Wat zijn de risico’s van werken bij een startup?

Startups zijn jonge innovatieve bedrijven die in de praktijk vaak bestaan uit een kleine groep enthousiaste medewerkers die zich richten op de ontwikkeling en implementatie van vernieuwende producten en diensten op de markt. Startups ontlenen de naam startup aan het feit dat deze bedrijven nog maar net gestart zijn op de markt. Dit brengt uitdagingen met zich mee maar ook risico’s. In deze tekst zijn een aantal aspecten benoemd die een werkzoekende in overweging kan nemen om wel of juist niet voor een startup te gaan werken. Hierbij zijn de risico’s vooral benoemd. In een ander artikel zijn de voordelen benoemd die horen bij het werken voor een startup.

Wat zijn de risico’s om voor een startup te gaan werken?
Als we de risico’s benoemen die gepaard gaan met het werken in een startup dan hebben de risico’s vooral te maken met onzekerheid. Deze risico’s vallen in de praktijk vaak mee zolang van de werknemer geen financiële investering wordt verwacht in de nieuwe onderneming. Als deze investering wel wordt verlangd omdat de werknemer zich moet inkopen om een mede-eigenaar te worden dan loopt de werknemer of mede-eigenaar in ieder geval het risico om (een deel) van deze investering kwijt te raken.

Gebrek aan bepaalde expertise
Verder zijn de meeste startups vrij klein en hebben ze nog niet expertise op alle aspecten van de bedrijfsvoering. Daardoor kunnen een hoop zaken (nog) niet goed geregeld zijn zoals het al dan niet van toepassing zijn van een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Ook het bepalen van de hoogte van het salaris en de onkostenvergoeding is bij aanvang van het dienstverband vaak een hindernis die genomen moet worden. Het maken van concrete afspraken op het gebied van contractduur en beoogde resultaat van de werknemer evenals de tegenprestatie van de werkgever in de vorm van loon en winstuitkering is vaak moeilijk. Niet alleen de werknemer heeft te maken met risico’s ook de eigenaren van de startup hebben te maken met risicofactoren. Dat zorgt voor een lastig spanningsveld waarbij de werknemer en de werkgever tot een duidelijke arbeidsovereenkomst moeten komen.

Kans op falen van startup
Een startup zorgt voor uitdagingen. Er bestaat een kans dat de opzet van de startup faalt en dat de werknemers daardoor ontslagen kunnen worden. Een faillissement behoort ook tot de mogelijkheden met alle gevolgen van dien. Zo kunnen werknemers die te maken hebben met een faillissement nog ‘loon tegoed’ hebben van de failliete startup. In ieder geval zorgt de kans op het mislukken van de startup voor een bepaalde stressfactor die als men het ten positieve wend er voor kan zorgen dat iedereen die werkzaam is voor de startup zijn of haar uiterste best gaat doen om de jonge onderneming zo slagvaardig en succesvol mogelijk te maken. Dat begint al aardig op een voordeel te lijken. In een ander artikel over startups worden echter de voordelen benoemd.

Wat willen recruiters horen in sollicitatiegesprekken?

Sollicitatiegesprekken horen bij het sollicitatieproces, je kunt er bijna niet omheen als je zoekt naar werk. Toch is het voeren van sollicitatiegesprekken voor veel werkzoekenden iets dat ze spannend kunnen vinden of zelfs iets waar ze tegenop kunnen zien. Het komt daarom in de praktijk vaak voor dat een sollicitant zenuwachtig is voor een sollicitatiegesprek. Vaak is de zenuwachtigheid van de sollicitant gekoppeld aan het belang en de interesse die de sollicitant heeft bij de vacature. Als de vacature voor hem of haar een langverwachte droombaan is dan zal de sollicitant er alles aan doen om zich zo goed mogelijk voor te bereiden. Een goed sollicitatiegesprek is daarbij van groot belang.

Zorgvuldig omgaan met een sollicitatiegesprek
Een sollicitatiegesprek is een belangrijke kans om jezelf te bewijzen en je cv toe te lichten. Toch is er altijd een kans dat de baan naar een andere sollicitant gaat. Dit kan een sollicitant zijn die een beter cv heeft of iemand die een beter sollicitatiegesprek voert. Het cv is natuurlijk een belangrijk onderdeel van de selectiecriteria van een bedrijf. Als je gaat solliciteren kun je weinig aan je cv veranderen behalve een nette lay-out en een duidelijke omschrijving van je werkervaring, opleidingen, competenties en relevante hobby’s en vrijetijdsbesteding. Het cv is echter wel mede een aanleiding geweest om een kandidaat uit te nodigen voor een gesprek. Het voeren van een goed sollicitatiegesprek is daarom van groot belang omdat dit er voor kan zorgen dat een bedrijf een nog betere indruk krijgt van de kandidaat of sollicitant.

Sollicitatiegesprek doorslaggevend
Het gesprek zal in de praktijk vaak van doorslaggevend belang zijn hoewel er soms ook assessments worden gehouden en rollenspellen om karakters en competenties van de sollicitant te testen. Desalniettemin zal een sollicitant een goed sollicitatiegesprek moeten voeren met een recruiter, leidinggevende of medewerker personeelszaken. Hieronder staan een aantal aspecten die een recruiter graag wil horen van een sollicitant tijdens een sollicitatiegesprek. Deze vragen kunnen je eventueel helpen bij een goede voorbereiding op dit gesprek.

Tip 1. Draag kleding die past bij het bedrijf waar je solliciteert
Het kiezen van de juiste kleding hoort bij een goede voorbereiding op het gesprek. Kleding verteld veel over een persoon en veel recruiters letten daar op. Als je naar een uitvoerende technische functie solliciteert en je draagt je trouwpak die je vlak voor het gesprek even hebt afgestoft dan zal je merken dat je jezelf niet prettig voelt en ook de recruiter zal dat opmerken. De kleding moet passen bij de bedrijfscultuur. Meestal is nette vrijetijdskleding geschikt genoeg. Er worden bijna geen sollicitatiegesprekken gevoerd waarbij zowel de recruiter als de sollicitant in een driedelig pak gekleed zijn. Het is overigens belangrijk dat je jezelf prettig voelt in de kleding die je draagt naar een sollicitatiegesprek. Zorg er bovendien voor dat de kleding netjes en schoon is. Uiterlijke verzorging zegt niet alleen wat over het karakter van de persoon, het zegt ook wat over de motivatie van de sollicitant. Een sollicitant die graag goed voorbereid op gesprek gaat zal ook aandacht besteden aan zijn of haar uiterlijk.


Tip 2: vertel over wat je geleerd hebt op school en tijdens je werk
Ieder mens ontwikkeld zich in zijn of haar leven. Dit gebeurd op school maar ook op het werk. Daarnaast ontwikkeld men zich ook privé. Het is belangrijk dat een recruiter een goed beeld kan vormen over de ontwikkeling die jij als mogelijk nieuwe werknemer hebt doorgemaakt. Uiteraard moeten daarbij relevante aspecten worden genoemd. Als je gaat solliciteren op een vacature voor een automonteur dan is het bijvoorbeeld relevant om de opleidingen te benoemen waarin je wat geleerd hebt in de autotechniek. Ook de werkervaring die je op dit gebied hebt opgedaan is relevant om te benoemen. Dat spreekt natuurlijk voor zich. Veel mensen vergeten echter diep in te gaan op bijzondere aspecten van de werkervaring en ervaring op de opleiding(en). Zo is het verstandig om te benoemen waarin jij uitblonk, kortom waar je bovenmatig goed in was en bent. Zijn er bijzondere projecten geweest of heb je ergens veel complimenten over gekregen? Dit zijn allemaal aspecten die een recruiter graag wil horen tijdens een sollicitatiegesprek.

TIP3: vertel wat over je hobby’s en vrijetijdsbesteding
Als het goed is heeft de recruiter voordat hij of zij je voor het sollicitatiegesprek heeft uitgenodigd goed je cv en je motivatie of sollicitatiebrief doorgelezen. Er is daardoor een basisbeeld ontstaan van de sollicitant. Tijdens het sollicitatiegesprek kun je echter dit beeld benadrukken, bijsturen of geheel teniet doen. Dit ligt in belangrijke mate over welke indruk je wekt op de recruiter. Door over je relevante hobby’s te vertellen kun je een positieve indruk wekken bij de recruiter. Als je bijvoorbeeld in je vrije tijd veel bezig bent met werkzaamheden en hobby’s die relevant zijn voor de sector of het bedrijf waarin je wilt werken dan is dat zeker het vermelden waard.

Daarbij kun je heel breed denken. Als je bijvoorbeeld solliciteert bij een degelijk traditioneel bedrijf dan is het nuttig te benoemen dat je een gezin hebt waar je veel tijd mee doorbrengt en dat je bepaalde traditionele normen en waarden hebt. Bedrijven die ondernemende en avontuurlijk ingestelde werknemers zoeken hebben minder belang bij deze informatie en horen liever welke activiteiten de sollicitant allemaal onderneemt in zijn of haar vrije tijd. Al deze aspecten zijn verbonden met de bedrijfscultuur. Het is belangrijk dat je als sollicitant bij de bedrijfscultuur past van de onderneming waar je solliciteert. Niet alleen voor jezelf is dat belangrijk, ook voor het bedrijf. Daarom zal een recruiter jou op dit gebied ook vragen stellen en aandachtig luisteren naar je antwoorden. Het is goed dat je van te voeren duidelijke antwoorden gaat bedenken hierop.

Tip 4: vertel wat je al weet over het bedrijf
Als sollicitant wil je graag gewaardeerd worden je wil niet het gevoel hebben dat je één van de vele sollicitanten bent. In plaats daarvan hoop je dat het bedrijf speciaal voor jou heeft gekozen. De meeste mensen vinden het prettig om bijzonder gevonden te worden. Voor bedrijven is dat ook zo. Bedrijven willen graag serieuze sollicitanten ontvangen voor een sollicitatiegesprek. Een serieuze interesse kan blijken uit de kennis die je al hebt ingewonnen over het bedrijf. Als je veel weet te vertellen over het bedrijf heeft de recruiter op zijn minst de indruk dat je jezelf goed hebt voorbereid. Deze voorbereiding kun je overigens heel professioneel aanpakken door niet alleen de feiten over de organisatie te leren (zoals omvang, marktbewerking, diensten, producten) maar ook een duidelijke mening te vormen. Wat vindt je van de producten en diensten van het bedrijf? Wat is je indruk van het bedrijf? Wat hoorde je laatst in het nieuws over het bedrijf? Wat deed dit met jou? Dat zijn allemaal vragen die je jezelf kunt stellen als je een goede voorbereiding wilt doen op dit gebied. Deze vragen kunnen overigens ook heel goed door de recruiter zelf worden gesteld in het sollicitatiegesprek.

