Wat zijn de uitgangspunten V&G-wetgeving

De V&G-wetgeving is gericht op het bevorderen van de veiligheid op de werkvloer zodat werknemers onder zo veilig mogelijke arbeidsomstandigheden hun werk kunnen uitvoeren. V&G staat voor Veiligheid en Gezondheid, deze wetgeving wordt dus voluit Veiligheids- en Gezondheidswetgeving genoemd. De V&G-wetgeving schrijft voor dat de planning van de preventie en de uitvoering van V&G op het werk een vast onderdeel moet zijn van de bedrijfsvoering van een bedrijf.

Risicobeheersbeleid en Risico Inventarisatie en Evaluatie
Bedrijven moeten daarom een risicobeheersbeleid opstellen. Dit risicobeheersbeleid vormt een belangrijk onderdeel van het risicobeheerssyteem. De Risico Inventarisatie en Evaluatie vormt de uitwerking van het risicobeheersbeleid. Hierin inventariseert een bedrijf de aanwezige risico’s binnen het bedrijf. Daarnaast schrijft het bedrijf in een plan van aanpak welke stappen ondernomen (zullen) worden om de risico’s weg te nemen of te beheersen. De doelstelling van de Risico Inventarisatie en Evaluatie is het in kaart brengen van de risico’s en het effectief aanpakken van risico’s zodat de werkplek veiliger en gezonder wordt. Dit is een belangrijk doel wat de Nederlandse overheid wil bereiken met de V&G-wetgeving. De V&G-wetgeving heeft een aantal uitgangspunten. Deze staan in de volgende alinea.

Uitgangspunten van de V&G-wetgeving
De V&G-wetgeving heeft de volgende uitgangspunten:

  • Werkgevers en werknemers hebben rechten en plichten als het gaat om veiligheid op de werkvloer.
  • Werkgevers moeten er voor zorgen dat de werknemers hun werk kunnen uitvoeren zonder dat hun gezondheid en veiligheid in gevaar komen.
  • Werkgevers moeten een actief Arbobeleid voeren waar ook een Risico Inventarisatie en Evaluatie toe behoort.
  • Risico’s moeten worden voorkomen zowel door werkgevers als werknemers.
  • Werkzaamheden mogen geen nadelige invloed hebben op de veiligheid en gezondheid van werknemers.
  • Deskundige personen en diensten dienen bedrijven te ondersteunen op het gebied van het Arbobeleid.
  • Er dient overleg te zijn tussen leidinggevenden en werknemers met betrekking tot veiligheid. Een goed voorbeeld hiervan zijn de veiligheidsinstructies die leidinggevenden geven aan werknemers. Ook dient er in toolboxmeetings aandacht te worden besteed aan de veiligheid op de werkplek.
  • Wanneer verschillende werkgevers op dezelfde plek werkzaamheden uitvoeren, bijvoorbeeld op een bouwproject, dan zullen werkgevers met elkaar moesten samenwerken. Ook de veiligheid is daarbij een belangrijk onderwerp waaraan aandacht moet worden besteed.
  • Werkgevers dienen er voor te zorgen dat werknemers over voldoende kennis beschikken om hun werk veilig en goed uit te kunnen voeren. Bedrijven zullen werknemers extra opleidingen aan moeten bieden om er voor te zorgen dat de kennis van de werknemers actueel is.

Arbobegrippen

In de Arbeidsomstandighedenwetgeving en regelgeving komen verschillende woorden voor die beginnen met Arbo. Het woord Arbo is in feite een afkorting van arbeidsomstandigheden. We noemen hieronder een aantal woorden of begrippen die verband houden met de Arbeidsomstandigheden wet en geven daarnaast een korte uitleg van deze begrippen zodat men globaal weet wat er mee bedoelt wordt.

Arbowet
De Arbowet is een verkorte naam voor de Arbeidsomstandighedenwet. Deze Nederlandse wet biedt de wet- en regelgeving met als doel de veiligheid en gezondheid van werknemers te beschermen. Alle bedrijven die in Nederland zijn gevestigd moeten zich aan de Arbowet houden. Ook buitenlandse bedrijven moeten zich aan de Arbowet houden als deze  werkzaamheden verrichten in Nederland.

Arbobesluit
Het Arbobesluit is gebaseerd op de Arbowet. In totaal omvat het Arbobesluit ongeveer 400 artikelen over verschillende arbeidsomstandigheden. Ongeveer negentig procent van deze artikelen gaan over Europese regelgeving op Arbogebied. De resterende tien procent van de regelgeving gaat over de uitvoering van een nationaal beleid dat gevoerd moet worden per land in de Europese Unie. Dit nationale beleid gaat over specifieke onderwerpen zoals gevaarlijke stoffen en hoe ze moeten omgaan met asbest.

Arboregeling
De Arboregeling bevat voorschriften van gedeelten van de Arbowet en het Arbobesluit. Men kan de Arboregeling beschouwen als een uitwerking van de Arbowet en het Arbobesluit. De Arboregeling heeft ook dezelfde indeling als het Arbobesluit.

Arbo-informatiebladen
De Arbo-informatiebladen geven de werkgever en de werknemer voorlichting en achtergrondinformatie voor de over hoe de wettelijke regelgeving op de werkplek nageleefd moet worden.

Arbobeleid
Dit is een bedrijfsgebonden beleid dat door een bedrijf wordt opgesteld en waarin wordt aangegeven op welke wijze een bedrijf de Arbowetgeving gaat omzetten naar beleidsmaatregelen. Een onderdeel van het Arbobeleid van een organisatie is de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). daarnaast dient ook een plan van aanpak te worden opgesteld waarmee een bedrijf inzichtelijk maakt hoe de aanwezige risico’s effectief zullen worden bestreden zodat een zo veilig mogelijke werkplek ontstaat.

Wat is een persoonlijke monitor en een persoonlijke explosiemeter?

Veiligheid op de werkvloer is het allerbelangrijkste. Werkgevers dienen er alles aan te doen om de werkplek voor werknemers zo veilig mogelijk te maken. Dit zijn werkgevers verplicht volgens de Arbowet. Daarvoor dienen werkgevers echter wel een goed beeld te krijgen van de aanwezig risico’s op de werkplek. Dit doen werkgevers met een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Deze RI&E vormt een belangrijk deel van het Arbobeleid. Nadat de risico’s op de werkplek zijn geïnventariseerd in de Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een werkgever doormiddel van een plan van aanpak moeten aangeven hoe de risico’s (voor mensen) worden weggenomen of beheersbaar gemaakt. Het nemen van bronmaatregelen is daarbij het beste. Daarbij worden de gevaren geheel weggenomen. Men zorgt er dan bijvoorbeeld voor dat er geen explosieve stoffen aanwezig zijn zodat geen explosieve mengsels kunnen ontstaan.

Beheersmaatregelen
Het is echter niet altijd mogelijk om de bron van het gevaar weg te nemen. In sommige gevallen zullen altijd explosieve stoffen aanwezig zijn omdat men werkt met bijvoorbeeld fossiele brandstoffen. In dat geval zal men beheersmaatregelen moeten treffen. Beheersmaatregelen zijn maatregelen waarmee men het risico kan beheersen en aanvaardbaar kan maken. Beheersmaatregelen nemen echter de bron van het gevaar niet weg maar zorgen er doormiddel van onder andere technische oplossingen voor dat het gevaar onder controle blijft.

Explosiemeter  en persoonlijke monitor
Mensen hebben zintuigen en daarmee kunnen ze veel gevaarlijke situaties waarnemen. Toch zijn de zintuigen van de mens alleen vaak onvoldoende om de veiligheid op de werkplek te verzekeren. Zo kunnen explosieve mengsels ontstaan in de atmosfeer terwijl men deze nauwelijks kan waarnemen door het reukvermogen van een mens. Daarom heeft een mens hulpmiddelen nodig zoals een persoonlijke explosiemeter. Met deze explosiemeter kan men gevaarlijke explosieve mengsels in de atmosfeer rondom de werknemer meten.

Een explosiemeter en een persoonlijke monitor zijn meetinstrumenten die door werknemers op borsthoogte gedragen worden. Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in gevaarlijke explosiegevoelige ruimtes zijn deze meetinstrumenten van levensbelang. Ze geven namelijk een alarm af wanneer er gevaarlijke stoffen in de atmosfeer aanwezig zijn. Er zijn echter verschillende explosiemeters en persoonlijke monitoren verkrijgbaar. Vaak kan men deze op verschillende manieren instellen en de instelling aanpassen aan de werksituatie en de daarin aanwezige gevaarlijke stoffen. Het is belangrijk dat men de juiste meetinstrumenten gebruikt die zijn ingesteld op de werksituatie waarin de werknemer werkzaam is.

De alarmen van explosiemeters zijn meestal akoestisch. Dit houdt in dat er een luid geluid hoorbaar is. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van lichtsignalen van bijvoorbeeld LED’s. Verder is er ook een trillarlarm zodat de werknemer op alle gebruikelijke manieren kan worden gewaarschuwd wanneer de atmosfeer rondom hem of haar gevaarlijke stoffen bevat.

Belangrijk
Het dragen van een explosiemeter en een persoonlijke monitor is natuurlijk belangrijk als men in een ruimte werkt waarin gevaarlijke stoffen aanwezig (kunnen) zijn. Het is belangrijk dat men weet hoe men deze meetinstrumenten dient te dragen. Deze draagt men altijd bovenop de kleding! Dus nooit onder de kleding omdat het meetinstrument dan minder goed of helemaal niet werkt. Houdt met een explosiemeter ook rekening met de volgende factoren die invloed hebben op de meetwaarden:

  • De windrichting
  • De mogelijke bron van de gasontsnapping
  • De afstand tot de bron
  • De dichtheid van het gas

Net zo belangrijk is dat men weet hoe men dient te handelen als het alarm van deze veiligheidsinstrumenten af gaat. Het werk dient zodra dit alarm afgaat direct te worden stilgelegd en mensen op de werkplek dienen zich in veiligheid te brengen conform de instructies die ze van de werkgever hebben ontvangen. Er dient een melding te worden gedaan bij de leidinggevenden en veiligheidsfunctionarissen die daarvoor zijn aangewezen. Deze dienen direct actie te ondernemen om het gevaar onder controle te krijgen.   

Hoe verspreiden gassen of dampen zich in een ruimte?

Giftige gassen kunnen aanwezig zijn op een werkplek hoewel een werkgever er alles aan moet doen om de aanwezigheid van gif op de werkplek te voorkomen. Werkgevers zijn verplicht om een Arbobeleid te voeren en als onderdeel daarvan een Risico Inventarisatie en Evaluatie op te stellen en te onderhouden. Hierbij dient ook aandacht te worden besteed aan de aanwezigheid van giftige stoffen. Werkgevers moeten de aanwezigheid van giftige stoffen trachten bij de bron te bestrijden alleen is bronbestrijding meestal niet mogelijk. De meest effectieve bronbestrijding is het wegnemen van de giftige stof.

Vaak worden stoffen die giftig zijn voor mensen juist wel gebruikt in de chemische industrie vanwege andere eigenschappen. Daarom kunnen veel giftige stoffen niet eenvoudig worden vervangen. Bedrijven kunnen dan de bron niet bestrijden maar kunnen wel trachten de risico’s te beheersen door beheersmaatregelen te nemen. Daarvoor is kennis nodig. In dit artikel wordt kort aangegeven op welke manier giftige gassen of dampen zich kunnen verspreiden in een ruimte zodat bedrijven daar effectieve beheersmaatregelen voor kunnen treffen.

