Wat is een meetkamer?

Een meetkamer is een speciale ruimte binnen een technisch bedrijf waarin producten worden gecontroleerd op afmetingen. Een meetbare eigenschap van een materiaal wordt ook wel een grootheid genoemd. In een meetkamer kan men bijvoorbeeld producten of materialen controleren op de natuurkundige grootheden lengte en massa. Het meten van producten en materialen dient bij sommige bedrijven zo nauwkeurig te gebeuren dat er een speciale ruimte voor wordt ingericht.

Inrichting van een meetkamer
Een meetkamer behoort een netjes en opgeruimde kamer te zijn. De kamer moet goed geïsoleerd zijn en goed afgesloten kunnen worden. Een meetkamer bevat meestal een vlakplaat of vlaktafel van bijvoorbeeld graniet met daarop een 3D meetinstrument waarmee men de dimensies van een object kan opmeten. Een vlaktafel is perfect waterpas en daardoor kan men deze tafel als goede basis gebruiken om te kijken of een product wel perfect vlak is.  Een digitale meetopstelling kan producten op honderdsten tot zelfs duizendsten van millimeters nauwkeurig opmeten.

Temperatuur en vochtigheidsgraad
Een meetkamer is een ruimte die niet mag worden gebruikt als opslagruimte voor materialen. De kamer is bedoelt om producten te meten. Naarmate de maatvoering of de passingen nauwkeuriger worden zal men ook rekening moeten houden met de temperatuur. De temperatuur heeft namelijk invloed op de omvang van de meeste materialen. Als de temperatuur hoger is worden de meeste materialen iets groter en als de temperatuur lager is wat kleiner. Dit verschil is afhankelijk van het materiaal en de verhoging of verlaging van de temperatuur.

Als men op honderdsten of duizendsten van een millimeter nauwkeurig gaat controleren moet men gebruik maken van een geklimatiseerde meetkamer. Deze meetkamers worden meestal op een constante temperatuur van 20°C gehouden. Ook de luchtvochtigheid kan men op een specifiek niveau houden. Geklimatiseerde meetkamers hebben meestal een soort sluis of extra ruimte waar je door moet voordat je deze meetkamers kunt binnentreden. Deze sluizen zorgen er voor dat de temperatuur constant blijft in de meetkamer.

Wat doet men in een meetkamer?
In een meetkamer werkt een kwaliteitscontroleur of meettechnicus. Deze meet met verschillende meetinstrumenten de maten op van een product aan de hand van vastgestelde procedures en referentiepunten. Deze gegevens kan men vermelden in een meetrapport. Dit meetrapport kan worden voorzien van foto’s ter verduidelijking. Ook kan een meettechnicus duidelijk met een stiftstreep of andere markering aangeven waar de fout of afwijking zich op een product bevind.

Wat is een schroefmaat of micrometer?

Een schroefmaat of een micrometer is een meetgereedschap waarmee men een klein object met grote nauwkeurigheid kan opmeten. Het meetinstrument kan worden gebruikt om maten en afwijkingen in maten weer te geven tot op 0,01 mm, 0,005 mm of tot op 1 µm nauwkeurig. De micrometer is door Jean Laurent Palmer in 1848 uitgevonden in Paris. Daardoor wordt dit meetinstrument soms ook wel een palmer genoemd.

Micrometer
De naam ‘micrometer’ is niet afgeleid van de schaalverdeling zoals men soms denkt. In plaats daarvan heeft de naam ‘micrometer’ betrekking op het micrometrische schroefdraad van de spindel die wordt gebruikt voor bepalen van de maat.

Toepassing micrometer
Micrometers worden bij bedrijven waarbij de maatvoering erg belangrijk is. In de praktijk worden micrometers gebruikt in de metaalbewerking als men onder zeer nauwkeurige toleranties moet werken. Een tolerantie is een aanduiding van twee maten waarbinnen de maat van een bepaald werkstuk of onderdeel moet vallen om goedgekeurd te worden. In machinefabrieken kunnen onderdelen met behulp van conventionele en CNC aangestuurde machines zeer nauwkeurig worden gedraaid en gefreesd. Met een micrometer kan men vervolgens controleren of het object/ werkstuk daadwerkelijk de gewenste diameter/ afmeting heeft.

