Afname arbeidsbelastbaarheid in combinatie met leeftijd

Mensen die tot de beroepsbevolking horen krijgen in hun werk te maken met een bepaalde arbeidsbelasting. De arbeidsbelasting heeft te maken met de arbeidsdeelname. Hoe langer je aan het arbeidsproces deelneemt hoe langer je aan de arbeidsbelasting bent blootgesteld. Vanaf het vijftigste levensjaar neemt de arbeidsdeelname relatief snel af. De beroepsbevolking vergrijst en met de aanstaande verschuiving van de pensioengerechtigde leeftijd is langer gezond doorwerken, en daarmee duurzame inzetbaarheid, een individueel, organisatorisch en een maatschappelijk vraagstuk.

In alle sectoren en beroepen is duurzame inzetbaarheid relevant. Wel is er een verschil tussen sectoren. Bij lichamelijk belastend werk is het percentage werknemers dat zichzelf in staat acht tot zijn 65-jarige leeftijd te kunnen werken lager dan bij een lage lichamelijk arbeidsbelasting. Dit vraagt om specifieke aandacht in de verschillende beroepsgroepen waarbij blootstelling aan zwaar lichamelijk werk tot een verhoogd risico op uitval leidt. Denk hierbij aan beroepen zoals lasser, stratenmaker en constructiewerker. In deze sectoren worden de lichamen van arbeiders extra zwaar belast. Daarom zijn in de regel extra hulpmiddelen nodig zoals een verstelbare werkbank voor lassers en constructiebankwerker. Niet altijd is een extra hulpmiddel mogelijk. Voor stratenmakers bijvoorbeeld zijn er weinig middelen beschikbaar om het werk veel lichter te maken tenzij men gebruik kan maken van een bestratingsmachine maar dat is niet altijd mogelijk.

Gelukkig zijn er veel innovaties op dit gebied. De techniek en technologie staan niet stil. Er worden steeds meer nieuwe hulpmiddelen bedacht om de arbeidsbelasting voor werknemers te verlichten. Dat zorgt er voor dat de werknemers minder last krijgen van fysieke klachten. Daardoor blijft de arbeidsbelastbaarheid groter. Blessures worden voorkomen door werknemers in de juiste houding te laten werken en niet te zwaar te laten tillen. Toch komt ouderdom ook vaak met gebreken. Leeftijd blijft altijd een rol spelen. Als werknemers echter tijdens hun werkzame leven gezond hebben gewerkt zullen de lichamelijke klachten ook als ze ouder worden minder zijn.

Intakegesprek bij uitzendbureau tijdens corona in 2020

Uitzendorganisaties hebben tijdens de coronacrisis nog wel vacatures open staan voor personeel. Dat betekent dat er ook nog sollicitatieprocedures plaatsvinden. Een belangrijk onderdeel van een sollicitatieprocedure via een uitzendbureau is natuurlijk het intakegesprek. Tijdens het intakegesprek kan de uitzendkracht of sollicitant kennis maken met de uitzendorganisatie en andersom. Vanaf het intakegesprek start in feite de bemiddeling of arbeidsbemiddeling via de uitzendorganisatie. Door het COVID-19-virus oftewel het coronavirus is er veel veranderd in de arbeidsbemiddeling. Ook het intakegesprek krijgt bij de meeste uitzendorganisaties een andere vorm.

Intakegesprek in verschillende vormen

Het eerste intakegesprek vindt tegenwoordig steeds vaker digitaal plaats via een videoverbinding zoals skype. Ook worden de meeste eerste contactmoment gedaan via de telefoon. Als deze gesprekken goed verlopen kan er meestal een intakegesprek plaatsvinden bij de vestiging van de uitzendorganisatie. Dit gebeurd alleen bij vestigingen van uitzendorganisaties die hiervoor geschikt zijn. Deze vestigingen hebben een aantal veranderingen ondergaan de afgelopen tijd. Deze veranderingen of verbouwingen hebben er voor gezorgd dat mensen veilig het gebouw in kunnen lopen zonder dat daarbij (veel) contactmomenten ontstaan.

Geen fysiek contact

Mensen die op intakegesprek gesprek komen zullen over het algemeen in een aparte gespreksruimte plaats nemen. Deze ruimte is als het goed is zo ingericht dat fysiek contact tussen de aanwezigen onmogelijk is. Daarvoor is over het algemeen een glazenwand of een plexiglas muur aangebracht tussen de gesprekspartners. Een andere mogelijkheid is dat er een extra grote tafel tussen de stoelen is geplaatst zodat de afstand tussen de gesprekspartners minimaal anderhalve meter is.

Goede gesprekssfeer

Het handenschudden wat normaal gesproken plaatsvind bij binnenkomst en na afronding van het gesprek is nu verleden tijd. Hooguit elkaar kort aantikken met de elleboog is mogelijk maar dit wordt vaak achterwege gelaten. Natuurlijk kan er ondanks het schudden van handen wel een goede open gesprekssfeer ontstaan. Er wordt ook gebruik gemaakt van ontsmettingsmiddelen. De deurklink wordt wellicht alleen aangeraakt en open gedaan door de intercedent oftewel de kantoormedewerker van de uitzendorganisatie. Zo hoeft de sollicitant zo weinig mogelijk aan te raken voor, tijdens en na het gesprek. Een bakje koffie, thee of een glas water is altijd wel te krijgen.

Kom niet als je ziek bent

Een intakegesprek is toch belangrijk hoewel er in coronatijd veel aanpassingen zijn. Ondanks deze aanpassing is een goed gesprek voeren wel mogelijk. Het is echter wel belangrijk dat iedereen de maatregelen opvolgt. Mocht een sollicitant zich ziek voelen, griepklachten hebben, koorts of verkouden zijn dan is het belangrijk om het gesprek te verzetten tot de klachten verdwenen zijn. Gezondheid gaat voor en intercedenten van uitzendorganisaties hebben alle begrip als een gesprek om gezondheidsredenen wordt verzet.

Wat betekent corona?

Corona is een Latijns woord dat krans betekent. Dit woord ‘krans’ kan echter heel breed worden opgevat. Zo kregen overwinnaars van bepaalde spelen door de Grieken vroeger een krans uitgereikt als teken van roem. Daarnaast werd een corona door de Romeinen ook uitgereikt als onderscheiding. Deze onderscheiding werd bijvoorbeeld uitgereikt als burgers werden gered of een stad werd ingenomen. Een corona bestond uit verschillende materialen. Zo’n overwinningskrans bestond bijvoorbeeld uit laurierbladen. Daardoor ontstond de naam lauwerenkrans. Ook werd een corona gemaakt van eikenbladen bladen. Ook werden corona’s wel van grassen gemaakt.

Pas later werd het symbool van de corona ook in metalen onderscheidingen en in een kroon verwerkt. Zo droegen Romeinse keizers wel een gouden kroon in de vorm van laurierbladen. Daardoor kreeg corona ook wel de betekenis kroon. Verder wordt de benaming corona ook wel gebruikt voor de buitenste lichtkrans rondom de zon. Deze corona is te zien tijdens een volledige zonsverduistering.

Het woord corona is sinds 2020 ook onlosmakelijk verbonden met het coronavirus. Dit virus wordt ook wel SARS-CoV-2 genoemd. Het coronavirus kan de ziekte COVID-19 veroorzaken. Deze ziekte COVID-19 wordt als synoniem gebruikt voor het coronavirus.

Kantoortuinen slecht voor gezondheid werknemers

Als je aan het woord kantoortuin denkt krijg je misschien het beeld van een kantoorruimte vol met bloemen en planten. Dit is echter niet wat men over het algemeen onder een kantoortuin verstaat. Een kantoortuin is een grote kantoorruimte waarin meerdere kantoormedewerkers aanwezig zijn en waarbij er geen scheidingswanden zijn aangebracht. In een kantoortuin kan men dus elkaar zien maar ook horen. In een kantoortuin krijgen werknemers meer indrukken en moeten ze meer indrukken en gegevens uit de omgeving verwerken. Dit zorgt er voor dat de werknemers die in een kantoortuin werkzaam zijn last krijgen van bepaalde klachten.

Tv-programma De Monitor heeft hier onderzoek naar laten doen. Dit programma heeft hiervoor negentig leden van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) benaderd. Van deze groep heeft tachtig procent aangegeven dat het ziekteverzuim onder kantoorpersoneel zal gaan dalen als kantoormedewerkers met minder personen in dezelfde ruimte zitten. Ongeveer zestig procent van de personen die ondervraagd zijn geeft aan dat het verstandig is om kantoortuinen geheel af te schaffen.

De ArboUnie is voorstander van de invoer van een minimumaantal stiltewerkplekken. Door deze stiltewerkplekken kan men het ziekteverzuim onder kantoorpersoneel verder terugdringen. Dat is aangegeven op de website van De Monitor.

Oplichters in de vorm van kopers op marktplaats actief

Oplichters zijn op marktplaats helaas volop aanwezig. Niet alleen verkopers kunnen oplichters zijn ook kopers. Verkopers kunnen hun klanten bijvoorbeeld oplichten door geen producten te leveren terwijl deze wel zijn betaald. Helaas zijn de afgelopen jaren veel mensen op deze manier opgelicht. Een veel geraffineerdere manier van oplichten wordt gedaan door criminelen die zich voordoen als zogenaamde kopers. Het programma Opgelicht?! heeft hier onder andere melding van gemaakt maar helaas weten vele verkopers uit eigen ervaring ook hoe sommige oplichters te werk gaan.