Verspreiding van giftige stoffen in de atmosfeer van een ruimte
Giftige stoffen of dampen kunnen op de volgende manier door een ruimte worden verspreid:

  • Luchtbewegingen: door de lucht in beweging te brengen kunnen gassen en dampen makkelijk worden vermengd met de rest van de lucht. Hierdoor kunnen ook giftige gassen en dampen makkelijker worden verspreid.
  • Diffusie: gassen zullen na verloop van tijd worden opgedeeld en zich zo verspreiden in een ruimte. Dit komt onder andere door snelheid van de gasdeeltjes maar ook door het gewicht van gassen. Dit zorgt er voor dat zwaardere gassen naar beneden zullen zakken en lichte gassen zullen opstijgen boven de zwaardere gassen.
  • Temperatuur: als gassen worden opgewarmd wordt de dichtheid minder en stijgt het gas op. Bij verbrandingsgassen komt dit proces voor en zal het gas zich door de ruimte verspreiden.

Bronmaatregelen en beheersmaatregelen
Zoals eerder genoemd is het Arbobeleid van een organisatie er op gericht om de veiligheid en gezondheid van werknemers zoveel mogelijk te beschermen. De beste maatregelen zijn het wegnemen van de bron van het gevaar, in dit geval het gif. Als dat niet kan zal men beheersmaatregelen moeten treffen. Men kan bijvoorbeeld de ruimte gaan ventileren men moet trachten een ruimte vrij te maken van gas. Naast ventilatie zal men ook persoonlijke beschermingsmiddelen moeten verstrekken aan werknemers die deze pbm’s naar behoren dienen te gebruiken.

Adembescherming en beschermende kleding behoren tot de beschermingsmaatregelen en zijn beheersmaatregelen. Voorbeelden onafhankelijke adembescherming is een ademluchttoestel en een ademluchtleidingnet. Het is belangrijk dat een werkgever er voor zorgt dat de persoonlijke beschermingsmiddelen geschikt zijn als beschermingsmiddel tegen het specifieke gas. Ook dienen de pbm’s in goede bruikbare staat te verkeren en dient de werkgever de werknemer juist te instrueren. Meestal zijn speciale veiligheidstrainingen vereist als het om het werken met gevaarlijke stoffen gaat.

Giftige gassen: vertrouw niet alleen op reukwaarneming

Sommige mensen denken dat ze giftige stoffen wel kunnen ruiken en daardoor tijdig actie kunnen ondernemen zodra men de stof doormiddel van reuk kan waarnemen. Dit is echter een onterechte aanname. Er zijn verschillende stoffen die men niet doormiddel van reuk kan waarnemen zoals koolzuurgas, koolstofmonoxide en stikstof. Er zijn ook nog andere stoffen die eigenschappen hebben die er voor zorgen dat men niet op reukwaarneming moet vertrouwen.

Pas ruikbaar boven de grenswaarde
Verder is het bekend dat sommige giftige stoffen pas geroken kunnen worden als de aanwezigheid van de stof al ruim boven de grenswaarde is. De grenswaarde werd voorheen ook wel MAC-waarde genoemd (Maximaal Aanvaarde Concentratie) en is de concentratie die een volwassen man kan verdragen van een bepaald gif zonder gezondheidsklachten te krijgen. Als een stof dus ruim boven de grenswaarde komt brengt de stof schade toe aan het lichaam van de mens. Giftige stoffen die pas geroken kunnen worden als de concentratie ruim boven de grenswaarde ligt kunnen zeer gevaarlijk zijn wanneer men alleen op reukwaarneming vertrouwd.

Gevaarlijke stoffen die juist lekker ruiken
Er zijn ook gevaarlijke stoffen die juist een lekkere geur verspreiden. De aangename geur kan er voor zorgen dat mensen denken dat de giftige stof niet gevaarlijk is maar het tegendeel is waar. Aceton, aromaten zoals benzeen en alcoholen kunnen heel lekker ruiken maar kunnen een (groot) gevaar voor de gezondheid veroorzaken bij inademing. Dit is uiteraard afhankelijk van de duur van de blootstelling en de concentratie van de stof.

Stoffen die alleen bij lage concentratie geroken kunnen worden
Er zijn ook stoffen die alleen bij een lage concentratie waarneembaar zijn. De concentratie van een stof wordt aangegeven in parts per million en aangeduid met ppm. Stoffen die al bij een lage ppm gevaarlijk zijn behoren tot de gevaarlijkste stoffen die er bestaan. H2S is zo’n gevaarlijke stof. Deze stof is echter slechts bij 0,1 ppm tot ongeveer 5,0 ppm merkbaar voor de menselijke reukzin. Mensen merken de aanwezigheid van H2S door de geur die lijkt op die van rotte eieren.

Wordt de concentratie hoger dan ruikt met H2S niet meer en is de stof nog gevaarlijker voor de gezondheid. Vanaf 100 ppm worden de klachten ernstig levensbedreigend. Men kan H2S dan al lang niet meer ruiken maar de reactie zijn hevig. Ademhaling gaat moeilijk en men krijgt last van slijmvorming en de ademhalingsorganen gaan irriteren. Als men langdurig met deze concentratie H2S in aanraking komt zal men sterven. Bij een hogere concentratie zal men nog eerder sterven.

Risico Inventarisatie en Evaluatie
Bedrijven zijn volgens de Arbowetgeving verplicht om er alles aan te doen om de werkplek voor werknemers zo veilig mogelijk te maken. Daarom moeten werkgevers een Arbobeleid opstellen en in de praktijk hanteren. Daarbij behoort als verplicht onderdeel de Risico Inventarisatie en Evaluatie die ook wel wordt afgekort met RI&E. Bedrijven moeten onderzoeken welke giftige stoffen aanwezig zijn en moeten de risico’s van deze giftige stoffen beperken. Dit kan door bronbestrijding door bijvoorbeeld het gif te verwijderen van de werkplek. Als bronbestrijding niet mogelijk is zal men beheersmaatregelen moeten nemen waaronder technische maatregelen door gif alleen in gesloten systemen te gebruiken maar ook het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Gebruik meetinstrumenten!
de aanwezigheid en de concentratie van een giftige stof kan lang niet altijd bepaald worden door de reukwaarneming van een mens. Daarnaast verschilt het reukvermogen van mensen onderling vaak. Daarom kan men het beste gebruik maken van speciale meetinstrumenten die de aanwezigheid van giftige stoffen kunnen meten in de atmosfeer. De bekende koolstofmonoxidemelder is daarvan een bekend voorbeeld. Ook is er een persoonlijke explosiemeter waarmee gemeten kan worden of er explosieve mengsels in de atmosfeer aanwezig zijn. Dit zijn slechts een paar voorbeelden. Er zijn veel meer meetinstrumenten voor giftige stoffen. Deze meetinstrumenten moeten gekoppeld worden aan een duidelijk alarm. Daarnaast moeten werknemers duidelijke instructies ontvangen over hoe de meters gebruikt moeten worden en wat voor veiligheidsmaatregelen ze moeten treffen als er een alarm afgaat.

Zuurstof op de werkplek

Zuurstof is van levensbelang bij een gebrek aan zuurstof zullen mensen en dus ook werknemers klachten ervaren. Schone buitenlucht die geen verontreinigingen bevat en die niet verdrongen is door andere stoffen bestaat voor ongeveer 79 procent uit stikstof en 21 procent uit zuurstof. Zuurstof wordt aangeduid met het symbool O wat afkomstig is van het Latijnse woord: oxygenium. Zuurstof is in gasvorm smaakloos, geurloos en kleurloos. In vloeibare vorm krijgt vloeistof een lichtblauwe kleur.

Zuurstof in de techniek
Zuurstof is belangrijk voor levende wezens. Daarnaast wordt zuurstof ook gebruikt in de techniek. Zo wordt zuurstof gebruikt bij CO2 lassen oftewel MAG lassen. De afkoring MAG staat voor Metal Active Gas. Met de aanduiding Active Gas wordt duidelijk dat het om een actief gas gaat en zuurstof is een actief gas. CO2 wordt ook wel koolstofdioxide, koolzuurgas of kooldioxide genoemd dit is een anorganische verbinding van koolstof en zuurstof. De brutoformule van koolstofdioxide is  CO2 die men als term weer terugvind in het CO2 lassen.

Naast het MAG lassen worden zuurstof ook in de medische wereld gebruikt. Zo wordt zuurstof gebruikt voor mensen die moeite hebben met ademhalen. Daarnaast wordt zuurstof gebruikt in de luchtvaart en wordt het gebruikt om mensen tijdens het duiken te laten adem halen.

Dizuurstof of moleculaire zuurstof wordt met O2 aangeduid en is de belangrijkste enkelvoudige stof van het element zuurstof. O2 wordt onder andere toegepast in de ruimtevaart. Daarnaast wordt O2 gebruikt als chemische grondstof.

Zuurstofpercentage op de werkplek
Zuurstof wordt zoals je hebt gelezen in verschillende technische sectoren gebruikt voor uiteenlopende doeleinden. Men moet echter niet vergeten dat mensen ook zuurstof nodig hebben, de aanwezigheid van zuurstof is van levensbelang. Toch zullen er weinig bedrijven zijn die actief de aanwezigheid en de hoeveelheid zuurstof op de plek in de gaten houden. Een te hoog zuurstofpercentage kan echter voor de ademhaling geen kwaad. Toch zorgt een te hoog zuurstofpercentage wel voor een groter risico op brand. De aanwezigheid van zuurstof is een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van brand en het in stand houden van vuur. Hoe meer zuurstof in de lucht aanwezig is hoe gevaarlijker het wordt om open vuur of vonken te laten ontstaan.

Te weinig zuurstof heeft direct gevolgen voor de mens. Het zuurstofpercentage moet nooit minder zijn dan 20 procent van het totale luchtmengsel. Uiteraard dienen er geen giftige stoffen in het luchtmengsel aanwezig te zijn. Een gebrek aan zuurstof lijkt echter op de werking van gif. Dit komt omdat men in ademhalingsmoeilijkheden komt. Daardoor krijgen de hersenen in korte tijd een zuurstoftekort. Daardoor raakt men bewusteloos en verkeerd men in levensgevaar. Als er maar weinig zuurstof op de werkplek aanwezig is kan men direct overlijden.

Te weinig zuurstof op de werkplek
Als er weinig zuurstof op de werkplek aanwezig is zal men er voor moeten zorgen dat er zuurstof op de werkplek komt. Dit kan door ventilatie en extra buitenlucht aan te voeren. Ook dient men zuurstofverdringende gassen te verwijderen. Soms is het de bedoeling dat er juist weinig zuurstof op de werkplek aanwezig is. De werknemers en bezoekers moeten dan voor het betreden van de werkplek worden voorzien van extra zuurstof door speciale maskers waarop zuurstofflessen zijn aangesloten. Dit dient zorgvuldig te gebeuren. Werknemers moeten goed op de hoogte zijn hoe ze de adembescherming moeten dragen en onderhouden. In een zuurstofarme omgeving werkt men met onafhankelijke adembescherming. Daarvan zijn drie hoofdvarianten beschikbaar:

  • Een ademluchttoestel werkt met ademlucht die onder hoge druk in flessen is gebracht. De ademlucht in de flessen wordt gedoseerd en afgestemd op de behoefte naar het masker getransporteerd doormiddel van een slang. Het gebruiken van een ademluchttoestel is de veiligste methode voor werken in een zuurstofarme ruimte. Werknemers die met een ademluchttoestel moeten werken zullen daarvoor een training moeten volgen. Zonder training mag men niet met een ademluchttoestel werken en mag men de zuurstofarme ruimte niet betreden.
  • Kringloopademtoestel zijn zuurstofgenererende toestellen en worden in de praktijk toegepast als vluchtmasker.
  • Een ademluchtleidingnet is ook een mogelijkheid. Hierbij wordt schone en gezonde lucht doormiddel van een leidingnetsysteem naar de gebruiker getransporteerd. Men kan lang met dit systeem werken maar is wel afhankelijk van de lengte van de ademluchtleiding. Daardoor kan men vaak niet heel ver lopen omdat de lengte van de ademluchtleiding de actieradius van de werknemer bepaald.

