarlijks gebruiken. BAM International is sinds 1970 actief in Indonesië. Het bouw in infra bedrijf is daarbij specifiek gericht op de Indonesische bouw- en inframarkt.

Industrie verwacht investeringstoename van 25 procent in 2018

Nederlandse industriële ondernemers verwachten in 2018 aanzienlijk meer te investeren in materialen, machines en gebouwen. De investeringen in deze zogenaamde materiële vaste activa zullen in 2018 veel hoger uitvallen dan in 2017. Dit bericht werd bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op maandag 28 mei 2018. Het statistiekbureau haalde haar informatie uit een zogenaamde voorjaarsenquête die door producenten is ingevuld. In deze enquête zijn producenten nog iets positiever over de verwachte investeringen dan een halfjaar eerder.

Aan het eind van 2017 hadden Nederlandse industriële ondernemers nog de verwachting uitgesproken dat ze 16 procent meer zouden gaan investeren in het komende jaar. Verder hadden de producenten aangegeven dat ze in 2017 in totaal 19 procent hoger zouden zijn geweest dan in 2016. In 2016 werd nog ongeveer 8 miljard euro geïnvesteerd in de industrie. Een groot deel van deze investeringen zit in de aanschaf van machines. Verder gaat het bij de investeringen in materiële vaste activa ook om de aanschaf van zoals gebouwen, vervoersmiddelen en computers.

In 2016 werd door Nederlandse bedrijven bijna 8 miljard geïnvesteerd in deze materiële vaste activa. Dit was twee procent lager dan in 2015. In de jaren 2014 en 2015 waren de investeringen van de industrie wel hoger dan een jaar eerder. Inmiddels willen bedrijven wel meer investeren in materiële vaste activa. De economie trekt aan en het gaat beter met de productie in de industrie.

Europa wil meer accu’s ontwikkelen voor elektrische auto’s vanaf 2018

De Europese Commissie wil elektrisch rijden stimuleren. Naast een goede infrastructuur met veel oplaadpunten is het daarbij belangrijk dat de actieradius van de elektrische auto’s omhoog gaat. De actieradius is bij een elektrische auto voornamelijk gekoppeld aan de oplaadcapaciteit van de accu en de snelheid waarmee de accu leeg raakt als de auto deelneemt aan het verkeer. Wereldwijd is men het er wel over eens dat de accu’s voor elektrische auto’s geoptimaliseerd moeten worden. Er moeten betere accu’s worden gemaakt die langer mee gaan en waar auto’s langer op kunnen rijden. Verschillende bedrijven in de wereld zijn al bezig met het ontwikkelen van betere accu’s voor auto’s. Een kenmerkend voorbeeld hiervan is autoproducent Tesla die bekend staat vanwege de productie van elektrische sportwagens en onlangs nog in het nieuws kwam met een elektrische vrachtwagen.

De ontwikkeling van accu’s moet in Europa op een hoger niveau worden gebracht. Autoproducent Volkswagen wil na het dieselschandaal de focus leggen op elektrisch rijden. Rond 2025 wil deze autoproducent jaarlijks drie miljoen elektrische auto’s verkopen. In totaal heeft Volkswagen 40 miljard euro uitgetrokken voor het behalen van dat doel. De Europese Unie zou autoproducenten kunnen ondersteunen bij de energietransitie in de voertuigenbranche. Er zullen waarschijnlijk geen productiedoelen worden gesteld voor elektrische auto’s. Deze doelstellingen heeft China bijvoorbeeld wel.

EU-toezichthouder verwacht dalende verkoop dieselauto’s in Europa na 2018

Dieselauto’s zijn nog volop op de Nederlandse en overige Europese wegen aanwezig. Dat is niet verwonderlijk want er zijn veel bedrijven en particulieren die een dieselauto in bezig hebben. Toch zijn dieselvoertuigen de laatste tijd voornamelijk negatief in het nieuws geweest. Voornamelijk door het dieselschandaal van Volkswagen en de nasleep daarvan zijn veel mensen negatief gaan denken over dieselvoertuigen. Toch zijn dieselvoertuigen niet bijzonder veel nadeliger voor het milieu dan benzinevoertuigen. Diesels stootten meer fijnstof uit maar benzinevoertuigen meer CO2. Dit verschil wordt echter in de media niet of nauwelijks genoemd.

