Wat is een V&G-actieplan?

Een V&G-actieplan is een schriftelijk document waarin bedrijven inzichtelijk maken welke doelen ze willen bereiken op het gebied van veiligheid en gezondheid en hoe die doelen bereikt gaan worden. Bedrijven zijn verplicht om elk jaar een schriftelijk actieplan op te stellen met betrekking tot de veiligheid en de gezondheid op de werkvloer. Dit plan heeft de naam Veiligheids en Gezondheids Actieplan (V&G-actieplan). In het V&G-actieplan staan actiepunten en verantwoordelijkheden. Daarnaast is ook een tijdsplanning weergeven waarin bepaalde VG-doelstellingen behaald dienen te worden. Elk jaar zal het V&G-actieplan dienen te worden getoetst en indien nodig zal het V&G-actieplan moeten worden aangepast en bijgestuurd om actueel en praktisch toepasbaar te blijven.

Onderwerpen in het V&G-actieplan
In het V&G-actieplan zijn de volgende onderwerpen verwerkt:

  • De doelstellingen op het gebied van veiligheid en gezondheid.
  • De preventiemaatregelen die concreet genomen (zullen) worden.
  • Welke middelen daarvoor worden ingezet.
  • De manier waarop de veranderingen worden georganiseerd.
  • De kosten van de veranderingen.
  • Het materiaal dat nodig is.
  • De taakverdeling.
  • De tijdsplanning waarin de doelstellingen behaald dienen te worden.
  • Wie verantwoordelijk zijn voor de uitvoering.

Wat zijn de uitgangspunten V&G-wetgeving

De V&G-wetgeving is gericht op het bevorderen van de veiligheid op de werkvloer zodat werknemers onder zo veilig mogelijke arbeidsomstandigheden hun werk kunnen uitvoeren. V&G staat voor Veiligheid en Gezondheid, deze wetgeving wordt dus voluit Veiligheids- en Gezondheidswetgeving genoemd. De V&G-wetgeving schrijft voor dat de planning van de preventie en de uitvoering van V&G op het werk een vast onderdeel moet zijn van de bedrijfsvoering van een bedrijf.

Risicobeheersbeleid en Risico Inventarisatie en Evaluatie
Bedrijven moeten daarom een risicobeheersbeleid opstellen. Dit risicobeheersbeleid vormt een belangrijk onderdeel van het risicobeheerssyteem. De Risico Inventarisatie en Evaluatie vormt de uitwerking van het risicobeheersbeleid. Hierin inventariseert een bedrijf de aanwezige risico’s binnen het bedrijf. Daarnaast schrijft het bedrijf in een plan van aanpak welke stappen ondernomen (zullen) worden om de risico’s weg te nemen of te beheersen. De doelstelling van de Risico Inventarisatie en Evaluatie is het in kaart brengen van de risico’s en het effectief aanpakken van risico’s zodat de werkplek veiliger en gezonder wordt. Dit is een belangrijk doel wat de Nederlandse overheid wil bereiken met de V&G-wetgeving. De V&G-wetgeving heeft een aantal uitgangspunten. Deze staan in de volgende alinea.

Uitgangspunten van de V&G-wetgeving
De V&G-wetgeving heeft de volgende uitgangspunten:

  • Werkgevers en werknemers hebben rechten en plichten als het gaat om veiligheid op de werkvloer.
  • Werkgevers moeten er voor zorgen dat de werknemers hun werk kunnen uitvoeren zonder dat hun gezondheid en veiligheid in gevaar komen.
  • Werkgevers moeten een actief Arbobeleid voeren waar ook een Risico Inventarisatie en Evaluatie toe behoort.
  • Risico’s moeten worden voorkomen zowel door werkgevers als werknemers.
  • Werkzaamheden mogen geen nadelige invloed hebben op de veiligheid en gezondheid van werknemers.
  • Deskundige personen en diensten dienen bedrijven te ondersteunen op het gebied van het Arbobeleid.
  • Er dient overleg te zijn tussen leidinggevenden en werknemers met betrekking tot veiligheid. Een goed voorbeeld hiervan zijn de veiligheidsinstructies die leidinggevenden geven aan werknemers. Ook dient er in toolboxmeetings aandacht te worden besteed aan de veiligheid op de werkplek.
  • Wanneer verschillende werkgevers op dezelfde plek werkzaamheden uitvoeren, bijvoorbeeld op een bouwproject, dan zullen werkgevers met elkaar moesten samenwerken. Ook de veiligheid is daarbij een belangrijk onderwerp waaraan aandacht moet worden besteed.
  • Werkgevers dienen er voor te zorgen dat werknemers over voldoende kennis beschikken om hun werk veilig en goed uit te kunnen voeren. Bedrijven zullen werknemers extra opleidingen aan moeten bieden om er voor te zorgen dat de kennis van de werknemers actueel is.