Gevaar van giftige biologische stoffen op de werkvloer

Biologische stoffen zijn er in verschillende soorten. Zo zijn er biologische stoffen die afkomstig zijn van planten en dieren maar er zijn ook biologische stoffen in de vorm van micro organismen. Deze laatste groep worden in de  Arbeidsomstandighedenwet omschreven biologische agentia genoemd en worden omschreven als de ‘levende organismen die een infectie, allergie of toxiciteit kunnen veroorzaken.’ Er zijn naast levende organismen ook niet levende stoffen met een biologische herkomst die en risico voor de gezondheid opleveren.  In de praktijk deelt men giftige biologische stoffen op verschillende manier in. Zo bestaat de onderverdeling op basis van herkomst van de biologische stof en de indeling op basis van het risico en de schadelijke effecten die de stof veroorzaakt. Hieronder is daarover meer informatie weergeven.

Indeling op basis van herkomst van de stof
Men kan biologische stoffen indelen op het gebied van de herkomst van de desbetreffende stof. Daardoor ontstaat het volgende overzicht:

  • Biologische stoffen die afkomstig zijn van dieren zoals, botten, huid, haren, meststoffen en vlees.
  • Mirco organismen/ biologische agentia zoals virussen, bacteriën, endoparasieten en genetisch gemodificeerde varianten van de hiervoor genoemde organismen (GGO’s).
  • Ziekte verwekkende micro organismen
  • Biologische stoffen die afkomstig zijn uit plantaardige materialen. Dit kunnen sappen zijn van planten, wortels, hout maar ook producten zoals papier en cellulose waar bijvoorbeeld vezelachtig materiaal van wordt gemaakt.
  • Schimmels die ontstaan bij compostering van stoffen.

Indeling op basis van risico van de stof
Biologische stoffen kan men ook op basis van de risico’s die deze stoffen met zich meebrengen. Deze risico’s worden in verschillende categorieën ingedeeld die oplopen van 1 tot 4. Categorie 1 is de minst gevaarlijke categorie en categorie vier bevat de meest gevaarlijke stoffen. Hieronder zijn de categorieën kort omschreven.

Categorie 1
Stoffen die in deze categorie vallen zullen naar alle waarschijnlijkheid geen ziekte bij mensen veroorzaken.

Categorie 2
De giftige stof kan mensen ziek maken. Ook kan de stof gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers. Er is een goed werkend vaccin voor en de schadelijke effecten van de stof kunnen goed worden behandeld. Het is onwaarschijnlijk dat de stof zich onder mensen verspreid.

Categorie 3
Giftige stoffen in deze categorie kunnen ernstige ziektes veroorzaken bij mensen. Daarnaast is er sprake van een groot gevaar voor de gezondheid en veiligheid van de werknemers. Bovendien is de kans groot dat de ziekte onder mensen verder wordt verspreid. Er bestaat echter wel een effectieve behandeling voor en er is een goed werkend vaccin beschikbaar.

Categorie 4
Mensen kunnen van deze stoffen ernstig ziek worden en er bestaat een grote kans op verspreiding. Daarnaast bestaat er geen effectief vaccin voor. Deze categorie bevat de gevaarlijkste giftige biologische stoffen die er bestaan.

Infecties door giftige biologische stoffen
Gif kan op verschillende manieren het lichaam binnen komen. Zo kan men giftige stoffen inademen of door huidcontact binnen krijgen. Ook inslikken van giftige stoffen kan via het spijsverteringkanaal ernstige gevolgen hebben voor mensen. Mensen kunnen echter verschillende reacties vertonen als ze in contact komen met biologische giftige stoffen.

  • Allergie: men kan overgevoelig reageren op bepaalde giftige stoffen. Het contact met de stof zorgt voor een hevige reactie. Dit kan zowel in de ademhalingsorganen als op de huid optreden.
  • Infectie: giftige stoffen kunnen in het lichaam komen en zich vermenigvuldigen.
  • Schimmels: het is mogelijk dat men in vochtige ruimten in contact komt met schimmels die via inademen voor schadelijke processen kunnen zorgen in het menselijke lichaam.
  • Vergiftiging: als stoffen in de bloedbanen terecht komen van een mens via een wond, inademing en inslikken dan kan dat ernstige gevolgen hebben.

Preventieve maatregelen tegen vergiftiging
Voorkomen is beter dan genezen en daarom dient een werkgever preventieve maatregelen te nemen waardoor de veiligheid en gezondheid van de werknemer beschermd wordt. De beste preventieve maatregelen zijn zogenaamde bronmaatregelen waarbij de bron, in dit geval het gif, uit de organisatie wordt verwijderd. Helaas is het verwijderen van gif niet altijd mogelijk omdat sommige stoffen worden gebruikt of getest in laboratoria of ziekenhuizen. In dat geval kan men trachten de mens zoveel mogelijk gescheiden te houden van de giftige stoffen. Dit kan door de giftige stoffen alleen in gesloten systemen te gebruiken. Ook kan men werken met ruimtes die overdruk bevatten. Het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen is ook een oplossing maar het is beter om de mens helemaal niet in contact te laten komen met giftige stoffen.

Schadelijke effect van zuren en logen (basen)

Zuren en logen (basen) hebben een zogenaamde bijtende werking. Dit houdt in dat ze de oppervlakte van materiaal aantasten. Om die reden worden zuren en logen gebruikt om oppervlakten te reinigen van vuil. Het gevaar van zuren en basen is dat ze niet alleen het materiaal aantasten waar deze stoffen op worden aangebracht. Zuren en logen vreten ook de kleding op waar deze stoffen op terecht komen. Ook tasten zuren en logen de huid aan wanneer deze stoffen daar mee in contact komen. Zowel zuren als logen hebben dus een bijtende en destructieve werking op de huid of bij contact met de ogen. Om die reden dient men zeer voorzichtig met zuren en basen om te gaan. De risico’s die verbonden zijn aan zuren en logen houden niet alleen verband met het soort stof en de sterkte daarvan. Ook de werkzaamheden die er mee worden uitgevoerd zijn van invloed op de risico’s van zuren en basen.

Risico Inventarisatie en Evaluatie
Bedrijven die met deze stoffen werken zullen in hun Arbobeleid en bijbehorende Risico Inventarisatie en Evaluatie moeten aangeven welke zuren en logen binnen hun organisatie worden gebruikt en wat daar de risico’s van zijn. Ook dienen ze aan te geven waarom deze giftige stoffen worden gebruikt en waarom ze niet worden vervangen door minder giftige stoffen zodat de gezondheid en veiligheid van de werknemers beter wordt beschermd.

Hoe komen werknemers in contact met zuren en logen?
Werknemers kunnen op verschillende manieren in contact komen met zuren en logen. Daarbij kunnen de zuren en logen op verschillende manieren het lichaam binnen komen. Over het algemeen zullen zuren en logen niet snel via de mond naar binnen komen bij werknemers. Dit is echter wel mogelijk wanneer werknemers met hun handen in contact zijn geweest met zuren en logen en daarna hun handen voor het eten niet hebben gereinigd. Op het moment dat men met vervuilde handen eet kunnen ook deeltjes van zuren en logen het lichaam binnen komen.

Verder kunnen spetters van zuren en logen op de huid komen als men met vloeibare zuren en logen werkt. Deze spetters kunnen niet alleen op de huid maar ook in de ogen komen met een groot risico voor het gezichtsvermogen van de persoon.  Men kan zuren ook inademen zo kunnen dampen van geconcentreerde zuren worden ingeademd en zo de luchtwegen aantasten.

pH van zuren en logen
Met pH wordt de zuurgraad of zuurtegraad van een waterige oplossing aangeduid. Door de pH of pH-waarde wordt duidelijk of men met een zure stof of met een basische stof te maken heeft. De pH waarden worden in een bepaalde schaal aangegeven. Daarbij is de pH een neutrale waterige oplossing rond de 7 bij kamertemperatuur. Stoffen met een pH lager dan 7 behoren tot de zuren en stoffen met een pH hoger dan 7 zijn basisch. Hieronder een aantal voorbeelden

  • pH 0: zure stoffen zoals zoutzuur, azijnzuur, zwavelzuur
  • pH 7: neutrale stoffen zoals water
  • pH 14: basische stoffen zoals soda, natronloog, ammonia

Zuren en logen zijn vloeistoffen met een tegengesteld karakter. Dit houdt in dat ze de werking van elkaar kunnen neutraliseren en daardoor heftig op elkaar reageren. Daarbij kan veel warmteontwikkeling vrijkomen. Over het algemeen zijn zuren bijtende vloeistoffen. Basen zijn meestal vaste stoffen die wel in vloeistoffen kunnen worden opgelost. Door het oplossen van een basische stof in water voert men een alkalische oplossing uit en ontstaat een loog.

Schadelijke effecten van zuren
Zure stoffen hebben een bijtende uitwerking die onmiddellijk merkbaar is. Met name geconcentreerde zuren kunnen een zeer schadelijke uitwerking hebben op de huid en ogen. De huid kan door het contact met zuren rood van kleur worden en dezelfde effecten vertonen als een huid die verband is door contact met vuur of hete voorwerpen. Als zuur in het oog komt kan dit blindheid tot gevolg hebben. Wanneer zure stoffen het lichaam via de mond binnen komen kunnen brandwonden ook aan de binnenkant van het lichaam ontstaan in de mond slokdarm en maag. Het schadelijke effect van zuren is afhankelijk van de concentratie van het zuur en het soort zuur.

Schadelijke effecten van logen
Ook logen hebben een schadelijk effect en kunnen bijtende werking hebben die gelijk is aan die van zuren of zelfs erger is zoals natronloog (NAOH). Logen kunnen daardoor net als zuren een bijtende werking hebben. Die bijtende werking is in de praktijk niet altijd direct merkbaar terwijl dat bij zuren wel het geval is. Logen kunnen ook de ogen beschadigen en blindheid veroorzaken. Er zijn echter verschillende soorten zuren en logen daarom worden de schadelijke effecten van deze stoffen op een duidelijke manier inzichtelijk gemaakt. Daarvoor gebruikt men symbolen en R- en S-zinnen.

Symbolen en R- en S-zinnen
Het is duidelijk dat het werken met zuren en logen risico’s met zich meebrengt. Daarom is de fabrikant van deze stoffen verplicht om op de verpakking van zuren en logen etiketten te plaatsen. Op dit etiket dient in ieder geval de naam van de stof te staan en de naam van de producent en leverancier. Doormiddel van gevaarsymbolen dient inzichtelijk te worden gemaakt met wat voor soort gevaarlijke stof men te maken heeft en wat de effecten daarvan zijn op de gezondheid en het milieu. Bovendien staan er op het etiket van zuren en logen ook ‘R-zinnen’ en ‘S-zinnen’.  De R-zinnen staan voor Risk zinnen oftewel risicozinnen. De S-zinnen staan voor Safety zinnen oftewel veiligheid zinnen.

R-zinnen geven gevaren  of risico’s aan en S-zinnen zijn veiligheidsaanbevelingen. In de R-zinnen zijn de specifieke gevaren van de stof vastgelegd en beschreven. De R-zinnen kunnen waarschuwingen bevatten in de vorm van gezondheidsrisico’s. Ook wordt er in de R-zinnen gewaarschuwd voor andere soorten risico’s zoals brand.