Politiek en media over dieselvoertuigen
De politiek schaart zich ook achter de negatieve beeldvorming over dieselvoertuigen. Eurocommissaris voor industrie Elzbieta Bieńkowska heeft in een interview met persbureau Bloomberg aangegeven dat diesels in Europa op hun retour zijn. De eurocommissaris verwacht dat dieselvoertuigen binnen een paar jaar volledig verdwenen zijn. De toezichthouder benoemt net als vele media het dieselschandaal rondom Volkswagen als keerpunt. Door het manipuleren van testen voor dieselvoertuigen heeft Volkswagen jaren lang de uitstoot van diesels minder vervuilend laten lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Veel mensen denken daardoor dat dieselvoertuigen veel vervuilender zijn dan bijvoorbeeld benzinevoertuigen maar dat is echter lang niet altijd het geval.

Dieselvoertuigen of elektrisch rijden
De beeldvorming in de Europese Unie (EU) is veranderd ten opzichte van diesels. Benzinevoertuigen zijn wegens de hogere CO2 emissie geen beduidend milieuvriendelijker alternatief. Daarom zet Europa meer in op het elektrisch rijden. Er moeten meer elektrische auto’s op de Europese wegen verschijnen. Er moet meer worden gedaan om elektrisch rijden mogelijk en rendabel te maken. Elektrisch rijden moet goedkoper worden en de laadpaalinfrastructuur van oplaadpunten voor elektrische auto’s moet steeds verder worden uitgebreid.

Woningbouw moet niet ten koste gaan van bedrijventerreinen in 2018

Ondernemersorganisatie VNO-NCW West heeft aangegeven dat ze groot voorstander is van het bouwen van meer woningen. De woningbouw moet toenemen om het tekort aan woningen in Nederland op te lossen en te voldoen aan de vraag op de woningmarkt. De ondernemersorganisatie geeft daarbij echter wel aan dat overheden er niet voor moeten kiezen om bedrijventerreinen te veranderen in percelen voor woningbouw.

Ruimte voor bedrijven
Er moet ruimte bestaan voor de bouw van bedrijven en utiliteit. De terreinen die bestemd zijn voor bedrijven moeten daarvoor ook worden gebruikt en niet voor woningbouw, meent de organisatie. Bert Mooren, directeur van VNO-NCW West geeft aan dat de economische waarde van de woningbouw van groot belang is. Daarom is de woningbouw belangrijk. Wonen en werken moet echter volgens hem wel uit elkaar gehouden worden.

Nationale Woonagenda
De VNO-NCW heeft een reactie gegeven op de plannen uit de Nationale Woonagenda. Deze Woonagenda is een beleidsdocument waarin is weergegeven hoe de regering wil omgaan met de woningmarkt en het woningtekort in sommige gebieden. De Nationale Woonagenda werd afgelopen week door minister Kajsa Ollongren (Wonen) getekend. Daarnaast hebben ook provincies, marktpartijen en corporaties de Nationale Woonagenda ondertekend. Met het akkoord zouden er per jaar gemiddeld 75.000 woningen worden gebouwd in Nederland. In 2025 zouden er vanaf 2018 in totaal meer dan 700.000 woningen zijn bijgebouwd in Nederland.

Creatieve oplossingen noodzakelijk
Volgens de minister zijn creatieve oplossingen noodzakelijk. Daarbij zal er ook gebouwd moeten worden op industrieterreinen en in bijvoorbeeld havengebieden. In bepaalde gebieden hebben ondernemers hun zorgen uitgesproken over de voorgenomen plannen uit de Nationale Woonagenda. De VNO-NCW heeft de zorgen van deze ondernemers onder de aandacht gebracht. De organisatie zal er op aandringen dat economische effectrapportages worden gemaakt en dat belangrijke bedrijventerreinen worden gevrijwaard.

Zonneparken nemen toe in 2018 maar er liggen nog volop mogelijkheden voor zonnepalen op daken

Het aantal zonneparken in Nederland neemt toe. Een zonnepark is in feite een grote groep zonnepanelen die op weilanden of andere grond worden geplaatst. Soms worden zonneparken aangelegd op akkerbouwgrond of braakliggend terrein. Een zonnepark kan voor een boer een interessante investering zijn die een nieuwe bron van inkomsten oplevert. Toch is de aanleg van zonneparken niet zonder maatschappelijke discussie. Er worden wel meer zonneparken aanlegt maar daken van huizen, utiliteitscomplexen en industriële gebouwen blijven leeg. Deze daken kunnen in feite nergens anders voor dienen terwijl de akkerbouwgrond en de weilanden ook in een natuurgebied zouden kunnen worden veranderd.