Tip 5: vraag doorgroeimogelijkheden en toekomstperspectieven in het bedrijf
Voor sommige functies is het van belang dat je weet wat je toekomstperspectieven en doorgroeimogelijkheden zijn binnen het bedrijf. Dit is niet altijd het geval omdat er bijvoorbeeld ook staffuncties zijn waarbij de doorgroeimogelijkheden beperkt zullen zijn. Het vragen naar doorgroeimogelijkheden is echter wel nuttig bij bedrijven die heel sterk gericht zijn op de ontwikkeling van hun eigen personeel. Door interesse te tonen in doorgroeimogelijkheden maak je aan de recruiter duidelijk dat je jezelf verder wilt ontwikkelen. Door een goede ontwikkeling door te maken kun je jouw meerwaarde voor het bedrijf vergroten. Veel recuiters hebben daarom interesse in kandidaten die willen doorgroeien.

Tip: 6 geeft voorbeelden uit het verleden
Tijdens een sollicitatiegesprek kun je natuurlijk veel vertellen over jezelf. Je kunt al je goede eigenschappen opnoemen en een recruiter moet maar geloven dat jij de waarheid spreekt. Dat klinkt natuurlijk als een mooi uitgangspunt maar een recuiter is natuurlijk niet gek. Hij of zij zal duidelijk om ‘bewijzen’ vragen. Dit houdt in dat de recruiter van jou wil horen waar je jouw kwaliteiten hebt getoond en wat daarvan het resultaat is geweest. Dit zijn allemaal aspecten die ondersteund kunnen worden met resultaten en situaties uit het verleden.

Dit kunnen resultanten en situaties op school zijn geweest maar ook in functies of in de privé-omgeving. In sommige gevallen kan een recruiter vragen om een referentie. Het inwinnen van een referentie is over het algemeen een controlemiddel waarmee de recruiter gaat controleren of het beeld dat de sollicitant over zichzelf geeft klopt met de praktijk. Weer daarom altijd realistisch als je een beeld over jezelf afgeeft. Het benoemen van fouten is overigens niet verkeerd zolang je maar aangeeft wat je er van hebt geleerd. Zelfreflectie is van groot belang als je jouw kwaliteiten gaat benoemen.

Recht op werkonderbreking in Arbowet

De Arbowet is een belangrijke wet die zich richt op het beschermen van de veiligheid en gezondheid van werknemers op en rondom de werkplek. De Arbowet is een wet die zowel aan de werkgever als aan de werknemer een aantal verplichtingen stelt. Een paar voorbeelden hiervan zijn dat de werkgever alles in het werk moet stellen om de werkplek zo veilig mogelijk te maken. Daarnaast moet een werkgever ook de risico’s op de werkplek inventariseren en doormiddel van een plan van aanpak aangeven hoe hij deze risico’s wil wegnemen.

Een werkgever moet daarnaast de werknemers duidelijke (veiligheids)instructies geven. Dit kan bij voorbeeld tijdens een werkoverleg of in een toolboxmeeting. Werknemers zijn verplicht om deze toolboxmeetings bij te wonen en moeten daarnaast verplicht de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) gebruiken. Deze worden meestal door de werkgever of indien van toepassing door een uitzendorganisatie verstrekt.

Een werknemer dient overigens ook onveilige situaties te melden aan de leidinggevende. Dit is slechts een kleine greep uit verplichtingen die werkgevers en werknemers op  basis van de Arbowet oftewel de Arbeidsomstandigheden wet hebben. Er zijn echter ook rechten en een voorbeeld hiervan is het recht op werkonderbreking, daarover kun je hieronder meer lezen.

Recht op werkonderbreking op basis van Arbowet
Zoals hiervoor genoemd dienen werknemers onveilige situaties te melden. Dit is slechts een klein maar heel belangrijk aspect van veilig werken. Deze meldingsplicht is een onderdeel van iets dat veel belangrijker is namelijk samen zorgdragen voor een veilige werkplek. De overheid kan niet altijd tijdig aanwezig zijn om te controleren of er sprake is van een gevaarlijke situatie. Op dit gebied hebben werknemers en werkgevers een verantwoordelijkheid. Meestal krijgen werknemers veiligheidsinstructies en dat is ook verplicht maar dat neemt niet weg dat er soms onveilige situaties kunnen ontstaan. Werknemers kunnen vaak goed inschatten of een situatie onveilig is of niet. Dit kunnen ze op basis van de informatie die ze uit veiligheidstrainingen hebben gekregen en/of op basis van gezond verstand.

Volgens de Arbowet hebben werknemers het recht om het werk stil te leggen als er sprake is van een ernstig gevaar. De Arbowet heeft het dan over een “redelijk oordeel” van de werknemer. Een werknemer mag niet zomaar het werk stil leggen als er sprake is van een geringe vorm van onveiligheid die snel en veilig verholpen kan worden door de werknemer zelf en/of zijn collega. Het recht op werkonderbreking mag daarom alleen worden gebruikt als er sprake is van ernstig gevaar waarvoor je jezelf en anderen op en rondom de werkplek wil behoeden. De werknemer dient in dit geval direct alle betrokken werknemers te waarschuwen en tevens direct de leidinggevende te informeren.

Een voorbeeld van een dergelijke ernstige situatie is dat een kraan een deel van een steiger raakt waarbij de steigerbuizen zijn verplaatst en een paar planken zijn vervallen. In dat geval kan de verzegeling van de steiger worden verwijdert en zal men de leidinggevende moeten waarschuwen. Die zal vervolgens gecertificeerde steigerbouwers moeten inschakelen om de steiger vakkundig te herstellen. Pas wanneer dit is gebeurd kan men de werkzaamheden op de steiger hervatten. De leidinggevende kan natuurlijk wel van zijn of haar personeel verlangen dat ze op een andere veilige werkplek de werkzaamheden voortzetten.

Loondoorbetaling bij werkonderbreking
De overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid zal in veel gevallen worden ingeschakeld om de (on)veiligheid van een situatie te beoordelen. Een werknemer behoud overigens het recht op salaris zolang de onveilige situatie niet is hersteld. Zodra de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid heeft geoordeeld dat de situatie (weer) veilig is zal de werknemer zijn of haar werk moeten hervatten en is de werkgever niet verplicht het loon door te betalen indien de werknemer de werkonderbreking ongegrond laat voortduren.

Doel van de Arbowet samengevat

De Arbeidsomstandighedenwet is in 1980 tot stand is gekomen. Vanaf 1983 werd deze wet in verschillende stappen ingevoerd in Nederland. De Arbeidsomstandighedenwet wordt in de praktijk heel vaak Arbowet genoemd. Met de term Arbeidsomstandighedenwet en Arbowet wordt in feite hetzelfde bedoelt de term Arbowet is alleen een verkorte variant van dezelfde wet. De Arbowet verving de Veiligheidswet van 1934. Deze Veiligheidswet was in 1980 verouderd en was daarnaast te beperkt. Steeds meer bedrijven kregen te maken met veiligheidsrisico’s doordat er meer gebruik werd gemaakt van mechanisatie en automatisering. Daarnaast zorgde ook de Europese samenwerking er voor dat de Nederlandse wetgeving op het gebied van veiligheid en gezondheid moest worden aangepast.

Arbeidsomstandigheden
Met de volledige benaming Arbeidsomstandighedenwet wordt duidelijk dat het met deze wet gaat om de arbeidsomstandigheden. In feite zijn de arbeidsomstandigheden de daadwerkelijke omstandigheden waarbinnen de werkzaamheden door werknemers worden verricht. Deze arbeidsomstandigheden veranderen door nieuwe technologieën, machines, werktuigen en automatisering. Daarnaast verschillen de arbeidsomstandigheden tussen bedrijven en sectoren. Zo zijn de arbeidsomstandigheden op de bouwsector anders dan de arbeidsomstandigheden binnen de offshore. Ook verschillen de arbeidsomstandigheden tussen bedrijven in dezelfde sector. Zo kan het ene industriële productiebedrijf te maken hebben met gevaarlijke stoffen terwijl het andere productiebedrijf dat niet heeft en misschien wel met voedingsmiddelen werkt waar ook weer specifieke eisen aan worden gesteld. Omdat arbeidsomstandigheden tussen bedrijven verschillen is het wel van belang dat men op een effectieve manier de veiligheid en gezondheid van de werknemers beschermd.

Wat is het doel van de Arbowet?
Elke wet heeft een bepaald doel of streven zo ook de Arbowet. De volgende omschrijving van het doel van de Arbowet zou kunnen volstaan:

De Arbowet is een wet waarmee de overheid samen met de werkgevers en werknemers tracht een zo veilig en gezond mogelijke omstandigheden te creëren waarbinnen de arbeid wordt verricht.

De bovengenoemde omschrijving van het doel van de Arbowet is afkomstig van Pieter Geertsma de schrijver van technischwerken.nl. Er zijn echter verschillende doelstellingen en omschrijvingen te vinden met betrekking tot de Arbowet. Belangrijk aspect van de hiervoor genoemde omschrijving van de doelstelling van de Arbowet is dat benadrukt is de overheid daadwerkelijk de veiligheid van werknemers wil bevorderen samen met de werkgevers én de werknemers.

De verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de werkvloer ligt volgens deze definitie vooral bij de werkgevers en deze moeten daarvoor ook hun eigen risico’s inventariseren en een plan van aanpak opstellen over de wijze waarop ze deze risico’s op de werkplek willen aanpakken. Dit dwingt bedrijven om een actieve houding aan te nemen en voor oplossingen te zorgen. De overheid controleert op het naleven van de Arbowet. Daarvoor heeft de overheid een inspectie die specifiek controleert op de arbeidsomstandigheden. Dit is de arbeidsinspectie.