Verschillende soorten micrometers
Er zijn verschillende soorten micrometers die in de praktijk kunnen worden gebruikt:

  • Driepuntsbinnenmicrometers worden gebruikt voor het meten van boringen
  • Buitenmicrometers worden gebruikt voor het meten van buitenmaten
  • Schroefdraadmicrometers worden gebruikt voor het opmeten van schroefdraad.
  • De speermicrometer en modulemicrometer worden gebruikt voor het opmeten van tandwielen
  • De dieptemicrometer wordt gebruikt voor het bepalen van de diepte van een object.

Verder zijn er micrometers met een analoge maataanduiding. Deze bevatten een nonius. Ook bestaan er micrometers met een digitale aflezing.  Deze laatste variant kan nauwkeuriger worden afgelezen waardoor fouten in het meetproces kunnen worden geminimaliseerd.

Vormgeving van een micrometer
Een micrometer bestaat uit een beugel met een vast meetvlak. Daarnaast is er een verstelbare meetstift aanwezig met het andere meetvlak. De verstelbare meetstift kan men in beweging brengen door aan de verstelbare afleestrommel te draaien. Hierdoor worden de meetvlakken naar elkaar toe of van elkaar af bewogen. Dit gaat over een zeer fijn schroefmechanisme.

Men brengt de meetstiften zo dicht mogelijk naar het object dat gemeten moet worden. Als de meetbekken het object bijna raken moet men zeer voorzichtig te werk gaan. Men draait dan aan de gevoelsknop. Dit is het onderste draaiknopje aan het handvat van de micrometer.

Zodra de gevoelsknop begint te slippen of te ratelen heeft men met voldoende druk de maat gemeten. Vervolgens kan de maat afgelezen worden. Het gevoelsknopje zorgt er voor dat iedereen met de juiste druk of kracht meet.

Wat is een schuifmaat en waar wordt een schuifmaat voor gebruikt?

Een schuifmaat is een meetinstrument. Dit meetinstrument wordt gebruikt voor het meten van verschillende maten. Men kan een schuifmaat gebruiken voor het meten van:

  • Buitenmaten
  • Binnenmaten
  • Dieptematen

Een schuifmaat wordt ook wel een schuifpasser genoemd. Met dit meetgereedschap kan men nauwkeuriger meten dan wanneer men een duimstok, rolmaat of liniaal gebruikt. er zijn verschillende schuifmaten maar de gebruikelijke schuifmaten kan men gebruiken tot een meetnauwkeurigheid van 1/10 of 1/20 mm.

Hoe ziet een schuifmaat er uit?
Schuifmaten bestaan uit een vast meetdeel, dit is een meetlat die verdeeld is in centimeters en millimeters. Vaak is een schuifmaat ook verdeeld in inch. Aan het uiteinde van de schuifmaat zijn twee meetbekken geplaatst.

Het beweegbare deel bestaat uit een schuif met daarop een nonius (secundaire meetschaal) met twee meetbekken. Het schuifbare kan men langs het vaste meetdeel schuiven. Deze schuif bevat een meetpen. Daarnaast heeft de schuif een klemlip waarmee men de schuif na het indrukken kan verplaatsen langs het vaste meetdeel. Door de klemlip los te laten slaat de schuif vast aan het meetdeel waardoor men de maataanduiding vast kan zetten. Het is ook mogelijk om de schuif vast te zetten met een kartelschroefje.