Uitleg R-zinnen
Hieronder staan een aantal voorbeelden van R-zinnen:

R10 Ontvlambaar
R21 Schadelijk bij aanraking met de huid
R22 Schadelijk bij opname door
R23 Vergiftig bij inademing
R26 Zeer vergiftig bij inademing
R27 Zeer vergiftig bij aanraking met de huid
R28 Zeer vergiftig bij opname door de mond
R34 Veroorzaakt brandwonden
R35 Veroorzaakt ernstige brandwonden
R37 Irriterend voor de ademhalingswegen
R50 Zeer vergiftig voor in het water levende organismen

Uitleg S-zinnen
Zoals eerder aangegeven wordt in de S-zinnen duidelijk gemaakt wat men kan doen om de risico’s die in de R-zinnen zijn benoemd te bestrijden. Hieronder zijn een aantal S-zinnen benoemd:

S1 Achter slot bewaren
S2 Buiten bereik van kinderen bewaren
S7 In goed gesloten verpakking bewaren
S9 Op een goed geventileerde plaats bewaren
S16 Verwijderd houden van ontstekingsbronnen. Niet roken.
S23 Gas/rook/damp/spuitnevel niet inademen
S24 Aanraking met de huid vermijden
S25 Aanraking met de ogen vermijden
S26 Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen
S30 Nooit water op deze stof gieten
S36 Draag geschikte beschermende kleding
S37 Draag geschikte handschoenen
S39 Een bescherming voor de ogen/ voor het gezicht dragen
S45 In geval van ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen)
S61 Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/veiligheidskaart.

Grenswaarde en blootstellingsduur met betrekking tot giftige stoffen

Als men het heeft over giftige stoffen op de werkvloer dan zijn een aantal punten van belang. Allereerst zal een bedrijf er volgens de Arbowet alles aan moeten doen om de veiligheid en gezondheid van de werknemer te beschermen. Doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) zal een bedrijf inzichtelijk moeten maken welke giftige stoffen op de werkplek aanwezig (kunnen) zijn. Daarnaast moet het bedrijf een plan van aanpak maken om de aanwezigheid van gif te elimineren of te beperken. Dit plan van aanpak vormt een belangrijk onderdeel van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. Het bedrijf moet het personeel zo goed mogelijk van de bron (het gif) gescheiden houden. Daarvoor kan een bedrijf bronmaatregelen nemen en beheersmaatregelen.

Beheersmaatregelen en bronmaatregelen
Personeel moet worden beschermd tegen de schadelijke effecten van het gif. Dit kan het beste door bronmaatregelen tegen de aanwezigheid van het gif uit te voeren. Het beste is in het geheel geen gif meer te gebruiken of het gif te vervangen voor andere minder schadelijke stoffen. Dit is echter niet altijd mogelijk omdat de giftige stoffen vaak over eigenschappen beschikken die in de chemische of bijvoorbeeld de farmaceutische industrie goed benut kunnen worden.

Als de aanwezigheid van gif niet bij de bron bestreden kan worden zal een bedrijf beheersmaatregelen moeten nemen. Dit kunnen technische maatregelen zijn die er voor zorgen dat het gif alleen in gesloten systemen aanwezig is of circuleert maar bedrijven kunnen ook persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken aan werknemers die in contact (kunnen) komen met het gif.

Grenswaarde van gif
Er zijn zeer veel verschillende giftige stoffen die worden gebruikt in de industrie en de techniek. Niet alle giftige stoffen hebben dezelfde destructieve uitwerking op levende wezens waaronder mensen. Daarom heeft men grenswaarden ingevoerd. Een grenswaarde is een specifiek kenmerk van een giftige stof. Met de grenswaarde wordt de maximaal vastgestelde concentratie van een bepaald gif aangegeven waarmee (gezonde) werknemers in contact mogen komen zonder dat er een reële kans op letsel voor de werknemer of diens nageslacht is.

In het verleden had met het ook wel over de MAC-waarde. De MAC-waarde is de Maximaal Aanvaardbare Concentratie van een bepaalde stof. Het is belangrijk dat men weet dat bepaalde groepen extra gevoelig zijn voor vergiftiging. Dit zijn mensen met een verminderde weerstand bijvoorbeeld omdat ze ziek zijn of medicijnen gebruiken. Ook vrouwen en kinderen kunnen extra gevoelig zijn voor (bepaalde) giftige stoffen. Voor die groepen ligt de grenswaarde van een giftige stof vaak lager dan de grenswaarde die is aangegeven.

Dit komt omdat men bij de grenswaarde en de MAC waarde uitgaat van het effect van gif op gezonde volwassen jonge mannen. Hoe lager de grenswaarde of MAC-waarde van een bepaalde stof hoe gevaarlijker de stof is. Men drukt de concentratie van giftige stof in gasvorm of in vernevelde vorm uit in ppm. De aanduiding ppm staat voor parts per million en maakt duidelijk dat het om delen gaat per miljoen. Kortom 1 ppm is 1 deel gif ten opzichte van een miljoen (andere) delen. Dat maakt de concentratie inzichtelijke. Voor vaste stoffen gebruikt men de eenheid mg/m3.

Blootstellingsduur
Wanneer werknemers met gif in contact komen en daarbij de grenswaarde van die giftige stof niet overschrijden zal de kans op gezondheidsrisico’s van de werknemer en het nageslacht van de werknemer waarschijnlijk niet in gevaar komen. Er kunnen echter factoren zijn die het risico op vergiftiging verder verhogen zoals geen of een slechte ventilatie. Ook de blootstellingsduur is een belangrijk aspect. Hoe langer iemand in contact komt met gif hoe groter het schadelijke effect is van gif op het lichaam. Het menselijk lichaam kan geen antistoffen aanmaken tegen veruit de meeste giftige stoffen daardoor wordt het destructieve effect van gif alleen maar groter naarmate men langer wordt blootgesteld aan het gif.

De eerder genoemde grenswaarden of MAC-waarden van gif gaan uit van Tijd Gewogen Gemiddelden. Hierbij rekent men er op dat een werknemer fulltime met gif in contact zou komen. Dit fulltime houdt een arbeidsduur in van 8 uur per dag en vijf dagen per week. Wanneer werknemers overwerken of langer op de werkplek blijven door bijvoorbeeld in de pauze ook in de buurt van het gif te blijven zal de blootstellingsduur worden overschreven. In dat geval zal ook de grenswaarde worden overschreden. Wanneer werknemers langer dan 8 uur per dag werken in de buurt van een bepaald gif dan moet men voor die gifsoort een lagere grenswaarde hanteren.

Hou de concentratie van het gif laag en blootstellingduur kort
In het kader van de veiligheid is het gebruik van gif op de werkvloer onverstandig. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie moet een bedrijf duidelijk aangeven wat de noodzaak is van het gebruik en de aanwezigheid van gif binnen de organisatie. Als het gebruik en de aanwezigheid van gif in het RI&E niet noodzakelijk blijkt te zijn dan zal een bedrijf er alles aan moeten doen om het gif uit de organisatie te verwijderen. Dit is de beste bronmaatregel. Als dit echter niet mogelijk is zal een bedrijf er voor moeten zorgen dat personeel zo weinig mogelijk in contact komt met de giftige stoffen. Dit houdt in dat een bedrijf het gif het beste in gesloten systemen en gesloten ruimten kan laten circuleren en opslaan.

Personeel moet beschermd worden tegen gif door persoonlijke beschermingsmiddelen. Daarnaast is het belangrijk dat de concentratie van het gif zo laag mogelijk is. Er zijn hiervoor grenswaarden of MAC- waarden opgesteld maar het is beter om niet op deze maximale aanvaardbare concentraties te zitten. In plaats daarvan kan een bedrijf beter de concentraties veel lager houden. In de praktijk blijkt namelijk vaak dat de grenswaarde van een stof naar beneden wordt bijgesteld naarmate men meer onderzoek heeft gedaan naar de giftigheid van een bepaalde stof. Door meer onderzoek wordt de giftigheid van een stof beter in kaart gebracht en blijkt de grenswaarde in de praktijk vaak te hoog te liggen.

Ook is het verstandig om werknemers zo kort mogelijk met giftige stoffen in contact te laten komen. Het beste is helemaal geen contact met giftige stoffen. Is contact met giftige stoffen onvermijdelijk dan zal een bedrijf er alles aan moeten doen om de blootstellingsduur zo kort mogelijk te houden en de werknemer zo goed mogelijk te beschermen. Dit kan bijvoorbeeld door afzuiging van de giftige dampen, ventilatie en het bieden van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Vergiftiging voorkomen op de werkplek

Als op de werkplek giftige stoffen aanwezig zijn bestaat er de kans op vergiftiging voor werknemers. Werkgevers zijn echter verplicht om de werkplek zo veilig mogelijk te maken voor werknemers, bezoekers en omwonenden. Daarom moeten bedrijven een arbobeleid opstellen en hanteren. De Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) vormt een verplicht onderdeel van het arbobeleid. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie dient ook aandacht te worden besteed aan de aanwezigheid van giftige stoffen. Daarbij dient ook te worden benoemd om welke giftige stoffen het gaat en wat de grenswaarde (voorheen MAC-waarde) is van deze stoffen.

Deze grenswaarde of MAC-waarde is de maximaal aanvaardbare concentratie van een giftige stof. Als de hoeveelheid van een giftige stof boven de MAC-waarde of grenswaarde uitkomt dient een bedrijf hier extra maatregelen voor te treffen zodat de veiligheid van mensen niet in het geding komt. Het voorkomen van vergiftiging is een zeer belangrijke taak van een bedrijf en daarom dient doormiddel van een plan van aanpak in de Risico Inventarisatie & Evaluatie van een bedrijf aandacht te worden besteed aan oplossingen. Het is bij de bestrijding van vergiftiging goed om rekening te houden met het ontstaan van vergiftiging. Dit kan namelijk op verschillende manieren. Hieronder is daarover meer informatie weergegeven.

Hoe ontstaat vergiftiging?
Er ontstaat geen vergiftiging als er geen gif of giftige stof aanwezig is. Daarom zullen bedrijven hun uiterste best moeten doen om de aanwezigheid van giftige stoffen te beperken of giftige stoffen geheel te verwijderen. De laatste optie is het beste maar helaas niet altijd mogelijk omdat men in verschillende industriële processen gebruik maakt van giftige stoffen. Als giftige stoffen in een bedrijf aanwezig zijn dan zal het bedrijf er voor moeten zorgen dat werknemers niet direct in contact kunnen komen met het gif. Er zijn verschillende manieren waarop giftige stoffen in het lichaam van een mens kunnen komen. De volgende manieren zijn mogelijk:

  • Het inslikken van gif. Doormiddel van eten en drinken kan gif in het spijsverteringskanaal van mensen terecht komen. Er zijn maar weinig mensen die rechtstreeks gif naar binnen brengen via de mond. Vaak worden kleine hoeveelheden van gif naar binnen gewerkt door te eten met vuile handen waar deeltjes gif op zitten. Vergiftiging doormiddel van het inslikken van gif kan men voorkomen door voor het eten de handen grondig te reinigen.
  • Gif kan via de ademhalingsorganen een lichaam binnen dringen. Gif kan vaak in een, stofvorm, gasvorm of in een vernevelde vorm in de atmosfeer vrijkomen. Dit kan bijvoorbeeld door verhitting, brand, schuren, polijsten of slijpen van giftig materiaal. Hierdoor kunnen kleine deeltjes gif zich door de lucht verspreiden en ingeademd worden. In de ademhalingsorganen kan ernstige schade worden veroorzaakt. Denk daarbij aan de uitwerking van H2S die in zeer korte tijd er voor zorgt er de ademhalingsorganen worden beschadigd en disfunctioneren met de dood tot gevolg.
  • Huidcontact is ook een mogelijkheid waardoor gif een lichaam binnen kan dringen. Dit kan zowel door een gave en onbeschadigde huid maar open wonden kunnen vaak extra gevaar opleveren. Benzeen is een stof die via de poriën van de huid naar binnen kan trekken. Dit komt omdat benzeen het huidvet oplost waardoor het makkelijker in de poriën kan trekken en zo het lichaam kan binnen dringen. Giftige stoffen die er om bekend staan dat de via de huid het lichaam in kunnen trekken moeten niet in contact worden gebracht met de huid. Daarom dient men altijd beschermde kleding en handschoenen te dragen als men met deze gevaarlijke giftige stoffen werkt.