Arbobegrippen

In de Arbeidsomstandighedenwetgeving en regelgeving komen verschillende woorden voor die beginnen met Arbo. Het woord Arbo is in feite een afkorting van arbeidsomstandigheden. We noemen hieronder een aantal woorden of begrippen die verband houden met de Arbeidsomstandigheden wet en geven daarnaast een korte uitleg van deze begrippen zodat men globaal weet wat er mee bedoelt wordt.

Arbowet
De Arbowet is een verkorte naam voor de Arbeidsomstandighedenwet. Deze Nederlandse wet biedt de wet- en regelgeving met als doel de veiligheid en gezondheid van werknemers te beschermen. Alle bedrijven die in Nederland zijn gevestigd moeten zich aan de Arbowet houden. Ook buitenlandse bedrijven moeten zich aan de Arbowet houden als deze  werkzaamheden verrichten in Nederland.

Arbobesluit
Het Arbobesluit is gebaseerd op de Arbowet. In totaal omvat het Arbobesluit ongeveer 400 artikelen over verschillende arbeidsomstandigheden. Ongeveer negentig procent van deze artikelen gaan over Europese regelgeving op Arbogebied. De resterende tien procent van de regelgeving gaat over de uitvoering van een nationaal beleid dat gevoerd moet worden per land in de Europese Unie. Dit nationale beleid gaat over specifieke onderwerpen zoals gevaarlijke stoffen en hoe ze moeten omgaan met asbest.

Arboregeling
De Arboregeling bevat voorschriften van gedeelten van de Arbowet en het Arbobesluit. Men kan de Arboregeling beschouwen als een uitwerking van de Arbowet en het Arbobesluit. De Arboregeling heeft ook dezelfde indeling als het Arbobesluit.

Arbo-informatiebladen
De Arbo-informatiebladen geven de werkgever en de werknemer voorlichting en achtergrondinformatie voor de over hoe de wettelijke regelgeving op de werkplek nageleefd moet worden.

Arbobeleid
Dit is een bedrijfsgebonden beleid dat door een bedrijf wordt opgesteld en waarin wordt aangegeven op welke wijze een bedrijf de Arbowetgeving gaat omzetten naar beleidsmaatregelen. Een onderdeel van het Arbobeleid van een organisatie is de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). daarnaast dient ook een plan van aanpak te worden opgesteld waarmee een bedrijf inzichtelijk maakt hoe de aanwezige risico’s effectief zullen worden bestreden zodat een zo veilig mogelijke werkplek ontstaat.

Wat is een persoonlijke monitor en een persoonlijke explosiemeter?

Veiligheid op de werkvloer is het allerbelangrijkste. Werkgevers dienen er alles aan te doen om de werkplek voor werknemers zo veilig mogelijk te maken. Dit zijn werkgevers verplicht volgens de Arbowet. Daarvoor dienen werkgevers echter wel een goed beeld te krijgen van de aanwezig risico’s op de werkplek. Dit doen werkgevers met een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Deze RI&E vormt een belangrijk deel van het Arbobeleid. Nadat de risico’s op de werkplek zijn geïnventariseerd in de Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een werkgever doormiddel van een plan van aanpak moeten aangeven hoe de risico’s (voor mensen) worden weggenomen of beheersbaar gemaakt. Het nemen van bronmaatregelen is daarbij het beste. Daarbij worden de gevaren geheel weggenomen. Men zorgt er dan bijvoorbeeld voor dat er geen explosieve stoffen aanwezig zijn zodat geen explosieve mengsels kunnen ontstaan.