Nulstand van de schuifmaat
Als men de schuifmaat in gesloten toestand neer legt dan zijn de meetbekken van de liniaal en de schuif tegen elkaar. De meetkanten zijn over het algemeen schuingeslepen. De bovenkant van de bek is meestal recht uitgevoerd. In een gesloten toestand behoren de nonius en de nullijn van de liniaal precies in elkaars verlengde te liggen. Als dat het geval is heeft men de schuifmaat in een nulstand. Als men de schuif beweegt gaat de schuifmaat uit de nulstand. De meetbekken van de binnen en buitenmaten gaan dan open. Op het uiteinde komt dan een meetpen tevoorschijn. Deze meetpen wordt gebruikt om dieptematen te meten.

Hoe kan men een schuitmaat aflezen?
Een schuifmaat is nauwkeuriger dan een meetlat. Het aflezen van een schuifmaat is niet moeilijk als men weet waar men de juiste maat kan vinden. Het lange onbeweegbare deel geeft de maat van een object aan in millimeters. Op het schuifbare deel staat de nonius. Als de nullijn van nonius samenvalt met een millimeterstreepje op het vaste deel kan men de maat in hele millimeters aangeven.

Het is echter ook mogelijk dat de nullijn op de nonius niet samenvalt met een streepje op de op het vaste deel. In dat geval leest men eerst op het vaste deel (de liniaal) de maat af op een hele millimeter. Vervolgens leest men het direct links boven de nullijn van de nonius het streepje af. Daarna dient men te kijken welk deelstreepje van de liniaal precies samenvalt met het deelstreepje op de nonius. Tot slot telt men op de nonius het aantal deeltjes op tussen de nullijn en het gelijkstaande streepje. Dit aantal wordt vermenigvuldigd met 0,1 mm als men gebruik maakt van een schuifmaat met een nauwkeurigheid van 1/20 mm met 0,05 mm. De uitkomst hiervan telt men op bovenop het aantal hele millimeters dat men heeft afgelezen op de liniaal van het vaste deel.

Verschillende schuifmaten
De hiervoor genoemde werkwijze hanteert men bij een gewone schuifmaat. Deze schuifmaat wordt met behulp van een nonius uitgelezen. Er zijn echter ook schuifmaten die worden uitgelezen vanaf een meetklok. Digitale uitlezing is ook mogelijk met een schuifmaat met een elektronisch meetsysteem. Door deze speciale schuifmaten te hanteren wordt de afleesnauwkeurigheid vergroot. Daarnaast wordt bijvoorbeeld de maat duidelijk aangegeven met een digitale schuifmaat waardoor er minder afleesfouten ontstaan. Als men nog nauwkeuriger moet meten gebruikt men een micrometer.

Wat wordt bedoelt met nonius?

De nonius wordt in de meettechniek gebruikt. Het is een secundaire schaal met een afwijkende lengte en afwijkende maatindeling. De nonius kan worden verschoven ten opzichte van een primaire schaal. Een nonius treft men onder andere aan bij schuifmaten, draaibanken, sextanten, waterpastoestellen en hoogtemeters.

De nonius is het gedeelte dat schuift langs de vaste schaalverdeling op het meetinstrument. Men kan bijvoorbeeld de vaste schaal onderverdeeld in millimeters aangeven op een meetinstrument. Hiervoor gebruikt men schaalstreepjes. Tegenover deze vaste schaal kan men op de nonius een kleinere schaal aangeven van 9 millimeter lang. Deze schaal is in 10 even grote delen verdeeld. Men kan door deze extra schaal nog duidelijker de exacte maat bepalen als men de schuifmaat hanteert. Men heeft men een schuifmaat een grote schaal voor de grove maataanduiding en een kleinere schaal voor de exacte maataanduiding.

De noniusschaal is dus een secundaire schaal waardoor men naast de grove schaal een extra nauwkeurige schaal heeft. Men kan bijvoorbeeld met de grove schaal tot hele millimeters nauwkeurig meten terwijl men met de secundaire schaal tot tienden van millimeters nauwkeurig kan meten. De primaire en secundaire schaal vormen gezamenlijk de exacte maat van het gemeten object.