Loonmatiging noodzakelijk in Nederland?

Europa worstelt met de vraag hoe het economisch herstel het beste kan worden bereikt. Eurolanden denken hier onderling verschillend over. Regeringen van sommige landen denken dat bezuinigingen noodzakelijk zijn terwijl andere landen zich meer richten op doelgerichte investeringen. Een belangrijk aspect van de economie is de koopkracht van de bevolking. Wanneer de koopkracht stijgt wordt er meer gekocht en dat is goed voor de ondernemers van een land. De looninkomsten zijn daardoor erg belangrijk en worden in tijden van economische crisis nauwlettend in de gaten gehouden door de overheid, de vakbonden en de werkgeversorganisaties.

Loonkosten beperken
Bedrijven willen niet dat de loonkosten te ver omhoog gaan in crisistijden. De loonkosten vormen voor bedrijven namelijk een grote kostenpost. Wanneer echter alle bedrijven de loonkosten ‘bevriezen’ zal de koopkracht niet toenemen. Daarnaast zullen medewerkers extra voorzichtig zijn met (grote) uitgaves zoals de aanschaf van auto’s en woningen. Elk land gaat verschillend om met deze spanningsvelden. Het loonkostenbeleid van Nederland kan daardoor verschillen met Duitsland en andere Europese landen die onder de Eurozone vallen.

Europese Commissie
De Europese Commissie doet onderzoek naar de verschillen tussen Europese landen. Hierover brengt ze verschillende rapporten uit. Zaterdag 9 november werd er een nieuw rapport door de Europese commissie uitgebracht. Het Financiële Dagblad publiceerde hierover. Een belangrijke conclusie uit het rapport van de Europese commissie is dat bijna alle Europese landen in de eurozone de loonkosten in 2013 nauwelijks hebben verandert. De loonkosten zijn vrijwel niet gedaald. De loonkosten van Nederlandse werknemers zullen er volgens verwachting dalen met bijna drie procent.

Loonontwikkelingen in de Eurozone
Wanneer de loonkosten in Nederland over de afgelopen jaren worden vergeleken met de ontwikkelingen in de loonkosten in andere Europese landen dan kan daaruit worden geconcludeerd dat de Nederlandse lonen verhoudingsgewijs lager zijn. Deze gegevens van de Europese Commissie laten een duidelijk beeld zien van de ontwikkelingen tussen Europese landen op het gebied van loonkosten. De ontwikkelingen in de loonkosten kunnen vervolgens worden vergeleken met de groei van een bepaald Europees land. Daaruit kan voor een deel het effect van de loonmatiging worden afgelezen. De conclusie van het  Financiële Dagblad hierover is dat de concurrentiepositie van Nederland niet wordt verstevigd door de loonmatigingen die er worden doorgevoerd. De loonmatiging is hiervoor niet nodig.

Loonmatiging schadelijk voor de economie
Daarnaast wordt aangegeven dat de economie mogelijk schade ondervindt wanneer er een sterke loonmatiging wordt doorgevoerd. De loonontwikkeling van Nederland loopt achter op de loonontwikkeling van andere landen in Europa en dat is niet goed voor de economie en de koopkracht van de Nederlanders ten opzichte van de buurlanden. Daarnaast geeft het Financiële Dagblad aan dat de loonmatigingen en in combinatie met de BTW- verhogingen extra zuur is voor de bevolking van Nederland. De prijzen zijn door de verhoging van de BTW verder opgestuwd en dat is niet goed voor de koopkracht. Binnen Nederland zal de vraag naar Nederlandse producten verder onder druk komen te staan door de verhoudingsgewijs hoge prijzen. Hoogleraar Bas Jacobs van de Erasmus Universiteit gaf in het artikel van het Financiële Dagblad aan dat een terugloop van de vraag naar Nederlandse producten ook gevolgen heeft voor de omzet en afzet van berdrijven. Hierdoor leidt de vraaguitval tot meer werkloosheid en dat kan weer leiden tot loonmatigingen.

Lonen moeten juist stijgen
Er wordt in het artikel van het Financiële Dagblad juist gepleit voor loonstijging. Hoogleraar Lex Hoogduin van de Universiteit van Amsterdam heeft hiervoor een berekening gemaakt. Volgens hem zouden de lonen van Nederlanders met 3 tot 3,5 procent moeten kunnen stijgen. Hoogleraar Jacobs geeft aan dat een loonsverhoging voor een positief effect zal zorgen in de economie. Dit positieve effect zou groter zijn dan het negatieve effect.

Reactie Technisch Werken
De discussie of in economisch slechte tijden meer bezuinigd moeten worden of juist geïnvesteerd komt altijd weer terug. De economie is afhankelijk van de geldstroom tussen bedrijven en werknemers en consumenten en producenten. Een teveel aan bezuinigingen heeft  een vernietigend effect op de economie en te weinig bezuinigingen zorgen er voor dat er veel geld nutteloos of onverstandig wordt besteed zodat de economie nog verder in de problemen raakt. Wanneer bedrijven niet meer loon kunnen betalen aan werknemers kan de overheid zorgen voor lastenverlichting. Hierdoor kunnen werknemers alsnog netto meer overhouden en stijgt de koopkracht. Echter krijgt de overheid dan ook minder geld binnen waardoor de overheid minder kan investeren en moet bezuinigen. Hier is geen eenvoudige balans in te vinden.

