Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en WEB-niveau

Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) is een Nederlandse wet die is ingevoerd op 31 oktober 1995 en bevat regels en bepalingen voor het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. In de WEB zijn verschillende soort beroepsonderwijs en volwasseneneducatie beschreven. Daarnaast wordt door het WEB ook transparantie geboden met betrekking tot de niveaus van de opleidingen. In deze tekst kun je lezen welke opleidingsinstituten vallen onder het WEB en welke WEB-niveaus er zijn.

Welke opleidingsinstituten vallen onder WEB?
Er vallen verschillende soorten middelbare beroepsopleidingsinstituten onder het WEB. Het gaat hierbij om Regionale Opleidingscentra (ROC), Agrarische Opleidingscentra (AOC) en vakscholen. Ook een aantal overige opleidingsinstituten die vallen onder het beroepsonderwijs zijn opgenomen in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Niet alleen het beroepsonderwijs valt onder de WEB ook de volwassenen (basis)educatie valt onder deze wet evenals het vavo (voortgezet algemeen volwassenenonderwijs) en het cursorisch onderwijs. In de WEB worden leerlingen die deelnemen aan het middelbaar beroepsonderwijs ‘deelnemers’ genoemd. In het middelbaar beroepsonderwijs heeft men verder de onderverdeling van Beroepsopleidende leerweg (BOL) en Beroepsbegeleidende leerweg (BBL). De hoeveelheid BBL en BOL opleidingen is omvangrijk en ook het aantal benamingen dat voor mbo opleidingen wordt gebruikt is zeer divers. Doormiddel van de WEB tracht men transparantie te bieden.

WEB en benamingen voor opleidingen
De afgelopen jaren zijn er verschillende soorten mbo-opleidingen ontstaan. Vanwege de enorme tekorten aan technisch uitvoerend personeel zijn er vooral veel technische opleidingen ontstaan. Omdat de inhoud van mbo-opleidingen in de techniek vaak verschillend is en ook de niveaus verschillen is er behoefte aan transparantie. Bovendien zijn er opleidingen met dezelfde benaming maar toch een ander niveau of een iets andere inhoud. Om die reden is het van belang dat er eenduidigheid bestaat in de niveaus van de opleiding. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de niveaus die vastgelegd zijn in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Deze niveaus worden ook wel WEB-niveaus genoemd en zijn in de volgende alinea beschreven.

Waarom WEB-niveaus?

Er zijn verschillende technische opleidingen die worden aangeboden in het middelbaarberoepsonderwijs. Je kunt een BOL of BBL opleiding volgen maar uiteindelijk is het de bedoeling dat je bevoegd bent om bepaalde technische werkzaamheden uit te voeren in de praktijk. In de elektrotechniek heb je te maken met specifieke risico’s met betrekking tot elektrotechnische installaties en de elektrische spanning die daarbij hoort. Het is van groot belang dat iemand voldoende onderricht is om aan elektrische installaties te werken of in de buurt van elektrische installaties te werken. Als iemand namelijk niet voldoende onderricht is en dus niet voldoende kennis heeft van de werkzaamheden ontstaat er gevaar. Denk hierbij aan kortsluiting, brand of elektrocutie van mensen of dieren. Kennis en veiligheid gaan met elkaar samen. Als je voldoende kennis hebt van de gevaren en weet hoe je deze gevaren kunt beperken en uitsluiten kun je veilig werken.

WEB-niveaus
Personeel in de elektrotechniek moet een bepaald opleidingsniveau hebben. Dit is afhankelijk van de aanwijzing. Om deze zogenaamde ‘aanwijzing’ wordt in de praktijk vaak gevraagd door nutsbedrijven in de energietechniek. Deze nutsbedrijven willen voor de aanvang van de werkzaamheden een goed beeld hebben van de vaktechnische kennis van de werknemer zodat deze aangewezen kan worden om bepaalde werkzaamheden uit te voeren.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de niveaus uit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. De NEN 3140 wordt ook ingedeeld in de WEB-niveaus. Hieronder staat een overzicht van de verschillende WEB niveaus voor werknemers en leidinggevenden die in hun werk te maken krijgen met elektrische installaties.

