CPB: werkloosheid daalt naar laagste punt in 2019

De werkloosheid in Nederland zal in 2019 dalen tot het laagste punt in de afgelopen jaren aldus het Centraal Planbureau (CPB). De werkloosheid is in 2019 3,4 procent en dat is het laagste percentage werkloosheid in jaren. De arbeidsmarkt staat er dit jaar echter niet goed voor. De werkloosheid is weliswaar laag maar er heerst ook een grote krapte op de arbeidsmarkt. Er is meer vraag naar personeel dan er geschikt aanbod beschikbaar is. Werklozen zijn er genoeg alleen zijn de meeste werklozen (nog) niet geschikt voor de vacatures die op dit moment open staan. De opleidingen, werkervaring en competenties die gevraagd worden in de vacatures sluiten niet aan op de cv’s en profielen van de werklozen. Men noemt dit ook wel een mismatch op de arbeidsmarkt.

De mismatch op de arbeidsmarkt kan worden opgelost door de eisen in de vacatures te verruimen en de werklozen om te scholen en bij te scholen. Daardoor wordt de kloof tussen de vraag op de arbeidsmarkt en het aanbod aan werklozen en werkzoekenden gedicht. Toch is dit eenvoudiger gezegd dan gedaan. Er moet namelijk intensief worden samengewerkt tussen overheden, opleidingsinstituten en werkgevers. Ook intermediairs zoals uitzendorganisaties spelen in dit proces een steeds grotere rol.

Het is onwaarschijnlijk dat de werkloosheid nog veel verder zal dalen. In 2020 zou de Nederlandse werkloosheid waarschijnlijk uitkomen op 3,6 procent. Dat is een iets grotere werkloosheid dan in 2019. De mismatch op de arbeidsmarkt is namelijk niet het enige dat opgelost moet worden er zal ook rekening gehouden moeten worden met de economische ontwikkelingen vanuit het buitenland. De handelsspanningen en onzekerheden omtrent de brexit zorgen ook voor een remmende factor in de economie en dus ook voor de arbeidsmarkt. Dat heeft altijd een weerslag op de werkgelegenheid. In 2020 zal de werkgelegenheid in Nederland iets afnemen volgens het CPB maar desondanks zal de werkloosheid ook het komende jaar laag zijn.

CPB verwacht gemiddelde loonstijging van 2,9 procent in 2019

Het salaris van de meeste werknemers is in de afgelopen 30 jaar nauwelijks gestegen. De Nederlandse arbeidsmarkt trekt echter wel steeds meer aan. Door het economische herstel na de financiële crisis hebben bedrijven in Nederland het drukker gekregen. Dat blijkt onder andere uit de hoeveelheid werknemers die de afgelopen tijd een nieuwe functie hebben gekregen. De werkloosheid neemt af en de zekerheid onder werknemers neemt toe omdat er meer vaste contracten worden verstrekt door werkgevers. Het is duidelijk dat het positieve economische klimaat een uitstekende uitwerking heeft gehad op het klimaat op de arbeidsmarkt. Toch ontstaan er wel wat problemen. Met name in de koopkracht van werknemers is er nauwelijks sprake van een economische opleving.

Werknemers zien koopkracht nauwelijks stijgen
De lonen van werknemers stijgen nauwelijks. Gemiddeld zijn de lonen in Nederland de afgelopen tijd in de nieuwe cao’s ongeveer met 2,3 procent gestegen. Dit is wel meer loonstijging dan in de afgelopen aren maar de prijzen zijn in Nederland ook harder gestegen. Dat zorgt er voor dat werknemers hun loonstijging nauwelijks in hun koopkracht merken. De koopkracht neemt niet toe maar ook niet af. De prijzen zijn namelijk met ongeveer 2,1 procent gemiddeld gestegen. Omdat producten duurder worden houden werknemers nauwelijks meer over en merken ze dus ook niet veel van het economische herstel.

CPB verwacht hogere loonstijging
Gelukkig zal het komende jaar de loonstijging bijna drie procent zijn. Tenminste dat is de verwachting van het het Centraal Planbureau. Deze organisatie gaat uit van een loonstijging in 2019 van gemiddeld zo’n 2,9 procent. Als dat werkelijkheid wordt neemt de koopkracht iets toe voor werknemers. De consumentenprijzen zullen in 2019 waarschijnlijk met ongeveer 2,4 procent toenemen. Deze voorspelling lijkt gunstig voor de werknemers maar moet eerst nog wel uitkomen.

