Wat is een parameter of wat zijn parameters?

Een parameter is een in te stellen grootheid in een bepaald model. Dit is een variabele die gebruikt kan worden voor een bepaald doel of een bepaalde werking. Aan een parameter wordt een constante waarde toegekend. Parameters worden in de exacte wetenschappen gebruikt als een belangrijke factor waarmee de uiteindelijk toestand of waarde van een systeem kan worden bepaald. Een parameter moet daarvoor wel een bepaalde waarde toegekend krijgen.

Als men de term parameter hanteert in de installatietechniek en elektrotechniek dan kan een bepaalde stand van een lichtknop een parameter zijn. Ook de stand van de van een thermostaat is een parameter van een verwarmingssysteem. Een parameter kan worden gemeten of worden uitgedrukt in een bepaalde waarde. Zo kan de lichtknop in bijvoorbeeld de dim-stand staan of kan een thermostaat op een bepaalde temperatuur worden ingesteld. Daarnaast kan een temperatuur ook worden gemeten en worden uitgedrukt in graden Celsius. De lichtintensiteit kan worden uitgedrukt lumen.

In bepaalde processen kan men ook geluid en geluidsniveaus meten en instellen. In de techniek wordt de term parameter niet alleen in de installatietechniek en elektrotechniek. Parameters worden ook gebruikt in de procestechniek en industrie. Hierbij worden parameters onder andere gebruikt in de meet- en regeltechniek en aanverwante instrumentatie.

Wat is een kaliber en wat is kalibreren?

Binnen de werktuigbouwkunde is het belangrijk dat werkstukken vervaardigd zijn van de juiste maat. Het is echter onmogelijk om werkstukken van exact dezelfde maat te voorzien. Het gereedschap en het materiaal dat gebruikt wordt voor de vervaardiging van een werkstuk kunnen er voor zorgen dat er afwijkingen ontstaan in de maatvoering. Daarnaast heeft ook de machinebediener of werktuigbouwkundige invloed op de maatvoering van een werkstuk. De maximaal toegestane afwijking wordt aangegeven in toleranties. Internationaal wordt gebruik gemaakt van een ISO-passingstelsel hierin worden de toegestane toleranties aangegeven. Het Nederlands Normalisatie instituut heeft dit ISO-passingstelsel in normbladen vastgelegd.

Werktuigbouwkundigen kunnen gebruik maken van de toleranties en de gegevens uit het ISO-passingstelsel om na te gaan aan welke maatvoering een werkstuk moet voldoen. Vervolgens kunnen ze het vervaardigde werkstuk controleren of dit binnen de maximale tolerantie valt. Eén van de mogelijkheden om deze controle uit te voeren is kalibreren.  

Wat is een kaliber?
Het woord kaliber komt uit de wapenindustrie. Met een kaliber wordt in de wapenindustrie de binnendiameter van een loop aangegeven. In deze industrie wordt doormiddel van kalibreren het geschut weer op het juiste kaliber gebracht en worden afwijkingen hersteld. Hierdoor moet de munitie zo effectief mogelijk door de loop heen het doel bereiken. Ook in de werktuigbouwkunde wordt gekalibreerd. Er wordt dan gebruik gemaakt van een kaliber.

Een kaliber wordt in de werktuigbouwkunde gebruikt om de maatvoering van een werkstuk te controleren. Het is een stuk gereedschap waarmee werkstukken en materialen met elkaar kunnen worden vergeleken. Ook kan de maat er mee worden opgenomen en kan er mee geijkt worden. Er zijn verschillende soorten kalibers. Deze zijn in twee hoofdgroepen in te delen. Er zijn kalibers voor inwendige maten en kalibers voor uitwendige maten.

Bekkaliber
Een bekkaliber is een voorbeeld van een kaliber waarmee uitwendige maten kunnen worden bepaald. In een bekkaliber bestaat uit een goedkeurzijde en een afkeurzijde. De goedkeurzijde moet over het hele werkstuk heen passen zonder dat daarbij geweld of druk wordt uitgeoefend. De goedkeurzijde bepaald de grootste grensmaat waarbinnen een werkstuk moet vallen.

De bek die niet mag passen wordt de afkeurzijde genoemd. Dit is de kleinste grensmaat. Wanneer een werkstuk hierbinnen past is het werkstuk te klein om binnen de tolerantie te vallen.

Penkaliber
Met een penkaliber worden de binnenmaten, of inwendige maten van een werkstuk bepaald. Het wordt gebruikt voor het meten van gaten in een werkstuk. Penkalibers hebben net als bekkalibers een goedkeurzijde en een afkeurzijde. De goedkeurzijde bevat het langste meetvlak. Deze zijde moet in het gat van het werkstuk passen zonder daarbij geweld of druk te gebruiken. Omdat het penkaliber regelmatig kan worden gebruikt is deze onderhevig aan slijtage. Daarom is de goedkeurzijde voorzien van het langste meetvlak. De afkeurzijde is voorzien van een klein meetvlak. De afkeurzijde mag niet in het gat van het werkstuk passen omdat het anders te groot is.