Zonnepanelen op utiliteit
Jaap Baarsma van branche-organisatie Holland Solar geeft aan dat men voor vele gigawatts aan zonnepanelen zou kunnen plaatsen op daken van scholen en overige utiliteit. Hollans Solar heeft uitgezocht waarom veel daken niet worden voorzien van zonnepanelen. De belangrijkste reden zou zijn dat overheden er te weinig beleid voor hebben vrij gemaakt. Volgens Baarsma zouden overheden doelen kunnen stellen met betrekking tot het aantal zonnepanelen dat op utiliteitsgebouwen zou moeten worden geplaatst. Daarnaast huren veel bedrijven hun bedrijfsruimte en eigenaren van deze utiliteitscomplexen zouden moeten investeren in zonnepanelen maar doen dit vaak niet. De voordelen van de zonnepanelen komen vaak terug op de stroomrekening van de huurder in plaats van de verhuurder. Daar moet overleg over plaatsvinden aldus de heer Baarsma. Er kan in Nederland nog veel gedaan worden op het gebied van zonne-energie en het plaatsen van zonnepanelen. Het is jammer dat bedrijven, overheden en verhuurders nog niet alle kansen optimaal benutten.

Wat is een BBL vacature?

Een BBL vacature is een vacature waaraan een opleiding gekoppeld is in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Dat betekent dat een kandidaat of sollicitant die in aanmerking wil komen voor een BBL vacature solliciteert op werken en leren. BBL is namelijk werken en leren. Het werken doe je bij een erkend leerbedrijf die de BBL vacature heeft open staan. De opleiding volg je meestal bij een ROC oftewel een Regionaal Opleidingscentrum. Zowel op je werkplek bij het erkend leerbedrijf wordt je begeleid als op je opleiding zelf. Zo wordt je doormiddel van werk en opleiding ontwikkeld tot een vakspecialist.

Waarom een BBL vacature?
In bepaalde sectoren zoals de bouw en de techniek is een tekort aan vakkrachten. Bedrijven merken dat er weinig instroom is van nieuw ervaren vaktechnisch personeel. De drukte in de techniek en bouw neemt echter toe. Daardoor moeten er oplossingen komen. Bedrijven kunnen besluiten om zelf personeel op te leiden tot vakkrachten. Daarvoor moeten de bedrijven een erkend leerbedrijf worden. Deze erkenning kunnen bedrijven aanvragen via de website van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Als bedrijven een erkend leerbedrijf zijn kunnen BBL-ers opleiden. Bedrijven kunnen er dan voor kiezen om vacatures open te zetten waarmee ze kandidaten willen werven voor BBL-trajecten, dit zou je BBL vacatures kunnen noemen

BBL vacatures bij een technisch bedrijf of uitzendbureau
Niet alleen technische bedrijven zetten vacatures open voor BBL-ers ook technische uitzendbureaus en VCU uitzendbureaus zetten vacatures open voor BBL-ers. Uitzendbureaus bemiddelen uitzendpersoneel voor verschillende bedrijven waaronder erkende leerbedrijven. Door het open zetten van vacatures voor BBL-ers hopen bedrijven kandidaten te vinden voor de erkende leerbedrijven waar ze mee samenwerken. Uitzendorganisaties bemiddelen meestal BBL-ers voor meerdere erkende leerbedrijven tegelijk. Dat zorgt er voor dat ze de mogelijkheid hebben om het juiste leerbedrijf te zoeken voor de BBL-er of toekomstig BBL-er. Een BBL traject via een uitzendbureau kan daardoor heel gunstig zijn voor de kandidaat.

Aanmelden voor BBL
BBL is voor veel aankomende vakkrachten interessant omdat je werkt en je leert. Dat betekent dat je jezelf ontwikkelt en dat je tegelijkertijd geld verdient. Je kunt je aanmelden voor een BBL traject door hier te klikken of door op de menuknop BBL Technicum te klikken.

BBL elektrotechniek vacatures 2018

De installatiebranche heeft een groot tekort aan technisch personeel. Er zijn veel vacatures voor elektromonteurs en installatiemonteurs op internet te vinden. Ook zijn er steeds meer vacatures voor aankomend technisch personeel. Hierbij kun je denken aan zogenaamde BBL vacatures waarop mensen kunnen solliciteren met affiniteit in bijvoorbeeld elektrotechniek zonder dat ze daar specifieke werkervaring of opleidingen in hebben gehad.

