Wat is triplex en multiplex?

Triplex en multiplex zijn platen die bestaan uit meerdere houtfineerlagen. Deze houtfineerlagen zijn kruiselings met elkaar verlijmd zodat deze platen extra stevig zijn. Kenmerkend voor triplex en multiplex is dat ze zijn samengesteld uit een oneven aantal houtfineerlagen. Triplex bestaat uit drie lagen en multiplex bestaat uit vijf of meer houtfineerlagen. De namen triplex en multiplex worden tegenwoordig regelmatig door elkaar gebruikt,.

Lijmen voor triplex en multiplex
De verschillende houtfineerlagen moeten stevig met elkaar worden verlijmd. Een goede verlijming zorgt er voor dat triplex en multiplex sterk is en moeilijk gebroken kan worden. Voor het verlijmen van de houtfineerlagen worden verschillende soorten lijmen gebruikt. De meest gangbare lijmen die worden gebruikt zijn polycondensatielijmen zoals:

  • Ureumformaldehydelijm, deze lijm wordt ook wel UF-lijm genoemd.
  • Fenolformaldehydelijm, deze lijm wordt ook wel PF-lijm genoemd.
  • Melamineformaldehydelijm, deze lijm wordt ook wel MF-lijm genoemd.
  • Resorcineformaldehydelijm, deze lijm wordt ook wel RF-lijm genoemd.

Polycondensatielijmen zijn lijmen op basis van fenolen en aminoplasten. Deze lijmen worden gebruikt voor houtconstructies. Voordat men de houtfineerlagen gaat lijmen moeten de lagen over het juiste vochtgehalte beschikken. Daarvoor worden de houtfineerlagen gedroogd. Na het drogen worden de houtfineerlagen onder een hoge temperatuur en onderdruk verlijmd met een polycondensatielijm.

Houtsoorten voor triplex en multiplex
Zodra de houtfineerlagen zijn verlijmd worden de platen op een bepaalde maat gezaagd. Dit zijn meestal standaardmaten. Ook kunnen de platen worden geschuurd zodat ze mooi glad zijn en beter afgewerkt. Triplex wordt van verschillende houtsoorten gemaakt. Triplex werd in het verleden vooral van berkenhout gemaakt. Later maakte men ook gebruikt van andere houtsoorten zoals eikenhout en mahoniehout voor het vervaardigen van triplex en multiplex. Ook de houtsoort okoumé wordt veel toegepast.

Waarom verkleuren de meeste houtsoorten in de buitenlucht?

In de bouw wordt hout veel toegepast. Niet alleen aan de binnenkant van de woning worden houten constructies geplaatst zoals bij houtskeletbouw, ook aan de buitenkant wordt hout nog veel gebruikt. Het gebruik van hout als gevelbedekking wordt al erg lang gedaan, in Nederland past men houten gevels al sinds de middeleeuwen toe. Daarnaast wordt hout ook gebruikt in constructies, veranda’s en vlonders.

Meestal gebruikt men voor deze toepassingen bankirai voor bijvoorbeeld vlonders. Daarnaast wordt azobé onder andere voor hekwerken en erfafscheiding gebruikt. Voor gevels gebruikt men cedar of grenen. Hout is goedkoop en heeft daarnaast een isolerende werking. Verder geeft hout een natuurlijke uitstraling aan een woning. Hout kan op verschillende manieren worden beschermd tegen vocht en andere weersinvloeden. Men kan hout lakken, verven en beitsen. De bescherming die men op hout aanbrengt is afhankelijk van de plaats waar het hout wordt toegepast. Als men het hout niet beschermd zal het hout vergrijzen. Hieronder is beschreven waardoor hout naar grijs verkleurd.

Waarom verkleurd hout in de buitenlucht?
Hout verkleurd in de buitenlucht. De meeste houtsoorten worden in de buitenlucht grijs. Dit is onder andere het geval met azobé, grenen, eiken, basralocus en cederhout. Alle houtsoorten bevatten kleurstoffen die het hout een specifieke kleur geven. Daarnaast bevat hout ook verschillende stoffen die meer of minder verteerbaar zijn. Doormiddel van erosie slijten de zachte delen van hout doormiddel van wind en neerslag weg. De buitenlaag van het hout vergrijst langzamerhand door deze erosie en de uitwerking van zonlicht. Zonlicht bevat ultraviolette straling (UV).