Pas op voor nepkopers
Hoe gaat de oplichting vanuit nepkopers in zijn werk. Eigenlijk is hun werkwijze eenvoudig en doortrapt. Iedereen die advertenties op marktplaats heeft staan kan in deze val trappen. Men wil natuurlijk graag verkopen op marktplaats. Als iemand dan een mailtje stuurt ga je hier als koper meestal wel op in. Alleen nepkopers reageren vaak anders op advertenties dan serieuze kopers en bieders. Nepkopers oftewel oplichters reageren op de advertentie op marktplaats meestal met een vrij kort bericht: “Is het nog te koop?” of “Ik wil het wel kopen voor de vraagprijs”. Vaak staat onder dit bericht geen herkenbare naam.

Vervolgens stuurt de koper dan een bericht aan de oplichter dat het bod wel akkoord is. Daarna volgt een reactie van de oplichter waarin wordt aangegeven dat deze bang is voor oplichting. Dit kunnen hele zielige berichten zijn maar pas heel goed op. De oplichter die zich voordoet als eerlijke klant wil zogenaamd voorkomen dat hij of zij wordt opgelicht. Daarom wordt gevraagd om 1 cent of 10 cent over te maken aan de koper. Op die manier zou de koper de identiteit van de verkoper kunnen achterhalen, dit zou dan vertrouwen wekken bij de koper. In feite wordt de verkoper via een link naar een illegale en valse website geleid. Deze website kan heel echt lijken maar schijn bedriegt. Op deze illegale website worden vervolgens belangrijke betalingsgegevens van de verkoper buit gemaakt. De oplichter gaat vervolgens met deze gegevens geld van de verkoper afhandig maken. Het geld wordt naar rekeningen van zogenaamde katvangers doorgesluisd en daarna wordt snel geld via een pinautomaat opgenomen.

Nepkopers bestrijden
Het bestrijden van nepkopers en oplichters op marktplaats kun je niet alleen. Maak daarom altijd melding van deze praktijken bij de websitebeheerders van marktplaats. De website marktplaats vind het zelf ook heel vervelend dat er oplichting voorkomt. Helaas kan marktplaats vaak niet meer doen dan de gebruikers die zich aan oplichting schuldig maken te blokkeren. Gelukkig is op markplaats ook veel politie en fraudebestrijding actief. Af en toe worden daardoor oplichters opgepakt. Omdat veel van het betaalverkeer van fraudeurs ook via internet plaatsvind kan men bewijzen achterhalen. Het is daarom altijd belangrijk om fraude te melden bij de politie en bij marktplaats. Dat is geen nutteloze actie. Je kunt er voor zorgen dat medemarktplaatsgebruikers niet in dezelfde valse berichten trappen. Bovendien maak je de pakkans groter als je melding maakt.

Arbowet en Arbeidstijdenwet zijn ook van toepassing op flexwerk

De Arbowet en de Arbeidstijdenwet zijn ook van toepassing op werknemers die onder de flexwerkers vallen. Dit zijn bijvoorbeeld uitzendkrachten, gedetacheerd personeel en oproepkrachten. In de praktijk ontstaat er soms verwarring over wie precies verantwoordelijk is voor de veiligheid en gezondheid van werknemers die onder deze groepen vallen. Feitelijk is de werkgever die direct toezicht houdt en leiding geeft aan de werknemer verantwoordelijk voor de veiligheid. Dat is dus het bedrijf dat de uitzendkracht of andere flexwerker heeft ingeleend en wordt ook wel de inlener genoemd.

De inlener moet wel aan de uitlener (uitzendbureau, detacheringsbureau) doorgeven welke veiligheidseisen aan de orde zijn op de werkvloer. Ook de vereiste veiligheidscertificaten moeten bij de uitzendorganisatie en detacheringsbureau bekend zijn. Dan kunnen deze organisaties tijdens het werven en selecteren van kandidaten rekening houden met de veiligheidseisen. Indien gewenst kunnen de intermediairs op de arbeidsmarkt ook kandidaten opleiden op het gebied van veiligheid door het aanbieden van VCA opleidingen of certificaten op het gebied van veilig hijsen en veilig werken met een vorkheftruck. Tot slot hebben uitzendbureaus en andere intermediairs ook een doorgeleidingsplicht. De doorgeleidingsplicht is de wettelijke verplichting om elke kracht die via deze organisaties gaat werken tijdig op de hoogte te brengen van de werkzaamheden en de veiligheidsaspecten die daarbij horen.

Tot slot zijn ook de persoonlijke beschermingsmiddelen van groot belang. Persoonlijke beschermingsmiddelen worden vaak afgekort met pbm’s en zijn alle vormen van bescherming die persoonsgebonden door de werknemer moeten worden gedragen om het werk veilig uit te voeren. Daarbij kun je denken aan veiligheidskleding die indien nodig vlamvertragend is. Ook gehoorbescherming, gelaatbescherming, gezichtsbescherming, adembescherming horen bij de persoonlijke beschermingsmiddelen evenals werkschoenen.

Omdat werkzaamheden verschillen zijn er vaak ook verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing. Daarom dient een uitzendbureau in het kader van de doorgeleidingsplicht haar flexwerkers op de hoogte te brengen van de persoonlijke beschermingsmiddelen die gedragen moeten worden op de werkplek en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. De daadwerkelijke inlener dient er op toe te zien dat deze persoonlijke beschermingsmiddelen ook daadwerkelijk gedragen worden. Op dat gebied heeft de flexwerker ook een verantwoordelijkheid. Hij of zij zal zich aan de werkinstructie en veiligheidsinstructie moeten houden. Veiligheid draait voor een groot deel om communicatie en het nemen van verantwoordelijkheid. Zowel de intermediair, de opdrachtgever als de flexwerker hebben hierin een belangrijke rol.

Zonnepanelen slecht voor de gezondheid?

Zijn zonnepanelen slecht voor de gezondheid? Dat is een vraag die regelmatig voorbij komt op internet. Toch is het antwoord op de vraag niet makkelijk vindbaar. Zonnepanelen geven een bepaalde straling in de vorm van een elektromagnetisch veld. Dit is een veld met straling dat de zonnepanelen zelf opwekken. Toch is de straling hiervan erg zwak. Zonnepanelen geven laagspanning daarom is een omvormer nodig die de laagspanning geschikt maakt voor het lichtnet. Deze omvormer heeft ook een elektromagnetisch veld.

Elektromagnetisch veld omvormer
Op internet gaat het als men het heeft over de gezondheidsrisico’s van zonnepanelen vooral over het elektromagnetisch veld rondom de omvormer. Toch blijft ook deze elektromagnetische straling ruim onder de zogenaamde blootstellinglimiet. Deze blootstellinglimiet is de maximale dosis aan elektromagnetische straling waaraan een mens blootgesteld kan worden voordat er daadwerkelijk gezondheidsklachten optreden. Bij het bepalen van de blootstellingslimieten is bovendien met een veiligheidsmarge rekening gehouden omdat er nog veel moet worden uitgezocht met betrekking tot de schadelijke effecten van elektromagnetische straling.

Afstand tot elektromagnetisch veld
Het is in ieder geval bekend dat de kracht van een elektromagnetisch veld afneemt naar mate de afstand groter wordt. Hierbij wordt de vuistregel gehanteerd dat de sterkte van een elektromagnetisch veld vier keer zo klein wordt als de daadwerkelijke afstand tussen een object en een elektromagnetisch veld twee keer zo groot wordt. Hoe verder iemand zich dus bij een elektromagnetisch veld uit de buurt bevind hoe minder groot de kans is op eventuele gezondheidsklachten. Men zou daarom een omvormer zo ver mogelijk bij de slaapplekken en huiskamer uit de buurt kunnen plaatsen.

Wetenschappelijk bewijs
Veel wetenschappelijk bewijs is er niet betrekking tot stralingsgevaar vanuit zonnepanelen. Toch zijn er veel mensen met stralingszorgen. De bezorgdheid met betrekking tot de effecten van straling kan voor sommige mensen al stress opleveren. Gelukkig kan men technisch het nodige doen om straling zoveel mogelijk uit de buurt te houden van mensen. Hou er rekening mee dat elektrische apparatuur altijd een bepaalde mate van straling met zich meebrengt. Daar kun je nooit geheel aan ontkomen.

Mocht u over aanvullende informatie over dit onderwerp beschikken, die van belang is om te delen op internet, dan kunt u dit mailen via de contactpagina.

Hoe gevaarlijk zijn PFAS?

PFAS hebben een schadelijk effect op de gezondheid en het milieu. Jacob de Boer, hoogleraar milieuchemie en toxicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam heeft aan de NOS bekend gemaakt dat PFAS voor bepaalde vormen van kanker kunnen zorgen. Over PFAS zegt hij: “Het zijn stoffen die nierkanker kunnen veroorzaken en teelbalkanker. Het kan zelfs een effect hebben op de vaccinaties bij kinderen, die kunnen minder effectief worden.”

Toch is er nog een hoop onduidelijk over de schadelijkheid van PFAS. Met name op het gebied van de concentratie van PFAS in bijvoorbeeld de grond of het oppervlaktewater is veel onduidelijk. Bij hoeveel microgram PFAS kan men spreken over een schadelijke dosis? Er wordt nog veel onderzoek over gedaan. Opvallend is wel dat in oktober 2019 nog een richtlijn werd vastgesteld van 0,1 microgram PFAS per kilo vervuilde grond terwijl men tegen het einde van november 2019 een nieuwe norm kreeg te horen. Toen stelde de RIVM de norm bij naar 0,8 microgram.

Hoeveel is 0,8 microgram?
De vraag die men zich zou kunnen stellen is: ‘hoeveel is nu eigenlijk 0,8 microgram?’ Dit is minder dan een miljoenste deel van een gram. Dat maakt duidelijk hoe weinig PFAS eigenlijk in de grond aanwezig mogen zijn. Ook bij de nieuwe norm is dat dus nog steeds een hele kleine hoeveelheid. PFAS zijn chemische kunstmatige stoffen die onder andere in pannen zitten met een antiaanbaklaag maar ook in waterafstotende kleding. Het worden eeuwige stoffen genoemd omdat de niet door het milieu afgebroken kunnen worden. Ook in het menselijk lichaam kunnen ze niet afgebroken worden.