Werknemers zijn bereid om salaris in te leveren om baan te behouden

Veel bedrijven hebben te kampen met problemen die zijn ontstaan door de economische crisis. Door een teruglopende koopkracht wordt minder geproduceerd. Daardoor krijgen bedrijven minder omzet en winst. De gaten die ontstaan in de financiën kunnen moeilijk door leningen worden opgevuld omdat banken minder bereid zijn om kredieten te verstrekken aan bedrijven.

Loonkosten vormen hoge kostenpost
Het gevolg hiervan is dat bedrijven krimpen. De loonkosten voor personeel vormen voor bedrijven één van de grootste kostenposten. Veel bedrijven die moeten bezuinigen kijken dan ook vaak naar de kosten die het personeelsbestand met zicht meebrengt. De loonkosten voor personeel kunnen op verschillende manieren worden gereduceerd. De meest rigoureuze methode is het ontslaan van personeel om bedrijfseconomische redenen. Daarnaast kunnen medewerkers ook in de deeltijd WW worden gezet onder bepaalde voorwaarden.

Loon inleveren
Een andere manier om de loonkosten te besparen is de medewerkers vragen of ze bereid zijn om loon in te leveren om daarmee hun baan en het voortbestaan van het bedrijf te behouden. Ongeveer dertig procent van de werknemers zou akkoord gaan met een lager loon wanneer daardoor een ontslag kan worden voorkomen. Dit nieuws heeft de Volkskrant gemeld op dinsdag 5 oktober 2013. Ook wil een grote deel van de deelnemers netto salaris inleveren als daar gunstiger arbeidsvoorwaarden tegenover staan.

Nationaal Salaris Onderzoek
De Volkskrant bracht het bericht naar buiten en gebruikte hiervoor gegeven van het Nationaal Salaris Onderzoek. Dit Nationaal Salaris Onderzoek werd gehouden op de website van de Nyenrode Business Universiteit en de website Intermediair. Het onderzoek werd gehouden onder 80.000 deelnemers. Tijdens dit onderzoek werden meer vragen gesteld aan de deelnemers omtrent salaris. Zo werden er ook vragen gesteld over de hoogte van het salaris en in hoeverre werknemers daar tevreden over zijn. Meer dan vijfentwintig procent van de ondervraagden zijn van mening dat hun huidige salaris te laag is. Met name vrouwen zijn ontevreden over de hoogte van het salaris dat ze verdienen.

Opleidingsniveau
Hoger opgeleide werknemers willen verhoudingsgewijs het meeste salaris inleveren om hun baan te behouden. Zo willen werknemers die een universitaire opleiding hebben afgerond 4,1 procent van hun salaris inleveren. Werknemers met een MBO-opleiding willen het minste inleveren. Iemand met een MBO-opleiding wil gemiddeld 2,3 procent van het salaris inleveren voor het behoud van zijn of haar baan.

Reactie Technisch Werken
Het is jammer dat sommige bedrijven genoodzaakt zijn om aan werknemers te vragen of ze salaris willen inleveren. De loonkosten vormen voor een bedrijf een hoge kostenpost. Voor een werknemer is salaris echter de belangrijkste inkomstenbron om in de dagelijkse behoeften te kunnen voorzien. Een daling van de salarissen zorgt er voor dat de koopkracht van de getroffen werknemers daalt. Hoe minder koopkracht er is hoe minder er wordt aangeschaft. Dit zorgt er voor dat bedrijven weer minder produceren en het cirkeltje is weer rond.

Minder bedrijfskredieten door Nederlandse banken

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft vrijdag 25 oktober 2013 gemeld dat er minder bedrijfskredieten worden verstrekt door banken in Nederland. September 2013 is het aantal kredieten dat aan bedrijven in Nederland is verstrekt met 1,3 procent gedaald ten opzichte van het aantal kredieten dat is verstrekt in september 2012.

In augustus 2013 was het totaal aan kredieten dat door banken in Nederland verstrekt was aan bedrijven 6 miljard euro hoger dan de maand september. Het totaal van de kredieten van Nederlandse bedrijven was bij banken aan het einde van de maand september 345 miljard euro. De daling is al een aantal maanden bezig. Zo was in de daling van het aantal bedrijfskredieten tussen de maand juli en augustus ook vier miljard.

De Nederlandsche Bank (DNB) noemt twee hoofdoorzaken van de daling. De voorwaarden, die aan het verstrekken van krediet verbonden zijn,  zouden volgens de centrale bank zijn verscherpt. Bedrijven komen hierdoor minder snel in aanmerking voor een krediet. Banken hebben de voorwaarden voor kredietverstrekking verscherpt omdat ze daarmee de risico’s die hieraan verbonden zijn willen beperken. Een andere oorzaak voor de daling van het aantal kredietverstrekkingen is volgens de Nederlandsche Bank (DNB) dat bedrijven minder snel een krediet aanvragen. Bedrijven willen minder kredieten aanvragen omdat ze de schuldenlast niet willen verhogen.

Reactie van Technisch Werken
Een daling van het aantal kredieten is aan de ene kant goed nieuws, de schuldenlast wordt hierdoor immers verlaagd. Aan de andere kant kan de conclusie worden getrokken dat er minder investeringen plaatsvinden door het bedrijfsleven in Nederland. Dit is een minder gunstige ontwikkeling. Ook de terughoudende houding van bedrijven om kredieten aan te vragen kan een teken zijn dat bedrijven het vermoeden hebben dat ze de schulden niet (volledig) kunnen afbetalen. Bedrijven en banken zijn in ieder geval voorzichtiger geworden. Deze voorzichtigheid wordt bewust en onbewust door consumenten overgenomen. De koopkracht is al aan het dalen. Het consumenten vertrouwen stabiliseert maar moet wel worden verbetert als men de economie weer wil laten groeien.