Nog geen akkoord over pensioen

Woensdagavond 14 november 2013 vond er overleg plaats tussen minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën en de woordvoerders van diverse politieke partijen over een akkoord met betrekking tot de pensioenen. Hier namen de volgende oppositiepartijen aan deel: ChristenUnie, SGP, GroenLinks, D66 en het CDA. Er zijn tijdens het overleg voorzichtige stappen gemaakt om tot overeenstemming te komen. Van een akkoord is op dit moment echter nog geen sprake. Er moet nog meer overlegd worden om tot overeenstemming te komen.

Het volgende overleg over de pensioenen staat gepland op aankomende maandag, 18 november 2013. Dit overleg kon niet eerder plaatsvinden omdat minister Dijsselbloem in Europa andere verplichtingen heeft die hij moet nakomen. Hierdoor komen de onderhandelingen tijdelijk stil te liggen.

Het Kabinet heeft een plan ontwikkeld om de pensioenopbouw vanaf 2015 omlaag te brengen. De opbouw van het pensioen moet vanaf dat jaar worden verlaagd van 2,25 procent van het inkomen naar 1,75 procent. Met deze kabinetsplannen hoopt de regering een besparing van 3 miljard te realiseren. Het plan werd echter niet goedgekeurd in de Senaat. De regeringspartijen VVD en PvdA kregen hierdoor geen meerderheid. Daarom moet het Kabinet noodgedwongen steun zoeken bij de oppositiepartijen.

Reactie Technisch Werken
Het is interessant om te zien hoe vaak het Kabinet moet samenwerken met oppositiepartijen om bepaalde plannen door te voeren. De oppositie zorgt er meestal voor dat de ‘scherpe kantjes’ van de plannen worden afgeslepen. Daarnaast wil de oppositie natuurlijk ook voor hun eigen achterban het beeld scheppen dat ze een goede ‘deal’ hebben gesloten. Voor wat hoort wat is het beleid. Dit is democratie aan de onderhandelingstafel. Iedereen moet ‘water bij de wijn doen’. Het voordeel van deze werkwijze is dat het Kabinet en de oppositie gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de koers van Nederland.

Minister van Financiën wil niet langzamer bezuinigen

Jeroen Dijsselbloem de Nederlandse minister van Financiën geeft aan dat langzaam bezuinigen grote risico’s met zich mee brengt. Deze uitspraak deed de minister in een interview met De Volkskrant. Het interview werd maandag 16 september 2013 gepubliceerd. Volgens Jeroen Dijsselbloem is de economische groei in Nederland nog heel fragiel. Daar moet volgens hem voorzichtig mee worden omgegaan.

Europese ministers van financiën
In de Litouwse hoofdstad Vilnius werd overleg gevoerd tussen de Europese ministers van financiën. Ook Jeroen Dijsselbloem was daarbij aanwezig. Hij gaf aan dat verschillende Europese collega’s liever de bezuinigingen wat langzamer zouden willen doorvoeren. Volgens hem is er ook in Nederland sprake van een “bezuinigings- en hervormingsmoeheid”. Hij merkt dit wel maar dat verandert zijn standpunt in de bezuinigingen niet.

Consumentenvertrouwen
Onder veel Nederlanders heerst onrust over de eigen financiële toekomst. In verschillende nieuwsberichten komt naar voren dat consumenten de ‘hand op de knip’ houden. Dit is natuurlijk niet goed voor de economie. In het Noorden van Nederland ontstaat leegstand in winkelstraten. Mensen denken na over bezuinigingen in hun eigen gezin. Dit zorgt er voor dat er in huishoudens een sombere en sobere stemming heerst.

Blijven sparen
Jeroen Dijsselbloem toont begrip voor de sombere stemming. Hij snapt dat het moeilijk  te begrijpen is voor mensen dat er meer bezuinigd moet worden wanneer de economie zich langzaam aan het herstellen is. Volgens hem zorgt de hoge werkloosheid er voor dat er nog steeds veel geld uit de schatkist van de staat wegstroomt. Volgens hem zorgt ook de stijging in de kosten voor de ouderenzorg en de gezondheidszorg er voor dat sparen noodzakelijk is.

Reactie technisch werken
De visie op bezuinigen van de minister van Financiën is begrijpelijk toch is bezuinigen niet de oplossing. Hervormen lijkt mij, als leek, een betere oplossing. De arbeidsmarkt moet worden aangepakt. Dit begint bij bedrijven die op dit moment maar moeizaam kredieten kunnen ontvangen voor nieuwe investeringen. Door deze terughoudendheid van banken komt de economie geen stap vooruit. Dit terwijl banken niet in de laatste plaats verantwoordelijk zijn voor de sfeer op de economische markt.