  • Werkverantwoordelijke WV niveau 4. Voor dit niveau heeft een elektrotechnisch medewerker een afgeronde elektrotechnische opleiding nodig in de energietechniek. Een persoon met dit niveau kan functioneren als verantwoordelijke voor de planning of het beheer van een elektrische installatie. Deze personen mogen over het algemeen zonder toezicht werken. Dat houdt in dat iemand als zelfstandig vakvolwassen persoon wordt beschouwd. Als de persoon moet leidinggeven zijn hiervoor wel competenties en ervaring vereist op het gebied van leidinggeven.
  • Installatieverantwoordelijke IV niveau 4. Hiervoor is een volooide middelbare elektrotechnische opleiding vereist in de energietechniek. Personen met deze aanwijzing zijn verantwoordelijk voor eigen takenpakket. Daarnaast zijn ze bevoegd om andere monteurs te begeleiden en te controleren. Een installatieverantwoordelijke is grotendeels zelfstandig aan het werk maar kan ook onder indirect toezicht werkzaamheden uitvoeren. Ook hierbij kunnen leidinggevende vaardigheden vereist zijn en die zijn afhankelijk van de persoon.
  • Ploegleider PL niveau 3. Voor deze aanwijzing is een lagere elektrotechnische opleiding vereist in de energietechniek. Deze personen geven vaak leiding aan een kleine groep monteurs. Daarom zijn hiervoor ook leidinggevende vaardigheden nodig.
  • Vakbekwaam persoon (VP) niveau 2. Voor dit niveau is een lagere technische opleiding vereist in de energietechniek. Hierbij werk je onder direct of indirect toezicht. Je werkt samen met andere monteurs aan installaties en bent verantwoordelijk voor je eigen werkzaamheden.
  • Voldoende onderricht persoon (VOP) niveau 1 of niveau 2. Voor deze aanwijzing zijn verschillende niveaus genoteerd. Sommige nutsbedrijven willen dat iemand minimaal over niveau 2 beschikt terwijl anderen een niveau 1 voldoende achten. Deze persoon heeft duidelijke instructies ontvangen met betrekking tot de gevaren van elektriciteit. Een persoon met VOP heeft voldoende opleiding gevolgd om eenvoudige elektrotechnische taken uit te voeren. Dit gebeurd onder direct toezicht.
  • Leek (L). Deze persoon heeft geheel geen ervaring of opleiding gehad in de elektrotechniek en mag daardoor geen werkzaamheden uitvoeren aan.

Slotwoord over WEB-niveaus
Werkzaamheden in de uitvoerende techniek verschillen en ook de verantwoordelijkheden voor werkzaamheden en installaties zijn divers. Om die reden zijn er ook verschillende opleidingsniveaus of WEB-niveaus waarmee men inzichtelijk krijgt hoeveel kennis iemand heeft van systemen en technieken. Technische installaties moeten goed en veilig worden geïnstalleerd en onderhouden. Daarom is voor elke functie of functiegroep een bepaald WEB-niveau vereist. Op basis daarvan kan iemand een aanwijzing krijgen om bepaalde werkzaamheden uit te voeren en bepaalde verantwoordelijkheden te dragen. Zo wordt niet alleen de kwaliteit en veiligheid van een installatie gewaarborgd maar ook voorkomen dat mensen letsel ondervinden.

Wat is VIAG en waarom is VIAG belangrijk?

VIAG is een afkorting de voluit geschreven wordt al Veiligheidsinstructie Aardgas. In deze veiligheidsinstructie staan veiligheidsprocedures die opgevolgd moeten worden wanneer men werkt aan of in de nabijheid van aardgasnetten. Het gaat hierbij om aardgasnetten die zowel onder hoge druk als onder lage druk aardgas transporteren. Verder is VIAG van toepassing bij het werken aan of in de omgeving van aardgasinstallaties en aardgasleidingnetwerken. Het VIAG is opgesteld door het Netbeheer Nederland en is met name bedoelt voor energiebedrijven.

Detecteren van aardgas
In het VIAG wordt onder andere apparatuur benoemd die gebruikt kan worden voor het detecteren van aardgas en het alarmeren wanneer aardgas gedetecteerd wordt. Wanneer men werkzaamheden uitvoert aan gastechnische installaties en aan gasvoorzieningsystemen met de mogelijkheid tot gasuitstroom dient men hiervoor speciale veiligheidsvoorzieningen te treffen. Op de werkplek dient bijvoorbeeld voortdurend een gasdetector aanwezig te zijn. Deze gasdetector slaat alarm wanneer (teveel) gas gemeten wordt. Verder dient ook een zuurstofmeter aanwezig te zijn.

