Wat is een armatuur en waar wordt en armatuur voor gebruikt?

Voor het bevestigen en dragen van één of meerdere lichtbronnen worden verschillende draagconstructies gebruikt. Deze draagconstructies worden ook wel armaturen genoemd. Het woord armatuur is afgeleid van het Latijnse woord armatura, dit woord kan in het Nederlands worden vertaald met uitrusting of bewapening. Een armatuur heeft niet alleen een dragende constructieve functie het is tevens een bescherming van de aansluiting van de lichtbron op het lichtnet. Een armatuur bestaat uit twee belangrijke hoofdonderdelen: de fitting en de lichtbron die in de fitting is geplaatst.

Bevestiging van armaturen
Er zijn verschillende manieren waarop armaturen kunnen worden bevestigd. Zo kunnen armaturen bijvoorbeeld bevestigd worden in een plafond dit kan zowel in het zicht gebeuren als verborgen in de vorm van inbouwpots. Verder kunnen armaturen ook aan een muur worden bevestigd. Soms wordt een verlichtingspunt voorzien van verschillende soorten armaturen. Het is ook mogelijk om een armatuur te bevestigen op een scharnierende arm zodat de verlichting op verschillende manieren kan worden bewogen. Hierdoor kan de verlichting altijd de gewenste plek belichten.

Waarvan worden armaturen gemaakt?
Over het algemeen worden armaturen van staal of aluminium gemaakt. Het is echter ook mogelijk dat ze van keramiek worden gemaakt. De materialen en vormen van armaturen zijn uiteenlopend. De armatuur wordt afgestemd op het gewicht en de aansluiting van de lichtbron. Ook de hitte van de lichtbron is een belangrijk aspect dat meegenomen moet worden in de beoordeling en de keuze van het materiaal.

Voorbeelden van armaturen
Een bekende en veel toegepaste armatuur is een tl-armatuur. Deze bestaat uit een lange balk of bak waarin een aantal tl-buizen zijn aangebracht. Naast deze tl-buizen is er in een tl-armatuur ook een starter en een voorschakelapparaat gebouwd. Er zijn ook tl-armaturen met reflectoren, deze worden ook wel trogarmatuur genoemd. Vooral in hoge hallen en boven tafels wordt gebruik gemaakt van trogarmaturen.

Lantarenpalen en lichtmasten bevatten ook een speciale armatuur. Deze worden ook wel paaltoparmatuur genoemd. Ook bestaan er opschuifarmaturen die met een draagarm worden gemonteerd aan een muursteun of lichtmast. Opschuif-opzet-armaturen kunnen eveneens worden toegepast. De keuze voor een bepaalde armatuur is afhankelijk van de verlichting en de ruimte en omgeving waarin deze wordt geplaatst.

Wat is een TL-starter en hoe werkt deze?

Voor het functioneren van een fluorescentielamp zijn verschillende onderdelen nodig. De starter vormt samen met het voorschakelapparaat een belangrijk onderdeel van de armatuur van de fluorescentielamp. De starter van een TL bestaat uit een buisje waarin een bepaalde vulling is aangebracht. Deze vulling kan neon zijn of kwikdamp. Daarnaast zijn er twee contacten die gemaakt zijn van bimetaal.

Hoe werkt een TL-starter?
Een TL-starter treed in werking bij een elektrische spanning van ten minste 200 volt. Door deze spanning ontstaat er een gasontlading. De gasontlading zorgt er voor dat de bimetalen contacten worden verwarmd. De bimetalen bestaan uit twee verschillende soorten metalen waarbij het ene deel sneller buigt door hitte dan het andere deel van het contact. De bimetalen contacten zijn zo geplaatst dat ze naar elkaar toe buigen door verhitting. Uiteindelijk raken de contactdelen elkaar door de toenemende hitte van de gasontlading.

Kortsluiting
Doordat de twee contacten elkaar raken ontstaat er een gewenste “kortsluiting”. Deze kortsluiting zorgt er voor dat de gasontlading dooft. Vervolgens zullen de bimetalen contactpunten weer afkoelen en naar de oorspronkelijke positie terugkeren.

De kortsluiting die ontstaat is echter gewenst omdat deze kortsluiting er voor zorgt dat er voldoende stroom door de gloeidraden van de gasontladingbuis loopt. Deze stroom zorgt er voor dat de gloeidraden zeer heet worden en gaan gloeien. Hierdoor wordt een elektronenemissie gestart.

Het gloeien van de gasontladingslamp
Als de bimetalen contacten ver genoeg zijn afgekoeld keren ze terug naar de oorspronkelijke positie en wordt het contact dus geopend. Door het openen van het contact ontstaat in samenwerking met het voorschakelapparaat een hoge spanningspuls. Deze zorgt er voor dat de ontlading in de gas-ontladingslamp op gang wordt gebracht. Als deze ontlading goed in werking is getreden zal de spanning over de starter dalen naar 115V. Deze spanning is echter te laag om de gasontlading in de starter opnieuw tot ontsteking te brengen.