Er zijn echter verschillende soorten PFAS. Omdat het een verzamelnaam is voor vele kunststoffen zijn ook de eigenschappen van deze kunststoffen verschillend. “De laagste risicogrens geldt voor GenX” zegt Arjen Wintersen van het RIVM. “Daarvan zijn er tot 8 microgram PFAS per kilo grond geen risico’s voor de mens” zegt Wintersen tegen de NOS. Eerder in 2019 heeft het RIVM bepaald hoeveel PFAS schadelijk zijn en welke dosis nog geen schadelijke effecten heeft op de mens. Daarvoor werden literatuurstudies gebruikt. Deze studies gingen echter over dierproeven waarbij dieren werden blootgesteld aan hoeveelheden PFAS. In 2020 wordt verder gegaan met onderzoek naar PFAS. Dan wordt ook een nieuwe norm verwacht. De norm van 0,8 microgram is dus een tijdelijke norm.

Wat is een burn-out?

Een burn-out is een term die wordt gebruikt voor mensen die last hebben van een psychologisch (mentaal) energietekort ten gevolge van een periode van stress, werkdruk of andere situatie waarin teveel mentale energie werd vereist en overbelasting is veroorzaakt. De term burn-out is Engels en kan men in het Nederlands het beste vertalen met ‘opgebrand zijn’. Dit opgebrand zijn wordt gebruikt als metafoor voor een gevoel van lusteloosheid en vermoeidheid. Men heeft geen motivatie meer om werk te verrichten en kampt met psychische klachten. Een burn-out heeft andere oorzaken dan een bore-out. Een bore-out wordt veroorzaakt door een gebrek aan uitdaging en afwisseling in het werk terwijl een burn-out juist wordt veroorzaakt door teveel werkdruk en werkstress. Hieronder kun je meer lezen over de oorzaken van een burn-out.

Oorzaken burn-out
Veel mensen denken dat een burn-out ontstaat vanwege werkstress maar een burn-out kan meerdere oorzaken hebben. Ook in de privéomgeving kan een burn-ontstaan vanwege relatieproblemen, financiële problemen, vanwege het mantelzorg of andere oorzaken waardoor iemand meer energie moet geven dan hij of zij ontvangt. Burn-outklachten kunnen ook ontstaan in combinatie met depressiviteit of andere psychische problemen. De oorzaken van een burn-out zijn dus verschillend. Als er weinig steun of ondersteuning is in de directe omgeving van de persoon dan kunnen burn-outklachten erger worden. Men kan dan de grip op de situatie en het dagelijkse leven kwijtraken en de dagelijkse werkzaamheden en bezigheden niet meer goed uitvoeren. Dit wordt ook wel overbelasting of overspanning genoemd. Als deze klachten langer dan een half jaar duren spreekt men van een burn-out.

Wat zijn de klachten van een burn-out?
Mensen die last hebben van een burn-out kunnen verschillende klachten hebben. Deze klachten duren in ieder geval een half jaar. De klachten die horen bij een burn-out zijn zowel psychisch als lichamelijk. Psychische klachten zijn bijvoorbeeld een uitgeput gevoel, gemakkelijk boos worden of juist snel huilen. Ook piekeren en niet tegen drukte of lawaai kunnen horen bij de psychische klachten van een burn-out. Vaak zijn er ook lichamelijke klachten zoals hartkloppingen, buikpijn, duizeligheid en maagpijn. Een burn-out kan per persoon verschillende klachten veroorzaken.

Last van een burn-out?
Als je last hebt van klachten die horen bij de symptomen van een burn-out dan is het verstandig om medische hulp in te schakelen en contact op te nemen met je leidinggevende / werkgever. Een burn-out is niet iets waar eenvoudig mee omgegaan moet worden. Door rust en goede medische en psychologische ondersteuning kan men de burn-out overwinnen en nieuwe energie krijgen om het leven en het werk weer vol goede moed te hervatten.

Wat is een bore-out?

Bore-out is een benaming voor een psychische toestand van een werknemer of werkneemster die door extreme verveling op het werk lusteloos, verveeld of zelfs vermoeid is geworden. Bore-out kan worden beschouwd als een tegenhanger van een burn-out. Een burn-out is echter een veel bekender begrip. Bij een burn-out is er echter sprake van werkdruk en stress die er voor zorgen dat een werknemer ‘opgebrand’ raakt. Daarmee wordt bedoelt dat de werkdruk teveel energie kost van de werknemer waardoor deze oververmoeid raakt. Bij een bore-out is er echter geen sprake van bovenmatige werkdruk maar juist van eentonig werk waardoor het werk als saai of zelfs nutteloos wordt ervaren.

Hoe ontstaat een bore-out
Werknemers die gedurende lange periode eentonig werk uitvoeren kunnen daardoor zo verveeld raken dat ze psychische klachten krijgen. Dit kan bijvoorbeeld door routinematig werk maar ook doordat men werk doet wat te eenvoudig is waardoor er een gebrek aan motivatie ontstaat. Werknemers die niet gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan kunnen soms letterlijk met moeite opstaan uit hun bed om naar het werk te gaan. Doordat ze niet worden uitgedaagd door hun werkzaamheden en geen afwisseling in taken hebben kan de motivatie afnemen wat zich kan uiten in vermoeidheid en sufheid. De Zwitserse organisatieadviseurs Philippe Rothlin en Peter Werder hebben de term “Bore-out” ingevoerd. Ze hebben de term gebruikt voor verveling en een gebrek aan motivatie van werknemers om werkzaamheden uit te voeren.

Overbelasting en onderbelasting
Als er bij een burn-out sprake is van een overbelasting van de werknemer dan is er bij een bore-out juist sprake van een onderbelasting van de capaciteiten van de werknemer. Het onderbelasten van een werknemer is een verschijnsel waar rekening mee gehouden moet worden door zowel de leidinggevenden als de werknemers zelf. Een werknemer te zwaar belasten is niet goed maar te weinig belasten van de werknemer kan ook risico’s met zich mee brengen. Veel werknemers willen zich verder ontwikkelen en hopen dit te kunnen en mogen doen bij hun werkgever.

Dit is echter niet altijd mogelijk. Werknemers kunnen dan kiezen om verder te solliciteren maar daar heeft niet iedere werknemer voldoende lef of mogelijkheden voor. Sommige werknemers dreigen een bore-out te krijgen maar durven niet verder te solliciteren naar een baan bij andere bedrijven omdat ze dan bang zijn hun vaste contract op te geven voor een onzekerder flex arbeidsverband. Doordat de situatie niet veranderd kan een werknemer ‘vastgeroest’ raken waardoor de werknemer zich ongelukkig kan voelen. Ook de omgeving, bijvoorbeeld de thuissituatie, kan druk uitoefenen op de werknemer om zichzelf verder te ontwikkelen terwijl dit onder de huidige omstandigheden niet mogelijk is.

Kwalitatieve en kwantitatieve onderbelasting
Het gebrek aan uitdaging kan verschillende oorzaken hebben. Deze oorzaken hebben altijd te maken met de medewerker in relatie met de werkomgeving of arbeidsomstandigheden. Denk hierbij aan het opleidingsniveau van de werknemer in relatie met het kennisniveau dat nodig is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Ook is het mogelijk dat een medewerker meer werk aan kan dan er geboden wordt. Soms is het aanbod aan werk tijdens een werkdag gering. Als er weinig werk te doen is heeft men het kwantitatieve onderbelasting. Als er wel voldoende werk is maar weinig inspirerend of weinig uitdagend werk dan heeft men het over kwalitatieve onderbelasting.

Bore-out voorkomen
Een bore-out kan net als een burn-out de duurzame inzetbaarheid van werknemers in gevaar brengen. Daarom is het verstandig dat werkgevers tijdig gesprekken aangaan met werknemers over hun ambities en mogelijkheden binnen de organisaties. Een bore-out kan namelijk worden voorkomen. Ook werknemers moeten goed bij zichzelf nagaan of ze hun werk nog wel uitdagend genoeg vinden. Daarbij kunnen ze wellicht ook zelf invloed uitoefenen op de diversiteit en kwantiteit in het takenpakket. Een goed overleg met een loopbaanbegeleider of loopbaancoach zou ook een oplossing kunnen bieden wanneer een overleg tussen een werknemer en werkgever onvoldoende resultaat heeft opgeleverd.

Bore-out en veiligheid
Door een bore-out kan ook de betrokkenheid en de concentratie van de werknemer achteruitgaan. Dat is ongewenst omdat daardoor ook de veiligheid in het geding is. Als mensen minder betrokken zijn bij hun werk en bij hun omgeving bestaat de kans dat er fouten ontstaan of onveilige situaties niet tijdig worden geconstateerd en gerapporteerd. Dat kan ernstige gevolgen hebben voor de werknemer zelf maar ook voor de personen, materialen en het milieu. Het voorkomen van een bore-out is daarom ook vanuit het oogpunt van veiligheid erg belangrijk.

VCU uitzendbureau Technicum heeft specifieke werkinstructie voor monteurs van zonnepanelen

Technicum uitzendbureau is VCU gecertificeerd, dat betekent dat het technische uitzendbureau extra veel aandacht heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu. Vanuit de Arbowetgeving moeten uitzendbureaus de zogenaamde doorgeleidingsplicht hanteren in de arbeidsbemiddeling. Deze doorgeleidingsplicht is gericht op het verstrekken van veiligheidsinstructies en werkinstructies. Omdat de risico’s bij het monteren van zonnepanelen sterk afwijken van de risico’s bij het “normale” elektro installatiewerk, heeft Technicum een speciaal Arbodcument gemaakt waarin vooral veel aandacht is voor valgevaar.