Wat is het LeerWerkLoket?

Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband in geheel Nederland tussen het UWV (uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen), SBB (stichting beroepsonderwijs bedrijfsleven), scholen, werkgevers, kenniscentra en gemeenten. Het LeerWerkLoket is ontstaan in 2009 en beschikt tegenwoordig over 30 vestigingen die verspreid over heel Nederland ieder hun eigen regio bedienen. Het LeerWerkLoket wordt vanuit de overheid gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SZW) en partners uit de regio. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn stage HRM die hij heeft uitgevoerd bij Unique Technicum uitzendbureau.

Doel van LeerWerkLoket
Het doel van het LeerWerkLoket is werkzoekenden aan het werk te helpen en aan het werk te houden. Het loket is dus niet alleen gericht op het aan het werk helpen van werkzoekenden maar ook op het aan het werk houden van de werkzoenenden in hun nieuwe baan. Door een visie naar de toekomst proberen de samenwerkende organisaties een strakke aansluiting tussen onderwijs en arbeid te vormen. Het LeerWerkLoket houdt zich voornamelijk bezig met 3 aspecten:

  • Werkend leren
  • Loopbaanadvies
  • Gebruik van Ervaringscertificaten (EVC)

Deze aspecten zijn allemaal gericht op de loopbaanontwikkeling van werkzoekenden. Het stopt namelijk niet bij het vinden van een baan. Het vinden van een baan is meestal een vertrekpunt. Vanaf dat punt zal een werkzoekende een werknemer of werkneemster worden en een bijdrage moeten leveren aan het bedrijf. Daarbij is een voortdurende ontwikkeling van belang voor zowel het bedrijf als de werknemer. De werknemer kan zijn werkervaring en competenties voor een deel verzilveren in Ervaringscertificaten die ook wel afgekort worden EVC. Sommige werkzoekenden hebben loopbaanadvies nodig. Zij worden ondersteund als ze hun loopbaan een andere wending moeten geven of willen geven.

Doelgroep
De doelgroep van het LeerWerkLoket is uiteraard de werkzoekende, maar ook de werkgever. Wanneer je werkzoekende bent kun je het LeerWerkLoket gaan bezoek of je online inschrijven. Vervolgens gaat het LeerWerkLoket aan de slag om een passende vacature voor je zoeken met een bijpassend opleidingstraject. Werkgevers hebben de mogelijkheid om zich in te schrijven bij het LeerWerkLoket om deel uit te maken van het netwerk van organisaties. Op die manier worden via het LeerWerkLoket de werkzoekenden en de werkgevers bij elkaar gebracht.

Werknemers
Werkzoekenden kunnen zich in laten schrijven bij het LeerWerkLoket om in aanmerking te komen voor een leer/werk traject. Werknemers worden hoofdzakelijk geholpen vanuit de gemeente door middel van:

  • Startersbeurs
  • Loonkosten subsidie
  • Begeleiding
  • Proefplaatsing
  • Participatieplaats

Deze verschillende punten zijn hieronder in verschillende alinea’s nader omschreven.

Startersbeurs
De startersbeurs biedt de werkgevers de kans om jongeren (in de leeftijd 18 t/m 26 jaar) in dienst te nemen voor geringe kosten. De startersbeurs is van kracht gedurende de eerst 6 maanden van het dienstverband. Zo kan de startende werknemer zich oriënteren op de arbeidsmarkt en aan zijn of haar kwaliteiten werken. De werknemer krijgt hiervoor een vergoeding van minimaal 500 euro per maand. Werknemers in dit traject kunnen naast de 500 euro ook 100 euro per maand opsparen voor een opleiding. De startersbeurs is niet bij alle gemeenten van toepassing.

Loonkostensubsidie
Werkgevers worden gecompenseerd vanuit de gemeente middels de loonkostensubsidie. Dit is een subsidie die wordt verstrekt om de lonen te verhogen voor werknemers die niet met een fulltime baan op het minimumloon zitten. Met andere woorden de lonen worden opgehoogd naar minimum loon door de gemeente.

Begeleiding
De gemeente verstrekt aan de werknemer begeleiding op het gebied van re-integratie. De werknemer wordt op deze wijze begeleidt door een jobcoach. 

Proefplaatsing
Een proefplaatsing kan ingezet worden als de werknemer aan de slag gaat bij een organisatie en er gegronde redenen zijn om een proefplaatsing in te zetten. De werknemer kan bijvoorbeeld een lange afstand hebben tot de arbeidsmarkt of de werkzaamheden kunnen voor hem of haar dusdanig onbekend zijn dat een bedrijf van te voren niet met zekerheid kan zeggen dat de nieuwe werknemer de werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren. In overleg met de gemeente kan dan een proefplaatsing worden aangegaan. Tijdens een proefplaatsing kan de werknemer maximaal de eerste 2 maanden dat de hij of zij werkzaam is bij een bedrijf nog steeds aanspraak op een uitkering. Ook hoeft de werkgever in de proefplaatsing van 2 maanden geen loon te betalen. De overheid controleert echter wel of er geen misbruik van de proefplaatsing wordt gemaakt door de werkgevers.

Participatieplaats
De gemeente biedt een participatieplaats voor WW-gerechtigden, door ze meer kansen te bieden doormiddel van een 2-jarig traject van onbetaalde arbeid om kennis en ervaring op te doen. Hierdoor leren de werknemers op een participatieplaats nieuwe vaardigheden aan.

Werkgevers
Een werkgever krijgt toegang tot allerlei voordelen wanneer hij besluit zich aan te sluiten bij het LeerWerkLoket om werken & leren trajecten te stimuleren bij de organisaties. Een aantal voordelen ondervindt de werkgever in de belastingen. Als een werkgever een leer/werk-traject aan een werkzoekende verschaft kan hij aanspraak maken op het volgende:

  • Mobiliteitsbonus
  • Subsidies voor praktijkleren
  • Subsidies voor taalscholing
  • Lage-inkomstenvoordeel

Al deze verschillende aspecten worden meestal niet in elke situatie verstrekt. Er moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan voordat de werkgever deze subsidies en bonussen ontvangt. Hieronder zijn de verschillende subsidies en bonussen nader omschreven.

Mobiliteitsbonus
Wanneer de werkgever in aanmerking komt voor de mobiliteitsbonus krijgt de desbetreffende werkgever korting op de premies wanneer hij iemand werkzaam heeft die 56 of ouder is. Daardoor vallen de kosten voor het in dienst nemen en in dienst houden van oudere werknemers lager uit.

Subsidies voor praktijkleren
De subsidies voor praktijkleren zijn van kracht wanneer de werkgever praktijkbegeleiding verstrekt aan de werknemers binnen het leer/werk-traject. De werkgever moet namelijk inspanning verrichten om de werknemer in de praktijk een bepaald vak of bepaalde technieken te leren.

Subsidies voor taalscholing
Ook kan de werkgever aanspraak maken op subsidies voor taalscholing wanneer hij taallessen verstrekt binnen zijn organisatie. Deze taallessen kunnen er voor zorgen dat de werknemer ook in de toekomst makkelijker een baan kan vinden of langer zijn of haar baan kan behouden.

Lage-inkomstenvoordeel
Het lage-inkomensvoordeel is een tegemoetkoming voor werkgevers om arbeidsparticipatie te stimuleren binnen de lage klassen van de maatschappij.

Regelingen vanuit het UWV
Voor de werkgevers gelden nog een aantal regelingen van het UWV die het aannemen van personeel bij de werkgever stimuleren. De volgende 4 regelingen zijn getroffen vanuit het UWV:

  • Proefplaatsing (als hiervoor besproken)
  • No riskpolis
  • Protocol scholing
  • Brug-WW

De proefplaatsing is een aantal alinea’s terug al besproken. Daarom is hieronder alleen informatie weergegeven over de overige drie mogelijkheden die werkgevers vanuit het UWV kunnen aanspreken.

No riskpolis
De no riskpolis is van toepassing wanneer een zieke, of gehandicapte werknemer in dienst treedt. Als een werkgever een zieke werknemer aanneemt die in de ziektewet zit, zal het UWV het loon grotendeels betalen. 

Protocol scholing
Een deel van de Nederlandse beroepsbevolking heeft om een groot aantal redenen een afstand tot de arbeidsmarkt. Het UWV maakt het mogelijk voor deze werkzoekenden om de arbeidsmarkt dichterbij te krijgen doormiddel van het protocol scholing. Het UWV voert van uit het protocol school re-integratie werkzaamheden uit om dit deel van de beroepsbevolking op de arbeidsmarkt te helpen.

Brug-WW
Tot slot kennen we de brug-WW. Dit biedt werknemers die zich laten omscholen een mogelijkheid om hun WW-uitkering te kunnen behouden. Zij behouden gedurende twee maanden nog hun WW.

Slotwoord over LeerWerkLoket
Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband tussen verschillende instanties op de arbeidsmarkt, de overheid en het bedrijfsleven. De doelstelling van dit loket is dat werkzoekenden aan het werk worden geholpen en aan het werk worden gehouden. Daarvoor zijn veel verschillende mogelijkheden bedacht. Deze mogelijkheden kunnen echter veranderen omdat de arbeidsmarkt verandert en de wet en regelgeving ook regelmatig wijzigt. De informatie in deze tekst is gepubliceerd in het eerste kwartaal van 2017. Hou er rekening dat wijzigingen na die datum niet in deze tekst zijn geïmplementeerd.

Wat is de Ambtenarenwet?

De Ambtenarenwet is een Nederlandse wet waarin alle rechten en plichten van ambtenaren zijn vastgelegd met als doel de rechtspositie van ambtenaren te regelen. De Ambtenarenwet is vastgesteld in 1929. Deze rechtspositie van ambtenaren is in een aparte wet geregeld omdat ambtenaren niet onder de burgerlijke wet vallen. Ambtenaren worden door de overheid of een overheidsinstelling eenzijdig aangesteld.