Deze UV straling zorgt er voor dat hout lichter wordt. Vergrijzen van hout is een langzaam proces in eerste instantie zullen alleen de buitenste cellagen van het hout lichtgrijs worden. Als er dan vocht op het hout wordt aangebracht schijnt de buitenste cellaag door. Dit zorgt er voor dat het hout in een natte toestand de oorspronkelijke kleur laat zien. In droge toestand zal het hout echter weer de vergrijsde kleur laten zien. Na verloop van tijd is het hout diep vergrijsd en zal het hout ook in natte toestand een grijze uitstraling hebben.

Is vergrijzen van hout gewenst of niet?
Het vergrijzen van hout is niet slecht voor de kwaliteit van het hout. Vergrijsd hout is constructief niet beduidend zwakker dan hout dat zijn oorspronkelijke kleur heeft behouden. De kleur van hout speelt eigenlijk alleen maar een rol met betrekking tot esthetische aspecten. Een gevel die in de zon is geplaatst moet overal even grijs zijn om een mooi geheel te geven. Delen die onder kappen en  dakoverstekken zijn geplaatst krijgen nauwelijks zonlicht en regen. Daardoor zullen deze delen ook niet snel vergrijzen. Dit kan een ongewenst effect geven, een deel van de gevel wordt grijs en een ander deel niet.

Wat is Azobé en waar wordt deze houtsoort voor gebruikt?

Azobé is een zeer harde houtsoort. Dit hout is afkomstig van de boom Lophira alata die in West- Afrika en Midden-Afrika groeit. De Lophira alata wordt maximaal 50 meter hoog. Azobé is bekend onder verschillende benamingen. In landen waar Engels de voertaal is noemt men Azobé ook wel Ekki of Ironwood. In Duitsland noemt men deze houtsoort ook wel Bongossi

Toepassing van Azobé
Het hout is zeer hard en zwaar. Daarom is het heel geschikt voor zware constructies. Ook is Azobé geschikt voor hekwerken en erfafscheidingen in de buitenlucht. Azobé kan goed tegen weersinvloeden en rot niet snel weg als het met water in contact komt. Om die reden wordt Azobé ook wel gebruikt voor aanlegsteigers. Ook voor dukdalven en meerpalen wordt vaak  Azobé gebruikt. Het materiaal is niet alleen weerbestendig, het kan ook een grote druk aan. Daarom wordt Azobé ook wel toegepast in sluisdeuren die de druk van water goed moeten kunnen weerstaan. In tuinmeubelen wordt ook wel Azobé verwerkt. Hierdoor zijn de tuinmeubels beter bestand tegen de invloeden van het weer.

Eigenschappen van Azobé
Azobé is een zware houtsoort die onder de hoogste duurzaamheidsklasse valt van hout. Dit is duurzaamheidsklasse 1. Het hout is zeer dicht en heeft een volumieke massa van 1050 kg/m3 bij een vochtpercentage van vijftien procent. Het hout zal meestal meteen zinken als het in water wordt neergelegd. Het hout is zo hard dat het bijna niet gespijkerd kan worden. De spijkers kunnen nauwelijks door het hout heen zonder krom te trekken. Om dat te voorkomen wordt Azobé doormiddel van fretbouten aan elkaar gezet. Een andere mogelijkheid is het voorboren van Azobé. Hierbij worden eerst gaten geboord in Azobé voordat er schroeven in worden gedraaid.

Azobé is draaihartig en kruisdradig. Het heeft daarnaast een warrige nerf. Deze eigenschappen zorgen voor een taai geheel dat moeilijk te kloven is. Azobé heeft een vieze geur wanneer het net is gezaagd of geschuurd. De houtstof die hierbij vrij komt kan voor allergische reacties zorgen bij mensen. In Azobé kan veel spanning zitten. Dunne planken en palen die dunner zijn 5 centimeter kunnen kromtrekken. Hoe dikker het Azobé hoe beter het materiaal bestand is tegen kromtrekken.