Beheersmaatregelen
Het is echter niet altijd mogelijk om de bron van het gevaar weg te nemen. In sommige gevallen zullen altijd explosieve stoffen aanwezig zijn omdat men werkt met bijvoorbeeld fossiele brandstoffen. In dat geval zal men beheersmaatregelen moeten treffen. Beheersmaatregelen zijn maatregelen waarmee men het risico kan beheersen en aanvaardbaar kan maken. Beheersmaatregelen nemen echter de bron van het gevaar niet weg maar zorgen er doormiddel van onder andere technische oplossingen voor dat het gevaar onder controle blijft.

Explosiemeter  en persoonlijke monitor
Mensen hebben zintuigen en daarmee kunnen ze veel gevaarlijke situaties waarnemen. Toch zijn de zintuigen van de mens alleen vaak onvoldoende om de veiligheid op de werkplek te verzekeren. Zo kunnen explosieve mengsels ontstaan in de atmosfeer terwijl men deze nauwelijks kan waarnemen door het reukvermogen van een mens. Daarom heeft een mens hulpmiddelen nodig zoals een persoonlijke explosiemeter. Met deze explosiemeter kan men gevaarlijke explosieve mengsels in de atmosfeer rondom de werknemer meten.

Een explosiemeter en een persoonlijke monitor zijn meetinstrumenten die door werknemers op borsthoogte gedragen worden. Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in gevaarlijke explosiegevoelige ruimtes zijn deze meetinstrumenten van levensbelang. Ze geven namelijk een alarm af wanneer er gevaarlijke stoffen in de atmosfeer aanwezig zijn. Er zijn echter verschillende explosiemeters en persoonlijke monitoren verkrijgbaar. Vaak kan men deze op verschillende manieren instellen en de instelling aanpassen aan de werksituatie en de daarin aanwezige gevaarlijke stoffen. Het is belangrijk dat men de juiste meetinstrumenten gebruikt die zijn ingesteld op de werksituatie waarin de werknemer werkzaam is.

De alarmen van explosiemeters zijn meestal akoestisch. Dit houdt in dat er een luid geluid hoorbaar is. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van lichtsignalen van bijvoorbeeld LED’s. Verder is er ook een trillarlarm zodat de werknemer op alle gebruikelijke manieren kan worden gewaarschuwd wanneer de atmosfeer rondom hem of haar gevaarlijke stoffen bevat.

Belangrijk
Het dragen van een explosiemeter en een persoonlijke monitor is natuurlijk belangrijk als men in een ruimte werkt waarin gevaarlijke stoffen aanwezig (kunnen) zijn. Het is belangrijk dat men weet hoe men deze meetinstrumenten dient te dragen. Deze draagt men altijd bovenop de kleding! Dus nooit onder de kleding omdat het meetinstrument dan minder goed of helemaal niet werkt. Houdt met een explosiemeter ook rekening met de volgende factoren die invloed hebben op de meetwaarden:

  • De windrichting
  • De mogelijke bron van de gasontsnapping
  • De afstand tot de bron
  • De dichtheid van het gas

Net zo belangrijk is dat men weet hoe men dient te handelen als het alarm van deze veiligheidsinstrumenten af gaat. Het werk dient zodra dit alarm afgaat direct te worden stilgelegd en mensen op de werkplek dienen zich in veiligheid te brengen conform de instructies die ze van de werkgever hebben ontvangen. Er dient een melding te worden gedaan bij de leidinggevenden en veiligheidsfunctionarissen die daarvoor zijn aangewezen. Deze dienen direct actie te ondernemen om het gevaar onder controle te krijgen.   

Hoe verspreiden gassen of dampen zich in een ruimte?

Giftige gassen kunnen aanwezig zijn op een werkplek hoewel een werkgever er alles aan moet doen om de aanwezigheid van gif op de werkplek te voorkomen. Werkgevers zijn verplicht om een Arbobeleid te voeren en als onderdeel daarvan een Risico Inventarisatie en Evaluatie op te stellen en te onderhouden. Hierbij dient ook aandacht te worden besteed aan de aanwezigheid van giftige stoffen. Werkgevers moeten de aanwezigheid van giftige stoffen trachten bij de bron te bestrijden alleen is bronbestrijding meestal niet mogelijk. De meest effectieve bronbestrijding is het wegnemen van de giftige stof.