Een aanstelling of arbeidsovereenkomst
Met een ambtenaar wordt dus geen arbeidsovereenkomst in de burgerlijke zin gesloten. Arbeidsovereenkomsten worden gesloten door bedrijven tussen werknemers en werkgevers en zijn tweezijdig. Dit houdt in dat arbeidsovereenkomsten door de twee partijen gezamenlijk worden ondertekend. Een ambtenaar wordt door de overheid eenzijdig aangesteld maar dat gebeurd uiteraard wel in overleg met de (toekomstige) ambtenaar. Dit houdt in dat er met (kandidaat) ambtenaren of mensen die solliciteren bij de overheid ook sollicitatiegesprekken worden gevoerd.

Verschillen in rechtspositie
Een ambtenaar heeft in de praktijk een andere rechtspositie dan werknemers met een arbeidsovereenkomst. De verschillen zitten in de volgende punten:

  • Ambtenaren worden door de overheid aangesteld en deze aanstelling is eenzijdig.
  • Ambtenaren hebben een rechtsbescherming via de bestuursrechter. Werknemers die werken op basis van een arbeidscontract hebben rechtsbescherming via de kantonrechter.
  • Er zijn voor ambtenaren publiekrechtelijke regelingen met betrekking tot de  arbeidsvoorwaarden. Werknemers die werkzaam zijn bij reguliere bedrijven op basis van een arbeidscontract werken op basis van een CAO.

Sollicitatiegesprek en arbeidsvoorwaardengesprek
Tijdens sollicitatiegesprekken voor overheidsfuncties worden de arbeidsvoorwaarden besproken en heeft de sollicitant uiteraard de mogelijkheid om hierop te reageren. Tijdens een arbeidsvoorwaardengesprek zullen de arbeidsvoorwaarden nogmaals worden benoemd. Het arbeidsvoorwaardengesprek vind meestal plaats met de (toekomstig) ambtenaar wanneer deze succesvol de sollicitatieronde is doorgekomen. Niet voor alle overheidsfunctionarissen gelden dezelfde bepalingen. Zo zijn er voor burgemeesters en ministers vaak afwijkende bepalingen.

Verplichtingen voor de overheid
De ambtenarenwet zorgt er voor dat overheden aan bepaalde verplichtingen moeten voldoen. Deze verplichtingen zorgen er voor dat het werken bij de overheid eerlijker en transparanter kan verlopen. Ook tracht men vriendjespolitiek en andere ongewenste zaken te vermijden. Daarom is een overheidsinstelling verplicht om de volgende aspecten door te voeren:

  • een gedragscode
  • een integriteitsbeleid
  • een ambtseed bij aanstelling
  • een klokkenluidersregeling
  • openbaarmaking nevenfuncties
  • een terugkommogelijkheid als men de politiek ingaat

Wat is een getuigschrift van een werkgever?

Een getuigschrift is een schriftelijke verklaring waarin een (voormalige) werkgever vastlegt dat een werknemer gedurende een bepaalde periode werkzaamheden heeft verricht voor een bedrijf waarbij is omschreven wat de aard van de werkzaamheden was, de periode van het dienstverband en de manier en de reden waarom het dienstverband is beëindigd. Een getuigschrift wordt op verzoek van de (voormalige) werknemer verstrekt als de werknemer wordt ontslagen of als zijn of haar dienstverband ten einde loopt.

Wat staat er in een getuigschrift?
In een getuigschrift is door de werkgever beschreven hoe de werknemer heeft gefunctioneerd naar de mening van de werkgever. Een getuigschrift kan daardoor worde beschouwd als een soort schriftelijke referentie die de werknemer kan gebruiken bij een sollicitatie naar een functie bij een andere werkgever. Een getuigschrift kan een aanbeveling zijn van de voormalige werkgever waarmee de werknemer schriftelijk wordt aanbevolen voor nieuwe werkgevers.

Een getuigschrift is meestal positief
De meeste getuigschriften zijn positief. Dat komt om de eenvoudige reden dat over het algemeen werknemers die goed gefunctioneerd hebben om een getuigschrift vragen. Werknemers die niet goed hebben gefunctioneerd of zelf zijn ontslagen vanwege disfunctioneren zullen over het algemeen geen getuigschrift vragen. Iemand die een getuigschrift heeft ontvangen met een negatieve inhoud zal over het algemeen het getuigschrift niet gaan tonen tijdens een sollicitatie. Daarom zijn de meeste getuigschriften die worden gebruikt voor sollicitaties voorzien van een positieve en zelfs lovende inhoud.

Getuigschrift en referenties
Een getuigschrift wordt namens een bedrijf verstrekt. Vaak wordt er wel een handtekening onder het getuigschrift geplaatst van een leidinggevende, directeur of personeelsfunctionaris van het bedrijf. Deze persoon kan als referentie dienen. Verder kunnen ook andere personen als referentie worden opgegeven in een getuigschrift.

Getuigschrift moet op verzoek verstrekt worden
Een werkgever is wettelijk verplicht om een getuigschrift aan een werknemer te verstrekken als hij of zij daarom vraagt. Het getuigschrift wordt dan verstrekt aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Dit dient de werkgever te doen om de werknemer te ondersteunen bij zijn of haar verdere loopbaan en zoektocht naar een andere baan.

Wat is een referentie in een sollicitatieprocedure?

Een referentie in een sollicitatieprocedure is een verwijzing naar een persoon die een duidelijk beeld kan schetsen van de werk gerelateerde kennis, vaardigheden en competenties van een sollicitant. Dit is de definitie die gegeven wordt door Pieter Geertsma van technischwerken.nl over het woord referentie. Een referentie is in een sollicitatieprocedure een extra informatiebron waardoor een bedrijf een nog beter beeld kan vormen van de kwaliteiten, houding en gedrag van een kandidaat die solliciteert op een bepaalde functie. In de praktijk winnen werkgevers en uitzendbureaus vaak referenties in, echter kunnen ook opleidingsinstituten ook referenties inwinnen.

Wie verstrekt referenties?
Een sollicitant en werkzoekende verstrekt referenties. Deze referenties kunnen op het cv worden genoemd door de sollicitant. Daarnaast kan een sollicitant referenties ook op verzoek verstrekken. Dit wordt vaak op een cv genoteerd met de zin: ‘referenties kunnen op verzoek worden verstrekt’. Uiteindelijk is het dus de sollicitant die de referenties moet verstrekken. Het is echter niet verstandig dat de sollicitant zomaar mensen opgeeft als referentie zonder dat deze personen daarover zijn geïnformeerd.

Iemand die solliciteert zal daarom eerst navraag moeten doen bij de personen die hij of zij als referentie wil opgeven. Aan hen moet de sollicitant vragen of zij ook daadwerkelijk als referentie opgegeven mogen worden. De sollicitant kan daarbij voor de zekerheid vragen of de referentie positief of negatief zal zijn. Op basis daarvan kan de sollicitant alsnog besluiten om een referentie juist wel of juist niet te verstrekken aan een potentiële werkgever.

Wat is het doel van een referentie?
Een referentie zorgt er voor dat bedrijven een extra bron van informatie hebben over de sollicitant. Men zou kunnen zeggen dat een referentie een controlemiddel is voor werkgevers waarmee gecontroleerd kan worden of de sollicitant inderdaad over de vaardigheden, competenties en kwaliteiten beschikt die hij of zij in de sollicitatieprocedure of zichzelf of haarzelf heeft benoemd.

Deze benadering klinkt echter wat negatief. Men zou ook kunnen zeggen dat een referentie ook het beeld van de sollicitant kan ondersteunen en op een positieve manier kan aanvullen. Sommige sollicitanten zijn heel bescheiden over hun eigen kwaliteiten en vaardigheden. Een referentie kan juist als externe bron een heel goed beeld geven van wat iemand wel of niet kan. Een referentie kan daardoor een belangrijke steun vormen voor de sollicitant.

Getuigschrift en referentie
Werkgevers zijn in Nederland verplicht om na het einde van een arbeidsovereenkomst van een werknemer op het verzoek van de (voormalig) werknemer een getuigschrift te verstrekken. Op dit getuigschrift staan een aantal aspecten. In ieder geval is op het getuigschrift de begindatum en einddatum van het dienstverband genoteerd. Daarnaast zijn ook de aard van de door de werknemer verrichte werkzaamheden genoteerd. Verder is er een duidelijke omschrijving op het getuigschrift geplaatst waarin duidelijk wordt gemaakt of de werknemer aan zijn of haar verplichtingen voldaan heeft. Een getuigschrift kan als referentie worden beschouwd vooral wanneer de werkgever duidelijk de werkzaamheden heeft omschreven en de reden waarom het dienstverband ten einde is gekomen. Dit zijn namelijk ook vragen die vaak worden gesteld door een potentiële werkgever of uitzendbureau als die informatie op basis van een referentie inwinnen.

Wat is een open sollicitatie?

Een open sollicitatie is een sollicitatie van een sollicitant naar een baan zonder dat daarvoor een vacature is gepubliceerd door het bedrijf. De sollicitant heeft geen vacature gezien maar hoopt met zijn of haar cv en motivatie toch het bedrijf te kunnen overtuigen van zijn of haar geschiktheid voor een bepaalde functie of voor het bedrijf in zijn algemeenheid.

Verschil tussen een open sollicitatie en gesloten sollicitatie
Een open sollicitatie verschilt van een gesloten sollicitatie. Bij een ‘gesloten sollicitatie’ wordt in de praktijk bijna nooit zo genoemd. Meestal heeft men het dan gewoon over een sollicitatie gericht op een vacature. Dit is ook het belangrijkste verschil met een open sollicitatie namelijk dat men een vacature heeft gezien en men besloten heeft om hier gericht op te solliciteren. Een gesloten sollicitatie heeft daarnaast vaak een sluitingsdatum. Dit houdt in dat sollicitanten vaak voor een bepaalde einddatum of deadline hun cv en motivatie(brief) dienen aan te leveren aan het bedrijf.

Open sollicitatie
Een open sollicitatie is vaak minder eenvoudig dan een ‘gesloten sollicitatie’. Dit komt omdat de sollicitant niet gericht op een bepaalde vacature kan schrijven. Toch kan een open sollicitatie een uitkomst zijn wanneer er weinig vacatures worden gevonden. Open solliciteren vereist echter wel speciale vaardigheden. Allereerst zal de sollicitant het bedrijf moeten overtuigen van zijn of haar geschiktheid voor het bedrijf en voor een bepaalde functie. Daarvoor moet de sollicitant zich verdiepen in het bedrijf.