Bedrijven zijn verplicht om de veiligheid en gezondheid van werknemers te beschermen. De Arbowet schrijft dit voor maar bedrijven hebben als het goed is ook het morele besef om zichzelf zo goed mogelijk in te zetten voor het welzijn, de gezondheid en veiligheid van werknemers. Vergiftiging zorgt voor schadelijke effecten op de korte termijn en op de lange termijn. Er kan acute vergiftiging en chronische vergiftiging ontstaan, dit is onder andere afhankelijk van de giftigheid en de giftige eigenschappen van de stof en de duur dat een mens in contact is geweest met de giftige stof. Ook de manier waarop men het gif heeft binnengekregen is van invloed. Bedrijven zullen echter maatregelen tegen vergiftiging moeten treffen. In de volgende alinea wordt hier nader op ingegaan.

Maatregelen tegen vergiftiging
Bedrijven zullen maatregelen tegen de aanwezigheid van giftige stoffen moeten nemen. De aanwezigheid van giftige stoffen dient zoveel mogelijk beperkt te worden. Bedrijven kunnen verschillende oplossingen bedenken. Zo kan men de giftige stoffen vervangen door minder giftige stoffen. Dit is echter lang niet altijd mogelijk omdat sommige niet-giftige stoffen niet over dezelfde nuttige eigenschappen beschikken als bepaalde giftige stoffen. Giftige stoffen worden meestal niet gebruikt door bedrijven vanwege hun giftigheid maar vanwege eigenschappen die wel nuttig zijn voor bepaalde processen. Daarom is het gebruik van giftige stoffen soms noodzakelijk en zal men maatregelen moeten treffen om zich te beschermen tegen de giftige stoffen. Men onderscheid het nemen van maatregelen tegen giftige stoffen in bronmaatregelen en beheersmaatregelen.

Bronmaatregelen tegen vergiftiging
Door bronmaatregelen te nemen bestrijden bedrijven vergiftiging bij de bron. De volgende bronmaatregelen zijn mogelijk:

  • Eliminatie van de giftige stoffen uit het bedrijf. Men stopt binnen het bedrijf met het gebruiken van giftige stoffen.
  • Vervanging van giftige stoffen. De giftige stoffen worden vervangen door minder gevaarlijke stoffen.
  • Aanpassing van de stof of het proces waardoor de stof minder schade kan aanrichten.
  • Isolatie door bijvoorbeeld de giftige stof alleen in een gesloten systeem te gebruiken zodat contact tussen mensen en de giftige stof zo goed als onmogelijk is.

Beheersmaatregelen
Als bronmaatregelen niet mogelijk zijn zal men beheersmaatregelen moeten toepassen. Hiermee wordt het risico niet bij de bron bestreden maar wordt het risico beheersbaar gemaakt. Dat kan op verschillende manieren. Hieronder staan een paar voorbeelden:

  • Organisatorische en procedurele maatregelen door bijvoorbeeld de blootstelling aan de giftige stof te beperken door taken te rouleren. Of alleen bij een bepaalde temperatuur of een bepaalde windrichting met een giftige stof te werken.
  • Technische maatregelen zijn ook mogelijk door bijvoorbeeld giftige dampen af te zuigen met een afzuigsysteem. Dit gebeurd bijvoorbeeld met de lasdampen die tijdens lasprocessen ontstaan. Ook ventilatie en het werken op een werkplek met overdruk zijn technische beheersmaatregelen
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen de risico’s op vergiftiging ook beperken. Deze beschermingsmiddelen worden dikwijls in combinatie met andere beheersmaatregelen ingezet. Er zijn verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt kunnen worden. Het soort beschermingsmiddel is afhankelijk van de werking van de giftige stof en de toestand waarin de giftige stof zich bevind. Als de giftige stof is verdampt over verneveld zal bijvoorbeeld adembescherming nodig zijn. Als de giftige stof vast of vloeibaar is kan men beschermende kleding en handschoenen gebruiken. Een combinatie is ook mogelijk.

Het beste kan een bedrijf de kans op vergiftiging bij de bron bestrijden. Dit zijn bedrijven ook verplicht. Alleen wanneer ze in een Risico Inventarisatie & Evaluatie kunnen aantonen dat het echt noodzakelijk is om een giftige stof te gebruiken in het proces zullen bedrijven na toestemming van de overheid de giftige stof mogen blijven gebruiken. Bedrijven dienen dan wel beheersmaatregelen te nemen die de kans op vergiftiging, letsel en schade bij de werknemers zo veel mogelijk verkleind. De beste beheersmaatregelen zijn de beheersmaatregelen waarbij de mens en de bron van het gif zoveel mogelijk van elkaar worden gescheiden.

Wat is MAC-waarde of grenswaarde van een giftige stof?

MAC-waarde is de Maximaal Aanvaarde Concentratie van een bepaalde giftige stof waarbij de effecten op de gezond nog nauwelijks merkbaar zijn voor volwassen gezonde mannen. Het is belangrijk om vooral dat laatste goed in de gaten te houden als men het heeft over de MAC-waarde. Deze waardes zijn namelijk gebaseerd op een gezonde volwassen man. Dit houdt in dat deze waarden niet automatisch van toepassing zijn voor vrouwen, kinderen, zieken, gehandicapten en mensen met een verlaagde weerstand.

Afkorting MAC
MAC staat voor Maximaal Aanvaarde Concentratie van een bepaalde (giftige) stof. In het Engels schrijft men MAC voluit als Maximum Allowable Concentration. Tegenwoordig gebruikt men in Nederland de zogenaamde grenswaarde en in het Engels de Threshold Limit Value (TLV). Het is interessant dat de MAC-waarde of grenswaarde van een stof daalt naarmate men meer onderzoek doet naar de giftigheid van stoffen. Het lijkt er daardoor op dat extra onderzoek er voor zorgt dat men meer bewust wordt van de gevaren van (giftige) stoffen.

Hoe lager de MAC-waarde hoe minder men van deze stof binnen mag krijgen, kortom een stof met een lage MAC-waarde of een lage grenswaarde is een zeer gevaarlijke stof. MAC-waarden zijn normen die voor de binnen-lucht gelden. Dit houdt in dat de MAC-waarde van toepassing is voor werkplaatsen die inpandig zijn. Voor de buitenlucht zijn ook grenswaarden voor giftige stoffen. Hier gelden MIC-waarden waarden voor giftige stoffen. MIC staat voor (maximale immissie concentratie) in het Engels Maximum Immision Concentration.

Definitie MAC-waarde
MAC kan worden gedefinieerd als:
De maximale concentratie van een damp, gas of nevel van een bepaalde stof in deatmosfeer van de werkplek, die gedurende een arbeidsperiode van 8 uur op een dag bij inademing geen onacceptabele schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van de werknemers en het nageslacht van de werknemer.

De concentratie van een gasvormige stof drukt men uit in delen per miljoen oftewel parts per million. Dit wordt uitgedrukt in ppm. Als men het heeft over vaste stoffen dan gebruikt men de eenheid mg/m3.

Gevarengrens en grenswaarde
Maximaal Aanvaarde Concentratie (MAC) wordt tegenwoordig niet meer als aanduiding gebruikt in plaats daarvan heeft men het over een zogenaamde gevarengrens en een grenswaarde. De grenswaarden zijn te vinden in de Grenswaarden Stoffen op de Werkplek (GSW). Hierin kan men de grenswaarde van een stof opzoeken op de naam van de stof. In de Grenswaarden Stoffen op de Werkplek staan de wettelijke grenswaarden van stoffen. Het is belangrijk dat men goed rekening houdt met het feit dat men ook bij de grenswaarden uitgaat van gezonde volwassenen. Er zijn verschillende factoren die er voor kunnen zorgen dat mensen gevoeliger zijn voor vergiftiging. Als iemand bijvoorbeeld ziek of een laag gewicht heeft kan een giftige stof gevaarlijker zijn en een groter effect hebben op de gezondheid als de grenswaarde is bereikt.

Wat is toxicologie?

Toxicologie wordt ook wel de giftigheidsleer genoemd en is de leer waarin het effect wordt bestudeert van giftige stoffen op biologische systemen waaronder ook mensen en dieren behoren. Toxicologie is specifiek gebied dat tot de biologie behoort. Als men kijkt naar de uitwerking van gif op de mens rekent men toxicologie ook wel tot de geneeskunde omdat men door de eigenschappen van gif te onderzoeken ook antigif kan ontwikkelen en andere medicijnen waarmee de schadelijke effecten van gif kunnen worden opgeheven, geneutraliseerd of verminderd. Misschien denk je: wat doet het onderwerp toxicologie op een technische website zoals technischwerken.nl? Het antwoord op deze vraag zit in het onderwerp veiligheid dit is een belangrijk onderdeel van de kennisbank van deze website.

Giftige stoffen komen veel voor in de techniek
In veel bedrijven in de industrie waaronder de petrochemische industrie maar ook de farmaceutische industrie werkt men met giftige stoffen. Denk ook aan metaalbedrijven waarbij men doormiddel van lassen verbindingen aanbrengt. Tijdens lassen komen lasdampen vrij en afhankelijk van het materiaal dat gelast wordt kunnen deze lasdampen in meerdere of in mindere mate giftig zijn. Vroeger werd veel asbest gebruikt als isolatiemateriaal voor technische installaties. Daarnaast werd asbest ook gebruikt voor de bouw in de vorm van bijvoorbeeld asbestgolfplaten. Pas later werd het gebruik van asbest verboden toen men verband legde tussen het inademen van asbestdeeltjes en het ontstaan van asbestose in de ademhalingsorganen.

Giftigheid heeft dus alles te maken met de techniek. Giftige stoffen brengen gevaar mee op de werkvloer. Door meer kennis te hebben van de giftige eigenschappen van stoffen kan men de risico’s beter inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht om de risico’s op de werkvloer te inventariseren doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Daarbij dienen ook de giftige stoffen op de werkvloer te worden beschreven. Ook dient het bedrijf de mogelijke risico’s te beschrijven die deze stoffen kunnen veroorzaken. Door de risico’s te beschrijven in een RI&E kan een bedrijf ook effectiever oplossingen bedenken waarmee de kans op vergiftiging wordt verkleind.

Wat is vergiftiging?
Giftige stoffen kunnen mensen in meer en mindere mate vergiftigen. Dat heeft te maken met de giftige eigenschappen van een stof maar ook met andere factoren. Er is sprake van vergiftiging als een bepaalde stof binnen in het menselijke lichaam er voor zorgt dat er een verstoring optreed van een goede werking van het lichaam.

Vooral de mate waarin mensen worden blootgesteld aan vergif is cruciaal. Hoe langer men wordt blootgesteld aan giftige stoffen hoe groter de schade voor de gezondheid. Ook de dosis van het gif heeft een enorm effect op de verschijnselen van vergiftiging, daarover is in de volgende alinea meer geschreven.

De dosis maakt het vergif
Theophrastus Bombastus von Hohenheim 1493-1541 was een Zwitser die ook wel bekend stond onder de zelfbedachte naam Paracelsus gaf al in de 16de eeuw aan dat “de dosis het vergif maakt”. Daarmee verklaarde hij in feite dat alles uiteindelijk giftig is als men de dosis maar hoog genoeg maakt. Paracelsus was de eerste persoon die duidelijk het verband legde tussen de dosis en de vergiftigingsverschijnselen. Dit is een van de redenen waarom Paracelsus ook wel de grondlegger van de toxicologie genoemd.

De concentratie van de giftige stof en de duur waarin een persoon is blootgesteld aan deze giftige stof zorgen er samen voor welke dosis gif iemand heeft binnen gekregen. De duur van de blootstelling en de concentratie vormen samen ook de kans op schadelijke effecten voor de gezondheid van de persoon in kwestie.