BBL en ROC
BBL is de beroepsbegeleidende leerweg en wordt aangeboden door ROC’s oftewel Regionale Opleidingscentra. BBL opleidingen worden geboden op mbo niveau. Dit is het middelbaar beroepsniveau. Er zijn veel verschillende ROC locaties in heel Nederland. Ook zijn er verschillende leerbedrijven waar iemand een BBL opleiding zou kunnen volgen en werken en leren. De arbeidsmarkt is complex en de wereld van opleidingen ook.

Kiezen voor BBL elektrotechniek
Wanneer je de keuze hebt gemaakt om een BBL opleiding elektrotechniek te volgen is het verstandig om een professionele arbeidsbemiddelaar in te schakelen zodat je zeker weet dat je de BBL opleiding volgt bij een professioneel opleidingsinstituut en een geschikt leerbedrijf vind. Een organisatie die je hierbij uitstekend kan helpen is Technicum. Deze uitzendorganisatie heeft in heel Nederland BBL-ers aan het werk bij tientallen leerbedrijven in de installatietechniek en elektrotechniek.

Aanmelden voor BBL elektrotechniek
Aanmelden voor een BBL traject is eenvoudig. Als je hier klikt kom je terecht op een aanmeldformulier voor BBL. Je kunt ook de knop aan de zijkant in het menu aanklikken met BBL Technicum er op. Als je jezelf hebt aangemeld voor BBL wordt er binnen korte tijd contact met je opgenomen door een opleidingsadviseur van Technicum. Dit is allemaal kosteloos en gratis.

Benzineprijs omhoog in 2018 door maatregelen OPEC

De olieprijs is in 2018 weer omhoog gegaan op de wereldmarkten. Deze ontwikkeling heeft een effect op de prijs die de automobilist aan de benzinepomp betaald. Paul van Selms van United Consumers heeft een vermoeden dat de prijs van benzine naar meer dan 2 euro per liter zal gaan stijgen. Als dat doorgaat betekent dit een nieuwe recordprijs voor benzine. In 2012 was de benzineprijs ook op een hoog niveau beland. Toen steeg de prijs voor 1 liter Euro 95 naar 1,87 euro. In dat jaar was de prijs voor een vat Brent-olie bijna 120 dollar. Tijdens de economische crisis in 2013 daalde de prijs van olie. Het dieptepunt van de olieprijs kwam in 2016. Dat jaar kwam de olieprijs uit op ongeveer 30 dollar per vat.

Olieprijs omhoog
Inmiddels stijgt de olieprijs weer. In 2017 is de prijs van ruwe olie met bijna 50 procent toegenomen. Een vat Brent-olie was aan het begin van deze week 76 dollar op de markt waard. De maatregelen van de OPEC op de olieproductie te beperken blijken effectief. Het aanbod van olie neemt af en de vraag blijkt wegens het economische herstel toe te nemen. Naast OPEC-landen zoals Saoedi-Arabië, Koeweit en Irak neemt ook olieproducent Rusland deel aan de productieverlaging. Rusland is één van de grootste olieproducenten ter wereld en heeft zich bij de afspraken van de OPEC aangesloten. Dat heeft een direct effect op het aanbod van olie op de wereldmarkt.

Scheepsbouw herstelt in 2018

Scheepswerven en maritieme toeleveranciers hadden in 2017 een moeizaam jaar. Het afgelopen jaar hebben veel scheepsbouwers en andere maritieme bedrijven te maken gehad met een terugloop in het aantal orders. Daar lijkt in 2018 echter verandering in te komen. Brancheorganisatie Netherlands Maritime Technology (NMT) spreekt namelijk van tekenen van herstel. Dit herstel zou in de tweede helft van 2017 al merkbaar zijn geworden. Toen steeg bij een aantal bedrijven uit de sector het aantal orders weer. Deze stijgende lijn zou zich volgens de NMT in 2018 gaan voortzetten.

Scheepsbouw wereldwijd
Niet alleen in Nederland gaat het weer wat beter met de scheepsbouw, wereldwijd blijkt het beter te gaan met de bouw van schepen en andere grote maritieme producten. Het zijn nog wel tekenen van een voorzichtig herstel en niet alle bedrijven en landen merken het herstel. Wereldwijd is het aantal orders wel verdubbeld ten opzichte van het jaar 2016. In dat jaar was er ook sprake van een enorme teruggang in het aantal orders in de maritieme sector.

