Wat is producentenvertrouwen?

Producentenvertrouwen is een indicator waarmee de stemming van ondernemers in de industriële productie wordt gevisualiseerd doormiddel van een indexcijfer dat tot stand is gekomen door een onderzoek van het CBS over de oordelen en verwachtingen van ondernemers in de industrie. Het producentenvertrouwen wordt in Nederland maandelijks in kaart gebracht door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het indexcijfer maakt duidelijk of producenten in Nederland positieve of juist negatieve verwachtingen hebben over de toekomst van hun eigen bedrijf en de industrie.

Producentenvertrouwen
Het Centraal Bureau voor de Statistiek hanteert voor de bepaling van het producentenvertrouwen een systeem dat door de Europese Commissie is ontwikkeld, de zogenaamde: Industrial Confidence Indicator. Sinds het begin van 1997 publiceert het CBS het producentenvertrouwen in Nederland volgens de berekeningsmethode die gebruikelijk is in de EU. Het producentenvertrouwen is als indicator vergelijkbaar met andere indicatoren die door het CBS worden opgesteld zoals het consumentenvertrouwen waarvan het indexcijfer tot stand komt door het zogenaamde Consumentenconjunctuuronderzoek van het CBS.

Onderzoek naar producentenvertrouwen
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft voor de totstandkoming van het indexcijfer over het producentenvertrouwen informatie nodig. Deze informatie is afkomstig van producenten in de industrie. Het producentenvertrouwen is samengesteld op basis van drie variabelen uit de producentenconjunctuurtest die maandelijks wordt gehouden. Het gaat hierbij om de beoordeling van ondernemers in de industrie met betrekking tot hun orderportefeuille en de voorraden gereed product die ze hebben over de maand waarover het onderzoek betrekking heeft. Ook worden vragen gesteld over de verwachte bedrijvigheid in de eerstvolgende drie maanden. De cijfers worden gecorrigeerd op basis van de seizoeninvloeden en bias.

Indexcijfer producentenvertrouwen
Het producentenvertrouwen wordt door het CBS gevisualiseerd doormiddel van een indexcijfer. Het indexcijfer maakt duidelijk hoeveel producenten een positieve beeldvorming en positieve verwachtingen hebben met betrekking tot hun productie en de conjunctuur en hoeveel producenten een negatieve visie op deze onderwerpen hebben. Een indexcijfer nul toont een balans aan tussen het aantal negatief gestemde en positief gestemde producenten op de markt. Als het indexcijfer boven de nul uitkomt heeft het aantal positief gestemde producenten de overhand en als het indexcijfer beneden de nul uitkomt heeft het aantal pessimisten de overhand in de industrie. Door dit indexcijfer weet men in Nederland hoe het gesteld is met het producentenvertrouwen.

Producentenvertrouwen en de arbeidsmarkt
Het producentenvertrouwen is een belangrijk indexcijfer voor de Nederlandse economie. Wanneer producenten positief zijn ingesteld zullen er waarschijnlijk meer producten worden afgezet en zal er meestal meer omzet en marge worden behaald door bedrijven in de industrie actief zijn. Dat zorgt er vaak voor dat er meer investeringen worden gedaan. Er worden meer vacatures open gezet voor tijdelijk personeel zoals uitzendkrachten maar ook voor vast personeel. Dat zorgt er voor dat er meer vraag ontstaat op de arbeidsmarkt. Er kunnen meer werklozen aan een baan geholpen worden.

De positie van werknemers in de industrie wordt dan vaak ook beter. Ze kunnen meer loon vragen en zullen dit in de praktijk vaak ook krijgen doormiddel van een loonsverhoging die bijvoorbeeld in een cao is afgesproken. Doordat werknemers meer verdienen kunnen ze ook meer uitgeven. Het consumentenvertrouwen gaat omhoog waardoor de koopbereidheid onder consumenten toeneemt. Consumenten kunnen meer producten aanschaffen en dat is vaak goed voor de economie en voor de producenten die actief zijn in deze economie. Zo ontstaat in de meest ideale situatie een vicieuze cirkel waarvan het producentenvertrouwen een belangrijk onderdeel of een belangrijke uitkomst is.

Wat is consumentenvertrouwen?

Consumentenvertrouwen is een indicator waarmee het vertrouwen en de verwachtingen van consumenten ten opzichte van de Nederlandse economie doormiddel van een indexcijfer inzichtelijk wordt gemaakt. Het consumentenvertrouwen wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in kaart gebracht. Daarbij hanteert het CBS enquêtes waarin de respondenten antwoorden geven op vijf vragen. Deze vragen gaan zowel over de beeldvorming over de algemene economie maar ook over de persoonlijke financiële situatie van de respondent. Het resultaat van het onderzoek is een indexcijfer waarmee het consumentenvertrouwen van de Nederlandse consument wordt gevisualiseerd.

