PFAS norm voor bouwsector in 2019

De PFAS norm is een wettelijke richtlijn die het gebruik en de aanwezigheid van zogenaamde Per- en PolyFluorAlkylStoffen in de grond, drinkwater en voedsel moet voorkomen en beperken. Dat betekent in de praktijk dat bij actieviteiten van bouwbedrijven maar ook bij civiele bedrijven moet worden nagegaan of de hoeveelheid PFAS in de bodem niet erger wordt. De grond en het oppervlaktewater mogen dus tijdens het bouwen maar ook tijdens baggerwerkzaamheden niet meer vervuild worden door PFAS.

Dat lijkt een eenvoudige opdracht maar in de praktijk is deze heel moeilijk te realiseren. Tijdens bouwen worden namelijk verschillende materialen gebruikt waaronder kunststoffen. PFAS is een verzamelnaam voor ongeveer 6000 kunststoffen. Dit zijn chemisch geproduceerde kunststoffen die ook wel eeuwige chemische stoffen worden genoemd. PFAS blijven namelijk een gigantische lange tijd aanwezig in de grond omdat ze niet biologisch afgebroken kunnen worden.

Een bouwbedrijf mag dus tijdens het bouwen geen enkele vorm van PFAS laten verdwijnen in de bodem of oppervlaktewater. Dat is lastig te realiseren want er worden bijvoorbeeld kunststof leidingen op maat gezaagd, folie gebruikt, isolatiemateriaal verwerkt en verschillende andere materialen gebruikt waarin PFAS aanwezig kunnen zijn. Het grote voordeel van PFAS is dat deze stoffen lang mee gaan. Dat is ook gunstig voor de duurzaamheid van een gebouw of bouwwerk. Om die reden worden veel materialen met PFAS gebruikt.

Toch kan men zich afvragen wat duurzaamheid in dit verband precies betekent. In sommige gevallen moeten bepaalde delen van een gebouw in de toekomst vervangen worden of gemoderniseerd. Als die delen PFAS bevatten ontstaan er al problemen. Wat doet men namelijk met materialen die PFAS bevatten maar niet meer gebruikt worden. Afvalstoffen met PFAS vormen een langdurige milieubelasting. Het verbranden van deze afvalstoffen is ook geen oplossing omdat de PFAS dan in de atmosfeer terecht komen. Voor PFAS moet dus een oplossing worden gevonden. Toch zijn er weinig alternatieven met dezelfde eigenschappen.

Wat is het SKG keurmerk voor hang- en sluitwerk?

SKG staat voor Stichting Kwaliteit Gevelbouw. Dit is een onafhankelijke stichting die het SKG-keurmerk uitbrengt. Dit is een keurmerk waarmee de inbraakveiligheid van hang- en sluitwerk in kaart wordt gebracht. Het SKG-keurmerk is gebaseerd op de NEN-norm 5089 en is gericht op de sterkte en de duurzaamheid van hang- en sluitwerk. Doormiddel van steekproeven wordt door de Stichting Kwaliteit Gevelbouw gecontroleerd wat de kwaliteit is van de producten die het SKG-keurmerk bevatten. De kwaliteit van hang- en sluitwerk verschilt daarom heeft de Stichting Kwaliteit Gevelbouw verschillende klassen opgesteld waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe inbraakveilig een product is.

SKG-keurmerk klassen
SKG test het hang- en sluitwerk en gaat op basis van de testresultaten een indeling maken. Deze testen zijn streng. Na afloop kan het beoordeelde hang- en sluitwerk ingedeeld worden in drie verschillende klassen die met sterren worden aangeduid. Een product kan door de SKG 1, 2 of 3 sterren ontvangen. De hoogste score is drie sterren. De score houdt onder andere verband met de zogenaamde vertraging die inbrekers oplopen bij het inbreken in een woning. Inbrekers willen over het algemeen zo snel mogelijk een woning binnen treden en deze zo snel mogelijk weer verlaten met de buit. Wanneer hang- en sluitwerk te complex is en dus te veilig is zullen inbrekers sneller kiezen voor woningen waar ze makkelijker binnen kunnen komen. Daarom heeft de SKG de verschillende keurmerkklassen voor een deel gebaseerd op de zogenaamde vertraagtijd. Hieronder staan de verschillende klassen met daarbij de vertraagtijd:

  • Risicoklasse 1 SKG * levert gemiddeld 3 minuten vertraging op voor inbrekers en is een standaard inbraakwerend product.
  • Risicoklasse 2 SKG ** levert gemiddeld 5 minuten vertraging op voor inbrekers en is zwaar inbraakwerend product.
  • Risicoklasse 3 SKG *** levert gemiddeld 10 minuten vertraging op voor inbrekers en is een extra zwaar inbraakwerend product.

SKG-keurmerk en inboedelverzekering
Goed hang- en sluitwerk geeft de bewoners van een woning niet alleen een gevoel van veiligheid, het is ook van belang voor verzekeringen. In Nederland moet nieuw hang- en sluitwerk tenminste SKG-keurmerk klasse 2 om te kunnen voldoen aan de eisen die de meeste verzekeraars stellen aan de inbraakveiligheid van een woning. Vaak worden door verzekeraars voorwaarden gesteld met betrekking tot het SKG-keurmerk van het hang- en sluitwerk. Deze voorwaarden hebben gevolgen voor het afsluiten een inboedelverzekering.

NEN-EN 1090-1 en NEN-EN 1090-2: CE- markering van staalconstructies

Een tijd geleden zijn de NEN-EN 1090-1 en de NEN-EN 1090-2 aangepast en opnieuw vastgelegd. Staalbedrijven kregen tot 1 juli 2014 de tijd om hun bedrijfsvoering aan te passen aan de eisen van de NEN-EN 1090-1 en de NEN-EN 1090-2. De periode tot 1 juli 2014 wordt ook wel de consistentieperiode of overgangsperiode genoemd. Sinds 1 juli 2014 moeten alle onderdelen van een dragende staalconstructie voorzien zijn van een zogenaamde CE-markering.

Wat is een CE-markering voor staalconstructies?
Een CE-markering kan niet worden beschouwd als een keurmerk of certificaat. Deze markering kan echter worden beschouwd als een verklaring van de fabrikant die de dragende delen produceert. De CE-markering geeft namelijk aan dat alle producten die door de fabrikant worden gemaakt voldoen aan alle  constructieve eisen die in de voor het bedrijfsproces relevante normen zijn vastgelegd. De relevante normen voor de staalconstructie en de aluminium constructie zijn vastgelegd in de NEN-EN 1090.

Waarop is een CE-markering van toepassing?
Een CE-markering is van toepassing op alle onderdelen waaruit de dragende staalconstructie is samengesteld en is daarnaast ook van toepassing voor de staalconstructie als geheel. Dit houdt in dat zowel de leverancier van het eindproduct als alle toeleveranciers voor het eindproduct onder CE-markering moeten leveren.

Waarom een CE-markering voor bouwproducten?
Een CE-markering voor bouwproducten is geen keuze maar een verplichting. Vanaf 1 juli 2014 moeten alle onderdelen van een dragende staalconstructie zijn voorzien CE-markering conform NEN-EN 1090. Bouwproducten die hier niet aan voldoen mogen niet meer worden verkocht en gebruikt. Het verplicht stellen van de CE-markering heeft voor veel betrokkenen op de bouw gevolgen.

Zo zullen ontwerpers en ingenieursbureaus rekening met de CE-markering moeten houden. Ook fabrikanten, constructiebedrijven, montagebedrijven en lasbedrijven krijgen te maken met de CE-markering. Lassers zullen zich moeten houden aan de lastmethodekwalificaties van het bedrijf waarvoor ze werken. Daarom zullen lassers gecertificeerd moeten worden voor specifieke lasprocessen.

Toepassing materialen NEN-EN 1090-1 en NEN-EN 1090-2
De NEN-EN 1090-1 en NEN-EN 1090-2 zijn normen die bedoelt zijn voor bedrijven die bewerkingen uitvoeren op basisproducten voor het produceren staalconstructieonderdelen en aluminiumconstructieonderdelen. Hierbij kan men denken aan H-balken en verschillende andere profielen. Ook pilaren en bevestigingsmaterialen vallen onder de NEN-EN 1090-1 en NEN-EN 1090-2 richtlijnen.