Vaak worden stoffen die giftig zijn voor mensen juist wel gebruikt in de chemische industrie vanwege andere eigenschappen. Daarom kunnen veel giftige stoffen niet eenvoudig worden vervangen. Bedrijven kunnen dan de bron niet bestrijden maar kunnen wel trachten de risico’s te beheersen door beheersmaatregelen te nemen. Daarvoor is kennis nodig. In dit artikel wordt kort aangegeven op welke manier giftige gassen of dampen zich kunnen verspreiden in een ruimte zodat bedrijven daar effectieve beheersmaatregelen voor kunnen treffen.

Verspreiding van giftige stoffen in de atmosfeer van een ruimte
Giftige stoffen of dampen kunnen op de volgende manier door een ruimte worden verspreid:

  • Luchtbewegingen: door de lucht in beweging te brengen kunnen gassen en dampen makkelijk worden vermengd met de rest van de lucht. Hierdoor kunnen ook giftige gassen en dampen makkelijker worden verspreid.
  • Diffusie: gassen zullen na verloop van tijd worden opgedeeld en zich zo verspreiden in een ruimte. Dit komt onder andere door snelheid van de gasdeeltjes maar ook door het gewicht van gassen. Dit zorgt er voor dat zwaardere gassen naar beneden zullen zakken en lichte gassen zullen opstijgen boven de zwaardere gassen.
  • Temperatuur: als gassen worden opgewarmd wordt de dichtheid minder en stijgt het gas op. Bij verbrandingsgassen komt dit proces voor en zal het gas zich door de ruimte verspreiden.

Bronmaatregelen en beheersmaatregelen
Zoals eerder genoemd is het Arbobeleid van een organisatie er op gericht om de veiligheid en gezondheid van werknemers zoveel mogelijk te beschermen. De beste maatregelen zijn het wegnemen van de bron van het gevaar, in dit geval het gif. Als dat niet kan zal men beheersmaatregelen moeten treffen. Men kan bijvoorbeeld de ruimte gaan ventileren men moet trachten een ruimte vrij te maken van gas. Naast ventilatie zal men ook persoonlijke beschermingsmiddelen moeten verstrekken aan werknemers die deze pbm’s naar behoren dienen te gebruiken.

Adembescherming en beschermende kleding behoren tot de beschermingsmaatregelen en zijn beheersmaatregelen. Voorbeelden onafhankelijke adembescherming is een ademluchttoestel en een ademluchtleidingnet. Het is belangrijk dat een werkgever er voor zorgt dat de persoonlijke beschermingsmiddelen geschikt zijn als beschermingsmiddel tegen het specifieke gas. Ook dienen de pbm’s in goede bruikbare staat te verkeren en dient de werkgever de werknemer juist te instrueren. Meestal zijn speciale veiligheidstrainingen vereist als het om het werken met gevaarlijke stoffen gaat.

Giftige gassen: vertrouw niet alleen op reukwaarneming

Sommige mensen denken dat ze giftige stoffen wel kunnen ruiken en daardoor tijdig actie kunnen ondernemen zodra men de stof doormiddel van reuk kan waarnemen. Dit is echter een onterechte aanname. Er zijn verschillende stoffen die men niet doormiddel van reuk kan waarnemen zoals koolzuurgas, koolstofmonoxide en stikstof. Er zijn ook nog andere stoffen die eigenschappen hebben die er voor zorgen dat men niet op reukwaarneming moet vertrouwen.

Pas ruikbaar boven de grenswaarde
Verder is het bekend dat sommige giftige stoffen pas geroken kunnen worden als de aanwezigheid van de stof al ruim boven de grenswaarde is. De grenswaarde werd voorheen ook wel MAC-waarde genoemd (Maximaal Aanvaarde Concentratie) en is de concentratie die een volwassen man kan verdragen van een bepaald gif zonder gezondheidsklachten te krijgen. Als een stof dus ruim boven de grenswaarde komt brengt de stof schade toe aan het lichaam van de mens. Giftige stoffen die pas geroken kunnen worden als de concentratie ruim boven de grenswaarde ligt kunnen zeer gevaarlijk zijn wanneer men alleen op reukwaarneming vertrouwd.