Arbodocument voor monteurs in de zonnepanelen
Het nieuwe Arbodocument bevat alle werkvoorschriften en veiligheidsvoorschriften die van toepassing zijn in de installatietechniek plus de specifieke voorschriften die van toepassing zijn op werk als monteur in de zonnepanelen. Zo werken monteurs in de zonnepanelen via Technicum altijd met de juiste instructies en de beste persoonlijke beschermingsmiddelen. Dat geeft een goed gevoel. Technicum hecht veel waarde aan de veiligheid voor haar personeel. De uitzendorganisatie beschouwt dit niet alleen als een verplichting die voortvloeit uit het VCU maar ook als een morele plicht die een technisch uitzendbureau als goed werkgever zou moeten hebben.

Wat is Chroom-6?

Chroom-6 of chroom (VI) is een positief geladen geproduceerde variant van natuurlijk chroom (Cr). Het zijn chroom houdende verbindingen met zeswaardig chroom, zoals chroomzuur, chroomtrioxide, dichromaten en chromaten en worden gebruikt voor het beschermen van metaal (ferro) tegen roest. Let op! Chroom-6 is zeer schadelijk voor de gezondheid, het tast het DNA van mensen en dieren aan en kan verschillende soorten kanker veroorzaken! Hieronder is meer informatie over Chroom-6 en de schadelijke effecten daarvan weergegeven.

Waarvoor werd Chroom-6 gebruikt?
Chroom-6 werd vooral in de periode tussen de jaren 60 en 80 veel gebruikt. Voor corrosiebestrijding werd Chroom-6 in het verleden aan de oppervlakte van het metaal aangebracht. Chroom-6 werd overigens niet alleen op metaal aangebracht deze zeer giftige stof werd ook in hout, verf en zelfs plastic verwerkt. Zo kan het voorkomen dat men bij he schuren van chroomhoudende verflagen kleine deeltjes Chroom-6 door de lucht verspreid. Deze chroomhoudende verflagen kunnen bijvoorbeeld op bepaalde vliegtuigen, auto’s en andere voertuigen zitten.

Hoe komt Chroom-6 vrij?
Chroom-6 kan in de atmosfeer komen door het werken met het materiaal. Er kunnen dampen afkomen die bij inademing schadelijk zijn. Ook bij het lassen van sommige soorten roestvaststaal kan Chroom-6 vrij komen en bij het zagen van hout dat met Chroom-6 is geïmpregneerd hout. Door het zagen en schuren van hout en metaal dat Chroom-6 bevat kunnen kleine fijnstofdeeltjes vrijkomen van dit gevaarlijke materiaal.

Hoe ziet Chroom-6 er uit?
Chroom-6 wordt door chemici meestal chroom(VI) genoemd. Daarnaast komt deze chemische stof ook voor als chroom(VI)oxide (CrO3). Deze aanduiding maakt duidelijk er zuurstofatomen aan het metaal zitten. CrO3 is een vaste stof in bijvoorbeeld korrelige vorm. Als men CrO3 in kleine korrelige vorm ziet dan lijken het net donkerrode steentjes. De stof lost goed op in water waardoor het water in combinatie met CrO3 een zeer sterk stuur vormt.

Gevaren van Chroom-6
Martin van den Berg, hoogleraar toxicologie aan de Universiteit Utrecht heeft in een artikel van Joost de Vries in de Volkskrant van 21 augustus 2014, 17:31 aangegeven wat de schadelijke effecten kunnen zijn van Chroom-6. Volgens deze expert in de toxicologie heeft Chroom 6 zeer schadelijke gevolgen voor de gezondheid als men er aan wordt blootgesteld. Chroom-6 kan onder ander longkanker veroorzaken maar ook kanker in de neus en neusbijholte. Verder kunnen er door de blootstelling aan Chroom-6 verschillende soorten allergieën, chroomzweren en chronische longziekten ontstaan. Chroom-6 verbindingen zijn ook giftig voor de voortplanting.

Hoe komt Chroom-6 het lichaam binnen?
Een gevaarlijk aspect van Chroom-6 is dat deze stof op drie manieren in het menselijk lichaam kan komen. Dat kan bijvoorbeeld door inademing, maar ook door inslikken en via de huid door de poriën. Volgens de hoogleraar toxicologie is Chroom-6 daardoor gevaarlijke dan asbest. Asbest wordt namelijk nauwelijks door de huid opgenomen en is vooral via inademing schadelijk voor de mens. Als men met Chroom-6 zou werken zou men het hele lichaam tegen deze gevaarlijke stof moeten beschermen inclusief de ademhaling.

Generieke poortinstructie op bouwprojecten

De bouw- en installatiesector gaat vanaf 1 april werken met een Generieke Poortinstructie (GPI). Dit is een veiligheidsinstructie (bovenop Basisveiligheid VCA) die alle medewerkers die een bouwplaats willen betreden, vooraf moeten hebben gevolgd en waarover een toets moet worden afgelegd. Het doel: een hoger veiligheidsniveau.

Voor wie geldt de GPI?
De GPI geldt voor álle medewerkers die werkzaamheden verrichten op een bouwplaats: hoofdaannemers, onderaannemers, toeleveranciers, ingehuurde krachten, opdrachtgevers, vertegenwoordigers en ingenieursbureaus. Bezoekers, die onder begeleiding een bouwplaats op gaan, hoeven niet in het bezit te zijn van een GPI, maar kunnen gratis een speciale veiligheidsfilm bekijken via de website gpi.explainsafe. Als je een werkplekinspectie gaat uitvoeren kan het noodzakelijk zijn om de film te bekijken.

Online instructie en toets
De medewerker volgt via internet (thuis, via de smartphone of bij ons op kantoor) een instructie en doet aansluitend een toets, vóórdat hij naar de bouwplaats komt. De instructie duurt ongeveer 15 minuten en bestaat uit videofragmenten. De toets bestaat uit 10 vragen. De instructie is in zes talen te volgen en de toets is in 17 talen te maken. De kosten voor een inlogcode bedragen € 8,75 excl. BTW. Met 1 inlogcode kan een medewerker 3 maal de toets afleggen. Wie de eerste keer zakt, heeft dus nog twee pogingen over.

Certificaat en geldigheid
Wanneer de medewerker de toets succesvol heeft afgerond (minimaal 8 van de 10 vragen goed), ontvangt de medewerker een certificaat dat één jaar geldig is. Dit certificaat moet de medewerker altijd bij zich hebben om bij de poort van een bouwplaats te kunnen tonen. Zonder certificaat wordt de medewerker – vanaf 1 april 2019 – niet meer toegelaten op onze bouwplaatsen. Ook wordt de medewerker automatisch toegevoegd aan het Register GPI. Op achternaam en geboortedatum kan gecontroleerd worden of iemand werkelijk in het bezit is van een geldig certificaat. De GPI is 1 jaar geldig.

Welke bedrijven kunnen vragen om de GPI?

De GPI geldt op alle bouwplaatsen van de bedrijven die zich hebben
aangesloten bij de Governance Code ‘Veiligheid in de Bouw’ (GCVidB), waaronder:

  • BAM
  • VolkerWessels
  • Dura Vermeer
  • Ballast Nedam
  • TBI
  • Prorail
  • Heijmans
  • Strukton
  • Unica

Wat is een tropenrooster?

Een tropenrooster is een aanpassing in de een indeling van de dag of week van een basisschool of bedrijf die gebaseerd is op het zoveel mogelijk vermijden van leren en werken onder warme temperaturen. In feite probeert men met een tropenrooster het werk of het leerproces onder aangenamere temperaturen te laten uitvoeren dan het normale of standaard rooster. Een tropenrooster is vooral een term die wordt gebruikt in het onderwijs en dan met name op de basisschool maar steeds meer bedrijven gebruiken deze term om hun roosters aan te passen. Dit doen ze als er sprake is van een hittegolf of een andere langdurige periode waarin werknemers worden gehinderd door hitte. Het bestuur van basisscholen en het bedrijfsleven hebben van de overheid een grote mate van vrijheid gekregen om een tropenrooster in te stellen als er sprake is van zeer warm weer.

Doelstelling tropenrooster
Het doel van het tropenrooster is het welzijn van de werknemers, leerlingen en docenten te bevorderen. In het bedrijfsleven wordt steeds vaker de term tropenrooster gebruikt en wordt ook een dergelijk rooster ook vaker ingevoerd. Daarbij kun je denken aan een verschuiving van de werkuren zodat men eerder gaat beginnen met werken en daardoor ook eerder kan stoppen. Dat betekent in de praktijk dat men meestal in de vroege ochtend start wanneer het nog enigszins koel is en in de middag stopt wanneer het warm is. Naast de gezondheid van de werknemers en leerlingen is het tropenrooster ook bevorderlijk voor de productiviteit van een bedrijf. Onder hoge temperaturen neemt namelijk de concentratie van mensen af en raakt men bovendien sneller vermoeit en uitgeput.

Waarom een tropenrooster invoeren?
Wettelijk is er geen verplichting die bepaald dat er een tropenrooster moet worden ingevoerd en bij welke temperaturen het werk stilgelegd moet worden. Wel komt er vanuit de Arbowetgeving duidelijk naar voren dat werkgevers en werknemers verantwoordelijkheden dragen als het gaat om veilig werken en het bevorderen van de veiligheid en gezondheid van de werknemers en alle andere aanwezigen op de werkvloer of het bedrijfsterrein. Werken onder hoge temperaturen in de volle zon is zeer risicovol en moet daarom zoveel mogelijk vermeden worden. Als een tropenrooster daarbij een oplossing kan bieden dan verdient het de aanbeveling om een dergelijke roosteraanpassing in te voeren.

