Wat is de Waadi en voor wie is de Waadi bedoelt?

De Waadi is een afkorting die staat voor Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Deze wet is afkomstig van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en werd ingevoerd om de rechten van werknemers beter te waarborgen. Volgens de Waadi zijn alle organisatie die arbeidskrachten beschikbaar stellen verplicht om hun activiteiten in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te vermelden.

Wijziging van de Waadi in 2012
De Wet allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs is gewijzigd op 1 juli 2012. In de gewijzigde Waadi moeten niet alleen Nederlandse maar ook Buitenlandse organisatie die personeel uitlenen in Nederland zijn geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. Hierdoor geld de registratieplicht voor alle bedrijven die personeel tegen vergoeding beschikbaar stellen aan andere ondernemingen. Ook kleine ondernemingen zoals eenmanszaken dienen zich te houden aan de registratieplicht. Een belangrijk doel van de wijziging van de Waadi is het tegengaan van de uitbuiting van buitenlandse arbeidskrachten.

Waadi is niet alleen voor uitzendbureaus
In de Waadi is de registratieplicht niet alleen voor uitzendondernemingen vastgelegd ook andere ondernemingen die op enige wijze arbeidskrachten uitlenen of ter beschikking stellen dienen zich volgens de Waadi te registeren. Voorbeelden hiervan zijn payrollbureaus en detacheerders. Ook bedrijven die medewerkers in loondienst hebben en deze om welke reden dan ook bij een derde partij onder brengen om daar werkzaamheden te verrichten dienen zich ook conform de wet en regelgeving uit de Waadi te registreren. Sommige bedrijven in bijvoorbeeld de techniek kiezen voor uitlenen van personeel aan een andere onderneming wanneer ze te weinig werk hebben voor hun eigen personeel.

Wat wordt er onder uitlenen verstaan?
Onder het uitlenen en ter beschikkingstellen van arbeidskrachten kan men verschillende arbeidssituaties verstaand. Daarom wordt in de Waadi een duidelijke beschrijving gegeven over het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Hieronder volgt een citaat over de definitie die in de Waadi wordt gehanteerd over dit onderwerp, deze luid als volgt:

‘het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander voor het onder diens toezicht of leiding, anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst verrichten van arbeid.

Als men deze definitie nader bestudeerd ziet men dat de volgende aspecten aan de orde moeten zijn:

  • Er is sprake van een onderneming die arbeidskracht ter beschikking stelt aan een andere onderneming.
  • Voor deze terbeschikkingstelling ontvangt de onderneming die de arbeidskracht ter beschikking stelt een vergoeding. Deze vergoeding wordt verstrekt door de onderneming aan wie de arbeidskrachten ter beschikking zijn gesteld.
  • De onderneming aan wie de arbeidskrachten ter beschikking zijn gesteld is de toezichthouder op de arbeidskrachten.

Intra-concern uitlening
De registratieplicht die wordt opgelegd vanuit de WAADI is niet van toepassing op intra-concern uitlenen van personeel. Dit is het inlenen en uitlenen van arbeidskrachten tussen een moeder- en dochtervennootschap. Sommige ondernemingen bevatten meerdere werkmaatschappijen. Ook bij deze ondernemingen kunnen werknemers onderling ingeleend en uitgeleend worden zonder dat aan een registratieplicht moet worden voldaan. De uitlenende en inlenende partij dienen dan wel in stand gehouden te worden door dezelfde ondernemer.

Verplichtingen uitlener van personeel
De uitlener van personeel is verplicht om zich te registeren en zal zich verder ook aan de verplichtingen moeten houden die verbonden zijn aan het uitlenen van personeel. Uitzendbureaus dienen bijvoorbeeld door de invoering van een wet op 1 januari 2015 de inlenersbeloning toe te passen vanaf de eerste werkdag van de uitzendkracht. Hierdoor wordt getracht de verschillen tussen de beloningsystemen van uitzendkrachten en regulier personeel zoveel mogelijk te beperken.  De inlenersbeloning is slechts één aspect van de arbeidsbemiddeling. In de ABU cao staan nog verschillende andere aspecten waar uitzendbureaus zich aan dienen te houden. Zo dienen uitzendbureaus de risico´s op ziekte en arbeidsongeschiktheid voor hun uitzendkrachten af te dekken.