De interesse in het bedrijf moet heel duidelijk kenbaar worden gemaakt in de motivatie. Naast de motivatie voor het bedrijf moet in een open sollicitatie ook heel duidelijk naar voren komen welke functie de sollicitant ambieert. De functiebenaming kan echter per bedrijf verschillen en heeft soms te maken met vakjargon. Het is belangrijk dat de sollicitant dezelfde taal spreekt als het bedrijf waar de open sollicitatie aan is gericht. Het bedrijf moet kunnen begrijpen waarom de sollicitant zijn of haar sollicitatie juist aan dit bedrijf richt en op een bepaalde functie of functiegroep.

Ook moet de sollicitant in een open sollicitatie duidelijk aangeven wat zijn meerwaarde is voor het bedrijf. De competenties van de sollicitant moeten goed aansluiten op het profiel van het bedrijf en de visie en de missie van het bedrijf. Het bedrijf moet overtuigd zijn van deze vaardigheden. Soms is het verstandig om een digitale portfolio mee te sturen of een link naar een digitale protfolio zodat het bedrijf kan zien wat de kwaliteiten zijn van de sollicitant.

Waaruit bestaat een open sollicitatie
Er is geen ideale manier waarop een open sollicitatie kan worden gedaan. De manier waarop men een open sollicitatie doet kan per bedrijf, per sollicitant en per situatie verschillen. Zo kan men een open sollicitatie per mail versturen of per post. Er zit veel verschil in een digitale open sollicitatie en een schriftelijke open sollicitatie. Digitaal kan een sollicitant gemakkelijke een portfolio opsturen of linkjes mee sturen naar websites, projecten of Social Media zoals Facebook en LinkedIn. Daardoor kan een bedrijf nog beter een beeld vormen van de sollicitant.

Vaak hoeft er niet een complete brief geschreven te worden een duidelijke motivatie is meestal voldoende zolang de inhoud daarvan maar goed is gericht op het bedrijf. Het is bovendien verstandig dat de sollicitant weer aan wie de open sollicitatie dient te worden gestuurd. Een naam van een personeelsfunctionaris of leidinggevende is belangrijk om een open sollicitatie tenminste aan een specifiek persoon te richten. Dat zorgt er voor dat de sollicitatie in ieder geval bij een bepaald persoon terecht komt. Meestal staan de namen van relevante personen wel op de website van het bedrijf anders kan men via Social Media vaak ook namen achterhalen. Nog beter is het wanneer de sollicitant iemand kent bij het bedrijf waar hij of zij wil solliciteren. Dat is een bron van informatie die bovendien kan worden gebruikt in de motivatie die wordt geschreven in de open sollicitatie.

Wat betekent loonlijst of op de loonlijst staan?

Een loonlijst is een lijst waarop een bedrijf al haar werknemers heeft genoteerd. Een loonlijst kan worden beschouwd als een actueel personeelsbestand van werknemers die salaris ontvangen van het bedrijf. Het woord salaris is een synoniem voor loon daarom spreekt men ook wel van een loonlijst. Een loonlijst geeft een bedrijf inzage in de omvang van het werknemersbestand en maakt daarnaast duidelijk welke lonen deze werknemers verdienen.

Een loonlijst zorgt er dus ook voor dat de loonkosten van het personeel inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Dit is nuttig voor een bedrijf omdat loonkosten voor veel bedrijven een grote kostenpost vormen. De omvang van deze kostenpost wordt door de meeste bedrijven goed in de gaten gehouden. Als bedrijven bezuinigen heeft dat vaak gevolgen voor de werknemers die op de loonlijst staan.

Wat betekend op de loonlijst staan?
Op de loonlijst staan betekend in feite dat iemand op een lijst van betaalde werknemers staat van een bedrijf. Werknemers op een loonlijst kunnen zowel een tijdelijk als een vast contract hebben bij een bedrijf. Als een bedrijf uitzendkrachten inleent staan deze feitelijk niet op de loonlijst van het inlenende bedrijf maar op de loonlijst van het uitzendbureau. Het uitzendbureau betaald namelijk de salarissen uit van de uitzendkrachten die bij het uitzendbureau werken. De salarissen van uitzendkrachten zijn direct verbonden aan het aantal uren dat ze hebben gewerkt. Uitzendkrachten zijn voor veel bedrijven een tijdelijke oplossing en staan daardoor niet structureel op een lijst.

Bedrijven kunnen naast de loonlijst een lijst met inleenkrachten opstellen. Deze lijst met inleenkrachten vormen (een deel) van de flexibele schil van een bedrijf. De loonlijst is dikwijls een lijst met krachten die structureel bij het bedrijf werkzaam zijn. Ook op die lijst staan echter wel krachten op met een flexibel contract, bijvoorbeeld krachten met bepaalde tijdscontract en nul-urencontract. Als je op de loonlijst staat van een bedrijf en daarvoor werkzaamheden verricht dan betekend dit dat er salaris aan je wordt uitbetaald.

Wat is stilzwijgende verlenging van een arbeidsovereenkomst?

Definitie van stilzwijgende verlening van een arbeidscontract volgens Pieter Geertsma van Technisch Werken: Een stilzwijgende verlenging van een arbeidsovereenkomst is het verlengen van de arbeidsovereenkomst en daarmee de tewerkstelling van een werknemer, na afloop van een tijdelijk dienstverband, zonder dat hierover overleg is gepleegd of afspraken zijn gemaakt of vastgelegd.

Bovenstaande definitie voor stilzwijgende verlenging van een arbeidscontract heb ik geformuleerd als basis voor de rest van dit artikel. Hoewel het stilzwijgend verlengen van arbeidscontracten in de praktijk nauwelijks meer voorkomt is het toch van belang om te weten wat het inhoud. In arbeidsrelaties kan een stilzwijgende verlening van arbeidscontracten nog wel plaatsvinden.

Stilzwijgende verlenging van een arbeidscontract?
In Nederland werken veel werknemers nog op tijdelijke basis. Dit houdt in dat ze een contract voor bepaalde tijd krijgen. Deze contracten hebben naast een aanvangsdatum ook een einddatum. Dit houdt in dat de werkgever en werknemer over de vastgelegde periode een arbeidsrelatie met elkaar hebben. Na het verstrijken van de einddatum van het contract is de periode van de tewerkstelling van de werknemer normaal gesproken afgelopen. Wanneer de werknemer echter door blijft werken en er verder niets is afgesproken over het al dan niet verlengen van het tijdelijke contract, is er sprake van een stilzwijgende verlenging. De werkgever moet hier echter geen bezwaren over hebben benoemd. Er kan dus alleen een stilzwijgende verlenging zijn als er geen bezwaren worden genoemd en de werkgever de verlening niet tegenspreekt.

Wanneer vindt stilzwijgende verlening van een arbeidscontract plaats?
Stilzwijgende verlening van een arbeidscontract kan in de praktijk plaatsvinden wanneer de werkgever en de werknemer zijn vergeten wanneer het tijdelijk contract is afgelopen en de werknemer blijft doorwerken.  Een ander voorbeeld waarin stilzwijgende verlening van een arbeidscontract kan plaatsvinden is wanneer de partijen daadwerkelijk weten dat het contract afloopt maar toch niets regelen. Als de werknemer dan toch mag blijven doorwerken bij de werkgever dan is dit eveneens stilzwijgend.

Wanneer is er geen sprake van stilzwijgende verlenging?
Er vindt geen stilzwijgende verlenging van een contact plaats als de werkgever wel duidelijk heeft aangegeven dat het contract wel of niet verlengd wordt. In dat geval is er geen sprake meer van stilzwijgen. Een werkgever dient in ieder geval voor een maand voor het einde van het bepaaldetijdscontract aan te geven of het contract wordt verlengd of niet. Dit wordt ook wel een aanzegtermijn genoemd.

Bij contracten met een loopduur die langer is dan 6 maanden dienen werkgevers verplicht een aanzegtermijn van een maand te hanteren. Dit houdt in dat werkgevers verplicht zijn om een maand voor het aflopen van het contract de werknemer schriftelijk op de hoogte te brengen of het contract wordt verlengd of niet.

Aanzegging met voortzetting arbeidsovereenkomst
In de aanzegging van de werknemer kan staan dat na het aflopen van de arbeidsovereenkomst geen verlenging optreed of juist wel een verlenging. Als de werkgever van plan is om de arbeidsovereenkomst met de werknemer voort te zetten dan zullen ook de voorwaarden van de voortzetting schriftelijk moeten worden vastgelegd. Als dit niet gebeurd dan wordt de voortgezette arbeidsovereenkomst geacht te zijn aangegaan onder dezelfde voorwaarden als de vorige arbeidsovereenkomst (art 7:668 lid 4 BW).

Geen tijdige aanzegging
Als de werkgever niet tijdig bij de werknemer aangeeft of het contract wordt voortgezet of niet houdt het bedrijf zich niet aan de verplichting van de aanzegplicht. In dat geval kan de werknemer aanspraak maken op een vergoeding van 1 maandsalaris. De werknemer moet dan wel een tijdelijk contract hebben gehad met een loopduur van zes maanden of meer. Een werkgever kan ook te laat een aanzegging hebben verstrekt maar zich wel houden aan de aanzegplicht. In dat geval moet de werkgever een evenredige vergoeding gaan betalen. Als de werkgever bijvoorbeeld een week te laat de aanzegging doorgeeft aan de werknemer dan hoeft de werkgever een weeksalaris te betalen, bij twee weken te laat zijn dit twee weeksalarissen enzovoort.

Arbeidsovereenkomsten volgens regulier arbeidsrecht

In Nederland kunnen werknemers en werkgevers op verschillende manieren tot overeenstemming komen in een arbeidsrelatie. We kennen 3 veel voorkomende vormen van overeenkomsten tot het verrichten van werk. Deze verschillende overeenkomsten zijn hieronder in een aantal alinea’s in de vorm van een samenvatting uitgewerkt.