Technicum uitzendbureau: tips over veilig werken onder hoge temperaturen

Het klimaat verandert en dat betekent dat er grotere verschillen ontstaan in de temperatuur. Er zijn periodes waarin er sprake is van langdurige hitte. Met name in de techniek kan dat zorgen voor problemen want veel technisch werk is buiten. Bovendien moet men in de techniek in het kader van veiligheid en gezondheid persoonlijke beschermingsmiddelen, werkkleding en werkschoenen dragen die onder hoge temperaturen vaak voor een extra opwarming van het lichaam zorgen. Technicum uitzendbureau heeft in samenwerking met Technischwerken.nl de volgende tekst geschreven over veilig werken onder hoge temperaturen.

Wanneer is het te warm om te werken?
Dat is een vraag die bij Technicum regelmatig naar voren komt in de zomerperiode. Er is echter geen duidelijk antwoord op te geven want er is geen wettelijke grenswaarde die bepaald dat er vanaf een bepaalde temperatuur niet meer gewerkt hoeft te worden. Op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt aangegeven dat werkgevers na horen te denken over maatregelen wanneer de temperatuur hoger is dan:

  • 25 graden: voor werknemers die zwaar fysiek werk doen;
  • 26 graden: voor werknemers die fysiek werk doen;
  • 28 graden: voor werknemers die licht fysiek werk of kantoorwerk doen.

Vanuit de Arbowetgeving wordt ook benadrukt dat niet alleen de omgevingstemperatuur bepalend is voor de temperatuurbeleving van werkzaamheden. Andere factoren die invloed hebben op de temperatuurbeleving zijn de relatieve luchtvochtigheid. Ook de luchtsnelheid of luchtstroming heeft invloed op de temperatuurbeleving. Het dragen van werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen heeft ook een invloed. Het lichaam moet de warmte ook kwijt kunnen. Als het lichaam te veel bedekt is kan het de warmte niet kwijt.

Ook het verdampte zweet kan niet wegkomen waardoor men oververhit kan raken. Iemand die veel beweegt en zware lichamelijke arbeid verricht zal eerder problemen krijgen met de hitte dan iemand die nauwelijks beweegt en een kantoorfunctie heeft. Toch heeft ook het werk op kantoor bepaalde risico’s. direct invallend zonlicht kan de temperatuur in een ruimte behoorlijk laten stijgen. Er ontstaat veel warmteontwikkeling en bovendien kan zonlicht op glas verblindend werken en zorgen voor een gestoorde waarneming op beeldschermen.

Risico’s van het werken in de hitte
Het werken bij hoge temperaturen, vooral in de zon, brengt extra risico’s met zich mee. Werken in de zon kan de warmtebalans verstoren. Dit doet zich meestal voor bij werknemers die in de buitenlucht werken (zoals bouwvakkers, wegwerkers en hoveniers). De UV straling kan de huid verbranden dit is pijnlijk maar kan ook op termijn leiden tot huidkanker wat zeer ernstig is. Bovendien kan werken in de zon zonder hoofdbescherming leiden tot een zonnesteek.
Spieren die veel bewegen kunnen bij hoge temperaturen sneller oververhit raken. Daardoor neemt de kracht van de spieren af en neemt ook de effectiviteit af. Werknemers krijgen dan meer moeite met het verplaatsen van bepaalde gewichten terwijl ze daar onder normale temperaturen onder de 25 graden minder last mee hebben. Daarnaast zal ook de concentratie ook iets afnemen. Dit concentratieverlies treed al op als iemand langer dan een uur in de hitte werkt. Bovendien kan dit er voor zorgen dat er een grotere kans ontstaat op ongevallen.

Warmteziektes
Een te hoge omgevingstemperatuur is niet goed voor mensen als ze langdurig aan deze temperatuur worden blootgesteld. Werken onder hoge temperaturen kan zorgen voor ernstige ziekteverschijnselen. Men heeft het daarbij ook wel over warmteziektes. De volgende warmteziektes kunnen optreden:

  • Warmte-uitslag: doordat de huid langdurig vochtig is door zweet raken de zweetklieren verstopt. Dat zorgt er voor dat de huid minder goed haar warmte kwijt kan. Zweten wordt lastiger en er ontstaan blaasjes die een jeukend en brandend gevoel geven.
  • Hittekrampen: dit is een probleem dat vooral ontstaat in de spieren en gewrichten. Bij langdurige hitte ontstaan krampen in met name de benen en buikspieren. Deze krampen ontstaan niet alleen door de hitte maar vermoedelijk ook door een gebrek aan zout.
  • Hitte-uitputting: bij zware inspanning en hoge temperaturen raakt het lichaam uitgeput. Het lichaam heeft onder hoge temperaturen moeite om de bloedvoorziening naar de spieren, hersenen en huid op peil te houden. Als men stopt met werken en de inspanning dus stopt kan men ook onwel worden. Dit komt omdat de bloeddruk dan ineens te snel naar beneden gaat. Mensen die last hebben van hitte-uitputting wordt bleek in het gezicht en krijgen vaak last van hoofdpijn, duizeligheid en lopen minder stabiel (worden wankel). Kenmerken zijn onder andere bleekheid, duizeligheid, hoofdpijn en een onstabiele loop.
  • Hitteberoerte: als een hitte-uitputting ernstiger wordt spreekt men van een hitteberoerte. Dan krijgt men echt last van koortsklachten en kan de lichaamstemperatuur boven de 41˚C komen. Dit zorgt er voor dat het zenuwstelsel wordt aangetast. De kenmerken van hitte-uitputting zijn merkbaar maar er komen nog meer symptomen bij. Zo kunnen mensen met een hitteberoerte ook last krijgen van een rode of hete droge huid, krampen en stuiptrekkingen. Daarnaast treed er vaak ook een gedragsverandering op. Men toont vaak ook afwijkend gedrag. Zo kan men verward, chagrijnig, prikkelbaar of agressief worden. Ook kan men last krijgen geheugenverlies. Tot slot kan men bewusteloos raken of zelfs sterven.

Risicogroepen
Het effect van warmte op het lichaam van een mens verschilt. Er zijn bepaalde risicogroepen die extra gevoelig zijn voor hitte. Vrouwen hebben over het algemeen meer last van de warmte dan mannen. Voor werknemers die vallen in de volgende categorieën is werken bij hoge temperaturen extra gevaarlijk:

  • Zwangere werknemers
  • Werknemers met een slechte conditie
  • Werknemers met een extreem laag gewicht (minder dan 50 kg)
  • Werknemers met een hoog vetgehalte
  • Werknemers met hart- en vaatziekten
  • Werknemers die geneesmiddelen gebruiken

Mensen die tot bovenstaande categorieën behoren moeten extra voorzichtig zijn. Als ze last krijgen van bepaalde symptomen die hiervoor zijn genoemd is het verstandig om even een stapje terug te doen en verkoeling op te zoeken. Uit voorzorg kunnen ze advies inwinnen bij een huisarts of bedrijfsarts over werken onder hoge temperaturen.

Maatregelen bij het werken in de hitte
Hitte vormt een extra risico op het werk. Het is belangrijk dat werkgevers zorgen voor het welzijn van werknemers en het werken bij hoge temperaturen zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Als voorkomen van werken onder hitte echt niet mogelijk is moet de werkgever de risico’s beperken door:

  • Een goede ventilatie en luchtstroom realiseren;
  • De duur van werkzaamheden in de warmte verkorten door bijvoorbeeld meer pauzes in te voeren;
  • Ook kan men juist eerder starten met werken in de koele ochtenduren zodat de werknemers ook eerder hun werkzaamheden kunnen stoppen. Hierbij kun je denken aan een zogenaamd tropenrooster.
  • Werkzaamheden moeten zoveel mogelijk worden uitgevoerd in de schaduw of op andere koele plaatsen. Het is belangrijk dat de werkgever de werknemer regelmatig laat wisselen met werk op een koelere plek;

Wat kunnen werknemers zelf doen om de risico’s beperken:

  • Draag indien mogelijk zoveel mogelijk luchtige kleding.
  • Drink veel water;
  • Probeer zoveel mogelijk in de schaduw te werken:
  • Bedek je hoofd met een pet die voldoende schaduw werpt op je gezicht;
  • Smeer je in met zonnebrandcrème met een goede beschermingsfactor:
  • Zorg dat je genoeg rust krijgt en houdt pauzes in de schaduw indien mogelijk;
  • Zorg dat het zoutgehalte in het lichaam op peil blijft. Doordat je zweet verliest je lichaam (te) veel zout.

Blijf veilig werken
Werken onder hoge temperaturen is voor veel werknemers onprettig. Vooral wanneer men warme werkkleding draagt is de verleiding misschien groot om die warme lasoverall of die bedompte bouwhelm niet te gebruiken bij deze hitte. Dat is echter niet verstandig. Deze beschermingsmiddelen zijn noodzakelijk voor je eigen veiligheid en gezondheid. Door de hogere temperaturen verliest men vaak de concentratie waardoor de kans op ongevallen groter wordt. Om die reden is het belangrijk om in ieder geval de veiligheidsvoorzieningen en persoonlijke beschermingsmiddelen te benutten. Als je veel last hebt van hitte moet je overleggen met de leidinggevende. Met hem of haar kun je afspraken maken of het mogelijk is dat je:

  • Je tijdelijk ander werk kunt doen waarbij je deze PBM’s niet hoeft te dragen;
  • Je tijdelijk kunt werken in koelere omgeving;
  • Je extra pauzes mag nemen waarbij je in een koelere omgeving wat kunt afkoelen.