De verschillende partijen die in de vorige alinea zijn genoemd kunnen ook te maken hebben met deze materialen en zullen daarom zich moeten houden aan de NEN-EN 1090-1 en NEN-EN 1090-2 anders voldoen ze niet aan de CE-markering.

FPC-gecertificeerd
Er zijn verschillende richtlijnen waar een bedrijf aan moet voldoen om hun producten in aanmerking te laten komen voor een CE-markering. Een belangrijke eis is dat de fabrikant FPC-gecertificeerd. De afkorting FPC staat voor Factory Production Control. Deze certificering wordt gedaan door een aangewezen instelling, in het Engels een Notified Body, gedaan.

Wat is TÜV en wat doet deze instantie?

In de techniek worden certificaten steeds belangrijker. Regelmatig ziet men bij certificeringen de afkorting TÜV staan. Deze afkorting staat voor “Technischer Überwachungs Verein“. De TÜV is een onafhankelijk bureau. Dit bureau is gericht op het certificeren en valideren van producten en diensten zodat deze veilig gebruikt kunnen worden. In Duitsland worden met TÜV verenigingen bedoelt die zich richten op het uitvoeren van wettelijk voorgeschreven keuringen. De keuringen van TÜV zijn gericht op producten, apparatuur en materieel. Daarnaast houdt TÜV zich bezig met het certificeren van managementsystemen en producten. Voor de uitvoering van deze taken is TÜV actief op het gebied van inspectie, productherkenning en certificering. Een bekend voorbeeld hiervan is de periodieke autokeuring. Deze autokeuring wordt ook wel met TÜV aangeduid. Men gebruikt ook wel de term TÜV norm.

DÜV en TÜV
De TÜV is in 1866 ontstaan als Dampfkessel-Überwachungs-und Revisions-Vereine. Deze instantie werd oorspronkelijk afgekort met DÜV en hield zich bezig met het keuren van stoomketels zodat ongelukken konden worden voorkomen. Het keuren van stoomketels was belangrijk omdat de stoommachines gedurende de industriële revolutie steeds zwaarder en krachtiger werden. De stoomketels kwamen onder een steeds grotere stoomdruk te staan. Hierdoor nam de kans op het exploderen van stoomketels toe. Vooral bij hogedrukketels was het risico op explosie groot. De Dampfkessel-Überwachungs-und Revisions-Vereine waren, zoals de naam al doet vermoeden, verenigingen. Dit houd in dat er meerdere verenigingen onder de DÜV vielen. Na verloop van tijd kregen de verenigingen meerdere keuringstaken op andere gebieden zoals auto’s en rijexamens.

Tegenwoordig heeft men het over TÜV, deze organisatie is georganiseerd in drie grote regionale holdings: TÜV Nord, TÜV Rheinland en TÜV Süd. Daarnaast zijn er onafhankelijke instanties zoals TÜV Saarland en TÜV Thüringen.

TÜV Nederland
TÜV is ook in Nederland actief als een erkende keuringsinstelling. TÜV Nederland is een dochteronderneming van de Duitse TÜV Nederland Groep. Sinds 1981 houdt TÜV zich in Nederland bezig met het beoordelen en certificeren van producten en diensten. TÜV Nederland beoordeelt onder andere gereedschappen, apparaten, machines en voertuigen. Daarnaast is deze organisatie ook actief in het beoordelen van organisaties en bedrijfsprocessen. Bij de TÜV staat met name de technische veiligheid van producten en diensten centraal. Een TÜV certificering is een belangrijke meerwaarde voor een bedrijf omdat daarmee de kwaliteit en technische deugdelijkheid van een product of dienst kan worden aangetoond. Veel klanten hechten waarde aan producten die door de TÜV gekeurd zijn.

Wat is het verschil tussen veiligheidsschoenen s1 tot en met s5?