Verplichtingen inlener van personeel
Bedrijven die van plan zijn om personeel van andere bedrijven in te lenen hebben ook verplichtingen. Zij dienen van te voren goed op de hoogte te zijn of de uitlenende partij zich houdt aan de wet. Daarom moeten potentiële inleners van te voeren controleren of de uitlener geregistreerd is in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Dit kan onder andere door het KvK nummer op te vragen bij de uitlener en deze te controleren bij de KvK.

Boetes
Het naleven van de Waadi is verplicht. Zowel de uitlener als de inlener dienen hun verplichtingen na te komen. Als ze dat niet doen riskeren ze een boete. Ook de inlener kan dus een boete krijgen. De boetes die worden opgelegd zijn gekoppeld aan het aantal werknemers. Per werknemer is de boete € 12.000,-. Als bij een volgende controle de wet nog niet wordt nageleefd wordt de boete verdubbeld tot € 24.000,-. Bij een derde overtreding stijgt deze tot € 36.000,- per werknemer. De overheid heeft al aangeven dat in 2014 en daarna de controles op arbeidsbemiddeling strenger worden. Malafide uitzendbureaus worden op deze manier bestreden zodat een gezondere arbeidsmarkt ontstaat.

Asscher pakt samen met Polen malafide uitzendbureaus aan

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken maakte eerder al bekend dat hij met verschillende landen in Europa afspraken wil maken over de aanpak van schijnconstructies met arbeidsmigranten. Hij gaat nu afspraken maken met zijn Poolse collega Kosiniak-Kamysz. Eerder maakte Asscher al afspraken met de landen Bulgarije en Roemenië over de ontwikkelingen met betrekking tot arbeidsmigratie.

De doelstelling van de gesprekken die Asscher heeft zijn gericht op het tegengaan van schijnconstructies met name door malafide uitzendbureaus die misbruik maken van de positie van arbeidsmigranten. Door de praktijken van malafide uitzendbureaus en andere bedrijven kunnen arbeidsmigranten worden uitgebuit. Samen met de Poolse inspectie hoopt de Inspectie van SZW gegevens uit te wisselen over bedrijven en uitzendbureaus die zich niet aan de regels houden. Hierdoor hoopt Asscher malafide werkgevers die in verschillende landen een vestiging hebben te kunnen controleren. De gegevensuitwisseling zorgt er voor dat malafide bedrijven en uitzendbureaus eerder worden ontdekt. Ook wanneer deze bedrijven onder een andere naam doorstarten kunnen ze sneller worden aangepakt.

Asscher maakt zich zorgen over de bedrijven die het niet nauw nemen met cao’s en wettelijke richtlijnen zoals het minimum loon. Daarnaast wil hij voorkomen dat malafide bedrijven door misbruik te maken van arbeidsmigranten hun concurrentiepositie op een oneerlijke manier verstevigen. Dit gaat daarnaast nog ten koste van de Nederlandse werknemers die wel onder een cao vallen en voor hun rechten opkomen via een vakbond.

Reactie van Technisch Werken
Het is goed dat er nu afspraken worden gemaakt door Asscher met Polen. Er werken al jaren Polen in Nederland. Dit gaat over het algemeen goed al zijn er een aantal uitzendbureaus en bedrijven die Poolse arbeidsmigranten uitbuiten. Poolse arbeidsmigranten werken vaak hard en verdienen ten opzichte van hun Nederlandse collega’s weinig. Het zou eerlijk zijn om een Poolse arbeidsmigrant dezelfde rechten te geven als hun Nederlandse collega’s die hetzelfde werk uitvoeren. Dit is voor de Poolse arbeidsmigranten beter maar ook beter voor de arbeidsmarkt. Er wordt dan minder gekeken naar de prijs van een medewerker maar meer naar de kwaliteit. De onderlinge concurrentie tussen werkzoekenden op de arbeidsmarkt wordt eerlijker.