Acute vergiftiging en chronische vergiftiging
In de toxicologie kan men onderscheid maken tussen acute vergiftiging en chronische vergiftiging. Deze twee soorten vergiftiging worden van elkaar onderscheiden door de duur van de blootstelling aan het gif:

  • Acute vergiftiging kenmerkt zich doordat de schadelijke gevolgen van het gif direct of binnen zeer korte tijd zichtbaar of waarneembaar zijn bij de persoon.
  • Chronische vergiftiging is een proces waarbij iemand gedurende lange tijd wordt blootgesteld aan een bepaalde (vaak geringe) hoeveelheid van een stof.

Andere factoren die invloed hebben op vergiftiging
Als men alleen kijkt naar de giftige eigenschappen van een bepaalde stof krijgt men maar een beperkt beeld van het gevaar. Niet alleen de concentratie en de blootstellingsduur zijn van belang. Er zijn meerdere factoren die een belangrijke rol hebben in het vergiftigingsproces. Men moet bijvoorbeeld ook kijken naar de persoon die te maken krijgt met giftige stoffen. Sommige personen zijn meer gevoelig voor vergiftiging dan andere personen. We noemen hieronder een aantal voorbeelden van factoren die van invloed kunnen zijn op de gevoeligheid voor vergiftiging:

  • Het gewicht van een persoon.
  • De leeftijd van een persoon.
  • De gezondheid van de persoon.
  • Zwangerschap.
  • Geslacht van de persoon.
  • Voeding die iemand heeft gehad.

Bovengenoemde punten hebben allemaal te maken met persoonlijke eigenschappen waar men nauwelijks invloed op heeft. Toch is het belangrijk om een inschatting te maken wat de persoonlijke toestand is van personen die in contact kunnen komen met giftig materiaal en giftige stoffen. Bij sommige personen zal vergiftiging ernstiger gevolgen hebben dan andere. De gevarengrens van giftige stoffen kan per persoon verschillen.

Gevarengrens van giftige stoffen
Men kan voor giftige stoffen een zogenaamde gevarengrens benoemen. Gevarengrenzen worden voor giftige stoffen bepaald en kunnen als uitgangspunt dienen. Een gevarengrens werd in het verleden wel aangeduid met de Maximaal Aanvaarde Concentratie (MAC). In het Engels staat MAC voor Maximum Allowable Concentration. Deze MAC-waarde werd gehanteerd voor giftige stoffen, dampen, gassen en vernevelde stoffen. Met de MAC-waarde werd de gevarengrens voor mensen aangegeven, tegenwoordig heeft men het over de grenswaarde. Deze grenswaarden komen voort uit Grenswaarden Stoffen op de Werkplek (GSW). In het GSW kan een werkgever doormiddel van de stofnaam opzoeken wat de huidige wettelijke grenswaarde is.

Er dient echter wel rekening gehouden te worden met het feit dat niet elk mens gelijk is. Dit is ook hiervoor beschreven. Er zijn verschillende persoonlijke kenmerken die er voor zorgen dat een persoon gevoeliger is voor gif of minder gevoelig. Daarnaast speelt natuurlijk ook de kans op vergiftiging een rol bij de inschatting van het risico van vergiftiging, daarover gaat de volgende alinea.

Gevarenkans met betrekking tot vergiftiging
Als men het heeft over de giftigheid van een bepaalde stof dan kijkt men naar de giftige eigenschappen van een stof. Dit wordt onder andere onderzocht in de toxicologie. Een andere factor is de gevarenkans. Dit is de kans dat men daadwerkelijk door de stof vergiftigd zal worden. Bedrijven kunnen en zullen maatregelen moeten nemen om de kans op vergiftiging zo klein mogelijk te maken of het liefst helemaal uit te sluiten. Dit kan bijvoorbeeld door het gif veilig op te bergen in ruimtes waar men niet zonder specifiek toestemming kan komen. Ook dient het gif te worden bewaard in behuizingen die tegen de schadelijke werking van het gif bestand zijn. Hiervoor zijn allemaal voorschriften die er voor zorgen dat de gevarenkans zo klein mogelijk wordt gemaakt. Hierbij kan men ook denken aan beheersmaatregelen.

Belangrijk: raadpleeg een arts!
Het spreekt voor zich dat men niet in contact moet komen met giftige stoffen. Wanneer men weet dat ergens giftige stoffen aanwezig zijn dan zal men deze plaats moeten vermijden en zal men overheden, leidinggevenden en specialisten op de hoogte moeten brengen. Het kan echter voorkomen dat men in contact is gekomen met giftige stoffen op de werkvloer of privé. In dat geval is het belangrijk om een arts te raadplegen. Het is belangrijk dat men goed antwoord kan geven op de vragen van de arts. De arts wil vaak weten wat de schadelijke effecten zijn die in je lichaam zijn opgetreden.

Ook zal de arts waarschijnlijk vragen gaan stellen over het soort gif en de duur waarin je bent blootgesteld aan het gif. Op basis daarvan kan een diagnose worden gesteld. Ook kan er nader onderzoek worden gedaan in het ziekenhuis. Hou er rekening mee dat sommige gifsoorten een incubatietijd hebben. Dit houdt in dat het schadelijke effect van het gif pas later duidelijk wordt. Dan kan het te laat zijn. Het raadplegen van een arts bij vergiftiging is daarom van groot belang. Indien een persoon dit zelf niet kan doen dan zal een collega, BHV-er, leidinggevende of omstander de arts moeten raadplegen.

Schadelijke stoffen die vrij kunnen komen bij het winnen van aardolie en aardgas

Aardolie en aardgas zijn fossiele stoffen die worden gewonnen uit de aarde, daarom spreekt men ook van aardolie en aardgas. Deze stoffen bevinden zich in de aardkorst maar zijn daarbij vermengd met verschillende stoffen zoals, lood, ijzer, zwavel en andere stoffen. Zo bevat aardolie de categorieën cycloalkanen (naftenen), alkanen (paraffinen), bitumen en aromaten. Het is ook mogelijk dat in aardolie en aardgas radioactieve stoffen zitten. Het is mogelijk dat schadelijke stoffen zich gaan ophopen in de installaties die worden gebruikt voor het winnen van aardgas en aardolie. Dit kan gevaar opleveren voor mensen die met deze installaties werken of er onderhoud aan uitvoeren. Basiskennis over bepaalde schadelijke stoffen is van belang. Hieronder worden twee bekend stoffen uit de aardgas en aardoliesecgtor benoemd die een gevaar kunnen vormen voor de gezondheid van mensen indien ze vrijkomen in de atmosfeer. Dit zijn radioactieve stoffen en H2S.

Radioactieve stoffen
Het is echter mogelijk om met speciale meetapparatuur te bepalen of er schadelijke radioactieve stoffen aanwezig zijn en waar deze zich bevinden. De radioactieve straling die gemeten wordt aan de buitenkant van een installatie is over het algemeen laag. Meestal is de radioactieve straling aan de buitenkant van de installaties zo laag dat er geen noemenswaardig gevaar ontstaat voor de werknemers tenzij er veranderingen aan de installatie plaatsvinden. Als bijvoorbeeld de winningsinstallatie moet worden geopend kunnen de radioactieve stoffen vrijkomen in de atmosfeer en een gevaar voor de veiligheid en gezondheid opleveren. Het is van groot belang dat wordt voorkomen dat mensen in contact komen met radioactieve stoffen en radioactieve straling. Daarom dienen regelmatig metingen, controles en inspecties te worden verricht en dienen speciale acties te worden ondernomen om de veiligheid te waarborgen wanneer men een winningsinstallatie gaat openen.

Waterstofsulfide H2S
H2S is een aanduiding die wordt gebruikt voor waterstofsulfide. Dit is een zeer giftige stof die ontstaat door het rotten van organische stoffen die bestaan uit eiwitten en daardoor cysteïne en methionine bevatten. Dit rottingsproces zorgt er voor dat H2S de geur heeft van rotte eieren. Deze geur is echter bij een zeer geringe concentratie merkbaar van 0,1 ppm tot 5,0 ppm (ppm is parts per million). Tussen 0,1 ppm en 5,0 ppm wordt de geur wel steeds beter waarneembaar voor mensen. Dit is een belangrijke waarschuwing om meteen de plaats te verlaten en direct andere collega’s en leidinggevenden te waarschuwen. Er zijn letterlijk levens in gevaar.

Al snel is de geur niet meer waarneembaar omdat de ademhalingsorganen van mensen worden aangetast door H2S. Het feit dat de geur niet meer geroken kan worden houdt beslist niet in dat het gevaar geweken is. Daarom dient men nog steeds de put of de winningsinstallatie te verlaten. Vanaf 50 ppm beginnen er schadelijke effecten op te treden bij mensen maar is de kenmerkende geur van rotte eieren niet meer waarneembaar voor mensen. De ademhalingsorganen beginnen te ontsteken en irriteren. Naarmate de concentratie H2S hoger wordt en de blootstelling voortduurt wordt de schade aan de ademhalingsorganen erger en de kans op de dood groter. Daarom is het zo belangrijk dat men H2S tijdig herkend en direct actie onderneemt. Het draait daarbij om kennis en snel handelen. Doormiddel van trainingen zoals de cursus veilig werken in H2S gebieden kunnen werknemers leren hoe ze moeten handelen als H2S wordt waargenomen. Deze H2S cursussen kunnen daadwerkelijk levens redden op de werkplek.

Volg veiligheidsinstructies op!
Bedrijven die werken in de winning en het transport van aardolie en aardgas doen er alles aan om de risico’s voor personeel, omwonenden en het milieu te elimineren. Dit kunnen bedrijven echter niet alleen ze hebben de hulp van leidinggevenden, veiligheidsadviseurs en werknemers nodig. Bedrijven zorgen er voor dat er instructies, bijvoorbeeld poortinstructies, worden gegeven bij plants. Ook worden specifieke veiligheidsinstructies gegeven met betrekking tot bijvoorbeeld H2S. Deze instructies kunnen levens redden en zijn daardoor van groot belang. Daarom wordt een stempel aangebracht in het veiligheidspaspoort of personal safety logbook (PSL). Tijdens een toolboxmeeting kunnen de onderwerpen H2S of radioactieve stoffen eveneens aan de orde komen en tijdens een OOG-ronde (Observatie Onveilig Gedrag) kan er door leidinggevenden extra gelet worden op het naleven van de veiligheidsregels. Door het naleven van de veiligheidsregels zorg je er voor dat de risico’s voor jezelf en anderen zoveel mogelijk worden beperkt en beheerst. Het naleven van de veiligheidsregels is verplicht maar is ook een belangrijke verantwoordelijkheid die een betrokken werknemer ook uit zichzelf en uit eigen motivatie moet doen.

Wat is lawaaidoofheid?

Lawaaidoofheid is permanente gehoorschade die ontstaat wanneer iemand (langdurig) aan lawaai wordt blootgesteld. Doormiddel van een audiometrie kan lawaaidoofheid worden vastgesteld. Lawaaidoofheid is permanente schade aan het gehoor en dient te worden voorkomen. Werkgevers hebben volgens de Arbeidsomstandighedenwet de verplichting om hun uiterste best te doen om een veilige werkplek te realiseren voor werknemers zodat de gezondheid van het personeel niet achteruit gaat en de kans op letsel zo klein mogelijk is. Voorkomen van lawaaidoofheid is van groot belang want men kan niet genezen van lawaaidoofheid.

Gehoorbescherming en Arbowet
In de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) is aandacht besteed aan het voorkomen van gehoorschade op de werkvloer. De werkgever is bovendien volgens de Arbowet verplicht om in een Risico Inventarisatie en Evaluatie aan te geven wat de noodzaak is van het geluidsniveau op de werkvloer. Lawaai kan bij de bron bestreden worden door bijvoorbeeld machines te gebruiken die minder geluid produceren. Deze maatregelen nemen het risico op lawaaidoofheid weg en zorgen er voor dat er verder geen beheersmaatregelen nodig zijn. Indien het geluidsniveau niet kan worden beperkt door het ontstaan van lawaai te beperken zijn beheersmaatregelen nodig. Dit is echter niet altijd noodzakelijk want niet bij elk geluidsniveau ontstaat gehoorschade zoals lawaaidoofheid.