Implementatieplan OHSAS 18001

Wanneer een organisatie een goed Arbozorgsysteem wil opzetten om de veiligheid binnen het bedrijf te waarborgen kan er voor gekozen worden om OHSAS 18001 te implementeren. Om een Arbozorgsysteem te implementeren binnen een organisatie heeft de SCCM (Stichting Coördinatie Certificatie Milieu- en Arbomanagementsystemen) een 10-stappenplan ontwikkeld. Door het volgen van deze 10 stappen is een organisatie klaar om gecertificeerd te worden voor OHSAS 18001. Hieronder is het stappenplan van de SCCM uitgewerkt door Douwe Sjoerd Heinsma en Tsjerk van der Meij, die beide studenten HRM zijn aan de NHL Leeuwarden.

Stap 1: Betrokkenheid creëren en concreet bij de directie
De eerste stap van het stappenplan of implementatieplan van OHSAS 18001 draait om de betrokkenheid van de top. Het is van belang dat de directie betrokken is bij het realiseren en bewaken van het arbozorgsysteem. De directie is namelijk verantwoordelijk voor het streven naar een goed werkend arbozorgsysteem. De top van de organisatie moet op de hoogte blijven van de meest voorkomende risico’s in de organisatie. Ook moet de directie de kansen en verwachtingen van de belanghebbenden goed in beeld hebben. Bij elke stap die wordt gezet binnen het Arbozorgsysteem moet de directie keuzes maken. De directie van een organisatie heeft hierin dus een actieve rol en moet snel, goede besluiten kunnen nemen op deze gebieden.

Stap 2: Vastleggen van het toepassingsgebied van het arbozorgsysteem
Na de eerste stap moet bepaald worden op welke activiteiten van de organisatie het arbozorgsysteem betrekking heeft. Tijdens deze stap moet dus onderzocht worden welke activiteiten onder het arbozorgsysteem vallen, met een oog op de verwachtingen van de belanghebbende partijen. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd door de Arbodeskundige in samenwerking met de directie. Uit het onderzoek komt naar voren met welke organisatieaspecten het arbozorgsysteem verband houdt. De uitkomst van het onderzoek is van belang voor de volgende stappen die moeten worden ondernomen.

Stap 3: Uitvoeren van de nodige inventarisaties
Door de implementatie van het Arbozorgsysteem wordt er een nieuw beleid ontwikkeld op het gebied van de arbeidsomstandigheden. Om dit beleid te kunnen ontwikkelen zullen er ook de nodige inventarisaties plaatsvinden om inzicht te krijgen van de belangrijkste punten op het gebied van de arbeidsomstandigheden. Daarin wordt rekening gehouden met de behoeften en verwachtingen van de belanghebbenden gepaard met de eisen uit de wet en regelwetgeving die van toepassing zijn op de arbeidsomstandigheden. Het is de taak van de Arbodeskundige, voor nu en voor de toekomst, om deze inventarisaties uit te voeren.

Stap 4: De risico’s en de kansen bepalen
Na stap 3 kan de organisatie aan de hand van de uitkomsten van de inventarisaties bepalen welke risico’s en kansen er voor de organisatie aanwezig zijn op arbo-gebied en welke er speciale aandacht nodig hebben. Voor de risico’s die nog niet onder controle zijn, zijn extra maatregelen nodig. Hierin moet gekeken worden bij welke risico’s de meeste prioriteit ligt. Uit de inventarisaties van stap 3 kunnen ook kansen gevonden worden. Een kans is bijvoorbeeld een verbetering implementeren die niet per se hoeft. De Arbodeskundige zal deze risico’s en kansen in beeld brengen en deze voorleggen aan de directie.

Stap 5: Het bepalen van het beleid, doelstelling en de planning
Na de bovenstaande stappen is het nu van belang dat de directie keuzes maakt. Deze keuzes zullen gekaderd en vastgelegd worden in het nieuwe arbobeleid. In ieder geval staan hier de vereisten in tot het na leven van de wet- en regelgeving en het continu verbeteren van de Arboprestaties. Daarnaast is het belangrijk dat de directie het beleid concreet maakt. Op basis van keuzes van de directie wordt het beleid gerealiseerd en de doelstellingen er aan gekoppeld.

In stap 5 worden ook de kansen en risico’s vastgelegd in het strategische beleid. Het operationele (uitvoerende) beleid moet hierop aansluiten. Ook moet de voortgang gemonitord worden, dit kan met behulp van indicatoren. Door de indicatoren vast te stellen en hierop controles uit te voeren kan de voortgang worden bewaakt.

Stap 6: De wijze bepalen van beheersing van de Arbo gevaren en risico’s
De Arborisico’s die in de vorige stap zijn ingekaderd worden met behulp van OHSAS beheerst en waar mogelijk verminderd. Dit wordt gedaan doormiddel van verschillende maatregelen. Het is handig om procedures en instructies te realiseren zodat de medewerkers op dezelfde manier gaan werken. Daarnaast is het ook verstandig om maatregelen op technisch vlak vast te stellen. Dit kan doormiddel van metingen of controles. Het is raadzaam om dit toe te passen omdat er veel technische apparaten zijn binnen de fabriek en deze moeten veilig zijn voor de medewerkers en derden die binnen de fabriek werkzaam zijn. Daarnaast is het raadzaam om bepaalde zaken te gaan registreren. Bijvoorbeeld wanneer de accu’s van de heftrucks zijn vervangen of zijn bijgevuld. Door dergelijke zaken te registreren wordt de uitvoering hiervan beheerst. Daarnaast is het geven van training en overleg ook belangrijk zodat de werkzaamheden beheerst worden uitgevoerd. Buiten deze maatregelen zijn er nog meer mogelijkheden welke door de Arbodeskundige moeten worden onderzocht en in samenwerking met de directie worden ingekaderd.

Stap 7: Het invullen van ondersteunende maatregelen
Na het bepalen van de beheersing van Arborisico’s in de vorige stap moet er in stap 7 de ondersteunende maatregelen worden opgenomen. Hierbij valt te denken aan het opleiden van de medewerkers die invloed hebben op het Arbozorgsysteem. Daarnaast moeten er ook maatregelen worden opgenomen omtrent de communicatie binnen het Arbozorgsysteem en welke informatie moet worden gedocumenteerd.

Stap 8: Het invullen van de check & act maatregelen
Een Arbozorgsysteem bestaat uit een plan, do, check en act cyclus. In de voorgaande stappen zijn van deze cyclus de “plan” en de “do” delen behandeld. In stap 8 wordt er invulling gegeven aan de laatste twee onderdelen van deze cyclus, namelijk de “check” en de “act” onderdelen. Het onderdeel “check” bestaat uit het monitoren, meten, analyseren en het evalueren van de laatste twee stappen (6 en 7). Er moet beoordeeld worden of er met deze stappen de doelstellingen behaald kunnen worden. Er moet regelmatig bekeken worden of een organisatie voldoet aan de geïnventariseerde wettelijke en andere eisen, dit is de taak voor de Arbodeskundige. Bij het onderdeel “act” gaat het om het reageren op de afwijkingen, dit is de taak van de directie.

Stap 9: Controleren van OHSAS
Als de afgelopen acht stappen goed zijn doorlopen dan kan de organisatie ervan spreken dat zij een Arbosysteem hebben integreert binnen de organisatie. Om te controleren of dit klopt is het noodzakelijk om aan de hand van de norm OHSAS te bepalen of er ook daadwerkelijk aan alle eisen wordt voldaan en het systeem goed functioneert. Deze controle kan pas na minimaal 3 maanden na het invoeren van het systeem door een interne audit worden gedaan. Hierdoor kan het bedrijf zien in hoeverre men aan de norm voldoet. Daarnaast is het ook raadzaam om een directiebeoordeling te doen. Door deze controles uit te voeren weet de organisatie of het ingevoerde Arbozorgsysteem aan alle normeisen voldoet en functioneert in de praktijk.

Stap 10: Certificeren
Als de vorige stap goed is afgerond, dan functioneert het Arbozorgsysteem binnen de organisatie. Nu kan een certificatie-instelling langs de organisatie komen om het arbozorgsysteem te controleren. Als de auditor van deze certificatie-instelling na zijn controles het arbozorgsysteem volgens de norm OHSAS heeft goed gekeurd dan is het bedrijf officieel OHSAS gecertificeerd.

Samenvattend
Om OHSAS te implementeren binnen een organisatie kunnen de bovenstaande stappen worden doorlopen. Wanneer het bedrijf de implementatie van OHSAS succesvol afrond maakt dat inzichtelijk hoe het bedrijf met arbeidsomstandigheden omgaat en wordt er aan de Arbowetgeving voldaan. Dit betekend een betere veiligheid voor mens en machine. Ook zal de inspectie SZW minder vaak langs hoeven te komen wanneer het OHSAS systeem is ingevoerd.

Begrippen met betrekking tot een Arbozorgsysteem

Wanneer een organisatie een Arbozorgsysteem wil invoeren komen er een hoop begrippen aan de orde. Men stelt zichzelf de vraag: “waar moet een organisatie rekening mee houden bij het invoeren van een Arbozorgsysteem?” Om een keuze te maken voor het juist arbozorgsysteem staan hieronder de relevante begrippen en richtlijnen met uitleg. Deze begrippen zijn verzameld en beschreven door Tjerk van der Meij in het kader van zijn HBO opleiding HRM. Het doel van deze bondige begrippenlijst is helderheid verschaffen met betrekking tot de termen die bij het ontwikkelen van een Arbozorgsysteem aan de orde komen. De hoeveelheid certificeringen en normen kunnen namelijk voor verwarring gaan zorgen. Daarom is het belangrijk dat er transparantie ontstaat.