Gasconcentratie
Het meten van de gasconcentratie in de lucht is belangrijk. Al de gasconcentratie hoger is dan 10% LEL bestaat er een grotere kans op een gasexplosie. LEL  staat voor Lower Explosion Limit. Bij een  gasconcentratie hoger dan 10% LEL lopen de mensen in de omgeving direct gevaar. De omgeving waarin deze gasconcentratie wordt gemeten is een gevarenzone. Daarom moeten de werkzaamheden direct worden onderbroken of gestaakt.

Persoonlijke beschermingsmiddelen
Een werkgever moet er voor zorgen dat aan de werknemers de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen worden verstrekt. De werknemer moet er echter voor zorgen dat de persoonlijke beschermingsmiddelen juist worden gebruikt. Een andere verplichting waaraan werkgevers zich bij aardgasinstallaties en aardgasleidingen aan moeten houden is het juist instrueren van werknemers. De werknemers moeten met name op het gebied van veiligheid voldoende onderricht krijgen zodat ze hun werkzaamheden veilig uitvoeren zonder daarbij zichzelf en andere schade toe te brengen.

Veiligheidscursussen VIAG
verschillende opleidingsinstituten in Nederland bieden opleidingen en cursussen aan in het Veiligheidsinstructies Aardgas. Deze VIAG/cursussen zijn bedoelt voor uitvoerend personeel die werkzaam zijn voor energiebedrijven en bedrijven in de infrastructuur. De Veiligheidscursussen VIAG zijn bestemd voor personeelsleden die werkzaamheden uitvoeren aan gasleidingen en gasinstallaties. Ook personeelsleden die in de buurt van gasleidingen en installaties werken moeten een VIAG cursus behalen. Als iemand een VIAG cursus heeft behaald doormiddel van een examen zal hij of zij een VIAG aanwijzing krijgen. Deze aanwijzingen zijn er op verschillende niveaus.

VIAG VOP. Voor de uitvoerende medewerker die onder toezicht van een leidinggevende werkt wordt een VIAG VOP gebruikt, waarbij VOP staat voor voldoende onderricht persoon.

VIAG VP. De VIAG  VP (vakbekwaam persoon) wordt gebruikt voor werknemers die een grote mate van zelfstandigheid hebben bij de uitvoering van werkzaamheden aan en nabij gasleidingen en gasinstallaties.

VIAG AVP. Tot slot is er de VIAG AVP (allround vakbekwaam persoon). Deze zijn bestemd voor werknemers die ook leidinggevende taken hebben en als een voorman op de werkplek kunnen en mogen functioneren.

Geldigheid VIAG aanwijzing
De VIAG aanwijzing die iemand heeft bepaalt in belangrijke mate welke werkzaamheden iemand wel of niet mag uitvoeren. Voordat iemand aan de werkzaamheden begint moet hij of zij kunnen aantonen dat de juiste papieren aanwezig zijn en dat de papieren geldig zijn. VIAG papieren zijn namelijk niet alleen verbonden aan bepaalde werkzaamheden en verantwoordelijkheden, ze hebben ook een geldigheidsduur. Deze geldigheidsduur is drie jaar. Daarna dient de persoon de VIAG papieren doormiddel van een examen opnieuw te behalen alvorens hij of zij weer werkzaamheden gaat verrichten waar de papieren voor gelden.

Hoe wordt je VOP, Voldoende Onderricht Persoon NEN EN 50110 / NEN 3140?

Binnen de techniek zijn verschillende functies aanwezig waarbij kennis over elektrotechnische installaties vereist is. Hierbij kan gedacht worden aan onderhoudsmonteurs in de (petro)chemische sector, in de industrie of de procestechniek. Naast onderhoudsmonteurs zijn in deze sectoren ook elektromonteurs werkzaam bij het assembleren, inregelen en onderhouden van machines op elektrotechnisch gebied. Het spreekt voor zich dat elektrotechnische werkzaamheden zorgvuldig uitgevoerd moeten worden. Wanneer bepaalde onderdelen van bijvoorbeeld een machine per ongeluk onder spanning komen te staan kunnen de gevolgen daarvan zeer ernstig zijn. Bedrijven willen daarom dat hun medewerkers voldoende onderricht zijn om de werkzaamheden kundig uit te kunnen voeren. Daarom kunnen bedrijven medewerkers verplichten om een cursus VOP te volgen.