Gehoorschade kan ontstaan door lawaai wanneer het lawaai boven een bepaald geluidsniveau komt. Daarom wordt in de Arbowetgeving informatie gegeven over de geluidsniveaus waarbij een schadelijk effect optreed voor het menselijk gehoor. Het is belangrijk dat men weet hoe geluidsniveaus worden aangeduid, daarom is in de alinea hieronder een kortom omschrijving weergegeven van de symbolen dB en dB(A).

Symbolen dB en dB(A)
Het geluidsniveau wordt aangeduid in decibel (symbool dB) maar in de praktijk hanteert men vaak de aanduiding dB(A). De aanduiding dB(A) is afgeleid van de gewone decibel alleen maakt de aanduiding (A) duidelijk dat de geluidswaarde is gecorrigeerd voor het menselijk gehoor. De menselijke gehoororganen filteren het geluid namelijk waardoor bepaalde tonen iets zachter worden gehoord. Daarom wordt een bepaalde filter gehanteerd, deze filter wordt ook wel een A-weging of A-filter genoemd. Geluid dat men gemeten heeft met deze A-filter wordt uitgedrukt in dB(A). In de Arbowetgeving is de aanduiding dB(A) belangrijk omdat het duidelijk maakt hoe een mens het geluid waarneemt.

Dragen van gehoorbescherming
Hinderlijk geluid wordt ook wel lawaai genoemd maar hoeft geen gehoorschade tot gevolg te hebben. Wanneer het geluidsdrukniveau boven de 80 dB(A) komt wordt er bij de werkgever sterk op aangedrongen om gehoorbescherming beschikbaar te stellen aan de werknemer. De werkgever dient de gehoorbescherming in de praktijk ook daadwerkelijk beschikbaar te stellen aan de werknemers die met 80 dB(A) geluidsniveau in contact komen en om gehoorbescherming vragen.

Vanaf een geluidsniveau van 85 dB(A) is een werkgever wettelijk verplicht om gehoorbescherming beschikbaar te stellen aan werknemers die met dit geluidsniveau in contact komen. De werkgever heeft de plicht om deugdelijke gehoorbescherming te verstrekken en dient er op toe te zien dat de werknemers de gehoorbescherming daadwerkelijk gebruiken en op de juiste manier gebruiken. Werkgevers zullen werknemers ook instructies moeten geven over het gebruiken van gehoorbescherming. Werknemers zijn dan ook verplicht om gehoorbescherming te dragen.

Gehoorbescherming samengevat
Kort samengevat is geluidsbescherming:

  • Aanbevolen bij een geluidsniveau van 80dB(A).
  • Verplicht bij een geluidsniveau van 85 dB(A). De werkgever moet bij dit geluidsniveau verplicht gehoorbescherming verstrekken en de werknemer dient de gehoorbescherming te dragen.

Wat staat in het veiligheidspaspoort?

Een veiligheidspaspoort wordt ook wel Personal Saftey Log genoemd en wordt afgekort met PSL. Dit is een persoonsgebonden document dat meestal een groene kleur heeft, daarom noemt men een veiligheidspaspoort of PSL ook wel in het dagelijkse taalgebruik een ‘groen boekje’. In het veiligheidspaspoort staat allemaal relevante informatie over de persoon aan wie het veiligheidspaspoort behoord. Dit zijn gegevens met betrekking veiligheid zoals stempels van veiligheidstrainingen en poortinstructies die worden gegeven aan de poort van bijvoorbeeld een gasplant. Een veiligheidspaspoort is geen verplicht document volgens het VCA wel wordt in dit document genoteerd of iemand het Basis VCA of VCA VOL (VCA voor leidinggevenden heeft behaald.

Samengevat: wat staat er in een veiligheidspaspoort?
In een veiligheidspaspoort zijn verschillende gegevens genoteerd. Aan het begin wordt op een pagina weergegeven wat de identiteit is van de eigenaar van het document. Hierop staat niet alleen de naam van de persoon ook is er een foto aangebracht zodat men ook op basis van uiterlijk kan zien aan wie het veiligheidspaspoort behoort. Naast deze informatie worden de volgende punten in de volgende pagina’s verwerkt:

  • Arbotrainingen
  • Veiligheidscursussen
  • Medische onderzoeken/ medische geschiktheid
  • Vaccinaties

De informatie en de stempels die in het veiligheidspaspoort staan kunnen een bepaalde ‘houdbaarheidsdatum’ hebben. Zo heeft een VCA een geldigheidsduur van 10 jaar. Andere stempels en certificaten kunnen een andere geldigheidduur hebben. Het NEN 3140 certificaat is drie jaar geldig. Veel certificaten hebben een geldigheidsduur van 5 jaar zoals een heftruckcertificaat, reachtruckcertificaat en een certificaat voor veilig hijsen.

Wat is de waarde van een veiligheidspaspoort op de arbeidsmarkt?
Een veiligheidspaspoort kan worden beschouwd als een compact overzicht van de veiligheidsinstructies, veiligheidscursussen, werk gerelateerde medische onderzoeken en werk gerelateerde vaccinaties die een bepaalde werknemer heeft behaald of heeft laten uitvoeren. Het document heeft alleen meerwaarde op de arbeidsmarkt als de gegevens nog geldig zijn en goed zijn bijgehouden. Een veiligheidspaspoort kan de eigenaar daardoor toegang verschaffen tot bepaalde bedrijven en werklocaties.

Bovendien is een veiligheidspaspoort persoonsgebonden. Werknemers kunnen dit paspoort na afloop van de klus meenemen naar een volgende klus. De stempels en poortinstructies kunnen echter naast een geldigheidsduur ook gebonden zijn aan een bepaald project. Een poortinstructie is gekoppeld aan een bepaalde werklocatie of plant. Als iemand gaat werken op een andere locatie waarvoor een poortinstructie behaald moet worden dan zal deze in de praktijk opnieuw gevolgd moeten worden. Het is daarom belangrijk dat zowel de leidinggevende als de werkzoekende precies weten welke veiligheidseisen vereist zijn. Alleen het bezit van een veiligheidspaspoort is dus niet voldoende, het gaat om de inhoud en de stempels die hierin staan.

Wat is een digitaal veiligheidspaspoort?

Een digitaal veiligheidspaspoort is een digitaal systeem waarin gegevens met betrekking tot de veiligheid van een werknemer zijn opgeslagen. Een digitaal veiligheidspaspoort kan een vervanging zijn van een fysiek veiligheidspaspoort zoals het groene boekje dat ook wel Personal Safety Logbook of PSL boekje wordt genoemd. Een PSL is gemaakt van scheurvast papier en bevat stempels met betrekking tot de veiligheidscertificaten, opleidingen en trainingen die de desbetreffende werknemer heeft gevolgd.

Het PSL is een bekend document en wordt veel gebruikt op risicovolle werkplaatsen in bijvoorbeeld de petrochemische sector. Hoewel dit systeem op zich prima werkt is het in het kader van de digitalisering en de verificatie van diploma’s veel effectiever om een veiligheidssysteem te digitaliseren. Daarom voeren verschillende organisaties een digitaal veiligheidspaspoort in. Hieronder staan een aantal voorbeelden van veiligheidspaspoorten die in Nederland worden gebruikt.

Digitaal Veiligheidspaspoort DVP ProRail
Het bedrijf Nsecure heeft een digitaal veiligheidspaspoort ontwikkeld. Dit veiligheidsdocument is persoonsgebonden en bestaat uit een plastic pas en is gekoppeld aan een digitale portal en een app. Het veiligheidspaspoort van ProRail heet eenvoudigweg Digitaal Veiligheidspaspoort en wordt afgekort met DVP. Het digitale veiligheidspaspoort moet er voor zorgen dat de veiligheid langs het spoor wordt geoptimaliseerd. Als men werkt op het spoort of in de buurt van het spoor zijn er specifieke risico’s.

Werknemers die op of rond het spoor werken moeten op de hoogte zijn van deze risico’s en moeten zichzelf en anderen hier effectief tegen kunnen beschermen. Daarom moeten ze verschillende veiligheidstrainingen volgen zoals “werken langs het spoor”. Uiteraard dienen de resultaten van deze trainingen inzichtelijk te zijn bij de werkgever maar ook bij bevoegde controleurs op de werkvloer. Het Digitaal Veiligheidspaspoort van ProRail helpt daar bij.

Het Digitaal Veiligheidspaspoort is een belangrijk document in de railinfrabranche. Het DVP is een persoonsgebonden pas die de eigenaar toegang verschaft tot een ProRail-terrein. De pas kan worden gescand en als men dat doet wordt men meteen zien of je over de gewenste certificering beschikt om op het ProRail-terrein te mogen werken. Verder kan je zien welke verdere, voor het werk relevante,  certificaten de persoon heeft behaald.

Digitaal veiligheidspaspoort (Digital Safety Passport ) Deltalinqs
Het Digital Safety Passport van Deltalinqs is ook een variant van een digitaal veiligheidspaspoort. Deltalinqs is een organisatie die actief is in en rondom de haven van Rotterdam. Het is een ondernemersvereniging die opkomt voor de belangen van bedrijven in de Rotterdams haven en het daar aanwezige industriegebied.  In havens en in een industriële omgeving zijn specifieke veiligheidsrisico’s aan de orde. Er wordt olie en gas getransporteerd en een grote hoeveelheid aan chemische stoffen. Een ongeluk op een dergelijke werklocatie kan enorme volgen hebben voor zowel de werknemers als de omwonenden. Ook het milieu kan ernstige schade lijden als er chemische stoffen in het water of in de atmosfeer vrij komen.

Daarom moeten werknemers en sollicitanten die willen werken in de Rotterdamse haven specifieke veiligheidscertificaten behalen. Uiteraard moet men deze certificaten kunnen aantonen alleen is het nogal wat papierwerk om al de certificaten in papiervorm mee te nemen naar de werklocatie. Ook een veiligheidspaspoort in de vorm van een groen PSL boekje is niet altijd handig omdat de stempels in dit boekje soms niet meer gelezen kunnen worden of de gegevens zijn verlopen. Men moet altijd een PSL boekje doorbladeren om tot de juiste stempels voor de werksituatie te komen. Daarom is een digitaal paspoort in deze werksituatie handiger en effectiever.

Het Digital Safety Passport van Deltalinqs (DSP) dat in 2014 is ingevoerd kan worden geraadpleegd via een speciaal daarvoor ontwikkelde webapplicatie. Men maakt daarbij gebruik gemaakt van een eigen XS-key techniek, een user-id en wachtwoord. Men hanteert op de werkplek een smartcard die is uitgerust met zogenaamde biometrie. Deze kaart is persoonsgebonden. Verder kunnen gegevens met betrekking tot diploma’s en certificaten nog steeds gecontroleerd worden via het Centraal Diploma Register. Hieronder kun je meer lezen over het Centraal Diploma Register.

CDR Centraal Diploma Register
Doormiddel van deze digitale database kunnen werkgevers en controleurs uitzoeken of werknemers aan de gewenste diploma-eisen en de vereiste certificaten voldoen. Men kan bijvoorbeeld controleren of iemand over een VCA Basis of een VCA Vol beschikt. Ook andere gegevens zoals heftruckcertificaten, veilig werken met een hoogwerker en een certificaat van veilig werken aan elektrische installatie NEN3140 kan men vinden in het Centraal Diploma Register. Wanneer iemand een erkend veiligheidscertificaat behaald kan men dit meestal binnen korte tijd in het Centraal Diploma Register terugvinden. Sommige werkgevers gebruiken dit CDR systeem als controlemiddel om na te gaan of iemand over de gewenste certificaten beschikt.

Wat is een veiligheidspaspoort?