Krapte op de arbeidsmarkt
Bedrijven merken dat het moeilijker wordt om personeel te vinden. Er worden meer vacatures openen gezet door bedrijven op jobboards en op eigen websites. Bedrijven merken dat er nauwelijks sollicitaties binnen komen. Langzaam maar zeker passen bedrijven hun arbeidsvoorwaarden waaronder hun lonen aan zodat ze aantrekkelijker worden voor werkzoekenden of die nou een baan hebben of niet. Voor werknemers is er meer te kiezen en ook meer te eisen. Met name in de techniek en de bouw is er sprake van een groot tekort aan personeel. Daarom zijn in die sectoren bedrijven ook bereid om iets meer te betalen voor ervaren krachten.

Focus op opleidingen en BBL
Waardering van werknemers komt niet alleen tot uiting in loon. Er wordt ook meer geld besteed door bedrijven in opleidingen en trainingen. Het bestaande personeel wordt op die manier bijgeschoold en hun kennis en vaardigheden worden op niveau gehouden. Er is echter ook nieuwe instroom nodig. Technisch personeel en bouwpersoneel is niet meer beschikbaar op de arbeidsmarkt. Bijna iedereen met een technische achtergrond of een bouwachtergrond heeft al werk of is momenteel niet in de gelegenheid om te werken om andere redenen. Nieuwe instroom is noodzakelijk. Daarom wordt het beschikbare arbeidspotentieel op de arbeidsmarkt omgeschoold en bijgeschoold met technische- en bouwopleidingen. Er worden BBL opleidingen aangeboden voor werkzoekenden die open staan voor een baan in de techniek en bouw. Deze BBL opleidingen worden aangeboden door ROC’s in samenwerking met erkende leerbedrijven en technische VCU uitzendbureaus. De arbeidsmarkt begint personeel weer meer te waarderen en dat is een belangrijke stap richting loonsverhoging en meer waardering voor werknemers in Nederland.

Wat is contractloon?

Contractloon is het loon dat voortvloeit uit de afspraken die zijn vastgelegd in de collectieve arbeidsovereenkomsten (cao). Bij het tot stand komen van een contractloon is er een verschil tussen de overheid en de private sector. Bij de private sector komen de contractlonen tot stand door afspraken die tussen werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties (vakbonden) zijn vastgelegd in de cao.

Bij de overheid is er geen sprake van cao-onderhandelingen en worden de contractlonen vastgesteld op basis van arbeidsvoorwaardenafspraken die door de overheid worden gemaakt met overheidspersoneel. Een contractloon is dus in feite een loon dat is geregeld doormiddel van een cao of arbeidsvoorwaardenafspraken.

Contractloon volgens CBS en CPB
Het contractloon wordt door het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) en het Centraal Planbureau (CPB) ook gebruikt voor berekeningen, publicaties en rapportages. De definitie van het contractloon blijft staan alleen wordt het contractloon door het CBS soms anders bepaald dan het CPB. Dit heeft te maken met de steekproef en de weging. Ook het boeken van loonmutaties en de hoogte daarvan heeft effect op de hoogte van het contractloon. Hierbij kunnen ook verschillen ontstaan tussen het bepalen van het contractloon door het CBS en het CPB.

Als men de publicaties van deze instanties echt goed met elkaar wil vergelijken moet men goed bekijken hoe men het contractloon precies heeft gehanteerd en berekend.

Bezuinigingen in 2014

Zoals verwacht gaat het Kabinet in 2014 door met bezuinigen. Het gaat hierbij om een bedrag van 6 miljard. Niet iedereen in Nederland zal hiervan even sterk de gevolgen ondervinden. Minima en ouderen krijgen het meest te maken met de bezuinigingen. Werkenden worden verhoudingsgewijs minder benadeeld.

Centraal Planbureau
Het Centraal Planbureau (CPB) had de plannen van het Kabinet al eerder doorberekend. De berekeningen werden zondag 15 september ’13 bekend gemaakt. De koopkracht zal gemiddeld dalen met een halve procent. Het ministerie van Sociale Zaken heeft een ander percentage voor de koopkrachtdaling bekend gemaakt. Daaruit kwam een daling van een kwart procent daar voren. Dijsselbloem ziet dit als een positief teken. Volgens hem is deze koopkrachtdaling lager dan voorgaande jaren.

Bezuinigingen voor iedereen
Van alle mensen in Nederland gaan alleenstaande werkenden met een minimumloon er het meest op achteruit. Ook rijke ouderen leveren 1,75 procent aan koopkracht in. Minima met kinderen leveren 1,25 procent koopkracht in. Bijna iedereen merkt de gevolgen van de bezuinigingen.