Voor wie is een cursus Voldoende Onderricht Persoon bedoelt?
Wanneer van een monteur wordt verlangd dat hij of zij werkt aan elektrische onderdelen van machines, apparaten, installaties of gereedschappen is het belangrijk dat de monteur goed op de hoogte is van de wet en regelgeving en de veiligheidsaspecten die daarbij aan de orde komen. Een monteur die elektrotechnisch werk uitvoert moet dit op een verantwoorde manier doen zodat de monteur en de omgeving niet bloot staan aan gevaar.  Hiervoor heeft een monteur kennis nodig van elektrotechniek en daarnaast moet hij of zij weten hoe de werkzaamheden zo veilig mogelijk uitgevoerd kunnen worden.

Een cursus VOP (Voldoende Onderricht Persoon) wordt meestal verstrekt aan monteurs die zelf geen of weinig kennis hebben van elektrotechniek maar er wel mee te maken kunnen krijgen tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Dit kunnen bijvoorbeeld mechanisch onderhoudsmonteurs, machinebouwers, werktuigbouwkundige installatiemonteurs en revisiemonteurs zijn. Wanneer deze monteurs geen gedegen elektrotechnische opleidingen hebben gevolgd is een cursus Voldoende Onderricht Persoon NEN-EN-50110/NEN-3140  gewenst of zelfs noodzakelijk.

Ook aan ervaren elektromonteurs met een gedegen opleiding kan vereist worden dat ze een VOP cursus NEN-EN-50110/NEN-3140 gaan volgen. In dat geval wil het bedrijf of de opdrachtgever er zeker van zijn dat de elektromonteur de basiskennis nog beheerst en dat deze niet veroudert is. Het volgen van een VOP cursus NEN-EN-50110/NEN-3140 kan net zoals het VCA verplicht worden door een opdrachtgever of bedrijf. Uiteindelijk is het doel een veilige werkplek. Volgens de wet is een bedrijf verplicht om een veilige werkplek te garanderen aan haar medewerkers. Een bedrijf moet daarom kunnen aantonen dat de medewerkers kundig genoeg zijn om bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Wanneer een bedrijf aan de Arbeidsinspectie kan laten zien dat de medewerkers, die elektrotechnische werkzaamheden uitvoeren, daarvoor voldoende onderricht zijn voldoet het bedrijf aan de regelgeving van de Arbowet.

Verschillende VOP cursussen
Er zijn verschillende soorten VOP cursussen omdat de elektrotechnische werkzaamheden die uitgevoerd worden in de praktijk onderling kunnen verschillen. Zo zijn er bijvoorbeeld VOP cursussen op het gebied van NEN-EN-50110/NEN-3140,  VOP Laagspanning NEN 1010 en de NEN 1014 / NEN-EN-IEC-62305 Bliksembeveiliging.

Het verschil tussen NEN-EN-50110 en NEN-3140 is niet heel groot. NEN-EN-50110 is de Europese norm voor de inspectie van elektrische installaties en de instructie en aanwijzen van personen. De NEN-3140 is een Nederlandse aanvulling op de Europese norm. Daarom moeten monteurs die in Nederland werken aan elektrische installaties over NEN-3140 beschikken.

NEN 1010 gaat over laagspanning. Deze norm gaat over de veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. Deze installaties kunnen onder andere voorkomen in woningen en utiliteit maar ook in bedrijfswagens, jachten en andere vervoersmiddelen waarbij wordt gewerkt met laagspanning.

Wat leer je op een VOP cursus?
Er zijn verschillende opleidingsinstituten die VOP cursussen aanbieden. De cursusinhoud kan een beetje verschillen, maar komt in de kern op hetzelfde neer namelijk: het leren om op een veilige en verantwoorde manier om te gaan met de assemblage, in bedrijf stellen, reparatie en controle op elektrotechnische installaties. Op een VOP cursus leert een deelnemer de richtlijnen en wetgeving vanuit de Arbowet over het aanleggen van elektrische installaties en het toezicht houden daarop. Ook de toepassing van persoonlijke beschermingsmiddelen komt aan de orde. Gevaarherkenning en aansturen van medewerkers komt bij VOP cursussen ook aan bod. Een voldoende onderricht persoon moet ook in staat zijn om bij collega’s te kunnen signaleren dat veiligheidsaspecten worden genegeerd of over het hoofd gezien.  Een VOP cursus is op MBO niveau. Wanneer deze cursus door de cursist succesvol is afgerond met een examen is hij of zij een voldoende onderricht persoon VOP. Daarmee is iemand nog niet voor zijn leven lang VOP. Een NEN 3140 certificaat is bijvoorbeeld drie jaar geldig. Daarom moet een VOP om de drie jaar de cursus herhalen om VOP te blijven.