Wat is statische elektriciteit?

Statische elektriciteit is een benaming die wordt gebruikt voor de opbouw van elektrische spanning in slecht- of niet-geleidende stoffen en niet voorkomt uit gewone elektriciteitssystemen. Statische elektriciteit komt dus niet uit het stopcontact maar ontstaat in stoffen die elektriciteit niet of nauwelijks geleiden. Deze stoffen worden ook wel isolatoren genoemd. In isolatoren kan elektrische lading worden geïnduceerd. Deze elektrische lading blijft in rust bestaan omdat door de isolatoren geen elektrische stroom kan lopen. Er loopt geen elektrische stroom zoals het geval is bij dynamische elektriciteit. Bij dynamische elektriciteit beschrijft de inductie het verband tussen elektrische stroom en magnetisme. Statische elektriciteit ontstaat echter bij een ander proces.

Statische elektriciteit
Bij statische elektriciteit is er geen sprake van magnetisme omdat er feitelijk geen stroom loopt. Er is echter wel sprake van een uitoefening van krachten. Dit komt omdat materialen die gelijk geladen zijn elkaar afstoten. Materialen en voorwerpen die ongelijk geladen zijn trekken elkaar juist aan. Door wrijving tussen voorwerpen die uit verschillende materialen bestaan kan inductie van statische elektriciteit worden veroorzaakt. Deze wrijving kan plaatsvinden door verschillende soorten stoffen en toestanden waarin stoffen zich bevinden. We noemen een aantal voorbeelden van stoffen waarbij statische elektriciteit kan ontstaan:

  • Wrijven over kunststof
  • Opstijgende gasbellen of dampbellen, die turbulentie veroorzaken
  • Pneumatisch transport van korrels en poeders en in mengers,
  • Door pneumatisch transport door doseersluizen van weegbunkers en tankauto’s
  • Verfspuiten of gelijksoortige activiteiten
  • Wrijving van synthetische kleding over de huid
  • Stromen van sommige vloeistoffen door een kunststof leiding of bij het roeren
  • Lopen over een kunststof vloerbedekking

Er zijn zoals je kunt lezen verschillende materialen waarbij statische elektriciteit kan ontstaan. Het is afhankelijk van het soort materiaal of een voorwerp bij wrijving positief of negatief wordt geladen. Daarnaast hangt ook de sterkte waarmee de inductie in de lading optreed af van het materiaal.

Ontlading van statische elektriciteit
Statische elektriciteit lijkt ongevaarlijk en is dat meestal ook toch zijn er ook gevaren waarmee men rekening moet houden. Statische elektriciteit kan ook zorgen voor ontlading. In dat geval kan er een vonkoverslag plaatsvinden wat men soms in het donker bijvoorbeeld kan zien als men synthetische kleding snel tegen elkaar aan wrijft. Deze vonkoverslag kan gevoelige elektronische apparatuur en gevoelige mechatronica beschadigen. Daarnaast moet men met deze vonkoverslag goed rekening houden in een explosiegevoelige en brandgevoelige werkomgeving. Daar mag men beslist geen kleding dragen die statische elektriciteit kan veroorzaken. In deze ruimte is antistatische werkkleding verplicht!

Beperken van statische elektriciteit
Statische elektriciteit kan voor gevaar zorgen zoals je hebt kunnen lezen in de vorige alinea. Het gevaar van statische elektriciteit kan worden beperkt door maatregelen te nemen. We noemen een aantal voorbeelden:

  • De stroomsnelheid van stoffen en gassen beperken zodat er minder wrijving optreed,
  • Het aarden van pijpleidingen, buizen, tanks en andere installaties waar stoffen doorheen stromen.
  • Het dragen van antistatische kleding en antistatische schoenen/ laarzen.
  • De aarding kan men zoveel mogelijk proberen aan te sluiten op het aardleidingnet dat reeds aanwezig is.

Wat is veiligheidsaarding?

Veiligheidsaarding is een extra aarding in de vorm van een geleidende verbinding die wordt aangebracht tussen uitwendige metalen delen van elektrische toestellen en de aarde. Veiligheidsaarding wordt echter niet alleen op elektrische toestellen aangebracht. Ook voor steigers is het aanbrengen van veiligheidsaarding verplicht. Dit is om te voorkomen dat steigers langdurig onder elektrische spanning komen te staan wanneer ze in contact komen met ongeïsoleerde elektrische installaties of getroffen worden door de bliksem.

Veiligheidsaarding en dubbele isolatie
Apparaten hebben een veiligheidsaarding om te voorkomen dat bij een elektrotechnisch defect de behuizing van de apparaten onder spanning komen te staan. Daarmee wordt dus mede voorkomen dat de gebruiker van het apparaat een elektrische schok kan krijgen. Een dubbele isolatie van het apparaat is echter nog beter en veiliger. Daarom is het wettelijk verplicht dat elektrische gereedschappen die werken op 220 Volt of meer dubbel geïsoleerd zijn.