Onderzoek naar consumentenvertrouwen
Het CBS doet onderzoek naar het consumentenvertrouwen van consumenten in Nederland. Dit wordt ook wel het Consumentenconjunctuuronderzoek genoemd. Er worden een aantal deelindicatoren gehanteerd namelijk het economisch klimaat en de koopbereidheid van consumenten. Er wordt ook een vraag gesteld over de aanschaf van duurzame consumptiegoederen. Deze vraag luid ongeveer als volgt: ‘is het nu de juiste tijd om een grote aankoop te doen zoals een wasmachine, droger, telvisie of andere grote consumentenproducten?
Het gaat bij de vraagstelling zuiver om de particuliere consumptie kortom de consumptie voor consumenten zelf en hun huishouden. De antwoorden op de vragen in de enquête over het consumentenvertrouwen worden in positieve en negatieve antwoorden verwerkt en worden in een percentage van het totaal aantal antwoorden inzichtelijk gemaakt. Zo ontstaat een positief beeld of een negatief beeld met betrekking tot het consumentenvertrouwen.

Indexcijfer consumentenvertrouwen
De uitkomst van het CBS met betrekking tot het consumentenvertrouwen is een indexcijfer. Dit indexcijfer maakt duidelijk wat het vertrouwen en de verwachtingen van consumenten zijn met betrekking tot de ontwikkelingen van de Nederlandse conjunctuur. Wanneer het indexcijfer op een nul uitkomt zijn er in Nederland evenveel consumenten die pessimistisch denken over de economische ontwikkelingen als het aantal optimisten. Wanneer het indexcijfer onder de nul komt spreekt men van een min en zijn er meer pessimisten dan optimistische consumenten in Nederland. Andersom kan natuurlijk ook voorkomen. Een indexcijfer boven de nul maakt duidelijk dat er meer mensen optimistisch zijn over de economie en hun eigen economische situatie.

Waarom is het meten van het consumentenvertrouwen belangrijk?
Het consumentenvertrouwen is, zoals eerder genoemd, een indicator. Dat houdt in dat het consumentenvertrouwen een beeld geeft. Dit beeld houdt verband met de economie. Wanneer consumenten over het algemeen positief zijn ingesteld over de economie en hun eigen koopkracht dan is de kans groot de consumptie in Nederland gaat toenemen. Kortom consumenten gaan waarschijnlijk meer kopen.

Kettingreactie door consumentenvertrouwen
Als consumenten meer kopen zorgt dat vaak voor een positieve kettingreactie. De binnenlandse bestedingen gaan omhoog en bedrijven kunnen meer producten afzetten. Daardoor draaien bedrijven een hogere omzet en in de praktijk meer marge. Het producentenvertrouwen gaat omhoog. Vervolgens kunnen bedrijven meer investeren en meestal zorgt dat er ook voor dat er meer vacatures ontstaan waardoor meer personeel aangenomen kan worden. Dat laatste is weer goed voor de arbeidsmarkt. Meer mensen kunnen aan een baan geholpen worden en de positie van werknemers die reeds een baan hebben wordt verstevigd. Dat zorgt er vaak voor dat er cao onderhandelingen plaatsvinden waarin een loonsverhoging wordt opgenomen. Zo krijgen de werknemers meer salaris en wordt hun koopkracht weer beter. Daardoor gaat het consumentenvertrouwen weer verder omhoog.

Consumenten zijn meer internationaal georiënteerd
Uiteraard zitten in de hiervoor genoemde opsomming een aantal logische reacties verwerkt. Deze reacties vinden echter niet altijd in de praktijk plaats. Dat kan een aantal oorzaken hebben waaronder politieke oorzaken maar ook de internationale concurrentie. Zo moeten bedrijven niet alleen binnen de Nederlandse landsgrenzen met elkaar concurreren maar ok daar buiten. Dat maakt het vaak lastig om alle consumentenbestedingen ook in Nederland te verzilveren. Een deel van de consumenten koopt in de mondiale economie hun producten in het buitenland. Daardoor blijven effecten voor de Nederlandse economie beperkt evenals de positieve effecten voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Bedrijven in Nederland doen er daarom ook alles aan om het vertrouwen van Nederlandse consumenten voor zich te winnen. Dit is ook een vorm van consumentenvertrouwen namelijk het vertrouwen van de Nederlandse consument in haar eigen Nederlandse producenten en leveranciers.

Wat is salderen en hoe werkt salderen?

Salderen is een woord voor een verrekeningsmethode van energieleveranciers. Doormiddel van salderen maakt de energieleverancier duidelijk aan consumenten die in bezit zijn van zonnepanelen hoeveel de energiemaatschappij vergoed voor de energie die consumenten zelf opwekken met hun zonnepanelen. Een consument die zonnepanelen op zijn of haar dak (of op een andere plaats) heeft neergezet kan energie opwekken voor eigen behoefte. Op hele zonnige dagen zal de hoeveelheid opgewekte energie echter hoger zijn dan de energiebehoefte van de elektrische apparaten van de consument. De consument levert dan het overschot aan opgewekte elektrische energie aan het openbare net.