Gevaarlijke stoffen die juist lekker ruiken
Er zijn ook gevaarlijke stoffen die juist een lekkere geur verspreiden. De aangename geur kan er voor zorgen dat mensen denken dat de giftige stof niet gevaarlijk is maar het tegendeel is waar. Aceton, aromaten zoals benzeen en alcoholen kunnen heel lekker ruiken maar kunnen een (groot) gevaar voor de gezondheid veroorzaken bij inademing. Dit is uiteraard afhankelijk van de duur van de blootstelling en de concentratie van de stof.

Stoffen die alleen bij lage concentratie geroken kunnen worden
Er zijn ook stoffen die alleen bij een lage concentratie waarneembaar zijn. De concentratie van een stof wordt aangegeven in parts per million en aangeduid met ppm. Stoffen die al bij een lage ppm gevaarlijk zijn behoren tot de gevaarlijkste stoffen die er bestaan. H2S is zo’n gevaarlijke stof. Deze stof is echter slechts bij 0,1 ppm tot ongeveer 5,0 ppm merkbaar voor de menselijke reukzin. Mensen merken de aanwezigheid van H2S door de geur die lijkt op die van rotte eieren.

Wordt de concentratie hoger dan ruikt met H2S niet meer en is de stof nog gevaarlijker voor de gezondheid. Vanaf 100 ppm worden de klachten ernstig levensbedreigend. Men kan H2S dan al lang niet meer ruiken maar de reactie zijn hevig. Ademhaling gaat moeilijk en men krijgt last van slijmvorming en de ademhalingsorganen gaan irriteren. Als men langdurig met deze concentratie H2S in aanraking komt zal men sterven. Bij een hogere concentratie zal men nog eerder sterven.

Risico Inventarisatie en Evaluatie
Bedrijven zijn volgens de Arbowetgeving verplicht om er alles aan te doen om de werkplek voor werknemers zo veilig mogelijk te maken. Daarom moeten werkgevers een Arbobeleid opstellen en in de praktijk hanteren. Daarbij behoort als verplicht onderdeel de Risico Inventarisatie en Evaluatie die ook wel wordt afgekort met RI&E. Bedrijven moeten onderzoeken welke giftige stoffen aanwezig zijn en moeten de risico’s van deze giftige stoffen beperken. Dit kan door bronbestrijding door bijvoorbeeld het gif te verwijderen van de werkplek. Als bronbestrijding niet mogelijk is zal men beheersmaatregelen moeten nemen waaronder technische maatregelen door gif alleen in gesloten systemen te gebruiken maar ook het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Gebruik meetinstrumenten!
de aanwezigheid en de concentratie van een giftige stof kan lang niet altijd bepaald worden door de reukwaarneming van een mens. Daarnaast verschilt het reukvermogen van mensen onderling vaak. Daarom kan men het beste gebruik maken van speciale meetinstrumenten die de aanwezigheid van giftige stoffen kunnen meten in de atmosfeer. De bekende koolstofmonoxidemelder is daarvan een bekend voorbeeld. Ook is er een persoonlijke explosiemeter waarmee gemeten kan worden of er explosieve mengsels in de atmosfeer aanwezig zijn. Dit zijn slechts een paar voorbeelden. Er zijn veel meer meetinstrumenten voor giftige stoffen. Deze meetinstrumenten moeten gekoppeld worden aan een duidelijk alarm. Daarnaast moeten werknemers duidelijke instructies ontvangen over hoe de meters gebruikt moeten worden en wat voor veiligheidsmaatregelen ze moeten treffen als er een alarm afgaat.

Zuurstof op de werkplek

Zuurstof is van levensbelang bij een gebrek aan zuurstof zullen mensen en dus ook werknemers klachten ervaren. Schone buitenlucht die geen verontreinigingen bevat en die niet verdrongen is door andere stoffen bestaat voor ongeveer 79 procent uit stikstof en 21 procent uit zuurstof. Zuurstof wordt aangeduid met het symbool O wat afkomstig is van het Latijnse woord: oxygenium. Zuurstof is in gasvorm smaakloos, geurloos en kleurloos. In vloeibare vorm krijgt vloeistof een lichtblauwe kleur.