Een veiligheidspaspoort is een document waarmee een werknemer kan aantonen over welke veiligheidscertificaten (zoals VCA Basis en VCA VOL) hij of zij beschikt en welke veiligheidsinstructies en trainingen er door hem of haar zijn gevolgd en behaald. Een veiligheidspaspoort bevat stempels en aantekeningen met betrekking tot de behaalde trainingen en de gevolgde veiligheidsinstructies. Deze trainingen maken inzichtelijk of de werknemer veilig kan werken op de werklocatie.

Elke werklocatie is uniek en bevat specifieke aspecten met betrekking tot taken, verantwoordelijkheden en veiligheid. Deze asprecten worden door veiligheidsfunctionarissen en andere experts in kaart gebracht. Omdat elke werkplek verschillende veiligheidsaspecten heeft is het met name voor werkplekken met een verhoogd veiligheidsrisico belangrijk dat de werknemer veilig en doeltreffend kan werken. Het veiligheidspaspoort is een effectief middel om op de werkplek aantoonbaar of de medewerker bevoegd is om op de werkplek bepaalde werkzaamheden uit te voeren of niet.

De Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV)
Het veiligheidspaspoort van de Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV) is het bekendste veiligheidspaspoort. Het SSVV veiligheidspaspoort werd ingevoerd in 1998. Eind januari 2001 werd een nieuwe versie van het veiligheidspaspoort ingevoerd. Dit nieuwe paspoort wordt ook wel het Personal Safety Logbook genoemd. Meestal wordt dit afgekort met PSL. Een PSL is een boekje van scheurbestendig papier daarom noemt men dit document ook wel een PSL-boekje. Het wordt uitgegeven door SSVV in Leidschendam en het Secretariaat VCA van het Provinciaal Veiligheidsinstituut in Antwerpen.

Wat staat er in een veiligheidspaspoort?
Een veiligheidspaspoort is een document dat veel informatie bevat over de eigenaar van dit document. Allereerst wordt aan het begin van het veiligheidspaspoort duidelijk aangegeven aan wie het document behoort. De naam, geboortedatum, pasfoto en overige gegevens van de eigenaar van het veiligheidspaspoort zijn genoteerd. Daarna volgen allemaal pagina’s met vakjes waarin stempels, stickers of handtekeningen kunnen worden gezet als men een training heeft gevolgd, een certificaat/ diploma heeft behaald of een instructievideo heeft gezien. Eventuele medische gegevens kunnen ook genoteerd worden indien deze van belang zijn voor de werkzaamheden en werklocatie. Hierbij kan men ook denken vaan vaccinaties.

Vul paspoort eerlijk in
Veiligheidspaspoorten zijn belangrijke documenten die de veiligheid op de werkplek dienen te bevorderen. Daarom is het van het belang dat de informatie in het veiligheidspaspoort juist en eerlijk is genoteerd. Daarom worden stempels door officiële instellingen en door bevoegde personen genoteerd. Het aanbrengen van wijzigingen hierin mag alleen door bevoegde personen worden gedaan. Het is dus niet de bedoeling dat de eigenaar van het veiligheidspaspoort zelf wijzigingen gaat aanbrengen. Dit soort wijzigingen zijn riskant om verschillende redenen. Ten eerste kan men ernstige veiligheidsrisico’s lopen als men niet op de hoogte blijkt te zijn van de veiligheidsvoorschriften terwijl men dit wel in het veiligheidspaspoort heeft genoteerd. Daarnaast kan men ook de omgeving in gevaar brengen. Verder pleegt men fraude waardoor men ontslagen kan worden en bovendien een negatieve referentie krijgt. Dat zorgt er voor dat men in de toekomst waarschijnlijk nooit meer aan de slag zal komen op een werkplek met grote veiligheidsrisico’s.

Centraal Diploma Register
De digitalisering neemt in de maatschappij alleen maar toe. In de toekomst zal een papieren veiligheidspaspoort waarschijnlijk worden vervangen door een digitaal systeem. Werkgevers moeten ook digitaal kunnen zien of iemand over de gewenste opleidingsachtergrond beschikt. Hiervoor is het Centraal Diploma Register ontwikkeld. Dit CDR systeem zorgt er voor dat werkgevers ook daadwerkelijk in staat zijn om diploma’s op te zoeken. Dit is een nog effectiever systeem omdat stempels op den duur onleesbaar kunnen worden. bovendien is een stempel niet een origineel certificaat of diploma maar slechts een bewijs dat iemand gecontroleerd heeft of de persoon dit diploma bezit.  In het CDR systeem worden diploma’s en certificaten geplaatst. Dit systeem moet uiteraard op to date zijn daarom zal men regelmatig moeten controleren over het CDR volledig is. Als men nieuwe diploma’s heeft behaald zal men moeten controleren of deze ook in het CDR staan.

Digitaal veiligheidspaspoort (Digital Safety Passport )
Er worden op dit moment al digitale veiligheidspasporten ontwikkeld en gebruikt. Een voorbeeld hiervan is het Digital Safety Passport van Deltalinqs. De organisatie Deltalinqs is een ondernemersvereniging die zich inzet voor de belangen van het Rotterdamse haven- en industriegebied. Het spreekt voor zich dat in haven- en industriegebieden veel veiligheidsrisico’s zijn. Er wordt dikwijls gewerkt met olie, gas en andere petrochemische producten. Dat brengt risico’s met zich mee voor mens en milieu. Geen wonder dat werknemers in havens en de industrie veiligheidscertificaten moeten behalen en over specifieke kennis moeten beschikken. Om dit digitaal inzichtelijk te maken is het Digital Safety Passport door Deltalinqs ingevoerd.

Het Digital Safety Passport kan op dit moment worden geraadpleegd via een beveiligde web applicatie. Dit Digital Safety Passport kan men openen met een wachtwoord en een user-id. Het groene boekje of PSL boekje is door Deltalinqs digitaal beschikbaar gemaakt. Daarvoor heeft Deltalinqs haar eigen XS-key techniek toegepast. Deze bestaat uit een smartcard die standaard is uitgerust met biometrie. In 2014 is het digitale veiligheidspaspoort  geïntroduceerd als Digital Safety Passport (DSP). Het DSP wordt inmiddels door contractors succesvol toegepast bij een aantal opdrachtgevers. Deltalinqs beschouwd dit DSP als een digitaal groen boekje. De diploma’s en certificaten van werknemers kunnen nog steeds via het CDR gecontroleerd worden.

Wat is een Personal Safety Logbook (PSL) Veiligheidspaspoort?

Een Personal Safety Logbook (PSL) wordt ook wel een veiligheidspaspoort genoemd. Dit is een groen boekje dat genummerd is. Een PSL is een document dat gemaakt is van scheurvast papier. Het is persoonsgebonden en bevat informatie over de eigenaar. Ook een pasfoto van de eigenaar is in het PSL opgenomen. Hierdoor kan men duidelijk zien van wie de PSL is.

Dat is belangrijk wat het PSL bevat namelijk gegevens over de veiligheidscursussen, trainingen  en medische keuringen die de eigenaar van het PSL heeft behaald. Nadat iemand een veiligheidstraining heeft gevolgd en deze met goed resultaat heeft afgerond krijg hij of zij een stempel of sticker met handtekening in het Personal Safety Logbook. Daarmee kan hij aantonen dat hij de training heeft behaald.

Waarom is een PSL belangrijk?
Een PSL is belangrijk want is veel technische werkomgevingen zoals gaslocaties en NAM-locaties is het van belang dat men op de hoogte is van specifieke veiligheidsaspecten. Ook voor andere bedrijven in de offshore, petrochemie en transport is een Personal Safety Logbook een document dat inzicht geeft over de diploma’s, veiligheidscertificaten en andere werk gerelateerde opleidingen traingen. Daarnaast bevat een PSL ook informatie over medische keuringen.  Dit alles wordt doormiddel van stempels genoteerd.

Uiteraard moet men op de werklocatie snel en eenvoudig kunnen aantonen welke relevante trainingen men heeft behaald. Daarom is een PSL een belangrijk document. De stempels in een PSL maken duidelijk wat iemand heeft behaald. Na het zien van een veiligheidsinstructie aan de ‘poort’ van bijvoorbeeld een NAM-locatie komt er vaak een extra stempel in te staan waarmee wordt aangetoond dat iemand op de hoogte is van de specifieke veiligheidsaspecten van die locatie.

Wat staat er in een PSL?
In de vorige alinea’s zijn al een aantal gegevens benoemd die in een PSL worden genoteerd. Allereerst worden gegevens genoteerd over de persoon aan wie het PSL behoort. Zijn of haar identiteit wordt in het PSL vastgelegd met een foto. Verder worden zowel algemene veiligheidstrainingen, certificaten en opleidingen vastgelegd. Dit kunnen bijvoorbeeld het VCA Basis of het VCA vol zijn. Andere voorbeelden zijn de NEN 3140, NEN 1010, heftruckcertificaat en een certificaat veilig werken met een hoogwerker. Ook specifiekere trainingen worden genoteerd zoals een H2S training (veilig leren omgaan met H2s).

Voor speciale locaties van de NAM worden ook instructies afgegeven dit worden ook wel poortinstructies genoemd. Als je zo’n instructie of NAM-poortvideo hebt gevolgd voor de NAM dan noemt men dit een NAM-poortinstructie. Hiervan ontvang men een stempel in PSL. Deze stempels worden op de pagina’s achter de identiteitspagina van het PSL-boekje neergezet in vakjes. Ook als men VCA heeft behaald en andere relevante opleidingen en trainingen worden daarvan stempels geplaatst in het PSL. Verder bevat een PSL ook gegevens over de medische gesteldheid van de kandidaat. Voor sommige werklocaties is het namelijk van belang dat men een medische keuring heeft ondergaan.

Geldigheidsdatum van een PSL boekje
Een PSL heeft geen geldigheidsdatum, een PSL kan dus niet verlopen. De stempels kunnen echter wel gekoppeld zijn aan trainingen met een houdbaarheidsdatum. Een VCA heeft bijvoorbeeld een geldigheidstermijn van tien jaar en een heftruckcertificaat, reachtruckcertificaat en een hoogwerkercertificaat hebben geen geldigheid van vijf jaar. Daarna zal men dus weer een nieuw certificaat moeten halen zodat men ook een nieuw stempel kan ontvangen in het PSL-boekje. Het PSL boekje moet in ieder geval geldige stempels hebben die vereist zijn voor de werkzaamheden die op de werklocatie moeten worden uitgevoerd.

Het PSL-boekje dient als een controlemiddel op de werkvloer zodat veiligheidsfunctionarissen, leidinggevenden en andere bevoegde personeelsleden kunnen controleren of de werknemer voldoet aan de gestelde (veiligheids)eisen. Het PSL beschrijft zowel de kennis, vaardigheden als de taakgeschiktheid van de eigenaar evenals zijn of haar medische geschiktheid. Dit houdt ook in dat medewerkers die de vereiste stempels niet hebben ook niet mogen werken op de desbetreffende werklocatie.

SSVV Veiligheidspaspoort
Het Personal Safety Logbook is door de Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV) geïntroduceerd. In 1998 werd het SSVV Veiligheidspaspoort ingevoerd door de SSVV en tot op dit moment wordt het veiligheidspaspoort beheert door de SSVV in Leidschendam en het Secretariaat VCA van het Provinciaal Veiligheidsinstituut in Antwerpen. Aan het einde van januari 2001 werd er een nieuwe editie van het Veiligheidspaspoort gepubliceerd. Dit was het Personal Safety Logbook (PSL). Dit kwam voort uit de integratie van het SSVV Veiligheidspaspoort en het Veiligheidspaspoort van het Provinciaal Veiligheidsinstituut van Antwerpen. Het Personal Safety Logbook is drietalig: Engels, Frans en Nederlands. Het PSL wordt in ieder geval door bedrijven erkend in België en Nederland.