Veiligheidsaarding bij zeecontainers
Ook bij grote metalen zeecontainers is aarding verplicht. Dit komt omdat er in zeecontainers meestal verlichting is aangebracht. Soms werkt men ook wel met elektrische apparaten in zeecontainers. Mocht de zeecontainer in contact komen met een ongeïsoleerd deel van een elektrische installatie dan zal de elektrische stroom door de veiligheidsaarding wegvloeien naar de aarde.

Wat leer je in een opleiding projecteringsdeskundige ontruimingsalarminstallaties?

Ontruimingsalarminstallaties worden in verschillende gebouwen geïnstalleerd en worden gebruikt om in noodsituaties de aanwezige mensen in een gebouw zo snel en ordelijk mogelijk naar een veilige plek te begeleiden. Ontruimingsalarminstallaties maken gebruik van verschillende signalen. Als gebruik wordt gemaakt van tonen spreekt men ook wel over B-systemen. Ontruimingsalarminstallaties die gebaseerd zijn op gesproken woord worden ook wel A-systemen genoemd. Er zijn ook systemen die werken met een draadloos ‘stil alarm’ waarmee een bepaalde groep personen in een gebouw gewaarschuwd kunnen worden.

Dit kan bijvoorbeeld gebeuren doormiddel van verschillende attentiepanelen in bepaalde zones van een gebouw, zoals kantoorruimten, verdiepingen of een bewakingsafdeling. Via een persoonlijke ontvanger zoals bijvoorbeeld een pieper kunnen ook specifieke mensen in een gebouw een alarmmelding krijgen. Er is een grote diversiteit aan ontruimingsalarminstallaties daarom dient een projecteringsdeskundige ontruimingsalarminstallaties over een brede kennis te beschikken met betrekking tot het projecteren en ontwerpen van installaties. Daarom is theoretische en technische kennis over ontruimingsalarminstallaties en bijbehorende normen van groot belang. Deze kennis leert een deelnemer in de opleiding projecteringsdeskundige ontruimingsalarminstallaties.

De norm NEN 2575
In de norm NEN 2575-1:2012 nl staan eisen met betrekking tot de kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties. Ook de richtlijnen voor het ontwerp en de installatie van ontruimingsalarminstallaties zijn hierin beschreven. De eerste versie van de NEN 2575 is verschenen in het jaar 2000. In 2004 is een aangepaste versie uitgebracht door wijzigingen in de Europese wetgeving en technologische ontwikkelingen in draadloze alarmering. De NEN 2575 bestaat uit vijf delen:

  • Deel 1:  algemeen
  • Deel 2: geluidalarminstallatie type A
  • Deel3: geluidalarminstallatie type B
  • Deel 4: stiltealarminstallatie, draadloos
  • Deel 5: stiltealarminstallatie met attentiepanelen

Doelstelling van de NEN 2575 is het bieden van duidelijke richtlijnen waarmee installaties kunnen worden geïnstalleerd in en buiten gebouwen waarmee mensen op een veilige en ordelijke manier naar een veilige plek kunnen worden geleid tijdens brand en andere noodsituaties.

Inhoud opleiding projecteringsdeskundige ontruimingsalarminstallaties
De NEN 2575 norm biedt richtlijnen en duidelijke kaders aan de werkzaamheden voor een projecteringsdeskundige ontruimingsalarminstallaties. Daarom komt deze norm tijdens de opleiding aan ruimschoots aan bod. In de cursus leert een deelnemer zelfstandig ontruimingsalarminstallaties te ontwerpen en te projecteren conform de voorschriften zoals deze beschreven zijn in de NEN 2575 en de NEN 2654-2. De theoretische en praktische kennis die nodig is met betrekking tot brandveiligheid en de technische aspecten van ontruimingsalarmering worden eveneens behandelt in de opleiding.

Opleidingen op het gebied van ontruimtingsinstallaties worden vaak in een aantal specifieke richtingen gegeven. Deze richtingen zijn verbonden aan de vijf delen waaruit de NEN 2575 bestaat. Zo zijn er in de opleiding de volgende richtingen.

  • Richting 1: Projecteringsdeskundige luidalarm type A. In dit deel leert een deelnemer ontruimingsalarminstallaties te installeren, opleveren en daarnaast te onderhouden. Verder leren deelnemers geluiddrukniveaumetingen uit te voeren en metingen te verrichten met betrekking tot spraakverstaanbaarheid. Ook is er aandacht voor het opstellen van een Programma van Eisen, energievoorziening en netwerkconfiguraties.
  • Richting 2: Projecteringsdeskundige luidalarm type B. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan het opstellen van een Programma van Eisen, energievoorziening, geluid, netwerkconfiguraties en het installeren van ontruimingsalarminstallaties en het opleveren en onderhouden daarvan.
  • Richting 3: Projecteringsdeskundige draadloze stilalarminstallaties. Hierbij komen de hierboven genoemde opleidingsonderdelen aan bod en worden daarnaast specifieke installatietechnische aspecten behandelt met betrekking tot draadloze stilalarminstallaties.
  • Richting 4: Aanvulling projecteringsdeskundige OAS spraakverstaanbaarheid. Deze aanvulling is bedoelt voor monteurs die hun diploma’s hebben behaald voor medio 2013. De aanvulling is belangrijk omdat de technologische ontwikkelingen er voor zorgen dat monteurs meer kennis nodig hebben om hun werkzaamheden aan moderne installaties uit te voeren. Tijdens deze aanvulling wordt ingegaan op spraakverstaanbaarheid en de manier waarop spraakverstaanbaarheid gemeten kan worden. Daarnaast dient ook een verslag van de metingen te worden gedaan.