Een goede Nederlandse arbeider wordt dan niet ingeruild voor een goedkopere arbeidskracht die over de grens vandaan wordt gehaald. Daarnaast moet er ook aandacht worden besteed aan de uren die een medewerker per week werkt. Overuren maken mag wel maar excessen moeten hierin worden bestreden. Arbeidsmigranten werken vaak veel uren. Dit is op zich goed maar er moet wel rekening worden gehouden met de gezondheid van medewerkers, of deze medewerkers nu uit Nederland komen of niet. Een bedrijf moet daarnaast ook rekening houden met de veiligheid op de werkvloer. Een taalbarrière kan hierin een probleem vormen. Vaak gaat het goed, maar het hoeft maar één keer verkeerd te gaan. Een goedkope medewerker die over de grens wordt gehaald is niet altijd een verstandige keuze voor een bedrijf.

Schijnconstructies met arbeidsmigranten

De schijnconstructies die op de arbeidsmarkt ontstaan tussen bedrijven en arbeidsmigranten moeten worden aangepakt. Hierover wil minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken afspraken maken met zijn buitenlandse collega’s. Asscher gaat binnenkort naar Polen toe om met dat land afspraken te maken over de arbeidsmigratie. Dit heeft hij op donderdag aangekondigd in een gesprek met de Tweede Kamer.

Eerder had Asscher al afspraken gemaakt met Bulgarije en Roemenië. Lodewijk Asscher benadrukt het belang van afspraken tussen lidstaten over de arbeidsmigratie. Er moeten volgens hem aparte afspraken met lidstaten worden gemaakt omdat Brussel nog niet doordrongen is van de nadelen die arbeidsmigratie voor bepaalde landen met zich meebrengt. Brussel moet de schaduwkant van de arbeidsmigratie op de agenda zetten zodat er in Europees verband afspraken over gemaakt kunnen worden.

Malafide uitzendbureaus
Lodewijk Asscher is bang dat malafide uitzendbureaus de positie van arbeidsmigranten gaan uitbuiten om er zelf beter van te worden. Deze zouden volgens hem cao-afspraken ontwijken. Daarnaast zouden arbeidsmigranten de positie van Nederlandse werknemers kunnen verdringen. Nederlandse arbeidskrachten krijgen meer concurrentie door arbeidsmigranten met gemiddeld lagere lonen. De lonen en cao-afspraken tussen Nederlandse werknemers en bedrijven kunnen onder druk komen te staan.

Vrije verkeer van personen
Lodewijk Asscher benadrukte in de Tweede Kamer dat hij geen tegenstander is van arbeidsmigratie en het vrije verkeer van personen binnen Europese landen. Dit vindt hij een “belangrijke pijler” voor Europa. Hoewel Lodewijk Asscher de arbeidsmigratie wil aanpakken door overleg met verschillende landen zijn er partijen die dat niet genoeg vinden. De SP wil dat de arbeidsmigratie zoveel mogelijk wordt beperkt.

Reactie van Technisch Werken
De arbeidsmigratie vormt op dit moment al een probleem in een aantal technische sectoren. Er zijn verschillende technische bedrijven waar laaggeschoold technisch werk wordt uitgevoerd zoals assemblage van eenvoudige constructies en machines. Ook zijn er in Nederland veel bedrijven waarbij eenvoudige lasprocessen en posities worden gehanteerd op de werkvloer. Binnen die bedrijven zijn regelmatig Polen en Hongaren aanwezig om de werkzaamheden uit te voeren. De reacties en ervaringen van bedrijven met deze arbeidsmigranten is wisselend. Het personeel in de metaalbranche is echter verontrust. Er zijn in Nederland verschillende metaalarbeiders hun werk kwijtgeraakt door arbeidsmigranten die lagere lonen verdienen dan hun Nederlandse collega’s.