Overeenkomst van aanneming werk
De definitie van overeenkomst van ‘aanneming van werk’ is als volgt. Aanneming van werk is een overeenkomst waarbij de ene partij (aannemer) zich jegens een andere partij (de opdrachtgever) verbindt om een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen. Dit houdt in dat iemand die deze opdracht aanneemt (aannemer) daadwerkelijk een tastbaar resultaat produceert. Hieronder staan een aantal eigenschappen van een overeenkomst van aanneming van werk:

  • Buiten arbeidsovereenkomst
  • Geen persoonlijke arbeidsverplichting
  • Een werk van stoffelijke aard
  • Een prijs in geld

Voorbeelden van aanneming van werk:

  • Een loodgieter die sanitair aanbrengt in een badkamer aanbrengt
  • Een elektromonteur die meterkast installeert in een woning
  • Een stratemaker die een oprit legt
  • Een schilder die de kozijnen van een woning van nieuwe verf voorziet

Overeenkomst van opdracht
Bij de hiervoor genoemde arbeidsovereenkomst is er sprake van een daadwerkelijk tastbaar resultaat. Er kan echter ook arbeid worden verricht die niet direct een tastbaar resultaat tot gevolg heeft. In dat geval heeft men het vaak over werkzaamheden in de diensten sector. Maar een overeenkomst van opdracht kan ook in andere sectoren voorkomen.

Een overeenkomst van opdracht kan als volgt worden gedefinieerd: een overeenkomst van opdracht wordt gesloten tussen een opdrachtgever die zich jegens de andere partij, de opdrachtnemer, verbindt om werkzaamheden te laten uitvoeren die anders zijn dan van stoffelijke aard.

Er zijn een aantal eigenschappen van een overeenkomst van opdracht, dit zijn de volgende:

  • Buiten arbeidsovereenkomst
  • Geen stoffelijk werk
  • Beloning niet noodzakelijk
  • Persoonlijke arbeidsverplichting niet noodzakelijk
  • Geen gezagsverhouding

Voorbeeld van een overeenkomst van opdracht:

  • Een opdrachtovereenkomst die ZZP-er heeft gesloten met een opdrachtgever over de afspraken rond de opdracht, werkzaamheden en tarief.

Arbeidsovereenkomst (is ook een uitzendovereenkomst)
Een arbeidsovereenkomst komt veel voor op de arbeidsmarkt. De meeste overeenkomsten de tussen werknemers en werkgevers worden gesloten vallen onder deze vorm van dienstverband. Een arbeidsovereenkomst kan worden gedefinieerd als een overeenkomst wanneer de ene partij (de werknemer) zich verbindt om in dienst van de andere partij (werkgever) tegen loon gedurende een zekere tijd (dienstperiode) arbeid te verrichten. Een arbeidsovereenkomst heeft de volgende kenmerken:

  • Er wordt een duidelijk koon afgesproken
  • Er is sprake van persoonlijke arbeidsverplichting. De werknemer dient zelf werk verrichten.
  • De arbeid wordt gedaan gedurende een zekere tijd. Dit houdt in dat de werknemer van de werkgever de uren of het rooster door krijgt waarop hij of zij de werkzaamheden moet verrichten. De werknemer kan niet zelf bepalen wanneer er gewerkt moet worden.
  • Er is spraken van een gezagsverhouding. In dit geval is de werknemer ondergeschikt aan gezag werkgever.

Voorbeelden van een arbeidsovereenkomst:

  • Een overeenkomst tussen een bouwbedrijf en een timmerman die een jaarcontract (contract voor bepaalde tijd) heeft gekregen om als timmerman aan de slag te gaan op fulltime basis (40 uur per week).
  • Een lasser gaat als uitzendkracht via een uitzendbureau aan de slag bij een metaalbedrijf. De uitzendkracht sluit een uitzendovereenkomst met het uitzendbureau. Dit is ook een arbeidsovereenkomst. De duur van de tewerkstelling van de uitzendkracht kan verschillen. Sommige uitzendkrachten worden gedetacheerd en ontvangen een detacheringscontract waardoor ze verzekerd zijn van loon en werkzaamheden gedurende de contractperiode.

Wat is arbeidsparticipatie?

Arbeidsparticipatie is een woord dat wordt gebruikt om aan te geven welk deel van een bevolking actief deel neemt aan het arbeidsproces. Men zou ook kunnen zeggen dat de arbeidsparticipatie het werkende deel van een bepaalde bevolking is. Meestal geeft men bij het bepalen van de arbeidsparticipatie bepaalde kaders aan. Dit kunnen bijvoorbeeld leeftijdscategorieën zijn maar ook bepaalde regio’s. Als men het heeft over arbeidsparticipatie heeft men het ook vaak over de bruto arbeidsparticipatie en de netto arbeidsparticipatie. Deze termen zijn hieronder van een uitleg voorzien.

Bruto arbeidsparticipatie
Met de bruto arbeidsparticipatie doelt men op het deel van een bevolking dat tot de beroepsbevolking hoort. Deze mensen worden ook wel de beroepsgeschikte bevolking genoemd. Ook hierbij heeft men het over leeftijden. Dit zijn in Nederland mensen in de leeftijdscategorie van 15 tot 65 jaar die reeds in bezit zijn van een betaalde baan van minimaal 12 uur per week. Ook de personen binnen deze leeftijdsgroep die op zoek zijn naar een betaalde baan voor minimaal 12 uur per week worden tot de bruto arbeidsparticipatie gerekend. De werklozen die werk zoeken worden dus meegerekend bij de bruto arbeidsparticipatie.

Netto arbeidsparticipatie
De netto arbeidsparticipatie is het deel van de beroepsgeschikte bevolking dat ook daadwerkelijk betaald werk heeft en dus daadwerkelijk aan het arbeidsproces deelneemt. Bij de netto arbeidsparticipatie rekent men de werklozen niet mee. Daarom is het percentage van de bruto arbeidsparticipatie hoger dan het percentage van de netto arbeidsparticipatie dat is berekend over een bepaalde bevolkingsgroep, land of regio.

Hoge arbeidsparticipatie is gewenst
De meeste politieke partijen wensen een hoge arbeidsparticipatie omdat daardoor meer inkomstenbelasting binnenkomt. Hoe meer mensen werken hoe beter het is voor de ‘schatkist’ van de overheid. Ook kost een hoge werkloosheid veel geld. Een grote groep werklozen krijgen namelijk een WW-uitkering en dat kost de overheid geld.  Daarnaast is een hoge arbeidsparticipatie belangrijk om de kosten voor de vergrijzing te betalen.

Wat beïnvloed de arbeidsparticipatie?
Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op de arbeidsparticipatie van een bepaalde bevolking. Een factor is bijvoorbeeld de studieduur. Mensen die lang studeren stromen later uit op de arbeidsmarkt. Ook de pensioenleeftijd en de leeftijd waarop men met de VUT kan gaan spelen een rol. Dit is de leeftijd waarop men aanspraak kan maken op pensioen of een VUT regeling  en dus kan uitstromen van de arbeidsmarkt. Verder is ook de arbeidsongeschiktheid een factor. In een populatie met veel arbeidsongeschikten zullen ook veel mensen niet geschikt zijn om arbeid te kunnen uitvoeren. Dit zijn in feite arbeidsongeschikten. Deze dient men in mindering te brengen op de beroepsbevolking en beroepsgeschikte bevolking .

Wat is de beroepsbevolking?

De beroepsbevolking is een verzamelnaam voor alle personen die binnen wettelijk vastgestelde leeftijdsgrenzen arbeid verrichten of beschikbaar zijn voor het verrichten van arbeid. Als men het heeft over de beroepsbevolking in het algemeen dan bedoelt men dus zowel de werkenden als de mensen die niet werken maar wel in de leeftijdscategorie vallen waarop geacht kan worden dat men arbeid zou kunnen uitvoeren.  De beroepsbevolking bestaat dus uit werklozen en werknemers.

Definitie beroepsbevolking
Het bepalen van de omvang van de beroepsbevolking is aan een aantal kaders gebonden. Deze kaders kunnen door overheden en onderzoeksbureaus worden geschetst als ze cijfers publiceren over de beroepsbevolking. Over het algemeen hanteert men een minimale leeftijd van 15 jaar als men het heeft over minimum leeftijd om tot de beroepsbevolking te behoren. Soms hanteert men ook wel lagere leeftijden. Daarnaast wordt ook vaak een maximale leeftijd genoemd. Deze leeftijd kan per land verschillen.

In Nederland is deze maximale leeftijd (nog) op 65 jaar vastgesteld. Het woord ‘nog’ staat tussen haakjes omdat de overheid verwacht dat werknemers langer moeten doorwerken. Inmiddels is de pensioengerechtigde leeftijd vastgesteld op 67 jaar. Dit kan echter nog hoger worden maar eventueel ook lager. Dat is afhankelijk van de politiek. Om de beroepsbevolking te bepalen zal men ook moeten kijken naar de arbeidsinzet van personen, deze moeten namelijk in staat zijn om kunnen werken. Dit is niet altijd leeftijdsgebonden.

Er kan namelijk ook sprake zijn van fysieke en psychische aspecten die er voor zorgen dat men medisch niet in staat kan worden geacht om arbeid te verrichten. Al deze factoren zorgen er voor dat men naast een definitie van de beroepsbevolking ook duidelijke kaders moet scheppen over welke mensen wel en welke mensen niet bij de beroepsbevolking horen. Onderzoeksbureaus zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geven daarom ook vaak een omschrijving over wat ze verstaan onder het begrip beroepsbevolking.

Beroepsbevolking volgens het CBS
Het Centraal Bureau voor de Statistiek is in Nederland verantwoordelijk voor het verzamelen van gegevens en het uitvoeren van onderzoeken. Het CBS publiceert regelmatig de resultaten van onderzoeken en deze resultaten worden vaak als zeer nuttig beschouwd door zowel de overheid, bedrijven als consumenten. Het CBS voert ook regelmatig onderzoeken uit met betrekking tot de arbeidsmarkt. De term beroepsbevolking is daardoor bij het CBS goed bekend. Het onderzoeksbureau heeft dit begrip zelf ook ingekaderd. Het CBS verstaat het volgende onder de beroepsbevolking (volgens het CBS op 4 februari 2016):

  • Alle personen in Nederland tussen de 15 en 65 jaar die;
  • minimaal twaalf uur werk verrichten per week of die;
  • Werk hebben aanvaard waardoor ze minimaal twaalf uur per week gaan werken.
  • Mensen die hebben aangegeven dat ze in ieder geval 12 uur of meer per week kunnen werken en daar actief naar op zoek zijn en ondanks dat nog geen werk gevonden hebben.
  • Mensen in de leeftijd tussen de 15 en 65 jaar die niet werken of minder dan 12 uur per week werken en daarbij niet op zoek zijn naar werk worden volgens het CBS niet tot de beroepsbevolking gerekend.

