Wat is een Mantavloer?

Een Mantavloer is een prefab betonnen vloer die in de jaren zestig en zeventig van vorige eeuw werd toegepast als vloer in gebouwen, waaronder woningen, in Nederland. Mantavloeren werden aangebracht tussen 1965 en 1981 en hebben een verhoogd risico op betonschade in de vorm van betonrot. Hierbij roest de wapening van de betonnen draagdelen waardoor de betonnen dekking scheurt en uiteindelijk los knapt. Daardoor worden de dragende delen zwakker en dat kan ernstige gevolgen hebben. Andere prefab betonnen vloeren die dit probleem hebben zijn de zogenaamde Kwaaitaal vloeren die veel bekender zijn. Er zijn echter verschillen tussen Mantavloeren en Kwaaitaal vloeren.

Hoe herken je een Mantavloer?
Een Mantavloer bestaat uit verschillende onderdelen die ook wel elementen worden genoemd. Deze elementen rusten op de fundering van het gebouw. Elk element van een Mantavloer is 120 cm breed. Er wordt ook wel gesproken over een ribcassettevloer. Per element bestaat deze uit twee betonbalken die de ribben worden genoemd. Daarnaast is er tussen deze delen aan de bovenkant een dunne vloerplaat aangebracht. Deze tussenplaat is 5,5 centimeter dik. Deze tussenplaat zit tussen de betonnen ribben. Standaard is er in één plaat een kruipluik aangebracht.

Vanuit de kruipruimte kan men de vloerconstructie bekijken en tot de conclusie komen of er een Mantavloer is aangebracht. Een Mantavloer is een andere vloer dan de eerder genoemde Kwaaitaalvloer. De Mantavloer heeft namelijk elementen van 120 cm breed en de Kwaaitaalvloer heeft elementen van 50 cm breed. Bovendien is de vorm ook anders. De Kwaaitaalvloerdelen hebben namelijk een gebogen vorm. Aan de onder kant zitten bij een Kwaaitaalvloer allemaal boogjes terwijl een Mantavloer uit allemaal rechte platte delen bestaat.

Risico’s van een Mantavloer
Een Mantavloer heeft in grote lijnen dezelfde kans op problemen als een Kwaaitaalvloer namelijk: betonrot. De betonnen elementen van een Mantavloeren zijn voorzien van een bewapening van staal dat ook wel betonijzer of betonstaal wordt genoemd. IJzer oftewel ferro heeft de nare eigenschap dat het in combinatie met vocht en zuurstof gaat roesten. Als men daar ook nog zouten (chloriden) aan toevoegt is dit risico al helemaal groot. Juist dat laatste vormt het grootste risico van de Manatavloer.

Aan het betonmengsel van Mantavloeren is calciumchloride toegevoegd. Deze chloride zorgt er voor dat het betonstaal extra snel gaat corroderen oftewel roesten. Tijdens het roestproces zetten de verroeste delen uit. Daardoor wordt het beton naar buiten gedrukt. Het beton gaat dan op de duur barsten. Na verloop van tijd breken er betonnen delen af en die vallen op de grond. Het gevolg is dat nog meer zuurstof bij het betonstaal komt waardoor betonrottingsproces verder doorgezet wordt. Dit kan de betonconstructie ernstig verzwakken. Problemen met Mantavloeren komen pas na jaren aan het ligt. De bedrijven die de Mantavloeren en Kwaaitaalvloeren hebben geproduceerd zijn inmiddels failliet. De toepassing van calciumchloride in betonmengsels voor vloeren is inmiddels verboden.

Wat is een Kwaaitaalvloer?

Een Kwaaitaalvloer is een prefab gewapende betonnen vloer die in veel Nederlandse gebouwen werd geplaatst in de periode van 1965 tot en met 1983. De naam Kwaaitaal is afgeleid van de firma Kwaaitaal in Rotterdam die deze vloeren ontwikkelde en fabriceerde. Met name het productieproces van Kwaaitaalvloeren leverde een groot voordeel op. Deze vloeren werden namelijk vrij snel prefab gemaakt. Dat was interessant omdat in de jaren zeventig van vorige een veel woningen in Nederland werden gebouwd.

Hoe herken je een Kwaaitaal vloer?
Kwaaitaalvloeren zijn prefab betonnen vloeren die uit allemaal elementen bestaan. Deze elementen zijn in feite lange banen die op een fundering rusten. Deze prefab betonnen vloeren kunnen eenvoudig worden herkend. Zo hebben deze betonnen delen een gebogen oftewel een gewelfde onderkant. Deze vloeren werden aangebracht op funderingsdelen waaronder een kruipruimte aanwezig is. In deze kruipruimte kan men de Kwaaitaalvloer herkennen aan deze afgeronde holle vormen. Tijdens de bouw werden de opkanten van de elementen meestal dichtgezet met een kopschot van piepschuim. De betonnen delen van een Kwaaitaalvloer zijn 50 cm breed en 18 cm dik. De uitsparing oftewel het gedeelte van de boog is 40 cm breed. Daarnaast kan men op de betonnendelen soms ook nog de naam Kwaaitaal aantreffen. Dit verwijst naar de Firma Kwaaitaal Vormbeton B.V. die deze betonnen vloeren ontwikkelde en produceerde voor de bouw.

Waarom werden Kwaaitaalvloeren toegepast?
Kwaaitaalvloeren werden ontwikkeld als prefab betonnen vloeren. Deze vloerdelen hadden een betonmengsel met calciumchloride. Dit bestandsdeel wordt ook wel een betonverhardings-versneller en zorgde er voor dat het betonmengsel sneller kon uitharden. Doordat het beton sneller kon uitharden kon men de betonnen vloerdelen van de Kwaaitaalvloer in de middag al uit de mal halen nadat deze in de ochtend werden gestort. Daardoor kon men in de middag een nieuwe betonstort doen. Op die manier konden de betonnen vloerdelen in grote massa worden geproduceerd. De productie verdubbelde.

Problemen met Kwaaitaalvloeren
In eerste instantie was het bouwprincipe van Kwaaitaalvloeren niet problematisch. De vloeren waren stevig en werden bovendien snel geproduceerd. De problemen ontstonden echter in de loop der jaren. De betonverhardings-versneller calciumchloride bleek namelijk ook nadelen te hebben. Na een bepaalde tijd zorgde de calciumchloride namelijk voor een chemische reactie met het betonijzer dat als wapening werd gebruikt voor de vloerdelen. Er ontstond een roestproces waarbij het roesten er voor zorgde dat de wapening ging uitzetten. De gecorrodeerde staaldelen zijn namelijk groter dan het staal dat niet gecorrodeerd is. Er ontstaat dus een expansie of uitzetting.

Deze uitzetting zorgt voor scheuren in het beton en wordt de buitenste betonlaag aangetast. De buitenste laag wordt ook wel de dekking genoemd. Als de dekking van de betonnen vloerdelen wegbreekt komt er meer zuurstof bij het betonijzer (de wapening) waardoor het betonrottingsproces nog harder gaat verlopen. Met name in een vochtige kruipruimte is er een extra grote kans op problemen met Kwaaitaalvloeren. De problemen met deze vloeren zijn bekend en er zijn verschillende specialistische bedrijven die het probleem passend kunnen oplossen. Als dat niet lukt zal de hele vloer moeten worden vervangen wat veel geld kost.