VCA
VCA is de afkorting voor de Veiligheid en gezondheid Checklist Aannemers. Deze checklist biedt richtlijnen en normen voor bedrijven waarin een verhoogd risico veelvuldig voorkomt. Voorbeelden van dit soort bedrijven zijn bouwbedrijven, fabrieken en werkplaatsen. Deze checklist kan gecertificeerd worden. Werknemers kunnen ook nog persoonlijk gecertificeerd worden op VCA gebied. Leidinggevenden kunnen een VCA VOL behalen en een uitvoerende werknemer een VCA Basis. Voor uitzendorganisaties die personeel bemiddelen voor VCA gecertificeerde organisaties zijn het VCU certificaat voor het uitzendbureau en het VIL-VCU certificaat voor de persoonlijke certificering van de intercedent ingevoerd.

NPR 5001
Is de afkorting voor Nederlandse Praktijk Richtlijn. Zoals de naam als zegt, biedt dit richtlijnen om bedrijven te ondersteunen bij een Arbosysteem. Doordat het richtlijnen biedt stelt deze geen eisen, maar enkel ondersteuning. Deze richtlijn kan daardoor niet gecertificeerd worden.

OHSAS 18001
Dit is de afkorting voor Occupational Health and Safety Asssessment en is een internationale norm die gebaseerd is op de ISO 9001:2000 en de ISO 14001. Naast de eerder genoemde twee basisprincipes heeft OHSAS 18001 nog een principe, namelijk het eisen stellen aan de resultaten van het zorgsysteem. Daarnaast kan deze norm wel gecertificeerd worden.

Inspectie SZW
In Nederland worden controles met betrekking tot de Arboveiligheid, Arbowetgeving en het Arbobesluit uitgevoerd door een speciale inspectiedienst. Dit is de inspectie SZW. De afkorting SZW staat voor Sociale Zaken & Werkgelegenheid. Naast de controles met betrekking tot de Arbeidsomstandighedenwet houdt dit ministerie zich ook bezig met het opsporen van fraude en criminaliteit. Verder is de inspectie SZW actief in het bestrijden van uitbuiting van werknemers.
Zoals al werd genoemd is de inspectie SZW de controlerende macht op het gebied van Arbowetgeving. De inspectie kan controles uitvoeren bij organisatie naar de hoedanigheid van de Arboveiligheid en de RI&E. De inspectie mag boetes uitschrijven aan de werkgever.

RI&E
De RI&E is een risico-inventarisatie en -evaluatie en is sinds 1994 volgens de Arbowetgeving verplicht voor alle werkgevers in Nederland die werknemers in dienst hebben. In de RI&E worden de risico’s binnen de organisatie eerst geïnventariseerd, zoals: fysieke risico’s, veiligheidsrisico’s, het werken met gevaarlijke stoffen, ect.
Nadat alle risico’s zijn geïnventariseerd worden ze geëvalueerd. Binnen de evaluatie wordt er naar een aantal aspecten gekeken, denk aan:

  • Hoe groot is het risico?
  • Komt het risico veelvuldig voor?
  • Lopen werknemers en derden gevaar door dit risico?
  • Wat zijn de consequenties en/of gevolgen van dit risico?
  • Kan het risico schade voorzaken aan mens en materiaal?

Nadat de risico-inventarisatie en evaluatie is afgerond kan de organisatie met het plan van aanpak trachten de risico’s te bestrijden. Het plan van aanpak (PVA) is een van de laatste stappen van de RI&E. In het plan van aanpak komt concreet te staan hoe de risico’s voorkomen of uitgesloten kunnen worden. Vaak wordt bij het plan van aanpak gekeken hoe problemen bij de kern of de oorzaak kunnen worden aangepakt. De inspectie SZW controleert of het plan van aanpak voldoende nageleefd wordt door het bedrijf en het personeel dat dat werkzaam is.

Er zijn verschillende vormen van verplichte RI&E’s:

  • Organisatie met vrijwilligers: dit soort organisaties zijn alleen verplicht tot het opstellen van een RI&E wanneer er gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen;
  • Organisaties zonder fulltime dienstverbanden: deze organisaties zijn verplicht tot een RI&E, maar mogen een verkorte versie hanteren;
  • Organisatie met alleen uitzendkrachten in dienst: wanneer een werkgever alleen uitzendkrachten in dienst heeft is een RI&E verplicht. De uitlenende detacheerder dient hier een kopie van te ontvangen.

De keuze voor het arbozorgsysteem
Om het juiste arbozorgsysteem te realiseren binnen een organisatie moet er gekeken worden naar welke normen en richtlijnen het beste bij de organisatie passen. Hierbij vallen de richtlijnen van de NPR5001 als snel af. Omdat dit enkel ondersteuning biedt aan het arbozorgsysteem worden hier geen eisen aan gesteld. Daardoor kan het NPR niet gecertificeerd worden en zijn deze richtlijnen onvoldoende bruikbaar voor een internationaal bedrijf. Dan blijven er twee mogelijkheden over, het VCA en het OHSAS 18001.

VCA en OHSAS 18001
Ondanks dat beide normen en richtlijnen elkaar veel overlappen zijn er enkele verschillen tussen VCA en OHSAS 18001. Zo is het OHSAS 18001 een internationale norm voor het arbozorgsysteem, terwijl het VCA meer gericht is op alleen Nederland. Daarnaast is VCA ook alleen een checklist die enkel gericht is op de uitvoering van de werkzaamheden. De OHSAS 18001 is een compleet management systeem, dit houdt in dat het de cyclus bevat van beleid maken, uitvoeren, controleren en verbeteren. Daarbij is de wet- en regelgeving een belangrijk onderdeel. Iets wat bij VCA staat buitengesloten. Ook gaat het OHSAS 18001 uit van de gehele organisatie in tegenstelling tot VCA, wat zicht enkel richt op de gebieden waar een hoog risico aan de orde is.

Samenvattend

OHSAS is een Britse norm waar de Nederlandse overheid toezicht op heeft omdat deze norm verband houdt met de Arbowetgeving. Echter, wanneer een bedrijf OHSAS gecertificeerd is zal de inspectie SZW minder frequent controles uitvoeren. Doordat organisaties wegens OHSAS de Arbowet naleven en een RI&E moeten opstellen. Voor organisaties die internationaal opereren is het raadzaam om zich OHSAS te certificeren. VCA is in tegenstelling tot OHSAS een minder ‘harde’ certificering. VCA is een manier om beter aan de Arbowetgeving te voldoen en in het algemeen voor Nederlandse bedrijven voldoende.

OHSAS 18001-certificaat

OHSAS 18001 is een Britse certificering voor een Arbomanagementsystemen die internationaal wordt toegepast. De afkorting OHSAS staat voor “Occupational Health and Safety Assessment Series” maar officieel noemt men deze certificering BS OHSAS 18001. De OHSAS 18001 bevat normen met betrekking tot arbeidsomstandigheden die internationaal zijn overeengekomen en ook aansluiten bij de regelgeving in de Europese Unie op het gebied van arbeidsomstandigheden. De OHSAS 18001 certificaten worden afgegeven certificerende instellingen die onafhankelijk zijn. Deze instellingen zijn door Raad voor Accreditatie geaccrediteerd. Hieronder staat meer informatie over OHSAS 18001.

Waarom een OHSAS 18001-certificaat?
OHSAS 18001 is de wereldwijd geaccepteerde norm waarin eisen zijn vastgelegd met betrekking tot een arbomanagementsysteem. Het arbo-managementsysteem maakt inzichtelijk hoe de arbeidsomstandigheden in de organisatie worden geïnventariseerd, geëvalueerd en geoptimaliseerd. Op die manier worden de veiligheid en de gezondheid van de werknemers beter beschermd en wordt bovendien het arbeidsklimaat van de organisatie geoptimaliseerd. De arbeidsomstandigheden verschillen echter per sector en per bedrijf.

Arbomanagementsysteem is maatwerk
Dat zorgt er voor dat een arbomanagementsysteem maatwerk is. Met een arbomanagementsysteem worden de mogelijke gevaren en risico’s die binnen de organisatie aanwezig (kunnen) zijn geïdentificeerd en geëvalueerd zodat deze effectief kunnen worden bestreden en de veiligheid kan worden geoptimaliseerd. Bij het arbomanagementsysteem kijkt men overigens niet alleen naar de fysieke belasting en de fysische omstandigheden. Er wordt ook aandacht besteed aan psychosociale arbeidsbelasting en machineveiligheid.

Eisen vanuit de OHSAS 18001
Voor een arbomanagementsysteem kan men de ‘plan-do-check-act’ cyclus (PDCA) gebruiken. Naast deze uitvoeringscyclus worden door de OHSAS 18001 ook eisen gesteld aan de resultaten van het managementsysteem. Een belangrijke eis is dat het arbomanagementsysteem gericht moet zijn op een voortdurende verbetering van de arbeidsomstandigheden. Daarnaast moet het systeem er voor zorgen dat de arborisicico’s worden beheerst door de toepassing van plannen en acties van het bedrijf. Verder moet het arbomanagementsysteem voldoen aan alle wettelijke eisen die hierop van toepassing zijn.