Het CBS maakt een tweedeling tussen de werkende beroepsbevolking en de werkloze beroepsbevolking. De werkzame beroepsbevolking is het deel van de beroepsbevolking dat per week minimaal 12 uur werkt. Het werkloze deel van de beroepsbevolking is het deel dat geen werk heeft of minder dan twaalf uur per week werkt en daarbij wel (geregistreerd) op zoek is naar werk voor meer dan 12 uur per week. De beroepsbevolking vormt de som van de werkende personen en de niet werkende personen die aan de hiervoor genoemde criteria voldoen.

Wat is werk voor langere tijd?

Veel uitzendkrachten en andere flexkrachten krijgen te horen dat een uitzendbureau of werkgever “werk voor langere tijd” heeft. Dit “werk voor langere tijd” wordt meestal niet duidelijk gedefinieerd. Men weet dus vaak niet hoe lang een klus precies duurt als men te horen krijgt dat het werk is voor langere tijd. Deze onduidelijkheid kan bij uitzendkrachten voor onzekerheid zorgen. Er zullen uitzendkrachten zijn die uitgaan van het beste scenario en dat is dat ze uiteindelijk overgenomen zullen worden door het bedrijf waar ze werken.

Andere uitzendkrachten hechten geen waarde aan de opmerking dat het werk voor langere tijd is. Deze groep ziet wel hoe lang de klus daadwerkelijk duurt. De groep uitzendkrachten die deze houding heeft ten opzichte van het uitzendwerk spreekt vaak uit ervaring. Het komt in de praktijk namelijk helaas vaak voor dat uitzendkrachten wel de belofte krijgen dat ze voor langere tijd kunnen werken maar dat ze na een paar weken te horen krijgen dat de klus bijna is afgerond. Uitzendkrachten kunnen door deze ervaringen teleurgesteld en wantrouwend worden naar uitzendbureaus en opdrachtgevers.

Als je dus hoort dat er werk wordt geboden voor langere tijd dan is het belangrijk dat je duidelijk krijgt hoe lang het werk precies duurt tenzij je deze onzekere factor accepteert. Als je geen genoegen neemt met de uitdrukking “werk voor langere tijd” dan zal je moeten proberen om een bepaalde tijdsduur vast te leggen op papier. Dat doen ze meestal niet voor uitzendkrachten maar als je overtuigd bent dat jij een grote toegevoegde waarde hebt voor het bedrijf en dat de vacature moeilijk met iemand anders ingevuld kan worden dan heb je een goede onderhandelingspositie.

Je kunt dan trachten zekerheid af te dwingen bij het uitzendbureau of het inlenende bedrijf vooral wanneer je meerdere aanbiedingen van andere uitzendbureaus en andere werkgevers hebt gekregen. In dat geval kun je proberen om in een detacheringscontract voor bepaalde tijd de arbeidsduur vast te leggen. Dan heb je zekerheid voor een bepaalde periode. Voor de meeste flexkrachten is deze zekerheid een zeer welkome factor.

Wat is de werkvloer?

De werkvloer is de vloer van de plek waar werk wordt verricht. Het woord werkvloer is daardoor een breed begrip. In de praktijk maakt men vaak onderscheid tussen het kantoor waar administratief werk wordt verricht en de werkvloer waar daadwerkelijk fysiek werk wordt verricht met bijvoorbeeld machines, gereedschappen en andere werktuigen. Het kantoor zou in deze verdeling functioneren als het management waar het beleid wordt gevormd en de werkvloer als het uitvoerende deel van de organisatie. De werknemers op de werkvloer worden ook wel de arbeiders genoemd of de arbeidersklasse.

Toch is dit onderscheid meestal niet zo duidelijk te maken in de praktijk. Meestal heeft men het op kantoor ook over de werkvloer waar werkzaamheden worden uitgevoerd. Bij grote administratieve dienstverleners en financiële instellingen vormt de werkvloer een groot deel van het primaire bedrijfsproces.

Organisatiestructuur op de werkvloer
Op de werkvloer wordt gewerkt, dit klinkt misschien simpel maar dat is het in de praktijk niet. Tegenwoordig is de werkvloer van een bedrijf vaak groter dan vroeger toen mensen in kleine bedrijven producten gingen maken. Veel bedrijven zijn uitgegroeid tot enorme productiefabrieken met een zeer grote verscheidenheid aan machines en personeel. Dat zorgt er voor dat er een bepaalde vorm van organisatie nodig is. Er moet een organisatiestructuur worden opgebouwd om de processen op de werkvloer in goede banen te leiden.

Deze structuur vind zowel plaats onder de werknemers en leidinggevenden als wel in de inrichting van de werkplek en het plaatsen van de machines en werktuigen. Op de werkvloer werkt het personeel over het algemeen onder een productieleider. Deze wordt meestal ondersteund door een aantal leidinggevenden of werkplaatschefs die verantwoordelijk zijn voor een afdeling oftewel een deel van de werkvloer. Deze werkplaatschefs of voormannen geven op hun beurt ook weer leiding aan werknemers. Het aantal werknemers waar een directe baas aan leiding geeft wordt ook wel span of control genoemd.

Het middenkader of middelmanagement zorgt er voor dat de communicatie tussen de directeur(en) en de productieleider goed verloopt. Hoe groter een organisatie is hoe meer functies en “lagen” er vaak ontstaan tussen de werkvloer en de directie. Het aantal lagen dat tussen de werkvloer en de directeur aanwezig is wordt ook wel depth of control genoemd. Bij hele grote organisaties ontstaan er ook staffuncties zoals P&O (personeel en organisatie). Deze staffunctionarissen ondersteunen de directie en het management bij het uitvoeren van hun taken. Een dergelijke organisatiestructuur wordt ook wel een lijn-staf-organisatie genoemd.

Een organisatie waarin wel verschillende lagen zijn aangebracht maar waar de staffuncties nagenoeg ontbreken noemt men ook wel een lijnorganisatie. Er zijn echter ook zogenaamde platte organisatiestructuren. Dit zijn organisatiestructuren waarbij er heel weinig leidinggevende schakels tussen de werkvloer en de directie zijn aangebracht. In deze platte organisaties heeft de directie vaak nauw contact met de werkvloer en wordt er vaak open en informeel met elkaar gecommuniceerd. Welke structuur precies op de werkvloer wordt gehanteerd is vaak afhankelijk van een aantal factoren:

  • De omvang van het bedrijf.
  • Het product dat wordt gemaakt.
  • De financiële middelen.
  • De complexiteit van de organisatie.
  • Het type bedrijf (familiebedrijf, B.V. enz.).
  • Het gehanteerde organisatiemodel of management principe bijvoorbeeld Lean Management of Lean manufacturing.

Beschutte werkplek

Beschutte werkplekken zijn in feite werkplekken die gecreëerd zijn ter vervanging van sociale werkvoorziening.  Het aantal sociale werkplaatsen in Nederland zal steeds verder afnemen. Deze sociale werkplaatsen behoren tot de sociale werkvoorziening en hebben altijd tot doel gehad om mensen met een arbeidshandicap de mogelijkheid te bieden om werk te verrichten in de maatschappij.

Dit doel is natuurlijk uitstekend maar sociale werkplaatsen kosten veel geld. Ook was er bij een aantal sociale werkplaatsen sprake van oneerlijke concurrentie ten opzichte van reguliere bedrijven waar vergelijkbare producten werden geproduceerd en de werkgever de werknemers wel een marktconform salaris moest bieden. Uiteindelijk werd besloten om de sociale werkplaatsen stapsgewijs te sluiten. Dan komt men natuurlijk voor de vraag te staan wat men met al die welwillende werknemers met een arbeidshandicap moet doen. Daarvoor zijn de zogenaamde beschutte werkplekken bedacht.

Beschutte werkplek

Een beschutte werkplek is een arbeidsplaats die beschut is in de zin van beschermd en veilig. In het verleden werden complete gebouwen of grote delen van een gebouw omgebouwd tot sociale werkplaatsen, een beschutte werkplek kan echter ook een enkele werkplek zijn in een organisatie.  Dit houdt in dat bedrijven maar ook overheidsinstanties een beschutte werkplek beschikbaar kunnen stellen aan iemand die daarvoor in aanmerking komt.

Aan een beschutte werkplek worden wel eisen gesteld.  Zo moet een werknemer op deze werkplek vaak extra begeleiding kunnen krijgen. Er moet ook rekening worden gehouden met de beperking(en) van de persoon. Indien nodig moeten daarvoor speciale voorzieningen worden aangeboden.  Verder houdt men vaak rekening met het feit dat de werkdruk niet te hoog mag zijn zodat stress en andere complicaties kunnen worden voorkomen.

Voor wie is een beschutte werkplek?

De gemeente voert de regie op het gebied van beschutte werkplekken. Daarover houdt de gemeente contact met het bedrijfsleven in de gemeente. De gemeente selecteert ook de mensen die mogelijk voor een sociale werplek in aanmerking kunnen komen. De gemeente maakt echter niet de definitieve beslissing in dit proces. Dat doet het UWV. Het UWV krijgt van de gemeente de mogelijke kandidaten voor een beschutte werkplek doorgestuurd.  Het UWV beoordeelt deze aanvragen en wijs deze toe of af.

Wat zijn leerbanen?

Leerbanen zijn speciale dienstverbanden waarbij iemand werkzaam is bij een bedrijf en tevens een opleiding volgt. De term leerbaan is een  algemene term net zoals  “ werken en leren” . Een leerbaan is een baan die vooral gericht is op de ontwikkeling van de werknemer die werkzaam is op de leerwerkplek. Door te werken en te leren zal deze werknemer zijn of haar vaardigheden verder ontwikkelen waardoor de meerwaarde van deze werknemer voor de werkgever en de arbeidsmarkt wordt vergroot. De opleidingen die gekoppeld zijn aan leerbanen kunnen op verschillende niveaus zijn. er zijn leerbanen op mbo niveau maar ook op hbo niveau. Uiteraard is de functie-inhoud daar ook op aangepast.