Als de zon echter niet of nauwelijks op de zonnepanelen schijnt zal de consument te weinig energie kunnen opwekken. Hierdoor zal de consument van de energielevering van de energiemaatschappij afhankelijk zijn. Deze levert vervolgens de elektrische energie die de consument nodig heeft. Een consumenten die zonnepanelen gebruikt is dus energieproduct, energieleverancier en energieverbruiker. De energiemaatschappij is energieafnemer en energieleverancier.

Wat is salderen?
Elektrische energie is geld waard. Energiemaatschappijen beconcurreren elkaar op het gebied van energieprijzen. Maat aantrekkelijke aanbiedingen proberen ze zoveel mogelijk klanten  te winnen voor hun organisatie. In het verleden ging het daarbij vooral om de prijs waarvoor de energiemaatschappij elektrische energie en gas te koop aan bood. Tegenwoordig komt daar een aspect bij, namelijk tegen welke prijs neemt de energiemaatschappij de elektrische energie van zonnepaneelbezitters af.

Consumenten die aangesloten zijn bij een energiemaatschappij krijgen inzicht in de kosten van elektrische energie als ze de energierekening bekijken. Hierop staat in ieder geval de hoeveelheid elektrische energie die de consument heeft afgenomen in kWh (kilowatt per uur). Tegenwoordig staat daarbij ook vermeld hoeveel energie de desbetreffende zonnepaneelbezitter heeft terug geleverd. De terug geleverde energie wordt van de totaal verbruikte energie afgetrokken. Dit proces is het salderen.

Aandachtspunten bij salderen
Bovenstaande uitleg lijkt eenvoudig. Het is echter zo dat niet alle energie die door de zonnepaneelbezitter wordt teruggerekend meetelt in het salderen. Daarvoor is namelijk een grens vastgelegd. Deze grens wordt ook wel der salderingsgrens genoemd. Verder kunnen zonnepaneelbezitters maar met één energiemaatschappij zaken doen. Dit houdt in dat de energiemaatschappij waar ze energie van afnemen dezelfde moet zijn als de maatschappij waaraan ze elektrische energie leveren. Daarnaast zijn er specifieke regels voor de saldering vastgelegd. Deze regels zijn alleen van toepassing  voor zogenoemde kleinverbruikers. Deze kleinverbruikers hebben een kleinverbruikersaansluiting. Deze aansluiting is tot maximaal 3x80Ampère.

Hoeveel mensen maken gebruik van salderen?
In Nederland neemt het aantal eigenaren van zonnepanelen steeds meer toe. Dit zorgt er voor dat een toenemend aantal mensen ook gebruik maakt van salderen. In 2014 hebben ongeveer 125.000 huishoudens gebruik gemaakt van de salderingsregeling van een energiemaatschappij. Met de huidige ontwikkelingen in de zonnepanelen verwacht men dat in 2020 ongeveer 700.000 huishoudens gebruik zullen maken van een salderingsregeling.

Wat is een fabricaat of fabrikaat?

Fabricaten zijn producten die gemaakt zijn door een fabriek. Het woord fabriek is dan  ook terug te vinden in het woord fabricaat. Soms wordt het woord fabricaat ook nog in de verouderde spelling geschreven als ‘fabrikaat’. Dit is echter sinds 2006 niet meer de juiste spelling. Daarom gebruikt men nu het woord fabricaat.

Wat is een fabricaat?
Een fabricaat is een eindproduct. Het komt tot stand in fabrieken. In fabrieken vinden meestal meerdere geautomatiseerde processen plaats waarbij een grondstof wordt verwerkt tot een eindproduct. Men kan bijvoorbeeld hout als grondstof gebruiken en doormiddel van verschillende zaagmachines en schaafmachines het hout bewerken. Lijmmachines of spijkermachines kunnen vervolgens van de houten delen meubels maken of bijvoorbeeld houten speelgoed.

Van olie kunnen ook verschillende fabricaten worden gemaakt die variëren van vloeibare brandstoffen tot vaste producten in de vorm van plastics. Ook van metalen worden verschillende fabricaten gemaakt. Daarbij wordt het metaal eerst gewonnen uit erts en vervolgens gelegeerd zodat een goede grondstof ontstaat voor de verdere bewerkingen die moeten plaatsvinden om tot een bruikbaar eindproduct te komen.

Wat halffabricaat?
In de techniek wordt het woord halffabricaat ook regelmatig gebruikt. Een halffabricaat is als het ware een tussenfase in een productieproces. Halffabricaten zijn dus gedeelten van producten die nog afgemaakt of samengevoegd moeten worden tot een eindproduct. Als men bijvoorbeeld uit ijzererts het ijzer haalt in hoogovens kan men het ijzer in een bepaalde vorm gieten en doormiddel van verschillende processen vervormen tot halffabricaten. Doormiddel van walsen, kanten en zetten kan men plaatstaal in de gewenste vorm brengen. Dit plaatstaal kan vervolgens als halffabricaat worden beschouwd en verwerkt tot een behuizing voor bijvoorbeeld machines of apparaten. Net als fabricaten kunnen halffabricaten van verschillende materialen worden gemaakt. Een halffabricaat staat echter dichter bij de grondstof dan het fabricaat. Het fabricaat wordt gebruikt door de eindgebruiker.