OHSAS 18001 en de ISO 45001
OHSAS 18001 is internationaal dat houdt in dat verschillende landen over de gehele wereld de OHSAS 18001 hebben overgenomen als nationale norm voor het arbomanagementsysteem. Deze norm sluit met betrekking tot de opzet goed aan bij de ISO 14001-norm. Op het niveau van ISO wordt op dit moment gewerkt aan de ontwikkeling en formulering van een ISO-norm voor arbomanagementsystemen. Dit zal de ISO 45001 worden.
Wanneer de ISO 45001 standaard is aanvaard als een officiële norm zullen organisaties een aparte certificering voor ISO 45001, ILO-OSH of andere erkende certificeringen moeten aanvragen zodra hun bestaande certificering is verstreken. Ook de organisaties die gecertificeerd zijn voor OHSAS 18001 zullen dan moeten overgaan op een ISO 45001 certificering. Deze organisaties zullen dan geen OHSAS certificaat meer hebben maar een ISO 45001 certificaat nadat ze natuurlijk succesvol zijn gecertificeerd door een speciale ISCO 45001 geaccrediteerde keurinstantie.

Wat is een arbozorgsysteem?

Een arbozorgsysteem is een systematische aanpak van een bedrijf met betrekking tot het arbobeleid en alle bedrijfsprocessen die daarmee verbonden zijn. Bedrijven leggen in een arbozorgsysteem hun arbozaken vast zodat arborisico’s kunnen worden voorkomen en effectief kunnen worden opgelost. Arborisico’s zijn in feite alle risico’s met betrekking tot veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemers binnen een bedrijf en de werkomgeving waarin het bedrijf actief is. Dit kan dus ook een bouwproject zijn of een groot civiel project. Schrijver Tjerk van der Meij heeft tijdens zijn HBO opleiding Personeel en Organisatie informatie verzameld met betrekking tot het arbozorgsysteem. Hij heeft samen met Pieter Geertsma onderstaande samenvatting geschreven voor technischwerken.nl zodat de lezers van deze website de basisprincipes van het arbozorgsysteem leren kennen.

Waarom een arbozorgsysteem?
Binnen een organisatie is het raadzaam om een arbozorgsysteem te implementeren. Bedrijven zijn namelijk wettelijk verplicht om alles in het werk te stellen om werknemers zo veilig mogelijk te laten werken. Daarnaast is aandacht voor de arbeidsomstandigheden van belang om goed om te gaan met de medewerkers want zij zijn immers de drijvende kracht binnen een bedrijf. Men moet dus niet alleen voorkomen dat er ongevallen en calamiteiten plaatsvinden, ook de werksfeer en de aandacht voor de werknemers en het werkklimaat zijn van belang. Werknemers zullen namelijk verder gaan solliciteren als ze het bij een bedrijf niet goed naar de zin hebben en zich niet veilig en niet gewaardeerd voelen. Tegenwoordig ligt de aansprakelijkheid voor veiligheid, gezondheid en welzijn voor het grootse gedeelte bij de werkgever.

Om te zorgen dat de veiligheid, gezondheid en welzijn gewaarborgd voor de werknemers is kan een bedrijf kiezen voor de implementatie een arbozorgsysteem. Door in een arbozorgsysteem afspraken en regels schriftelijk vast te leggen wordt de kans op misverstanden en onduidelijkheden over het arbobeleid verkleind. De wet verplicht bedrijven bovendien om de richtlijnen uit de arbowet te verwerken in de bedrijfsvoering bijvoorbeeld door een risico inventarisatie en evaluatie (ri&e). Een arbozorgsysteem is een totaalaanpak voor een bedrijf dat uit verschillende onderdelen kan bestaan. Door een arbobeleid te voorzien van bijvoorbeeld arbohandboek in een arbozorgsysteem worden organisaties flexibeler. Men heeft namelijk documenten waarop men kan terugvallen wanneer de omvang van de organisatie veranderd of de verantwoordelijkheden in de functies wijzigen.

Doel arbozorgsysteem
Het doel van een arbozorgsysteem is het inrichten van bedrijfsprocessen met het oog op het bevorderen van de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemers en buitenstaanders op de werkplek door arborisico’s weg te nemen, te voorkomen of beheersbaar te maken. Deze zogenoemde Arborisico’s hebben betrekking op veiligheid, gezondheid en het welzijn van de leidinggevenden, werknemers en derden. De laatste groep mensen zijn buitenstaanders die geen dienstverband hebben bij het bedrijf maar wel aanwezig (kunnen) zijn op de werkplek. Daarnaast heeft een arbozorgsysteem ook het doel om duurzame inzetbaarheid van werknemers te bevorderen. Door het voorkomen van bedrijfsongevallen en het terugdringen van verzuim en arbeidsongeschiktheid draagt het arbozorgsysteem bij aan de duurzame inzetbaarheid van werknemers.

Twee principes van het arbozorgsysteem
Een arbozorgsysteem is gebaseerd op twee principes. Het eerste principe wordt procesgerichte benadering genoemd. Dit houdt in dat de bedrijfsprocessen van Smullers het uitgangspunt vormen bij de inrichting van het arbozorgsysteem. Binnen deze processen wordt gekeken waar verbeteringen mogelijk zijn op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn.
Het andere principe wordt de plan, do, check en act cyclus genoemd. Wat inhoudt dat de cyclus uit verschillende fasen bestaan. Tijdens de planfase wordt er een analyse uitgevoerd van de situatie en worden er plannen gemaakt om het doel te bereiken. Tijdens de Do fase worden de plannen uitgevoerd. Vervolgens worden deze uitgevoerde doelen tijdens de check fase getoetst en geëvalueerd. Tijdens de laatste fase: de act fase waarin de uitgevoerde en getoetste plannen worden gecorrigeerd of worden bijgesteld. Hier wordt dan weer een plan opgesteld en daarmee begint de cyclus opnieuw. Op deze manier wordt het arbobeleid van een organisatie een continue proces van verbetering en optimalisatie.

Arbomanagementsysteem of arbozorgsysteem
Een arbozorgsysteem wordt ook wel een arbomanagementsysteem genoemd. Dat is niet verwonderlijk want men moet het arbobeleid van een organisatie managen om er voor te zorgen dat de arbeidsomstandigheden voortdurend worden geoptimaliseerd. Het arbozorgsysteem dient verbonden te zijn met andere kwaliteitssystemen binnen een organisatie. Een organisatie die bijvoorbeeld VCA gecertificeerd is of VCU gecertificeerd is zal hiermee dus ook rekening dienen te houden in haar arbozorgsysteem. Verder is een arbozorgsysteem maatwerk. Dat houdt in dat dit systeem moet passen bij het bedrijf, de bedrijfsvoering, de arbeidsomstandigheden en de bedrijfscultuur. Daarom worden veel bedrijven vaak bijgestaan door externe specialisten bij het opstellen van een arbozorgsysteem.

Wat is lockout-tagout (LOTO)?

Lockout-tagout (LOTO) wordt ook wel lock en tag genoemd en is een veiligheidsprocedure die wordt gebruikt om gevaarlijke machines afgesloten te houden wanneer er onderzoek en reparaties aan de machines wordt verricht. door het lockout-tagout systeem kunnen machines niet zomaar weer worden opgestart omdat de machine op slot is gezet.

Werking lockout-tagout
Lockout-tagout is een veiligheidsprocedure waarbij gebruik wordt gemaakt van een speciaal soort slot. Dit slot bestaat uit een oogvormig slot met daaraan twee labels die voorzien zijn van gaatjes. Wanneer de klem van het slot gesloten wordt vallen de gaatjes precies over elkaar heen. Dat zorgt er voor dat er opening ontstaan waarin hangsloten geplaatst kunnen worden. Als er een hangslot in de gaatjes is aangebracht kan de lockout-tagout klem niet open. Het lockout-tagout systeem is een ideaal systeem voor het veilig werken aan machines. Vooral wanneer meerdere mensen werkzaamheden moeten uitvoeren aan dezelfde machine is het lockout-tagout systeem een effectieve veiligheidsprocedure.

In dat geval zal elke monteur zijn hangslot in de lockout-tagout labels hangen wanneer de machine is uitgeschakeld. De lockout-tagout klem hangt om de krachtbron van de machine waardoor de machine niet aangezet kan worden zonder dat de lockout-tagout klem is verwijderd. Elke monteur heeft 1 sleutel van het persoonlijke hangslot en houdt deze bij zich. Pas wanneer de monteur klaar is met zijn of haar werkzaamheden wordt het slot verwijderd uit het lockout-tagout label. Wanneer de laatste monteur zijn of haar persoonlijke slot heeft verwijderd kan de machine na toestemming van de verantwoordelijke weer worden aangezet. Dan wordt de lockout-tagout procedure afgesloten en de klem verwijderd.

Toepassing lockout-tagout
De lockout-tagout procedure wordt in verschillende landen als verplichte veiligheidsmethode gehanteerd voor het werken met gevaarlijke machines. In sommige landen is het gebruik van lockout-tagout zelfs wettelijk vastgelegd. Het lockout tagout systeem wordt in verschillende situaties voorgeschreven en gebruikt. Omdat de krachtbron wordt uitgeschakeld en afgesloten kunnen gevaren worden voorkomen zoals:

  • elektrificatie,
  • Contact met gevaarlijke stoffen,
  • Gevaren die ontstaan door hydraulische druk,
  • Gevaren die ontstaan door pneumatische druk/ luchtdruk,
  • Gevaren met betrekking tot draaiende delen van machines,

Wanneer een lockout-tagout veiligheidsprocedure toegepast wordt zullen de werknemers hiervan op de hoogte worden gebracht doormiddel van een veiligheidsinstructie, werkinstructie en een toolboxmeeting. Werknemers zijn verplicht om de werkzaamheden conform deze veiligheidsinstructie uit te voeren. Wanneer werknemers te weinig kennis hebben van de veiligheidsvoorschriften dan dienen ze dit vóór de aanvang van de werkzaamheden kenbaar te maken bij een leidinggevende. De werkzaamheden mogen pas worden gestart als de werknemer daadwerkelijk de juiste veiligheidsinstructie heeft ontvangen en de werkzaamheden veilig kan en mag uitvoeren.