Wat is biomassa en waar wordt biomassa voor gebruikt?

Biomassa kan worden gebruikt als brandstof voor het maken van een vuur. Tot op de dag van vandaag wordt biomassa voornamelijk in ontwikkelingslanden voor dit doel gebruikt. Het vuur kan dienen als verwarming maar ook om eten op te koken en te braden. Vuur kan ook worden gemaakt op basis van fossiele brandstoffen zoals olie en gas. Biomassa bestaat echter uit organisch materiaal. Hout is een veelgebruikte soort biomassa.

Daarnaast kunnen ook plantenresten en andere organische materialen al biomassa worden gebruikt. Mensen maken al heel lang gebruik van hout als brandstof voor vuur. De mens heeft als enige van alle levende wezens geleerd om vuur te maken en te beheersen. Door de jaren heen hebben mensen echter steeds weer nieuwe brandstoffen ontdekt en uitgevonden. Het gebruik van biomassa is echter nooit verdwenen. Ook nu wordt biomassa nog veel gebruikt.

Wat is biomassa precies?
Hout en houtsnippers zijn veel voorkomende vormen van biomassa. Vooral hout van snelgroeiende bomen wordt veel gebruikt. Hierbij kan gedacht worden aan het hout van de populier en de wilg. Naast deze soorten van biomassa worden ook andere organismen gebruikt zoals olifantsgras. Ook meststoffen kunnen worden gebruikt als biomassa. In de praktijk wordt de mest van varkens, koeien en kippen gebruikt. Deze meststoffen zijn de afvalstoffen van boerderijen, veehouderijen en andere agrarische bedrijven. Deze afvalstoffen worden als biomassa hergebruikt. Dit is een soort recycling van afvalstoffen.

Natte en droge biomassa
Biomassa kan worden onderverdeeld in droge en natte biomassa. Droge biomassa bestaat uit droog hout zoals afvalhout en droog groenafval. Droge biomassa kan goed worden verbrand. Natte biomassa is bijvoorbeeld mest maar ook slib. Daarnaast kan GFT (groene fruit en tuin) afval worden gebruikt als natte biomassa. Deze biomassa kan worden gedroogd zodat het kan worden verbrand. Daarnaast wordt natte biomassa ook wel vergist. Doormiddel van vergisting kan natte biomassa namelijk ook worden omgezet in energie.  

Toepassing van biomassa
Biomassa wordt tegenwoordig niet alleen maar gebruikt als brandstof voor een eenvoudig vuur. Doormiddel van vergassing en verbranding kan biomassa ook worden omgezet in energie. In kolencentrales wordt tegenwoordig ook een deel biomassa verstookt. Door biomassa in kolencentrales te verbranden hoeven minder kolen te worden gebruikt. Daarnaast hoeven er ook geen aparte centrales gebouwd te worden die energie kunnen opwekken uit biomassa. De regering van Nederland wil het meestoken van biomassa in kolencentrales verplichtten. Hierdoor worden minder kolen verstookt. Ondanks dat zorgt het verstoken van biomassa ook voor een hogere CO2 uitstoot.

Biomassa is CO2 neutraal
Biomassa zorgt bij verbanding voor een CO2 uitstoot. Dit gebeurd ook bij het verbranden van fossiele brandstoffen. Bij fossiele brandstoffen wordt echter puur CO2 in de lucht geblazen tijdens de verbranding. Bij biomassa heeft het organisme zoals bijvoorbeeld de boom eerst geleefd. Tijdens dit leven hebben bomen en planten eerst CO2 opgenomen uit de lucht. De broeikasgassen worden door bomen en platen omgezet in zuurstof. Na verbranding stoten ze weer CO2 uit waardoor het gecompenseerd. Biomassa is hierdoor in feite CO2 neutraal.