Het geld wat door deze arbeidsmigranten wordt verdiend komt meestal niet in de Nederlandse economie terecht maar wordt gestuurd naar de landen waar de arbeidsmigranten vandaan komen. De Nederlandse overheid en het Nederlandse bedrijfsleven loopt door deze gang van zaken geld mis. Ook de twijfelachtige manier waarop sommige arbeidsmigranten in aanmerking kunnen komen voor een uitkering baart zorgen. Verschillende documentaires op televisie hebben aangetoond  dat het voor arbeidsmigranten en andere buitenlanders die uit de EU komen relatief eenvoudig is om in Nederland een uitkering aan te vragen terwijl men binnen afzienbare tijd weer naar het thuisland vertrekt. De uitkering blijft doorlopen en de staatskas van Nederland wordt leger zonder dat het geld in eigen land wordt besteed. Een dubbel verlies dus.

De overheid doet er verstandig aan om de risico’s van arbeidsmigratie goed onder ogen te zien. Daarnaast moet het voor bedrijven financieel even aantrekkelijk zijn om Nederlandse arbeidskrachten aan te nemen als buitenlandse. Buitenlandse arbeidskrachten moeten doormiddel van wettelijke bepalingen evenveel gaan verdienen als hun Nederlandse collega’s. Dan zijn we benieuwd hoeveel bedrijven arbeidsmigranten aan het werk zetten.

Malafide uitzendbureaus worden aangepakt met boetes

Het kabinet wil uitzendbureaus die de Nederlandse wet en regelgeving aan hun laars lappen keihard aanpakken. Minister Asscher van Sociale Zaken schrijft aan de Tweede Kamer dat malafide uitzendbureaus nog harder aangepakt zullen worden dan tot op heden het geval is geweest. Er is meer dan 90 miljoen euro aan boetes en naheffingen opgelegd aan malafide uitzendbureaus het afgelopen anderhalf jaar.

Sommige malafide uitzendbureaus kiezen er voor om hun uitzendbureau failliet te laten gaan wanneer ze een boete opgelegd krijgen. Na verloop van tijd starten ze een nieuwe uitzendonderneming en gaan de malafide praktijken gewoon door. Deze werkwijze is het kabinet een doorn in het oog. Daarom zullen ook eigenaren en leidinggevenden van verkeerde uitzendbureaus persoonlijk een boete moeten kunnen krijgen. Het kabinet zoekt naar mogelijkheden om dit in de wet vast te leggen.

Daarnaast wil het kabinet voorkomen dat doormiddel van faillissementen boetes worden ontlopen. Oude boetes moeten ook aan nieuwe bedrijven worden opgelegd wanneer deze door dezelfde eigenaren zijn opgericht. Wanneer een uitzendbureau daarnaast regelmatig de regels negeert moet deze eerder failliet kunnen worden verklaard zodat de praktijken eerder worden beëindigd.

Inspectie SZW inspecteert uitzendbureaus
De Inspectie SZW inspecteert uitzendbureaus en bedrijven op het naleven van regels. De afgelopen anderhalf jaar heeft de Inspectie SZW ongeveer 700 bedrijven en 600 uitzendbureaus geïnspecteerd. In bijna dertig procent van de gevallen was er sprake van één of meerdere overtredingen van de wet en regelgeving.

Volgens minister Asscher moeten ook de gegevens van bedrijven die in de fout zijn gegaan openbaar worden gemaakt. op deze manier kunnen werkgevers en werkzoekenden gewaarschuwd worden voor malafide uitzendbureaus. De vraag is of dit in de wet geregeld kan worden. Omdat er regelmatig misstanden ontstaan bij uitzendbureaus die buitenlanders aan het werk hebben heeft minister Asscher ook internationale afspraken gemaakt met Roemenië, Polen en Bulgarije. De landen moeten elkaar ondersteunen bij het uitwisselen van gegevens. Op die manier kunnen uitzendbureaus beter in de gaten worden gehouden en misstanden eerder worden aangepakt.