Zuurstof in de techniek
Zuurstof is belangrijk voor levende wezens. Daarnaast wordt zuurstof ook gebruikt in de techniek. Zo wordt zuurstof gebruikt bij CO2 lassen oftewel MAG lassen. De afkoring MAG staat voor Metal Active Gas. Met de aanduiding Active Gas wordt duidelijk dat het om een actief gas gaat en zuurstof is een actief gas. CO2 wordt ook wel koolstofdioxide, koolzuurgas of kooldioxide genoemd dit is een anorganische verbinding van koolstof en zuurstof. De brutoformule van koolstofdioxide is  CO2 die men als term weer terugvind in het CO2 lassen.

Naast het MAG lassen worden zuurstof ook in de medische wereld gebruikt. Zo wordt zuurstof gebruikt voor mensen die moeite hebben met ademhalen. Daarnaast wordt zuurstof gebruikt in de luchtvaart en wordt het gebruikt om mensen tijdens het duiken te laten adem halen.

Dizuurstof of moleculaire zuurstof wordt met O2 aangeduid en is de belangrijkste enkelvoudige stof van het element zuurstof. O2 wordt onder andere toegepast in de ruimtevaart. Daarnaast wordt O2 gebruikt als chemische grondstof.

Zuurstofpercentage op de werkplek
Zuurstof wordt zoals je hebt gelezen in verschillende technische sectoren gebruikt voor uiteenlopende doeleinden. Men moet echter niet vergeten dat mensen ook zuurstof nodig hebben, de aanwezigheid van zuurstof is van levensbelang. Toch zullen er weinig bedrijven zijn die actief de aanwezigheid en de hoeveelheid zuurstof op de plek in de gaten houden. Een te hoog zuurstofpercentage kan echter voor de ademhaling geen kwaad. Toch zorgt een te hoog zuurstofpercentage wel voor een groter risico op brand. De aanwezigheid van zuurstof is een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van brand en het in stand houden van vuur. Hoe meer zuurstof in de lucht aanwezig is hoe gevaarlijker het wordt om open vuur of vonken te laten ontstaan.

Te weinig zuurstof heeft direct gevolgen voor de mens. Het zuurstofpercentage moet nooit minder zijn dan 20 procent van het totale luchtmengsel. Uiteraard dienen er geen giftige stoffen in het luchtmengsel aanwezig te zijn. Een gebrek aan zuurstof lijkt echter op de werking van gif. Dit komt omdat men in ademhalingsmoeilijkheden komt. Daardoor krijgen de hersenen in korte tijd een zuurstoftekort. Daardoor raakt men bewusteloos en verkeerd men in levensgevaar. Als er maar weinig zuurstof op de werkplek aanwezig is kan men direct overlijden.

Te weinig zuurstof op de werkplek
Als er weinig zuurstof op de werkplek aanwezig is zal men er voor moeten zorgen dat er zuurstof op de werkplek komt. Dit kan door ventilatie en extra buitenlucht aan te voeren. Ook dient men zuurstofverdringende gassen te verwijderen. Soms is het de bedoeling dat er juist weinig zuurstof op de werkplek aanwezig is. De werknemers en bezoekers moeten dan voor het betreden van de werkplek worden voorzien van extra zuurstof door speciale maskers waarop zuurstofflessen zijn aangesloten. Dit dient zorgvuldig te gebeuren. Werknemers moeten goed op de hoogte zijn hoe ze de adembescherming moeten dragen en onderhouden. In een zuurstofarme omgeving werkt men met onafhankelijke adembescherming. Daarvan zijn drie hoofdvarianten beschikbaar:

  • Een ademluchttoestel werkt met ademlucht die onder hoge druk in flessen is gebracht. De ademlucht in de flessen wordt gedoseerd en afgestemd op de behoefte naar het masker getransporteerd doormiddel van een slang. Het gebruiken van een ademluchttoestel is de veiligste methode voor werken in een zuurstofarme ruimte. Werknemers die met een ademluchttoestel moeten werken zullen daarvoor een training moeten volgen. Zonder training mag men niet met een ademluchttoestel werken en mag men de zuurstofarme ruimte niet betreden.
  • Kringloopademtoestel zijn zuurstofgenererende toestellen en worden in de praktijk toegepast als vluchtmasker.
  • Een ademluchtleidingnet is ook een mogelijkheid. Hierbij wordt schone en gezonde lucht doormiddel van een leidingnetsysteem naar de gebruiker getransporteerd. Men kan lang met dit systeem werken maar is wel afhankelijk van de lengte van de ademluchtleiding. Daardoor kan men vaak niet heel ver lopen omdat de lengte van de ademluchtleiding de actieradius van de werknemer bepaald.