Veiligheidsschoenen zijn stevige schoenen met specifieke eigenschappen waardoor de voeten van de drager beschermd zijn tegen schadelijke invloeden van buitenaf. In veel technische beroepen zijn veiligheidsschoenen verplicht. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de beroepen in de bouw en de werktuigbouwkunde. Ook in de petrochemie zijn veiligheidsschoenen en/of veiligheidslaarzen verplicht.

Veiligheidsschoenen voldoen aan verschillende eisen. Deze eisen zijn gebonden aan de sector waar de schoenen gedragen moeten worden. Veiligheidsschoenen zijn voorzien van een stalen neus of een neus van verhard plastic. Daarnaast zijn er veiligheidsschoenen met een harde tussenzool die de onderkant van de voet moet beschermen tegen scherpe objecten waar de drager van de schoen tijdens het uitvoeren van werkzaamheden op kan gaan staan.

Normen van veiligheidsschoenen
In Nederland worden met name in de bouw en de industrie veiligheidsschoenen verplicht gesteld die aan de S3-norm voldoen. Deze schoenen zijn ook verplicht in de theater- en de evenementenindustrie. De normen voor veiligheidsschoenen zijn gebaseerd op de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd en het gevaar waaraan de drager van de werkschoenen wordt blootgesteld. De normen voor veiligheidsschoenen geven onder andere aan hoeveel druk op de veiligheidsschoen kan worden uitgeoefend. Er zijn normen voor de waterdichtheid van veiligheidsschoeisel. Daarnaast zijn er normen die gericht zijn op de hittebestendigheid of juist de bescherming tegen kou. Ook zijn er normen op het gebied van antistatische bescherming van veiligheidsschoenen.

Europese normen voor veiligheidsschoenen
In Europa wordt veel aandacht besteed aan de veiligheid op de werkplek. Verschillende instanties zien er op toe dat bedrijven er alles aan doen om ongelukken en letsel bij hun werknemers te voorkomen. Daarvoor kunnen bedrijven verschillende certificeringen halen. Waaronder bijvoorbeeld het VCA certificaat. Er zijn echter ook algemene regels met betrekking tot persoonlijke beschermingsmiddelen. Veiligheidsschoenen behoren tot de persoonlijke beschermingsmiddelen. De kwaliteit van veiligheidsschoenen verschilt echter. Om er zeker van te zijn dat de juiste kwaliteit wordt geleverd vallen veiligheidsschoenen ook onder normering. In Europa is deze normering de EN ISO 20345:2011 (CE EN-345) norm. Volgens deze norm zijn er vijf verschillende niveaus waarin veiligheidsschoenen kunnen worden ingedeeld.

Vijf verschillende niveaus van veiligheidsschoenen
Veiligheidsschoenen moeten bescherming bieden aan de drager van deze schoenen. Soms is zeer veel bescherming vereist en soms kan men met minder bescherming de werkzaamheden veilig uitvoeren. De bescherming van de veiligheidsschoenen wordt in vijf verschillende niveaus aangegeven. Deze niveaus zijn gebaseerd op de indeling van de EN ISO 20345:2011 (CE EN-345) norm. Elke schoen die echter onder deze norm valt heeft een verharde neus. Deze verharde neus moet 200J kinetische energie kunnen verdragen. De hoogte die overblijft van de neus moet na de uitwerking van deze kinetische energie minimaal 144 millimeter zijn. De vijf verschillende niveaus van veiligheidsschoenen voldoen allemaal aan deze eis.

Hieronder zijn de specifieke eisen weergegeven van de verschillende niveaus. Hierbij staat de letter ‘S’ voor een bepaalde klasse.

  • S1 Antistatische veiligheidsschoen. Deze neemt energie op in de hiel.
  • S2 Hetzelfde als hierboven maar dan met een verhoogde waterdichtheid of water resistentie
  • S3 De hierboven genoemde eigenschappen met daarbij een verharde tussenzool en antislipprofiel.
  • S4 alles wat hierboven staat, alleen zijn de schoenen geheel van kunststoffen vervaardigd en compleet waterdicht.
  • S5 Al het hiervoor in S4 genoemde alleen dan met een harde tussenzool en antislipprofiel.