Welke loopbaanmogelijkheden heb je met de opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties?

De opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties is bestemd voor werknemers die gecertificeerde brandmeldinstallaties aanleggen en controleren. Deze werknemers zijn over het algemeen werkzaam bij branddetectiebedrijven en installatiebedrijven. Volgens de CCV Certificatieschema’s (Regeling Brandmeldinstallaties 2011) dient elk branddetectiebedrijf tenminste één Installatiedeskundige Brandmeldinstallaties in vast dienstverband te hebben. Deze medewerker moet minimaal gedurende het desbetreffende brandmeldproject in dienst zijn bij het branddetectiebedrijf. Deze Installatiedeskundige Brandmeldinstallaties dient over een geldig diploma te beschikken. De opleiding wordt echter ook wel gevolgd door elektromonteurs en technici die meer kennis willen verkrijgen over over alles wat met brandmeldinstallaties te maken heeft.

Vereiste vooropleiding
Voor de aanvang van opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties is het belangrijk dat iemand over voldoende werk- en denkniveau beschikt. Een basiskennis op het gebied van elektrotechniek is een belangrijke vereiste. Dit kan bijvoorbeeld door een MBO-opleiding Elektrotechniek, MTS elektrotechniek of Technicus Sterkstroominstallaties (TSI). Een gelijkwaardig diploma als de hiervoor genoemde zou ook een geschikte  vooropleiding kunnen zijn. Dit dient overlegd te worden met het opleidingsinstituut waar de opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties wordt gegeven. Ook langdurige aantoonbare werkervaring met het aanleggen van brandmeldinstallaties kan er voor zorgen dat iemand aan de opleiding kan beginnen.

Inhoud opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties
De opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties duurt gemiddeld ongeveer drie dagen en is bedoelt om de deelnemers de theoretische en praktische aspecten te leren van het kader waarbinnen een installatiedeskundige werkzaam is. Daarbij komen ook de normen en voorschriften aan de orde. Een voorbeeld hiervan is de NEN-2535.

Binnen de opleiding wordt informatie aan de deelnemers gegeven over de grondbeginselen brand. Er wordt aangegeven hoe een brand zich kan uitbreiden en hoe rook zich kan verspreiden. De risico’s van brand worden benoemd en daarnaast is er aandacht voor brandpreventie. De Regeling Brandmeldinstallatie komt aan bod en de werkingsprincipes van brandmelders en elektronische branddetectie worden uitgelegd. Daarbij wordt aangegeven hoe de brandmeldinstallatie is opgebouwd en hoe deze geïnstalleerd moeten worden.

Na afloop van de cursus volgen de deelnemers het  examen Installatiedeskundige Brandmeldinstallaties. In dit examen wordt het inzicht en de kennis van de deelnemers getoetst. Als de deelnemers het examen halen ontvangen ze het diploma Installatiedeskundige Brandmeldinstallaties.

Wat kun je met de opleiding installatiedeskundige brandmeldinstallaties
Deelnemers hebben na afronding van de opleiding algemene kennis over het ontstaan en de ontwikkeling van brand en bijbehorende rookverspreiding. De deelnemers weten welke branddetectiemiddelen er zijn en hoe deze geïnstalleerd moeten worden. Ook zijn ze op de hoogte van de componenten waaruit brandmeldsystemen bestaan. Aan brandmeldsystemen zijn strenge normen verbonden. In deze normen is onder andere vermeld aan welke eisen brandmeldinstallaties moeten voldoen. Door de kennis over deze normen kunnen installatiedeskundigen in de praktijk veilig en technisch deugdelijk brandmeldinstallaties aanleggen en de werking daarvan controleren.

Werk in de Brandmeldinstallaties
Met een diploma installatiedeskundige brandmeldinstallaties heeft iemand zijn of haar meerwaarde op de arbeidsmarkt vergroot. Met name elektrotechnische bedrijven en installateurs zoeken regelmatig naar nieuwe werknemers die kennis hebben over specifieke beveiligingsinstallaties waaronder brandmeldinstallaties. Met een diploma installatiedeskundige brandmeldinstallaties heeft een werkzoekende meer kans op werk in de installatietechniek.