Wat is een roetmeting en viergasmeting tijdens een APK?

De Algemene Periodieke Keuring voor voertuigen is in Nederland vooral bekend als afkorting APK. Deze keuring is vanuit Europa als verplichting opgelegd. De verplichte APK moet de verkeersveiligheid bevorderen en daarnaast moeten de voertuigen doormiddel van deze keuring gecontroleerd worden op een aantal milieutechnische aspecten.

De APK wordt gedaan door een keuringsbedrijf dat door de RDW erkend is. Deze bedrijven hebben een bord met daarop RDW erkend. De eisen aan auto’s worden steeds strenger. Dit heeft onder andere te maken met de strengere eisen die worden gesteld aan de verkeersveiligheid. Ook het milieu is wereldwijd een belangrijk aandachtspunt.

De CO2 uitstoot van auto’s moet zoveel mogelijk worden beperkt. Daarom worden ook de milieueisen die aan de orde komen bij de APK steeds strenger. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan de roetmeting en de viergasmeting. Daarover is hieronder in twee alinea’s informatie weergegeven.

Wat is de roetmeting?
De roetmeting is sinds 1 januari 1997 ingevoerd. Deze meting wordt gedaan bij auto’s die een dieselmotor hebben en daarnaast een bouwjaar hebben van 1980 of later. Tijdens de roetmeting wordt door een APK-keurmeester de hoeveelheid roet gecontroleerd die een auto uitstoot. Hierbij wordt de motor van de auto aangezet en laat men de motor eerst onbelast draaien en vervolgens volgas. Tijdens de roetmeting meet men optisch de hoeveelheid roet die wordt uitgestoten. De roetmeting duurt maar een paar seconden. Desondanks moet de roetmeting wel goed worden uitgevoerd. Er zijn motoren die een Comprexlader bevatten deze motoren zijn uitgesloten van de roetmeting.

Veel auto’s hebben tegenwoordig een OBD. Deze afkorting staat voor On-Board Diagnostics. Dit is een systeem in de auto-elektronica en vormt het voertuigmanagementsysteem van de auto. Daarnaast vormen de On-Board Diagnostics een interface die gebruikt kan worden voor het uitlezen van verschillende technische aspecten van het voertuig. De OBD is ingevoerd in de jaren tachtig. De hoeveelheid informatie die in een OBD kan worden opgevraagd is sinds de invoering toegenomen. De nieuwste variant van OBD is OBD II. Een roetmeting hoeft niet te worden uitgevoerd wanneer een OBD de hoeveelheid roetuitstoot aangeeft. Als een OBD echter een foutmelding heeft moet de roetmeting alsnog worden gedaan.

Wat is een viergasmeting?
Auto’s met een bouwjaar van 1993 of later die zijn uitgerust met een benzinemotor of LPG-motor met een ‘geregelde’ katalysator moeten sinds 1 januari 1998 een zogenoemde viergasmeting ondergaan tijdens de APK. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een viergastester. Met behulp van dit instrument wordt door de APK keurmeester gecontroleerd of de uitlaatgassen niet de wettelijk vastgestelde percentages overschrijden. Als de viergastester aangeeft dat de percentages van bepaalde gassen worden overschreden kan de oorzaak daarvan liggen in een defecte katalysator. De katalysator van een voertuig zet namelijk de meeste schadelijke stoffen om die door de motor worden uitgestoten.

Met de viergasmeting worden vier verschillende gassen die uit de uitlaat komen gemeten. Dit zijn de gassen:

  • Koolmonoxide, dit wordt aangegeven met CO
  • Kooldioxide, dit wordt aangegeven met CO2
  • Koolwaterstoffen, dit wordt aangegeven met HC
  • Zuurstof, dit wordt aangegeven met O2

Door deze gassen te meten kan de APK keurmeester tevens controleren of de werking van de  lambdasonde, de katalysator en het regelsysteem goed is. In de huidige eisen voor de APK is een maximaal toelaatbaar CO2-gehalte vastgelegd dat gemeten wordt in het uitlaatgas. Dit CO2 gehalte wordt gemeten achter de katalysator. Daarnaast heeft men het bij de APK ook over een lambdawaarde. De lambdawaarde kan worden gepaald door het meten van meerdere uitlaatgascomponenten. Daarom is de APK keurmeester verplicht om een 4-gastester te gebruiken.