Overige kalibers
Naast bekkalibers en penkalibers zijn er nog verschillende andere kalibers die binnen de werktuigbouwkunde kunnen worden gebruikt voor het bepalen of een werkstuk binnen de gestelde tolerantie valt. Zo zijn er bijvoorbeeld nog vlakkalibers. Ook kunnen schroefdraadkalibers voor het controleren van uitwendige schroefdraad en inwendige schroefdraad kunnen worden gebruikt door de werktuigbouwkundige. Met kalibers moet zorgvuldig worden omgegaan. Ze moeten goed worden opgeborgen en vakkundig worden behandeld. Wanneer geweld wordt gebruikt kan extra slijtage of vervorming optreden waardoor het kaliber onbruikbaar wordt. Kalibers worden ook wel op een bepaalde temperatuur gehouden om er zeker van te zijn dat ze de juist maat behouden en aangeven wanneer ze worden gebruikt.

Wat is een passing en wat is een iso-passingstelsel?

Onderdelen van machines en andere werktuigen moeten goed in elkaar passen. Wanneer bedrijven onderling onderdelen verhandelen moeten bedrijven er zeker van zijn dat ze onderdelen van de juiste maat ontvangen zodat de werktuigen goed geassembleerd kunnen worden. Het is echter in theorie onmogelijk om werkstukken allemaal van exact dezelfde maat te vervaardigen. Er zal altijd een kleine afwijking tussen de werkstukken onderling aanwezig zijn. Deze afwijkingen ontstaan  onder andere door het materiaal dat gebruikt wordt, het gereedschap waarmee de werkstukken vervaardigd zijn, de temperatuurverschillen tijdens het productieproces en het vakmanschap van de werknemer die ze vervaardigd.

Wat zijn toleranties in de werktuigbouwkunde?
De verschillen in maatvoering kunnen er voor zorgen dat een werkstuk, bijvoorbeeld een as, niet past in de machine waarvoor deze vervaardigd is. Om dit te voorkomen worden grenzen aangegeven aan de afwijking in de maatvoering van een werkstuk. Deze grenzen worden de toleranties genoemd. De toleranties bepalen de maat waarbinnen het werkstuk moet vallen om bruikbaar te zijn voor de beoogde toepassing in bijvoorbeeld een machine.

Wat is een passing in de werktuigbouwkunde?
Onderdelen van werktuigen moeten in elkaar passen. Met een passing wordt aangegeven welke toleranties er maximaal mogen worden gebruikt om onderdelen goed in elkaar te laten passen van machines en werktuigen. Er zijn verschillende passingen bijvoorbeeld een losse passing waarin de onderdelen in elkaar kunnen bewegen of in beweging kunnen worden gebracht. Daarnaast is er de vaste passing waarbij de onderdelen stijf tegen elkaar of in elkaar zijn gedrukt .

Wat zijn nominale maten?
Nominale maten zijn de maten waarmee het werkstuk ontworpen is. Dit zijn in feite de maten die op de tekening zijn aangegeven waarop de machine of het werktuig wordt gevisualiseerd. Omdat de maten zoals eerder genoemd nooit helemaal exact kunnen worden behaald in de praktijk, worden bij de nominale maten ook de toleranties aangegeven. Hierdoor weet de werknemer welke afwijking een werkstuk maximaal mag hebben ten opzichte van de nominale maat. Hoe groter de toegestane afwijking hoe goedkoper het product in de praktijk kan worden vervaardigd. Een grotere tolerantie zorgt er namelijk voor dat er minder nauwkeurig gewerkt hoeft te worden aan het werkstuk. Dit scheelt tijd en inspanning. Wanneer producten echter een kleine tolerantie hebben moet er zeer precies worden gewerkt. Hierbij kan gedacht worden aan onderdelen voor uurwerken en specialistische machineonderdelen voor bijvoorbeeld de medische sector. Deze onderdelen zijn vanwege de kleine tolerantie heel kostbaar.

ISO-passingstelsel
Het is voor bedrijven belangrijk om te weten welke toleranties zijn toegestaan en welke afgekeurd worden. Om dit inzichtelijk te maken zijn de toleranties genormaliseerd en vastgelegd in een internationaal ISO-passingstelsel. Binnen het ISO-passingstelsel is aangegeven wat de maximaal toegestane afwijking is. Niet alleen deze grote van de afwijking wordt in het ISO-passingstelsel aangegeven ook de ligging van de afwijking staat er in beschreven. Deze informatie is aangegeven door een nominale maat een letter en een cijfer. Met de letter wordt de ligging van de tolerantie aangeven. De binnenmaat wordt aangegeven met een hoofdletter en de buitenmaat met een kleine letter. Daarnaast geeft het getal de grootte van de tolerantie aan. Hoe kleiner het getal in het ISO-passingstelsel hoe kleiner de toegestane tolerantie is en hoe duurder het werkstuk is.

Hoe wordt de maat van een werkstuk bepaald?
Er zijn verschillende mogelijkheden voor een werktuigbouwkundige om de maten van een werkstuk te controleren. Wanneer er sprake is van een grote tolerantie hoeven de meetgereedschappen minder nauwkeurig te zijn en voldoet vaak een schuifmaat. Wanneer de toleranties kleiner zijn wordt vaak gebruik gemaakt van een micrometer. Een micrometer wort ook wel een schroefmaat genoemd en is een meetinstrument waarmee tot op 0,01 mm, 0,005 mm of tot op 1 µm nauwkeurig gemeten kan worden. Een werktuigbouwkundige kan daarnaast gebruik maken van een kaliber. Bij kalibreren wordt een gereedschap gebruikt waarbij materialen of werkstukken met elkaar kunnen worden vergeleken.