Personeelsbestand

In 2017 hadden de ondernemers in de maritieme branche en de scheepsbouw nog te maken met een omzetdaling van 5 procent. Daardoor kwam de omzet uit op 6,9 miljard euro. Veel bedrijven hebben wegens de terugloop aan orders ook het personeelsbestand laten krimpen. De flexibele schil maar ook de vaste kern van verschillende scheepsbouwers werd ingekrompen. De gemiddelde krimp van het personeelsbestand kwam uit op 3 procent. Daardoor kwam het aantal werknemers in de maritieme sector en de scheepsbouw uit op omgerekend 28.000 voltijdsbanen.

Het blijft knokken
De NMT is weliswaar positief over de ontwikkelingen in de sector maar is ook voorzichtig. Het zal nog een geruime tijd duren voordat de sector weer op het niveau zit van voor de financiële crisis. Dit geeft een woordvoerder van NMT aan in een reactie. Nederlandse bedrijven hebben te maken met wereldwijde concurrentie en daardoor blijft het knokken aldus de NMT.

Gemeente Hilversum selecteert Telindus voor netwerk van de toekomst

Utrecht, 24 mei 2018 – Gemeente Hilversum heeft voor de ontwikkeling, implementatie en het onderhoud van haar nieuwe netwerkomgeving gekozen voor Telindus. Het netwerk wordt gebaseerd op de Digital Network Architecture van Cisco, en wordt geleverd, geïmplementeerd en vervolgens voor een deel ook beheerd door Telindus. Met deze software defined en innovatieve netwerkomgeving zet de gemeente Hilversum een eerste stap naar het intuïtieve netwerk van de toekomst.

De gemeente Hilversum ziet verschillende ontwikkelingen op zich af komen die de organisatie ertoe dwongen de netwerkomgeving tegen het licht te houden. Door koppelingen met ketenpartners, het toenemend aantal mobiele devices, het streven naar serviceoptimalisatie en de sterke focus op informatiebeveiliging, concludeerde de gemeente dat het bestaande netwerk niet meer voldoet. Men startte een aanbestedingstraject waarin robuustheid, performance, beveiliging en eenvoudig beheer belangrijke eisen waren. Tevens zocht de gemeente Hilversum naar een strategische partner die het mogelijk maakt door te groeien naar een professionele dienstverlener. Met de Cisco Digital Network Architecture haalt de Noord-Hollandse gemeente een innovatieve netwerkoplossing in huis en met Telindus is zij verzekerd van de juiste kennis, service en support.

Flexibel en robuust
“Burgers en bedrijven moeten erop kunnen vertrouwen dat wij hun gegevens op een veilige manier verwerken”, legt ICT-adviseur Remco Hooijmans van de gemeente Hilversum uit. “Tegelijkertijd zien we het verkeer op ons netwerk drastisch toenemen. Enerzijds door de opkomst van mobiele devices en applicaties, anderzijds door de steeds intensievere samenwerking met ketenpartners waarmee data en systemen gedeeld moeten worden. Dit alles moeten we kunnen faciliteren met een flexibele en robuuste netwerkomgeving, zonder dat we concessies doen aan de beveiliging. Ik heb het volste vertrouwen dat we met de software defined Digital Network Architecture van marktleider Cisco en met Telindus als strategisch partner voor implementatie, beheer en support het netwerk van de toekomst realiseren.”

Security heeft prioriteit
Een van de belangrijkste voordelen van deze oplossing is het feit dat een groot deel van de beheertaken geautomatiseerd kan worden. Denk hierbij aan netwerkconfiguraties en de autorisatie van devices. Tevens kan de netwerkbeveiliging zo ingericht worden dat bedreigingen worden geïdentificeerd en gestopt, voordat het kwaad geschiedt. “Bovendien hebben we straks realtime inzicht in alle verkeersstromen op ons netwerk. Zo houden we altijd grip op de netwerkomgeving”, aldus Hooijmans.

Vooruitstrevend
Geert Degezelle, Managing Director bij Telindus: “We zijn erg trots op het feit dat Telindus voor de gemeente Hilversum een innovatieve netwerkoplossing gaat realiseren. De lokale overheid maakt deel uit van een dynamische wereld die een flexibele netwerkomgeving vereist. Niet een netwerk dat belemmeringen opwerpt, maar een netwerk dat je in staat stelt om snel te reageren op ontwikkelingen in de samenleving. Het tekent de vooruitstrevende instelling van de gemeente Hilversum om met dit vernieuwende netwerkconcept aan de slag te gaan. Wij zijn blij dat we kunnen werken aan het optimaliseren van de dienstverlening van Hilversum.”