Wat is biomassa en waar wordt biomassa voor gebruikt?

Biomassa kan worden gebruikt als brandstof voor het maken van een vuur. Tot op de dag van vandaag wordt biomassa voornamelijk in ontwikkelingslanden voor dit doel gebruikt. Het vuur kan dienen als verwarming maar ook om eten op te koken en te braden. Vuur kan ook worden gemaakt op basis van fossiele brandstoffen zoals olie en gas. Biomassa bestaat echter uit organisch materiaal. Hout is een veelgebruikte soort biomassa.

Daarnaast kunnen ook plantenresten en andere organische materialen al biomassa worden gebruikt. Mensen maken al heel lang gebruik van hout als brandstof voor vuur. De mens heeft als enige van alle levende wezens geleerd om vuur te maken en te beheersen. Door de jaren heen hebben mensen echter steeds weer nieuwe brandstoffen ontdekt en uitgevonden. Het gebruik van biomassa is echter nooit verdwenen. Ook nu wordt biomassa nog veel gebruikt.

Wat is biomassa precies?
Hout en houtsnippers zijn veel voorkomende vormen van biomassa. Vooral hout van snelgroeiende bomen wordt veel gebruikt. Hierbij kan gedacht worden aan het hout van de populier en de wilg. Naast deze soorten van biomassa worden ook andere organismen gebruikt zoals olifantsgras. Ook meststoffen kunnen worden gebruikt als biomassa. In de praktijk wordt de mest van varkens, koeien en kippen gebruikt. Deze meststoffen zijn de afvalstoffen van boerderijen, veehouderijen en andere agrarische bedrijven. Deze afvalstoffen worden als biomassa hergebruikt. Dit is een soort recycling van afvalstoffen.

Natte en droge biomassa
Biomassa kan worden onderverdeeld in droge en natte biomassa. Droge biomassa bestaat uit droog hout zoals afvalhout en droog groenafval. Droge biomassa kan goed worden verbrand. Natte biomassa is bijvoorbeeld mest maar ook slib. Daarnaast kan GFT (groene fruit en tuin) afval worden gebruikt als natte biomassa. Deze biomassa kan worden gedroogd zodat het kan worden verbrand. Daarnaast wordt natte biomassa ook wel vergist. Doormiddel van vergisting kan natte biomassa namelijk ook worden omgezet in energie.  

Toepassing van biomassa
Biomassa wordt tegenwoordig niet alleen maar gebruikt als brandstof voor een eenvoudig vuur. Doormiddel van vergassing en verbranding kan biomassa ook worden omgezet in energie. In kolencentrales wordt tegenwoordig ook een deel biomassa verstookt. Door biomassa in kolencentrales te verbranden hoeven minder kolen te worden gebruikt. Daarnaast hoeven er ook geen aparte centrales gebouwd te worden die energie kunnen opwekken uit biomassa. De regering van Nederland wil het meestoken van biomassa in kolencentrales verplichtten. Hierdoor worden minder kolen verstookt. Ondanks dat zorgt het verstoken van biomassa ook voor een hogere CO2 uitstoot.

Biomassa is CO2 neutraal
Biomassa zorgt bij verbanding voor een CO2 uitstoot. Dit gebeurd ook bij het verbranden van fossiele brandstoffen. Bij fossiele brandstoffen wordt echter puur CO2 in de lucht geblazen tijdens de verbranding. Bij biomassa heeft het organisme zoals bijvoorbeeld de boom eerst geleefd. Tijdens dit leven hebben bomen en planten eerst CO2 opgenomen uit de lucht. De broeikasgassen worden door bomen en platen omgezet in zuurstof. Na verbranding stoten ze weer CO2 uit waardoor het gecompenseerd. Biomassa is hierdoor in feite CO2 neutraal.