Leerbaan bij een erkend leerbedrijf
Het volgen van een leerbaan op een leerwerkplek kan niet overal. Een leerwerkbaan kan men uitvoeren bij een officieel erkend leerbedrijf. Erkende leerbedrijven worden aangemerkt met een beeldmerk . Sinds 1 augustus 2015 wordt hiervoor in Nederland één landelijk beeldmerk gehanteerd voor dat gebruikt wordt voor alle erkende leerbedrijven die leerwerkplekken aanbieden op mbo-niveau. Dit is het SBB beeldmerk. De letters SBB staan voor: Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Mensen die een leerbaan zoeken kunnen zelf solliciteren bij een erkend leerbedrijf. Ook kunnen ze doormiddel van een uitzendbureau of een brancheorganisatie bij een leerbedrijf terecht komen. Sommige uitzendbureaus zijn zelf ook erkende leerbedrijven.

leerbanen met baangarantie
Voor bepaalde doelgroepen zijn er leerbanen met baangarantie. Deze mogelijkheid wordt vanuit de overheid geboden voor werklozen die in een uitkeringspositie zitten en recht hebben op een van de volgende uitkeringen:

  • Wajong- uitkering,
  • WAO-uitkering,
  • WIA-uitkering,
  • WGA-uitkering,
  • ZW-uitkering.

Naast deze uitkeringen zijn de volgende voorwaarden ook van belang:

  • Men zoekt actief naar werk en vindt geen werk op een reguliere manier.
  • Men heeft geen diploma’s of verouderde diploma’s met nauwelijks waarde op de arbeidsmarkt.
  • Men kan of mag de werkzaamheden waarin men ervaring heeft opgebouwd niet meer uitoefenen.

Leerbanen met baangarantie zijn grotendeels dezelfde leerbanen als de reguliere leerbanen behalve dan de speciale uitgangspositie van de werknemer. Iemand met een van de hiervoor genoemde uitkeringen heeft vaak een langere afstand tot de arbeidsmarkt dan een reguliere werkzoekende. Daar zijn de trajecten op het gebied van werken en leren ook op aangepast. Meestal gebeurd dit met behoud van uitkering of een andere financiële constructie waardoor de financiële lasten voor de werkgever kunstmatig laag gehouden worden. De werkgever moet echter wel een baangarantie verstrekken aan de werknemer op een leerwerkplek. Deze baangarantie is over het algemeen een bepaalde tijdscontract van minimaal zes maanden. Dit houdt in dat als de deelnemer gedurende een bepaalde periode een goede indruk heeft achter gelaten bij de werkgever er een contract wordt verstrekt en het dienstverband dan wordt doorgezet.

Baangarantie
Het woord baangarantie schept bij werkzoekenden een verwachting. Toch komt die verwachting in de praktijk niet altijd uit. Sommige werkgevers hebben wel de intentie om mensen een contract te geven maar zijn toch in de praktijk ontevreden over de inzet of kwaliteit van sommige medewerkers op een leerwerkplek. Dat zorgt er voor dat het voorkomt dat mensen met een leerwerkbaan niet altijd een contract krijgen hoewel ze wel op basis van een baangarantie werken. Daarnaast komt het voor dat werkgevers zelf onbetrouwbaar zijn en wel beloven om een contract te verstrekken maar dat in de praktijk niet doen. Dikwijls zoeken deze onbetrouwbare leerbedrijven naar redenen om toch geen contract te verstrekken. Deze oorzaken en redenen worden dan toegeschreven aan de kandidaat die werkzaam is op basis van een leerbaan op een leerwerkplek.

Werkervaringsplek: voordelen voor werkgevers?

Werkervaringsplaatsen of werkervaringsplekken zijn primair bedoelt voor werkzoekenden die een langere afstand hebben tot de arbeidsmarkt of om andere redenen werkervaring moeten op doen of onderhouden. Een werkervaringsplek is niet bedoelt om een betaalde werknemer te vervangen maar is wel gericht om de werkervaring van de persoon in kwestie te verbeteren. Er zijn verschillende bedrijven in Nederland die werkervaringsplekken aanbieden. Toch zijn er ook bedrijven die hier niet voor kiezen. Dat is jammer want er zijn zeker voordelen voor bedrijven als ze een werkervaringsplek aanbieden aan werkzoekenden.

Voordelen voor werkgevers mbt een werkervaringsplek
In bepaalde sectoren zoals de techniek is er structureel sprake van een tekort aan ervaren krachten. Er is sprake van vergrijzing in de techniek en tevens van ontgroening. Dit houdt in dat in deze sector het beschikbare personeel terugloopt. Er zijn echter genoeg mensen die wel graag in de techniek aan de slag willen maar daar om de één of andere reden geen kans toe krijgen. Door gebrek aan werkervaring wordt de kans op werk voor hen zeer klein. Daarom is werkervaring nodig. Voor de werkzoekende is een werkervaringsplek een ideale oplossing maar voor de werkgever ook.

De werkzoekende kan namelijk op de werkervaringsplek kijken of de werkzaamheden bij hem of haar haar passen. De werkervaring kan verder worden ontwikkeld. Dat is natuurlijk mooi voor de werkzoekende maar ook voor de werkgever. Deze kan namelijk bekijken of de werkzoekende op de werkervaringsplek de werkzaamheden goed kan aanleren en uitvoeren. Als dit het geval is heeft het bedrijf meteen een goede proefperiode voor de (toekomstig) werknemer. De werkgever kan kijken en beoordelen of de werknemer geschikt is voor het werk binnen het bedrijf. Deze beoordeling is meteen constructieve feedback voor de werknemer op de werkervaringsplek.

Tijdens de periode dat een werknemer op een werkervaringsplek werkzaam is hoeft het bedrijf meestal minder loonkosten te betalen of slechts de reiskosten. Dat levert een aanzienlijke kostenbesparing op maar de werkgever mag deze situatie niet uitbuiten. Voor de werkgever is de periode dat de werknemer op de werkervaringsplek werkzaam is een interessante proefperiode. Na afloop van deze proefperiode kan de werkgever besluiten om de werknemer een contract aan te bieden. Een werkgever is dit echter niet verplicht. Een werkervaringsplek biedt een werkgever dus een bepaalde keuzevrijheid. Wel is de werkgever uiteraard verplicht om een veilige en leerzame werkplek te bieden aan de kandidaat.

Imago van het bedrijf
Het bieden van een werkervaringsplek is goed voor het imago van het bedrijf. Het bedrijf komt positief in beeld bij overheidsinstellingen zoals de gemeente en het UWV. Via deze instellingen worden namelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bemiddelt naar een nieuwe baan. Daarvoor hebben deze overheidsinstellingen veel contact met bedrijven in de regio. Als een bedrijf een werkervaringsplek of meerdere werkervaringsplaatsen kan creëren is dat heel positief. Het bedrijf toont zich daardoor betrokken bij de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt in de regio.

Door een werkervaringsplaats kan een bedrijf het niveau van de werkzoekenden in de regio verbeteren. Werkzoekenden die een positieve ervaring hebben opgedaan op een werkervaringsplek van een bedrijf zullen dit ongetwijfeld gaan doorvertellen aan andere bedrijven, werkzoekenden of kennissen. Dat is alleen maar positieve reclame. Verder staat de bedrijfsnaam in combinatie met werkervaringsplek als het goed is ook op de cv’s van de mensen die op de werkervaringsplek hebben gefunctioneerd. Dat schept ook een goed beeld naar andere werkgevers die het cv onder ogen krijgen.

Wat zijn de voordelen van een werkervaringsplaats voor werknemers?

Een werkervaringsplaats of werkervaringsplek is een tijdelijke werkplek die ter beschikking wordt gesteld door bedrijven. Deze werkplek is bedoelt om werklozen werkervaring op te laten doen. De achtergrond van de doelgroepen voor een werkervaringsplek is divers. Er zijn bijvoorbeeld mensen die langdurig zonder werk zitten en hun vaardigheden in een bepaalde beroepsgroep moeten onderhouden.

Ook zijn er mensen die zich hebben omgeschoold maar geen werkervaring hebben opgedaan in hun nieuwe beroepsgroep. Een andere groep zijn de studenten die vaak hoge opleidingen hebben gevolgd in bijvoorbeeld de psychologie en sociologie. Deze studenten merken soms dat het moeilijk is om werk te vinden als men geen werkervaring heeft in het segment waar men voor gestudeerd heeft. Daarom zijn ook mensen in deze doelgroep regelmatig op zoek naar een werkplek om relevante werkervaring op te doen oftewel een werkervaringsplek.

Voordelen van een werkervaringsplek voor werkzoekenden?
Werken op een werkervaringsplek heeft een aantal voordelen voor de persoon die werk zoekt of werkervaring wil opbouwen. Allereerst is er natuurlijk de kennis die men krijgt op de werkervaringsplek. Bij elk bedrijf leert men weer nieuwe kennis en vaardigheden aan waardoor men een professionele werkhouding ontwikkelt.

Ook wanneer men in het verleden in dezelfde sector heeft gefunctioneerd leert men op een werkervaringsplek vaak moderne technieken aan of past men nieuwe procedures toe. Er wordt dus nieuwe kennis opgedaan. Bovendien leert men op een werkervaringsplek vooral ook de praktijk. Men leert theorie toe te passen in de uitoefening van een functie. Veel opleidingen zijn met name gericht op het aanleren van theoretische aspecten.

Vooral in de techniek hoor je vaak dat de praktijk heel anders is dan school. Op een werkervaringsplek leer je de theorie toe te passen en gereedschappen en werktuigen te hanteren. Dit kunnen ook computerprogramma’s zijn. Naast deze specifieke vaardigheden zijn er ook algemene voordelen die verbonden zijn aan het werken op een werkervaringsplek:

  • Je leert te werken in een bepaald werkritme, dienstrooster.
  • Je bouwt een netwerk op en onderhoud sociale contacten.
  • Je ontwikkelt een werkhouding.
  • Je vult een mogelijk gat op het cv op.
  • Je ontvangt als je het goed doet positieve referenties.
  • Je hebt kans om bij hetzelfde bedrijf aan het werk te blijven op loonbasis.